Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatsblad 2014, 11Klein Koninklijk Besluit

Besluit van 9 januari 2014 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van enkele onderdelen van de wijziging van de Paspoortwet in verband met onder meer de status van de Nederlandse identiteitskaart

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 6 januari 2014, nr. 2013-0000787581, BZK/CZW/S&B;

Gelet op artikel XIII van de wijziging van de Paspoortwet in verband met onder meer de status van de Nederlandse identiteitskaart;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

  • 1. Artikel I, onderdelen C, onder 4, K, O en P, artikel II en de artikelen X tot en met XII van de wijziging van de Paspoortwet in verband met onder meer de status van de Nederlandse identiteitskaart treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst.

  • 2. Artikel I, onderdelen A, B, C, onder 1, Ga en I en de artikelen III tot en met VII van de wijziging van de Paspoortwet in verband met onder meer de status van de Nederlandse identiteitskaart treden in werking met ingang van 20 januari 2014.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad, in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten zal worden geplaatst.

Wassenaar, 9 januari 2014

Willem-Alexander

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

Uitgegeven de zeventiende januari 2014

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten

NOTA VAN TOELICHTING

Met het inwerkingtreden van artikel 1, onderdelen A, B, C, onder 1, en I, van de wijziging van de Paspoortwet in verband met onder meer de status van de Nederlandse identiteitskaart kan het opnemen van vingerafdrukken in de Nederlandse identiteitskaart worden beëindigd. Ten aanzien van de inwerkingtreding van deze bepalingen wordt afgeweken van het kabinetsbeleid inzake de vaste verandermomenten, zoals vastgelegd in aanwijzing 174 van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Afwijking is in dit geval gerechtvaardigd om daarmee zo spoedig mogelijk de groep burgers in Nederland, die zwaarwegende principiële bezwaren heeft tegen het afstaan van vingerafdrukken, tegemoet te kunnen komen.

Aan de Tweede Kamer is toegezegd dat, indien de Eerste Kamer tijdig in 2013 met het wetsvoorstel zou instemmen, in januari 2014 gestopt zou worden met het opnemen van vingerafdrukken bij de aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart.

De inwerkingtreding voornoemde artikelen brengt met zich dat ook de artikelen III tot en met VII in werking moeten treden.

Ook ten aanzien van de inwerkingtreding van het enige artikel, onder 1, wordt afgeweken van het kabinetsbeleid inzake de vaste verandermomenten. Dit is niet bezwaarlijk omdat de desbetreffende wijzigingen geen veranderingen met zich meebrengen voor de uitvoeringspraktijk. Met de inwerkingtreding van artikel 1, onderdeel C, onder 4, vindt er geen feitelijk wijziging plaats met betrekking tot de bewaartermijn van de vingerafdrukken. Deze bewaartermijn geldt nu al op grond van de paspoortuitvoeringsregelingen. Met de inwerkingtreding van artikel 1, onder K, artikel II en de artikelen X tot en met XII worden slechts aanpassingen van redactionele aard doorgevoerd.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk