Besluit van 19 juni 2013 tot wijziging van het Besluit van 23 april 2012 (Stb. 2012, 217) in verband met examinering van de rekentoets als inspanningsverplichting in de invoeringsfase

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 23 april 2013, nr. WJZ/504458(10290), directie Wetgeving en Juridische Zaken, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken;

Gelet op artikel 29, vijfde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 22 mei 2013, nr. W05.13.011/I);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 14 juni 2013, nr. WJZ/520911(10290), directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I WIJZIGING VAN HET BESLUIT VAN 23 APRIL 2012 TOT WIJZIGING VAN HET EINDEXAMENBESLUIT VO, HET STAATSEXAMENBESLUIT VO EN HET EXAMEN- EN KWALIFICATIEBESLUIT BEROEPSOPLEIDINGEN WEB IN VERBAND MET EXAMINERING REFERENTIENIVEAUS NEDERLANDSE TAAL EN REKENEN VO EN MBO 2 EN 3 EN AANPASSING EXAMINERINGSVOORSCHRIFTEN VOOR MBO IN VERBAND MET DE BEROEPSGERICHTE KWALIFICATIESTRUCTUUR (Stb. 2012, 217)

Het Besluit van 23 april 2012 tot wijziging van het Eindexamenbesluit VO, het Staatsexamenbesluit VO en het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB in verband met examinering referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen VO en mbo 2 en 3 en aanpassing examineringsvoorschriften voor mbo in verband met de beroepsgerichte kwalificatiestructuur (Stb. 2012, 217) wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel VIII komt als volgt te luiden:

ARTIKEL VIII OVERGANGSRECHT EINDEXAMENBESLUIT VO

  • 1. In afwijking van artikel 49, eerste lid, van het Eindexamenbesluit VO en onverminderd artikel 49, tweede lid van het Eindexamenbesluit VO is in het schooljaar waarin de rekentoets wordt ingevoerd en het daarop volgende schooljaar de kandidaat die eindexamen van een leerweg in het vmbo heeft afgelegd geslaagd indien:

    • a. het rekenkundig gemiddelde van zijn bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is;

    • b. hij voor het vak Nederlandse taal als eindcijfer 5 of meer heeft behaald;

    • c. hij onverminderd onderdeel b:

      • 1°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 of meer en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald;

      • 2°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer waarvan ten minste één 7 of meer heeft behaald; of

      • 3°. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer waarvan ten minste één 7 of meer heeft behaald;

    • d. hij voor de vakken lichamelijke opvoeding en het kunstvak uit het gemeenschappelijk deel alsmede voor de maatschappelijke stage de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald;

    • e. als het een eindexamen gemengde of theoretische leerweg betreft: hij voor het sectorwerkstuk de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald; en

    • f. hij de rekentoets heeft afgelegd ongeacht het daarvoor behaalde eindcijfer.

  • 2. In afwijking van het eerste lid en artikel 49, eerste en derde lid, van het Eindexamenbesluit VO, is in het schooljaar waarin de rekentoets wordt ingevoerd en het daaropvolgende schooljaar de kandidaat die eindexamen van een leerweg in het vmbo heeft afgelegd ter afsluiting van een leerwerktraject als bedoeld in artikel 10b1 van de wet geslaagd indien hij:

    • a. voor het beroepsgerichte programma en voor het vak Nederlandse taal het eindcijfer 6 of meer heeft behaald; en

    • b. de rekentoets heeft afgelegd ongeacht het daarvoor behaalde eindcijfer.

    Indien de vakken waarin examen is afgelegd, tezamen een eindexamen vormen van de basisberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b van de wet, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing.

