Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatsblad 2012, 243Wet

Wet van 19 april 2012 tot wijziging van onder meer de Archiefwet 1995 in verband met onder meer het beleggen van de zorg over provinciale archiefbescheiden ook na overbrenging naar een archiefbewaarplaats bij gedeputeerde staten

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat gedeputeerde staten de zorg krijgen over de provinciale archiefbescheiden ook na overbrenging naar een archiefbewaarplaats, dat de advisering door de Raad voor cultuur over ontwerp-selectielijsten komt te vervallen, en dat de advisering, bij de overbrenging, over de openbaarheid van decentrale rijksarchiefbescheiden gebeurt door de algemene rijksarchivaris;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Archiefwet 1995 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 5, tweede lid, vervalt «, nadat Onze minister de Raad voor cultuur, bedoeld in artikel 2a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid, heeft gehoord,».

B

In artikel 7 wordt na «rijksarchiefbewaarplaats» ingevoegd: of een provinciale archiefbewaarplaats.

C

In artikel 13, derde lid, wordt na «rijksarchiefbewaarplaats» ingevoegd: of een provinciale archiefbewaarplaats.

D

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid wordt een volzin toegevoegd, luidende:

Voor zover de beheerder van een archiefbewaarplaats een rijksarchivaris is als bedoeld in artikel 26, tweede lid, wordt het advies, bedoeld in de eerste volzin, gevraagd aan de algemene rijksarchivaris, bedoeld in artikel 25, eerste lid.

2. In het vierde lid wordt na «rijksarchiefbewaarplaats» ingevoegd: of een provinciale archiefbewaarplaats.

E

In artikel 18, vierde lid, wordt «raadpleging of gebruik» vervangen door: uitlening als bedoeld in het tweede lid.

F

In artikel 26, tweede lid, vervalt «de bewaring van de archiefbescheiden van de provinciale organen. Voorts is de rijksarchiefbewaarplaats in de hoofdplaats van een provincie bestemd voor».

G

Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt «, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats».

2. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 3. Onze minister kan in bijzondere gevallen een subsidie verstrekken voor de kosten van het beheer van de in de provinciale archiefbewaarplaats berustende archiefbescheiden, indien de aard of de omvang van de archiefbescheiden naar zijn oordeel daartoe aanleiding geeft.

  • 4. In afwijking van artikel 4:21, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is titel 4.2 van die wet van toepassing op de subsidie, bedoeld in het derde lid.

H

Artikel 28 komt te luiden:

Artikel 28

Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid, en artikel 13, eerste lid, over te brengen archiefbescheiden van de provinciale organen wijzen gedeputeerde staten een provinciale archiefbewaarplaats aan.

I

Artikel 29 komt te luiden:

Artikel 29

  • 1. De provinciale archiefbewaarplaats wordt beheerd door een provinciearchivaris, die in het bezit dient te zijn van een diploma archivistiek of, zo geen zodanige archivaris mocht zijn benoemd, door de secretaris.

  • 2. Ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden van de provinciale organen, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats, is, onder de bevelen van gedeputeerde staten, met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet belast de provinciearchivaris. Met betrekking tot dit toezicht stellen provinciale staten een verordening vast.

  • 3. De provinciearchivaris wordt door gedeputeerde staten benoemd, geschorst en ontslagen.

ARTIKEL II

De Wet op het specifiek cultuurbeleid wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 2c, eerste lid, wordt «drie commissies» vervangen door «twee commissies» en vervalt «de Archiefwet 1995,».

ARTIKEL III

De Archiefwet BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 7, tweede lid, vervalt «, gehoord de Raad voor cultuur, bedoeld in artikel 2a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid,».

B

In artikel 8, eerste lid, vervallen de tweede en derde volzin.

C

In artikel 25, vierde lid, wordt «raadpleging» vervangen door: uitlening als bedoeld in het tweede lid.

ARTIKEL IV

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 19 april 2012

Beatrix

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, H. Zijlstra

Uitgegeven de twaalfde juni 2012

De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 33 095