Besluit van 7 oktober 2010, houdende wijziging van een aantal algemene maatregelen van bestuur op het terrein van scheepvaart in verband met de reorganisatie van de inspectiefunctie binnen het Ministerie van Verkeer en Waterstaat

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 11 juni, nr. CEND/HDJZ-2010/749 SCH, Hoofddirectie Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 349, derde lid, 407 en 412 van het Wetboek van Koophandel, de artikelen 6b, 7, 8, tweede lid, 9, eerste lid, en 10, eerste lid, onderdeel b, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen, artikel 7 van de Wet geluidhinder, de artikelen 16, 17, eerste lid, 19, eerste lid, 25 eerste lid, 34, eerste lid, 36, 64, 71, eerste lid, en 77 van de Zeevaartbemanningswet, artikel 24, eerste lid, onderdeel e, van de Loodsenwet, de artikelen 6, eerste lid, 14, eerste lid, 23 en 34 van de Meetbrievenwet 1981;

De Raad van State gehoord (advies van 7 juli 2010, nr. W09.10.0233/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 1 oktober 2010, nr. CEND/HDJZ-2010/1237, Hoofddirectie Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

In artikel 3, tweede lid, van het Besluit dagboeken voor schepen 1970 wordt «de inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat» vervangen door: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.

ARTIKEL II

Artikel 8 van het Besluit havenontvangstvoorzieningen wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede, vierde en zesde lid wordt «de inspecteur-generaal» telkens vervangen door: Onze Minister.

2. In het zesde en zevende lid wordt «De inspecteur-generaal» telkens vervangen door: Onze Minister.

ARTIKEL III

In artikel 2, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit luchtkussenvoertuigen Wet geluidhinder wordt «een schriftelijke verklaring is afgegeven door de inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat» vervangen door: een vergunning is afgegeven.

ARTIKEL IV

Het Besluit voorkoming verontreiniging door schepen wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 1, tweede lid, 22, 25, eerste lid, 27, vierde lid, 37, eerste en tweede lid, en 43, eerste lid, wordt «de inspecteur-generaal» vervangen door: Onze Minister.

B

In de artikelen 9, eerste en tweede lid, 23, vierde lid, 25, tweede lid, 27, derde lid, 28, en 36, achtste lid, wordt «De inspecteur-generaal» vervangen door: Onze Minister.

C

Artikel 27 wordt voorts als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid, onderdeel 2, wordt «de bevoegde ambtenaar van de divisie Scheepvaart» vervangen door: de ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.

2. In het vierde lid wordt «ambtenaren van de divisie Scheepvaart» vervangen door: ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.

D

Artikel 29, zesde lid, vervalt.

ARTIKEL V

Het Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, eerste lid, onderdeel p, wordt «de medisch adviseur van de inspecteur-generaal» vervangen door: de medisch adviseur scheepvaart van Onze Minister of diens plaatsvervanger.

B

In de artikelen 3, eerste en tweede lid, aanhef, 8, tweede en vierde lid, onderdelen b en c, 30, tweede lid, 56, 92, tweede lid, 95, 97, tweede lid, onderdeel d, 98, derde lid, 99, eerste lid, 101, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, 120, vijfde lid, en 123, eerste lid, wordt «de inspecteur-generaal» vervangen door: Onze Minister.

C

In de artikelen 29, tweede en vierde lid, 34, vierde lid, 36, derde lid, 97, eerste lid, 120, vierde lid, en 123, tweede lid, wordt «De inspecteur generaal» vervangen door: Onze Minister.

D

In artikel 94, vijfde lid, wordt «de inspecteur-generaal» vervangen door: de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.

E

Artikel 98, vijfde lid, komt te luiden:

  • 5. Bij ministeriële regeling wordt de wijze van afgifte van het monsterboekje bepaald.

F

In artikel 103, eerste lid, vervalt «de inspecteur-generaal en».

ARTIKEL VI

Het Besluit zeevisvaartbemanning wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 3, eerste en tweede lid, 21, tweede en vierde lid, onderdelen b en c, 51, 53, tweede lid, onderdeel d, 54, derde lid, 55, eerste lid, 57, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, en 75, vijfde lid, wordt «de inspecteur-generaal» telkens vervangen door: Onze Minister.

B

In artikel 50, vijfde lid, wordt «de inspecteur-generaal» vervangen door: de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.

