Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatsblad 2013, 70Wet

Wet van 28 januari 2013 tot wijziging van onder meer de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet studiefinanciering 2000 in verband met het intrekken van de langstudeerdersmaatregel

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de langstudeerdersmaatregel af te schaffen en de gevolgen van deze maatregel met terugwerkende kracht teniet te doen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek wordt als volgt gewijzigd:

A

In het eerste en vierde lid van artikel 6.7 vervalt telkens de zinsnede «volgens het basistarief» en wordt telkens de zinsnede «op grond van artikel 7.45, zevende lid» vervangen door «op grond van artikel 7.45, vijfde lid»

B

In het eerste lid van artikel 7.43 wordt de zinsnede «bedoeld in de artikelen 7.45 tot en met 7.45b» vervangen door «bedoeld in de artikelen 7.45 en 7.45a» en wordt de zinsnede «bedoeld in artikel 7.45c» vervangen door «bedoeld in artikel 7.45b».

C

Artikel 7.45 komt te luiden:

Artikel 7.45. Hoogte wettelijk collegegeld

  • 1. De hoogte van het volledige wettelijke collegegeld wordt bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld.

  • 2. De hoogte van het gedeeltelijke wettelijke collegegeld wordt door het instellingsbestuur vastgesteld en is gelegen tussen een minimum- en een maximumbedrag. Deze bedragen worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgesteld.

  • 3. Het gedeeltelijke wettelijke collegegeld bedraagt niet meer dan het volledige wettelijke collegegeld.

  • 4. Het instellingsbestuur informeert Onze minister over de hoogte van het bedrag dat het instellingsbestuur op grond van het tweede lid heeft vastgesteld.

  • 5. De bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden jaarlijks volgens de consumentenprijsindex geïndexeerd, op de wijze bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald.

D

In artikel 7.45a, vijfde lid, wordt «artikel 7.45, derde lid» vervangen door: artikel 7.45, tweede lid.

E

Artikel 7.45b vervalt.

F

Artikel 7.45c wordt als volgt gewijzigd:

1. Het artikel wordt vernummerd tot artikel 7.45b.

2. In het eerste en tweede lid vervalt telkens de zinsnede: «volgens het basistarief».

G

In het derde lid van artikel 7.46 vervalt de zinsnede «volgens het basistarief».

H

Artikel 7.48 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het zesde lid wordt de zinsnede «als bedoeld in artikel 7.45c, eerste lid» vervangen door: als bedoeld in artikel 7.45b, eerste lid.

2. In het zevende lid wordt de zinsnede «als bedoeld in de artikelen 7.45, 7.45a, 7.45b en 7.46» vervangen door: als bedoeld in de artikelen 7.45, 7.45a en 7.46.

I

Artikel 7.49 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt de zinsnede «volgens het basistarief».

2. In het vierde lid wordt «artikel 7.45, zevende lid» vervangen door: artikel 7.45, vijfde lid.

J

Artikel 7.51 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vervanging van «, of» aan het einde van onderdeel e, van het eerste lid, door een punt, vervalt onderdeel f.

2. In het tweede lid wordt de zinsnede «onderdelen b, c en f» vervangen door: onderdelen b en c.

3. In het vierde lid vervallen de tweede en zesde volzin.

K

In artikel 15.2, onderdeel b, wordt de zinsnede «artikel 7.45, derde lid» vervangen door: artikel 7.45, tweede lid.

L

Artikel 18.78 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift bij artikel 18.78 komt te luiden:

Vaststelling bedragen volledig wettelijk collegegeld 2011–2012

2. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. In afwijking van artikel 7.45, tweede lid, zoals dat luidde op 1 september 2011, wordt voor het studiejaar 2011–2012 het bedrag van het volledige wettelijke collegegeld bij wet vastgesteld.

3. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt volgens het basistarief voor het studiejaar 2011–2012 1713 euro.

4. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt volgens het verhoogde tarief voor het studiejaar 2011–2012 1713 euro.

5. Het vierde lid en vijfde lid vervallen.

M

Artikel 18.79 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift bij artikel 18.79 komt te luiden:

Vaststelling bedragen gedeeltelijk wettelijk collegegeld 2011–2012

2. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. In afwijking van artikel 7.45, derde lid, zoals dat luidde op 1 september 2011, wordt voor het studiejaar 2011–2012 het bedrag van het minimum- en maximumbedrag van het gedeeltelijke wettelijke collegegeld bij wet vastgesteld.

3. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Het minimumbedrag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt volgens het basistarief voor het studiejaar 2011–2012 961 euro.

4. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. Het maximumbedrag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt volgens het basistarief voor het studiejaar 2011–2012 1713 euro.

5. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Het minimumbedrag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt volgens het verhoogde tarief voor het studiejaar 2011–2012 961 euro.

5. Het vijfde lid komt te luiden:

  • 5. Het maximumbedrag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt volgens het verhoogde tarief voor het studiejaar 2011–2012 1713 euro.

6. Het zesde en zevende lid vervallen.

N

Artikel 18.80 vervalt.

