Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Jaargang 2010
Nr. 350

Gepubliceerd op 1 september 2010 09:00
Toon volledige inhoudsopgave

Gerelateerde informatie


Toon alle stukken over dossier



Wet van 17 mei 2010 tot aanpassing van wetten in verband met de nieuwe staatsrechtelijke positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba als openbaar lichaam binnen Nederland (Aanpassingswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat met de eilandgebieden Bonaire, Sint Eustatius en Saba is overeengekomen dat zij een staatsrechtelijke positie krijgen binnen het Nederlandse staatsbestel en het in verband hiermee wenselijk is wetten en de Nederlands-Antilliaanse regelingen, die ingevolge de Invoeringswet BES als wet van toepassing blijven in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, aan te passen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

HOOFDSTUK 1. MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN

§ 1 Aanpassingen van Nederlandse wetgeving

Artikel 1.1

De Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 46 wordt na «artikel 1 van de Wet openbaarheid van bestuur» ingevoegd: dan wel in de artikelen 1 en 12 van de Wet openbaarheid van bestuur BES.

B

In artikel 52, derde lid, wordt na «artikel 12 van de Wet openbaarheid van bestuur» ingevoegd: dan wel artikel 14 van de Wet openbaarheid van bestuur BES.

C

In artikel 60, tweede lid, wordt na «regionaal politiekorps» ingevoegd: en de korpsbeheerder van het politiekorps van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

D

In artikel 61 wordt na «het College van procureurs-generaal» telkens ingevoegd: dan wel, voor zover van toepassing, de procureur-generaal, bedoeld in de rijkswet openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

E

Artikel 85 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na «de artikelen 98 tot en met 98c van het Wetboek van Strafrecht» ingevoegd: dan wel de artikelen 104 tot en met 104c van het Wetboek van Strafrecht BES.

2. In het tweede lid wordt na «Artikel 272, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht» ingevoegd: dan wel artikel 285, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht BES.

F

Artikel 87 komt te luiden:

Artikel 87
  • 1. In bestuursrechtelijke procedures inzake de toepassing van deze wet of de Wet veiligheidsonderzoeken waarbij Onze betrokken Minister of de commissie van toezicht door de rechtbank onderscheidenlijk het Gerecht of het Hof ingevolge artikel 8:27, 8:28 of 8:45 van de Algemene wet bestuursrecht onderscheidenlijk artikel 23, 28 en 29 van de Wet administratieve rechtspraak BES wordt verplicht tot het verstrekken van inlichtingen dan wel het overleggen van stukken, blijft artikel 8:29, derde tot en met vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht onderscheidenlijk artikel 24, derde tot en met vijfde lid, van de Wet administratieve rechtspraak BES buiten toepassing. Indien Onze betrokken Minister of de commissie van toezicht de rechtbank onderscheidenlijk het Gerecht of het Hof meedeelt dat uitsluitend zij kennis zal mogen nemen van de inlichtingen onderscheidenlijk de stukken, kan de rechtbank slechts met toestemming van de andere partijen mede op grondslag van die inlichtingen of stukken uitspraak doen. Indien Onze betrokken Minister of de commissie van toezicht het verstrekken van inlichtingen of het overleggen van stukken weigert kan de rechtbank onderscheidenlijk het Gerecht of het Hof daaruit de gevolgtrekkingen maken die hen geraden voorkomen.

  • 2. Indien door Onze betrokken Minister of de commissie van toezicht aan de rechtbank onderscheidenlijk het Gerecht of het Hof stukken dienen te worden overgelegd, kan worden volstaan met het ter inzage geven van de desbetreffende stukken. Van de desbetreffende stukken mag op generlei wijze een afschrift worden vervaardigd.

G

Na hoofdstuk 7 wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK 7A BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Artikel 88a

Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met inachtneming van het in dit hoofdstuk bepaalde.

Artikel 88b

Voor de toepassing van deze wet in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is de Algemene wet op het binnentreden van toepassing.

Artikel 88c
  • 1. De personen en instanties die bij of krachtens de Wet op de telecommunicatievoorzieningen BES bevoegd zijn tot het verzorgen van telecommunicatieverkeer voor derden zijn verplicht medewerking te verlenen aan de uitvoering van de bijzondere bevoegdheden als bedoeld in de artikelen 25, 28 en 29 van de wet, voor zover deze betrekking heeft op het aftappen of opnemen van telecommunicatie en het verstrekken van gegevens omtrent een gebruiker en het telecommunicatieverkeer met betrekking tot die gebruiker. Onder een gebruiker wordt in dit kader verstaan de natuurlijke of rechtspersoon die met de persoon of een instantie als bedoeld in de eerste volzin een overeenkomst is aangegaan met betrekking tot het verzorgen van telecommunicatieverkeer, alsmede de natuurlijke of rechtspersoon wiens telecommunicatieverkeer het betreft.

  • 2. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Onze Minister van Defensie en Onze Minister van Economische Zaken gezamenlijk kunnen in bijzondere gevallen de personen en instanties, bedoeld in het eerste lid, ontheffing verlenen van de verplichting tot medewerking.

H

Artikel 91 komt te luiden:

Artikel 91

De Algemene wet bestuursrecht dan wel het van toepassing zijnde bestuursrecht in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, waaronder in ieder geval het recht dat voorziet in de verplichting tot bekendmaking van besluiten alsmede in de mogelijkheid van bezwaar en beroep daartegen, is niet van toepassing op de voorbereiding, totstandkoming en tenuitvoerlegging van besluiten op grond van artikel 6, tweede lid, onder d en e, artikel 7, tweede lid, onder e en f, op grond van de hoofdstukken 3 en 5 in het kader van de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder a, c, d en e, en artikel 7, tweede lid, onder a, c, d, e en f, alsmede artikel 86, tweede lid, eerste volzin.

§ 2 Aanpassingen van wetgeving van Nederlands-Antilliaanse oorsprong

Artikel 1.2

De Wet openbaarheid van bestuur BES wordt als volgt gewijzigd:

A

De artikelen van deze wet worden als volgt gewijzigd:

1. De term «eilandgebieden» wordt telkens vervangen door: openbare lichamen.

2. De term «landsverordening» wordt, met uitzondering van artikel 20, telkens vervangen door: wet.

B

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel 1, onderdeel a, komt te luiden:

a. bestuursorgaan:
  • de bestuurorganen van de openbare lichamen die het rechtstreeks aangaat;

  • de Rijksvertegenwoordiger;

2. Na onderdeel d wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma, twee nieuw onderdelen toegevoegd, luidende:

e. openbare lichamen:

openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

f. Rijksvertegenwoordiger:

Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

C

Artikel 3, derde lid, komt te luiden:

  • 3. Bij algemene maatregel van bestuur kan voor de Rijksvertegenwoordiger een informatiepunt worden aangewezen waar het verzoek moet worden ingediend. Voor de bestuursorganen van de openbare lichamen kan dit bij eilandbesluit houdende algemene maatregelen.

D

In artikel 9, derde lid, vervalt «in de Curacaosche courant of».

E

Paragraaf 5 vervalt.

F

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel a, komt te luiden:

  • a. de eenheid van de Kroon in gevaar zou kunnen brengen;

2. In het eerste lid, onderdeel b, en het tweede lid, onderdeel a, wordt «het Land» vervangen door: de Staat.

G

Artikel 13 komt te luiden:

Artikel 13

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor de Rijksvertegenwoordiger en bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, voor de openbare lichamen, nadere regels worden gesteld omtrent de uitvoering van deze wet.

H

Artikel 14 komt te luiden:

Artikel 14

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor de Rijksvertegenwoordiger en bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, voor de openbare lichamen, regels worden gesteld met betrekking tot in rekening te brengen vergoedingen voor het ingevolge een ingekomen verzoek vervaardigen van kopieën van documenten en van uittreksels of samenvattingen van de inhoud daarvan.

I

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid vervalt.

2. De aanduiding «2» voor het tweede lid alsmede «de Minister van Algemene Zaken en» vervallen.

J

Paragraaf 8 vervalt.

K

In artikel 19 wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

L

Artikel 21 komt te luiden:

Artikel 21

Deze wet wordt aangehaald als: Wet openbaarheid van bestuur BES.

HOOFDSTUK 2. MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

§ 1 Aanpassingen van Nederlandse wetgeving

Artikel 2.1

De Coördinatiewet uitzonderingstoestanden wordt als volgt gewijzigd:

Na paragraaf 2 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 2a. Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Artikel 9a

In deze paragraaf wordt verstaan onder openbare lichamen: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 9b
  • 1. Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen met inachtneming van het in deze paragraaf bepaalde.

  • 2. De bepalingen die voorkomen op de bij deze wet behorende lijsten A en B zijn van overeenkomstige toepassing in de openbare lichamen, voor zover deze bepalingen niet reeds van toepassing zijn in de openbare lichamen met dien verstande dat telkens in die bepalingen wordt gelezen voor:

    • a. «burgemeester»: gezaghebber;

    • b. «Onze Commissaris van de Koning», «Onze Commissaris in de provincie» en «Onze commissaris in de provincie»: de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 9c

Indien ingevolge een koninklijk besluit als bedoeld in de artikelen 7, eerste lis, of 8, eerste lid, voor de openbare lichamen gezamenlijk of ieder afzonderlijk één of meerdere bepalingen in werking worden gesteld, kunnen hiermee samenhangende in een koninklijk besluit aan te wijzen bepalingen bij dat besluit van overeenkomstige toepassing worden verklaard in de openbare lichamen.

Artikel 9d

Onze Minister wie het aangaat kan aan de gezaghebber of de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba mandaat verlenen tot het uitoefenen in de openbare lichamen van de bevoegdheden die zijn opgenomen in op grond van de artikelen 7, eerste lid, of 8, eerste lid, in werking gestelde artikelen.

Artikel 2.2

De Wet gemeenschappelijke regelingen wordt als volgt gewijzigd:

Na hoofdstuk XI wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK XIA. REGELINGEN TUSSEN DE OPENBARE LICHAMEN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
§ 1. Bevoegdheid tot treffen van een regeling
Artikel 124
  • 1. De eilandsraden, de bestuurscolleges en de gezaghebbers van twee of meer openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba kunnen afzonderlijk of tezamen, ieder voor zover zij voor het eigen openbaar lichaam bevoegd zijn, een gemeenschappelijke regeling treffen ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van die openbare lichamen.

  • 2. De bestuurscolleges en de gezaghebbers gaan niet over tot het treffen van een regeling dan na verkregen toestemming van de eilandsraden. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

  • 3. Onder het treffen van een regeling wordt in dit artikel mede verstaan het wijzigen van, het toetreden tot en het uittreden uit een regeling.

§ 2. Algemene bepalingen
Artikel 125
  • 1. Bij de regeling kan een openbaar lichaam onder de naam samenwerkingslichaam worden ingesteld. Het samenwerkingslichaam is een rechtspersoon.

  • 2. In daarvoor bijzonder in aanmerking komende gevallen kan bij de regeling, in plaats van een openbaar lichaam, een gemeenschappelijk orgaan worden ingesteld.

  • 3. In een regeling kan worden bepaald dat daarin omschreven bevoegdheden van bestuursorganen of van ambtenaren van twee of meer aan de regeling deelnemende openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba worden uitgeoefend door bestuursorganen, onderscheidenlijk door ambtenaren van een van de deelnemende openbare lichamen.

Artikel 126

De artikelen 9 tot en met 28 zijn van overeenkomstige toepassing met uitzondering van de artikelen 20, 22, 24, 25 en 28, met dien verstande dat:

  • a. telkens in die bepalingen wordt gelezen voor:

    • gemeente: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

    • gemeenten: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

    • gemeentebestuur: eilandbestuur;

    • gemeentebesturen: eilandbesturen;

    • gemeenteraad: eilandsraad;

    • gemeenteraden: eilandsraden;

    • raad: eilandsraad;

    • raden: eilandsraden

    • college van burgemeester en wethouders: bestuurscollege

    • burgemeester: gezaghebber;

    • burgemeesters: gezaghebbers;

    • wethouder: eilandgedeputeerde;

    • wethouders: eilandgedeputeerden;

    • openbaar lichaam: samenwerkingslichaam;

    • gedeputeerde staten: Rijksvertegenwoordiger, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

  • b. bij de toepassing van artikel 10, vierde lid, voor artikel 81p, eerste lid, van de Gemeentewet, artikel 79q, eerste lid, van de Provinciewet of artikel 51b eerste lid, van de Waterschapswet wordt gelezen: artikel 107, eerste lid, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

  • c. bij de toepassing van artikel 14, eerste lid, voor dezelfde gemeente wordt gelezen: hetzelfde openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

  • d. bij de toepassing van artikel 16, vijfde lid, voor artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht wordt gelezen: artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 7, eerste lid, van de Wet administratieve rechtspraak BES;

  • e. bij de toepassing van artikel 16, zesde lid, voor artikel 25 van de Gemeentewet wordt gelezen: artikel 26 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

  • f. bij de toepassing van artikel 21, tweede lid, voor artikel 44, vijfde lid, van de Gemeentewet, wordt gelezen: artikel 56, vijfde lid, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

  • g. bij de toepassing van artikel 21, vijfde lid, voor artikel 99 van de Gemeentewet, wordt gelezen: artikel 123 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

  • h. bij de toepassing van artikel 23, eerste en tweede lid, voor artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur telkens wordt gelezen: artikel 11 van de Wet openbaarheid van bestuur BES.

Artikel 127
  • 1. Artikel 16 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is van overeenkomstige toepassing op een lid van het bestuur van het samenwerkingslichaam.

  • 2. Ten aanzien van een lid van het gemeenschappelijk orgaan is het bepaalde in artikel 16, eerste lid, onder a en b, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Wanneer is gehandeld in strijd met het bepaalde in het eerste lid, is artikel X 8, eerste tot en met vijfde lid, van de Kieswet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 128
  • 1. De artikelen 17, 18, 20, 21, 23, 27, 29, 30, 31, 32, 33, 34 en 35 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn, voor zover daarvan bij deze wet niet is afgeweken, op het houden en de orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur van het samenwerkingslichaam van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Het algemeen bestuur van het samenwerkingslichaam en het gemeenschappelijk orgaan vergaderen jaarlijks tenminste tweemaal.

  • 3. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte der aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.

  • 4. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.

  • 5. De voorzitter kan vervolgens alsnog besluiten dat de vergadering in het openbaar wordt gehouden indien hij dit in het kader van het openbaar belang nodig acht.

  • 6. Het algemeen bestuur regelt op welke wijze ambtelijke bijstand wordt verleend aan de leden van het algemeen bestuur.

  • 7. Het eerste tot en met zesde lid en artikel 23, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing op het gemeenschappelijk orgaan, indien de regeling is getroffen of mede is getroffen door eilandsraden.

  • 8. De artikelen 62, 63, 64, 65, 67, 68, 69, 70, 71 en 72 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en artikel 23, eerste lid, van deze wet zijn, voor zover bij deze wet niet is afgeweken, op het houden en de orde van de vergaderingen van het gemeenschappelijk van overeenkomstige toepassing, indien de regeling uitsluitend is getroffen door bestuurscolleges of gezaghebbers.

Artikel 129
  • 1. Geschillen omtrent de toepassing, in de ruimste zin, van een regeling tussen besturen van deelnemende openbare lichamen of tussen besturen van een of meer deelnemende openbare lichamen en het bestuur van het samenwerkingslichaam of het gemeenschappelijk orgaan worden door de Rijksvertegenwoordiger beslist, voor zover zij niet behoren tot die, vermeld in artikel 112, eerste lid, van de Grondwet of tot die, waarvan de beslissing krachtens artikel 112, tweede lid, van de Grondwet is opgedragen hetzij aan de rechterlijke macht, hetzij aan gerechten die niet tot de rechterlijke macht behoren. In eerste en enige aanleg wordt het geschil voorgelegd aan het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

  • 2. De Rijksvertegenwoordiger kan bij de beslissing van het geschil het desbetreffende bestuur opdragen een besluit te nemen met inachtneming van het in hun beslissing bepaalde en binnen een daartoe te stellen termijn. Indien binnen de gestelde termijn het besluit niet is genomen, geschiedt dit door de Rijksvertegenwoordiger.

  • 3. In spoedeisende gevallen kan de Rijksvertegenwoordiger bij de beslissing van het geschil in de plaats van het desbetreffende bestuur een besluit als bedoeld in het tweede lid nemen.

§ 3. Bevoegdheden bij regelingen tussen openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Artikel 130
  • 1. Aan het bestuur van het samenwerkingslichaam of aan het gemeenschappelijk orgaan kunnen bij de regeling ten aanzien van de belangen ter behartiging waarvan zij wordt getroffen, en voor het gebied waarvoor zij geldt, zodanige bevoegdheden van regeling en bestuur worden overgedragen als aan de besturen van de aan de regeling deelnemende openbare lichamen toekomen, met dien verstande dat:

    • a. aan het bestuur van het samenwerkingslichaam niet de bevoegdheid kan worden overgedragen andere belastingen te heffen dan de belasting, bedoeld in artikel 60 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, de rechten bedoeld in artikel 62 van de Wet financiën Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de rechten waarvan de heffing krachtens andere wetten dan de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba geschiedt;

    • b. aan het gemeenschappelijk orgaan niet de bevoegdheid kan worden overgedragen belastingen te heffen of anderszins algemeen verbindende voorschriften te geven.

  • 2. Indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in het eerste lid wordt daarbij tevens de verhouding van de overgedragen bevoegdheden tot die van de besturen van de deelnemende openbare lichamen geregeld.

  • 3. Voor zover een verordening van het samenwerkingslichaam voorziet in hetzelfde onderwerp als een verordening van een deelnemend openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba, regelt eerstbedoelde verordening de onderlinge verhouding. Zij kan bepalen, dat de verordening van een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba voor het gehele gebied dan wel voor een gedeelte daarvan geheel of gedeeltelijk ophoudt te gelden.

Artikel 131

Bij de regeling kunnen beperkingen worden aangebracht in de bevoegdheden die het samenwerkingslichaam van rechtswege bezit om aan het maatschappelijk verkeer deel te nemen.

Artikel 132

Een verordening van het samenwerkingslichaam tot heffing van een belasting regelt voor welke bestuurscolleges of ambtenaren de bevoegdheden, bedoeld in hoofdstuk IV van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zullen gelden.

Artikel 133
  • 1. Ten aanzien van de bevoegdheden van het bestuur van het samenwerkingslichaam of die van het gemeenschappelijk orgaan zijn van overeenkomstige toepassing de regels, in de ruimste zin, welke bij of krachtens de wet zijn gesteld voor de verdeling van de bevoegdheden van de eilandsbesturen over de eilandelijke bestuursorganen, voor de uitoefening van die bevoegdheden, alsmede voor het toezicht daarop. Dit geldt niet voor zover daarvan bij of krachtens deze wet is afgeweken.

  • 2. De besturen van de deelnemende openbare lichamen kunnen bij de regeling beperkingen aanbrengen in de bevoegdheden die door het bestuur van het samenwerkingslichaam onderscheidenlijk het gemeenschappelijk orgaan zouden kunnen worden ontleend aan de regelen, bedoeld in het eerste lid.

  • 3. Voor bij algemene maatregel van bestuur aan te geven categorieën van gevallen, waarin inachtneming van bepaalde regels, bedoeld in het eerste lid, onevenredig belastend zou zijn in verhouding tot het met die regels beoogde doel kunnen bij die maatregel daarvan afwijkende regels worden gesteld.

Artikel 134
  • 1. Het algemeen bestuur van het samenwerkingslichaam of het gemeenschappelijk orgaan stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.

  • 2. Het algemeen bestuur van het samenwerkingslichaam of het gemeenschappelijk orgaan stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.

  • 3. Het dagelijks bestuur van het samenwerkingslichaam of het gemeenschappelijk orgaan zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan het College financieel toezicht Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 135
  • 1. Het dagelijks bestuur van het samenwerkingslichaam of het gemeenschappelijk orgaan zendt de ontwerpbegroting zes weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, onderscheidenlijk zes weken voordat zij door het gemeenschappelijk orgaan wordt vastgesteld, toe aan de eilandsraden van de deelnemende openbare lichamen.

  • 2. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende openbare lichamen voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 18, eerste lid, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «eilandsraad» wordt gelezen «algemeen bestuur».

  • 3. De eilandsraden van de deelnemende openbare lichamen kunnen bij het dagelijks bestuur van het samenwerkingslichaam onderscheidenlijk het gemeenschappelijk orgaan hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

  • 4. Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur van het samenwerkingslichaam onderscheidenlijk het gemeenschappelijk orgaan, zo nodig, de begroting aan de raden van de deelnemende openbare lichamen, die ter zake bij het College financieel toezicht Bonaire, Sint Eustatius en Saba hun zienswijze naar voren kunnen brengen.

  • 5. Het bepaalde in het eerste, derde en vierde lid is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. In de gemeenschappelijke regeling kan worden bepaald ten aanzien van welke categorieën begrotingswijzigingen hiervan kan worden afgeweken.

Artikel 2.3

De Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt door een puntkomma, na de omschrijving van het begrip «derde» toegevoegd:

  • openbare lichamen: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

B

In de artikelen 29a, eerste lid, en 65, derde lid, wordt «komende vanuit de Nederlandse Antillen of Aruba» vervangen door: komende vanuit Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

C

In de artikelen 29a, eerste en tweede lid, 48, vierde lid, 50, zesde lid, 65, derde lid, 100a, 113, eerste lid, onder b en c, en 114a, tweede lid, onder b, wordt «in de Nederlandse Antillen of Aruba» telkens vervangen door: in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of in een van de openbare lichamen.

D

In artikel 42, vierde lid, wordt «het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba» vervangen door: het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

E

In het opschrift van Afdeling 2a van hoofdstuk 3, wordt «in de Nederlandse Antillen en Aruba» vervangen door: in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 2.3a

In artikel 7, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging wordt na «Wetboek van Strafrecht» ingevoegd: dan wel artikel 306, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 307, tweede lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafrecht BES.

Artikel 2.4

De Wet Nationale ombudsman wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma, een onderdeel ingevoegd, luidende:

c. openbare lichamen:

openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

B

Artikel 1a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt na «gemeenten,» ingevoegd «openbare lichamen,» en na «artikel 81p van de Gemeentewet,» ingevoegd: artikel 107 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba,.

2. In het eerste lid, onderdeel d, wordt na «gemeenten,» ingevoegd: openbare lichamen,.

3. In het eerste lid, onderdeel e, wordt na «bestuursorganen,» ingevoegd:, daaronder mede begrepen bestuursorganen in de openbare lichamen,.

C

Artikel 1b wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na «artikel 81p, tweede of derde lid, van de Gemeentewet, « ingevoegd: artikel 107, tweede of derde lid, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In het tweede lid wordt na «gemeenten,» ingevoegd: openbare lichamen,.

D

In artikel 1c wordt na «gemeenten,» ingevoegd: openbare lichamen,.

E

In artikel 16, eerste en derde lid, wordt na «gemeenten» ingevoegd: openbare lichamen.

F

In artikel 18 wordt na «gemeenten,» ingevoegd: openbare lichamen,.

G

Na artikel 19 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 19a
  • 1. In afwijking van artikel 1a, is deze wet tot twee jaar na de inwerkingtreding van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba alleen van toepassing op de gedragingen van de bestuursorganen van de openbare lichamen, voor zover de ombudsman hiertoe op een gezamenlijk verzoek van de eilandsraden van de openbare lichaam heeft besloten. De ombudsman kan daarbij een termijn bepalen waarop deze wet ten aanzien van de gedragingen van de bestuursorganen van de openbare lichamen van toepassing zal zijn.

  • 2. Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt bekend gemaakt in de Staatscourant en in de afkondigingsbladen van de openbare lichamen.

Artikel 2.5

In de Wet openbare manifestaties wordt na paragraaf V een paragraaf ingevoegd, luidende:

Paragraaf VI. Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Artikel 12

Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met dien verstande dat telkens wordt gelezen voor:

  • a. gemeenteraad: eilandraad;

  • b. burgemeester: gezaghebber.

Artikel 2.6

Artikel 11 van de Wet overige BZK-subsidies wordt als volgt gewijzigd:

1. In de onderdelen a en c wordt «in de Nederlandse Antillen en Aruba» steeds vervangen door: in Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

2. In onderdeel b wordt «de ontwikkeling van Aruba en de Nederlandse Antillen, daaronder begrepen de afzonderlijke eilandgebieden van de Nederlandse Antillen,» vervangen door: de ontwikkeling van Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

3. In onderdeel d wordt «aan de Nederlandse Antillen en Aruba» vervangen door: aan Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

4. In onderdeel e wordt «tussen Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba» vervangen door: tussen Nederland, Aruba, Curaçao, en Sint Maarten.

Artikel 2.7

De Wet op de parlementaire enquête 2008 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. De commissie kan, zonder toestemming van de rechthebbende, met de door haar aangewezen personen elke plaats in Nederland, daaronder begrepen de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, betreden.

2. Na het vijfde lid wordt een nieuw lid toegevoegd, dat komt te luiden:

  • 6. Voor de toepassing van dit artikel is de Algemene wet op het binnentreden tevens van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

B

Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede lid tot derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. In dit artikel worden onder Nederland mede begrepen: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In het derde lid (nieuw) wordt na de zinsnede «van een gemeente in Nederland» de volgende zinsnede ingevoegd: of in de basisadministratie persoonsgegevens van een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

C

Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid wordt, onder vervanging van de punt op het einde van de zin door een komma, de volgende zinsnede toegevoegd: dan wel de delicten, bedoeld in de artikelen 198 tot en met 198c van het Wetboek van Strafrecht BES.

2. In het tweede lid wordt na de zinsnede «bedoeld in de artikelen 192 tot en met 192c van het Wetboek van Strafrecht» de volgende zinsnede ingevoegd: dan wel de delicten, bedoeld in de artikelen 198 tot en met 198c van het Wetboek van Strafrecht BES,.

Artikel 2.8

De Wet privatisering ABP wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 2, tweede lid, onderdeel e, komt te luiden:

  • e. de gouverneurs van Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

Artikel 2.9

De Wet Veiligheidsonderzoeken wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 7, tweede lid, onder a, en 13, vierde lid, onder a, wordt «justitiële en strafvorderlijke gegevens als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en gegevens uit politieregisters als bedoeld in de Wet politieregisters» telkens vervangen door: justitiële en strafvorderlijke gegevens als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en gegevens als bedoeld in de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES alsmede van gegevens als bedoeld in de Wet politiegegevens en van gegevens verwerkt in het kader van de uitvoering van de politietaak op Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

B

In artikel 9, tweede lid, wordt «justitiële en strafvorderlijke gegevens als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en van gegevens uit politieregisters als bedoeld in de Wet politieregisters» telkens vervangen door: justitiële en strafvorderlijke gegevens als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en van gegevens als bedoeld in de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES alsmede van gegevens als bedoeld in de Wet politiegegevens en van gegevens verwerkt in het kader van de uitvoering van de politietaak op Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

C

In artikel 12, eerste en tweede lid, wordt na «Kaderwet dienstplicht» steeds ingevoegd: of van hoofdstuk VII van de Dienstplichtwet BES.

D

Na artikel 16 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 16a
  • 1. Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

  • 2. Indien een besluit op grond van deze wet is gericht op een natuurlijke of een rechtspersoon, die woonplaats heeft onderscheidenlijk is gevestigd in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, kan een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, die door het besluit rechtstreeks in zijn belang is getroffen, beroep instellen bij het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De Wet administratieve rechtspraak BES is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2.9a

De Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De punt aan het eind van onderdeel f wordt vervangen door een puntkomma.

2. Na onderdeel f wordt een nieuw onderdeel toegevoegd, dat komt te luiden:

  • g. Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

B

Artikel 2, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De punt aan het eind van onderdeel d wordt vervangen door een puntkomma.

2. Na onderdeel d wordt een nieuw onderdeel toegevoegd, dat komt te luiden:

  • e. Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

§ 2 Aanpassingen van wetgeving van Nederlands-Antilliaanse oorsprong

§ 2.1 Rechtspositie ambtenaren
Artikel 2.10

De Pensioenwet ambtenaren BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 1, 2, eerste lid, 3, 4, aanhef, 5, vierde lid, 6, aanhef, 7, 8, 11, 17, eerste en vijfde lid, 19, eerste lid, 25, eerste en tweede lid, 29, 53, eerste lid, 70, onderdeel b, 78, vierde lid, 84, 88, eerste en derde lid, 90, eerste en derde lid, 91, tweede lid, aanhef en onderdeel a, artikel 93, tweede lid, en 95, eerste lid, wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

B

In artikel 1 wordt de zinsnede «fonds: het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen» vervangen door: fonds: het BES ambtenarenpensioenfonds, bedoeld in artikel 51a.

C

In de artikelen 3, tweede lid, 5, derde lid, 6, eerste lid, onderdeel b, 9, negende lid, 14, vierde lid, 55, vierde lid, 76, eerste lid, 78, vijfde lid, 80, vijfde lid, en 85, derde lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen» telkens vervangen door: ministeriële regeling.

D

In artikel 3 wordt «de Wachtgeldregeling overheidsdienaren (P.B. 1986, no. 83)» vervangen door: het Wachtgeldbesluit overheidsdienaren BES.

E

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt «van de Nederlandse Antillen» vervangen door: de staat op Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

2. In onderdeel b wordt «Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht (P.B. 1964, no. 159)» vervangen door: Wet materieel ambtenarenrecht BES.

3. In onderdeel c wordt «het Land of van een eilandgebied» vervangen door «de staat of van het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba» en wordt «Werkliedenverordening 1944 (PB 1978, 376)» vervangen door: de Werkliedenwet 1944 BES.

4. In onderdeel d wordt «bij landsbesluit of bij besluit van een bestuurscollege» vervangen door: door Onze Minister wie het aangaat of door een bestuurscollege.

5. Onderdeel e komt te luiden:

  • e. de leden van het personeel van een bijzondere school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs.

5. De onderdelen f tot en met i vervallen.

6. In onderdeel k wordt vóór «Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen» en vóór «Vertegenwoordigingen van Nederland in de Nederlandse Antillen» ingevoegd: voormalige.

F

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. In deze wet worden onder overheidsdienaren tevens verstaan de werknemers in dienst van een rechtspersoon, die gelet op zijn doelstelling en zijn financiële verhouding tot Nederland of de openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius, bij besluit is aangewezen als lichaam waarvan het personeel overheidsdienaar in de zin van deze wet is. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere criteria voor de aanwijzing van een zodanige rechtspersoon worden vastgesteld .

2. In het tweede lid wordt «de Gouverneur» vervangen door: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties na overleg met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

3. In het zevende lid wordt «het Land of een eilandgebied» vervangen door «de staat of het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba» en «bij landsbesluit» door: door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

G

In artikel 14, derde lid, onderdeel a en b, wordt «in de Nederlandse Antillen» vervangen door «in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba».

H

Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel c, onder 1°, vervalt «,gevolmachtigde minister».

2. In het eerste lid, onderdeel c, onder 3°, wordt «gedeputeerde» vervangen door: eilandgedeputeerde.

3. Het eerste lid, onder c, onder 4° vervalt.

4. In het eerste lid, onderdeel d, wordt «het Land, Nederland, Aruba» vervangen door «het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten» en wordt telkens voor «in een van die landen» ingevoegd: in het Europese deel van Nederland of.