C

In de artikelen 53, eerste lid, en 75, vierde lid, wordt «De inspecteur-generaal» vervangen door: Onze Minister.

D

Artikel 54, vijfde lid, komt te luiden:

  • 5. Bij ministeriële regeling wordt de wijze van afgifte van het monsterboekje bepaald.

E

In artikel 59, eerste lid, vervalt «de inspecteur-generaal en».

ARTIKEL VII

In artikel 4 van het Diensttijdreglement zeevisvaart wordt «de inspecteur-generaal» vervangen door: Onze Minister.

ARTIKEL VIII

In artikel 5a van het Loodsenregisterbesluit wordt «De medisch adviseur scheepvaart van de inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat» vervangen door: De medisch adviseur scheepvaart van Onze Minister of diens plaatsvervanger.

ARTIKEL IX

Het Meetbrievenbesluit 1981 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel d vervalt.

2. De onderdelen e en f worden geletterd d en e.

B

In de artikelen 1, onderdelen d en e (nieuw), 5, 7, eerste en tweede lid, 8, en 9, eerste, tweede en derde lid, wordt «het Hoofd van de Scheepsmetingsdienst» vervangen door: Onze Minister.

C

In artikel 2, eerste lid, wordt «de scheepsmeter, Hoofd van het district van de Scheepsmetingsdienst, waar het schip zich bevindt of, indien het schip buitenlands vertoeft, bij het Hoofd van de Scheepsmetingsdienst» vervangen door: Onze Minister.

D

Artikel 3, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de eerste zin wordt «de met meting belaste ambtenaren van de Scheepsmetingsdienst» vervangen door: de met meting belaste ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.

2. In de tweede zin wordt «de Scheepsmetingsdienst» vervangen door: Onze Minister.

E

In de artikelen 3, derde lid, 4, tweede lid, 7, derde lid, en 11, wordt «Het Hoofd van de Scheepsmetingsdienst» vervangen door: Onze Minister.

F

In de artikelen 4, eerste lid, en 7, derde lid, wordt «de Scheepsmetingsdienst» vervangen door: Onze Minister.

G

In artikel 9, eerste lid, wordt «het Hoofd» vervangen door: Onze Minister.

ARTIKEL X

Het Schepelingenbesluit wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 42, vierde lid, 48, vijfde lid, 53, tweede lid, 60, vierde lid, 65, tweede lid, 67, eerste lid, 68, eerste lid, en 84, tweede en vijfde lid, wordt «De inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat» telkens vervangen door: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.

B

In de artikelen 43, eerste en tweede lid, en 85, eerste lid, wordt «de ambtenaren van de divisie Scheepvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat» vervangen door: de bij besluit van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.

C

In artikel 43, derde lid, wordt «De ambtenaren van de divisie Scheepvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat» vervangen door: De bij besluit van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.

D

In de artikelen 43, vijfde lid, 44, tweede lid, 48, tweede, zesde en achtste lid, 49, derde en negende lid, 50, 51, eerste en derde lid, 52, tweede, derde, vijfde, zesde en zevende lid, 53, eerste lid, 54, eerste lid, tweede lid, onderdeel b, derde, vijfde en zesde lid, 56, derde en zevende lid, 57, vierde lid, 58, tiende lid, 60, derde lid, 61, vijfde lid, 62, eerste lid, 65, eerste lid, 69, derde en vierde lid, 70, 71, eerste lid, 72, eerste lid, 73, eerste en derde lid, 84, derde en vierde lid, en 85, derde en vijfde lid, wordt «de inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat» vervangen door: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.

E

In artikel 85, vijfde lid, wordt «een ambtenaar van de divisie Scheepvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat» vervangen door: een bij besluit van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.

ARTIKEL XI

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

’s-Gravenhage, 7 oktober 2010

Beatrix

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

C. M. P. S. Eurlings

Uitgegeven de negende november 2010

De Minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

1. Inleiding

In 2001 zijn de verschillende inspectieonderdelen van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat opgegaan in de Inspectie Verkeer en Waterstaat (verder: de Inspectie), zoals die op 1 juli van dat jaar is ingesteld. Als gevolg van deze reorganisatie was aanpassing van de wet- en regelgeving nodig. Onder andere is besloten de attributie- en mandaatstructuur te herzien. Hieraan is op wetsniveau uitvoering gegeven middels de Wet van 26 april 2007, houdende wijziging van enkele wetten op het terrein van de scheepvaart in verband met een wijziging in de benaming van de inspectiefunctie binnen het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (Stb, 176; Kamerstukken II 2006/2007, 30 969, nr. 3). Middels deze wet zijn ook de divisiebenamingen op wetsniveau komen te vervallen.

