Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatsblad 2013, 499Wet

Wet van 25 november 2013 inzake herziening van de Wet arbeid vreemdelingen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet arbeid vreemdelingen te herzien en aan te scherpen in verband met ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in bedrijven en versterking van de uitvoering en handhaving;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet arbeid vreemdelingen wordt als volgt gewijzigd:

0A

In artikel 3, eerste lid, onder c, wordt «bij algemene maatregel van bestuur» telkens vervangen door: bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.

A

Artikel 4 komt te luiden:

Artikel 4

  • 1. Het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is evenmin van toepassing met betrekking tot een vreemdeling die beschikt over een krachtens de Vreemdelingenwet 2000 afgegeven verblijfsvergunning, welke is voorzien van een aantekening van Onze Minister van Veiligheid en Justitie waaruit blijkt dat aan die vergunning geen beperkingen zijn verbonden voor het verrichten van arbeid.

  • 2. Een zodanige aantekening wordt afgegeven aan een vreemdeling:

    • a. die rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel 8, onder b of d, van de Vreemdelingenwet 2000;

    • b. die gedurende een ononderbroken tijdvak van vijf jaar heeft beschikt over een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 en die nadien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft gevestigd; of

    • c. die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie.

B

Artikel 5, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Onze Minister is bevoegd tot het afgeven en intrekken van tewerkstellingsvergunningen.

C

Na artikel 5 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5a

Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat voor bepaalde categorieën van werkzaamheden of, indien daarvoor een volkenrechtelijke verplichting bestaat, voor bepaalde categorieën van vreemdelingen een limiet aan het aantal te verlenen tewerkstellingsvergunningen wordt ingesteld.

D

Artikel 8 komt te luiden:

Artikel 8

  • 1. Een tewerkstellingsvergunning wordt geweigerd:

    • a. indien voor de desbetreffende arbeidsplaats prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt aanwezig is;

    • b. indien het een arbeidsplaats betreft waarvan de beschikbaarheid niet ten minste vijf weken voor het indienen van de aanvraag aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is gemeld;

    • c. indien de werkgever niet kan aantonen voldoende inspanningen te hebben gepleegd de arbeidsplaats door prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt te vervullen:

    • d. indien van de te vervullen arbeidsplaats de arbeidsvoorwaarden, arbeidsverhoudingen of arbeidsomstandigheden beneden het niveau liggen dat wettelijk is vereist of in de desbetreffende bedrijfstak gebruikelijk is;

    • e. indien het een vreemdeling betreft:

      • 1°. die niet beschikt over een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfsvergunning, noch een zodanige vergunning heeft aangevraagd, noch, voor zover ter verkrijging van een dergelijke vergunning vereist, een machtiging tot voorlopig verblijf heeft aangevraagd, dan wel

      • 2°. aan wie een verblijfsvergunning is geweigerd of wiens verblijfsvergunning is ingetrokken;

    • f. indien het een vreemdeling betreft, die met de desbetreffende arbeid over een periode van een maand niet ten minste een bedrag verdient gelijk aan het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;

    • g. indien het een arbeidsplaats betreft die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie van werkzaamheden, waarvan het niet in het Nederlands belang is deze door vreemdelingen te laten verrichten; of

    • h. indien het een categorie van werkzaamheden of van vreemdelingen betreft waarvoor overeenkomstig artikel 5a een limiet aan het aantal te verlenen tewerkstellingsvergunningen is gesteld, welke limiet is bereikt.

  • 2. Onder bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden is het eerste lid, onder a, b, c, f en h niet van toepassing op de vreemdeling die de toegang tot Nederland niet is geweigerd en door wie of ten behoeve van wie een asielaanvraag is ingediend en die ten bewijze daarvan door Onze Minister van Veiligheid en Justitie in het bezit is gesteld van een daartoe aangewezen document, en niet beschikt over een aantekening als bedoeld in artikel 4, eerste lid , van de wet, en die gelet op de verbetering van de kwaliteit van het verblijf van die vreemdeling arbeid mag verrichten.

  • 3. In door Onze Minister te bepalen gevallen kan:

    • a. in buitengewone omstandigheden worden afgeweken van het eerste lid, onder b;

    • b. ten behoeve van de bevordering van internationale handelscontacten of in het kader van de uitoefening van een geestelijke, godsdienstige of levensbeschouwelijke functie worden afgeweken van het eerste lid, onder a, b, c en f;

    • c. in het kader van scholing, opleiding, vrijwilligerswerk, internationale uitwisseling en andere internationale culturele contacten alsmede ten behoeve van vreemdelingen die beschikken over een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfsvergunning, worden afgeweken van het eerste lid, onder a, b, c, d en f; of

    • d. in afwijking van het eerste lid, onder b, een kortere termijn dan vijf weken gelden indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voor ommekomst van die termijn heeft vastgesteld dat er voor de desbetreffende arbeidsplaats geen prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt aanwezig is.

  • 4. De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

E

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. De onderdelen a, b en g, vervallen.

b. De onderdelen c tot en met f worden verletterd tot a tot en met d en de onderdelen h en i worden verletterd tot e en f.

c. Onder vervanging van de punt aan het slot van het onderdeel f door een puntkomma worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

  • g. indien de werkgever binnen een periode van vijf jaar direct voorafgaande aan de aanvraag voor een tewerkstellingsvergunning een bestuurlijke boete is opgelegd op grond van:

    • 1°. artikel 10:1 van de Arbeidstijdenwet;

    • 2°. artikel 33 van de Arbeidsomstandighedenwet;

    • 3°. artikel 18b van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;

    • 4°. artikel 18 van de Wet arbeid vreemdelingen; of

    • 5°. artikel 16 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs;

  • h. indien de werkgever binnen een periode van vijf jaar direct voorafgaande aan de aanvraag voor een tewerkstellingsvergunning is gestraft op grond van:

    • 1°. artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht;

    • 2°. artikel 11:3 van de Arbeidstijdenwet; of

    • 3°. artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet.

