Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Infrastructuur en MilieuStaatsblad 2011, 604Rijkswet

Wet van 1 december 2011 tot wijziging van de Waterwet en de Wet Infrastructuurfonds in verband met de bescherming tegen overstromingen en de zorg voor de zoetwatervoorziening in relatie tot verwachte klimaatveranderingen (Deltawet waterveiligheid en zoetwatervoorziening)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de verwachte klimaatveranderingen grote opgaven op het gebied van waterveiligheid en zoetwatervoorziening met zich meebrengen. Dat het daarom wenselijk is aanvullende regels te stellen voor de realisatie van maatregelen ter bescherming tegen overstromingen en met het oog op de zorg voor de zoetwatervoorziening op de korte en de langere termijn;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Waterwet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1.1 worden in de alfabetische rangschikking de volgende definities ingevoegd:

deltafonds:

fonds, bedoeld in artikel 7.22a;

deltaprogramma:

programma, bedoeld in artikel 4.9;.

B

Na artikel 3.6 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 1a. De deltacommissaris

Artikel 3.6a
  • 1. Er is een rechtstreeks onder Onze Minister ressorterende regeringscommissaris voor het deltaprogramma. Deze draagt de titel «deltacommissaris».

  • 2. De deltacommissaris wordt benoemd bij koninklijk besluit, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad. Hij kan voorts bij koninklijk besluit worden geschorst en ontslagen.

  • 3. De deltacommissaris wordt benoemd voor een periode van ten hoogste zeven jaren en is eenmaal herbenoembaar.

  • 4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld betreffende:

    • a. benoeming, schorsing, tijdelijk niet uitoefenen van zijn functie, ontslag;

    • b. aanspraken ingeval van ziekte;

    • c. andere aangelegenheden, zijn rechtspositie betreffende, die regeling behoeven.

Artikel 3.6b

De deltacommissaris bevordert de totstandkoming en uitvoering van het deltaprogramma. Daartoe:

  • doet hij jaarlijks een voorstel voor het deltaprogramma en legt dit voor aan Onze Ministers;

  • bevordert hij overleg met betrokken bestuursorganen, bedrijven en maatschappelijke organisaties;

  • bewaakt hij de voortgang van de uitvoering van het deltaprogramma en rapporteert en adviseert daarover aan Onze Ministers.

Artikel 3.6c

De deltacommissaris verkrijgt ten behoeve van de totstandkoming en de uitvoering van het deltaprogramma desgevraagd van Onze Ministers de gegevens die aan hen bij of krachtens de wet dienen te worden verschaft.

Artikel 3.6d
  • 1. Ter uitvoering van artikel 3.6b voert de deltacommissaris regelmatig overleg met betrokken bestuursorganen van provincies, waterschappen en gemeenten.

  • 2. Aan het overleg kunnen, op uitnodiging, ook andere betrokken bestuursorganen deelnemen.

  • 3. In het overleg worden in ieder geval besproken de voortgang van de uitvoering van het deltaprogramma en voorstellen voor maatregelen en voorzieningen in het kader van het deltaprogramma.

Artikel 3.6e

De deltacommissaris is op het terrein van waterbeheer, natuur, milieu of ruimtelijke kwaliteit niet werkzaam in een andere publiek-bestuurlijke of ambtelijke functie of in de private sector.

Ba

Na artikel 3.13 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3.14

  • 1. Onze Minister ziet toe op een evenwichtige onderlinge verdeling van de kosten omtrent hoogwaterbescherming voor waterschappen.

  • 2. Onze Minister informeert beide Kamers der Staten-Generaal van een voorgenomen wijziging in de verdeling van de kosten, bedoeld in het eerste lid.

C

Aan artikel 4.1, tweede lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d. een visie op de gewenste ontwikkelingen in verband met de voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen en waterschaarste, voor een periode van ten minste veertig jaren mede in verband met de verwachte klimaatveranderingen.

D

Na artikel 4.8 wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK 4A DELTAPROGRAMMA

Artikel 4.9
  • 1. Er is een deltaprogramma.

  • 2. Het deltaprogramma bevat, in verband met de opgaven op het gebied van waterveiligheid en zoetwatervoorziening:

    • a. maatregelen en voorzieningen van nationaal belang ter voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen en waterschaarste;

    • b. maatregelen en voorzieningen ter bescherming of verbetering van de chemische of ecologische kwaliteit van watersystemen, voor zover deze onderdeel uitmaken van de opgaven.

  • 3. Het deltaprogramma kan tevens ambities op andere beleidsterreinen bevatten, mits deze niet ten koste gaan van de opgaven, bedoeld in het tweede lid.

  • 4. Van het deltaprogramma kunnen tevens deel uitmaken onderzoeken ten behoeve van de in het tweede en derde lid bedoelde maatregelen en voorzieningen.