I

In de artikelen 22, tweede lid, 26, 27, vijfde lid, 50, derde lid, wordt «gehele guldens» vervangen door: gehele dollars.

J

In artikel 26 wordt «de Landsverordening Algemene Ouderdomsverzekering (P.B. 1960, 83)» vervangen door: Wet algemene ouderdomsverzekering BES.

K

Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «artikel 6 van de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 (P.B. 1956, no. 9)» vervangen door: artikel 6 van de Wet inkomstenbelasting BES.

2. In het tweede lid wordt «de Landsverordening Ongevallenverzekering (P.B. 1966, no. 14)» vervangen door: de Wet ongevallenverzekering BES.

L

In artikel 33, eerste lid, onderdeel b, wordt «het Burgerlijk Wetboek» vervangen door: het Burgerlijk Wetboek BES.

M

In artikel 49, eerste lid, wordt «de Landsverordening Ongevallenverzekering» vervangen door: de Wet ongevallenverzekering BES.

N

Het opschrift van hoofdstuk V komt te luiden: Uitvoering, toekenning en betaling van het pensioen.

O

In hoofdstuk V wordt voor artikel 52 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 51a
  • 1. Ter uitvoering van deze wet worden voor de overheidsdienaren, de gewezen overheidsdienaren of hun nabestaanden gelden bijeengebracht in en beheerd door een hiertoe mede door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op te richten Stichting BES ambtenarenpensioenfonds.

  • 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de inrichting en het goed functioneren van het in het eerste lid bedoelde fonds.

P

In artikel 72, aanhef, wordt «het land of een eilandgebied»: de staat of het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

Q

Artikel 76 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «bij dat landsbesluit» door: bij deze algemene maatregel van bestuur.

2. In het tweede lid wordt «Het landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: De algemene maatregel van bestuur.

R

Artikel 77 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt «de Landsverordening ondernemingspensioenfondsen (P.B. 1985, no 44)» vervangen door: de Wet ondernemingspensioenfondsen BES.

2. In onderdeel b wordt «de Landsverordening Toezicht verzekeringsbedrijf (P.B. 1990, no. 77)» vervangen door: de Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES.

3. In onderdeel d wordt «de Minister van Financiën, de Bank van de Nederlandse Antillen gehoord,» vervangen door: Onze Minister van Financiën, de Nederlandsche Bank N.V. gehoord.

S

In de artikelen 78, vijfde lid, en 80, vijfde lid, wordt «de Bank van de Nederlandse Antillen» vervangen door: de Nederlandsche Bank N.V.

T

In artikel 85, derde lid, wordt «Bij of krachtens landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.

U

Artikel 89 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste wordt «bij landsbesluit» vervangen door: bij besluit van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

2. In het tweede lid wordt «het landsbesluit» vervangen door «het besluit» en «door de Gouverneur» door: door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

V

Artikel 91 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «gerecht in ambtenarenzaken» vervangen door: Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In het tweede lid, aanhef, wordt «de Regeling Ambtenarenrechtspraak 1951 (P.B. 1951,134)» vervangen door «Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES».

3. In het derde lid wordt «uitspraak van het gerecht in ambtenarenzaken of van de raad van beroep in ambtenarenzaken» wordt vervangen door: uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba of van het Gemeenschappelijk hof van Justitie.

W

Artikel 97 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste en tweede lid wordt «een geldboete van ten hoogste eenduizend gulden» vervangen door: een geldboete van de tweede categorie.

2. In het derde lid wordt «een geldboete van ten hoogste tienduizend gulden» vervangen door: een geldboete van de derde categorie.

X

De artikelen 111 en 112 vervallen.

Y

Artikel 113 komt te luiden:

Artikel 113

Deze wet wordt aangehaald als: Pensioenwet ambtenaren BES.

Artikel 2.11

De Werkliedenwet 1944 BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen van deze wet wordt:

1. De term «deze landsverordening» telkens vervangen door: deze wet.

2. De term «de Gouverneur» telkens vervangen door: Onze Minister.

3. De zinsnede «bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» en «bij landsbesluit houdende algemene maatregelen» telkens vervangen door: bij ministeriële regeling.

B

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de zinsnede «bij de Nederlandse Antillen en/of één of meer eilandgebieden» vervangen door: bij de voormalige Nederlandse Antillen of het eilandgebied Bonaire, Sint Eustatius of Saba in doorlopende dienst werkzaam waren, dan wel bij het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

2. In het tweede lid a wordt «bij landsbesluit» vervangen door: bij ministeriële regeling.

3. In het tweede lid b wordt «in de Nederlandse Antillen» vervangen door «in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba» en «tot de Nederlandse Antillen of een eilandgebied» door: tot Nederland.

4. In het vierde lid, eerste volzin, vervalt «behoudens het gestelde in artikel 50».

5. In het vierde lid, tweede volzin, wordt «de Nederlandse Antillen en/of een van de eilandgebieden» vervangen door: de voormalige Nederlandse Antillen of het eilandgebied Bonaire, Sint Eustatius of Saba, dan wel het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

C

Na artikel 1 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1A

In deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Onze Minister:

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

b. openbaar lichaam:

openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

D

In de artikelen 2 en 3 wordt ««Werkliedenreglement 1944»» telkens vervangen door: Werkliedenregeling 1944 BES.

E

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt: «voor de werklieden in dienst van de Nederlandse Antillen bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, en».

2. In het derde lid, onder d, vervalt de dubbele punt, onderdeel a en de aanduiding b en wordt «een eilandgebied» vervangen door: het openbaar lichaam.

F

In artikel 6A wordt «bij of krachtens landsverordening» vervangen door: bij of krachtens de wet.

G

Na artikel 6A wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 6B

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent vakantie en vrijstelling van dienst van de werkman.

H

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onder c, vervalt:, de Raad van Advies gehoord,.

2. In het zesde lid wordt «in de Nederlandse Antillen» vervangen door: in de openbare lichamen.

I

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onder a, wordt na «als werkman in loondienst bij de» ingevoegd «voormalige» en na «eilandgebieden» ingevoegd: of bij een openbaar lichaam.

2. In het eerste lid, onder c, wordt na «in of buiten de» ingevoegd: voormalige.

3. In het eerste lid, onder d, wordt «de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren (P.B. 1997, 312)» vervangen door: de Pensioenwet ambtenaren BES.

J

In artikel 11, onder b, wordt «het Land, Nederland, Aruba» vervangen door «het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten» en telkens vóór «in een van die landen» ingevoegd «in het Europese deel van Nederland of» en wordt «het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen» vervangen door: het BES ambtenarenpensioenfonds.

K

In artikel 13, tweede lid, wordt «de dienstchef» vervangen door «het bevoegd gezag» en «de Directie van het Werkliedenpensioenfonds» vervangen door: het BES werkliedenpensioenfonds.

L

In de artikelen 16, tweede lid, en 23, eerste, wordt «in volle guldens» telkens vervangen door: in gehele dollars.

M

In artikel 18, tweede lid, onder b, wordt na «het Burgerlijk Wetboek» ingevoegd: BES.

N

In artikel 24 wordt «de Landsverordening Ongevallenverzekering (P.B. 1966, 14)» vervangen door: Wet ongevallenverzekering BES.

O

Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede, zesde en zevende lid wordt «de Directie van het Werkliedenpensioenfonds» telkens vervangen door: het BES werkliedenpensioenfonds.

2. In het achtste lid wordt «het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen» vervangen door «het BES ambtenarenpensioenfonds» en «de Nederlandse Antillen of een eilandgebied» door: de staat of een openbaar lichaam.

P

In artikel 32, eerste lid, wordt «de Direkteur van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen» vervangen door: het BES ambtenarenpensioenfonds.

Q

Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «bij landsbesluit» vervangen door: bij beschikking van Onze Minister.

2. In het tweede lid, onder c, wordt «de Directeur van het Algemeen pensioenfonds van de Nederlandse Antillen» vervangen door: het BES ambtenarenpensioenfonds.

3. In het zesde lid wordt «het desbetreffende landsbesluit» vervangen door: de desbetreffende beschikking.

R

In artikel 35, eerste lid, onder a, onder 2, wordt «een der eilandgebieden» vervangen door: een van de openbare lichamen.

S

In artikel 36, vierde lid, wordt «het aanvankelijke landsbesluit» vervangen door: de aanvankelijke beschikking.

T

Artikel 38, vijfde lid, komt te luiden:

  • 5. Onder de ingevolge het tweede lid verboden verpanding of belening is niet begrepen die welke aangegaan ter verkrijging van een al dan niet tegen rente verschaft voorschot van de staat, van het openbaar lichaam, van enig ander publiekrechtelijk lichaam in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten, of van een instelling van liefdadigheid of tot algemeen nut, mits de bepalingen waarnaar het voorschot wordt gegeven zijn goedgekeurd door Onze Minister.

U

Artikel 43 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, onder 2°, wordt «tenminste één gulden en ten hoogste vijftig gulden» vervangen door: ten minste USD 1 en ten hoogste USD 28.

2. In het vijfde lid wordt «de departements-/dienstchefs» vervangen door «een door het bevoegd gezag aangewezen autoriteit» en vervalt:, indien het bevoegd gezag dat bepaalt.

V

Artikel 44 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «de departments-/dienstchef» vervangen door: de aangewezen autoriteit, bedoeld in artikel 43, vijfde lid «nieuw».

2. Het tweede en derde lid vervalt.

W

In artikel 47, onder d, worden «Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht (P.B. 1964, no. 159)» en «Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht» telkens vervangen door «Wet materieel ambtenarenrecht BES» en vervalt: bij landsbesluit.

X

In artikel 49 vervalt de dubbele punt, onderdeel a en de aanduiding b en wordt «een eilandgebied» vervangen door: het openbaar lichaam.

Y

Artikel 50 vervalt.

Z

Artikel 51 komt te luiden:

Artikel 51

Deze wet wordt aangehaald als: Werkliedenwet 1944 BES.

AA

Artikel 52 vervalt.

Artikel 2.12

De Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 1, 2, 58, 59, 68, 94, 95, 140 en 141 wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

B

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Ambtenaar in de zin van deze wet en de daarop berustende bepalingen is degene die door het bevoegde gezag is aangesteld om in openbare dienst op Bonaire, Sint Eustatius of Saba werkzaam te zijn.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Tot de openbare dienst behoren alle diensten en bedrijven door de staat en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba beheerd, met inbegrip van het van overheidswege gegeven openbare onderwijs.

3. Het vijfde lid komt te luiden:

  • 5. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    a. hof van justitie:

    Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

    b. openbaar lichaam:

    openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

    c. woonplaats:

    woonplaats als bedoeld in het Burgerlijk Wetboek BES.

C

Artikel 2 komt te luiden:

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt niet onder ambtenaren verstaan:

  • a. de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

  • b. krachtens de Grondwet of de wet voor het leven benoemde ambtenaren;

  • c. de gezaghebber en de gedeputeerden.

D

Na artikel 2 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2a

Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Overheid:
  • a. de staat, indien de ambtenaar in dienst van deze rechtspersoon is aangesteld:

  • b. het openbaar lichaam, indien de ambtenaar in dienst van deze rechtspersoon is aangesteld.

Bevoegd gezag:
  • a. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voor zover het de ambtenaren in dienst van de staat betreft;

  • b. het bestuurscollege, voor zover het de ambtenaren in dienst van het openbare lichaam betreft, met inachtneming van sub c;

  • c. de eilandsraad, voor zover de eilandgriffier en de op de griffie werkzame ambtenaren betreft.

E

Artikel 4, derde lid, komt te luiden:

  • 3. Door de griffier van het gerecht onderscheidenlijk de raad wordt zo spoedig mogelijk na de ontvangst van een aangetekend stuk daarvan kennis gegeven aan de inzender.

F

Artikel 5 vervalt.

G

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «het gehele gebied der Nederlandse Antillen» vervangend door: het gehele gebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In het tweede lid wordt «te Willemstad op het eiland Curaçao» vervangen door: in de zittingsplaats van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

3. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. Het gerecht kan ook elders zitting houden.

H

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt «in de Nederlandse Antillen».

2. In het tweede lid wordt «het gerecht in eerste aanleg zittingplaats Curaçao» vervangen door: het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

I

In artikel 9, eerste en tweede lid, wordt «door de Gouverneur» vervangen door: bij koninklijk besluit op gezamenlijke voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Justitie.

J

In artikel 10 wordt «landsbesluit houdende algemene maatregelen» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

K

Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «het gehele gebied der Nederlandse Antillen» vervangend door: het gehele gebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In het tweede lid wordt «te Willemstad op het eiland Curaçao» vervangen door: in de zittingsplaats van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

3. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. Het gerecht kan ook elders zitting houden.

L

In artikel 18, eerste lid, vervalt «in de Nederlandse Antillen».

M

In artikel 19, eerste en tweede lid, wordt «door de Gouverneur» vervangen door: bij koninklijk besluit op gezamenlijke voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Justitie.

N

Artikel 20, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Benoembaar tot lid is iedere Nederlander, die woonplaats heeft in het Caribische deel van het Koninkrijk.

O

In artikel 22, eerste lid, wordt «landsbesluit houdende algemene maatregelen» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

P

In artikel 26 wordt «de Gouverneur» vervangen door: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aan Onze Minister van Justitie.

Q

In artikel 30 wordt «landsbesluit houdende algemene maatregelen» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

R

In artikel 40 wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: het Caribische deel van het Koninkrijk.

S

Artikel 44 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «binnen het grondgebied der Nederlandse Antillen» vervangen door: in het Caribische deel van het Koninkrijk.

2. In het derde lid wordt «in de gevallen omschreven in artikel 9, lid 3, der Staatsregeling» vervangen door: in de gevallen omschreven in artikel 1 van de Wet ambtelijke bijstand verzoekschriften BES.

3. In het vierde lid wordt «landsbesluit houdende algemene maatregelen» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

T

In artikel 56, derde lid, wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: een openbaar lichaam.

U

In artikel 58, tweede lid, wordt «Wetboek van strafvordering voor de Nederlandse Antillen» vervangen door: Wetboek van strafvordering BES.

V

In artikel 59, eerste lid, wordt «uit ’s Lands kas» vervangen door: van rijkswege.

W

In artikel 60, tweede lid, wordt «het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voor de Nederlandse Antillen» vervangen door: het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES.

X

In artikel 61, eerste lid, wordt «uit ’s Lands kas» vervangen door: van rijkswege.

Y

In artikel 98, tweede lid, wordt «te Willemstad» vervangen door: in de zittingsplaats van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Z

Artikel 104 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «binnen het grondgebied der Nederlandse Antillen» vervangen door: in het Caribische deel van het Koninkrijk.

2. In het derde lid wordt «in de gevallen omschreven in artikel 9, lid 3, der Staatsregeling» vervangen door: in de gevallen omschreven in artikel 1 van de Wet ambtelijke bijstand verzoekschriften BES.

3. In het vierde lid wordt «landsbesluit houdende algemene maatregelen» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

AA

In artikel 112, eerste lid, wordt «te Willemstad» vervangen door: in de zittingsplaats van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

BB

In artikel 138, eerste lid, wordt «Wetboek van Strafrecht voor de Nederlandse Antillen» vervangen door «Wetboek van Strafrecht BES» en wordt «een geldboete van ten hoogste een honderd gulden» vervangen door: een geldboete van de eerste categorie.

CC

Artikel 139 vervalt.

DD

Artikel 140 vervalt.

EE

Artikel 143 komt te luiden:

Artikel 143

Deze wet wordt aangehaald als: Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES.

Artikel 2.13

De Wet materieel ambtenarenrecht BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen van deze wet wordt onderscheidenlijk worden:

1. de term «landsverordening» met uitzondering van de artikelen 93 en 121 tot en met 124, telkens vervangen door «wet». Deze term wordt in artikel 93 wordt vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

2. de termen «eilandgebied» en «eilandgebieden» telkens vervangen door «openbaar lichaam» respectievelijk «openbare lichamen».

3. de zinsnede «bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen», «bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen,», «bij landsbesluit houdende algemene maatregelen,», «bij landsbesluit houdende algemene maatregelen» en «Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» telkens vervangen door «bij algemene maatregel van bestuur» respectievelijk «Bij algemene maatregel van bestuur», met dien verstande dat deze zinsnede in de artikelen 31, onder a, 64, vierde lid, onder a, 73, derde lid, onder a, 75, derde lid, onder a, en 81, onder a, wordt vervangen door: bij ministeriële regeling,.

4. de term «de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door «de staat», met dien verstande dat deze term in artikel 98, vierde lid, wordt vervangen door: de openbare lichamen.

5. de zinsnede «de betrokken Minister of het betreffende bestuurscollege», «de betrokken Minister of het betreffende Bestuurscollege», «de desbetreffende minister of het betreffende bestuurscollege», «die Minister of dat bestuurscollege» en «De betrokken Minister of het betreffende bestuurscollege» en «De Minister of het bestuurscollege» vervangen door «het bevoegd gezag» respectievelijk «Het bevoegd gezag».

B

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Ambtenaar in de zin van deze wet en de daarop berustende bepalingen is degene die door het bevoegde gezag is aan gesteld om in openbare dienst op Bonaire, Sint Eustatius of Saba werkzaam te zijn en niet is aangesteld op grond van de Ambtenarenwet.

2. In het tweede lid wordt na «de openbare lichamen» ingevoegd: Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

3. Na het derde lid wordt een artikellid ingevoegd, luidende:

  • 4. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder openbaar lichaam verstaan: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

C

Artikel 2, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders is bepaald, niet onder ambtenaren verstaan:

    • a. de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

    • b. krachtens de Grondwet of de wet voor het leven benoemde ambtenaren;

    • c. de gezaghebber en de gedeputeerden;

    • d. leden van het College financieel toezicht;

    • e. onbezoldigde ambtenaren.

D

Artikel 4 komt te luiden:

Artikel 4

Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Overheid:
  • a. de staat, indien de ambtenaar in dienst van deze rechtspersoon is aangesteld;

  • b. het openbaar lichaam, indien de ambtenaar in dienst van deze rechtspersoon is aangesteld.

Bevoegd gezag:
  • a. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voor wat betreft de ambtenaren in dienst van de staat, niet zijnde personeel van het Bureau van de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

  • b. het bestuurscollege, voor wat betreft de ambtenaren in dienst van het openbare lichaam met inachtneming van sub c;

  • c. de eilandsraad, voor wat betreft de eilandgriffier en de op de griffie werkzame ambtenaren;

  • d. de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, voor wat betreft het personeel van het Bureau van de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

E

Na artikel 6 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 6A
  • 1. Voor de vervulling van een vertrouwensfunctie komt slechts in aanmerking degene die Nederlander is. Degene die geen Nederlander is, kan niettemin voor de vervulling van een vertrouwensfunctie in aanmerking komen wanneer het dienstbelang dat bepaaldelijk vordert.

  • 2. Aan een ambtenaar kan eervol ontslag worden verleend, indien hij op grond van artikel 5, derde lid, of artikel 10, tweede lid, van de Wet veiligheidsonderzoeken uit een vertrouwensfunctie moet worden ontheven.

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ter zake van het bepaalde in dit artikel.

F

In de artikelen 8, 11, tweede lid, onder d, en 98, vierde lid, wordt «Pensioenlandsverordening overheidsdienaren (P.B. 1997, 312)» respectievelijk «Pensioenlandsverordening overheidsdienaren» telkens vervangen door: Pensioenwet ambtenaren BES.

G

In artikel 12 wordt de zinsnede «de Regeling Vakantie en Vrijstelling van Dienst Ambtenaren (P.B. 1969, 44), de Regeling vergoeding behandelings- en verplegingskosten overheidsdienaren (P.B. 1986, 165), de Landsverordening leeftijdsgrens ambtenaren (P.B. 1959, 126), de Lumpsumregeling overheidsdienaren (P.B. 1988, 30), de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren en de Regeling ambtenarenrechtspraak 1951 (P.B. 1951, 134)» vervangen door «het Besluit vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren BES, de Wet vergoeding behandelings- en verplegingskosten ambtenaren BES, het Besluit leeftijdsgrens ambtenaren BES, het Lumpsumbesluit ambtenaren BES, de Pensioenwet ambtenaren BES en de Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES» en wordt telkens «landsverordeningen» vervangen door: wettelijke regelingen.

H

Artikel 13, derde lid, vervalt.

I

Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. De ambtenaar, belast met een functie op Bonaire, dan wel op Sint Eustatius of Saba, die als zodanig geregeld met het publiek in aanraking komt, is verplicht de Papiamentse respectievelijk de Engelse taal te verstaan binnen een jaar, nadat hij met een zodanige functie wordt belast.

3. Het derde lid vervalt.

J

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vijfde lid wordt «een afzonderlijk landsbesluit» vervangen door: ministeriële regeling.

2. In het zesde lid, onder a, wordt «bij beschikking van de Staatssecretaris van Algemene Zaken» vervangen door: door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

K

In artikel 15a, eerste lid, wordt «een algemene verordening» vervangen door: een wettelijk voorschrift.

L

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «de Regeling Ambtenarenrechtspraak 1951 (P.B. 1951, 134)» vervangen door: de Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES.

2. In het tweede lid wordt «de algemene verordeningen» vervangen door: de wettelijke voorschriften.

M

In artikel 17, aanhef, wordt «Voor zover niet in of krachtens het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, de Samenwerkingsregeling Nederlandse Antillen en Aruba, de Staatsregeling van de Nederlandse Antillen en de Eilandenregeling Nederlandse Antillen» vervangen door: Voor zover niet bij of krachtens de wet.

N

In artikel 20, eerste lid, wordt «de Landsverordening minimumlonen (P.B. 1972, 110)» vervangen door: de Wet minimumlonen BES.

O

Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «de Arbeidsregeling 2000 (P.B. 2000, no. 67)» en «de Arbeidsregeling 2000» vervangen door: de Arbeidswet 2000 BES.

2. In het negende lid wordt «het «Bezoldigingslandsbesluit 1998»» vervangen door: de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 17, onder a,.

P

In artikel 28 wordt «een algemene verordening» vervangen door: een wettelijk voorschrift.

P1

In artikel 31, aanhef, wordt «de artikelen 29 en 32» vervangen door: de artikelen 29 en 30.

Q

Artikel 42 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «bij of krachtens landsverordeningen» vervangen door: bij of krachtens de wet.

2. In het vierde lid wordt «bij landsbesluit» vervangen door: bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.

3. In het vijfde lid wordt «bij of krachtens landsbesluit houdende algemene maatregelen» vervangen door: bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.

R

Artikel 43 komt te luiden:

Artikel 43
  • 1. Bij algemene maatregel van bestuur worden voor ambtenaren regels gesteld over verlening van verlof en toekennen van verlofsbezoldiging, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen ambtenaren in dienst van de staat en ambtenaren in dienst van de openbare lichamen.

  • 2. Met inachtneming van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kunnen bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, voor ambtenaren in dienst van de openbare lichamen nadere regels worden gesteld over de verlening van verlof en toekennen van verlofsbezoldiging.

S

Artikel 45A wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde en zevende lid wordt telkens «de Landsverordening Ongevallenverzekering (P.B. 1966, no. 14)» vervangen door: Wet ongevallenverzekering BES.

2. In het vierde lid wordt «de Regeling Vakantie en Vrijstelling van Dienst Ambtenaren (P.B. 1969, no. 44)» vervangen door: het Besluit vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren BES.

3. In het vijfde lid wordt «het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen» vervangen door «het BES ambtenarenpensioenfonds» en «de Landsverordening Leeftijdsgrens Ambtenaren (P.B. 1959, no. 126)» vervangen door: het Besluit leeftijdsgrens ambtenaren BES.

4. In het zesde lid wordt «de Regeling vergoeding behandelings- en verplegingskosten overheidsdienaren (P.B. 1986, no. 165)» vervangen door «de Wet vergoeding behandelings- en verplegingskosten ambtenaren BES» en «de Landsverordening Ongevallenverzekering (P.B. 1966, no. 14)» vervangen door: Wet ongevallenverzekering BES.

T

Na artikel 45A worden twee nieuw artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 45B

Het bij of krachtens de artikelen 44 en 45 verstrekte recht wordt verminderd met de vergoeding of uitkering welke de ambtenaar ontvangt krachtens een wettelijk voorgeschreven zorgverzekering.

Artikel 45C

De bij of krachtens artikel 45A verstrekte uitkering wordt verminderd met de vergoeding of uitkering welke de ambtenaar ontvangt krachtens een wettelijk voorgeschreven verzekering ter zake van ziekte.

U

In artikel 51, eerste lid, wordt «bij landsbesluit houdende algemene maatregelen aangewezen ziekte, waarop de algemene bepalingen der verordening, houdende bepalingen ter bestrijding van besmettelijke ziekten (P.B. 1921, no. 66) van toepassing zijn» vervangen door: bij of krachtens de Wet voor de volksgezondheid BES aangewezen ziekte.

V

Artikel 54, eerste en tweede lid, komen te luiden:

  • 1. Het is de ambtenaar in dienst van de staat verboden een ten laste van een openbaar lichaam bezoldigd ambt tegelijk met zijn ambt te bekleden anders dan met machtiging van de Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

  • 2. Het is de ambtenaar in dienst van een openbaar lichaam verboden een ten laste van de staat bezoldigd ambt tegelijk met zijn ambt te bekleden anders dan met machtiging van het bevoegd gezag.

V1

In artikel 57A wordt «uit ’s Lands kas», «uit de eilandkas», «in ’s Lands kas», «in de desbetreffende eilandkas», «een eilandkas» en «ten laste van ’s Lands kas, respectievelijk de desbetreffende eilandskas» telkens vervangen door respectievelijk «ten laste van de staat», «ten laste van het openbaar lichaam», «aan de staat», «het openbaar lichaam», «aan het desbetreffende openbaar lichaam», «ten laste van de staat, respectievelijk het openbaar lichaam».

W

Na artikel 61 worden twee nieuwe paragrafen toegevoegd, luidende:

§ 5a. Recht tot vereniging, vergadering en betoging
Artikel 61a
  • 1. De ambtenaar dient zich te onthouden van het openbaren van gedachten of gevoelens of van de uitoefening van het recht tot vereniging, tot vergadering en tot betoging, indien door de uitoefening van deze rechten de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.

  • 2. Het eerste lid is, voor wat betreft het recht van vereniging, niet van toepassing op het lidmaatschap van:

    • a. een politieke groepering, waarvan de aanduiding is ingeschreven overeenkomstig de Kieswet of

    • b. een vakvereniging.

§ 5b. Onderzoek aan lichaam, kleding en goederen
Artikel 61b

De ambtenaar is verplicht tijdens het verblijf op zijn werk zich te onderwerpen aan een in het belang van de dienst door het bevoegde gezag gelast onderzoek aan zijn lichaam of aan zijn kleding of van zijn daar aanwezige goederen. Het bevoegd gezag, op wiens last het onderzoek plaatsheeft, neemt de nodige maatregelen ten einde daarbij een onredelijke of onbehoorlijke bejegening te voorkomen.

X

In artikel 71 wordt «de Comptabiliteitslandsverordening (P.B. 1953, no. 1) en de Landsverordening Algemene Rekenkamer Nederlandse Antillen (P.B. 1956, no. 35)» vervangen door: de Wet financiën Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Y

Artikel 73 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt de zinsnede: en op verzekering tegen vliegrisico’s.

2. In het derde lid vervalt de zinsnede: en die betreffende de hiervoor bedoelde verzekering.

Y1

In artikel 75, vierde lid, wordt «het bezoldigingslandsbesluit» vervangen door: het bezoldigingsbesluit.

Z

In artikel 76, derde lid, onder b, wordt «de Regeling Vakantie en Vrijstelling van Dienst Ambtenaren» vervangen door: het Besluit vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren BES.

Z1

In artikel 82 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Tenzij door Ons of met Onze machtiging door Onze Minister anders is bepaald, wordt de straf opgelegd door het gezag dat bevoegd is tot aanstelling in het door de ambtenaar beklede ambt. Indien deze bevoegdheid bij Ons berust, geschiedt de bestraffing, behalve voor zover het betreft de straffen genoemd in artikel 83, eerste lid, onder g tot en met i, door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

AA

Artikel 83 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Ten aanzien van ambtenaren in dienst van de openbare lichamen kan bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, de bevoegdheid tot het opleggen van de in het eerste lid, onder a tot en met g, genoemde straffen aan in dat eilandsbesluit aangewezen functionarissen worden overgedragen.

2. In het derde lid, onder 2°, wordt «in volle guldens» vervangen door: in gehele dollars.

BB

In artikel 83a, eerste lid, wordt «de Regeling Ambtenarenrechtspraak 1951 (P.B. 1951, 134)» vervangen door: de Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES.

BB1

In artikel 87, aanhef wordt «het bevoegd gezag» vervangen door: het gezag dat bevoegd is tot aanstelling.

BB2

In artikel 90, eerste lid, wordt «het benoemen tot het ambt bevoegde gezag» vervangen door: het gezag dat bevoegd is tot aanstelling.

CC

In artikel 93 wordt na «bij» ingevoegd: of krachtens.

DD

Artikel 94 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede, derde, vierde en vijfde lid vervallen.

2. Het zesde lid en de twee laatste leden worden vernummerd tot het tweede tot en met vierde lid.

3. In het tweede lid (nieuw), onder c, vervalt: het West-Indisch Uitzendingsbesluit 1925 of.

EE

Artikel 97 vervalt.

FF

In artikel 98, vierde lid, wordt «de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren» vervangen door «Pensioenwet ambtenaren BES» en wordt «de Gouverneur» vervangen door «Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties».

GG

Artikel 99 komt te luiden:

Artikel 99
  • 1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld inzake de toekenning van wachtgeld of een geldsom aan ambtenaren.

  • 2. Personen die opzettelijk handelen in strijd met regels krachtens het eerste lid, onder b, die betrekking hebben op de geheimhouding van inlichtingen en stukken, worden gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste 6 maanden of een geldboete van de derde categorie.

  • 3. Personen aan wiens schuld het handelen in strijd met regels krachtens het eerste lid, onder b, die betrekking hebben op de geheimhouding van inlichtingen en stukken, te wijten is, wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.

  • 4. Geen vervolging van personen, bedoeld in het tweede en derde lid, heeft plaats dan op klachte van hem, te wiens aanzien de geheimhouding is geschonden.

  • 5. De in het tweede en derde lid bedoelde strafbare feiten zijn misdrijven.

HH

Na artikel 99 «nieuw» wordt een nieuw artikel ingevoegd:

Artikel 100

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld inzake de toekenning van een geldsom of van investeringsfaciliteiten aan personen die op eigen verzoek, doch gevolg gevend aan een uitnodiging van het bevoegd gezag tot het doen van dat verzoek, zijn ontslagen.

II

Na artikel 100 «nieuw» wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK X Georganiseerd overleg
Artikel 101

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld inzake de structuur van het overleg inzake aangelegenheden van algemeen belang betreffende de rechtstoestand van ambtenaren.

JJ

In artikel 118a wordt na «het Burgerlijk Wetboek» ingevoegd: BES.

KK

Artikel 119 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «de Gouverneur» telkens vervangen door «Onze Minister van Binnenlands Zaken en Koninkrijksrelaties» en vervalt: of de Staten.