  • 3. In afwijking van artikel 50, eerste lid, van het Eindexamenbesluit VO en onverminderd artikel 50, tweede lid, van het Eindexamenbesluit VO is in het schooljaar waarin de rekentoets wordt ingevoerd en het daaropvolgende schooljaar de kandidaat die eindexamen vwo of havo heeft afgelegd geslaagd indien:

    • a. het rekenkundig gemiddelde van zijn bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is;

    • b. hij voor één van de vakken Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal en literatuur en voor zover van toepassing wiskunde A, wiskunde B of wiskunde C als eindcijfer 5 of meer heeft behaald en hij voor de andere vakken, genoemd in dit subonderdeel als eindcijfer 6 of meer heeft behaald;

    • c. hij onverminderd onderdeel b:

      • 1°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 of meer en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald;

      • 2°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt;

      • 3°. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt; of

      • 4°. voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld als eindcijfer 4 en voor één van deze vakken als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt;

    • d. hij voor geen van de onderdelen, genoemd in artikel 50, tweede lid, van het Eindexamenbesluit VO lager dan het eindcijfer 4 heeft behaald;

    • e. hij voor de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel van elk profiel alsmede voor de maatschappelijke stage, de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald; en

    • f. hij de rekentoets heeft afgelegd ongeacht het daarvoor behaalde eindcijfer.

  • 4. Voor een kandidaat voor wie de wijziging op grond van artikel II, onderdeel E, vierde en vijfde lid, van het Besluit van 19 augustus 2010 tot wijziging van het Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 2000 en het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. in verband met aanscherping van de slaag/zakregeling in het voortgezet onderwijs (Stb. 2010, 332), nog niet van toepassing is, geldt dat hij in het schooljaar 2015–2016, onverminderd de overige bepalingen van artikel 50 van het Eindexamenbesluit VO, geslaagd is voor het eindexamen, indien hij voor de rekentoets ten minste één vijf of meer heeft behaald.

  • 5. Indien de kandidaat op grond van artikel 59 van het Eindexamenbesluit VO met het afleggen van het gespreid centraal examen is aangevangen:

    • a. in het schooljaar voorafgaand aan de invoering van de rekentoets: is het eerste lid, onder b, niet van toepassing op zijn eindexamen;

    • b. in het schooljaar volgende op het schooljaar waarin de rekentoets is ingevoerd: is in afwijking van het eerste lid in de twee opvolgende schooljaren na het het schooljaar waarin de rekentoets is ingevoerd het overgangsrecht in dit artikel van toepassing op zijn eindexamen.

  • 6. In afwijking van het derde lid of artikel 50, eerste lid, van het Eindexamenbesluit VO is het niet afleggen van de maatschappelijke stage als bedoeld in artikel 6f, van de Wet op het voortgezet onderwijs, voor kandidaten waarvoor het Besluit van 14 juni 2011 tot wijziging van onder meer het Inrichtingsbesluit WVO en het Eindexamenbesluit VO in verband met de invoering van een maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs (Stb. 2011, 401) op grond van artikel VI van dat besluit niet van toepassing is, niet van invloed op het slagen voor het eindexamen havo of vwo.

B

Artikel IX komt als volgt te luiden:

ARTIKEL IX OVERGANGSRECHT STAATSEXAMENBESLUIT VO

  • 1. In afwijking van artikel 26, eerste lid, van het Staatsexamenbesluit VO is in het schooljaar waarin de rekentoets wordt ingevoerd en het daaropvolgende schooljaar de kandidaat die eindexamen van een leerweg in het vmbo heeft afgelegd geslaagd indien:

    • a. het rekenkundig gemiddelde van zijn bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is;

    • b. hij voor het vak Nederlandse taal als eindcijfer 5 of meer heeft behaald;

    • c. hij onverminderd onderdeel b:

      • 1°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 of meer en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald;

      • 2°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer waarvan ten minste één 7 of meer heeft behaald; of

      • 3°. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer waarvan ten minste één 7 of meer heeft behaald;

    • d. als het een staatsexamen gemengde of theoretische leerweg betreft: hij voor het sectorwerkstuk de kwalificatie «voldoende» of «goed» heeft behaald; en

    • e. hij de rekentoets heeft afgelegd ongeacht het daarvoor behaalde eindcijfer.

