Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische ZakenStaatsblad 2013, 217Wet

Wet van 11 juni 2013 tot wijziging van de Winkeltijdenwet in verband met het verruimen van de bevoegdheid van gemeenten om vrijstelling te verlenen van de verboden met betrekking tot de zondag en een aantal feestdagen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de vrijstelling van de verboden in de Winkeltijdenwet meer aan gemeenten over te laten en daartoe die wet te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Winkeltijdenwet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3 komt te luiden:

Artikel 3

  • 1. De gemeenteraad kan bij verordening vrijstelling verlenen van de in artikel 2 vervatte verboden.

  • 2. De gemeenteraad kan bij verordening aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid verlenen om in de gevallen, in de verordening aan te wijzen, en met inachtneming van de daarin gestelde regels op daartoe strekkend verzoek ontheffing van de in het eerste lid bedoelde verboden te verlenen.

  • 3. De vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen worden verleend. Aan de vrijstellingen en ontheffingen kunnen voorschriften worden verbonden.

B

De artikelen 4, 5 en 7 vervallen.

C

In artikel 8, eerste lid, aanhef, vervalt «, voor zover deze betrekking hebben op werkdagen,».

D

In artikel 10 vervallen de aanduiding «1.» voor het eerste lid en het tweede lid.

ARTIKEL II

In artikel 1, onder 4°, van de Wet op de economische delicten wordt in de zinsnede met betrekking tot de Winkeltijdenwet «de artikelen 2, 3, vijfde lid, 4, derde lid, 5, derde lid, 6, tweede lid, 7, derde lid, en 8, tweede lid;» vervangen door: de artikelen 2, 3, derde lid, 6, tweede lid, en 8, tweede lid;.

ARTIKEL IIA

Indien het bij koninklijke boodschap van 24 juli 2010 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en aanverwante wetten met het oog op enige verbeteringen en vereenvoudigingen van het bestuursprocesrecht (Wet aanpassing bestuursprocesrecht) (Kamerstukken 32 450), tot wet is of wordt verheven en deel A, artikel I, onderdeel CCCCC, van die wet eerder in werking treedt dan, onderscheidenlijk op dezelfde datum in werking treedt als deze wet, wordt in deze wet na artikel I een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL IA

In artikel 4 van hoofdstuk 2 van bijlage 2 bij de Algemene wet bestuursrecht vervalt in het onderdeel Winkeltijdenwet de zinsnede: , met inbegrip van een besluit inzake de verlening van een vrijstelling op grond van artikel 3, derde lid, onder a, dat kan worden aangemerkt als algemeen verbindend voorschrift als bedoeld in artikel 8:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

ARTIKEL IIB

Indien het bij koninklijke boodschap van 24 juli 2010 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en aanverwante wetten met het oog op enige verbeteringen en vereenvoudigingen van het bestuursprocesrecht (Wet aanpassing bestuursprocesrecht) (Kamerstukken 32 450), tot wet is of wordt verheven en deel A, artikel I, onderdeel CCCCC, van die wet later in werking treedt dan deze wet, dan vervalt in die wet in deel A, artikel I, onderdeel CCCCC, bijlage 2, hoofdstuk 2, artikel 4, in het onderdeel Winkeltijdenwet de zinsnede: , met inbegrip van een besluit inzake de verlening van een vrijstelling op grond van artikel 3, derde lid, onder a, dat kan worden aangemerkt als algemeen verbindend voorschrift als bedoeld in artikel 8:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

ARTIKEL III

[VERVALLEN]

ARTIKEL IV

De Wet van 25 november 2010 tot wijziging van de Winkeltijdenwet met het oog op inkadering van de bevoegdheid om vrijstelling te verlenen of een ontheffingsbevoegdheid toe te kennen in verband met de toeristische aantrekkingskracht van een gemeente (Stb. 2010, nr. 796) wordt ingetrokken.

ARTIKEL V

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te Wassenaar, 11 juni 2013

Willem-Alexander

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

Uitgegeven de twintigste juni 2013

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 32 412