2. Aanleiding tot dit wijzigingsvoorstel

De aanleiding tot de onderhavige wijzigingen is tweeledig. In de eerste plaats worden de relevante algemene maatregelen van bestuur aangepast aan de herziene attributie- en mandaatstructuur. Daarnaast worden ook deze aangepast aan het verdwijnen van de divisiebenamingen.

3. Inhoud van de wijzigingen

Zoals is gesteld in de reeds aangehaalde memorie van toelichting bij de Wet van 26 april 2007, geschiedt de attributie van uitvoerende bevoegdheden in beginsel aan het politiek verantwoordelijke bestuursorgaan. Attributie van dergelijke bevoegdheden aan een ambtenaar is enkel mogelijk indien daarvoor bijzondere argumenten bestaan. Overeenkomstig deze norm worden uitvoerende bevoegdheden hier in het vervolg aan de Minister van Verkeer en Waterstaat (verder: de minister) geattribueerd. Die bevoegdheden worden vervolgens door middel van mandaat aan de ambtenaren van de Inspectie gegeven. Mocht in de toekomst wederom een organisatorische verandering bij de Inspectie plaatsvinden, dan is het niet langer noodzakelijk om de regelgeving aan te passen. Het is dan voldoende om enkel het mandaat te herzien. Verder worden toezichthoudende bevoegdheden wel direct geattribueerd aan de ambtenaren van de Inspectie.

In navolging van de eerder aangehaalde Wet van 26 april 2007, waarin is besloten om de divisiebenamingen op wetsniveau te laten vervallen, wordt een zelfde aanpassing doorgevoerd in de algemene maatregelen van bestuur. Hierdoor zullen deze algemene maatregelen van bestuur bij eventuele toekomstige organisatorische veranderingen binnen de Inspectie geen verdere aanpassing behoeven.

Tot slot is van de gelegenheid gebruik gemaakt enkele kleine technische aanpassingen door te voeren. Daarop wordt nader ingegaan in de artikelsgewijze toelichting.

4. Administratieve lasten/Bedrijfseffecten

Deze wijziging brengt geen administratieve lasten of andere bedrijfseffecten met zich mee en is derhalve niet aan Actal voorgelegd.

Artikelsgewijze toelichting

In deze artikelsgewijze toelichting worden enkel die aspecten van de desbetreffende artikelen toegelicht die nog niet in het algemeen deel van deze toelichting aan de orde zijn gekomen.

Artikel III

De schriftelijke verklaring in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, is feitelijk een vergunning. Deze vergunning wordt op grond van artikel 2bis in samenhang met artikel 2, eerste lid, onderdeel g, van de Schepenwet afgeven door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. Met deze wijziging wordt het artikel van het Besluit luchtkussenvoertuigen Wet geluidshinder aan deze situatie aangepast.

Artikel IV

Met onderdeel D komt artikel 29, zesde lid, van het Besluit voorkoming verontreiniging door schepen te vervallen. Het lid heeft geen toegevoegde waarde meer na de aanpassing van artikel 1, tweede lid. Daar is dan reeds «Onze Minister» aangewezen als de persoon te verstaan onder Administratie.

Artikel V

Aangezien de Minister op grond van de artikelen 97, 99, 101 en 102 van het Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart degene is die het (voorlopig) monsterboekje invult en afgeeft is het niet nodig te vermelden dat hij eveneens bevoegd is daarin aantekeningen te maken. Derhalve behoefde de attributie van die bevoegdheid in artikel 103 niet te worden overgedragen van de inspecteur-generaal aan de Minister, en is deze met onderdeel F komen te vervallen.

Artikel VI

Aangezien de Minister op grond van de artikelen 53, 55, 57 en 58 van het Besluit zeevisvaartbemanning degene is die het (voorlopig) monsterboekje invult en afgeeft is het niet nodig te vermelden dat hij eveneens bevoegd is daarin aantekeningen te maken. Derhalve behoefde de attributie van die bevoegdheid in artikel 59 niet te worden overgedragen van de inspecteur-generaal aan de Minister, en is deze met onderdeel E komen te vervallen.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

C. M. P. S. Eurlings


XHistnoot
histnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 26, zesde lid j° vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.

Naar boven