2. In het tweede lid vervalt: of de Staten.

LL

In artikel 120 wordt «de Gouverneur» vervangen door: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

MM

In artikel 122, eerste lid, vervalt: der Staatsregelingen van de Nederlandse Antillen en.

NN

De artikelen 125 tot en met 129 vervallen.

OO

Artikel 130 komt te luiden:

Artikel 130

Deze wet wordt aangehaald als: Wet materieel ambtenarenrecht BES.

Artikel 2.14

De Wet sociaal statuut verzelfstandiging overheidsdiensten BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen van deze wet wordt onderscheidenlijk worden:

1. de term «deze landsverordening» wordt, met uitzondering van artikel 21, eerste lid, telkens vervangen door: deze wet.

2. de termen «de Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht (P.B. 1964, no. 159)» en «de Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht» worden telkens vervangen door: de Wet materieel ambtenarenrecht BES.

3. de zinsnede «bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, dan wel» vervalt telkens.

B

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel a, komt te luiden:

a. bevoegd gezag:

het bestuurscollege;

2. Het eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:

b. overheidsdienst:

de te verzelfstandigen dienst of instelling van het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

3. Het derde lid vervalt.

C

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «de Werkliedenverordening 1944 (P.B. 1978, no. 376)» vervangen door: de Werkliedenwet 1944 BES.

2. In artikel 3, zesde lid, wordt «een ander eilandgebied» vervangen door: een ander openbaar lichaam.

D

In artikel 9, derde lid, wordt «de Wachtgeldregeling overheidsdienaren (P.B. 1968, no. 83)» vervangen door: het Wachtgeldbesluit ambtenaren BES.

E

In artikel 11, vierde lid, wordt «Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen dan wel bij eilandsbesluit» vervangen door: Bij eilandsbesluit.

F

In artikel 17 wordt «het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen» vervangen door: het BES ambtenarenpensioenfonds.

G

Artikel 22 komt te luiden:

Artikel 22

Deze wet wordt aangehaald als: Wet sociaal statuut verzelfstandiging overheidsdiensten BES.

Artikel 2.15

De Wet tegemoetkoming ziektekosten overheidsgepensioneerden BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen van deze wet wordt onderscheidenlijk worden:

1. De term «deze landsverordening», met uitzondering van artikel 13, telkens vervangen door: deze wet.

2. De termen «de Directeur van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen» en «De Directeur», met uitzondering van artikel 12, telkens vervangen door: het BES ambtenarenpensioenfonds.

3. De termen «bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» en «bij landsbesluit houdende algemene maatregelen» wordt telkens vervangen door: bij algemene maatregel van bestuur.

4. De zinsnede «buiten de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

B

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onder a, wordt «de landsverordening materieel Ambtenarenrecht (P.B. 1964, no. 159)» vervangen door: de Wet materieel ambtenarenrecht BES.

2. In het eerste lid, onder b, wordt «de Werkliedenverordening 1944 (P.B. 1963, no. 66)» vervangen door: de Werkliedenwet 1944 BES.

3. Het eerste lid, onder c, vervalt.

4. In het eerste lid, onder d, vervalt: in de Nederlandse Antillen.

5. In het eerste lid, onder e, wordt «in de Nederlandse Antillen» vervangen door: op Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

6. In het tweede lid wordt «de landsverordening» vervangen door «deze wet» en wordt «de Gouverneur» vervangen door: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

7. Het derde lid vervalt.

C

In artikel 2 wordt «de Regeling Vakantie en Vrijstelling van Dienst Ambtenaren (P.B. 1969, no. 44)» vervangen door «het Besluit vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren BES», «de Regeling Vakantie en Vrijstelling van Dienst Werknemers (P.B. 1971, no. 85)» vervangen door «het Besluit vakantie en vrijstelling van dienst werknemers BES» en «de Landsverordening Algemene Ouderdomsverzekering (P.B. 1960, no. 83) en de landsverordening Algemene Weduwen- en wezenverzekering (P.B. 1965, no. 194)» door: Wet algemene ouderdomsverzekering BES en de Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES.

D

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder a wordt «het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen» vervangen door: het BES ambtenarenpensioenfonds.

2. Onder b wordt «de Landsverordening leeftijdsgrens ambtenaren (P.B. 959, no. 126) of de Landsverordening leeftijdsgrens werknemers Landsloterij, Sociale Verzekeringsbank, Bouwcredietbank van de Nederlandse Antillen en Volkskredietbank van de Nederlandse Antillen (P.B. 1972, no. 177)» vervangen door: de Wet leeftijdsgrens ambtenaren BES.

3. Onder c wordt «het Werkliedenpensioenfonds» vervangen door: het BES werkliedenpensioenfonds.

4. Onder d vervalt: ten laste van de begroting van de Nederlandse Antillen of van één der eilandgebieden.

E

In artikel 4 wordt «het Burgerlijk Wetboek van de Nederlandse Antillen» vervangen door: het Burgerlijk Wetboek BES.

F

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, onder a en b, wordt «f. 500,–» telkens vervangen door: USD 279.

2. In het vijfde lid, wordt «binnen de Nederlandse Antillen» vervangen door: in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

G

In de artikelen 7, eerste lid, en 12, eerste lid, worden ««Fonds Ziektekosten Overheidsgepensioneerden»» onderscheidenlijk ««Fonds Ziektekosten Overheidsgepensioneerden»» vervangen door: BES fonds ziektekosten overheidsgepensioneerden.

H

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, wordt «De landsverordening van de 18de maart 1946 houdende voorziening inzake de verlening van een tegemoetkoming in de kosten van geneeskundige behandeling en/of verpleging van werknemers in overheidsdienst en hun gezinsleden (P.B. 1971, no. 135), zoals gewijzigd,» vervangen door «de Wet vergoeding behandeling- en verplegingskosten ambtenaren BES» en «in de Nederlandse Antillen» vervangen door: in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In het tweede lid, onder a, en derde lid onder a, wordt «vermelde landsverordening» telkens vervangen door: de wet, bedoeld in het eerste lid,.

I

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «door of namens de Directeur van het Algemeen Pensioenfonds van de Nederlandse Antillen» vervangen door: door of namens het BES ambtenarenpensioenfonds.

2. In het tweede lid wordt «voornoemde Directeur» vervangen door: voornoemd fonds.

J

In artikel 13 vervalt de zinsnede: welke kan worden aangehaald als «Regeling tegemoetkoming ziektekosten overheidsgepensioneerden».

K

Na artikel 13 wordt een nieuw artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 14

Deze wet wordt aangehaald als: Wet tegemoetkoming ziektekosten overheidsgepensioneerden BES.

Artikel 2.16

De Wet vergoeding behandelings- en verplegingskosten ambtenaren BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen van deze wet wordt onderscheidenlijk worden:

1. De termen «Deze landsverordening», «deze landsverordening» en «de onderhavige landsverordening» worden, met uitzondering van de artikelen 50 tot en met 56, telkens vervangen door «Deze wet» onderscheidenlijk «deze wet».

2. De term «de Nederlandse Antillen» wordt, met uitzondering van de artikelen 1, eerste lid, onder 6°, 16, eerste lid, 29, telkens vervangen door «de Staat» , met dien verstande dat deze term in artikel 28, derde lid, wordt vervangen door: in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

3. De term «een eilandgebied» wordt, met uitzondering van artikel 1, tweede lid, telkens vervangen door: het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

4. De term «dat eilandgebied» wordt telkens vervangen door: dat openbaar lichaam.

5. De zinsnede «landsbesluit houdende algemene maatregelen» wordt telkens vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

6. De term «de Gouverneur» wordt telkens vervangen door: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

B

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onder 2°, wordt «de Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht (P.B. 1964, 159)» vervangen door: de Wet materieel ambtenarenrecht BES.

2. In het eerste lid, onder 3°, wordt «de Werkliedenverordening 1944 (P.B. 1978, 376)» vervangen door: de Werkliedenwet 1944 BES.

3. In het eerste lid, onder 4°, vervalt: enig ander binnen de Nederlandse Antillen gevestigd openbaar lichaam.

4. In het eerste lid, onder 6°, vervalt «leden van het niet onder 5° begrepen personeel van de Universiteit van de Nederlandse Antillen, en de» en wordt «de Landsverordening basisonderwijs (P.B. 1979, 28), de Landsverordening voortgezet onderwijs (P.B. 1979, 29) of de Landsverordening kleuteronderwijs (P.B. 1999, 20)» vervangen door: Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra of Wet op het voortgezet onderwijs.

5. In het tweede lid wordt «het Land of een eilandgebied» vervangen door: de voormalige Nederlandse Antillen of het eilandgebied Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

C

In artikel 2, eerste lid, onder a, wordt «een andere landsverordening» vervangen door: een andere wet.

D

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onder 2°, wordt de komma na «de Staat «nieuw»» vervangen door «en» en vervalt:, en het bestuur van een ander openbaar lichaam voor zover zij in dienst van dat lichaam zijn.

2. Het tweede lid vervalt.

E

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, onder e, wordt «de Landsverordening Ongevallenverzekering (P.B. 1966, 14)» vervangen door: Wet ongevallenverzekering BES.

2. In het derde lid wordt «de Landsverordening algemene verzekering bijzondere ziektekosten (P.B. 1996, 211)» vervangen door: krachtens een wettelijk voorgeschreven zorgverzekering.

F

In artikel 7 wordt na «Aruba» ingevoegd: , Curaçao en Sint Maarten.

G

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «f 10.260,–» vervangen door: USD 5.732.

2. In het tweede lid, aanhef, wordt «de Landsverordening Ziekteverzekering (P.B. 1966, 15) vervangen door «Wet ziekteverzekering BES» en «de Landsverordening Ongevallen verzekering (P.B. 1996, 14)» vervangen door: Wet ongevallenverzekering BES.

3. In het tweede lid, onder 1°, wordt «die landsverordening» vervangen door: die wet.

4. In het derde lid wordt «de Landsverordening Ziekteverzekering (P.B. 1966, 15)» vervangen door: Wet ziekteverzekering BES.

H

In de artikelen 9, tweede lid, 12, derde lid, 13, derde lid, en 28, tweede lid, vervalt: der eilandgebieden.

I

In artikel 10 wordt «de directeur van het Departement van Volksgezondheid» vervangen door: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

J

In de artikelen 12, eerste lid, en 13, tweede lid, eerste streepje, wordt «het Bezoldigingslandsbesluit 1998 (P.B. 1997, 314)» telkens vervangen door: het Bezoldigingsbesluit 1998 BES.

K

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «op een ander eiland van de Nederlandse Antillen dan waar zijn standplaats is of in Aruba» vervangen door: in een ander openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba dan waar zijn standplaats is of in Aruba, Curaçao of Sint Maarten.

2. In het tweede lid wordt «de directeur van het Departement van Volksgezondheid» vervangen door: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

L

Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid, eerste streepje, wordt «de Regeling Vakantie en Vrijstelling van Dienst Ambtenaren (P.B. 1969, 44)» vervangen door: het Besluit vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren BES.

2. In het derde lid, tweede streepje, wordt «de regeling Vakantie en Vrijstelling van Dienst Werknemers (P.B. 1971, 85)» vervangen door «het Besluit vakantie en vrijstelling van dienst werknemers BES» en wordt «Bonaire, Saba, Sint Eustatius of Sint Maarten» vervangen door: Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

3. In het vierde lid wordt «de Regeling vakantie en Vrijstelling van Dienst Ambtenaren» vervangen door «het Besluit vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren BES» en «de Regeling Vakantie en Vrijstelling van Dienst Werknemers» door: het Besluit vakantie en vrijstelling van dienst werknemers BES.

M

In artikel 28, eerste lid, wordt «f 1.000,–» vervangen door: USD 559.

N

In artikel 29 wordt «in de Nederlandse Antillen of in Aruba» vervangen door: in de openbare lichamen of in Aruba, Curaçao of Sint Maarten.

O

In artikel 38, eerste lid, wordt «de Regeling ambtenarenrechtspraak (P.B. 1951, 134)» vervangen door: de Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES.

P

Paragraaf 9 en artikel 51 vervallen.

Q

Artikel 55 komt te luiden:

Artikel 55

Deze wet wordt aangehaald als: Wet vergoeding behandelingsen verplegingskosten ambtenaren BES.

§ 2.2 Diversen
Artikel 2.17

De Begrafeniswet BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Onder vernummering van artikel 1 tot artikel 1a, wordt een nieuw artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder openbaar lichaam: het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

B

De artikelen van deze wet worden als volgt gewijzigd:

1. De term «eilandgebied» of «eilandgebied der kolonie» wordt telkens vervangen door: openbaar lichaam.

2. De term «verordening» wordt telkens vervangen door: wet.

C

In artikel 1a (nieuw), derde alinea, wordt «bij Koloniale Verordening» vervangen door: bij wet.

D

In artikel 2, eerste alinea, wordt «onverdekt» vervangen door: overdekt.

E

In artikel 4, tweede alinea, en in artikel 10, vierde alinea, wordt «Verordening, houdende bepalingen betreffende verklaringen van overlijden, af te geven door de geneeskundigen in de kolonie Curaçao» vervangen door: Wet verklaringen van overlijden BES.

F

In artikel 6 wordt de eerste volzin vervangen door: Begraving geschiedt niet eerder dan 36 uren na het overlijden en uiterlijk op de zesde werkdag na die van het overlijden.

G

In artikel 13, vierde alinea, wordt «aanwanten» vervangen door: aan aanverwanten.

H

In artikel 25 wordt de zinsnede «door den Gouverneur» vervangen door: het bestuurscollege.

I

In artikel 31, eerste alinea, wordt «Crematielandsverordening (P.B.1989, no. 93)» vervangen door: Crematiewet BES.

J

In artikel 35 vervalt de zinsnede «, op Curaçao».

K

Artikel 37 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, wordt «deze landsverordening» vervangen door: deze wet, en wordt «De Curaçaosche Courant» vervangen door: de Staatscourant.

2. In het vierde lid, wordt «het Wetboek van Strafvordering» vervangen door: Wetboek van Strafvordering BES.

3. In het vijfde lid, wordt «Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: Bij algemene maatregel van bestuur.

L

In artikel 39, tweede lid, wordt «Burgerlijk Wetboek» vervangen door: Burgerlijk Wetboek BES.

M

Het opschrift boven artikel 40 wordt vervangen door:

Van het vervoer van lijken uit en naar een openbaar lichaam.

N

Artikel 40 komt te luiden:

Artikel 40

Het vervoer van een lijk uit een openbaar lichaam naar elders of van elders naar een openbaar lichaam, is slechts toegestaan indien voldaan wordt aan bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen.

O

Artikel 41 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder 1° wordt «f 50.–» vervangen door: «van de eerste categorie», en wordt «meer dan 36 uren» vervangen door: meer dan vijf dagen.

2. Onder 2° wordt «f 100.–» vervangen door: «van de eerste categorie», en wordt «binnen de 12 uren» vervangen door: binnen 36 uren.

3. Onder 3° wordt «f 100.–» vervangen door: van de eerste categorie.

P

Het opschrift boven artikel 43, en de artikelen 43, 44 en 46 vervallen.

Q

Artikel 45 komt te luiden:

Artikel 45

Deze wet wordt aangehaald als: Begrafeniswet BES.

Artikel 2.18

De Crematiewet BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Onder vernummering van artikel 1 tot artikel 1a wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder openbaar lichaam: het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

B

De artikelen van deze wet worden als volgt gewijzigd:

1. De term «eilandgebied» wordt telkens vervangen door: openbaar lichaam.

2. De zinsneden «Begrafenisverordening (P.B. 1919, no. 21)» of «begrafenisverordening (P.B. 1919, no. 21)» worden telkens vervangen door: Begrafeniswet BES.

3. De term «landsverordening» wordt telkens vervangen door: wet.

4. De zinsnede «Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» wordt telkens vervangen door: Bij algemene maatregel van bestuur.

5. De zinsnede «het plaatselijk hoofd van politie» wordt telkens vervangen door: de gezaghebber.

6. De term «Verbranding» of «verbranding» wordt telkens vervangen door: Crematie of crematie.

C

In artikel 11 wordt «Verordening van de 13de september 1918 houdende bepalingen betreffende de verklaringen van overlijden, af te geven door de geneeskundigen in de Nederlandse Antillen (P.B. 1919, no.22)» vervangen door: Wet verklaringen van overlijden BES.

D

Artikel 14, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Crematie geschiedt niet eerder dan 36 uren na het overlijden of de levenloze geboorte en uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden of de levenloze geboorte.

E

In artikel 15 wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: een openbaar lichaam.

F

Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, wordt na «in het buitenland» ingevoegd: in het Europese deel van Nederland, en wordt «een der eilanden van de Nederlandse Antillen» vervangen door: een openbaar lichaam.

2. In het derde lid, wordt na «Uit het buitenland» ingevoegd: , een ander openbaar lichaam of het Europese deel van Nederland.

3. In het vierde lid, wordt «hetzij naar een ander eiland van de Nederlandse Antillen, hetzij naar het buitenland» vervangen door: naar een ander openbaar lichaam, naar het Europese deel van Nederland of naar het buitenland.

G

In artikel 26a, eerste lid, wordt «De Curaçaosche Courant» vervangen door: de Staatscourant.

H

In artikel 27 wordt «ten hoogste tienduizend gulden» vervangen door: de derde categorie.

I

In artikel 28 wordt «ten hoogste vijfentwintighonderd gulden» vervangen door: de tweede categorie.

J

In artikel 31, eerste lid, wordt «het Wetboek van Strafvordering» vervangen door: het Wetboek van Strafvordering BES.

K

Hoofdstuk VI vervalt.

L

Artikel 38 komt te luiden:

Artikel 38

Deze wet wordt aangehaald als: Crematiewet BES.

Artikel 2.18a

De Wet ambtelijke bijstand verzoekschriften BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen van deze wet wordt de term «deze landsverordening» telkens vervangen door «deze wet».

B

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «van het eilandgebied of de administrateur van het eiland» vervangen door: van het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

2. In het tweede lid vervalt: en administrateurs.

C

In artikel 2 wordt «op dit eiland» vervangen door «in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba» en vervalt: /administrateur.

D

In artikel 5 wordt «dezer landsverordening» vervangen door: van deze wet.

E

Artikel 6 vervalt.

F

Na artikel 6 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 7

Deze wet wordt aangehaald als: Wet ambtelijke bijstand verzoekschriften BES.

Artikel 2.19

De Wet basisadministraties persoonsgegevens BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen van deze wet wordt:

1. «eilandsverordening» telkens vervangen door: wet;

2. «eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen,» en «eilandsbesluit» telkens vervangen door: algemene maatregel van bestuur;

B

Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder verlettering van de onderdelen a tot en met e tot c tot en met g worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

a. openbaar lichaam:

openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

b. Onze Minister:

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

2. Onderdeel c (nieuw) komt te luiden:

c. basisadministratie:

een basisadministratie, als bedoeld in artikel 2;

3. Onderdeel d (nieuw) komt te luiden:

d. andere basisadministratie:

een basisadministratie over de bevolking in een ander openbaar lichaam, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of het Europese deel van Nederland.

4. In de onderdelen e (nieuw), f (nieuw) en g (nieuw) wordt «de basisadministratie» telkens vervangen door: een basisadministratie.

5. Onder verlettering van de onderdelen g en h (oud) tot h en i vervalt onderdeel f.

6. In onderdeel h (nieuw) komt «naar een ander land dan de Nederlandse Antillen of Aruba of zijn uitschrijving naar een andere basisadministratie» te vervallen.

7. Onderdeel i (nieuw) komt te luiden:

i. afnemer:

een orgaan van een openbaar lichaam alsmede een daaronder ressorterende dienst of een bij eilandsverordening als zodanig aangewezen bedrijf of instelling met een publiekrechtelijke taak gericht op het territorium van het betreffende openbaar lichaam;

8. Onder verlettering van de onderdelen i tot en met m (oud) tot k tot en met o wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

j. overheidsorgaan:
  • 1. een orgaan van een rechtspersoon die in Nederland krachtens publiekrecht is ingesteld, of

  • 2. een ander persoon of college, met enig openbaar gezag in Nederland bekleed;

9. In onderdeel k (nieuw) wordt na «een afnemer» ingevoegd:, een overheidsorgaan.

10. In onderdeel o (nieuw) wordt «de Landsverordening Toelating en Uitzetting (P.B. 1966, no. 17)» vervangen door: de Wet Toelating en Uitzetting BES.

C

Artikel 2 komt te luiden:

Artikel 2

In ieder openbaar lichaam is een geautomatiseerde basisadministratie met gegevens over de bevolking.

D

Artikel 3 komt te luiden:

Artikel 3
  • 1. Het bestuurscollege is verantwoordelijk voor de verwerking van persoonsgegevens over de bevolking in een geautomatiseerde basisadministratie van persoonsgegevens.

  • 2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent het beheer, de technische en administratieve inrichting, de werking en de beveiliging van de basisadministratie.

E

Artikel 4, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. De basisadministratie heeft mede tot doel:

    • a. overheidsorganen te voorzien van gegevens, voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de vervulling van hun taken;

    • b. derden te voorzien van gegevens in bij of krachtens deze wet aangewezen gevallen.

Ea

De kop van paragraaf 1 komt te luiden:

Paragraaf 1 Inschrijving en vertrek

F

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt «door de beheerder van de basisadministratie».

2. Het derde lid vervalt.

G

Artikel 6, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Op grond van de geboorteakte, opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand in een openbaar lichaam of in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, wordt het kind ingeschreven dat niet reeds is ingeschreven in een basisadministratie of in een andere basisadministratie en waarvan ten minste één der ouders op de geboortedatum van het kind als ingezetene in een basisadministratie is ingeschreven. De inschrijving geschiedt in de basisadministratie waar de moeder als ingezetene is ingeschreven, dan wel in de basisadministratie waar de vader als ingezetene is ingeschreven, indien de moeder niet als ingezetene is ingeschreven.

H

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na «degene die» ingevoegd: «rechtmatig verblijf geniet,» en wordt « het eilandgebied Bonaire» vervangen door: het openbaar lichaam.

2. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. Inschrijving vindt ten aanzien van degene die zich in het openbaar lichaam vestigt, komende vanuit een ander openbaar lichaam, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of het Europese deel van Nederland niet plaats, dan nadat hij een hem betreffend verhuisbericht, verstrekt door de verantwoordelijke voor de bijhouding van gegevens in de andere basisadministratie waar hij laatstelijk als ingezetene was ingeschreven, heeft overgelegd. In het geval dat anderzijds blijkt dat het vertrek van de betrokken persoon is verwerkt in de basisadministratie waar hij laatstelijk als ingezetene was ingeschreven, of blijkt dat betrokkene daarin niet als ingezetene was ingeschreven, kan hiervan worden afgeweken.

I

In artikel 8 komt «naar een ander land dan de Nederlandse Antillen of Aruba» te vervallen.

J

Artikel 9 komt te luiden:

Artikel 9
  • 1. Op grond van zijn aangifte van vertrek worden gegevens betreffende het vertrek opgenomen op de persoonslijst van degene die naar redelijke verwachting gedurende:

    • a. een half jaar ten minste twee derden van de tijd in een ander openbaar lichaam verblijf zal houden, dan wel

    • b. een jaar ten minste twee derden van de tijd buiten een openbaar lichaam verblijf zal houden.

  • 2. Het bestuurscollege draagt ambtshalve zorg voor opneming van gegevens betreffende het vertrek, indien geen aangifte is gedaan door een persoon als bedoeld in het eerste lid.

K

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef van het eerste lid vervalt «door de beheerder van de basisadministratie».

2. Het eerste lid, onder a, wordt als volgt gewijzigd:

a. in onderdeel 6° wordt «het verblijf in het eilandgebied en het vertrek uit eilandgebied» vervangen door: het verblijf in en het vertrek uit het openbaar lichaam.

b. in de onderdelen 7° en 8° wordt na «eerdere echtgenoten» telkens ingevoegd: , de geregistreerde partner, de eerdere geregistreerde partners.

c. in onderdeel 9° wordt na «eerdere echtgenoot» ingevoegd: , de geregistreerde partner of de eerdere geregistreerde partner.

3. In het eerste lid, onder b, komt onderdeel 2° te luiden:

  • 2°. gegevens, noodzakelijk in verband met de uitvoering van de Kieswet.

4. Het eerste lid, onder c, wordt als volgt gewijzigd:

a. in onderdeel 1° vervalt «en uitschrijving».

b. in onderdeel 3° wordt «de Nederlands-Antilliaanse openbare orde» vervangen door: de openbare orde.

7. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt nader bepaald welke algemene, bijzondere en administratieve gegevens worden opgenomen, en bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de verwijdering en de vernietiging van deze gegevens.

L

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef van het eerste lid wordt «door de beheerder van de basisadministratie na de uitschrijving» vervangen door: in verband met het vertrek van een persoon als bedoeld in artikel 9 naar een ander openbaar lichaam, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of het Europese deel van Nederland.

2. Het eerste lid, ten 3°, komt te luiden:

  • 3°. het gegeven dat de persoon intussen is ingeschreven in een andere basisadministratie, het adres en de datum van inschrijving, voor zover deze gegevens bekend zijn;

3. In het derde lid wordt «en worden regels gesteld met betrekking» vervangen door: , en bij ministeriele regeling worden regels gesteld met betrekking tot.

M

Artikel 12 komt te luiden:

Artikel 12

Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald aan welke geschriften, mededelingen of andere bronnen in de daarbij aangegeven gevallen gegevens als bedoeld in de artikelen 10 en 11 worden ontleend om te worden opgenomen in de basisadministratie; bij algemene maatregel van bestuur worden tevens bepaald de verplichtingen van instellingen belast met de uitvoering van publiekrechtelijke taken tot het verstrekken van informatie die van belang is voor de bijhouding van de basisadministratie.

N

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «in het eilandgebied» vervangen door: «binnen een openbaar lichaam» en «de beheerder van de basisadministratie» door: het bestuurscollege van dat openbaar lichaam.

2. In het tweede lid wordt «eilandgebied» vervangen door: «openbaar lichaam» en wordt «de beheerder van de basisadministratie» vervangen door: het bestuurscollege.

3. In het derde lid wordt in de eerste volzin na «De ingezetene die» ingevoegd: «naar redelijke verwachting», wordt «in een ander eilandgebied van de Nederlandse Antillen of in Aruba» vervangen door: «in een ander openbaar lichaam» en wordt «de beheerder van de basisadministratie» vervangen door: «het bestuurscollege» en wordt in de tweede volzin na «de ingezetene die» ingevoegd: «naar redelijke verwachting» en wordt «in een ander land dan de Nederlandse Antillen en Aruba» vervangen door: buiten een openbaar lichaam.

4. In het vijfde lid wordt «eilandgebied» vervangen door: «openbaar lichaam» en worden «de beheerder van de basisadministratie» en «de houder van de basisadministratie» telkens vervangen door: het bestuurscollege.

O

In artikel 14 wordt na «echtgenoot» ingevoegd: «, de geregistreerde partner», wordt «in het buitenland» vervangen door: «buiten het openbaar lichaam» en wordt «geven op verzoek van de houder van de basisadministratie aan de beheerder van de basisadministratie» vervangen door: geven aan het bestuurscollege op zijn verzoek.

P

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, wordt «18 jaar» telkens vervangen door: «16 jaar» en wordt in onderdeel b voor «minderjarigen» ingevoegd: inwonende.

2. Het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid vervallen.

Q

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel b wordt na «echtgenoten» ingevoegd: »dan wel geregistreerde partners.

2. In onderdeel d wordt na «de echtgenoot» ingevoegd: , de geregistreerde partner.

R

In de artikelen 17, 18, 19, 23 en 28 wordt «De houder van de basisadministratie» en «de houder van de basisadministratie» telkens vervangen door: «Het bestuurscollege», onderscheidenlijk «het bestuurscollege».

S

In artikel 19, eerste lid, onderdeel e, vervalt «Nederlands-Antilliaanse».

T

Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Op een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt door het bestuurscollege beslist, tenzij het derde lid van toepassing is.

2. Onder vernummering van het derde en vierde lid tot vierde en vijfde lid, wordt een nieuw derde lid ingevoegd, luidende:

  • 3. Indien het voor de vervulling van de taak van een overheidsorgaan of het verrichten van werkzaamheden door een derde als bedoeld in artikel 26, vierde lid, noodzakelijk is dat aan het overheidsorgaan of de derde op systematische wijze persoonsgegevens worden verstrekt, en deze gegevens uit de basisadministraties van de openbare lichamen aan het overheidsorgaan of de derde verstrekt kunnen worden, is het overheidsorgaan verplicht onderscheidenlijk de derde bevoegd een verzoek in te dienen bij Onze Minister om een besluit te nemen tot verstrekking van gegevens als bedoeld in artikel 26, eerste lid. Indien Onze Minister besluit dat door de bestuurscolleges gegevens dienen te worden verstrekt, wordt in het besluit in ieder geval bepaald over welke categorieën van personen gegevens worden verstrekt, welke gegevens het betreft en in welke gevallen gegevens worden verstrekt. Het besluit bepaalt tevens aan welk overheidsorgaan of derde, op welke wijze en vanaf welke datum de verstrekking dient plaats te vinden. Het besluit tot verstrekking van gegevens wordt tijdig aan de verzoeker en aan de bestuurscolleges bekend gemaakt.

3. Het vierde lid (nieuw) komt te luiden:

  • 4. Aan een besluit tot verstrekking van gegevens op grond van het tweede of derde lid kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden in het belang van een zorgvuldige en een doelmatige gegevensverstrekking.

4. Het vijfde lid (nieuw) vervalt.

U

Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na «Bij» ingevoegd: of krachtens.

2. Het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid vervallen.

V

Voor artikel 22 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 21a

Aan een afnemer die geen orgaan is van het openbaar lichaam of een daaronder ressorterende dienst of instelling wordt geen rechtstreekse toegang verleend tot de basisadministratie.

W

Artikel 23 komt te luiden:

Artikel 23

Een verstrekking als bedoeld in artikel 22 kan ook de daarop betrekking hebbende administratieve gegevens omvatten als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, en artikel 11, eerste lid, onderdeel b, voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de vervulling van de publiekrechtelijke taak van de afnemer. Geen gegevens worden verstrekt, waaruit de verstrekking van gegevens uit de basisadministratie aan een afnemer, een overheidsorgaan of een derde kan worden afgeleid, voor zover dit noodzakelijk is in het belang van de veiligheid van de staat of de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten.

X

De kop van paragraaf 3 komt te luiden:

Paragraaf 3 DE VERSTREKKING AAN OVERHEIDSORGANEN EN AAN DERDEN

Y

In artikel 25 wordt «Een derde heeft» vervangen door: Een overheidsorgaan en een derde hebben.

Z

Artikel 26 komt te luiden:

Artikel 26
  • 1. Aan een overheidsorgaan onderscheidenlijk een derde als bedoeld in het vierde lid, worden de gegevens verstrekt die noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak van het overheidsorgaan onderscheidenlijk het verrichten van de werkzaamheden door de derde. De verstrekking geschiedt op grond van een besluit van Onze Minister als bedoeld in artikel 20, derde lid.

  • 2. In afwijking van het eerste lid verstrekt het bestuurscollege op verzoek van een overheidsorgaan aan wie de gevraagde gegevens niet moeten worden verstrekt op grond van een besluit van Onze Minister als bedoeld in het eerste lid, de gegevens over de ingeschrevenen in zijn basisadministratie die noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak van het overheidsorgaan.