  • 5. In het deltaprogramma wordt jaarlijks voor de eerstvolgende zes jaren zo gedetailleerd als redelijkerwijs mogelijk is aangegeven welke maatregelen en voorzieningen in die periode zullen worden uitgevoerd en welke middelen beschikbaar worden gesteld voor:

    • a. opgaven als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a respectievelijk onderdeel b, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen beheer en onderhoud enerzijds en aanleg anderzijds;

    • b. ambities als bedoeld in het derde lid, waarbij wordt aangegeven hoe deze ambities worden gefinancierd;

    • c. onderzoeken als bedoeld in het vierde lid.

    Tevens geeft het indicatief aan welke maatregelen of soorten van maatregelen in de daaropvolgende twaalf jaren worden voorzien en welke middelen daarvoor vermoedelijk beschikbaar zijn bij ongewijzigd beleid.

  • 6. Het deltaprogramma maakt zichtbaar op welke wijze daarmee bijgedragen wordt aan het bereiken van de doelstellingen van het nationale waterplan op het gebied van waterveiligheid en zoetwatervoorziening.

  • 7. In het deltaprogramma wordt aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met het voorstel en de adviezen, bedoeld in artikel 3.6b.

Artikel 4.10
  • 1. Onze Minister biedt jaarlijks, gelijktijdig met de begroting van het deltafonds voor het nieuwe jaar het deltaprogramma aan de Staten-Generaal aan.

  • 2. Onze Minister stelt de Staten-Generaal schriftelijk op de hoogte van de gevolgtrekkingen die hij aan de beraadslagingen in de Staten-Generaal over het deltaprogramma verbindt voor de uitvoering van dat programma.

  • 3. Gevolgtrekkingen als bedoeld in het tweede lid worden aangemerkt als onderdeel van het deltaprogramma.

Da

Artikel 5.4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het tweede lid wordt een volzin toegevoegd, luidende: Voor in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen bevat het plan een inventarisatie van maatschappelijke functies en ambities en mogelijke innovaties waarmee de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk gecombineerd zou kunnen worden, inclusief de mogelijkheden om het desbetreffende werk middels een concessie voor werken of andere vorm van publiek-private samenwerking te realiseren.

2. Onder vernummering van het derde en vierde lid tot vijfde en zesde lid, worden na het tweede lid twee leden ingevoegd, luidende:

  • 3. Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de inventarisatie wordt uitgevoerd en private partijen daarbij betrokken worden.

  • 4. De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Db

In artikel 5.14, eerste lid, wordt «artikel 5.4, tweede of derde lid» vervangen door: artikel 5.4, tweede of vijfde lid.

E

Na artikel 7.22 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 4a. Het deltafonds

Artikel 7.22a
  • 1. Er is een deltafonds.

  • 2. Het deltafonds heeft ten doel de financiering en bekostiging van:

    • a. maatregelen en voorzieningen in verband met de opgaven op het gebied van waterveiligheid en zoetwatervoorziening, bedoeld in artikel 4.9, tweede lid;

    • b. het inwinnen, bewerken en verspreiden van met onderdeel a samenhangende gegevens en het verrichten van met onderdeel a samenhangende onderzoeken.

Artikel 7.22b
  • 1. Het deltafonds is een begrotingsfonds als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2001.

  • 2. Onze Minister beheert het deltafonds.

Artikel 7.22c
  • 1. De ontvangsten van het deltafonds zijn:

    • a. een bijdrage ten laste van de begroting van het ministerie van Verkeer en Waterstaat;

    • b. bijdragen ten laste van andere begrotingen van het Rijk;

    • c. bijdragen van derden;

    • d. andere ontvangsten in het kader van het bereiken van de doelen van het deltafonds.

  • 2. Ten gunste van de begroting van het deltafonds van enig jaar wordt het batige saldo van dat fonds van het voorafgaande jaar gebracht.

Artikel 7.22d
  • 1. Ten laste van het deltafonds komen in verband met de opgaven, bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, de uitgaven ten behoeve van:

    • a. aanleg, verbetering, beheer, onderhoud en bediening van waterstaatswerken die bij het Rijk in beheer zijn of zullen zijn, ter voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen en waterschaarste;

    • b. maatregelen en voorzieningen ter bescherming of verbetering van de chemische of ecologische kwaliteit van watersystemen, voor zover deze onderdeel uitmaken van de opgaven, bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, onderdeel a, en;

    • c. het inwinnen, bewerken en verspreiden van met de onderdelen a en b samenhangende gegevens;

    • d. met de onderdelen a en b samenhangende onderzoeken.

  • 2. Onze Minister kan in verband met de opgaven, bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, uit het deltafonds subsidies vertrekken ten behoeve van:

    • a. aanleg, verbetering, beheer, onderhoud en bediening van waterstaatswerken die niet bij het Rijk in beheer zijn of zullen zijn, ter voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen en waterschaarste;

    • b. maatregelen en voorzieningen ter bescherming of verbetering van de chemische of ecologische kwaliteit van watersystemen, voor zover deze onderdeel uitmaken van de opgaven, bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, onderdeel a;

    • c. met de onderdelen a en b samenhangende onderzoeken.

