Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van FinanciënStaatsblad 2013, 525AMvB

Besluit van 4 december 2013 tot wijziging van het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft en het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector ter uitvoering van richtlijn 2011/89/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 houdende wijziging van de Richtlijnen 98/78/EG, 2002/87/EG, 2006/48/EG en 2009/138/EG betreffende het aanvullende toezicht op financiële entiteiten in een financieel conglomeraat (PbEU 2011, L 326)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 9 oktober 2013, FM/2013/1786 M, directie Financiële Markten;

Gelet op de artikelen 1:80, tweede lid, 1:81, eerste lid, 3:269a, tweede lid, 3:285, eerste lid, 3:286, eerste lid, en 3:296, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 15 november 2013, no. W06.13.0370/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 29 november 2013, FM/2013/2050 U;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft wordt als volgt gewijzigd:

A

Het opschrift van hoofdstuk 1 komt te luiden:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

B

In hoofdstuk 1 wordt na artikel 2 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2a

  • 1. Een onderneming als bedoeld in artikel 3:269a, eerste lid, van de wet, beschikt over:

    • a. adequate procedures met betrekking tot de kapitaaltoereikendheid om alle bestaande materiële risico’s te bepalen en te meten en het eigen vermogen naar behoren af te stemmen op de risico’s;

    • b. gedegen rapportage- en jaarrekeningsystemen, met het oog op de bepaling, meting, bewaking en beheersing van de intragroepsovereenkomsten en -posities en de risicoconcentratie.

  • 2. De onderneming beschikt tevens met het oog op het risicobeheer, bedoeld in artikel 3:269a, eerste lid, onderdeel a, van de wet, over:

    • a. een gedegen bestuur en beheer, waarin is voorzien in goedkeuring en periodieke evaluatie van de strategieën en het beleid door de passende bestuursorganen op het niveau van het financiële conglomeraat met betrekking tot alle risico’s die zij aangaan;

    • b. een adequaat kapitaaltoereikendheidsbeleid om te anticiperen op de gevolgen van de bedrijfsstrategie van de gereglementeerde entiteiten in het financieel conglomeraat voor het risicoprofiel en de kapitaaltoereikendheid, bedoeld in artikel 3:296 van de wet;

    • c. adequate procedures om te waarborgen dat de risicobewakingssystemen van de gereglementeerde entiteiten in het financieel conglomeraat goed geïntegreerd zijn in hun organisatie en dat alle maatregelen zijn genomen om te waarborgen dat de systemen die worden toegepast in alle ondernemingen die onder het aanvullende toezicht vallen met elkaar in overeenstemming zijn, zodat de risico’s op het niveau van het financiële conglomeraat kunnen worden gemeten, bewaakt en beheerst.

C

Het opschrift van hoofdstuk 3 komt te luiden:

Hoofdstuk 3. Aanvullend toezicht op Nederlandse herverzekeraars, levensverzekeraars en schadeverzekeraars in een verzekeringsgroep.

D

Artikel 6, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. De verzekeraar neemt bij de berekening van de aangepaste solvabiliteit in aanmerking:

    • a. de overeenkomstig de wet berekende solvabiliteit van met hem verbonden beheerders van beleggingsinstellingen die een vergunning als bedoeld in artikel 2:65, onderdeel a, van de wet hebben dan wel met hem verbonden beheerders van icbe’s die een vergunning als bedoeld in artikel 2:69b, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, van de wet hebben;

    • b. de overeenkomstig de wet berekende solvabiliteit van met hem verbonden beheerders met zetel in het buitenland die, indien zij in Nederland hun zetel zouden hebben, beheerder van een beleggingsinstelling zouden zijn waaraan een vergunning ingevolge artikel 2:65, onderdeel a, van de wet zou kunnen worden verleend, dan wel beheerder van een icbe zouden zijn waaraan een vergunning ingevolge artikel 2:69b, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, van de wet zou kunnen worden verleend;

    • c. de overeenkomstig de wet berekende solvabiliteit van met hem verbonden betaaldienstverleners.

