Besluit van 23 september 2013 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van het Besluit modern migratiebeleid, voor zover het betreft de toelating van vermogende vreemdelingen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 18 september 2013, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 427407;

Gelet op artikel XIV van het Besluit modern migratiebeleid;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

Met ingang van 1 oktober 2013 treden de volgende onderdelen van artikel I van het Besluit modern migratiebeleid in werking:

  • onderdeel H, onder 2, voor wat betreft de zinsnede «of vermogende vreemdeling» in artikel 3.4, eerste lid, onder b, van het Vreemdelingenbesluit 2000;

  • onderdeel CC;

  • onderdeel ZZ, voor wat betreft de zinsnede «of vermogende vreemdeling» in artikel 3.58, achtste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000.

Onze Minister van Veiligheid en Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 23 september 2013

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven

Uitgegeven de zevenentwintigste september 2013

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten

NOTA VAN TOELICHTING

Door dit inwerkingtredingsbesluit treedt de grondslag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verstrekken aan vermogende vreemdelingen in werking (artikel 3.29a Vreemdelingenbesluit 2000, zoals gewijzigd door het Besluit modern migratiebeleid). Hiermee treden de laatste nog niet in werking getreden onderdelen van het Besluit modern migratiebeleid in werking. Er wordt afgeweken van de vaste verandermomenten gelet op publieke voordelen van eerdere inwerkingtreding dan het eerstvolgende vaste verandermoment (Aanwijzing 174, vierde lid, onder a, Aanwijzingen voor de regelgeving). Op 1 oktober 2013 treedt tevens een wijziging van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 in werking waarmee uitvoering wordt gegeven aan het nieuwe artikel 3.29a, tweede lid, Vreemdelingenbesluit 2000, op grond waarvan bepaalde nadere regels kunnen worden gesteld over de toelating van vermogende vreemdelingen. Tot slot is van belang het Besluit van 20 september 2013 tot wijziging van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen in verband met de herziening van de Wet arbeid vreemdelingen Stb. 360). Dat besluit bevat – voor zover hier relevant – een vrijstelling van de tewerkstellingsvergunningsplicht voor werkgevers van vermogende vreemdelingen. Deze vrijstelling treedt eveneens in werking op 1 oktober 2013.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven

Naar boven