  • 2. In afwijking van artikel 26a, eerste lid, van het Staatsexamenbesluit VO en onverminderd artikel 26a, tweede en derde lid, van het Staatsexamenbesluit VO is in het schooljaar waarin de rekentoets wordt ingevoerd en het daaropvolgende schooljaar de kandidaat die eindexamen havo of vwo heeft afgelegd geslaagd indien:

    • a. het rekenkundig gemiddelde van zijn bij het centraal examen behaalde cijfers ten minste 5,5 is;

    • b. hij voor één van de vakken Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal en literatuur en voor zover van toepassing wiskunde A, wiskunde B of wiskunde C als eindcijfer 5 of meer heeft behaald en hij voor het andere vak dan wel vakken, genoemd in dit onderdeel als eindcijfer 6 of meer heeft behaald;

    • c. hij onverminderd onderdeel b:

      • 1°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 of meer en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald;

      • 2°. voor één van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt; of

      • 3°. voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald dan wel voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld als eindcijfer 4 en voor één van deze vakken als eindcijfer 5 heeft behaald, en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers ten minste 6,0 bedraagt;

    • d. hij de rekentoets heeft afgelegd ongeacht het behaalde eindcijfer; en

    • e. hij voor geen van de onderdelen, genoemd in artikel 26a, tweede lid, lager dan het cijfer 4 heeft behaald.

  • 3. Voor een kandidaat voor wie de wijziging op grond artikel I, onderdeel D, onderdelen 4 en 5 van het Besluit van 19 augustus 2010 tot wijziging van het Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 2000 en het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. in verband met aanscherping van de slaag/zakregeling in het voortgezet onderwijs (Stb. 2010, 332), nog niet van toepassing is, geldt dat hij in het schooljaar 2015–2016, onverminderd de overige bepalingen van artikel 26a van het Staatsexamenbesluit VO, geslaagd is voor het eindexamen, indien hij voor de rekentoets ten minste één vijf of meer heeft behaald.

ARTIKEL II WIJZIGING VAN HET BESLUIT VAN 19 AUGUSTUS 2010 TOT WIJZIGING VAN HET BESLUIT STAATSEXAMENS VWO-HAVO-MAVO 2000 EN HET EINDEXAMENBESLUIT V.W.O.-H.A.V.O.-M.A.V.O.-V.B.O. IN VERBAND MET AANSCHERPING VAN DE SLAAG/ZAKREGELING IN HET VOORTGEZET ONDERWIJS (STB. 2010, 332)

In de aanhef van het eerste lid van artikel III van het Besluit van 19 augustus 2010 tot wijziging van het Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 2000 en het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. in verband met aanscherping van de slaag/zakregeling in het voortgezet onderwijs (Stb. 2010, 332) wordt «het vierde jaar na inwerkingtreding van die wijzigingen» vervangen door: het schooljaar 2016–2017.

ARTIKEL III INWERKINGTREDING

Dit besluit treedt inwerking met ingang van 31 juli 2013.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

Wassenaar, 19 juni 2013

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

Uitgegeven de negende juli 2013

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

Deze nota van toelichting wordt mede gegeven namens de staatssecretaris van Economische Zaken.

1. Inleiding

Dit wijzigingsbesluit regelt dat in de twee invoeringsjaren (2013–2014 en 2014–2015) van de rekentoets een examenkandidaat met het voldoen aan de inspanningsverplichting voor de rekentoets kan slagen voor het eind- of staatsexamen.

In het «Besluit van 23 april 2012 tot wijziging van het Eindexamenbesluit VO, het Staatsexamenbesluit VO en het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB in verband met examinering referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen VO en mbo 2 en 3 en aanpassing examineringsvoorschriften voor mbo in verband met de beroepsgerichte kwalificatiestructuur (Stb. 2012, 217)» wordt uitgegaan van het opnemen van de rekentoets in de uitslagregel. De uitslagregeling is een bepaling in het Eindexamenbesluit VO (artikelen 49 en 50) en het Staatsexamenbesluit VO (artikelen 26 en 26a) waarin eisen zijn gesteld waaraan een leerling moet voldoen om te kunnen slagen voor een vo-eindexamen. In het overgangsrecht bij deze uitslagbepalingen geldt een resultaatsverplichting waarbij in de eerste twee invoeringsjaren ten minste het cijfer vijf moet worden gehaald voor de rekentoets om te kunnen slagen voor het eindexamen.