2. In het tweede lid, aanhef, wordt «onderdeel h,» vervangen door: onderdeel e,.

F

Artikel 10, onderdeel c, komt te luiden:

  • c. dat de overeenkomst tot het verrichten van arbeid schriftelijk wordt aangegaan en dat daarvan een afschrift ter beschikking wordt gesteld aan de vergunningverlenende instantie;.

G

Artikel 11 komt te luiden:

Artikel 11

  • 1. Een tewerkstellingsvergunning wordt voor ten hoogste een jaar verleend.

  • 2. Ten behoeve van tijdelijk werk wordt een tewerkstellingsvergunning voor ten hoogste vier en twintig weken verleend, indien de desbetreffende arbeid wordt verricht door een niet eerder toegelaten vreemdeling. Deze vreemdeling mag gedurende een periode van acht en twintig weken direct voorafgaande aan de tewerkstellingsvergunning niet over een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 hebben beschikt.

  • 3. In afwijking van het eerste lid wordt een tewerkstellingsvergunning die is verleend met toepassing van artikel 8, derde lid, onder 2° en 3°, voor ten hoogste drie jaar verleend.

H

Na artikel 12a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 12b

Een tewerkstellingsvergunning kan worden ingetrokken indien de werkgever binnen een periode van vijf jaar voorafgaand aan het moment waarop de vergunning wordt ingetrokken:

  • a. een bestuurlijke boete is opgelegd op grond van:

    • 1°. artikel 10:1 van de Arbeidstijdenwet;

    • 2°. artikel 33 van de Arbeidsomstandighedenwet;

    • 3°. artikel 18b van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;

    • 4°. artikel 18 van de Wet arbeid vreemdelingen; of

    • 5°. artikel 16 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs;

  • b. gestraft is op grond van:

    • 1°. artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht;

    • 2°. artikel 11:3 van de Arbeidstijdenwet; of

    • 3°. artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet.

I

Artikel 13 komt te luiden:

Artikel 13

Onverminderd de artikelen 12, eerste lid, 12a en 12b, kan intrekking van een tewerkstellingsvergunning slechts geschieden ingevolge:

  • a. het niet in acht nemen van een beperking waaronder de tewerkstellingsvergunning is verleend, of

  • b. het niet naleven van een aan de tewerkstellingsvergunning verbonden voorschrift.

J

In artikel 15 wordt onder vernummering van het derde en vierde lid tot het vierde en vijfde lid een lid ingevoegd, luidende:

  • 3. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, om een afschrift van het document te verstrekken, aan de andere werkgever is niet van toepassing, indien de vreemdeling die onderdaan is van een lidstaat van de Europese Unie, dan wel de Europese Economische Ruimte dan wel van Zwitserland, tenzij ten aanzien van de vreemdeling de artikelen 1 tot en met 5 van Verordening (EU) Nr. 492/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Unie (PbEU 2011, L 141) niet van toepassing zijn.

K

Artikel 20 vervalt.

L

Artikel 24 komt te luiden:

Artikel 24

De artikelen van deze wet zijn slechts op vreemdelingen die rechten ontlenen aan het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand gebracht wordt tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije of het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG/Turkije van toepassing, voor zover ze geen nieuwe beperkingen als bedoeld in artikel 41 van dat protocol en artikel 13 van dat besluit opleveren.

ARTIKEL II. SAMENLOOPBEPALING WET MODERN MIGRATIEBELEID

1. Indien de wet van 18 november 2010 tot aanpassing van de Wet arbeid vreemdelingen in verband met de introductie van de referent in de Vreemdelingenwet 2000 en verkorting van de wachttijd voor seizoenswerkers (Stb. 800) eerder in werking treedt dan deze wet, wordt artikel I van deze wet als volgt gewijzigd:

A

Onderdeel E komt te luiden:

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. De onderdelen a, b en g, vervallen.

b. De onderdelen c tot en met f worden verletterd tot a tot en met d en de onderdelen h tot en met k worden verletterd tot e tot en met h.

c. Onder vervanging van de punt aan het slot van het onderdeel h door een puntkomma worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

  • i. indien de werkgever binnen een periode van vijf jaar direct voorafgaande aan de aanvraag voor een tewerkstellingsvergunning een bestuurlijke boete is opgelegd op grond van:

    • 1°. artikel 10:1 van de Arbeidstijdenwet;

    • 2°. artikel 33 van de Arbeidsomstandighedenwet;

    • 3°. artikel 18b van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;

    • 4°. artikel 18 van de Wet arbeid vreemdelingen; of

    • 5°. artikel 16 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs;

  • j. indien de werkgever binnen een periode van vijf jaar direct voorafgaande aan de aanvraag voor een tewerkstellingsvergunning is gestraft op grond van:

    • 1°. artikel 273f, van het Wetboek van Strafrecht;

    • 2°. artikel 11:3 van de Arbeidstijdenwet; of

    • 3°. artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet.

2. In het tweede lid wordt «onderdeel h,» vervangen door: onderdeel e,.

B

In onderdeel G wordt in artikel 11, tweede lid, «acht en twintig» vervangen door: veertien.

ARTIKEL III

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te Wassenaar, 25 november 2013

Willem-Alexander

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

Uitgegeven de negende december 2013

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 33 475