E

In artikel 13, tweede lid, onderdelen b en c, wordt «verzekeringsholding» telkens vervangen door: gemengde financiële holding, verzekeringsholding.

F

In artikel 15, eerste volzin, wordt «tussenliggende verzekeringsholding» telkens vervangen door: tussenliggende gemengde financiële holding of verzekeringsholding.

G

Het opschrift van afdeling 3.2 komt te luiden:

Afdeling 3.2. Aanvullend toezicht op herverzekeraars, levensverzekeraars en schadeverzekeraars die dochteronderneming zijn van een gemengde financiële holding, verzekeringsholding, een niet-Europese herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar

H

In artikel 21, derde lid, wordt «verzekeringsholding» vervangen door: gemengde financiële holding, verzekeringsholding.

I

Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «verzekeringsholding» vervangen door: gemengde financiële holding, verzekeringsholding.

2. In het tweede lid, onderdeel a, wordt «verzekeringsholding» vervangen door: gemengde financiële holding of verzekeringsholding.

J

In het opschrift van hoofdstuk 4 wordt «Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 3:296 tot en met 3:299 van de wet» vervangen door: Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 3:296 tot en met 3:298 van de wet.

K

In artikel 23, vierde lid, wordt «indien zij coördinator is als bedoeld in artikel 3:293 van de wet» vervangen door: indien zij coördinator is.

L

Artikel 25 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, eerste volzin, wordt «Indien de Nederlandsche Bank coördinator is als bedoeld in artikel 3:293 van de wet» vervangen door: Indien de Nederlandsche Bank coördinator is.

2. In het tweede lid, tweede volzin, wordt «indien zij coördinator is als bedoeld in artikel 3:293 van de wet» vervangen door: indien zij coördinator is.

M

Artikel 28 vervalt.

N

Bijlage B bij artikel 23, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de tekst behorende bij «Methode 1. Methode op basis van consolidatie van jaarrekeningen» wordt in punt ii «voor elke deelsector» telkens vervangen door «voor elke sector van de financiële sector, bedoeld in artikel 2, punt 8, van de richtlijn financiële conglomeraten», en wordt in de laatste alinea «uit de financiële marktsector» vervangen door: uit de financiële sector, bedoeld in artikel 2, punt 8, van de richtlijn financiële conglomeraten.

2. In de tekst behorende bij «Methode 2. Aftrek en aggregatie» wordt in punt i, ii, en de laatste alinea «de financiële marktsector» telkens vervangen door: de financiële sector, bedoeld in artikel 2, punt 8, van de richtlijn financiële conglomeraten.

3. De tekst vanaf «Methode 3. Aftrek van een vereiste» wordt vervangen door:

Methode 3. Combinatie van de methoden 1 en 2

Methode waarbij de kapitaaltoereikendheid van de gereglementeerde entiteiten in een financieel conglomeraat wordt berekend aan de hand van een combinatie van de methoden 1 en 2.

Bij de berekening van de kapitaaltoereikendheidsvereisten voor een financieel conglomeraat door middel van methode 1 worden het eigen vermogen en de solvabiliteitsvereisten van de groepsleden berekend door toepassing van de sectorale voorschriften met betrekking tot de vorm en de mate van de consolidatie die zijn neergelegd in met name de artikelen 133 en 134 van de herziene richtlijn banken en bijlage I, punt 1, onder B, van richtlijn nr. 98/78/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 oktober 1998 betreffende het aanvullend toezicht op verzekeringsondernemingen in een verzekeringsgroep (PbEG L 330).

Bij de berekening van de kapitaaltoereikendheidsvereisten voor een financieel conglomeraat door middel van methode 2 wordt rekening gehouden met het proportionele deel van de moederonderneming of onderneming die een deelneming in een ander groepslid bezit. Onder «proportioneel deel» wordt verstaan het gedeelte van het geplaatste kapitaal dat rechtstreeks of middellijk door deze onderneming wordt gehouden.

