Rijkswet van 28 januari 2013, houdende goedkeuring van het op 27 mei 2010 te Parijs tot stand gekomen Protocol tot wijziging van het Verdrag inzake wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken (Trb. 2010, 221 en 314)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het op 27 mei 2010 te Parijs tot stand gekomen Protocol tot wijziging van het Verdrag inzake wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken ingevolge artikel 91, eerste lid, van de Grondwet de goedkeuring van de Staten-Generaal behoeft, alvorens het Koninkrijk daaraan kan worden gebonden;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

Het op 27 mei 2010 te Parijs tot stand gekomen Protocol tot wijziging van het Verdrag inzake wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken, waarvan de Engelse tekst is geplaatst in Tractatenblad 2010, 221, en de vertaling in het Nederlands is geplaatst in Tractatenblad 2010, 314, wordt goedgekeurd voor het gehele Koninkrijk.

Artikel 2

Voor het Europese deel van Nederland wordt goedgekeurd dat de in artikel 30, eerste lid, onder a, b, c en d, van het in artikel 1 bedoelde Verdrag opgenomen voorbehouden worden ingetrokken, die bij de bekrachtiging van dat Verdrag zijn gemaakt overeenkomstig artikel 2 van de Rijkswet van 26 juni 1996, houdende goedkeuring van het op 25 januari 1988 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inzake wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken (Trb. 1991, 4).

Artikel 3

Voor Aruba, het Caribische deel van Nederland, Curaçao en Sint Maarten wordt goedgekeurd dat de in artikel 30, eerste lid, onder a, b, c, d en e, van het in artikel 1 bedoelde Verdrag opgenomen voorbehouden worden ingetrokken, die bij de bekrachtiging van dat Verdrag zijn gemaakt overeenkomstig artikel 3 van de in artikel 2 genoemde Rijkswet, met dien verstande dat:

  • a. voor Curaçao het voorbehoud gehandhaafd blijft dat geen bijstand wordt verleend ten aanzien van verplichte premies of bijdragen voor de sociale zekerheid, te betalen aan de centrale overheid of aan publiekrechtelijke instellingen voor sociale zekerheid, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, nummer ii, van dat Verdrag;

  • b. voor Sint Maarten het voorbehoud gehandhaafd blijft dat geen bijstand wordt verleend ten aanzien van verplichte premies of bijdragen voor de sociale zekerheid, te betalen aan de centrale overheid of aan publiekrechtelijke instellingen voor sociale zekerheid, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, nummer ii, van dat Verdrag en geen bijstand wordt verleend ten aanzien van de belastingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, iii, letters B en D, van dat Verdrag.

Artikel 4

Goedgekeurd wordt dat bij de binding van het Koninkrijk aan het in artikel 1 genoemde Protocol voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten het in artikel 30 eerste lid, onder f van het op 25 januari 1988 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inzake wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken (Trb. 1991, 4) bedoelde voorbehoud wordt gemaakt dat de terugwerkende kracht voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten wordt beperkt tot drie jaren voorafgaand aan de inwerkingtreding van het in artikel 1 genoemde Protocol.

Artikel 5

Deze rijkswet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad, in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 28 januari 2013

Beatrix

De Staatssecretaris van Financiën, F.H.H. Weekers

De Minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans

Uitgegeven de eenentwintigste maart 2013

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 33 174 (R1974)

Naar boven