  • 3. In afwijking van het eerste lid verstrekt het bestuurscollege op verzoek van een derde aan wie de gevraagde gegevens niet moeten worden verstrekt op grond van een besluit van Onze Minister als bedoeld in het eerste lid, de algemene gegevens en de verwijsgegevens over de ingeschrevenen in zijn basisadministratie, voor zover:

    • a. die gegevens noodzakelijk zijn in verband met de uitvoering van een algemeen verbindend voorschrift door die derde, of

    • b. de verstrekking in overeenstemming is met het vierde lid.

  • 4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen door derden verrichte werkzaamheden met een bijzonder maatschappelijk belang worden aangewezen, ten behoeve waarvan algemene gegevens of verwijsgegevens uit een basisadministratie worden verstrekt. De maatregel bepaalt tevens de categorieën van derden die voor de verstrekking in aanmerking komen, de gegevens die kunnen worden verstrekt en of artikel 28 op de verstrekking van toepassing is.

  • 5. In afwijking van het eerste en derde lid kunnen op verzoek van een derde aan hem gegevens worden verstrekt voor zover daarin is voorzien bij eilandsverordening en voor zover:

    • a. de derde voorafgaande schriftelijke toestemming heeft van de ingeschrevene van wie gegevens worden verstrekt, of

    • b. de verstrekking in overeenstemming is met het zesde lid.

  • 6. Bij eilandsverordening kunnen door derden verrichte werkzaamheden met een bijzonder maatschappelijk belang voor het openbaar lichaam worden aangewezen, ten behoeve waarvan gegevens uit de basisadministratie kunnen worden verstrekt. De verordening bepaalt tevens de categorieën van derden die voor de verstrekking in aanmerking komen. De verordening staat slechts verstrekking toe voor zover deze noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de derde en het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de ingeschrevene niet aan de verstrekking in de weg staan.

  • 7. In de gevallen, bedoeld in het vijfde lid, kan de verstrekking alleen betrekking hebben op algemene en verwijsgegevens over de naam, de geslachtsnaam van de echtgenoot dan wel geregistreerde partner, de eerdere echtgenoot of geregistreerde partner, het gebruik door de ingeschrevene van de geslachtsnaam van de echtgenoot dan wel geregistreerde partner, de eerdere echtgenoot of geregistreerde partner, het adres, de geboortedatum en de datum van overlijden.

AA

Artikel 27 komt te luiden:

Artikel 27

Voor zover krachtens artikel 26, derde lid, algemene gegevens of verwijsgegevens aan een derde kunnen worden verstrekt, wordt hem op zijn verzoek slechts mededeling gedaan van daarop betrekking hebbende administratieve gegevens, voor zover de verzoeker aantoont dat deze gegevens noodzakelijk zijn in verband met de uitvoering van het algemeen verbindend voorschrift of de werkzaamheden waarvoor de gegevens worden gevraagd. Geen gegevens worden verstrekt, waaruit de verstrekking van gegevens uit de basisadministratie aan een afnemer, overheidsorgaan of een derde kan worden afgeleid, voor zover dit noodzakelijk is in het belang van de veiligheid van de staat of de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten.

AB

De kop van paragraaf 3a komt te luiden:

Paragraaf 3a DE VERSTREKKING AAN DE BEVOLKINGSADMINISTRATIE IN HET EUROPESE DEEL VAN NEDERLAND EN ANDERE VERSTREKKINGEN

AC

Artikel 27a wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt «1.» geplaatst en in de tekst wordt «Nederland» telkens vervangen door: het Europese deel van Nederland.

2. Aan het artikel wordt een tweede lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Een andere verstrekking uit een basisadministratie dan die bedoeld in de paragrafen 1, 2 of 3 of in het eerste lid is slechts toegestaan voor zover:

    • a. de verstrekking plaatsvindt voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden, en

    • b. de persoonlijke levenssfeer niet onevenredig wordt geschaad.

AD

Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «artikel 26, tweede lid» vervangen door: artikel 26, derde lid, onder a, of vijfde lid.

2. In het tweede lid wordt «artikel 26, tweede lid» telkens vervangen door: artikel 26, derde lid, onder a.

3. Na het tweede lid wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Indien op de persoonslijst een aantekening is gesteld omtrent beperking van de verstrekking van gegevens aan derden, worden geen gegevens van de persoonslijst verstrekt op grond van artikel 26, derde lid, onder b, voor zover de beperking van de verstrekking van toepassing is.

AE

Artikel 29 vervalt.

AF

Artikel 30 komt te luiden:

Artikel 30

Het toezicht op de uitvoering van deze wet berust bij Onze Minister. Aan door hem aangewezen ambtenaren worden door de autoriteiten belast met de uitvoering van deze wet alle inlichtingen verstrekt die zij in verband met de uitoefening van hun taak nodig hebben en wordt inzage verleend in alle bescheiden die verband houden met de uitvoering van deze wet.

AG

In artikel 31, eerste lid, vervalt «, 20, vierde lid» en wordt «ten hoogste tweeduizend gulden» vervangen door: de tweede categorie.

AH

Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «de beheerder van de basisadministratie» vervangen door: het bestuurscollege.

2. In het tweede lid wordt «de houder van de basisadministratie of bij de beheerder van de basisadministratie» vervangen door: het bestuurscollege.

3. In het derde lid, onder a, wordt «de Nederlandse Antillen en Aruba» vervangen door: Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

4. In het vierde lid wordt «de beheerder van de basisadministratie» vervangen door: het bestuurscollege.

AI

De artikelen 33 en 35 vervallen.

AJ

In artikel 36 wordt na «kunnen bij» ingevoegd: of krachtens.

AK

Artikel 37 vervalt.

AL

Artikel 39 komt te luiden:

Artikel 39

Deze wet wordt aangehaald als: Wet basisadministraties persoonsgegevens BES.

Artikel 2.20

De Wet identiteitskaarten BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Onder vernummering van artikel 1 tot artikel 1a, wordt een nieuw artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder openbaar lichaam: het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

B

De artikelen van deze wet worden als volgt gewijzigd:

1. De term «eilandgebied» wordt telkens vervangen door: openbaar lichaam.

2. De term «landsverordening» wordt telkens vervangen door: wet.

3. De term «landsbesluit houdende algemene maatregelen» wordt telkens vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

C

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt de eerste aanduiding «f».

2. In het eerste lid, onderdeel e, wordt «de eilanden» vervangen door «de openbare lichamen» en vervallen de zinsneden «van 01 tot en met 39: Curaçao;» en «van 76 tot en met 85; Sint Maarten;».

D

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onder c, komt te luiden:

  • c. de vervaardiging, de distributie en het beheer van de identiteitskaarten.

2. Het derde en vierde lid vervallen.

E

In artikel 9 wordt «1 lid 1» vervangen door: «1a, eerste lid,» en «van ten hoogste tweehonderd en vijftig gulden» vervangen door: van de eerste categorie.

F

In artikel 10 wordt «van ten hoogste vijfduizend gulden» vervangen door: van de tweede categorie.

G

In artikel 13 wordt «bij dat landsbesluit» vervangen door: bij die algemene maatregel van bestuur.

H

Artikel 14 komt te luiden:

Artikel 14

Deze wet wordt aangehaald als: Wet identiteitskaarten BES.

HOOFDSTUK 3. MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

§ 1 Aanpassingen van Nederlandse wetgeving

Artikel 3.1

De Sanctiewet 1977 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 10a vervalt: omtrent de beoordeling van aanvragen om een ontheffing als bedoeld in artikel 9, eerste lid, alsmede.

B

In artikel 11, eerste lid, vervalt: dan wel ingevolge artikel 9.

C

Artikel 14 wordt vervangen door:

AFDELING 7. TOEPASSING IN DE OPENBARE LICHAMEN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Artikel 14
  • 1. Deze wet, met uitzondering van de artikelen 4, 10, tweede en derde lid, en 10a tot en met 11, is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met inachtneming van het in deze afdeling bepaalde.

  • 2. Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

Artikel 14a

Voor de toepassing van deze wet in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba gelden bindende besluiten, vastgesteld in het kader van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid van de Europese Unie, als internationale verplichtingen in de zin van artikel 2, tweede lid.

Artikel 14b

Met de opsporing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba van de in deze wet strafbaar gestelde feiten zijn belast, naast de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES bedoelde ambtenaren, de daartoe bij besluit van Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister aangewezen ambtenaren.

Artikel 14c
  • 1. Overtredingen van voorschriften gesteld bij of krachtens de artikelen 2 en 7 zijn misdrijven voor zover zij opzettelijk zijn begaan. Voor zover deze gedragingen niet opzettelijk worden begaan, zijn zij overtredingen.

  • 2. In geval van een misdrijf kan de rechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaar of een geldboete van de vijfde categorie opleggen.

  • 3. In geval van een overtreding kan de rechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba hechtenis van ten hoogste een jaar of een geldboete van de vierde categorie opleggen.

D

Na afdeling 7 wordt voor artikel 15 een nieuw opschrift ingevoegd, luidend:

AFDELING 8. SLOTBEPALINGEN

§ 2 Aanpassingen van wetgeving van Nederlands-Antilliaanse oorsprong

HOOFDSTUK 4. MINISTER VAN DEFENSIE

§ 1 Aanpassingen van Nederlandse wetgeving

§ 2 Aanpassingen van wetgeving van Nederlands-Antilliaanse oorsprong

Artikel 4.1

De Dienstplichtwet BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 1 tot en met 4, 6, 7, 94, eerste lid, 104, tweede lid, onderdeel b, 116, vijfde lid, onderdeel b, 133, eerste lid, onderdeel a, 134 en 135 wordt «landsverordening» steeds vervangen door: wet.

B

In deze wet worden «De Minister» en «de Minister» steeds vervangen door: Onze Minister.

C

Artikel 1, eerste lid, onderdeel e, komt te luiden:

  • e. Onze Minister: Onze Minister van Defensie.

D

In de artikelen 2, tweede lid, 11, tweede lid, 16, derde lid, 18, 27, tweede lid, 28, tweede lid, 66, tweede lid, 68, eerste lid, en 95c wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» steeds vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

E

In de artikelen 7 en 66, tweede lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen» steeds vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

F

In artikel 8 wordt «in een eilandgebied van de Nederlandse Antillen» vervangen door: in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

G

Artikel 11 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het derde lid wordt «een op de voordracht van de Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne bij landsbesluit houdende algemene maatregelen» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

2. Het zesde lid komt te luiden:

  • 6. Ten behoeve van de herkeuring stelt Onze Minister een of meer herkeuringscommissies in.

H

Artikel 14 komt te luiden:

Artikel 14

De in de keuringscommissie of herkeuringscommissie zitting hebbende geneeskundigen zijn verplicht de hun in verband met de keuring opgedragen werkzaamheden te verrichten.

I

In artikel 21, eerste lid, onderdeel b, vervalt «in de Nederlandse Antillen of elders».

J

In artikel 22 wordt «op de Nederlandse Antillen» vervangen door: in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

K

Artikel 23, tweede lid, vervalt.

L

Artikel 24, derde lid, komt te luiden:

  • 3. De interne dienstplichtigen dienen bij de in Aruba, Curaçao of Sint Maarten of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba aanwezige onderdelen van de krijgsmacht.

M

Artikel 25 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «de Gouverneur» vervangen door «het bestuurscollege» en wordt «het landsbesluit» vervangen door «het besluit tot oproeping».

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Het in het eerste lid bedoelde besluit wordt bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant.

N

In artikel 28a wordt «de Nederlandse Antillen» steeds vervangen door: Aruba, Curaçao of Sint Maarten of van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

O

In artikel 29 vervalt «met inachtneming van het bepaalde in artikel 136, eerste lid, der Staatsregeling van de Nederlandse Antillen en van het bepaalde in artikel 11 van de Defensiewet voor de Nederlandse Antillen en Aruba (P.B. 1992, 109)».

P

Artikel 35 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Het ontslag van officieren bij de krijgsmacht, voor zover in Aruba, Curaçao of Sint Maarten of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba dienstplichtig of dienstplichtig geweest zijnde, geschiedt bij koninklijk besluit. In de overige gevallen geschiedt het ontslag door Onze Minister.

2. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. In geval van oorlog of oorlogsgevaar of ingeval bedreiging of verstoring van de inwendige orde en rust kan leiden tot wezenlijke aantasting van belangen van het Koninkrijk, kan van het tweede lid worden afgeweken.

Q

In artikel 37 vervallen de onderdelen a en b, alsmede het tweede lid.

R

In artikel 38 wordt «De Gouverneur als koninkrijksorgaan» vervangen door: Onze Minister.

S

In artikel 46, eerste en derde lid, wordt «De Gouverneur» steeds vervangen door: Onze Minister.

T

Artikel 54 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Benoeming tot officier geschiedt bij koninklijk besluit.

2. Het vierde lid vervalt.

U

Artikel 56, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Bevordering van officieren geschiedt bij koninklijk besluit.

V

In artikel 57, eerste lid, wordt «de Gouverneur» vervangen door: Onze Minister.

W

In artikel 58 wordt «de Gouverneur bij keuze na het volbrengen van een door de Minister voor elk van deze bevorderingen vast te stellen minimum diensttijd in de definitief beklede rang» vervangen door: Onze Minster.

X

Artikel 60 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «de Gouverneur» vervangen door: Onze Minister.

2. Het tweede lid vervalt, onder vernummering van het derde lid tot tweede lid.

Y

Artikel 68, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Voor de dienstplichtigen worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voorschriften vastgesteld betreffende de bezoldiging en verdere inkomsten.

Z

In artikel 69 wordt «de Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht (P.B. 1964, no. 159), zoals gewijzigd» vervangen door: de Wet materieel ambtenarenrecht BES,.

AA

In artikel 70 wordt «Pensioenlandsverordening overheidsdienaren (P.B. 1997, 312)» vervangen door: Pensioenwet ambtenaren BES.

BB

In artikel 72, eerste lid, wordt «de bepalingen van de Regeling vergoeding behandelings- en verplegingskosten overheidsdienaren (P.B. 1986, 165)» vervangen door «de Wet vergoeding behandelings- en verplegingskosten ambtenaren BES» en vervalt de tweede volzin.

CC

In artikel 76 wordt «in de Nederlandse Antillen of Aruba» vervangen door: in Aruba, Curaçao of Sint Maarten of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba,.

DD

Artikel 79 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «op een eiland, behorende tot de Nederlandse Antillen, of in Aruba,» vervangen door: in Aruba, Curaçao of Sint Maarten of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In het vierde lid wordt «buiten de Nederlandse Antillen» vervangen door: buiten Aruba, Curaçao of Sint Maarten of buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

EE

In artikel 83 vervalt «in de Nederlandse Antillen».

FF

Artikel 85 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Op de dienstplichtige in werkelijke dienst zijn de voor ambtenaren geldende regelen terzake van vrijstelling van dienst wegens ziekte, neergelegd in het Besluit vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren BES van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan in deze wet niet wordt afgeweken.

2. In het tweede lid wordt «die ingevolge artikel 6, eerste lid, van de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren geen overheidsdienaar is» vervangen door: die ingevolge artikel 6, eerste lid, van de Pensioenwet ambtenaren BES geen ambtenaar is.

GG

In artikel 85a wordt «geschiedt in de Nederlandse Antillen door de geneeskundige commissie, bedoeld in artikel 14, derde lid, onderdeel a, van de Pensioenlandsverordening overheidsdienaren, en in andere gevallen door een of meer geneeskundigen, aan te wijzen door de Gouverneur» vervangen door: geschiedt door de geneeskundige commissie, bedoeld in artikel 14, derde lid, onderdeel a, van de Pensioenwet ambtenaren BES, en in andere gevallen door een of meer geneeskundigen, aan te wijzen door Onze Minister.

HH

Artikel 86, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Onverminderd het tweede lid, zijn op de gewezen dienstplichtige, wiens dienstverband is geëindigd tijdens arbeidsongeschiktheid uit hoofde van een ziekte of gebrek, de bepalingen van artikel 45A van de Wet materieel ambtenarenrecht BES van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hij in zoverre als gewezen ambtenaar in de zin van die wet wordt aangemerkt.

II

Artikel 88 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «is de Beschikking van de 20ste juni 1933, ... 700, houdende vaststelling van een regeling der vergoeding voor reis- en teerkosten, gelijk mede voor verhuiskosten binnen de Nederlandse Antillen (P.B. 1958, ... 153)» vervangen door: zijn de voor ambtenaren geldende regelen terzake van reis-, teer- en verhuiskosten.

2. In het tweede lid wordt «het in het eerste lid genoemde besluit» vervangen door: de in het eerste lid bedoelde regelen.

JJ

Artikel 98, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. Hij kan echter niet worden verplicht werkzaamheden te verrichten in plaats van stakers of uitgeslotenen, tenzij het werkzaamheden betreft die naar het oordeel van Onze Minister geen uitstel gedogen.

KK

In artikel 109, tweede lid, wordt «landsbesluit houdende algemene maatregelen» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

LL

Artikel 116 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid, onderdeel c, komt te luiden:

  • c. Onze Minister van Defensie, indien zijn bezwaren betrekking hebben op een ten aanzien van hem genomen beslissing door een niet-militaire autoriteit.

2. In het tweede lid vervalt «te Willemstad op het eiland Curaçao».

3. In het vierde lid vervalt «te Willemstad op het eiland Curaçao».

MM

In artikel 116a vervalt «te Willemstad».

NN

Artikel 116e, derde lid, komt te luiden:

  • 3. De beklagmeerdere zendt zijn beslissing vergezeld van het verslag van het onderzoek langs de hiërarchieke weg aan Onze Minister.

OO

In artikel 117 vervalt «in deze landsverordening» en wordt «het landsbesluit als bedoeld in artikel 68» vervangen door «de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 68,».

PP

In artikel 130, eerste lid, vervalt «in deze landsverordening».

QQ

Na artikel 134 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 134a

Met de opsporing van de in deze wet strafbare gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de militairen van de Koninklijke marechaussee. Zij hebben toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.

RR

Artikel 135 komt te luiden:

Artikel 135

Deze wet wordt aangehaald als: Dienstplichtwet BES.

Artikel 4.2

De Wet rechtspositie Kustwacht BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:

1. In onderdeel a, wordt «de Gouverneur» vervangend door: het bestuurscollege van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. Onderdeel b komt te luiden:

b. Onze Minister:

Onze Minister van Defensie.

3. Onderdeel c vervalt.

4. Onderdeel d komt te luiden:

d. WMABES:

de Wet materieel ambtenarenrecht BES.

5. Onderdeel e komt te luiden:

e. Kustwacht:

de Kustwacht voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten alsmede voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

6. Onderdeel g vervalt.

7. In onderdeel h wordt «LMA» vervangen door: WMABES.

B

In de artikelen 2, 3, eerste en derde lid, 7, eerste lid, 10, eerste lid, en 16a, eerste lid, wordt «LMA» steeds vervangen door: WMABES.

C

In de artikelen 3 en 16a wordt «Commandant» steeds vervangen door: directeur van de Kustwacht.

D

In artikel 3, eerste lid, wordt «De Minister» vervangen door: Onze Minister.

E

In de artikelen 3, tweede en derde lid, 9, eerste lid, en 10, eerste lid, wordt «de Minister» steeds vervangen door: Onze Minister.

F

In artikel 4 wordt «landsbesluit houdende algemene maatregelen» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

G

In de artikelen 5, derde lid, en 7, tweede lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» steeds vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

H

Artikel 5a wordt gewijzigd als volgt:

1. In het tweede lid wordt «Pensioenlandsverordening (P.B. 1997, no. 312)» vervangen door «Pensioenwet ambtenaren BES» en wordt «landsverordening» vervangen door «wet».

2. In het derde lid wordt «Pensioenlandsverordening overheidsdienaren» vervangen door «Pensioenwet ambtenaren BES» en wordt «landsverordening» steeds vervangen door «wet».

3. In het vijfde lid wordt «Pensioenlandsverordening overheidsdienaren» vervangen door: Pensioenwet ambtenaren BES.

I

In artikel 6, onderdeel g, wordt «landsbesluit» vervangen door: besluit van het bestuurscollege van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

J

Artikel 10 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «LMA» steeds vervangen door: WMABES.

2. In het derde en vierde lid wordt «Wachtgeldregeling overheidsdienaren» steeds vervangen door: Wachtgeldbesluit ambtenaren BES.

K

In artikel 13, eerste lid, wordt «Regeling kustwacht» vervangen door: Voorlopige regeling Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba.

L

In artikel 14 wordt «de Regeling Vakantie en Vrijstelling van Dienst Ambtenaren (P.B. 1969, no. 44)» vervangen door: het Besluit vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren BES.

M

In artikel 15 wordt «Pensioenverordening Burgerlijke Landsdienaren 1938» vervangen door: Pensioenwet ambtenaren BES.

N

In artikel 17 wordt «Landsverordening rechtspositie Kustwacht» vervangen door: Wet rechtspositie Kustwacht BES.

HOOFDSTUK 5. MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

§ 1 Aanpassingen van Nederlandse wetgeving

Artikel 5.1

In de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek wordt na hoofdstuk 4 een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK 4A BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Artikel 32a

Deze wet, met uitzondering van de artikelen 4, 38a tot en met 39, en artikel 41, tweede lid, onderdeel d, is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met dien verstande dat Hoofdstuk 5, paragraaf 4, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Aanpassingswet vierde tranche Awb, in genoemde openbare lichamen van toepassing blijft.

Artikel 5.1a

De Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 15 wordt na onderdeel b, een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • c. het verrichten van de taken en het uitoefenen van de bevoegdheden die bij of krachtens de Wet telecommunicatievoorzieningen BES en de Wet post BES aan het college zijn toegekend.

Artikel 5.1b

In de Wet ruimtevaartactiviteiten wordt na hoofdstuk 1 een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK 1A BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Artikel 2a

Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

§ 2 Aanpassingen van wetgeving van Nederlands-Antilliaanse oorsprong

Artikel 5.2

De Handelsregisterwet BES wordt als volgt gewijzigd:

A

De artikelen 1 tot en met 3 komen te luiden:

Artikel 1

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:

a. Kamer:

kamer van koophandel en nijverheid als bedoeld in de Wet op de Kamers van Koophandel en Nijverheid BES;

b. Secretaris:

de secretaris van de betreffende kamer van koophandel en nijverheid;

c. eigen vermogen:

het op het ogenblik van aangifte volgens de balans van het laatste boekjaar aanwezige, eventueel volgens de balans van het lopende boekjaar werkelijk aanwezige, eigen vermogen van de onderneming, rechtspersoon of nevenvestiging;

d. hoofdvestiging:

het door een onderneming als zodanig aangemerkte onderdeel van de onderneming;

e. nevenvestiging:

een ondernemingsonderdeel, niet zijnde de hoofdvestiging, dat geheel of ten dele elders is ondergebracht in een gebouw of complex van gebouwen, waar duurzaam activiteiten van de onderneming plaatsvinden;

f. hoofdnederzetting:

de in het openbaar lichaam gelegen nevenvestiging van een buiten het openbaar lichaam gevestigde onderneming of, indien er meer nevenvestigingen zijn, de door de onderneming als hoofdnederzetting aangemerkte nevenvestiging;

g. openbaar lichaam:

het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

Artikel 2
  • 1. Er is een handelsregister, waarin ondernemingen en rechtspersonen worden ingeschreven overeenkomstig het bepaalde in deze wet.

  • 2. Het handelsregister wordt gehouden door de Kamers.

    De Secretaris is belast met het beheer van het handelsregister en de in verband daarmee ontvangen gelden.

Artikel 3
  • 1. In het handelsregister worden de ondernemingen ingeschreven die in het openbaar lichaam zijn gevestigd, of in het openbaar lichaam een nevenvestiging hebben.

  • 2. Behoort de onderneming toe aan een natuurlijke persoon, of is een vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap aangegaan, dan worden tevens de gegevens daarvan ingeschreven.

  • 3. Aan de in artikel 4, eerste lid, genoemde rechtspersonen, met uitzondering van stichtingen, stichtingen particulier fonds en verenigingen, wordt steeds geacht een onderneming toe te behoren.

  • 4. Het bepaalde in het derde lid is van overeenkomstige toepassing op in het openbaar lichaam gevestigde buitenlandse rechtspersonen.

  • 5. Indien aan een stichting of stichting particulier fonds of een vereniging een onderneming tevens als inschrijving van de stichting, de stichting particulier fonds of de vereniging toebehoort die als zodanig overeenkomstig dit artikel moet worden ingeschreven, geldt de inschrijving van de onderneming.

  • 6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen activiteiten waarmee niet wordt beoogd vermogensrechtelijk voordeel te behalen, voor de toepassing van het eerste lid met een onderneming worden gelijkgesteld.

B

De artikelen 5 tot en met 8 komen te luiden:

Artikel 5
  • 1. Tot het doen van opgave ter inschrijving in het handelsregister is verplicht degene aan wie een onderneming toebehoort of, indien het de inschrijving betreft van een aan een rechtspersoon toebehorende onderneming, ieder der bestuurders van de rechtspersoon.

  • 2. Tot het doen van opgave ter inschrijving in het handelsregister van een rechtspersoon en deponering van een authentiek afschrift van de akte en statuten is naast de bestuurders van de rechtspersoon tevens verplicht de notaris ten overstaan van wie de akte van oprichting van de rechtspersoon is verleden.

  • 3. Indien geen van de in het eerste of tweede lid bedoelde personen in het gebied van de bevoegde Kamer is gevestigd, is tot het doen van de opgave tevens verplicht degene die in dat gebied belast is met de dagelijkse leiding.

  • 4. Indien een onderneming buiten het openbaar lichaam is gevestigd, is tot het doen van de opgave tevens verplicht degene die belast is met de dagelijkse leiding van de hoofdnederzetting.

  • 5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen andere personen worden aangewezen die verplicht of bevoegd zijn tot het doen van daarbij aangewezen opgaven.

Artikel 6
  • 1. Tot inschrijving van een in het openbaar lichaam gevestigde onderneming of nevenvestiging is bevoegd de Kamer binnen welker gebied de onderneming haar hoofdvestiging respectievelijk hoofdnederzetting heeft.

  • 2. Tot inschrijving van een in het openbaar lichaam gevestigde rechtspersoon is bevoegd de Kamer binnen welker gebied de rechtspersoon volgens zijn statuten zijn zetel heeft.

  • 3. Tot inschrijving van een buiten het openbaar lichaam gevestigde onderneming is bevoegd de Kamer binnen welker gebied de onderneming haar hoofdnederzetting heeft.

Artikel 7
  • 1. De tot opgaaf verplichte personen doen, met inachtneming van het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde, de opgaven die de Kamer nodig heeft om ervoor te zorgen dat de bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur en andere wettelijke bepalingen aangewezen gegevens te allen tijde juist en volledig in het handelsregister ingeschreven zijn.

  • 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het deponeren van bescheiden.

Artikel 8
  • 1. De opgave voor de eerste inschrijving van een onderneming wordt gedaan binnen één week na aanvang van de uitoefening van de ondernemingsactiviteiten.

  • 2. De andere voorgeschreven opgaven worden gedaan uiterlijk één week na het plaatsvinden van het feit ten gevolge waarvan de verplichting tot de opgave ontstaat, voor zover bij of krachtens algemene maatregel van bestuur niet anders is bepaald.

  • 3. De verplichting tot het doen van een opgave eindigt zodra die opgave is gedaan door iemand anders die daartoe verplicht of bevoegd was of, voor zover het een wijziging betreft als bedoeld in artikel 9 of artikel 10, zodra de Kamer de desbetreffende wijziging heeft ingeschreven.

C

De artikelen 13 tot en met 18 komen te luiden:

Artikel 13

Ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de personen die in het handelsregister staan ingeschreven kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voor daarbij aangewezen gegevens of bescheiden beperkingen worden vastgesteld ten aanzien van het bepaalde in artikel 11.

Artikel 14
  • 1. Bij de eerste inschrijving van een onderneming, rechtspersoon of nevenvestiging en vervolgens jaarlijks na het jaar van inschrijving, zijn voor elke ingeschreven onderneming, rechtspersoon of nevenvestiging aan de Kamer verschuldigd, op grondslag van het in de onderneming, rechtspersoon of nevenvestiging aanwezige eigen vermogen, de door de Kamer vast te stellen bedragen, die nimmer minder dan de in de navolgende schalen genoemde minima, noch meer dan de in deze schalen genoemde maxima bedragen.

  • 2. De in het eerste lid bedoelde minimum en maximum bedragen zijn bij een in de onderneming, rechtspersoon, of nevenvestiging per 1 januari aanwezige eigen vermogen van:

    Schaal

    Meer dan

    Doch niet meer dan

    Voor de 1ste inschrijving minimaal

    Voor de 1ste inschrijving maximaal

    Jaarlijks minimaal

    Jaarlijks maximaal

    Schaal 1

    USD 0,–

    USD 8.379,89

    USD 41,90

    USD 83,80

    USD 41,90

    USD 83,80

    Schaal 2

    USD 8.379,89

    USD 27.932,96

    USD 41,90

    USD 139,66

    USD 41,90

    USD 139,66

    Schaal 3

    USD 27.932,96

    USD 41.899,44

    USD 41,90

    USD 195,53

    USD 41,90

    USD 195,53

    Schaal 4

    USD 41.899,44

    USD 55.865,92

    USD 55,87

    USD 251,40

    USD 55,87

    USD 251,40

    Schaal 5

    USD 55.865,92

    USD 83.798,88

    USD 69,83

    USD 279,33

    USD 69,83

    USD 279,33

    Schaal 6

    USD 83.798,88

    USD 111.731,84

    USD 83,80

    USD 307,26

    USD 97,77

    USD 307,26

    Schaal 7

    USD 111.731,84

    USD 279.329,61

    USD 139,66

    USD 418,99

    USD 111,73

    USD 418,99

    Schaal 8

    USD 279.329,61

    USD 558.659,22

    USD 588,66

    USD 698,32

    USD 223,46

    USD 588,66

    Schaal 9

    USD 558.659,22

    USD 1.117.318,44

    USD 588,66

    USD 698,32

    USD 279,33

    USD 588,66

    Schaal 10

    USD 1.117.318,44

    USD 1.675.977,65

    USD 588,66

    USD 698,32

    USD 335,20

    USD 588,66

    Schaal 11

    USD 1.675.977,65

    USD 2.234.636,87

    USD 588,66

    USD 837,99

    USD 418,99

    USD 698,32

    Schaal 12

    USD 2.234.636,87

    USD 2.793.296,09

    USD 588,66

    USD 837,99

    USD 474,86

    USD 698,32

    Schaal 13

    USD 2.793.296,09

     

    USD 588,66

    USD 837,99

    USD 588,66

    USD 698,32

  • 3. Ter bepaling van de grondslag voor de toepassing van de schaal van het tweede lid, is degene die tot het doen van opgave ter inschrijving in het handelsregister verplicht is, gehouden aangifte te doen van het eigen vermogen van de onderneming, de rechtspersoon of nevenvestiging met uitzondering van de in artikel 15 bedoelde ondernemingen, rechtspersonen, stichtingen, stichtingen particulier fonds en verenigingen.

