Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatsblad 2011, 423AMvB

Besluit van 21 september 2011 tot wijziging van het Besluit WWB 2007 in verband met wijziging van de samenstelling van de toetsingscommissie, aanpassing van het objectief verdeelmodel en enige andere wijzigingen en tot wijziging van het Besluit participatiebudget in verband met een aanpassing in een verdeelmaatstaf

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 15 augustus 2011, nr. IVV/FB/2011/14413;

Gelet op de artikelen 69, tweede en derde lid, en 73, derde lid, van de Wet werk en bijstand en artikel 2, vierde lid, van de Wet participatiebudget;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 24 augustus 2011, nr. W12.11.0337/III);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 15 september 2011, nr. IVV/FB/2011/14618;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit WWB 2007 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de onderdelen k en l wordt telkens «kosten» vervangen door: lasten.

2. Onderdeel m komt te luiden:

m. gemeentelijke lasten op grond van het Bbz 2004:

de lasten in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende algemene bijstand verleend aan zelfstandigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van het Bbz 2004, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 15 tot en met 64 jaar behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;

3. Na onderdeel m wordt een onderdeel n toegevoegd, luidende:

n. toetsingscommissie:

de toetsingscommissie Wet werk en bijstand, bedoeld in artikel 73 van de wet.

B

In artikel 8a, eerste lid, wordt «de wet, IOAW, IOAZ, Bbz 2004 en WWIK» vervangen door: de wet, de WIJ, de IOAW, de IOAZ, het Bbz 2004 en de WWIK.

C

Artikel 8b wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «bijstandslasten» vervangen door «lasten op grond van de WWB», wordt «uitgaven» telkens vervangen door «lasten» en wordt «het jaar dat voorafgaat» vervangen door: het jaar twee jaar voorafgaand.

2. In het tweede lid wordt «de wet, WIJ, IOAW, IOAZ, Bbz 2004 en WWIK» vervangen door: de wet, de WIJ, de IOAW, de IOAZ, het Bbz 2004 en de WWIK.

D

In artikel 9 wordt «een voorzitter en twee leden» vervangen door «een voorzitter en vier leden» en vervalt: alsmede twee plaatsvervangende leden,.

E

De bijlage behorende bij artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. Telkens wordt «uitgaven» vervangen door: lasten.

2. In de tabel wordt in onderdeel 3 na «Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen:» ingevoegd «WIA,» en wordt in onderdeel 6 «VROM» gewijzigd in: CBS.

ARTIKEL II

Indien het bij koninklijke boodschap van 18 maart 2011 ingediende voorstel van wet houdende intrekking van de Wet werk en inkomen kunstenaars (Kamerstukken 32 701) tot wet is verheven en in werking is getreden, wordt het Besluit WWB 2007 zoals dat luidt na wijziging als bedoeld in artikel I van dit besluit als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 vervallen de onderdelen d en j, onder verlettering van de onderdelen e tot en met i tot d tot en met h en van de onderdelen k tot en met n tot i tot en met l.

B

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt « + (KWWIK / TWWIK) x TBWWIK» en vervallen de onderdelen j, k en l.

2. Het vijfde lid vervalt, onder vernummering van het zesde lid tot het vijfde lid.

C

In artikel 8, tweede lid, vervalt « + TBWWIK».

D

In artikel 8a, eerste lid, wordt «, het Bbz 2004 en de WWIK» vervangen door «en het Bbz 2004» en vervalt: , de gemeentelijke lasten op grond van de WWIK.

E

Artikel 8b wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na onderdeel d «en» toegevoegd en vervalt onderdeel e, onder verlettering van onderdeel f tot e.

2. In het tweede lid wordt «, het Bbz 2004 en de WWIK» vervangen door: en het Bbz 2004.

ARTIKEL III

In bijlage 1 behorende bij artikel 2 van het Besluit participatiebudget wordt «Aantal bijstandsontvangers: aantal huishoudens dat in het peiljaar op enig moment een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) ontvangt en jonger is dan 65 jaar of een uitkering ontvangt op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) of het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004).» vervangen door: Aantal bijstandsontvangers: aantal huishoudens dat in het peiljaar op enig moment een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) ontvangt en jonger is dan 65 jaar of een uitkering of inkomensvoorziening ontvangt op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) of het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004).

ARTIKEL IV

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

’s-Gravenhage, 21 september 2011

Beatrix

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

P. de Krom

Uitgegeven de negenentwintigste september 2011

De Minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

In het Besluit WWB 2007 is de verdeling geregeld van de uitkering aan gemeenten voor inkomensvoorzieningen op grond van artikel 69, eerste lid, van de Wet werk en bijstand (WWB), de zogenaamde gebundelde uitkering of het inkomensdeel. Op grond van dit besluit wordt het budgetaandeel van gemeenten in de totale gebundelde uitkering berekend op basis van een objectief verdeelmodel en/of op basis van het historisch uitgavenaandeel van de betreffende gemeente.

Het onderhavige besluit betreft wijzigingen in het Besluit WWB 2007 die voornamelijk technisch van aard zijn. Bij de wijzigingen is uitgegaan van het Besluit WWB 2007 zoals dat luidt nadat het Besluit van 13 december 2010 tot wijziging van het Besluit WWB 2007, het Besluit participatiebudget en het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken in verband met de invoering van de systematiek van single information, single audit tussen medeoverheden en enige andere wijzigingen (Stb. 2010, nr. 855) op 1 januari 2012 volledig in werking is getreden. In de artikelsgewijze toelichting wordt per wijziging een korte beschrijving gegeven.

In het Besluit participatiebudget is de verdeling van middelen voor participatie over gemeenten geregeld. Met het onderhavige besluit wordt ook in het Besluit participatiebudget een technische aanpassing gedaan vanwege de inwerkingtreding van de Wet investeren in jongeren per 1 oktober 2009.