Om na te gaan of het tijdpad van de invoering van de rekentoets reëel is, worden pilots gehouden. In het voorjaar 2012 is er een pilot gehouden onder een derde van alle scholen. Van 50.000 leerlingen zijn afnamegegevens bekend. Hieruit blijkt dat de prestaties mager zijn. Zo haalde slechts 16% van de vmbo-bb’ers en 28% van de havisten het vereiste niveau. Uit onderzoek blijkt dat ook de scholen volop bezig zijn met de intensivering van het taal- en rekenonderwijs: veel scholen nemen inmiddels instap- en voortgangstoetsen af, ze geven meer aandacht aan zwakke leerlingen en er worden extra lesuren geprogrammeerd. Tegelijkertijd geven veel scholen aan dat zij zich in een voorbereidend stadium bevinden.

Scholen krijgen extra tijd om het rekenonderwijs op orde te krijgen. Het ambitieniveau wordt echter vastgehouden. Het streven is dat zoveel mogelijk leerlingen de vereiste niveaus halen. Van scholen worden daarvoor stevige inspanningen verwacht. Zij worden daarbij inhoudelijk ondersteund door de steunpunten taal en rekenen en SLO. Daarnaast ontvangen scholen financiële middelen voor het versterken van taal- en rekenonderwijs. In het actieplan beter presteren vo is aandacht voor de kernvakken en via de prestatiebox zijn hier aanvullende middelen verbonden. Ook de Inspectie van het Onderwijs zal de komende jaren toezien op de wijze waarop scholen uitvoering geven aan de implementatie en achterstanden in taal en rekenen bestrijden.

2. Aanpassing van het overgangsrecht van de rekentoets in het voortgezet onderwijs

Om de in de inleiding genoemde de reden wordt het overgangsrecht van het genoemde wijzigingsbesluit aangepast. In plaats van een resultaatverplichting zal sprake zijn van een inspanningsverplichting. De rekentoets is bij de eerste twee invoeringsjaren (2013–2014 en 2014–2015) een verplicht onderdeel van het eindexamen vo en het staatsexamen vo. De eis dat de kandidaat voor de rekentoets ten minste het cijfer vijf moet hebben behaald om te kunnen slagen voor het Eind- of Staatsexamen in het vmbo, havo of vwo wordt echter vervangen door de eis dat de kandidaat de rekentoets moet hebben afgelegd, ongeacht het eindcijfer dat de kandidaat voor de rekentoets heeft behaald. Voor de rekentoets geldt daarmee bij de twee invoeringsjaren een inspanningsverplichting in plaats van een resultaatsverplichting. Deze inspanningsverplichting geldt in eerste instantie voor de leerling: om te slagen moet de rekentoets zijn afgelegd. Tegelijkertijd wordt van de school verwacht dat de leerling adequaat voorbereid wordt op de rekentoets.

De resultaatsverplichting, zoals deze in artikelen 49 en 50 van het Eindexamenbesluit VO en artikel 26 en 26a van het Staatsexamenbesluit VO geregeld zijn, gaat voor de rekentoets in vanaf het schooljaar 2015–2016.

3. Caribisch Nederland

De gevolgen voor Caribisch Nederland zijn beperkt. De rekentoets wordt daar gefaseerd ingevoerd: per schooljaar 2014–2015 voor vmbo, schooljaar 2015–2016 voor havo en schooljaar 2016–2017 voor vwo. Dat betekent dat in schooljaar 2014–2015 de rekentoets voor vmbo verplicht wordt ingevoerd maar, in afwijking van de oorspronkelijke planning, de leerling niet kan zakken vanwege een laag cijfer. Voor havo en vwo heeft het voorliggende besluit geen invloed op de planning.

4. Uitvoeringsgevolgen

De Dienst Uitvoering Onderwijs wijst op de gevolgen van de maatregel op haar systemen en acht de noodzakelijke wijzigingen uitvoerbaar. De Inspectie wijst erop dat de nieuwe uitslagbepaling meegenomen wordt in het reguliere toezicht.

5. Internetconsultatie

Er is wisselend gereageerd op het besluit. Enerzijds is er steun voor de maatregel en worden er zorgen uitgesproken over dyscalculie. Anderzijds wordt er ook aangegeven dat het nu langer zal duren voordat het rekenniveau op orde is.