  • 4. De bedragen voor de inschrijving zijn verschuldigd door degene aan wie de onderneming of nevenvestiging behoort. Behoort de onderneming of nevenvestiging aan meer dan een persoon, dan zijn deze ieder voor het geheel voor de voldoening aansprakelijk. Behoort de onderneming aan een rechtspersoon, dan zijn de bedragen voor de inschrijving door de rechtspersoon verschuldigd. De bedragen voor de inschrijving van een stichting, een stichting particulier fonds en een vereniging aan wie niet een onderneming toebehoort zijn verschuldigd door de stichting, de stichting particulier fonds en de vereniging. Bij ontbinding of omzetting in een buitenlandse rechtspersoon zijn respectievelijk de met vereffening belaste personen en de bestuurders hoofdelijk daarvoor aansprakelijk.

  • 5. De Kamer kan degene die tot het doen van opgave ter inschrijving in het handelsregister verplicht is, ten hoogste eenmaal per jaar schriftelijk verzoeken aangifte te doen ten behoeve van de rangschikking van de onderneming. Een dergelijk verzoek wordt niet gedaan voordat een jaar is verstreken sinds de aangifte bij de inschrijving of, bij gebreke daarvan, sinds de inschrijving heeft plaatsgevonden.

  • 6. De Kamer kan degene die een aangifte ten behoeve van de rangschikking heeft gedaan, schriftelijk verzoeken een nadere toelichting op die aangifte te verstrekken.

  • 7. Bij gebrek aan aangifte van het eigen vermogen bij de opgave tot inschrijving wordt het in de onderneming, rechtspersoon of nevenvestiging aanwezige eigen vermogen door de Kamer geschat; het geschatte bedrag geldt als grondslag voor de toepassing van de schaal in het tweede lid. Voor de later verschuldigde bedragen blijven degenen, die tot het doen van aangiften voor de inschrijving in het handelsregister zijn gehouden, bevoegd aangifte te doen van het in de onderneming, rechtspersoon of nevenvestiging aanwezige eigen vermogen.

  • 8. De Kamer geeft, in haar gebied, kennis aan belanghebbende van de bedragen verschuldigd ingevolge de voorgaande bepalingen, welke bedragen dan binnen een maand na dagtekening van de mededeling moeten zijn voldaan. Bij gebreke van betaling zijn van overeenkomstige toepassing de bepalingen die bij wanbetaling van de kohierbelastingen gelden.

Artikel 15

Stichtingen, stichtingen particulier fonds en verenigingen, aan wie niet een onderneming toebehoort als bedoeld in artikel 3, derde lid, worden ingedeeld in schaal 4, bedoeld in artikel 14, tweede lid.

Artikel 16

Voor het inzien van het handelsregister en de bescheiden die daarbij krachtens wettelijk voorschrift zijn gedeponeerd, zijn aan de Kamer maximaal verschuldigd de volgende door de Kamer vast te stellen bedragen:

  • a. voor het door middel van een internet verbinding inzien van het elektronische bestand: USD 139,66 per kalenderjaar voor abonnementskosten, vermeerderd met USD 0,08 per inschrijving en USD 0,06 per tijdseenheid van 1 minuut of gedeelte daarvan;

  • b. voor het telefonisch vragen van inlichtingen over hetgeen in het handelsregister is ingeschreven of krachtens wettelijk voorschrift daarbij is gedeponeerd: USD 0,56 per tijdseenheid van 1 minuut of gedeelte daarvan;

  • c. voor het door middel van internet raadplegen van uittreksels uit het elektronisch bestand: USD 1,40 per uittreksel.

Artikel 17

Voor het verstrekken van een afschrift van of uittreksel uit hetgeen in het handelsregister is ingeschreven of krachtens wettelijk voorschrift daarbij is gedeponeerd, zijn aan de Kamer verschuldigd de volgende door de Kamer maximaal vast te stellen bedragen:

  • a. voor fotokopieën: USD 0,56 voor de eerste bladzijde en USD 1,12 voor elke volgende bladzijde per inschrijving;

  • b. voor uittreksels: USD 11,17 voor ieder uittreksel;

  • c. voor een schriftelijke mededeling met betrekking tot hetgeen in het handelsregister is ingeschreven of daarbij is gedeponeerd: USD 8,38 per inschrijving;

  • d. voor het verstrekken van een overzicht van categorieën van in het handelsregister ingeschreven ondernemingen, rechtspersonen of nevenvestigingen, USD 0,56 per onderneming, rechtspersoon of nevenvestiging, met een minimum van USD 8,38 per overzicht;

  • e. voor het per brief, telefax, e-mail of andere wijze verstrekken van producten genoemd onder a, b, c en d: het tarief voor het desbetreffende product, vermeerderd met de kosten van verzending en betalingsverkeer.

Artikel 17a

De bedragen genoemd in de artikelen 11 tot en met 17 kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden bijgesteld telkens wanneer de prijsontwikkeling daartoe aanleiding geeft.

Artikel 18
  • 1. Indien een Kamer of een persoon die belang heeft bij de inschrijving van mening is dat de inschrijving van een onderneming, rechtspersoon of nevenvestiging onjuist, onvolledig of in strijd met de openbare orde of de goede zeden is of dat een onderneming, rechtspersoon of een nevenvestiging ten onrechte niet is ingeschreven, kan de belanghebbende zich bij verzoekschrift wenden tot het gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba dat zittingsplaats heeft in het openbaar lichaam waar de Kamer is gevestigd, bij welke de inschrijving is geschied of zou moeten geschieden, met het verzoek de doorhaling, aanvulling of wijziging van het ingeschrevene of de inschrijving van de onderneming, rechtspersoon of nevenvestiging te gelasten.

  • 2. Een ieder, met betrekking tot wie hetgeen in het handelsregister is ingeschreven, onvolledig of onjuist is, of in strijd met de openbare orde of de goede zeden, kan, indien degene die het handelsregister houdt weigert of nalaat het verzoek tot aanvulling of wijziging te doen, zich op dezelfde wijze met dit verzoek tot het gerecht in eerste aanleg wenden.

  • 3. Indien bij rechterlijke uitspraak hetgeen in het handelsregister is ingeschreven geheel of gedeeltelijk onrechtmatig is verklaard, doet de Kamer op verzoek van een belanghebbende daarvan aantekening in het handelsregister.

D

De artikelen 20 en 21 komen te luiden:

Artikel 20

Alles wat betreft de inrichting van en het toezicht op het handelsregister, de opgaven voor de inschrijving, de inschrijving zelf, de doorhaling, de aanvulling en de wijziging van het ingeschrevene, het ter inzage leggen en het geven van afschriften van en uittreksels uit hetgeen ingeschreven is en hetgeen verder nog ter uitvoering van deze wet nodig is, wordt, voorzover daarin niet bij deze wet is voorzien, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, geregeld.

Artikel 21
  • 1. Hij die opzettelijk een onjuiste of onvolledige opgave doet, bestemd voor inschrijving in het handelsregister, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste USD 28.000.

  • 2. Hij die wettelijk gehouden is een opgave te doen voor inschrijving in het handelsregister, wordt, indien het aan zijn schuld te wijten is dat die opgaaf gedaan door hemzelf of door een ander onjuist of onvolledig is, gestraft met geldboete van ten hoogste USD 11.200.

  • 3. Hij die niet voldoet aan zijn wettelijke verplichtingen tot het doen van opgave voor inschrijving in het handelsregister, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste USD 28.000.

  • 4. Hij die niet voldoet aan zijn wettelijke verplichting tot het op alle van de onderneming, rechtspersoon of nevenvestiging uitgaande brieven, orders, facturen en offertes vermelden van het nummer onder welk de onderneming, rechtspersoon of nevenvestiging in het handelsregister is ingeschreven, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste USD 28.000.

  • 5. De feiten, strafbaar gesteld in het eerste, derde en vierde lid, zijn misdrijven. Het feit strafbaar gesteld in het tweede lid, is een overtreding.

E

Artikel 22 vervalt.

F

Artikel 23 komt te luiden:

Artikel 23
  • 1. Binnen drie maanden na de inwerkingtreding van deze wet schrijft de Kamer – voorzover deze niet reeds zijn ingeschreven – in het handelsregister in alle in het Stichtingenregister voorkomende gegevens als ware opgave gedaan overeenkomstig het handelsregisterbesluit.

  • 2. Overige opgaven ter inschrijving in het handelsregister en deponering van bescheiden ten kantore van het handelsregister, waartoe de verplichting ontstaat als gevolg van de inwerkingtreding van deze wet worden, voor zover betrekking hebbend op ondernemingen, rechtspersonen, waaronder verenigingen zonder volledige rechtsbevoegdheid, nevenvestigingen of persoonlijke gegevens, gedaan binnen een jaar na inwerkingtreding van deze wet, voor zover niet bij de Invoeringswet Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES in een andere overgangstermijn is voorzien.

  • 3. Het bepaalde in artikel 19 geldt voor rechtspersonen die reeds bestaan bij het in werking treden van Boek 2 BW BES eerst nadat twee jaren na inwerkingtreding van deze wet zijn verstreken. Tot dat tijdstip blijft voor deze rechtspersonen het voordien geldend recht van toepassing.

  • 4. Artikel 15 is voor wat betreft naamloze en besloten vennootschappen slechts van toepassing op die vennootschappen die opgericht zijn na 1 maart 2004, dan wel die na 1 maart 2004 hun statuten hebben gewijzigd.

  • 5. Alle opgaven gedaan door stichtingen en stichtingen particulier fonds bij de door de Kamer gehouden registers na 1 maart 2004 en de dag van inwerkingtreding van deze wet, en de inschrijvingen daarvan door de Kamer, worden geacht te zijn gedaan overeenkomstig de bepalingen van deze wet en de daarop rustende algemene maatregel van bestuur.

G

De artikelen 24 en 25 vervallen.

H

Artikel 26 komt te luiden:

Artikel 26

Deze wet wordt aangehaald als: Handelsregisterwet BES.

Artikel 5.3

De Mijnwet BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Onder vernummering van artikel 1 tot artikel 1a wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1

In de artikelen van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder Rijk: Nederland en Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

B

1. In de artikelen van deze wet wordt «de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In de artikelen van deze wet wordt «de kolonie Curaçao» telkens vervangen door: Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

3. In de artikelen van deze wet wordt «de Gouverneur» alsmede «den Gouverneur» telkens vervangen door: Onze Minister van Economische Zaken.

C

Artikel 1a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «de rechtspersoon de Nederlandse Antillen» vervangen door: het Rijk.

2. In het zesde lid wordt «landsverordening» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

3. Het zevende lid wordt als volgt gewijzigd:

a. De zinsnede «landsbesluit houdende algemene maatregelen» wordt vervangen door: de in het zesde lid bedoelde algemene maatregel van bestuur.

b. De zinsnede «van deze landsverordening» wordt telkens vervangen door: daarvan.

D

In artikel 3, tweede lid, wordt «moet worden openbaar gemaakt op de wijze, bij Koninklijk besluit of koloniale verordening te regelen» vervangen door: wordt openbaar gemaakt door publicatie in de Staatscourant.

E

In artikel 4, tweede lid, wordt «artikel 1» vervangen door: artikel 1a.

F

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. De zinsnede «woonplaats in de kolonie» wordt vervangen door: woonplaats op Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

b. De zinsnede «buiten de kolonie» wordt vervangen door: buiten Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

c. Het woord «Curaçaosche» vervalt.

2. In het vierde lid vervalt: op de wijze, te regelen bij Koninklijk besluit of koloniale verordening.

G

Artikel 8 komt te luiden:

Artikel 8

De concessionaris, die bij beschikking van onze Minister van Economische Zaken van zijne rechten is vervallen verklaard, kan beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

H

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het woord «artikel 1» wordt vervangen door: artikel 1a.

2. De zinsnede «Koninklijke besluiten en koloniale verordeningen» wordt vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

3. De zinsnede «van Regeeringswege» wordt vervangen door: van rijkswege.

4. De zinsnede «der Regeering» wordt vervangen door: de rijksoverheid.

I

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsnede «der Regeering» wordt vervangen door: de rijksoverheid.

2. De zinsnede «met toepassing van de bepalingen der algemeene verordening, regelende de onteigening ten algemeenen nutte in overeenstemming met art. 139 van het reglement op het beleid der Regeering in de kolonie Curaçao» vervalt.

J

Artikel 12 komt te luiden:

Artikel 12

Deze wet wordt aangehaald als: Mijnwet BES.

Artikel 5.4

De Petroleumwet Saba Bank BES wordt als volgt gewijzigd:

A

1. In de artikelen van deze wet wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen» telkens vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

2. In de artikelen van deze wet wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

3. In de artikelen van deze wet wordt «de Minister» telkens vervangen door: Onze Minister.

4. In de artikelen van deze wet, met uitzondering van artikel 8, zevende lid, wordt «de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

5. In de artikelen van deze wet wordt «de rechtspersoon de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: het Rijk.

B

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. De zinsnede «het tot de Nederlandse Antillen behorend eiland Saba» wordt vervangen door: het eiland Saba.

b. De zinsnede «waarop het Koninkrijk der Nederlanden mede overeenkomstig het op 29 april 1958 te Genève gesloten verdrag inzake het continentale plateau (Trb. 1959, 126) souvereine rechten heeft» wordt vervangen door: waarop het Koninkrijk der Nederlanden mede overeenkomstig het op 10 december 1982 te Montego-Bay gesloten Verdrag inzake het recht van de zee (Trb. 1983, 83) soevereine rechten heeft.

c. De begripsbepaling «De Minister: de Minister van Algemene Zaken» wordt vervangen door: Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken.

d. Een nieuwe begripsbepaling wordt toegevoegd, luidende: Rijk: Nederland en Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op de Saba Bank en binnen de daarboven gelegen exclusieve economische zone.

C

In artikel 3, tweede lid, vervalt: tezamen met de rechtspersoon het eilandgebied de Bovenwindse Eilanden.

D

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «Het in de vorige volzin bedoeld landsbesluit» vervangen door: De in de vorige volzin bedoelde algemene maatregel van bestuur.

2. In het derde lid wordt «Bij het in het eerste en tweede lid bedoelde landsbesluit» vervangen door: Bij de in het eerste en tweede lid bedoelde algemene maatregel van bestuur.

3. In het vierde lid wordt «Bij het in het tweede lid bedoelde landsbesluit» vervangen door: Bij de in het tweede lid bedoelde algemene maatregel van bestuur.

E

In artikel 6, eerste lid, wordt «de Minister van Onderwijs» vervangen door: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

F

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vijfde lid wordt «Nederlands-Antilliaans courant» vervangen door: USD.

2. In het zevende lid wordt «de Minister van Financiën» vervangen door: Onze Minister van Financiën.

G

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vijfde lid wordt «Nederlands-Antilliaans courant» vervangen door: USD.

2. In het zesde lid wordt «het eilandgebied» vervangen door: het Rijk.

3. In het zevende lid wordt «de Nederlandse Antillen of enig eilandgebied» vervangen door: het Rijk.

4. In het negende lid wordt «de Landsverordening op de Winstbelasting 1940» vervangen door: hoofdstuk IV van de Belastingwet BES.

H

Artikel 10, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Het woord «landsbesluit» wordt vervangen door: ministeriële regeling.

2. De zinsnede «de Curaçaosche Courant» wordt vervangen door: de Staatscourant.

I

In artikel 15 wordt «de Algemene Verordening I.U. en D. 1908» vervangen door: hoofdstuk II van de Douane- en Accijnswet BES.

J

Artikel 16 komt te luiden:

Artikel 16

Deze wet wordt aangehaald als: Petroleumwet Saba Bank BES.

K

De aanduidingen van de bijlagen I en II komen te luiden «Bijlage I, behorende bij de Petroleumwet Saba Bank BES» onderscheidenlijk «Bijlage II, behorende bij de Petroleumwet Saba Bank BES».

Artikel 5.5

De Prijzenwet BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In de aanhef van artikel 1 wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

B

Artikel 2 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

2. Onder vernummering van het tweede tot en met vijfde lid tot derde tot en met zesde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Het bestuurscollege kan nadere regels stellen ten aanzien van het bepaalde in het eerste lid.

3. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt een verbod als bedoeld in dat lid, onder a, voor zover het betrekking heeft op de honoraria, prijzen of tarieven van de diensten, verricht door vrije-beroepsbeoefenaren, vastgesteld bij nadere regels als bedoeld in het tweede lid, na overleg met de organisatie van vrije-beroepsbeoefenaren in het betrokken openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba, die daarvoor naar het oordeel van het bestuurscollege in aanmerking komen.

4. In het vijfde lid wordt «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

C

Onder vernummering van het derde en vierde lid tot vierde en vijfde lid, wordt in artikel 5 een derde lid ingevoegd, luidende:

  • 3. De personen, bedoeld in het tweede lid, dragen bij de uitoefening van hun taak een legitimatiebewijs bij zich, dat door het bestuurscollege voor dat doel is uitgegeven. Deze personen tonen hun legitimatiebewijs desgevraagd aanstonds.

D

Artikel 7 wordt gewijzigd als volgt:

1. «Landsverordening» wordt steeds vervangen door: wet.

2. «Landsbesluit, houdende algemene maatregelen» wordt vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

Da

Artikel 8a, vierde en vijfde lid, vervallen.

Db

Artikel 10 komt te luiden:

Artikel 10

Met het opsporen van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, behalve de bij artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES aangewezen personen, belast de door Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken aangewezen ambtenaren en andere personen.

E

Artikel 13 komt te luiden:

Artikel 13

Deze wet wordt aangehaald als: Prijzenwet BES.

F

Er wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 14

Een besluit ter uitvoering van artikel 2, 7 of 10 van de Prijzenverordening 1961, dat op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, al dan niet krachtens overgangsrecht, gelding heeft, wordt vanaf dat tijdstip geacht uitvoering te geven aan artikel 2, 7 of 10 van deze wet, totdat het door het bevoegde bestuurscollege is vervangen door een ander besluit.

Artikel 5.6

De Wet elektriciteitsconcessies BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «binnen de eilandgebieden van de Nederlandse Antillen» vervangen door «binnen de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt «deze verordening» vervangen door: deze wet.

2. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. De vergunning wordt alleen verleend aan Nederlanders, op Bonaire, Sint Eustatius of Saba gevestigd of aldaar woonplaats gekozen hebbende, en aan in Nederland opgerichte naamloze vennootschappen en vennootschappen onder een firma, waaraan alle individuele leden Nederlanders zijn en op Bonaire, Sint Eustatius en Saba gevestigd of aldaar behoorlijk vertegenwoordigd zijn, alsmede aan publiekrechtelijke rechtspersonen van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Onverminderd het in de vorige zin bepaalde kan de vergunning ook verleend worden aan een besloten vennootschap. Voor zover van toepassing dient bij de aanvraag van een vergunning het bewijs, dat de aanvrager aan het in dit lid bepaalde voldoet, te worden overgelegd.

B

In artikel 2, vijfde en zesde lid, artikel 14, tweede lid, en artikel 19, eerste lid, wordt «dezer verordening» vervangen door: van deze wet.

C

In artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Nadat goedkeuring is verkregen voor het gebruik maken van openbare wegen of wateren voor aanleg, instandhouding of bewaking der werken, kan door het bestuurscollege op aanvraag van de ondernemer voor het gebruik van bedoelde wegen en wateren toestemming of ontheffing van de desbetreffende voorschriften worden verleend.

2. In het derde lid vervalt: het Land of.

3. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Wanneer ten behoeve van leidingen, ontgraving, afdamming of andere beschadiging van boven bedoelde wegen of wateren nodig is, is de ondernemer verplicht, alvorens met de werkzaamheden aan te vangen, hiervoor toestemming te verzoeken aan het Bestuurscollege. Na afloop van de werkzaamheden is de ondernemer verplicht de wegen of wateren behoorlijk in de oorspronkelijke staat terug te brengen, tenzij het Bestuurscollege bij evenbedoelde toestemming heeft bepaald dat de herstellingen op kosten van de ondernemer zullen geschieden.

D

Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Onverminderd de bevoegdheid van de ambtenaren, vermeld in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES, zijn met het toezicht op de naleving van deze wet en het opsporen van de daarin strafbaar gestelde feiten tevens belast de door Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken nader aan te wijzen technische ambtenaren of deskundige personen.

2. In het derde lid, wordt «onder deze verordening» vervangen door: onder deze wet.

Da

In artikel 20, eerste lid, wordt «een geldboete van ten hoogste vijfhonderd gulden» vervangen door: een geldboete van de eerste categorie.

E

In artikel 21 vervalt.

F

Artikel 22 komt te luiden:

Artikel 22

Deze wet wordt aangehaald als: Wet elektriciteitsconcessies BES.

Artikel 5.7

De Wet op de Kamers van Koophandel en Nijverheid BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Onder vernummering van artikel 1 tot artikel 1a wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1

In de artikelen van deze wet wordt verstaan onder «openbaar lichaam»: het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

B

1. In de artikelen van deze wet, met uitzondering van artikel 1a, vierde lid, wordt «Landsverordening» telkens vervangen door: wet.

2. In de artikelen van deze wet wordt «eilandgebied» telkens vervangen door: openbaar lichaam.

C

In artikel 1a worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. Het eerste en tweede lid komen te luiden:

  • 1. De handel en nijverheid op Bonaire, Sint Eustatius of Saba wordt door de Kamers van Koophandel en Nijverheid vertegenwoordigd.

  • 2. Er wordt één Kamer ingesteld voor Bonaire, welke haar zetel heeft op Bonaire, en één Kamer voor Sint Eustatius en Saba gezamenlijk, welke haar zetel heeft op Sint Eustatius. De Kamers bestaan uit ten hoogste vijf leden.

2. Het derde lid vervalt.

3. Het vierde lid wordt genummerd derde lid.

4. In het derde lid wordt «Landsverordening» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

D

In artikel 2, derde lid, wordt «Naf. 100.000» vervangen door: USD 55.865,92.

E

In de artikelen 3, vijfde lid, en 5, eerste lid, wordt «Curaçao» telkens vervangen door: Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

F

In artikel 6, vijfde lid, wordt «Curaçao en Aruba» vervangen door: Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

Fa

Artikel 14 komt te luiden:

Artikel 14

De Kamers geven sturing aan één uitvoeringsorganisatie welke is gevestigd op Bonaire waar ook voor Bonaire een publiekskantoor is. Daarnaast is er een publiekskantoor op Sint Eustatius voor zowel Sint Eustatius als Saba. Het publiekskantoor krijgt ondersteuning vanuit de uitvoeringsorganisatie bij de taakuitvoering.

G

In artikel 22 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het eerste lid komt de zinsnede «voor zover zij met wettelijke regelingen in den zin van artikel 3 van de Curacaosche Staatsregeling of het algemeen belang strijden, door den Gouverneur» vervangen door: voor zover zij in strijd zijn met de wet of het algemeen belang door Onze Minister van Economische Zaken.

2. In het vijfde lid wordt «den Gouverneur» telkens vervangen door: de Rijksvertegenwoordiger openbare lichamen.

H

Artikel 23 komt te luiden:

Artikel 23

Deze wet wordt aangehaald als: Wet op de Kamers van Koophandel en Nijverheid BES.

Artikel 5.8

De Wet merken BES wordt als volgt gewijzigd:

A

1. In de artikelen van deze wet wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

2. In de artikelen van deze wet wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen», «het landsbesluit, houdende algemene maatregelen» of «landsbesluit» telkens vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

3. In de artikelen van deze wet wordt «de Nederlandse Antillen» of «het gehele gebied van de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

B

Artikel 1 komt te luiden:

Artikel 1

Onze Minister van Economische Zaken wijst een Bureau voor merken aan, verder in deze wet te noemen: het Bureau. Naast het Bureau kunnen hulpbureaus worden ingesteld die zo mogelijk kantoor houden bij het Regionaal service centrum van Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

C

In artikel 4 wordt «Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de Nederlandse Antillen» vervangen door: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES.

D

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Een depot als bedoeld in het eerste lid kan ook worden verricht bij een hulpbureau. Het tijdstip van deponering bij een hulpbureau geldt als tijdstip van deponeren krachtens dit artikel. Het hulpbureau zendt de ingekomen stukken onverwijld door naar het Bureau waar de behandeling van het depot verder plaatsvindt.

2. In het achtste lid wordt «het Verdrag tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie» vervangen door: de Overeenkomst inzake handelsaspecten van de intellectuele eigendom (het TRIPs-Verdrag).

E

In de artikelen 12, eerste lid, 14, eerste tot en met vierde lid, en 16, eerste en tweede lid, wordt «Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba» telkens vervangen door: Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

F

Artikel 15 vervalt.

G

Artikel 25 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vierde lid vervalt de vierde volzin.

2. Een nieuw lid wordt toegevoegd, luidende:

  • 7. Voor de toepassing van het vierde lid zijn op het gebruik van merken, waarop een recht werd verkregen voor 1 januari 1998, de volgende bepalingen van toepassing:

    • a. het recht tot uitsluitend gebruik van een merk ter onderscheiding van iemands fabrieks- of handelswaren van die van anderen komt toe aan degene, die het eerst tot het omschreven doel van dat merk in het Koninkrijk gebruik heeft gemaakt, doch alleen voor die soort van waren, waarvoor het door hem gebruikt is, en niet langer dan drie jaren na het laatste gebruik, zij het dat de rechthebbende aan een ander toestemming kan hebben gegeven van het merk gebruik te maken; dit gebruik wordt als gebruik door de rechthebbende beschouwd,

    • b. behoudens bewijs van het tegendeel en het bepaalde bij de onderdelen c en d wordt hij, die van een merk het eerst inschrijving heeft verzocht, geacht de eerste gebruiker van dat merk te zijn,

    • c. hij die van een merk inschrijving heeft verzocht binnen zes maanden na de dag, waarop hij het in een der tot het Verdrag van Parijs tot Bescherming van de industriële eigendom toegetreden staten regelmatig voor de eerste maal heeft gedeponeerd, wordt geacht van dat merk reeds bij de aanvang van die termijn in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius of Saba gebruik te hebben gemaakt, en

    • d. hij, die van een merk, waaronder zijn fabrieks- of handelswaren zijn tentoongesteld op een officiële of officieel erkende internationale tentoonstelling, op het grondgebied van een der tot het Verdrag van Parijs tot Bescherming van de industriële eigendom toegetreden staten gehouden, heeft verzocht binnen zes maanden na de dag waarop die tentoonstelling is geopend, wordt geacht van dat merk reeds in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius of Saba gebruik te hebben gemaakt op de dag, waarop ter onderscheiding van zijn waren ter tentoonstelling aanwezig was; tot bewijs van de dag dier aanwezigheid kan het Bureau de overlegging vorderen van een gewaarmerkte verklaring van het bestuur der tentoonstelling of, te zijner keuze, van andere bevoegde zijde afkomstig.

H

Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:

  • b. het op enigerlei wijze publiceren van de inschrijvingen en de vernieuwingen van de depots en alle andere vermeldingen voorgeschreven bij algemene maatregel van bestuur;

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Bij algemene maatregel van bestuur worden het bedrag van de rechten, te innen voor de in het eerste lid van dit artikel bedoelde verrichtingen en van de afschriften en uittreksels bepaald.

3. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. Het in artikel 10 bedoelde register kan kostenloos worden geraadpleegd op de door de Directeur vastgestelde wijze of in de vorm van een abonnement waarvan de modaliteiten door de Directeur worden vastgesteld.

I

Artikel 42 komt te luiden:

Artikel 42
  • 1. Met inachtneming van het bepaalde bij deze wet en door Onze Minister van Economische zaken nader te stellen regels, worden de mede in Bonaire, Sint Eustatius en Saba voor de datum van inwerkingtreding van deze wet op grond van de Merkenlandsverordening 1995 verkregen en op die datum niet vervallen uitsluitende rechten op (waren)merken gehandhaafd. De beoordeling van de rangorde van deze verkregen rechten geschiedt met inachtneming van het vóór het in werking treden van deze wet geldende recht.

  • 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op uitsluitende rechten op (waren)merken verkregen op grond van de Merkenlandsverordening (P.B. 1961, 191) voor zover deze op de datum van inwerkingtreding van deze wet niet zijn vervallen en voor deze rechten een bevestigend depot zoals in de Merkenlandsverordening 1995 bepaald is verricht.

J

Artikel 43 komt te luiden:

Artikel 43

In afwijking van artikel 20 hebben alle in artikel 42, tweede lid, genoemde bevestigende depots, die overeenkomstig de Merkenlandsverordening 1995 zijn verricht tussen 1 januari 2001 en 1 januari 2002, een geldigheidsduur van één tot tien jaren. Deze verstrijkt in de maand en op de dag van het depot, in het jaar waarvan het jaartal hetzelfde cijfer der eenheden bevat als het jaar, waarin het oudste verkregen recht, waarop beroep wordt gedaan, is ontstaan. De eerste vernieuwing van de inschrijving van deze depots kan op het tijdstip van het depot gevraagd worden voor de duur van de termijn, genoemd in artikel 20, derde lid.

K

De artikelen 44 tot en met 46 vervallen.

L

Artikel 50 komt te luiden:

Artikel 50

Deze wet wordt aangehaald als: Wet merken BES.

Artikel 5.9

De Wet post BES wordt als volgt gewijzigd:

A

1. In de artikelen van deze wet wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

2. In de artikelen van deze wet wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» telkens vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

3. In de artikelen van deze wet wordt «de Minister» telkens vervangen door: Onze Minister

B

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel a komt te luiden:

a. Onze Minister:

Onze Minister van Economische Zaken;

2. Onder verlettering van de onderdelen b tot en met g tot onderscheidenlijk c tot en met h wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

b. openbaar lichaam:

het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;.

C

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef van het eerste lid, wordt «binnen de Nederlandse Antillen, van en naar Nederland en van en naar Aruba, alsmede van en naar het buitenland wordt aan een bij landsbesluit» vervangen door: op en tussen het grondgebied van de openbare lichamen, van en naar Nederland en van en naar Aruba, Curaçao en Sint Maarten, alsmede van en naar het buitenland wordt aan een door Onze Minister».

2. In het eerste lid, onderdeel c, wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door: Nederland.

3. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. Onderdeel a komt te luiden:

  • a. op en tussen het grondgebied van de openbare lichamen tot het gewicht en de afmetingen die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangegeven;

b. In onderdeel b wordt «van en naar Nederland en Aruba» vervangen door «van en naar Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten» en wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door «Nederland».

D

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: Nederland.

2. In het tweede lid wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: Nederland voor zover het betrekking heeft op de openbare lichamen.

3. In het derde lid wordt «de Minister van Algemene zaken» telkens vervangen door: Onze Minister van Buitenlandse Zaken.

Da

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Onze Minister geeft aan de houder van de concessie algemene richtlijnen welke deze bij de uitvoering van artikel 2, tweede lid, gehouden is op te volgen.

2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. De aanhef komt te luiden: Deze richtlijnen kunnen in elk geval betrekking hebben op:.

b. Onderdeel g vervalt, onder verlettering van onderdeel h tot onderdeel g.

3. In het derde en vierde lid wordt «concessievoorwaarden» vervangen door: richtlijnen.

Db

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

De zinsnede «Een wijziging van de in artikel 5, bedoelde concessievoorwaarden» wordt vervangen door « Een besluit tot wijziging van de in artikel 5 bedoelde richtlijnen» en « bij landsbesluit» wordt vervangen door «van dit besluit».