ARTIKEL II

Artikel 10 van het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector wordt als volgt gewijzigd:

1. In de tabel met betrekking tot de Wet op het financieel toezicht, Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen, wordt «3:74a, eerste, tweede en vierde lid» vervangen door: 3:74a, eerste, tweede, derde en vijfde lid.

2. In de tabel met betrekking tot de Wet op het financieel toezicht, Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen, wordt na «3:269, eerste en tweede lid» met de daarbij behorende boetecategorie ingevoegd «3:269a, derde lid» met de daarbij behorende boetecategorie «2».

3. In de tabel met betrekking tot de Wet op het financieel toezicht, Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen, wordt «3:299, derde lid» vervangen door: 3:299, eerste en tweede lid.

4. In de tabel met betrekking tot het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft wordt na «2» met de daarbij behorende boetecategorie ingevoegd «2a, eerste en tweede lid» met de daarbij behorende boetecategorie «2».

5. In de tabel met betrekking tot het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft vervalt «28, eerste lid en tweede lid» met de daarbij behorende boetecategorie.

ARTIKEL III

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

Wassenaar, 4 december 2013

Willem-Alexander

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem

Uitgegeven de dertiende december 2013

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

1. Inhoud van het besluit

De richtlijn 2011/89/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 houdende wijziging van de Richtlijnen 98/78/EG, 2002/87/EG, 2006/48/EG en 2009/138/EG betreffende het aanvullende toezicht op financiële entiteiten in een financieel conglomeraat (PbEU 2011, L 326), hierna: richtlijn fico I, beoogt de verschillende vormen van groepstoezicht op banken en verzekeraars beter op elkaar af te stemmen om zo overlap en lacunes te vermijden. Voor banken in een bancaire groep is er geconsolideerd toezicht, voor verzekeraars in een verzekeringsgroep aanvullend toezicht, en voor banken en verzekeraars in een financieel conglomeraat bestaan regels die onder andere beogen te voorkomen dat hetzelfde kapitaal binnen de groep meerdere malen wordt gebruikt ter dekking van de vereiste solvabiliteit (double gearing). Op grond van onder andere de oorspronkelijke richtlijn financiële conglomeraten1 was het mogelijk de groepsstructuur zo in te richten dat de toepassing van het ene regime het andere regime uitsloot. Omdat dit op onderdelen tot lacunes in het toezicht op financiële conglomeraten kon leiden, is deze situatie door de richtlijn fico I ongedaan gemaakt. Geconsolideerd toezicht op banken en aanvullend toezicht op verzekeraars is voortaan ook van toepassing op banken en verzekeraars die deel uitmaken van een financieel conglomeraat.

De richtlijn fico I is geïmplementeerd door middel van de Implementatiewet richtlijn financiële conglomeraten I. Een aantal bepalingen in de richtlijn maken het noodzakelijk twee algemene maatregelen van bestuur aan te passen. Het gaat om het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft en het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector. Het onderhavige besluit wijzigt deze twee besluiten om ze in overeenstemming te brengen met de richtlijn fico I.

2. Administratieve lasten

In de memorie van toelichting bij het voorstel voor de Implementatiewet richtlijn financiële conglomeraten I is aandacht besteed aan de uit de richtlijn voortvloeiende administratieve lasten en de nalevingskosten.2 De conclusie was dat de richtlijn slechts in zeer beperkte mate tot een toeneming van die lasten en kosten leidt. Het onderhavige besluit bevat, naast enige noodzakelijk geworden aanpassingen van opschriften en verwijzingen, een nadere uitwerking van enkele bepalingen in de implementatiewet. Ingevolge dit besluit kunnen financiële conglomeraten voor de berekening van de aangepaste kapitaaltoereikendheid niet langer de methode «Aftrek van een vereiste» toepassen. Een conglomeraat dat deze methode voorheen gebruikte zal dus een andere methode moeten kiezen en de systemen waarmee de kapitaaltoereikendheid wordt berekend en gerapporteerd moeten aanpassen. Dit brengt eenmalige nalevingskosten met zich. Voor de sector als geheel is de ongewijzigde conclusie dat de richtlijn, zoals geïmplementeerd door middel van de implementatiewet en het onderhavige implementatiebesluit, niet of nauwelijks tot een toeneming van administratieve lasten en overige nalevingskosten leidt.

