Wet van 12 november 2014 tot wijziging van de Opiumwet in verband met de strafbaarstelling van handelingen ter voorbereiding of vergemakkelijking van illegale hennepteelt

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat in het bijzonder de illegale beroeps- en bedrijfsmatige hennepteelt en de illegale teelt van grote hoeveelheden een omvang heeft gekregen en zodanig is geprofessionaliseerd dat daartegen doortastend moet worden opgetreden door middel van het strafrecht; dat het daartoe noodzakelijk is de Opiumwet aan te vullen met een nieuwe strafbaarstelling met betrekking tot middelen genoemd op lijst II van de wet;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Opiumwet wordt als volgt gewijzigd:

A

Onder vernummering van artikel 11a tot artikel 11b, wordt na artikel 11 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 11a

Hij die stoffen of voorwerpen bereidt, bewerkt, verwerkt, te koop aanbiedt, verkoopt, aflevert, verstrekt, vervoert, vervaardigt of voorhanden heeft dan wel vervoermiddelen, ruimten, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft of gegevens voorhanden heeft, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, strafbaar gestelde feiten, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaar of geldboete van de vijfde categorie.

B

In artikel 11b, eerste lid, wordt «of 11, derde, vierde en vijfde lid,» vervangen door: 11, derde, en vijfde lid, of 11a,.

C

In artikel 12 wordt «en 11a» vervangen door: 11a en 11b.

D

In artikel 13, tweede lid, wordt «en 11a» vervangen door: 11a en 11b.

ARTIKEL II

In artikel 67, eerste lid, onderdeel c, van het Wetboek van Strafvordering wordt «artikel 11, tweede lid, van de Opiumwet» vervangen door: de artikelen 11, tweede lid, en 11a van de Opiumwet.

ARTIKEL III

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te Wassenaar, 12 november 2014

Willem-Alexander

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers

Uitgegeven de eenentwintigste november 2014

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 32 842

Naar boven