  • 3. Op subsidies die ten laste komen van het deltafonds zijn de artikelen 3 tot en met 6 van de Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat van toepassing.

  • 4. Subsidies als bedoeld in het tweede lid die worden verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 5. Ten laste van het deltafonds kunnen eveneens uitgaven worden gebracht ten behoeve van maatregelen en voorzieningen als bedoeld in artikel 7.22a, tweede lid, onderdeel a, alsmede ten behoeve van het inwinnen, verspreiden en bewerken van gegevens en het doen van onderzoek als bedoeld in artikel 7.22a, tweede lid, onderdeel b, met betrekking tot buiten het Nederlandse grondgebied gelegen delen van de stroomgebieddistricten Eems, Maas, Rijn en Schelde.

  • 6. Ten laste van het deltafonds komen tevens uitgaven ten behoeve van het bureau ter ondersteuning van de werkzaamheden van de deltacommissaris, de huisvestingskosten van het bureau en verdere aan de taakvervulling van de deltacommissaris verbonden uitgaven.

  • 7. Ten laste van het deltafonds komen voorts andere uitgaven in het kader van het bereiken van de doelen van dat fonds.

  • 8. Ten laste van de begroting van enig jaar wordt het nadelige saldo van het deltafonds van het voorafgaande jaar gebracht.

F

Artikel 7.23, derde lid, komt te luiden:

  • 3. De artikelen 3 tot en met 6 van de Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat zijn van toepassing.

ARTIKEL II

Artikel 1 van de Wet Infrastructuurfonds wordt als volgt gewijzigd:

A

In onderdeel d vervalt «en ten behoeve van waterbeheren en waterkeren».

B

In de onderdelen d en e wordt «veiligheid» telkens vervangen door: verkeersveiligheid.

C

In onderdeel h vervalt «van de waterstaatkundige toestand van het land».

D

Artikel 6, eerste lid, onderdeel d, komt te luiden:

  • d. andere ontvangsten in het kader van het realiseren van de doelen van het fonds.

E

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

Het zesde lid komt te luiden:

  • 6. Ten laste van het fonds komen voorts andere uitgaven in het kader van het bereiken van de doelen van het fonds.

ARTIKEL III

  • 1. In het belang van de integrale besluitvorming en met het oog op de ambities, bedoeld in artikel 4.9, derde lid, Waterwet, kan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu bij wijze van experiment, in afwijking van de artikelen 7.22a en 7.22d van de Waterwet, ten laste van het deltafonds uitgaven doen of subsidies verstrekken ten behoeve van voorzieningen, maatregelen of onderzoek ter bevordering of bescherming van doelen op andere beleidsterreinen, die rechtstreeks samenhangen met de voorzieningen, maatregelen of activiteiten, bedoeld in dat artikel 7.22d, eerste en tweede lid, voor zover die uitgaven en subsidies worden gedekt door ontvangsten als bedoeld in artikel 7.22c, eerste lid, onderdeel b of c, van die wet.

  • 2. De artikelen 3 tot en met 6 van de Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat zijn van toepassing.

ARTIKEL IV

  • 1. Aan artikel 4.1, tweede lid, onderdeel d, van de Waterwet wordt voor het eerst uitvoering gegeven uiterlijk bij de eerstvolgende zesjaarlijkse herziening van het nationale waterplan, bedoeld in artikel 4.1 van die wet.

  • 2. Aan artikel 4.9 van de Waterwet wordt voor het eerst uitvoering gegeven uiterlijk op het tijdstip, bedoeld in het derde lid.

  • 3. De eerste ontwerpbegroting van het deltafonds, bedoeld in hoofdstuk 7, paragraaf 3b, van de Waterwet wordt aangeboden aan de Tweede Kamer op de derde dinsdag in september na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel E, van deze wet.

  • 4. Op begrotingen die zijn aangeboden aan de Tweede Kamer voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II blijft de Wet Infrastructuurfonds van toepassing zoals die luidde voor dat tijdstip.

  • 5. Het bij of krachtens de Wet Infrastructuurfonds bepaalde, zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II van deze wet, blijft van toepassing op subsidieaanvragen en -verstrekkingen gedaan voor genoemd tijdstip.

ARTIKEL V

  • 1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu zendt binnen vijf jaren na de volledige inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en effecten van deze wet, met uitzondering van artikel III.

  • 2. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu zendt uiterlijk tien jaren na inwerkingtreding van artikel III van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en effecten van artikel III van deze wet in de praktijk. Bij het verslag betrekt Onze Minister de bevindingen van de deltacommissaris met betrekking tot het bepaalde in artikel III.

ARTIKEL VI

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

ARTIKEL VII

Deze wet wordt aangehaald als: Deltawet waterveiligheid en zoetwatervoorziening.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 1 december 2011

Beatrix

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

J. J. Atsma

Uitgegeven de twintigste december 2011

De Minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 32 304