Artikelsgewijs

Artikel I, onderdeel A

In artikel 1 worden drie wijzigingen aangebracht.

Met de eerste wijziging worden de verschillende definities in artikel 1 met elkaar in lijn gebracht.

De tweede wijziging heeft betrekking op de bekostiging en verantwoording van de inkomensvoorzieningen van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Op grond van het Besluit WWB 2007 worden bij de budgetverdeling gegevens gebruikt over de gemeentelijke lasten in het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld. Dit betekent dat voor de budgetverdeling 2012 gegevens over 2010 worden gebruikt. Vanaf 2010 vindt de bekostiging van levensonderhoud aan startende zelfstandigen vanuit het Bbz 2004 plaats via de gebundelde uitkering. Vanaf 2010 is daarom informatie beschikbaar over de lasten die gemeenten hebben in verband met verstrekking van algemene bijstand aan startende zelfstandigen op grond van het Bbz 2004. Voorheen was alleen informatie beschikbaar over de uitgaven van gemeenten aan levensonderhoud van startende en gevestigde zelfstandigen samen. Het deel van deze uitgaven dat werd verstrekt aan startende zelfstandigen moest worden benaderd. Nu de lasten uitgesplitst bekend zijn, is dat niet meer nodig.

Met de derde wijziging wordt het begrip «toetsingscommissie», dat reeds in de begripsbepalingen is opgenomen, verletterd tot onderdeel n.

Artikel I, onderdeel B

Deze wijziging is enkel technisch van aard.

Artikel I, onderdeel C

De wijzigingen in artikel 8b, eerste lid, houden verband met de overgang naar een baten-lastenstelsel. Met het bovengenoemde besluit van 13 december 2010 zijn wijzigingen in het Besluit WWB 2007 aangebracht vanwege de overgang van het kasstelsel naar een baten-lastenstelsel voor de gemeentelijke verantwoordingsinformatie. Het begrip «uitgaven», dat nog verwijst naar het kasstelsel, wordt vervangen door het begrip «lasten», dat betrekking heeft op het baten-lastenstelsel. Daarnaast wordt ook voor een openbaar lichaam gebruikgemaakt van de lasten van twee jaar terug.

Artikel I, onderdeel D

De wijziging in artikel 9 heeft betrekking op de samenstelling van de toetsingscommissie. Vanwege de uitbreiding van de taak van de toetsingscommissie met de advisering op ingediende verzoeken om een meerjarige aanvullende uitkering (MAU-verzoeken), en met het oog op de continuïteit bij de beoordeling van verzoeken om een incidentele of meerjarige aanvullende uitkering, is besloten het karakter van plaatsvervangende leden in reguliere leden te wijzigen: de toetsingscommissie bestaat daarmee uit een voorzitter en vier leden.

Artikel I, onderdeel E

In de bijlage worden drie wijzigingen aangebracht.

De eerste wijziging houdt verband met de eerder genoemde overgang naar een baten-lastenstelsel (zie artikel I, onderdeel C), waarbij het begrip «uitgaven» wordt vervangen door het begrip «lasten».

De tweede wijziging betreft de toevoeging van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) aan de maatstaf arbeidsongeschikten. Het objectief verdeelmodel maakt gebruik van een aantal verdeelmaatstaven, waaronder het percentage arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Hierbij werden vooralsnog de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong) en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) meegenomen. Eind 2005 is de WAO echter gesloten voor nieuwe instroom en is de WIA hiervoor in de plaats gekomen. Vanaf dat moment neemt het aantal WAO-uitkeringen geleidelijk aan af en het aantal WIA-uitkeringen toe. De WIA-uitkeringen worden daarom toegevoegd aan de gegevensdefinitie van de genoemde verdeelmaatstaf.

De derde wijziging hangt samen met de verdeelmaatstaf huurwoningen. De gegevens werden tot op heden ontvangen van het voormalige ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM). Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) kan ook gegevens leveren over huurwoningen. Omdat ook alle andere gegevens afkomstig zijn van het CBS heeft dat de voorkeur en wordt het besluit hierop aangepast.

Artikel II

Via de gebundelde uitkering worden ook de middelen voor de Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK) verdeeld. Thans is een wetsvoorstel aanhangig waarin de intrekking van de WWIK wordt geregeld (het bij koninklijke boodschap van 18 maart 2011 ingediende voorstel van wet houdende intrekking van de Wet werk en inkomen kunstenaars (Kamerstukken 32 701)). Inwerkingtreding van dat wetsvoorstel is thans voorzien per 1 januari 2012. In het onderhavige besluit wordt geregeld dat als dit wetsvoorstel wordt aangenomen en in werking treedt, de WWIK uit het Besluit WWB 2007, zoals dat luidt na wijziging als bedoeld in artikel I van het onderhavige besluit, geschrapt wordt.

Artikel III

De wijziging van het Besluit participatiebudget betreft de verdeelmaatstaf voor het aantal bijstandsontvangers. Voor de verdeling van het participatiebudget van 2012 wordt gebruik gemaakt van het aantal bijstandsontvangers uit 2009. Omdat op 1 oktober 2009 de Wet investeren in jongeren (WIJ) in werking is getreden moet ook het aantal uitkeringen dat op grond van deze wet is verstrekt bij de verdeelmaatstaf bijstandsontvangers worden betrokken.

Artikel IV

De wijzigingen hebben betrekking op de verdeelsystematiek voor de jaren 2012 en verder. Het besluit treedt daarom in werking met ingang van 1 januari 2012.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

P. de Krom


XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 26, zesde lid jo vijfde lid van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.