Wet van 11 april 2013 tot wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer en enkele andere wetten ten behoeve van de implementatie van richtlijn nr. 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging; herschikking; PbEU L 334)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is ter implementatie van een aantal artikelen van richtlijn nr. 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (PbEU L 334) enkele wijzigingen aan te brengen in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet ammoniak en veehouderij, de Wet milieubeheer, de Waterwet en de Wet op de economische delicten;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. De begripsbepaling «gpbv-installatie» vervalt.

b. In de alfabetische rangschikking wordt ingevoegd:

IPPC-installatie:

installatie voor industriële activiteiten als bedoeld in bijlage I van richtlijn nr. 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (PbEU L 334);.

2. In het derde en vierde lid wordt «gpbv-installatie» vervangen door: IPPC-installatie.

3. In het vierde lid wordt de zinsnede «richtlijn nr. 2008/1/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 januari 2008 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (PbEU L 24)» vervangen door: richtlijn nr. 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (PbEU L 334).

B

In de artikelen 2.7, tweede lid, 2.22, vijfde lid, en 3.16 wordt «gpbv-installatie» vervangen door: IPPC-installatie.

C

Aan artikel 2.30, eerste lid, wordt een volzin toegevoegd, luidende: Onder ontwikkelingen op het gebied van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu wordt mede verstaan de vaststelling van nieuwe of herziene conclusies over beste beschikbare technieken, overeenkomstig artikel 13, vijfde en zevende lid, van richtlijn nr. 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (PbEU L 334).

D

Na artikel 2.31 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2.31a

  • 1. Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 2.31, eerste lid, aanhef en onder b, verbindt het bevoegd gezag voor zover nodig voorschriften aan de omgevingsvergunning die strekken tot toepassing van andere technieken dan die waaromtrent ingevolge artikel 2.8, eerste lid, tweede volzin, in of bij de aanvraag om de vergunning gegevens of bescheiden zijn verstrekt.

  • 2. Indien het bevoegd gezag voornemens is toepassing te geven aan artikel 2.31, eerste lid, aanhef en onder b, verschaft de vergunninghouder desgevraagd aan het bevoegd gezag de gegevens die voor die toepassing noodzakelijk zijn.

ARTIKEL II

In de artikelen 1, eerste lid, en 3, derde lid, van de Wet ammoniak en veehouderij wordt «gpbv-installatie» vervangen door: IPPC-installatie.

ARTIKEL III

De Wet milieubeheer wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1.1 vervalt de begripsbepaling «EG-richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging».

B

Artikel 17.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsnede «om de gevolgen van die gebeurtenis te voorkomen» wordt vervangen door: om herhaling of de gevolgen van dat voorval te voorkomen.

2. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Indien door het voorval direct gevaar voor de menselijke gezondheid ontstaat of dreigt te ontstaan of onmiddellijke en aanmerkelijke gevolgen voor het milieu ontstaan of dreigen te ontstaan en zolang niet kan worden gewaarborgd dat door de getroffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid, of de aanvullende maatregelen, bedoeld in artikel 17.3, eerste lid, wordt voldaan aan de voorschriften verbonden aan een omgevingsvergunning voor de inrichting of aan de bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 8.40 voor de inrichting geldende regels, legt degene die de inrichting drijft de inrichting geheel of gedeeltelijk stil.

C

In artikel 17.2, tweede lid, onder e, wordt na «die» ingevoegd: zijn genomen of.

D

Artikel 17.3 komt te luiden:

Artikel 17.3

  • 1. Het bevoegde bestuursorgaan verplicht degene die de inrichting drijft alle passende aanvullende maatregelen te treffen, die redelijkerwijs nodig zijn om:

    • a. de gevolgen van het gemelde voorval voor het milieu te beperken,

    • b. herhaling van het gemelde voorval te voorkomen of

    • c. ervoor te zorgen dat wordt voldaan aan de voorschriften verbonden aan een omgevingsvergunning voor de inrichting of aan de bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 8.40 voor de inrichting geldende regels.

  • 2. Het bevoegde bestuursorgaan ziet erop toe dat de nodige gegevens worden verzameld om het voorval te analyseren en de oorzaken ervan te achterhalen.

  • 3. Om herhaling te voorkomen wijzigt het bevoegde bestuursorgaan zo nodig de omgevingsvergunning, doet het daarop gerichte aanbevelingen of, indien voor de inrichting regels gelden krachtens artikel 8.40, stelt het voorschriften in een beschikking. Van laatstbedoelde beschikking wordt mededeling gedaan door kennisgeving in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen.

  • 4. Met betrekking tot een beschikking tot wijziging van een omgevingsvergunning als bedoeld in het derde lid is artikel 3.15, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van overeenkomstige toepassing.

E

Na artikel 17.5d wordt een nieuwe titel ingevoegd, luidende:

TITEL 17.1B MAATREGELEN IN GEVAL VAN NIET-NALEVING

Artikel 17.5e

Titel 17.1 is van overeenkomstige toepassing op een niet onder die titel begrepen inbreuk op de voorschriften, verbonden aan een omgevingsvergunning of gesteld bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 8.40, met betrekking tot activiteiten als bedoeld in richtlijn nr. 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (PbEU L334), met dien verstande dat:

  • a. in artikel 17.1, eerste lid, in plaats van «om herhaling of de gevolgen van dat voorval te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, zoveel mogelijk te beperken en ongedaan te maken» wordt gelezen: om ervoor te zorgen dat op een zo kort mogelijke termijn weer aan de voorschriften wordt voldaan.

  • b. voor de toepassing van deze titel alle overige verwijzingen in titel 17.1 naar een ongewoon voorval als verwijzingen gelden naar de in dit artikel bedoelde inbreuk.

F

Artikel 19.1b wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Nadat een beschikking krachtens de in artikel 13.1, tweede lid, genoemde wetten tot verlening of wijziging van een vergunning, die betrekking heeft op een IPPC-installatie als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, onherroepelijk is geworden, stelt het bevoegd gezag in afwijking van het eerste lid de tekst daarvan voor eenieder elektronisch beschikbaar.

G

Artikel 21.2a komt te luiden:

Artikel 21.2a

Een bestuursorgaan verstrekt Onze Minister de gegevens die hij nodig heeft ter uitvoering van de in de artikelen 51, 55, 59 en 72 van richtlijn nr. 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (PbEU L 334) opgelegde verplichtingen tot informatieverstrekking. Bij ministeriële regeling kunnen daaromtrent nadere regels worden gesteld.

H

Artikel 22.1a vervalt.

ARTIKEL IV

In artikel 6.27, eerste lid, van de Waterwet wordt «gpbv-installatie» vervangen door: IPPC-installatie.

ARTIKEL V

Artikel 1a van de Wet op de economische delicten wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel 1° wordt in de zinsnede met betrekking tot de Wet milieubeheer «17.4 eerste lid» vervangen door: 17.1, 17.3, eerste lid, 17.4, eerste lid.

2. In onderdeel 2° vervalt in de zinsnede met betrekking tot de Wet milieubeheer «17.1».

ARTIKEL VI

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministers, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 11 april 2013

Beatrix

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld

Uitgegeven de zesentwintigste april 2013

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 33 197

Naar boven