3. Adviezen

Het conceptbesluit is door middel van internetconsultatie ter becommentariëring voorgelegd aan marktpartijen en andere belanghebbenden. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdelen A en B

De wijziging van het opschrift van hoofdstuk 1 van het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft heeft te maken met de verplaatsing van de inhoud van artikel 28 naar het nieuwe artikel 2a. Artikel 28 (oud) gaf uitvoering aan artikel 3:299 van de Wet op het financieel toezicht (Wft). De inhoud van artikel 3:299 is door de Implementatiewet richtlijn financiële conglomeraten I verplaatst naar artikel 3:269a, om tot uitdrukking te brengen dat het gaat om een voor alle richtlijngroepen geldend voorschrift. Om dezelfde reden hoort de inhoud van artikel 28 (oud) niet (meer) thuis in hoofdstuk 4 van het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft. Vandaar dat het artikel (2a) is verplaatst naar hoofdstuk 1.

Onderdeel C

Hoofdstuk 3 van het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft heeft, in overeenstemming met de richtlijn fico I, mede betrekking op herverzekeraars die deel uitmaken van een groep. Dit wordt in het opschrift van hoofdstuk 3 tot uitdrukking gebracht door de herverzekeraars daarin toe te voegen.

Onderdeel D

Dit onderdeel implementeert artikel 2, punt 23, van de richtlijn fico I betreffende artikel 30 bis van de richtlijn financiële conglomeraten. Ingevolge artikel 30 bis dienen beheerders van beleggingsinstellingen (richtlijnterm: beheerders van alternatieve beleggingsfondsen) in het kader van het groepstoezicht op dezelfde wijze te worden behandeld als beheerders van icbe’s. In artikel 6, tweede lid, wordt dit bereikt door beheerders van beleggingsinstellingen toe te voegen in de onderdelen a en b, zodat beide soorten beheerders in de aldaar bedoelde berekening worden betrokken.

Onderdelen E tot en met I

Deze onderdelen implementeren bijlage I bij de richtlijn fico I, betreffende wijzigingen van de bijlagen I en II bij richtlijn 98/78/EG (aanvullend toezicht op verzekeraars in een verzekeringsgroep)3. De aanpassingen hangen samen met het uitgangspunt van de richtlijn fico I dat de regels voor het aanvullend toezicht op verzekeraars in een verzekeringsgroep ook van toepassing zijn op verzekeraars die deel uitmaken van een financieel conglomeraat. Dit wordt bereikt door toevoeging van de gemengde financiële holding in de artikelen 13 en 15, in het opschrift van afdeling 3.2, en in de artikelen 21 en 22.

Onderdeel J

Het opschrift van hoofdstuk 4 van het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft is in overeenstemming gebracht met de aangepaste verwijzingen.

Onderdelen K en L

De aanwijzing, in voorkomend geval, van de Nederlandsche Bank (DNB) als coördinator, verantwoordelijk voor de coördinatie en uitvoering van het aanvullend toezicht op een financieel conglomeraat, wordt ingevolge de Implementatiewet richtlijn financiële conglomeraten I niet meer geregeld in artikel 3:293 van de Wft. In plaats daarvan is in artikel 1:1 van de Wft een definitie van coördinator opgenomen die naar de richtlijn financiële conglomeraten verwijst. Om die reden vervalt de verwijzing naar artikel 3:293 in artikel 23, vierde lid, en artikel 25, tweede lid, van het besluit.

Onderdeel M

De inhoud van artikel 28 is verplaatst naar het nieuwe artikel 2a (zie onderdeel B), zodat artikel 28 kan vervallen.