O

Na artikel 18.80 wordt een nieuwe titel ingevoegd, luidende:

TITEL 14. WET VAN 28 JANUARI 2013 (STB. 70)

Artikel 18.81. Vaststelling bedragen volledig wettelijk collegegeld volgens basistarief en verhoogd tarief 2012–2013
  • 1. In afwijking van artikel 7.45, tweede lid, zoals dat luidde op 1 september 2011, wordt voor het studiejaar 2012–2013 het bedrag van het volledige wettelijke collegegeld bij wet vastgesteld.

  • 2. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt volgens het basistarief voor het studiejaar 2012–2013 1771 euro.

  • 3. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt volgens het verhoogde tarief voor het studiejaar 2012–2013 1771 euro.

Artikel 18.82. Vaststelling bedragen gedeeltelijk wettelijk collegegeld volgens basistarief en verhoogd tarief 2012–2013
  • 1. In afwijking van artikel 7.45, derde lid, zoals dat luidde op 1 september 2011, wordt voor het studiejaar 2012–2013 het minimum- en maximumbedrag van het gedeeltelijke wettelijke collegegeld bij wet vastgesteld.

  • 2. Het minimumbedrag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt volgens het basistarief voor het studiejaar 2012–2013 1003 euro.

  • 3. Het maximumbedrag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt volgens het basistarief voor het studiejaar 2012–2013 1771 euro.

  • 4. Het minimumbedrag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt volgens het verhoogde tarief voor het studiejaar 2012–2013 1003 euro.

  • 5. Het maximumbedrag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt volgens het verhoogde tarief voor het studiejaar 2012–2013 1771 euro.

Artikel 18.83. Vaststelling bedrag van het wettelijke collegegeld na inwerkingtreding van de Wet van 28 januari 2013 (Stb. 70)
  • 1. In afwijking van artikel 7.45, eerste lid, wordt voor het studiejaar 2012–2013 het bedrag van het volledige wettelijke collegegeld bij wet vastgesteld. Het volledige wettelijke collegegeld bedraagt voor het studiejaar 2012–2013 euro 1771.

  • 2. In afwijking van artikel 7.45, tweede lid, tweede volzin, wordt voor het studiejaar 2012–2013 het minimum- en maximumbedrag van het gedeeltelijke wettelijke collegegeld bij wet vastgesteld. Voor het studiejaar 2012–2013 bedraagt het gedeeltelijk wettelijke collegegeld minimaal euro 1003 en maximaal euro 1771.

Artikel 18.84. Profileringsfonds voor langstudeerders

Het instellingsbestuur dat voorzieningen heeft getroffen voor studenten op grond van artikel 7.51, eerste lid, onderdeel f, of vierde lid, tweede volzin, stelt regels vast met betrekking tot de afhandeling van de wederzijdse financiële verplichtingen ten aanzien van de opslag, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, tweede volzin, van de wet zoals deze luidde op 1 september 2011.

ARTIKEL II

De Wet studiefinanciering 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

1. In het tweede en derde lid van artikel 3.16a vervalt telkens de zinsnede «volgens het basistarief».

2. Na het derde lid wordt een nieuw vierde lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de aanvraag, toekenning, betaling en andere uitvoeringsaspecten van het collegegeldkrediet.

B

Artikel 12.1a0 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsnede «voor het studiejaar 2011–2012, 2012–2013 of 2013–2014» wordt vervangen door: voor het studiejaar 2011–2012 en 2012–2013.

2. In onderdeel c van het tweede lid wordt na de zinsnede «op grond van artikel 7.45b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek» toegevoegd: zoals dat luidde op 1 september 2011.

3. In het derde lid wordt na de zinsnede «bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek» toegevoegd: zoals dat luidde op 1 september 2011.

4. In het vijfde lid wordt de zinsnede «de artikelen 7.1 en 7.3» vervangen door: de artikelen 7.1, 7.3 en 12.10a1.

C

Na artikel 12.10a wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 12.10a1 langstudeerders geen rente verschuldigd

In afwijking van artikel 6.4 wordt er geen rente berekend over collegegeldkrediet ten behoeve van de opslag, als bedoeld in artikel 7.45, eerste lid van de WHW, zoals dat luidde op 1 september 2011, indien het daarvoor geleende bedrag vóór 1 maart 2013 wordt teruggestort.

ARTIKEL III

In artikel 9, eerste lid, van de Experimentenwet vooropleidingseisen, selectie en collegegeldheffing vervalt de zinsnede «volgens het basistarief».

ARTIKEL IV

  • 1. Deze wet treedt, met uitzondering van artikel I, onderdelen L, M en O, artikelen 18.81 en 18.82, in werking op 1 januari 2013.

  • 2. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2012, treedt zij, met uitzondering van artikel I, onderdelen L, M, en O, artikelen 18.81 en 18.82, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

  • 3. Artikel I, onderdelen L en M, treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij worden geplaatst en werken terug tot en met 1 september 2011.

  • 4. Artikel I, onderdeel O, artikelen 18.81 en 18.82 treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werken terug tot en met 1 september 2012.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te’s-Gravenhage, 28 januari 2013

Beatrix

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

Uitgegeven de zevenentwintigste februari 2013

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 33 452