E

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «binnenlandse postzendingen» vervangen door: postzendingen op en tussen het grondgebied van de openbare lichamen.

2. In het zesde lid wordt «voor de Nederlandse Antillen» vervangen door: voor Nederland.

F

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, onderdeel a, wordt «binnen de Nederlandse Antillen, naar Nederland en naar Aruba» vervangen door «op en tussen het grondgebied van de openbare lichamen, naar Nederland, naar Aruba, Curaçao en Sint Maarten» en wordt «in het gehele land» vervangen door «op het gehele grondgebied van de openbare lichamen».

2. In het tweede lid, onderdeel a, sub 1°, wordt «in de Nederlandse Antillen dan wel naar Nederland en Aruba» vervangen door: op en tussen het grondgebied van de openbare lichamen dan wel naar Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

3. In het tweede lid, onderdeel c, sub 1°, wordt «eilandgebied van de Nederlandse Antillen» vervangen door «openbaar lichaam» en wordt «de eilandgebieden van de Nederlandse Antillen» vervangen door «de openbare lichamen».

G

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 15, tweede lid, wordt «ten hoogste honderdduizend gulden» vervangen door: ten hoogste USD 56.000.

2. In artikel 15, vierde lid, wordt «Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de Nederlandse Antillen (P.B. 1932, no. 57)» vervangen door: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES.

3. In artikel 15, vijfde en zesde lid, wordt «van het Land» vervangen door: Nederland.

H

In artikel 16, eerste lid, wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door: Nederland.

I

Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 17, eerste lid, wordt «tienduizend gulden» vervangen door: USD 5.600.

2. In artikel 17, tweede lid, wordt «vijfduizend gulden» vervangen door: USD 2.800.

3. In artikel 17, derde lid, wordt «vijfduizend gulden» vervangen door: USD 2.800.

J

Artikel 18, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Met de opsporing van de bij deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, naast de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES bedoelde ambtenaren, belast de daartoe door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie aangewezen personen. Een zodanige aanwijzing wordt bekend gemaakt in De Staatscourant. Zij zijn bevoegd tot aanhouding en visitatie van vaar- en voertuigen waarmede de overtreding vermoed wordt te zijn begaan.

K

In artikel 19 wordt «de Minister van Algemene Zaken» vervangen door «Onze Minister van Buitenlandse Zaken» en wordt «het eilandgebied» vervangen door «het openbaar lichaam».

L

Hoofdstuk VI vervalt.

M

Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd:

1. De aanduiding 1. voor het eerste lid en het tweede lid vervallen.

2. «Postlandsverordening 1958» wordt vervangen door: Postlandsverordening 1998.

N

Artikel 27 komt te luiden:

Artikel 27
  • 1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen over de in deze wet geregelde onderwerpen, in het kader van de goede uitvoering van deze wet, nadere regels worden gesteld. Voorts kunnen bij algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld waarbij artikelen van de Postwet 2009 geheel of gedeeltelijk van toepassing worden verklaard op een openbaar lichaam, dan wel regels worden gesteld die overeenkomen met de in die wet geregelde onderwerpen.

  • 2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen taken worden opgedragen en bevoegdheden worden verleend aan het college genoemd in artikel 2 van de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit of aan een of meer bestuursorganen van een openbaar lichaam.

O

Na artikel 27 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 27a
  • 1. Een concessie die is verleend krachtens artikel 2, eerste lid, van Postlandsverordening 1998, wordt gelijkgesteld met een concessie verleend krachtens artikel 2, eerste lid.

  • 2. Voor de houder van een concessie als bedoeld in het eerste lid blijft het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3 en 5 van Postlandsverordening 1998 van toepassing.

Artikel 27b
  • 1. Een registratie die is verleend krachtens artikel 12, tweede lid, onderdeel a, sub 2, van Postlandsverordening 1998, wordt gelijkgesteld met een ontheffing verleend krachtens artikel 12, tweede lid, onderdeel a, sub 2.

  • 2. Een ontheffing die is verleend krachtens artikel 13, eerste lid, van de Postlandsverordening 1998, wordt gelijkgesteld met een ontheffing verleend krachtens artikel 13, eerste lid.

  • 3. Bij algemene maatregel van bestuur kan de termijn worden vastgesteld gedurende welke een registratie of een ontheffing als bedoeld in het eerste lid onderscheidenlijk het tweede lid geldt.

P

Artikel 28 komt te luiden:

Artikel 28

Deze wet wordt aangehaald als: Wet post BES.

Artikel 5.10

De Wet telecommunicatievoorzieningen BES wordt als volgt gewijzigd:

A

1. In de artikelen van deze wet wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

2. In de artikelen van deze wet wordt «het Land of een eilandgebied» telkens vervangen door: een openbaar lichaam.

3. In de artikelen van deze wet wordt «het Land of het desbetreffende eilandgebied» telkens vervangen door: het desbetreffende openbaar lichaam.

4. In de artikelen van deze wet wordt «het Land» telkens vervangen door: een openbaar lichaam.

5. In de artikelen van deze wet wordt «eilandgebied» telkens vervangen door: openbaar lichaam.

6. In de artikelen van deze wet wordt «eilandgebieden» telkens vervangen door: openbare lichamen.

7. In de artikelen van deze wet wordt «de Minister» telkens vervangen door: Onze Minister.

8. In de artikelen van deze wet wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» telkens vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

B

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel a komt te luiden:

a. Onze Minister:

Onze Minister van Economische Zaken;.

2. Onder verlettering van de onderdelen b tot en met n tot onderscheidenlijk c tot en met o wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

b. openbaar lichaam:

het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

Ba

Artikel 2, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. «bij landsbesluit» wordt vervangen door: door Onze Minister.

2. Na de eerste volzin wordt een zin toegevoegd, luidende: De concessie wordt verleend voor een door Onze Minister te bepalen termijn, die tenminste 10 jaren bedraagt.

C

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Indien nodig kan Onze Minister deze diensten opdragen aan een of meer andere partijen die op het grondgebied van een openbaar lichaam telecommunicatieverkeer voor derden verzorgen.

2. In het derde lid, wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: een openbaar lichaam.

D

In artikel 4a wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: een openbaar lichaam.

Da

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Onze Minister geeft aan de houder van de concessie algemene richtlijnen welke deze bij de uitvoering van artikel 2, vierde lid, en artikel 3, eerste en tweede lid, gehouden is op te volgen.

2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. De aanhef komt te luiden: Deze richtlijnen kunnen in elk geval betrekking hebben op:.

b. Onderdeel j vervalt, onder verlettering van onderdeel k tot onderdeel j.

3. In het derde en vierde lid wordt «concessievoorwaarden» vervangen door: richtlijnen.

4. In het vijfde lid wordt «bij landsbesluit» vervangen door: bij ministeriële regeling.

E

In artikel 8 wordt «Een wijziging van de in artikel 7, bedoelde concessievoorwaarden» vervangen door «Een besluit tot wijziging van de in artikel 7 bedoelde richtlijnen» en wordt «bij landsbesluit» vervangen door «van dit besluit».

F

In artikel 9, tweede lid, wordt «de Minister van Algemene Zaken» telkens vervangen door: Onze Minister-President.

G

In artikel 10, eerste lid, onder b, wordt «de artikelen 387, 390, 390bis en 391 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen» vervangen door: de artikelen 286a, 286c, 286d en 286e van het Wetboek van Strafrecht BES.

H

In artikel 11 wordt «en andere de Nederlandse Antillen bindende verdragen» vervangen door: en andere bindende verdragen.

I

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vijfde lid, onder f, wordt «ter uitvoering van de Nederlandse Antillen bindende verdragen» vervangen door: ter uitvoering van bindende verdragen.

2. In het achtste lid, onder d, wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: een openbaar lichaam.

3. In het negende lid, vervalt: door de Gouverneur.

J

In artikel 16 wordt «de Nederlandse Antillen bindende verdragen» telkens vervangen door: bindende verdragen.

K

Artikel 17, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Voor de radio-elektrische zend- of ontvanginrichtingen aan boord van:

    • a. andere dan schepen van een openbaar lichaam, die zich bevinden in de wateren van een openbaar lichaam, of

    • b. andere dan luchtvaartuigen van een openbaar lichaam, die zich bevinden in het luchtruim van een openbaar lichaam of op het grondgebied van een openbaar lichaam, is geen machtiging vereist krachtens artikel 15 of 16 indien daarvoor een vergunning is afgegeven in overeenstemming met het Internationaal Telecommunicatieverdrag met daarbij behorende bijlagen en deze vergunning door Onze Minister is erkend.

L

In artikel 18, derde lid, onder i, wordt «de Nederlandse Antillen bindende verdragen» vervangen door: bindende verdragen.

M

In artikel 18b, derde lid, onder e, wordt «de Nederlandse Antillen bindende verdragen» vervangen door: bindende verdragen.

N

In artikel 22, zevende lid, wordt «bestemd voor de Nederlands-Antilliaanse markt» vervangen door: bestemd voor de markt van een openbaar lichaam.

O

In artikel 23, tweede lid, wordt «bestemd voor de Nederlands-Antilliaanse markt» vervangen door: bestemd voor de markt van een openbaar lichaam.

P

In artikel 31, eerste lid, onder d, wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: een openbaar lichaam.

Q

Artikel 31a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «bij landsbesluit» vervangen door «door Onze Minister» en wordt «De Curaçaosche Courant» vervangen door: de Staatscourant.

2. In het vierde lid wordt «Titel X van het Derde Boek van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 155, vierde lid, 156, tweede lid, 157, tweede en derde lid, 158, eerste lid, laatste zinsnede en 160, eerste lid, en met dien verstande dat de machtiging wordt verleend door de procureur generaal» vervangen door: Titel X van het Derde Boek van het Wetboek van Strafvordering BES van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 155, vierde lid, 156, tweede lid, 157, tweede en derde lid, 158, eerste lid, laatste zinsnede en 160, eerste lid, en met dien verstande dat de machtiging wordt verleend door de procureur-generaal.

R

In artikel 32, tweede lid, wordt «ten hoogste honderd duizend gulden» vervangen door: ten hoogste ten hoogste USD 56.000.

S

In artikel 33, tweede lid, onder c, wordt «ten hoogste vijftig duizend gulden» vervangen door: ten hoogste ten hoogste USD 28.000.

T

In artikel 34, tweede lid, wordt «Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» vervangen door: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES

U

Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, wordt «vijfentwintig duizend gulden» vervangen door: ten hoogste USD 14.000.

2. In het tweede lid, wordt «honderd duizend gulden» vervangen door: ten hoogste USD 56.000.

3. In het derde lid, wordt «tienduizend gulden» vervangen door: ten hoogste USD 5.600.

4. In het vierde lid, wordt «tienduizend gulden» vervangen door: ten hoogste USD 5.600.

V

Artikel 36 komt te luiden:

Artikel 36

Met de opsporing van de bij deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, naast de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES bedoelde ambtenaren, belast de daartoe, op gezamenlijke voordracht van Onze Minister en Onze Minister van Justitie aangewezen personen. Een zodanige aanwijzing wordt bekend gemaakt in de Staatscourant.

W

In artikel 38a wordt «het gerecht in eerste aanleg» vervangen door: het gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

X

In artikel 39 wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: een openbaar lichaam.

Y

In artikel 40 wordt «het plaatselijk Hoofd van Politie» vervangen door: de gezaghebber.

Z

Artikel 41 wordt als volgt gewijzigd:

1. «de Gouverneur» wordt vervangen door «Onze Minister» en «het plaatselijk Hoofd van Politie» wordt vervangen door «de gezaghebber».

2. Aan het einde van de zin wordt een zin toegevoegd, luidende: Onze Minister handelt in overleg met Onze Minister van Defensie en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

AA

In artikel 42 wordt «de Minister van Algemene Zaken» vervangen door: Onze Minister-President.

AB

Artikel 44 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot advies en overleg op het gebied van telecommunicatie.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. De in het eerste lid bedoelde regels kunnen betrekking hebben op:

    • a. de instelling van een raad van advies en overleg;

    • b. de samenstelling en werkwijze van een dergelijke raad;

    • c. de taken en bevoegdheden van een dergelijke raad ten aanzien van:

      • 1. De advisering van Onze Minister;

      • 2. Het voeren van overleg en de bevordering van de samenwerking tussen de houders van een concessie als bedoeld in artikel 2, eerste lid;

      • 3. Het behandelen van geschillen tussen de houders van een concessie;

      • 4. De bespreking van problemen van internationale aard.

AC

Na artikel 44 worden vier artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 44a
  • 1. Een krachtens deze wet verleende concessie, machtiging of ontheffing kan op aanvraag van de houder van die concessie, machtiging of ontheffing, geheel of gedeeltelijk aan een ander worden overgedragen met toestemming van Onze Minister.

  • 2. De voorschriften en beperkingen die aan een geheel of gedeeltelijk over te dragen vergunning, machtiging of ontheffing zijn verbonden kunnen met het oog op het waarborgen van bestaande belangen worden gewijzigd dan wel aangevuld met nieuwe voorschriften en beperkingen.

  • 3. Onze Minister kan van het besluit tot toestemming mededeling doen in de Staatscourant.

Artikel 44b
  • 1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen over de in deze wet geregelde onderwerpen, in het kader van de goede uitvoering van deze wet, nadere regels worden gesteld. Voorts kunnen bij algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld waarbij artikelen van de Telecommunicatiewet geheel of gedeeltelijk van toepassing worden verklaard op een openbaar lichaam, dan wel regels worden gesteld die overeenkomen met de in die wet geregelde onderwerpen.

  • 2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen taken worden opgedragen en bevoegdheden worden verleend aan het college genoemd in artikel 2 van de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit of aan een of meer bestuursorganen van een openbaar lichaam.

Artikel 44c
  • 1. Een concessie die is verleend krachtens artikel 2, eerste lid, van Landsverordening op de telecommunicatie-voorzieningen wordt gelijkgesteld met een concessie verleend krachtens artikel 2, eerste lid.

  • 2. Voor de houder van een concessie als bedoeld in het eerste lid blijft het bepaalde bij of krachtens artikel 7 van de Landverordening op de telecommunicatie-voorzieningen van toepassing.

Artikel 44d
  • 1. Een ontheffing die is verleend krachtens artikel 12, tweede lid, van Landsverordening op de telecommunicatie-voorzieningen wordt gelijkgesteld met een ontheffing verleend krachtens artikel 12, tweede lid.

  • 2. Een machtiging die is verleend krachtens artikel 15, eerste lid, van Landsverordening op de telecommunicatie-voorzieningen wordt gelijkgesteld met een machtiging verleend krachtens artikel 15, eerste lid.

  • 3. Een machtiging die is verleend krachtens artikel 18, eerste lid, van Landsverordening op de telecommunicatie-voorzieningen wordt gelijkgesteld met een machtiging verleend krachtens artikel 18, eerste lid.

  • 4. Een aanvullende machtiging die is verleend krachtens artikel 18b, tweede lid, van Landsverordening op de telecommunicatie-voorzieningen wordt gelijkgesteld met een machtiging verleend krachtens artikel 18, tweede lid.

  • 5. Een machtiging die is verleend krachtens artikel 18c, eerste lid, van Landsverordening op de telecommunicatie-voorzieningen wordt gelijkgesteld met een machtiging verleend krachtens artikel 18c, eerste lid.

  • 6. Een ontheffing die is verleend krachtens artikel 19, tweede lid, van Landsverordening op de telecommunicatie-voorzieningen wordt gelijkgesteld met een machtiging verleend krachtens artikel 19, tweede lid.

  • 7. Bij algemene maatregel van bestuur kan de termijn worden vastgesteld gedurende welke een ontheffing, machtiging, aanvullende machtiging, als bedoeld in het eerste tot en met zesde lid, geldt.

AD

De artikelen 45, 46 en 47 vervallen.

AE

Artikel 48 komt te luiden:

Artikel 48

Deze wet wordt aangehaald als: Wet telecommunicatievoorzieningen BES.

Artikel 5.11

De Wet vestiging bedrijven BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Onder vernummering van artikel 1 tot artikel 1a wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1

In de artikelen van deze wet wordt verstaan onder openbaar lichaam: het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

B

In deze wet worden «landsverordening», «lands-verordening» en «verordening» telkens vervangen door: wet.

C

1. In artikel 4, eerste lid, wordt «de artikelen 5 tot en met 12 van de landsverordening van den 6den November 1944 regelende de instelling van een handelsregister in Curacao (P.B. 1944, no. 203)» vervangen door: de artikelen 5 tot en met 12 van de Handelsregisterwet BES.

2. In artikel 4, tweede lid, wordt «het bedrag van f 15,– voor te schieten» vervangen door: het bedrag van USD 8 voor te schieten.

D

In artikel 5 wordt «eiland» vervangen door: openbaar lichaam.

E

In artikel 7, eerste lid, onder e, wordt «Curacao» steeds vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

F

In artikel 8 wordt «dan nadat de Kamer van Koophandel en Nijverheid daarop is gehoord, indien er op het betrokken eiland een dergelijke Kamer is» vervangen door: dan nadat de betrokken Kamer van Koophandel en Nijverheid is gehoord.

G

1. In artikel 10, eerste lid, wordt «ten hoogste vijf honderd gulden» vervangen door: ten hoogste USD 280.

2. In artikel 10, tweede lid, wordt «ten hoogste duizend gulden» vervangen door: ten hoogste USD 560.

3. In artikel 10, derde lid, wordt «ten hoogste twee duizend gulden» vervangen door: ten hoogste USD 1120.

H

In artikel 11 wordt «Curacao» vervangen door: het openbare lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

I

In artikel 13, tweede lid, wordt «het Gerecht in Eersten Aanleg» vervangen door: Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

J

In artikel 14 wordt «Bij Besluit van het Bestuurscollege» vervangen door: Bij ministeriële regeling.

K

In artikel 16 wordt «wettelijk» vervangen door: wettig.

L

Artikel 17 vervalt.

M

Artikel 18 komt te luiden:

Artikel 18

Deze wet wordt aangehaald als: «Wet vestiging bedrijven BES».

Artikel 5.12

De Wet winkelsluiting BES wordt als volgt gewijzigd;

A

In artikel 1, eerste en tweede lid, artikel 8, eerste lid, artikel 11, eerste, tweede en vierde lid, en artikel 12, tweede lid, wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

B

In artikel 2, eerste lid, onder a, en artikel 4 wordt «op krachtens de Arbeidsregeling 1952 (P.B. 1958, no. 24) met de zondag gelijkgestelde dagen» telkens vervangen door: op de feestdagen, bedoeld in artikel 23 van de Arbeidswet 2000 BES.

C

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «geldboete van ten hoogste duizend gulden» vervangen door: een geldboete van de tweede categorie.

2. In het tweede lid wordt «geldboete van ten hoogste driehonderd gulden» vervangen door: een geldboete van de eerste categorie.

Ca

Artikel 11, vierde en vijfde lid, vervallen.

Cb

Artikel 12 komt te luiden:

Artikel 12

De bij artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES aangewezen personen zijn belast met het opsporen van de feiten strafbaar gesteld in deze wet. Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken kan daartoe ook andere personen aanwijzen.

D

Artikel 13 komt te luiden:

Artikel 13

Deze wordt aangehaald als: Wet winkelsluiting BES.

E

Er wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 14

Een besluit ter uitvoering van artikel 6, 7 of 12 van de Landsverordening Winkelsluiting, dat op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, al dan niet krachtens overgangsrecht, gelding heeft, wordt vanaf dat tijdstip geacht uitvoering te geven aan artikel 6, 7 of 12 van deze wet, totdat het bevoegdelijk is vervangen door een ander besluit of ingetrokken.

Artikel 5.13

De IJkwet BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In de aanhef van artikel 1 wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

B

Artikel 2 komt te luiden:

Artikel 2

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor grootheden meeteenheden worden vastgesteld en kunnen tevens regels worden gesteld betreffende:

  • a. het symbool, de aanduiding, de omschrijving en het gebruik van een meeteenheid;

  • b. de benaming en de meetstandaard van een grootheid.

C

De artikelen 3 tot en met 5 vervallen.

D

Artikel 6, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Het is verboden in de uitoefening van een beroep of bedrijf bij het vragen, het aanbieden of het leveren van goederen of diensten:

    • a. een grootheid uit te drukken in een andere meeteenheid dan de meeteenheid die krachtens artikel 2 voor die grootheid is vastgesteld;

    • b. voor een grootheid een andere benaming te bezigen in strijd met de krachtens artikel 2 gestelde regels.

E

Artikel 7 vervalt.

F

In de artikelen 9, 14, tweede lid, 17, eerste lid, 20, onderdeel a, en 27, tweede lid, wordt «eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen,» telkens vervangen door: ministeriële regeling.

G

In artikel 10 wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

H

In artikel 22 wordt «eilandgebieden» vervangen door: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

I

Artikel 28a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «De Curaçaosche Courant» vervangen door: de Staatscourant.

2. In het tweede lid, onderdeel d, wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

3. In het vierde lid wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen» vervangen door: ministeriële regeling.

J

In de artikelen 34 en 35 wordt telkens « ten hoogste tweehonderd gulden» vervangen door: ten hoogste USD 110.

K

Artikel 39 komt te luiden:

Artikel 39

Met het opsporen van de in deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering Bonaire, Sint Eustatius en Saba, belast de door Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken aangewezen ambtenaren.

L

Artikel 41 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid vervalt en het tweede en derde lid worden vernummerd tot eerste onderscheidenlijk tweede lid.

2. In het nieuwe eerste lid wordt «landsbesluit» vervangen door «ministeriële regeling» en wordt «eilandgebieden» vervangen door: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

3. Het nieuwe tweede lid komt te luiden:

  • 2. In een ministeriële regeling als bedoeld in het tweede lid kan tevens bepaald worden dat de inwerkingtreding van artikel 28, eerste lid, onder b, c en e, voor watermeters wordt uitgesteld tot het tijdstip waarop zij in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba voor de eerste maal zijn geijkt of herijkt.

M

De artikelen 42 en 43 vervallen.

N

Artikel 44 komt te luiden:

Artikel 44

Deze wet wordt aangehaald als: IJkwet BES.

Artikel 5.14

De Wet Verdrag chemische Wapens BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen van deze wet wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

B

In de artikelen van deze wet wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» telkens vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

C

In artikel 1, onder b, wordt de Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne vervangen door: de Minister van Economische Zaken.

D

In artikel 1, onder l, wordt «invoer en uitvoer als bedoeld in de Algemene Verordening I.U. en D. 1908» vervangen door: invoer als bedoeld in artikel 1.1. onder s. van de Wet Douane- en Accijnswet BES onder uitvoer wordt verstaan het brengen van goederen buiten Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

E

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «van ten hoogste vijfhonderdduizend gulden» vervangen door: van de vijfde categorie.

2. In het tweede lid wordt «van ten hoogste honderdduizend gulden» vervangen door: van de vierde categorie.

F

In artikel 10 wordt «van ten hoogste vijftigduizend gulden» vervangen door: van de vierde categorie.

G

Artikel 12 komt te luiden:

Artikel 12

Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de daartoe aangewezen ambtenaren of andere personen. Een zodanige aanwijzing wordt bekend gemaakt in de Staatscourant.

H

Artikel 17 komt te luiden:

Artikel 17

Het Wetboek van Strafrecht BES is van toepassing op de ingezetene die zich buiten Bonaire, Sint Eustatius of Saba schuldig maakt aan overtreding van het in de artikelen 2, eerste en tweede lid, en 3, eerste lid, gestelde verbod.

J

In artikel 19 wordt «Uitvoeringslandsverordening verdrag chemische wapens» vervangen door: Wet verdrag chemische wapens BES.

HOOFDSTUK 6. MINISTER VAN FINANCIËN

§ 1. Aanpassingen van Nederlandse wetgeving

Artikel 6.1

De Comptabiliteitswet 2001 wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 1, eerste lid, onderdeel g, wordt «het Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen en het Kabinet van de Gouverneur van Aruba» vervangen door: het Kabinet van de Gouverneur van Aruba, het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao en het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten.

B

In artikel 54, vijfde lid, wordt na «Financiële-verhoudingswet» ingevoegd: of een bijzondere uitkering als bedoeld in artikel 91, eerste lid, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

C

In artikel 55a, eerste lid, wordt na «Financiële-verhoudingswet» ingevoegd: of een bijzondere uitkering als bedoeld in artikel 91, eerste lid, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

D

Artikel 91 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het zestiende lid wordt na «Wet op het financieel toezicht» ingevoegd: of de Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES.

2. In het zeventiende lid wordt na «gemeenten,» ingevoegd: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba,.

E

Artikel 109 komt te luiden:

Artikel 109

De bevoegdheden waarin bij of krachtens deze wet is voorzien, kunnen mede worden uitgeoefend in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 6.1a

Artikel 4 van de Bankwet 1998 wordt gewijzigd als volgt:

1. Na het derde lid wordt, onder vernummering van het vierde lid tot vijfde lid, een lid ingevoegd, luidende:

  • 4. De Bank kan de in het eerste tot en met derde lid genoemde taken mede uitvoeren in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, op de voet van de daarvoor geldende wettelijke regelingen.

2. In het vijfde lid (nieuw) wordt na «in het algemeen belang» ingevoegd: zowel in het Europese deel van Nederland als in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

§ 2. Aanpassingen van wetgeving van Nederlands-Antilliaanse oorsprong

Artikel 6.2

De Wet assurantiebemiddelingsbedrijf BES wordt gewijzigd als volgt:

A

In de artikelen van deze wet wordt:

4. «Bank» telkens vervangen door: Autoriteit Financiële Markten.

B

Artikel 1, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:

1. Onderdeel e komt te luiden:

e. Autoriteit Financiële Markten:

Stichting Autoriteit Financiële Markten;

2. Aan het eind van onderdeel f wordt een puntkomma geplaatst.

3. Na onderdeel f worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

g. openbaar lichaam:

het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

h. buitenland:

een deel van het Koninkrijk, niet zijnde een openbaar lichaam, dan wel een andere Staat.

C

Artikel 2 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door: openbare lichamen.

2. In het tweede lid wordt «dat landsbesluit» vervangen door: die maatregel.

3. Aan het artikel wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Onze Minister kan assurantiebemiddelaars die kantoor houden in het buitenland, vrijstelling verlenen van de bij of krachtens deze wet gestelde regels, indien de belangen die deze wet beoogt te beschermen, in voldoende mate gewaarborgd worden door het toezicht dat aldaar op assurantiebemiddelaars wordt uitgeoefend. Aan de vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld.

D

Artikel 3 wordt gewijzigd als volgt:

1. In de aanhef van het eerste lid wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: een openbaar lichaam.

2. In het eerste lid, onderdelen a en b, en het tweede lid, onderdeel b, wordt «Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: openbare lichamen.

E

Artikel 5 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het tweede lid vervalt, onder vernummering van het derde lid tot tweede lid.

2. In het tweede lid (nieuw) wordt «binnen 60 dagen» vervangen door: binnen 13 weken.

F

Artikel 6 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid wordt gewijzigd als volgt:

1°. In onderdeel d wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: een openbaar lichaam.

2°. Na onderdeel e wordt, onder vervanging van de punt tot besluit van onderdeel e door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • f. de aanvrager voldoet aan de in het belang van een integere uitoefening van het bedrijf bij ministeriële regeling te stellen eisen, daaronder begrepen eisen met betrekking tot de betrouwbaarheid van personen die het beleid van de onderneming of instelling bepalen of medebepalen.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Aan de in het eerste lid, sub a, gestelde eis kan slechts worden voldaan door het bezit van een bij ministeriële regeling erkend diploma.

3. In het vierde lid wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: een openbaar lichaam.

G

Artikel 7 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid, onderdeel e, wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: een openbaar lichaam.

2. In het tweede lid, onderdeel a, wordt «de in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, gestelde eis» vervangen door: de in artikel 6, eerste lid, gestelde eisen.

H

Artikel 9, derde lid, komt te luiden:

  • 3. De Autoriteit Financiële Markten verstrekt tegen een bij ministeriële regeling vast te stellen vergoeding een nieuw bewijs van inschrijving aan de assurantiebemiddelaar.

I

In artikel 10, vierde lid, wordt «het blad waarin van Landswege de officiële berichten worden geplaatst» vervangen door: de Staatscourant.

J

Artikel 13, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden verleend van het verbod, bedoeld in het eerste lid, indien het verbod strijdig is met algemeen erkende gebruiken of het algemeen belang van het verzekeringsbedrijf.

K

De artikelen 18 en 19 komen te luiden:

Artikel 18
  • 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de daartoe bij besluit van de Autoriteit Financiële Markten aangewezen personen.

  • 2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

  • 3. Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing, met uitzondering van de artikelen 5.18 en 5.19.

Artikel 19
  • 1. De aanvrager van een besluit op grond van deze wet is voor het in behandeling nemen van de aanvraag een vergoeding verschuldigd van de met de behandeling van de aanvraag verband houdende kosten.

  • 2. Bij ministeriële regeling worden de tarieven vastgesteld ter vergoeding van de in het eerste lid bedoelde kosten.

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de doorberekening van kosten, verband houdend met de uitvoering van deze wet.

L

Artikel 20, vijfde lid, wordt gewijzigd als volgt:

1. Na «voorts bevoegd» wordt ingevoegd: aan De Nederlandsche Bank N.V. gegevens te verstrekken of.

2. «in een andere Staat» wordt vervangen door: in het buitenland.

M

Artikel 21 komt te luiden:

Artikel 21

De Autoriteit Financiële Markten kan voor de uitvoering van verdragen tot uitwisseling van gegevens of inlichtingen, dan wel voor de uitvoering van met toezichthoudende instanties gesloten overeenkomsten tot uitwisseling van gegevens of inlichtingen, van een ieder inlichtingen vorderen. De artikelen 5:13 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

N

Artikel 23 komt te luiden:

Artikel 23
  • 1. De Autoriteit Financiële Markten kan degene die niet of niet tijdig voldoet aan zijn uit deze wet voortvloeiende verplichtingen, een boete opleggen.

  • 2. De hoogte van de boete voor de verscheidene overtredingen wordt bepaald bij algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat de boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste USD 25.000 bedraagt.

  • 3. Alvorens over te gaan tot oplegging van een boete stelt de Bank betrokkene schriftelijk op de hoogte van het voornemen hem een boete op te leggen, onder vermelding van de gronden waarop dat voornemen berust.

O

Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt «18, eerste en tweede lid;» en wordt «ten hoogste vijftigduizend gulden» vervangen door: de vierde categorie.

2. In het tweede lid vervalt «18, eerste en tweede lid;» en wordt «ten hoogste vierhonderdduizend gulden» vervangen door: de vijfde categorie.

P

Hoofdstuk IX komt te luiden:

HOOFDSTUK IX SLOTBEPALINGEN
Artikel 25
  • 1. De Autoriteit Financiële Markten stelt jaarlijks een begroting, een jaarrekening en een jaarverslag op terzake van de haar op grond van deze wet opgedragen taken en de daaruit voortvloeiende werkzaamheden. De artikelen 1:30 tot en met 1:33, 1:35 en 1:36 van de Wet op het financieel toezicht zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Tegen besluiten van Onze Minister inzake instemming met de begroting of de jaarrekening staat geen beroep open.