Onderdeel N

Onderdeel N implementeert artikel 2, punt 24, van de richtlijn financiële conglomeraten I. De aanpassingen in de punten 1 en 2 van onderdeel N hangen samen met het feit dat de voorheen in artikel 3:289 van de Wft opgenomen definities van de begrippen «deelsector» en «financiële marktsector» zijn vervallen. In bijlage B bij artikel 23 is daarom rechtstreeks naar de richtlijn financiële conglomeraten verwezen.

De aanpassing in punt 3 van onderdeel N houdt in dat de voorheen geldende methode 3, «Aftrek van een vereiste», niet langer is toegestaan (zie artikel 2, punt 24 en bijlage II, van de richtlijn fico I). Achtergrond daarvan is dat deze methode een geflatteerd beeld kan geven van de kapitaaltoereikendheid en daarom niet meer voldoende prudent wordt geacht. Dat betekent tevens dat methode 4, die bestond uit een combinatie van de methoden 1, 2 en 3, vervalt. In plaats daarvan komt de nieuwe methode 3, bestaande uit een combinatie van de methoden 1 en 2. Door het vervallen van methode 3 diende ook de laatste alinea van bijlage B hiermee in overeenstemming te worden gebracht.

Artikel II

Artikel 10 van het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector bevat een opsomming (tabel) van de voorschriften, gesteld in of krachtens de Wft, waarvan overtreding beboetbaar is gesteld, tezamen met de toepasselijke boetecategorie. De bedoelde tabel is in overeenstemming gebracht met de aanpassingen die voortvloeien uit de Implementatiewet richtlijn financiële conglomeraten I en met de aanpassingen in het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft ingevolge artikel I van het onderhavige besluit.

Nieuwe beboetbare voorschriften in de tabel met betrekking tot de Wft zijn artikel 3:74a, tweede lid, en artikel 3:299, eerste en tweede lid. In beide gevallen gaat het om de verplichting, voor banken en beleggingsondernemingen in een bankgroep respectievelijk voor de holding van een financieel conglomeraat, om informatie openbaar te maken over de juridische structuur, het bestuur en de organisatiestructuur van de groep. Dit is een belangrijke vernieuwing in de richtlijn fico I, waarbij indeling in boetecategorie 2 passend is.

Artikel III

De beoogde datum van inwerkingtreding van het besluit is 1 januari 2014. Dit vereist dat het voorstel voor de Implementatiewet financiële conglomeraten I dan tot wet is verheven en (in elk geval) artikel II van die wet op diezelfde datum in werking treedt. Aangezien de artikelen van de Implementatiewet niet alle op hetzelfde tijdstip in werking treden, voorziet artikel III in de mogelijkheid het tijdstip van inwerkingtreding zo nodig verschillend vast te stellen voor de verschillende onderdelen van het besluit.

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem

BIJLAGE: Transponeringstabel

Artikel I

Richtlijn

Onderdeel A

Onderdeel B

Onderdeel C

Onderdeel D

Artikel 2, punt 23

Onderdeel E

Artikel 2, punt 7

Bijlage I, onderdeel A 1

Onderdeel F

Artikel 2, punt 7

Bijlage I, onderdeel A 2

Onderdeel G

Artikel 2, punt 7

Bijlage I, onderdeel B 1

Onderdeel H

Artikel 2, punt 7

Bijlage I, onderdeel B 3

Onderdeel I

Artikel 2, punt 7

Bijlage I, onderdeel B 4

Onderdeel J

Onderdeel K

Onderdeel L

Onderdeel M

Onderdeel N

Artikel 2, punt 24

Bijlage II


X Noot
1

Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat (PbEU L 35).

X Noot
2

Kamerstukken II 2012/13, 33 575, nr. 3.

X Noot
3

Richtlijn 98/78/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 1998 betreffende het aanvullend toezicht op verzekeringsondernemingen en herverzekeringsondernemingen in een verzekerings- of herverzekeringsgroep (PbEG L 330).

XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt met de daarbijbehorende stukken openbaar gemaakt door publicatie in de Staatscourant.