Besluit van 17 mei 2013 tot vaststelling van de inwerkingtreding van enige onderdelen van de Wet van 28 maart 2013 tot wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de uitvoering van verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (Stb. 140)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 14 mei 2013, nr. IenM/BSK-2013/75833, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op artikel II van de Wet van 18 maart 2013 tot wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de uitvoering van verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (Stb. 140);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De onderdelen A, B, C, E, P, Q, U, V, en BB van de Wet 28 maart 2013 tot wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de uitvoering van verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (Stb. 140) treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Onze Minister van Infrastructuur en Milieu is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 17 mei 2013

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld

Uitgegeven de drieëntwintigste oktober 2013

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten

NOTA VAN TOELICHTING

Op 8 april jongstleden is verordening nr. 1178/2011 van de Commissie van 3 november 2011 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 311), de verordening inzake vliegend personeel ook wel de aircrew-verordening genoemd, van toepassing geworden in Nederland. Samen met verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG (PbEU L 79), de zogenaamde basisverordening van het Europees Agentschap voor de veiligheid in de luchtvaart (EASA), reguleert deze verordening een groot aantal bewijzen van bevoegdheid voor zowel cockpit- als cabinepersoneel. Met betrekking tot cockpitpersoneel wordt de verordening daar waar noodzakelijk via de hoofdstukken 2 en 11 van de Wet luchtvaart in de Nederlandse regelgeving uitgevoerd. De Wet luchtvaart kent echter geen bepalingen omtrent de brevettering van cabinepersoneel. De brevettering van dit personeel zal rechtstreeks op de verordening gebaseerd worden. Daarnaast wordt een aantal bepalingen in de Wet luchtvaart opgenomen die uitvoering, het toezicht en de handhaving van de regels omtrent cabinepersoneel vormgeven. Om dit mogelijk te maken treedt een aantal onderdelen van de Wet van 28 maart 2013 tot wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de uitvoering van verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (Stb. 140) in werking. Tot het moment dat de overige onderdelen van de wet in werking treden, blijven uitvoering, toezicht en handhaving voor de overige onderwerpen die bij of krachtens de basisverordening geregeld zijn, waaronder de brevettering van cockpitpersoneel, gebaseerd op de specifieke hoofdstukken van de Wet luchtvaart.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld

Naar boven