Artikel 26

De Autoriteit Financiële Markten verstrekt Onze Minister desgevraagd de gegevens of inlichtingen die deze behoeft om zich over de uitvoering van deze wet in de praktijk of over de uitvoerbaarheid van beleidsvoornemens of voorgenomen wettelijke voorschriften een oordeel te vormen.

Artikel 27

Deze wet wordt aangehaald als: Wet assurantiebemiddelingsbedrijf BES.

Artikel 6.3

De Wet grensoverschrijdende geldtransporten BES wordt gewijzigd als volgt:

A

In de artikelen van deze wet wordt:

1. «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

2. «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» telkens vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

3. «De Minister» en «de Minister» telkens vervangen door: Onze Minister.

4. «ambtenaren der invoerrechten en accijnzen» telkens vervangen door: douaneambtenaren.

B

Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:

1. Onderdeel a komt te luiden:

a. Onze Minister:

Onze Minister van Financiën;

2. Na onderdeel d worden, onder vervanging van de punt aan het einde van onderdeel d door een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende:

e. douaneambtenaar:

ambtenaar als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel f, van de Douane- en Accijnswet BES;

f. inspecteur van douane:

inspecteur, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel h, van de Douane- en Accijnswet BES.

C

Artikel 2 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «een eilandgebied van de Nederlandse Antillen» vervangen door «Bonaire, Sint Eustatius of Saba» en wordt «NAF. 20.000,–» telkens vervangen door: USD 10.000.

2. In het derde lid wordt «Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen» vervangen door: inspecteur van douane.

3. In het vierde en vijfde lid wordt «ambtenaar der invoerrechten en accijnzen» telkens vervangen door: douaneambtenaar.

4. In het vijfde en zesde lid wordt «werkzaam bij de Immigratiedienst» telkens vervangen door: bevoegd inzake paspoortcontrole.

5. In het zesde lid wordt «op enig eilandgebied van de Nederlandse Antillen» vervangen door «op het eiland» en vervalt de zinsnede «op dat eilandgebied».

6. In het zevende lid wordt «ministeriële beschikking met algemene werking» vervangen door: ministeriële regeling.

D

In artikel 4, eerste lid, wordt «Landsverordening melding ongebruikelijke transacties (P.B. 1996, no. 21)» vervangen door: Wet melding ongebruikelijke transacties BES.

E

Artikel 5 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste en tweede lid komen te luiden:

  • 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de daartoe bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. Van een zodanig besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

  • 2. Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. In aanvulling op de in die afdeling geregelde bevoegdheden zijn de in het eerste lid bedoelde ambtenaren tevens bevoegd:

    • a. aanmerende en aanlandende vaartuigen, alsmede stilstaande luchtvaartuigen en voertuigen en hun lading te onderzoeken;

    • b. tot onderzoek aan het lichaam en de kleding van personen die zich van en naar vaartuigen, voertuigen en luchtvaartuigen begeven;

    • c. geld in bewaring te nemen, indien de aanmelder hun niet onverwijld de gegevens, bedoeld in artikel 3, verstrekt, of indien bij hen gerede twijfel bestaat omtrent de juistheid van de door de aanmelder verstrekte gegevens.

2. In het derde lid wordt «worden regels gesteld» vervangen door: kunnen regels worden gesteld.

3. Het vierde lid vervalt, onder vernummering van het vijfde tot en met zevende lid tot vierde, vijfde en zesde lid.

4. Na het zesde lid (nieuw) wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 7. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van taakuitoefening van de in het eerste lid bedoelde ambtenaren.

5. Het achtste en negende lid vervallen.

F

Artikel 6 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Met de opsporing van de in deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, naast de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES bedoelde ambtenaren, belast de daartoe bij besluit van Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister aangewezen ambtenaren. Van een zodanig besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

2. In het tweede lid wordt na «Wetboek van Strafvordering» ingevoegd «BES» en vervalt «of personen».

3. Het derde lid vervalt.

G

Artikel 7 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «ten hoogste vijfhonderdduizend gulden» vervangen door: de vijfde categorie.

2. In het tweede lid wordt «ten hoogste tweehonderdvijftigduizend gulden» vervangen door: de vijfde categorie.

H

In artikel 8, derde lid, wordt «werkzaam bij de Immigratiedienst» vervangen door: bevoegd inzake paspoortcontrole.

I

Artikel 10 komt te luiden:

Artikel 10

Deze wet wordt aangehaald als: Wet grensoverschrijdende geldtransporten BES.

Artikel 6.4

De Wet identificatie bij dienstverlening BES wordt gewijzigd als volgt:

A

In de artikelen van deze wet wordt:

1. «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

2. «financiële dienst» telkens vervangen door: dienst.

3. «Landsverordening Toezicht Verzekeringsbedrijf» en «Landsverordening toezicht Verzekeringsbedrijf» telkens vervangen door: Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES.

4. «Landsverordening toezicht bank- en kredietwezen 1994» telkens vervangen door: Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES.

5. «Landsverordening melding ongebruikelijke transacties» telkens vervangen door: Wet melding ongebruikelijke transacties BES.

6. met uitzondering van de artikelen 4, tweede en derde lid, en 5, vijfde lid, «De Minister», «de Minister» en «de minister» telkens vervangen door: Onze Minister.

B

Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:

1. In de aanhef wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

2. In onderdeel b, onder 9°, wordt « landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

3. In onderdeel c wordt na «degene aan wie de uitkering wordt gedaan» ingevoegd: of met wie een dienstverlener een relatie aangaat, gericht op het verlenen van diensten.

4. Na onderdeel f wordt, onder vervanging van de punt tot besluit van onderdeel f door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • g. uiteindelijk belanghebbende: de natuurlijke persoon die gerechtigd is tot of bijzondere zeggenschap heeft over 25 procent of meer van de activa of opbrengsten van een stichting of een trust als bedoeld in het Verdrag inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts (Trb. 1985, 141) of de natuurlijke persoon die in een rechtspersoon of vennootschap een rechtstreeks of middellijk belang van 25 procent of meer van het nominaal kapitaal of een daarmee vergelijkbaar belang heeft of houdt dan wel rechtstreeks of middellijk 25 procent of meer van de stemrechten of een daarmee vergelijkbare zeggenschap kan uitoefenen.

Ba

Na artikel 1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1a

Een dienstverlener die een bijkantoor of een dochtermaatschappij heeft buiten Bonaire, Sint Eustatius en Saba, draagt er zorg voor dat het bijkantoor, onderscheidenlijk de dochtermaatschappij, handelt in overeenstemming met de ingevolge deze wet gestelde voorschriften. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld.

Bb

Artikel 2 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. De dienstverlener is verplicht voordat hij aan een cliënt een dienst verleent of met een cliënt een relatie aangaat gericht op het gedurende ten minste enige tijd verlenen van diensten:

    • a. de identiteit van de cliënt vast te stellen en te verifiëren;

    • b. indien van toepassing, de identiteit van de uiteindelijk belanghebbende vast te stellen en redelijke maatregelen te treffen om deze te verifiëren;

    • c. indien van toepassing, het doel en de beoogde aard van de bedoelde relatie vast te stellen;

    • d. indien de cliënt niet een natuurlijke persoon is, adequate maatregelen te nemen om inzicht te verwerven in de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de cliënt.

    Indien de cliënt een natuurlijke persoon is die onbekwaam is de met de dienst verband houdende rechtshandeling te verrichten, kan de dienstverlener volstaan met het vaststellen van de identiteit van degene die daarbij als de wettelijke vertegenwoordiger optreedt.

2. Aan het tweede lid wordt na onderdeel d een volzin toegevoegd, luidende: Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het eerste lid voorts van toepassing is in bij die regeling aan te geven gevallen.

3. Na het zesde lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 7. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld betreffende verscherpt cliëntenonderzoek en aanvullend onderzoek voor het aangaan en onderhouden van vaste relaties voor de afwikkeling van transacties of de uitvoering van opdrachten en daarmee vergelijkbare betrekkingen.

Bc

Artikel 3, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. Indien de cliënt een rechtspersoon of vennootschap is, wordt de identiteit vastgesteld met behulp van een gewaarmerkt uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel en Nijverheid, of een soortgelijke instelling, in het land van vestiging, dan wel met behulp van een verklaring, afgegeven door van de cliënt onafhankelijke functionaris uit het land van vestiging, die de betrouwbaarheid van deze verklaring op grond van de aard van zijn functie voldoende kan waarborgen. Het uittreksel dan wel de verklaring dient ten minste de door Onze Minister te bepalen gegevens te bevatten.

C

Artikel 4 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het tweede lid wordt «met zetel in een staat door de Minister aan te wijzen» vervangen door: met zetel in een door Onze Minister aan te wijzen ander deel van het Koninkrijk of in een door hem aan te wijzen andere Staat.

2. In het derde lid wordt «met zetel in een staat die door de Minister is aangewezen» vervangen door: met zetel in een door Onze Minister aangewezen ander deel van het Koninkrijk of in een door hem aangewezen andere Staat.

D

In artikel 5, vijfde lid, wordt «een door de Minister aangewezen staat» vervangen door: een door Onze Minister aangewezen ander deel van het Koninkrijk of een door hem aangewezen andere Staat heeft vastgesteld.

Da

Na artikel 5 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5a

Indien een dienstverlener een relatie met een cliënt is aangegaan, gericht op het gedurende ten minste enige tijd verlenen van diensten, voert de dienstverlener een voortdurende controle uit op die relatie en de tijdens de duur van die relatie uit te voeren transacties, ten einde te verzekeren dat deze overeenkomen met de kennis die de dienstverlener heeft van de cliënt en van zijn risicoprofiel, met in voorkomend geval een onderzoek naar de bron van het vermogen. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld.

E

Artikel 6 wordt gewijzigd als volgt:

1. In onderdeel a wordt na «plaats van vestiging van de cliënt» ingevoegd: en, indien van toepassing, van de uiteindelijk belanghebbende.

2. In onderdeel d, sub 8, wordt «landsbesluit houdende algemene maatregel» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

Ea

Artikel 8 komt te luiden:

Artikel 8
  • 1. Het is de dienstverlener verboden een dienst te verlenen of een relatie aan te gaan, gericht op het gedurende ten minste enige tijd verlenen van diensten, indien de identiteit van de cliënt en, indien van toepassing, de uiteindelijk belanghebbende, niet op de ingevolge deze wet voorgeschreven wijze is vastgesteld.

  • 2. Indien een dienstverlener een relatie met een cliënt is aangegaan, gericht op het gedurende ten minste enige tijd verlenen van diensten, beëindigt hij die relatie ingeval hij niet kan voldoen aan de verplichtingen ingevolge artikel 2, eerste lid.

  • 3. De dienstverlener draagt er zorg voor dat zijn werknemers, voor zover relevant voor de uitoefening van hun taken, bekend zijn met de bepalingen van deze wet.

F

Na artikel 8 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 8a
  • 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de daartoe bij besluit van Onze Minister en Onze Minister van Justitie gezamenlijk aangewezen personen.

  • 2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

  • 3. Afdeling 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing, met uitzondering van de artikelen 5.18 en 5.19.

  • 4. Indien de in het eerste lid bedoelde personen bij de uitoefening van hun taak feiten ontdekken die kunnen duiden op witwassen of financiering van terrorisme, lichten zij, zo nodig in afwijking van wettelijke geheimhoudingsbepalingen, het Meldpunt, bedoeld in de Wet melding ongebruikelijke transacties BES, in.

  • 5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van taakuitoefening van de in het eerste lid bedoelde personen.

Artikel 8b
  • 1. Bij besluit van Onze Minister en Onze Minister van Justitie gezamenlijk kan worden bepaald dat een krachtens artikel 8a aangewezen toezichthouder bevoegd is een dienstverlener die niet of niet tijdig voldoet aan een uit deze wet voortvloeiende verplichting, een geldboete op te leggen.

  • 2. De hoogte van de boete voor de verscheidene overtredingen wordt bepaald bij algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat de boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste USD 250.000 bedraagt.

  • 3. Alvorens over te gaan tot het opleggen van een boete stelt de toezichthouder de betrokken dienstverlener schriftelijk op de hoogte van het voornemen een boete op te leggen, onder vermelding van de gronden waarop dat voornemen berust.

G

Artikel 9 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «ten hoogste vijfhonderdduizend gulden» vervangen door: de vijfde categorie.

2. In het tweede lid wordt «ten hoogste tweehonderdvijftigduizend gulden» vervangen door: de vijfde categorie.

H

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Met de opsporing van de in deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, naast de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES bedoelde ambtenaren, belast de daartoe bij besluit van Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister aangewezen ambtenaren. Van een zodanig besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

2. Het derde lid vervalt.

I

Artikel 11 komt te luiden:

Artikel 11

Deze wet wordt aangehaald als: Wet identificatie bij dienstverlening BES.

J

De artikelen 12 en 13 vervallen.

Artikel 6.4a

[vervallen]

Artikel 6.4b

[vervallen]

Artikel 6.5

De Wet melding ongebruikelijke transacties BES wordt gewijzigd als volgt:

A

In de artikelen van deze wet wordt:

1. «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

2. «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» telkens vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

B

Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:

1. In de aanhef van onderdeel a wordt «financiële dienst» vervangen door «dienst»en wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

2. In onderdeel a, onder 5°, wordt «Landsverordening Toezicht Verzekeringsbedrijf» vervangen door: Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES.

3. In onderdeel a, onder 8°, wordt «guldens» vervangen door: lokale.

4. In onderdeel b wordt «financiële dienst» telkens vervangen door: dienst.

5. In onderdeel c wordt «financiële diensten» vervangen door: diensten.

6. In onderdeel h wordt «de Landsverordening strafbaarstelling witwassen van geld» vervangen door: de artikelen 435a tot en met 435c van het Wetboek van Strafrecht BES.

7. Na onderdeel h wordt, onder vervanging van de punt tot besluit van onderdeel h door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • i. financieren van terrorisme:

    • 1°. het opzettelijk verwerven of voorhanden hebben van voorwerpen van geldswaarde, bestemd tot het begaan van een misdrijf als bedoeld in artikel 84a van het Wetboek van Strafrecht BES;

    • 2°. het opzettelijk verschaffen van middelen van geldswaarde tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 84a van het Wetboek van Strafrecht BES;

    • 3°. Het verlenen van geldelijke steun, alsmede het werven van geld ten behoeve van een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht.

C

In artikel 2 wordt «de minister van Financiën» vervangen door: Onze Minister van Justitie.

D

Artikel 3 wordt gewijzigd als volgt:

1. Voor de bestaande tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. In de onderdelen a, d, e en f wordt na «witwassen van geld» telkens ingevoegd: of het financieren van terrorisme.

2. In onderdeel c wordt de punt na «melding» vervangen door een puntkomma en vervalt de tekst «In dat geval» tot en met «onderdeel b;».

3. In onderdeel e vervalt de zinsnede «, gehoord de Bank van de Nederlandse Antillen,».

4. Aan het artikel wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Op de verwerking van persoonsgegevens door het Meldpunt zijn de artikelen 1, 2, 3, eerste en tweede lid, 4, 5, 6, 7, 17, 22 en 23, 25 tot en met 30, 33, 36d, eerste lid, 36e, tweede lid, en artikel 36f van de Wet politiegegevens van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor het Meldpunt als verantwoordelijke wordt aangemerkt Onze Minister van Justitie.

E

In artikel 3, onderdeel g, wordt «de minister van Financiën» vervangen door «Onze Minister van Justitie» en wordt «de minister van Justitie» vervangen door: Onze Minister van Financiën.

F

Artikel 4 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste en tweede lid wordt «De Minister van Financiën» en «De minister van Financiën» telkens vervangen door: Onze Minister van Justitie.

2. In het vierde lid wordt na «krachtens deze wet» ingevoegd: of de Wet politiegegevens.

3. In onderdeel N wordt in de tekst van artikel 24, eerste lid, de zinsnede «Onze Minister en Onze Minister van Justitie» vervangen door: Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie.

Fa

Artikel 6 wordt gewijzigd als volgt:

1. Voor de bestaande tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Het eerste lid (nieuw) wordt gewijzigd als volgt:

1°. De aanhef komt te luiden: 1. Het Meldpunt is verplicht de volgende gegevens te verstrekken aan de instanties en ambtenaren die met de opsporing en vervolging van misdrijven zijn belast, alsmede aan door Onze Minister van Justitie aan te wijzen instanties: .

2°. In de subonderdelen 1° tot en met 3° wordt na «witwassen van geld» telkens ingevoegd: of het financieren van terrorisme.

3. Na het eerste lid (nieuw) wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de indiening en behandeling van verzoeken tot het verstrekken van gegevens. Daarbij kan worden bepaald dat het verzoek wordt behandeld door tussenkomst van een bij die regeling aan te wijzen persoon.

G

De artikelen 8 en 9 komen te luiden:

Artikel 8

Benoeming, schorsing en ontslag van het hoofd van het Meldpunt geschiedt, gehoord de commissie, bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën.

Artikel 9

Onze Minister van Justitie bepaalt in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, gehoord de commissie, de begroting en formatie van het Meldpunt.

H

Artikel 10 komt te luiden:

Artikel 10
  • 1. Bij algemene maatregel van bestuur worden, zo nodig per daarbij te onderscheiden categorieën transacties, indicatoren vastgesteld aan de hand waarvan wordt beoordeeld of een transactie wordt aangemerkt als een ongebruikelijke transactie.

  • 2. Indien spoedeisend belang dat vereist, kunnen bij regeling van Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie gezamenlijk de indicatoren, bedoeld in het eerste lid, worden vastgesteld voor een termijn van ten hoogste zes maanden.

Ha

Artikel 11 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «financiële dienst» vervangen door: dienst.

2. Aan het tweede lid wordt, onder vervanging van de punt tot besluit van onderdeel e door een puntkomma, na onderdeel e een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • f. aanvullende, bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen, gegevens.

I

Het opschrift van hoofdstuk IV komt te luiden: Hoofdstuk IV Commissie meldingsplicht ongebruikelijke transacties.

Ia

Artikel 14 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt na «witwassen van geld» ingevoegd: of het financieren van terrorisme.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Gegevens of inlichtingen die zijn verstrekt in de redelijke veronderstelling dat uitvoering wordt gegeven aan artikel 11 of 12, kunnen niet dienen als grondslag voor of ten behoeve van een opsporingsonderzoek of een vervolging wegens verdenking van, of als bewijs ter zake van een tenlastelegging wegens, overtreding van artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht BES door de degene die deze gegevens of inlichtingen heeft verstrekt.

3. Na het tweede lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op personen die werkzaam zijn voor degene die gegevens of inlichtingen heeft verstrekt als omschreven in het eerste of tweede lid, en die daaraan hebben meegewerkt.

Ib

Na artikel 15 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 15a

Een ieder die beroeps- of bedrijfsmatig een dienst verleent, draagt er zorg voor dat zijn werknemers, voor zover relevant voor de uitoefening van hun taken, bekend zijn met de bepalingen van deze wet en opleidingen genieten die hen in staat stellen een ongebruikelijke transactie te herkennen.

J

Artikel 16 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Er is een Commissie meldingsplicht ongebruikelijke transacties.

2. In het tweede lid wordt «Begeleidingscommissie» vervangen door «commissie» en wordt «zijn» vervangen door: haar.

K

Artikel 17 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid, onderdelen a en b, wordt «de minister» telkens vervangen door: Onze Minister.

2. In het tweede en derde lid wordt «de minister van Financiën» telkens vervangen door: Onze Minister van Justitie.

L

In artikel 18, onderdeel c, wordt «de minister» telkens vervangen door: Onze Minister.

M

In artikel 19 wordt «begeleidingscommissie» vervangen door «commissie» en wordt «zijn» vervangen door: haar.

Ma

Artikel 20 wordt gewijzigd als volgt:

1. Voor de bestaande tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Aan het artikel wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Indien de personen die met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast bij de uitoefening van hun taak feiten ontdekken die kunnen duiden op witwassen of financieren van terrorisme, lichten zij, zo nodig in afwijking van wettelijke geheimhoudingsbepalingen, het meldpunt in.

Mb

In artikel 21, eerste lid, wordt na «of inlichtingen verstrekt» een komma geplaatst en ingevoegd: alsmede een ieder die daarvan uit hoofde van zijn functie kennis neemt, .

N

De hoofdstukken VI en VII komen te luiden:

HOOFDSTUK VI TOEZICHT EN HANDHAVING
Artikel 22
  • 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de daartoe bij besluit van Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie gezamenlijk aangewezen personen.

  • 2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

  • 3. Afdeling 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing, met uitzondering van de artikelen 5.18 en 5.19.

  • 4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van taakuitoefening van de in het eerste lid bedoelde personen.

Artikel 23

Een krachtens artikel 22 aangewezen toezichthouder kan degene die niet voldoet aan een ingevolge de artikelen 11 tot en met 13 op hem op rustende verplichting, door middel van een aanwijzing verplichten om binnen een bij die aanwijzing te bepalen termijn een bepaalde gedragslijn te volgen aangaande:

  • a. de ontwikkeling van interne procedures en controles ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme;

  • b. de opleiding van werknemers als bedoeld in artikel 15a.

Artikel 24
  • 1. Bij besluit van Onze Minister en Onze Minister van Justitie gezamenlijk kan worden bepaald dat een krachtens artikel 22 aangewezen toezichthouder bevoegd is degene die niet of niet tijdig voldoet aan een uit deze wet voortvloeiende verplichting, een geldboete op te leggen.

  • 2. De hoogte van de boete voor de verscheidene overtredingen wordt bepaald bij algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat de boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste USD 250.000 bedraagt.

  • 3. Alvorens over te gaan tot het opleggen van een boete stelt de toezichthouder betrokkene schriftelijk op de hoogte van het voornemen hem een boete op te leggen, onder vermelding van de gronden waarop dat voornemen berust.

Artikel 25
  • 1. Overtreding van het bij of krachtens de artikelen 11, 12, tweede lid, 13, 20, of 21, eerste lid, bepaalde is, voor zover opzettelijk begaan, een misdrijf en wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.

  • 2. Overtreding van de bepalingen, bedoeld in het eerste lid is, voor zover niet opzettelijk begaan, een overtreding en wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de vijfde categorie.

Artikel 26
  • 1. Met de opsporing van de in deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, naast de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES bedoelde ambtenaren, belast de daartoe bij besluit van Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister van Financiën aangewezen ambtenaren. Zij kunnen te allen tijde inzage vorderen van alle bescheiden waarvan naar hun redelijk oordeel inzage voor de vervulling van hun taak noodzakelijk is.

  • 2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

HOOFDSTUK VII SLOTBEPALINGEN
Artikel 27

Deze wet wordt aangehaald als: Wet melding ongebruikelijke transacties BES.

O

Hoofdstuk VIII vervalt.

P

(vervallen)

Q

(vervallen)

R

(vervallen)

S

(vervallen)

Artikel 6.6

De Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES wordt gewijzigd als volgt:

A

In de artikelen van deze wet wordt:

1. «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

2. «het blad waarin van landswege de officiële berichten worden geplaatst» en «het blad, waarin van landswege de officiële berichten worden geplaatst» telkens vervangen door: de Staatscourant.

3. «de minister» telkens vervangen door: Onze Minister.

4. «Burgerlijk Wetboek» en «burgerlijk Wetboek» telkens vervangen door: Burgerlijk Wetboek BES.

B

Het opschrift van hoofdstuk I komt te luiden: Hoofdstuk I Inleidende bepalingen.

C

Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid wordt gewijzigd als volgt:

1°. de onderdelen a en b komen te luiden:

a. Bank:

De Nederlandsche Bank N.V.;

b. Onze Minister:

Onze Minister van Financiën;

2°. In onderdeel d vervalt de zinsnede «en waaraan een ontheffing van de artikelen 9 tot en met 15 van de Landsverordening Deviezenverkeer (P.B. 1981, no. 67) is verleend».

3°. Onderdeel e vervalt.

4°. De onderdelen f en g worden geletterd e en f.

5°. Onderdeel f (nieuw) komt te luiden:

f. gerecht:

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;.

6°. Aan het eerste lid worden vier onderdelen toegevoegd, luidende:

g. openbaar lichaam:

het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

h. buitenland:

een deel van het Koninkrijk, niet zijnde een openbaar lichaam, dan wel een andere Staat;

i. geldtransactie:
  • 1°. het wisselen van munten of bankbiljetten;

  • 2°. het uitbetalen van munten of bankbiljetten op vertoon van een creditcard, tegen inlevering van een of meer cheques of tegen inlevering van een of meer onderdelen van het couponblad van een waardepapier aan toonder tegen inlevering waarvan de rente op dit waardepapier kan worden geïnd;

  • 3°. het in het kader van een geldelijke overmaking ter beschikking krijgen van gelden of geldswaarden, ten einde deze gelden of geldswaarden al dan niet in dezelfde vorm aan een derde elders betaalbaar te stellen of te doen stellen, dan wel het betalen of betaalbaar stellen van gelden of geldswaarden nadat deze gelden of geldswaarden elders al dan niet in dezelfde vorm ter beschikking zijn gesteld, waarbij deze geldelijke overmaking een op zichzelf staande dienst is.

  • 4°. bij ministeriële regeling aan te wijzen andere verwante activiteit;

j. geldtransactiekantoor:

een onderneming of instelling die beroeps- of bedrijfsmatig ten behoeve van of op verzoek van een derde geldtransacties uitvoert, dan wel beroeps- of bedrijfsmatig werkzaam is bij de totstandkoming daarvan.

2. Het derde lid wordt gewijzigd als volgt:

1°. «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» wordt vervangen door: ministeriële regeling.

2°. «onderdeel c» wordt vervangen door: onderdeel c of j.

3°. «een kredietinstelling» wordt vervangen door: kredietinstelling of geldtransactiekantoor.

D

In hoofdstuk I worden na artikel 1 twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 1a

Deze wet is niet van toepassing op verzekeraars, voor zover zij het verzekeringsbedrijf als bedoeld in de Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES uitoefenen.

Artikel 1b
  • 1. Onze Minister kan kredietinstellingen en geldtransactiekantoren met zetel in het buitenland vrijstelling verlenen van de bij of krachtens deze wet gestelde regels, indien het toezicht dat in het buitenland op kredietinstellingen, onderscheidenlijk geldtransactiekantoren, wordt uitgeoefend, voldoende waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen.

  • 2. Aan een vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld.

E

Artikel 2 komt te luiden:

Artikel 2
  • 1. Het is een ieder verboden in een openbaar lichaam het bedrijf van kredietinstelling of geldtransactiekantoor uit te oefenen zonder voorafgaande vergunning van de Bank.

  • 2. Aan een vergunning als bedoeld in het eerste lid, kunnen door de Bank te allen tijde beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden in het belang van de ontwikkeling en instandhouding van een gezond bank- en kredietwezen, in het belang van een integere uitoefening van het bedrijf alsmede ter bescherming van de belangen van de crediteuren of toekomstige crediteuren van de kredietinstelling of het geldtransactiekantoor.

Ea

Artikel 3 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het derde lid wordt «binnen 60 dagen» vervangen door: binnen 13 weken.

2. Na het derde lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Bij ministeriële regeling kunnen in het belang van een integere uitoefening van het bedrijf nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aanvraag en de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden.

Eb

Na artikel 3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3a

Een onderneming of instelling die voornemens is het bedrijf van geldtransactiekantoor uit te oefenen, verzoekt per aangetekende brief aan de Bank haar een vergunning te verlenen. Artikel 3, tweede lid, onderdelen b tot en met e en h tot en met j, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

F

Artikel 4 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid wordt gewijzigd als volgt:

1°. Onderdeel c komt te luiden:

  • c. de onderneming of instelling niet beschikt over een per registerafdeling bij ministeriële regeling vast te stellen minimumbedrag aan eigen vermogen;

2°. De punt tot besluit van onderdeel k wordt vervangen door een puntkomma.

3°. Na onderdeel k wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • l. de onderneming of instelling niet voldoet aan de in het belang van een integere uitoefening van het bedrijf bij ministeriële regeling te stellen eisen, daaronder begrepen eisen met betrekking tot de betrouwbaarheid van personen die het beleid van de onderneming of instelling bepalen of medebepalen.

2. In het tweede lid wordt voor de bestaande tekst een zin ingevoegd, luidende: Een aanvragende onderneming of instelling die voornemens is het bedrijf van geldtransactiekantoor uit te oefenen, behoeft niet te voldoen aan de onderdelen a tot en met d, g, i en j van het eerste lid.

3. In het derde tot en met vijfde lid wordt «kan besluiten de vergunning» vervangen door: kan besluiten een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van kredietinstelling.

4. In het zesde lid wordt «onderdelen a tot en met j» vervangen door: onderdelen a tot en met j en l.

Fa

In artikel 6 wordt «kredietinstelling» vervangen door: onderneming of instelling.

G

Artikel 8 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «dat zij een kredietinstelling is dan wel het bedrijf van kredietinstelling uitoefent» vervangen door: dat zij een kredietinstelling of geldtransactiekantoor is dan wel het bedrijf van kredietinstelling of geldtransactiekantoor uitoefent.

2. In het vierde en vijfde lid wordt «het bedrijf van een kredietinstelling» telkens vervangen door: het bedrijf van kredietinstelling of geldtransactiekantoor.

3. In het vijfde lid wordt «naar Nederlands-Antilliaans recht» vervangen door: naar het recht van de openbare lichamen.

Ga

Artikel 9 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid wordt gewijzigd als volgt:

1°. Onderdeel a komt te luiden:

  • a. met betrekking tot de kredietinstelling een omstandigheid als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen a tot en met l, zich voordoet, dan wel, met betrekking tot een geldtransactiekantoor, een omstandigheid als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen e, f, h, k en l, zich voordoet,

2°. In de onderdelen b tot en met f wordt «kredietinstelling» telkens vervangen door: onderneming of instelling.

3°. Onderdeel i komt te luiden:

  • i. de onderneming of instelling aan welke een vergunning is verleend, opgehouden heeft kredietinstelling, onderscheidenlijk geldtransactiekantoor, te zijn.

2. In het tweede tot en met vierde lid wordt «kredietinstelling» telkens vervangen door: onderneming of instelling.

3. Het zesde lid wordt gewijzigd als volgt:

1°. In de eerste volzin wordt «kredietinstelling» vervangen door: onderneming of instelling.

2°. In de tweede volzin wordt «de kredietinstelling» vervangen door: een kredietinstelling.

Gb

In artikel 10 wordt «kredietinstelling» telkens vervangen door: onderneming of instelling.

Gc

In artikel 11, derde lid, wordt «Een onderneming of instelling waaraan krachtens artikel 4, eerste lid, een vergunning is verleend» vervangen door: Een onderneming of instelling waaraan krachtens artikel 4, eerste lid, een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van kredietinstelling is verleend.

Gd

Na artikel 11 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 11a
  • 1. Er is een register van geldtransactiekantoren. Het register wordt gehouden door de Bank.

  • 2. Een onderneming of instelling waaraan vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van geldtransactiekantoor is verleend, wordt per gelijke datum als waarop die vergunning is verleend, door de Bank in het register ingeschreven. Artikel 11, vierde tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.

H

Artikel 13 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste en tweede lid wordt «hier te lande» telkens vervangen door: in de openbare lichamen.

