Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de vrijstelling van de
verboden in de Winkeltijdenwet meer aan gemeenten over te laten en daartoe die wet
te wijzigen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal,
hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Winkeltijdenwet wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 3 komt te luiden:
Artikel 3
-
1. De gemeenteraad kan bij verordening vrijstelling verlenen van de in artikel 2 vervatte
verboden.
-
2. De gemeenteraad kan bij verordening aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid
verlenen om in de gevallen, in de verordening aan te wijzen, en met inachtneming van
de daarin gestelde regels op daartoe strekkend verzoek ontheffing van de in het eerste
lid bedoelde verboden te verlenen.
-
3. De vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen worden verleend. Aan de
vrijstellingen en ontheffingen kunnen voorschriften worden verbonden.
B
De artikelen 4, 5 en 7 vervallen.
C
In artikel 8, eerste lid, aanhef, vervalt «, voor zover deze betrekking hebben op
werkdagen,».
D
In artikel 10 vervallen de aanduiding «1.» voor het eerste lid en het tweede lid.
ARTIKEL II
In artikel 1, onder 4°, van de Wet op de economische delicten wordt in de zinsnede
met betrekking tot de Winkeltijdenwet «de artikelen 2, 3, vijfde lid, 4, derde lid,
5, derde lid, 6, tweede lid, 7, derde lid, en 8, tweede lid;» vervangen door: de artikelen
2, 3, derde lid, 6, tweede lid, en 8, tweede lid;.
ARTIKEL IIA
Indien het bij koninklijke boodschap van 24 juli 2010 ingediende voorstel van wet
tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en aanverwante wetten met het oog
op enige verbeteringen en vereenvoudigingen van het bestuursprocesrecht (Wet aanpassing
bestuursprocesrecht) (Kamerstukken 32 450), tot wet is of wordt verheven en deel A, artikel I, onderdeel CCCCC, van die wet
eerder in werking treedt dan, onderscheidenlijk op dezelfde datum in werking treedt
als deze wet, wordt in deze wet na artikel I een artikel ingevoegd, luidende:
ARTIKEL IA
In artikel 4 van hoofdstuk 2 van bijlage 2 bij de Algemene wet bestuursrecht vervalt
in het onderdeel Winkeltijdenwet de zinsnede: , met inbegrip van een besluit inzake
de verlening van een vrijstelling op grond van artikel 3, derde lid, onder a, dat
kan worden aangemerkt als algemeen verbindend voorschrift als bedoeld in artikel 8:3,
eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
ARTIKEL IIB
Indien het bij koninklijke boodschap van 24 juli 2010 ingediende voorstel van wet
tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en aanverwante wetten met het oog
op enige verbeteringen en vereenvoudigingen van het bestuursprocesrecht (Wet aanpassing
bestuursprocesrecht) (Kamerstukken 32 450), tot wet is of wordt verheven en deel A, artikel I, onderdeel CCCCC, van die wet
later in werking treedt dan deze wet, dan vervalt in die wet in deel A, artikel I,
onderdeel CCCCC, bijlage 2, hoofdstuk 2, artikel 4, in het onderdeel Winkeltijdenwet de zinsnede: , met inbegrip van een besluit inzake de verlening van een vrijstelling
op grond van artikel 3, derde lid, onder a, dat kan worden aangemerkt als algemeen
verbindend voorschrift als bedoeld in artikel 8:3, eerste lid, van de Algemene wet
bestuursrecht.
ARTIKEL III
[VERVALLEN]
ARTIKEL IV
De Wet van 25 november 2010 tot wijziging van de Winkeltijdenwet met het oog op inkadering
van de bevoegdheid om vrijstelling te verlenen of een ontheffingsbevoegdheid toe te
kennen in verband met de toeristische aantrekkingskracht van een gemeente (Stb. 2010, nr. 796) wordt ingetrokken.
ARTIKEL V
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.