Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Veiligheid en JustitieStaatsblad 2012, 25Wet

Wet van 26 januari 2012 tot wijziging van de Wet wapens en munitie in verband met de implementatie van richtlijn 2008/51/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 mei 2008 tot wijziging van de richtlijn 91/477/EEG van de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (PbEU L179) (Implementatiewet EG-richtlijn 2008/51 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de implementatie van richtlijn 2008/51/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 mei 2008 tot wijziging van richtlijn 91/477/EEG van de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (PbEU L 179) het noodzakelijk maakt de Wet wapens en munitie te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet wapens en munitie wordt als volgt gewijzigd.

A

In artikel 1, onderdeel 1°, wordt «van Justitie» vervangen door: van Veiligheid en Justitie.

Aa

In artikel 3a, eerste, tweede en derde lid wordt de zinsnede «en 27, eerste lid» vervangen door: 27, eerste lid, 32a, eerste lid, en 32b, eerste lid.

B

In artikel 28a, derde lid, wordt «een jaar» vervangen door: vijf jaar.

C

Na paragraaf 7 wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 7a Markering van vuurwapens en munitie

Artikel 32a
  • 1. Een vuurwapen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, in samenhang met bijlage I, van richtlijn nr. 91/477/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (PbEG L 256), dat wordt vervaardigd of op de markt gebracht, is voorzien van een unieke markering of is voor gebruik als zodanig ongeschikt gemaakt.

  • 2. De markering bevat:

    • a. een unieke markering met:

      • de naam van de fabrikant;

      • het land of de plaats van vervaardiging;

      • het serienummer en het jaar van vervaardiging, indien het jaar van vervaardiging niet reeds onderdeel uitmaakt van het serienummer; of

    • b. enige andere unieke en gebruikersvriendelijke markering met een nummer of alfanumerieke code aan de hand waarvan het land van vervaardiging eenvoudig kan worden vastgesteld.

  • 3. De markering is aangebracht op een wezenlijk onderdeel van het vuurwapen dat van dien aard is dat het vuurwapen bij vernietiging van dit onderdeel onbruikbaar zou worden.

  • 4. Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld over de te markeren onderdelen en de aan te brengen gegevens.

  • 5. Een wijziging van artikel 1, eerste lid, of bijlage I van de in het eerste lid genoemde richtlijn gaat voor de toepassing van het bij en krachtens deze paragraaf bepaalde gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.

Artikel 32b
  • 1. Bij munitie voor een vuurwapen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, in samenhang met bijlage I, van richtlijn nr. 91/477/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (PbEG L 256), bevat de kleinste verpakkingseenheid van volledige munitie:

    • a. de naam van de fabrikant;

    • b. het identificatienummer van de batch;

    • c. het kaliber;

    • d. het type munitie.

  • 2. Onze Minister kan nadere regels stellen over de aan te brengen gegevens.

D

Aan artikel 55 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 6. Met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft hij die handelt in strijd met de artikelen 32a, eerste, tweede of derde lid, of 32b.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministers, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 26 januari 2012

Beatrix

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven

Uitgegeven de derde februari 2012

De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 32 721