6. Administratieve lasten

Omdat scholen de betreffende gegevens al registreren, zullen de beoogde wijzigingen in de regelgeving geen extra informatieverplichtingen aan de overheid tot gevolg hebben.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I

Om de rekentoets in het schooljaar vanaf invoering en het daarop volgende schooljaar niet mee te laten tellen in de uitslagregeling, zijn artikel VIII en artikel IX van het «Besluit van 23 april 2012 tot wijziging van het Eindexamenbesluit VO, het Staatsexamenbesluit VO en het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB in verband met examinering referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen VO en mbo 2 en 3 en aanpassing examineringsvoorschriften voor mbo in verband met de beroepsgerichte kwalificatiestructuur (Stb. 2012, 217)», aangepast. Deze artikelen betreffen het overgangsrecht tot invoering van de rekentoets in het Eindexamenbesluit VO en het Staatsexamenbesluit VO. De eis dat de kandidaat voor de rekentoets ten minste het cijfer vijf moet hebben behaald om te kunnen slagen voor het Eind- of Staatsexamen in het vmbo, havo of vwo is vervangen door de eis dat de kandidaat de rekentoets moet hebben afgelegd, ongeacht het eindcijfer dat de kandidaat voor de rekentoets heeft behaald.

De rekentoets gaat van het schooljaar 2015–2016 onderdeel uitmaken van de kernvakkenregeling van artikel 50 van het Eindexamenbesluit VO en artikel 26a van het Staatsexamenbesluit VO. Het vierde lid van artikel VIII en het derde lid van artikel IV regelt dat een kandidaat die behoort tot een van de categorieën van het overgangsrecht (artikel III) van het «Besluit van 19 augustus 2010 tot wijziging van het Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 2000 en het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. in verband met aanscherping van de slaag/zakregeling in het voortgezet onderwijs» (Stb. 2010, 332), en waarop de kernvakkenregeling nog niet van toepassing is, in het schooljaar 2015–2016, ten minste het cijfer vijf moet behalen voor de rekentoets om te kunnen slagen voor het eind- of staatsexamen.

Een kandidaat die op grond van artikel 59 van het Eindexamenbesluit VO gespreid vmbo-eindexamen doet in de schooljaren 2012–2013 en 2013–2014, wordt geconfronteerd met de eis dat voor het vak Nederlandse taal ten minste een vijf moet zijn behaald om te slagen voor het eindexamen (eerste lid, onder b). Tevens wordt bij de overgang van een inspanningsverplichting naar een resultaatsverplichting voor de rekentoets een kandidaat die in de schooljaren 2014–2015 en 2015–2016 gespreid examen doet geconfronteerd met een resultaatverplichting voor de rekentoets. Het vijfde lid regelt dat deze kandidaten in de schooljaren waarin het gespreid examen wordt afgelegd niet worden geconfronteerd met zwaardere eisen voor het bepalen van de uitslag van het eindexamen.

Artikel II

Met deze bepaling wordt verduidelijkt dat het schooljaar 2016–2017 het schooljaar is waarin de kernvakkenregeling (die in het schooljaar 2012–2013 in werking is getreden) van toepassing is op kandidaten die behoren tot een van de categorieën van het overgangsrecht (artikel III) van het «Besluit van 19 augustus 2010 tot wijziging van het Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 2000 en het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. in verband met aanscherping van de slaag/zakregeling in het voortgezet onderwijs» (Stb. 2010, 332).

In het overgangsrecht bij de uitslagregeling het Staatsexamenbesluit (artikel IX) is tevens de extra herkansing geschrapt, nu deze door de invoering van de inspanningsverplichting niet meer noodzakelijk is.

Artikel III

Dit besluit zal inwerking treden op 31 juli 2013. Deze datum volgt uit de planning van de invoering van de rekentoets in het Eindexamenbesluit VO en het Staatsexamenbesluit VO. Vanwege deze planning wordt afgeweken van de invoeringstermijn van twee maanden. De scholen zijn voorbereid op invoering van deze maatregel.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker


XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.

Naar boven