2. Na het tweede lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op geldtransactiekantoren.

I

Artikel 14, tweede lid, eerste volzin, komt te luiden: De vorm waarin de in het eerste lid bedoelde staten worden opgemaakt, de achtereenvolgende tijdstippen waarop zij betrekking hebben, en de termijnen waarbinnen zij worden ingediend, worden bij ministeriële regeling bepaald.

J

Artikel 15, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Iedere kredietinstelling is verplicht jaarlijks binnen een bij ministeriële regeling vast te stellen termijn een jaarrekening over het afgelopen boekjaar, ten minste bevattend een balans en een winst- en verliesrekening met bijbehorende toelichting, bij de Bank in te dienen. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de vorm van de jaarrekening.

K

Artikel 18 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid vervalt de zinsnede «ter uitvoering van de taak, haar opgelegd in artikel 10 van het Centrale Bank-Statuut 1985 alsmede».

2. Het tweede lid en de aanduiding «1» voor het eerste lid vervallen.

L

Hoofdstuk V, paragraaf 2, vervalt.

M

Artikel 21 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Bij ministeriële regeling kunnen, al dan niet tevens op geconsolideerde basis, aan kredietinstellingen voorschriften worden gegeven voor hun bedrijfsvoering in het belang van de solvabiliteit en liquiditeit van deze instellingen.

2. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. De voorschriften, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdelen a, b en c, kunnen voor de onderscheiden categorieën van kredietinstellingen verschillend zijn.

Ma

Artikel 23 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Het is een ieder verboden zonder voorafgaande toestemming van de Bank:

    • a. personen te benoemen die het beleid van een kredietinstelling of geldtransactiekantoor bepalen;

    • b. ingrijpende wijzigingen aan te brengen in aspecten van de bedrijfsvoering met betrekking tot welke ingevolge artikel 4, eerste lid, onderdeel l, eisen zijn gesteld;

    • c. aandelen direct of indirect van een kredietinstelling over te dragen of te vervreemden.

2. In het vierde lid wordt «het bepaalde in de artikelen 46 en 50» vervangen door: het bepaalde in de artikelen 47 en 50.

N

In artikel 25 wordt «hier te lande» vervangen door: in de openbare lichamen.

O

In artikel 26 wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door: openbare lichamen.

Oa

Na artikel 26 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 26a
  • 1. Een kredietinstelling draagt er zorg voor dat de door haar in een openbaar lichaam aangeboden betaal- of spaarrekeningen met de daaraan verbonden betaal- of spaarfaciliteiten geschikt zijn voor deelname aan het betalingsverkeer in de openbare lichamen.

  • 2. De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor rekeningen die zijn bestemd voor deelname aan het betalingsverkeer met het buitenland.

P

In artikel 28, eerste lid, vervalt de zinsnede «dat zittingplaats heeft in het eilandgebied Curaçao».

Q

In artikel 30, zesde lid, wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: een openbaar lichaam.

R

In de artikelen 31 en 32 wordt «het Faillissementsbesluit 1931» telkens vervangen door: de Faillissementswet BES.

S

In artikel 36 wordt «Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen» vervangen door: Wetboek van Strafrecht BES.

T

In artikel 37, tweede en derde lid, wordt «het Faillissementsbesluit 1931» telkens vervangen door: de Faillissementswet BES.

U

Artikel 39 komt te luiden:

Artikel 39
  • 1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan een regeling worden vastgesteld omtrent een garantie voor schuldvorderingen van rekeninghouders tot een bepaald maximumbedrag op een kredietinstelling waaraan krachtens artikel 4 vergunning is verleend, tegen het risico dat zodanige kredietinstelling haar verplichtingen met betrekking tot die schuldvorderingen niet nakomt.

  • 2. De aard van de te garanderen schuldvorderingen, de soorten rekeninghouders alsmede het maximum te garanderen bedrag worden bij algemene maatregel van bestuur bepaald.

Ua

Artikel 40 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het derde lid wordt «ter handhaving van een gezond bank- en kredietwezen» vervangen door: ter handhaving van gezonde en integere financiële markten.

2. In het vierde lid wordt «kredietinstellingen» vervangen door: ondernemingen of instellingen.

Ub

Artikel 41 wordt gewijzigd als volgt:

1. In de aanhef wordt «aan buitenlandse instanties» vervangen door: aan de Stichting Autoriteit Financiële Markten of aan buitenlandse instanties.

2. Onderdeel b vervalt.

3. De onderdelen c tot en met e worden geletterd b tot en met d.

Uc

In het opschrift van hoofdstuk IX vervallen de woorden «voor kredietinstellingen».

Ud

Artikel 42 wordt gewijzigd als volgt:

1. Voor de bestaande tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. In het eerste lid (nieuw) wordt na «ten minste tien jaren» ingevoegd: op toegankelijke wijze.

3. Na het eerste lid (nieuw) wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op geldtransactiekantoren.

Ue

Na artikel 42 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 42a

Het is een kredietinstelling verboden om een vaste relatie voor de afwikkeling van transacties of de uitvoering van opdrachten aan te gaan of voort te zetten met:

  • a. een buitenlandse kredietinstelling of daarmee vergelijkbare onderneming, die geen fysieke aanwezigheid heeft in de Staat waarin zij is opgericht;

  • b. een buitenlandse kredietinstelling waarvan bekend is dat zij kredietinstellingen of ondernemingen als bedoeld in onderdeel a toestaat om gebruik te maken van haar rekeningen.

Artikel 42b

Kredietinstellingen en geldtransactiekantoren zijn gehouden bij geldovermakingen informatie over de betaler bij te voegen. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld, alsmede regels met betrekking tot het bewaren en beschikbaar houden van de bij te voegen informatie, de behandeling van ontvangen geldovermakingen waarbij niet alle vereiste informatie is gevoegd, en het optreden als intermediaire betalingsdienstaanbieder.

V

Artikel 43 komt te luiden:

Artikel 43

De Bank kan voor de uitvoering van verdragen tot uitwisseling van gegevens of inlichtingen, dan wel voor de uitvoering van met toezichthoudende instanties gesloten overeenkomsten tot uitwisseling van gegevens of inlichtingen, van een ieder inlichtingen vorderen. De artikelen 5:13 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

W

De artikelen 46 en 47 komen te luiden:

Artikel 46
  • 1. Het is verboden, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de Bank, een deelneming in een onderneming of instelling waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is verleend, te houden, te verwerven of te vergroten dan wel enige zeggenschap, verbonden aan een dergelijke deelneming, uit te oefenen.

  • 2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld betreffende de voorwaarden waaraan moet worden voldaan ter verkrijging van de verklaring van geen bezwaar.

  • 3. De Bank kan een verklaring van geen bezwaar geheel of gedeeltelijk intrekken, indien niet langer wordt voldaan aan de in het tweede lid bedoelde voorwaarden.

Artikel 47
  • 1. Onverminderd artikel 50 kan de Bank een onderneming of instelling die niet of niet tijdig voldoet aan een uit deze wet voortvloeiende verplichting, een geldboete opleggen.

  • 2. De hoogte van de boete voor de verscheidene overtredingen wordt bepaald bij algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat de boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste USD 250.000 bedraagt.

  • 3. Alvorens over te gaan tot oplegging van een boete stelt de Bank de betrokken onderneming of instelling schriftelijk op de hoogte van het voornemen een boete op te leggen, onder vermelding van de gronden waarop dat voornemen berust.

X

In artikel 48 wordt «kredietinstelling» vervangen door: onderneming of instelling.

Y

Het opschrift van hoofdstuk XII komt te luiden: Hoofdstuk XII Toezicht en handhaving.

Z

In hoofdstuk XII wordt voor artikel 50 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 49a
  • 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de daartoe bij besluit van de Bank aangewezen personen.

  • 2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

  • 3. Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing, met uitzondering van de artikelen 5:18 en 5:19.

AA

Artikel 50 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt de zinsnede «in de artikelen 8, vierde en vijfde lid, 9 en 46» vervangen door «in de artikelen 8, vierde en vijfde lid, 9 en 47» en wordt «ten hoogste vijfhonderdduizend gulden» vervangen door: de vijfde categorie.

2. In het tweede lid wordt «ten hoogste tweehonderdvijftigduizend gulden» vervangen door: de vijfde categorie.

BB

Na artikel 50 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 51
  • 1. Met de opsporing van de in deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, naast de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES bedoelde ambtenaren, belast de daartoe bij besluit van Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister aangewezen ambtenaren.

  • 2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

CC

Hoofdstuk XIII komt te luiden:

HOOFDSTUK XIII SLOTBEPALINGEN
Artikel 53
  • 1. De aanvrager van een besluit op grond van deze wet is voor het in behandeling nemen van de aanvraag een vergoeding verschuldigd van de met de behandeling van de aanvraag verband houdende kosten.

  • 2. Bij ministeriële regeling worden de tarieven vastgesteld ter vergoeding van de in het eerste lid bedoelde kosten.

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de doorberekening van kosten, verband houdend met de uitvoering van deze wet.

Artikel 54
  • 1. De Bank stelt jaarlijks een begroting, een verantwoording en een jaarverslag op terzake van de haar op grond van deze wet opgedragen taken en de daaruit voortvloeiende werkzaamheden. De artikelen 1:30 tot en met 1:32 en 1:34 tot en met 1:36 van de Wet op het financieel toezicht zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Tegen besluiten van Onze Minister inzake instemming met de begroting of de verantwoording staat geen beroep open.

Artikel 55

De Bank verstrekt Onze Minister desgevraagd de gegevens of inlichtingen die deze behoeft om zich over de uitvoering van deze wet in de praktijk of over de uitvoerbaarheid van beleidsvoornemens of voorgenomen wettelijke voorschriften een oordeel te vormen.

Artikel 56

Deze wet wordt aangehaald als: Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES.

Artikel 6.7

De Wet toezicht beleggingsinstellingen en administrateurs BES wordt gewijzigd als volgt:

A

In de artikelen van deze wet wordt:

1. «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

2. «Burgerlijk Wetboek» telkens vervangen door: Burgerlijk Wetboek BES.

3. «Bank» telkens vervangen door: Autoriteit Financiële Markten.

B

Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:

1. De onderdelen i tot en met k komen te luiden:

i. Autoriteit Financiële Markten:

Stichting Autoriteit Financiële Markten;

j. gerecht:

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

k. Onze Minister:

Onze Minister van Financiën;

2. Na onderdeel k wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

l. openbaar lichaam:

het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

C

In artikel 3 wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: een openbaar lichaam.

D

Artikel 4 wordt gewijzigd als volgt:

1. De aanhef van het eerste lid komt te luiden:

  • 1. De Autoriteit Financiële Markten verleent een beleggingsinstelling op verzoek een vergunning, indien de aanvrager aantoont dat de beleggingsinstelling en de bewaarder, indien aan de beleggingsinstelling verbonden, voldoen aan bij ministeriële regeling te stellen eisen met betrekking tot: .

2. Het vijfde lid vervalt.

E

In artikel 7 wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: een openbaar lichaam.

F

Artikel 8 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid, eerste volzin, komt te luiden: Iedere beleggingsinstelling is verplicht jaarlijks binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn een jaarrekening, ten minste bevattend een balans en een verlies- en winstrekening, met bijbehorende toelichting over het afgelopen boekjaar in een bij ministeriële regeling vast te stellen vorm bij de Autoriteit Financiële Markten in te dienen.

2. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. De vorm waarin de in het tweede lid bedoelde staten worden opgemaakt, de achtereenvolgende tijdstippen waarop zij betrekking hebben, en de termijnen binnen welke zij moeten worden ingediend, worden bij ministeriële regeling bepaald.

G

Artikel 9, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Een beleggingsinstelling waaraan een vergunning is verleend, en de bewaarder, indien aan de instelling verbonden, zijn verplicht zich te houden aan bij ministeriële regeling te stellen voorschriften met betrekking tot deskundigheid, integriteit, financiële waarborgen, bedrijfsvoering en informatieverschaffing.

H

In artikel 10 wordt «vrijstelling» telkens vervangen door: ontheffing.

I

In hoofdstuk III, paragraaf 4, wordt na artikel 10 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 10a
  • 1. Onze Minister kan ten aanzien van beleggingsinstellingen, gevestigd in een ander deel van het Koninkrijk of een andere Staat, vrijstelling verlenen van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde regels, indien de belangen die deze wet beoogt te beschermen, in voldoende mate gewaarborgd worden door het toezicht dat in dat andere deel van het Koninkrijk, onderscheidenlijk die andere Staat, ten aanzien van beleggingsinstellingen wordt uitgeoefend.

  • 2. Aan de vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld.

J

In artikel 12, vierde lid, wordt «de Minister» vervangen door: Onze Minister.

K

In artikel 14 wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: een openbaar lichaam.

L

De aanhef van artikel 15, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. De Autoriteit Financiële Markten verleent een administrateur op verzoek een vergunning, indien de aanvrager aantoont te voldoen aan bij ministeriële regeling te stellen eisen met betrekking tot:

M

Artikel 17 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid, eerste volzin, komt te luiden: Iedere administrateur is verplicht jaarlijks binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn een jaarrekening, ten minste bevattende een balans en een verlies- en winstrekening, met bijbehorende toelichting over het afgelopen boekjaar in een bij ministeriële regeling vast te stellen vorm bij de Autoriteit Financiële Markten in te dienen.

2. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. De vorm waarin het in het tweede lid bedoelde rapport wordt opgemaakt, de achtereenvolgende tijdstippen waarop het betrekking heeft, en de termijnen binnen welke het moet worden ingediend, worden bij ministeriële regeling bepaald.

N

Artikel 18, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Een administrateur waaraan een vergunning is verleend, is verplicht zich te blijven houden aan bij ministeriële regeling te stellen voorschriften met betrekking tot deskundigheid, integriteit en bedrijfsvoering.

O

Artikel 19, eerste volzin, komt te luiden: Een administrateur dient te allen tijde te bewaken dat binnen de beleggingsinstellingen waarvoor hij administratieve diensten verricht, voldoende deskundigheid aanwezig is en dat de bestuurders die de beleggingsinstellingen vertegenwoordigen of het beleid van de beleggingsinstellingen bepalen, alsmede anderen die het beleid mede bepalen, integer zijn conform de krachtens artikel 18 gestelde voorschriften.

P

In artikel 21 wordt «vrijstelling» telkens vervangen door: ontheffing.

Q

In hoofdstuk IV, paragraaf 4, wordt na artikel 21 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 21a
  • 1. Onze Minister kan administrateurs, gevestigd in een ander deel van het Koninkrijk of een andere Staat, vrijstelling verlenen van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde regels, indien de belangen die deze wet beoogt te beschermen, in voldoende mate gewaarborgd worden door het toezicht dat in dat andere deel van het Koninkrijk, onderscheidenlijk die andere Staat, op die administrateurs wordt uitgeoefend.

  • 2. Aan de vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld.

R

In artikel 23, tweede lid, wordt «de Minister» vervangen door: Onze Minister.

S

In artikel 24, derde en vijfde lid, wordt «Curaçaosche Courant» telkens vervangen door: Staatscourant.

T

Artikel 28 wordt gewijzigd als volgt:

1. In de aanhef wordt «Nederlands-Antilliaanse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel aan Nederlands-Antilliaanse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn» vervangen door: het bevoegd gezag dat in de openbare lichamen, andere delen van het Koninkrijk of in andere Staten is belast.

2. In onderdeel c wordt «de Nederlands-Antilliaanse wetten» vervangen door: de wet.

U

In artikel 29, eerste volzin, wordt «hier te lande» vervangen door: in de openbare lichamen.

V

In artikel 30, onderdeel a, wordt «Nederlands-Antilliaanse» vervangen door: in de openbare lichamen gevestigde.

W

Artikel 31 vervalt.

X

Artikel 32 komt te luiden:

Artikel 32
  • 1. De aanvrager van een besluit op grond van deze wet is voor het in behandeling nemen van de aanvraag een vergoeding verschuldigd van de met de behandeling van de aanvraag verband houdende kosten.

  • 2. Bij ministeriële regeling worden de tarieven vastgesteld ter vergoeding van de in het eerste lid bedoelde kosten.

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de doorberekening van kosten, verband houdend met de uitvoering van deze wet.

Y

Artikel 35 komt te luiden:

Artikel 35
  • 1. De Autoriteit Financiële Markten kan degene die niet of niet tijdig voldoet aan zijn uit deze wet voortvloeiende verplichtingen, een boete opleggen.

  • 2. De hoogte van de boete voor de verscheidene overtredingen wordt bepaald bij algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat de boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste USD 25.000 bedraagt.

  • 3. Alvorens over te gaan tot oplegging van een boete stelt de Bank betrokkene schriftelijk op de hoogte van het voornemen hem een boete op te leggen, onder vermelding van de gronden waarop dat voornemen berust.

Z

De artikelen 36 en 37 komen te luiden:

Artikel 36
  • 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de daartoe bij besluit van de Autoriteit Financiële Markten aangewezen personen.

  • 2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

  • 3. Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing, met uitzondering van de artikelen 5:18 en 5:19.

Artikel 37
  • 1. Met de opsporing van de in deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, naast de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES bedoelde ambtenaren, belast de daartoe bij besluit van Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister aangewezen ambtenaren.

  • 2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

AA

Artikel 38 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «artikel 25, eerste lid; of artikel 36, vierde lid» vervangen door «of artikel 25, eerste lid,» en wordt «ten hoogste tweehonderdvijftigduizend gulden» vervangen door: de vijfde categorie.

2. In het tweede lid wordt «ten hoogste vijfhonderdduizend gulden» vervangen door: de vijfde categorie.

BB

Hoofdstuk X komt te luiden:

HOOFDSTUK X SLOTBEPALINGEN
Artikel 39
  • 1. De Autoriteit Financiële Markten stelt jaarlijks een begroting, een jaarrekening en een jaarverslag op terzake van de haar op grond van deze wet opgedragen taken en de daaruit voortvloeiende werkzaamheden. De artikelen 1:30 tot en met 1:33, 1:35 en 1:36 van de Wet op het financieel toezicht zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Tegen besluiten van Onze Minister inzake instemming met de begroting of de jaarrekening staat geen beroep open.

Artikel 40

De Autoriteit Financiële Markten verstrekt Onze Minister desgevraagd de gegevens of inlichtingen die deze behoeft om zich over de uitvoering van deze wet in de praktijk of over de uitvoerbaarheid van beleidsvoornemens of voorgenomen wettelijke voorschriften een oordeel te vormen.

Artikel 41

Deze wet wordt aangehaald als: Wet toezicht beleggingsinstellingen en administrateurs BES.

CC

Hoofdstuk XI vervalt.

Artikel 6.8

De Wet toezicht effectenbeurzen BES wordt gewijzigd als volgt:

A

In de artikelen van deze wet wordt:

1. «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

2. «De minister» of «de minister» telkens vervangen door: Onze Minister.

3. «Bank» telkens vervangen door: Autoriteit Financiële Markten.

B

Artikel 1, onderdelen e en f, komt te luiden:

e. Onze Minister:

Onze Minister van Financiën;

f. Autoriteit Financiële Markten:

Stichting Autoriteit Financiële Markten.

Ba

Aan artikel 2 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Onze Minister kan op verzoek geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het eerste lid, indien de verzoeker aantoont dat de doeleinden die deze wet beoogt te bereiken, anderszins worden bereikt.

C

In artikel 6, eerste lid, wordt «Curaçaosche Courant» vervangen door: Staatscourant.

D

Artikel 8 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid, aanhef en onderdeel a, wordt «de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In het derde lid wordt « landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

E

De artikelen 11 en 12 komen te luiden:

Artikel 11
  • 1. De aanvrager van een besluit op grond van deze wet is voor het in behandeling nemen van de aanvraag een vergoeding verschuldigd van de met de behandeling van de aanvraag verband houdende kosten.

  • 2. Bij ministeriële regeling worden de tarieven vastgesteld ter vergoeding van de in het eerste lid bedoelde kosten.

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de doorberekening van kosten, verband houdend met de uitvoering van deze wet. Bij de maatregel kan worden bepaald dat die kosten mede ten laste komen van de aan een effectenbeurs verbonden effectenbedrijven.

Artikel 12
  • 1. De Autoriteit Financiële Markten stelt jaarlijks een begroting, een jaarrekening en een jaarverslag op terzake van de haar op grond van deze wet opgedragen taken en de daaruit voortvloeiende werkzaamheden. De artikelen 1:30 tot en met 1:33, 1:35 en 1:36 van de Wet op het financieel toezicht zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Tegen besluiten van Onze Minister inzake instemming met de begroting of de jaarrekening staat geen beroep open.

F

In hoofdstuk V wordt na artikel 12 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 12a

De Autoriteit Financiële Markten verstrekt Onze Minister desgevraagd de gegevens of inlichtingen die deze behoeft om zich over de uitvoering van deze wet in de praktijk of over de uitvoerbaarheid van beleidsvoornemens of voorgenomen wettelijke voorschriften een oordeel te vormen.

G

In artikel 14 wordt «Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen» vervangen door: Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

H

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «ten hoogste vijfhonderd duizend gulden» vervangen door: de vijfde categorie.

2. In het tweede tot en met vierde lid wordt «ten hoogste één miljoen gulden» telkens vervangen door: de vijfde categorie.

I

De artikelen 16 en 17 komen te luiden:

Artikel 16
  • 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de daartoe bij besluit van de Autoriteit Financiële Markten aangewezen personen.

  • 2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

  • 3. Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

Artikel 17

Met de opsporing van de in deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, naast de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES bedoelde ambtenaren, belast de daartoe bij besluit van Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister aangewezen ambtenaren.

  • 2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

J

Hoofdstuk IX komt te luiden:

HOOFDSTUK IX SLOTBEPALINGEN
Artikel 18

Deze wet wordt aangehaald als: Wet toezicht effectenbeurzen BES.

K

Hoofdstuk X vervalt.

Artikel 6.9

De Wet toezicht trustwezen BES wordt gewijzigd als volgt:

A

In de artikelen van deze wet wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

B

Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:

1. Onderdeel a wordt gewijzigd als volgt:

1°. «van de Nederlandse Antillen» wordt telkens vervangen door «van een openbaar lichaam» en «binnen de Nederlandse Antillen» wordt telkens vervangen door: in een openbaar lichaam.

2°. Na subonderdeel 4 wordt een subonderdeel ingevoegd, luidende:

  • 5. het verrichten van andere bij ministeriële regeling aangewezen diensten;

2. de onderdelen d tot en met f komen te luiden:

d. buitengaatse onderneming:

een statutair of feitelijk in een openbaar lichaam gevestigde rechtspersoon, waarvan het statutaire doel in opdracht en ten behoeve van een of meer niet-ingezetenen of de rechtspersoon zelf wordt nagestreefd met middelen, toebehorend aan een of meer niet-ingezetenen of de rechtspersoon zelf, en waarvan de geplaatste aandelen eigendom zijn van een of meer niet-ingezetenen;

e. Bank:

De Nederlandsche Bank N.V.;

f. Onze Minister:

Onze Minister van Financiën;

3. Na onderdeel f wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

g. openbaar lichaam:

het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

C

In artikelen 2, eerste lid, wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: een openbaar lichaam.

D

Artikel 3 wordt gewijzigd als volgt:

1. In de aanhef van het tweede lid wordt «binnen de Nederlandse Antillen» vervangen door «in een openbaar lichaam» en wordt «de bij voorschriften van de Bank» vervangen door: bij ministeriële regeling.

2. Het vierde lid vervalt.

E

Artikel 5 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid, onderdeel e, komt te luiden:

  • e. indien de vergunninghouder handelt in strijd met deze wet, de Wet identificatie bij dienstverlening BES, de Wet melding ongebruikelijke transacties BES of de Sanctiewet 1977;

2. In het tweede lid vervalt de tweede volzin.

Ea

In artikel 8, tweede lid, wordt «de door de bank te stellen voorschriften» vervangen door: bij ministeriële regeling te stellen voorschriften.

F

In artikel 9, eerste lid, onderdeel f, wordt «een ander door de Bank vooraf aan te geven misdrijf» vervangen door: een ander bij ministeriële regeling aan te geven misdrijf.

G

In artikel 10, vierde en zesde lid, wordt «Curaçaosche Courant» telkens vervangen door: Staatscourant.

H

Artikel 11 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «de door de Bank te stellen voorschriften» vervangen door: bij ministeriële regeling te stellen voorschriften.

2. In het tweede lid, eerste volzin, wordt na «bij de vergunning behorende bijlagen» ingevoegd: , alsmede omtrent bij ministeriële regeling aan te wijzen onderwerpen.

I

In artikel 12, tweede lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: ministeriële regeling.

J

In artikel 14, tweede lid, onderdeel a, wordt «Landsverordening melding ongebruikelijke transacties» vervangen door: Wet melding ongebruikelijke transacties BES.

Ja

Na artikel 14 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 14a

Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de bij of krachtens de artikelen 12 tot en met 14 gestelde regels geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing zijn op personen die bij die maatregel aan te wijzen diensten verrichten.

K

In artikel 15, onderdeel b, wordt de zinsnede «een landsbesluit of ministeriële beschikking ter uitvoering van artikel 4 of van artikel 4a van de Landsverordening Deviezenverkeer» vervangen door: een algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling ter uitvoering van artikel 2 of 7 van de Sanctiewet 1977.

L

Artikel 17, eerste lid, eerste volzin, komt te luiden: Ieder trustkantoor is verplicht jaarlijks binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn een jaarrekening ten minste bevattend een balans en een verlies- en winstrekening met bijbehorende toelichting over het afgelopen boekjaar in een bij ministeriële regeling vast te stellen vorm bij de Bank in te dienen.

M

Artikel 20 komt te luiden:

Artikel 20
  • 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de daartoe bij besluit van de Bank aangewezen personen.

  • 2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

  • 3. Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing, met uitzondering van de artikelen 5.18 en 5.19.

N

Artikel 21 komt te luiden:

Artikel 21
  • 1. De aanvrager van een besluit op grond van deze wet is voor het in behandeling nemen van de aanvraag een vergoeding verschuldigd van de met de behandeling van de aanvraag verband houdende kosten.

  • 2. Bij ministeriële regeling worden de tarieven vastgesteld ter vergoeding van de in het eerste lid bedoelde kosten.

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de doorberekening van kosten, verband houdend met de uitvoering van deze wet.

O

Hoofdstuk 5, paragraaf 3, komt te luiden:

§ 3. Aanwijzing en administratieve boete
Artikel 21a
  • 1. Indien een verlener van beheersdiensten niet voldoet aan het bij of krachtens deze wet bepaalde, kan de Bank deze verlener van beheersdiensten bij aangetekende brief een met redenen omklede aanwijzing geven.

  • 2. De verlener van beheersdiensten is verplicht de aanwijzing binnen de door de Bank gestelde termijn op te volgen.

Artikel 22
  • 1. De Bank kan degene die niet of niet tijdig voldoet aan zijn uit deze wet voortvloeiende verplichtingen, een geldboete opleggen.

  • 2. De hoogte van de boete voor de verscheidene overtredingen wordt bepaald bij algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat de boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste USD 250.000 bedraagt.

  • 3. Alvorens over te gaan tot oplegging van een boete stelt de Bank betrokkene schriftelijk op de hoogte van het voornemen hem een boete op te leggen, onder vermelding van de gronden waarop dat voornemen berust.

P

In artikel 23, eerste lid, wordt «Landsverordening» vervangen door: wet.

Q

Artikel 24 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid wordt gewijzigd als volgt:

1°. In de aanhef wordt «Nederlands-Antilliaanse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel aan buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn» vervangen door: het bevoegd gezag dat in de openbare lichamen, andere delen van het Koninkrijk of andere Staten is belast.

2°. In onderdeel c wordt «de Nederlands-Antilliaanse regelgeving» vervangen door: de wet.

2. In het tweede lid, wordt «Landsverordening melding ongebruikelijke transacties» vervangen door: Wet melding ongebruikelijke transacties BES.

R

Artikel 25 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste en derde lid wordt «ten hoogste vijfhonderdduizend gulden» telkens vervangen door: de vijfde categorie.

2. In het tweede en vierde lid wordt «ten hoogste tweehonderdvijftigduizend gulden» telkens vervangen door: de vijfde categorie.

3. In het derde en vierde lid vervalt «, 20, vierde lid,».

S

In hoofdstuk 6 wordt na artikel 25 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 25a
  • 1. Met de opsporing van de in deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, naast de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES bedoelde ambtenaren, belast de daartoe bij besluit van Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister aangewezen ambtenaren.

  • 2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

T

Hoofdstuk 7 komt te luiden:

HOOFDSTUK 7 SLOTBEPALINGEN
Artikel 26
  • 1. De Bank stelt jaarlijks een begroting, een verantwoording en een jaarverslag op terzake van de haar op grond van deze wet opgedragen taken en de daaruit voortvloeiende werkzaamheden. De artikelen 1:30 tot en met 1:32 en 1:34 tot en met 1:36 van de Wet op het financieel toezicht zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Tegen besluiten van Onze Minister inzake instemming met de begroting of de verantwoording staat geen beroep open.

Artikel 27

De Bank verstrekt Onze Minister desgevraagd de gegevens of inlichtingen die deze behoeft om zich over de uitvoering van deze wet in de praktijk of over de uitvoerbaarheid van beleidsvoornemens of voorgenomen wettelijke voorschriften een oordeel te vormen.

Artikel 28

Deze wet wordt aangehaald als: Wet toezicht trustwezen BES.

Artikel 6.10

De Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES wordt gewijzigd als volgt:

A

In de artikelen van deze wet wordt:

1. «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

2. «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» telkens vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

3. «het blad waarin van Landswege de officiële berichten worden geplaatst», «het blad waarin van landswege de officiële berichten worden geplaatst» en «het blad waarin van Landswege de officiële besluiten worden bekendgemaakt» telkens vervangen door: de Staatscourant.

4. «De Minister» en «de Minister» telkens vervangen door: Onze Minister.

5. «zetel in de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door «zetel in een openbaar lichaam».

B

Artikel 1, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:

1. In onderdeel h wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door: openbare lichamen.

2. De onderdelen m tot en met o komen te luiden:

m. Bank:

De Nederlandsche Bank N.V.;

n. Hof:

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

o. Gerecht:

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

3. Na onderdeel o worden drie onderdelen ingevoegd, luidende:

p. openbaar lichaam:

het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

q. buitenland:

een deel van het Koninkrijk, niet zijnde een openbaar lichaam, dan wel een andere Staat;

r. deelneming:

een rechtstreeks of middellijk belang van meer dan 5% van het geplaatste aandelenkapitaal van een onderneming of instelling of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van meer dan 5% van de stemrechten in een onderneming of instelling of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van een daarmee vergelijkbare zeggenschap in een onderneming of instelling.

C

In de artikelen 4, eerste lid, en 5, onderdeel b, wordt «vestiging in de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: vestiging in een openbaar lichaam.

D

Na artikel 5 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5a

Deze wet is niet van toepassing op de uitvoering van socialezekerheidsregelingen en zorgverzekeringen onder verantwoordelijkheid van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

E

Artikel 6 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Als verzekeraars worden niet beschouwd fondsen, ingesteld door of vanwege het daartoe bevoegde gezag van het Rijk of een openbaar lichaam, die uitsluitend strekken ten bate van hen die in dienst van het gezag staan of gestaan hebben en hun betrekkingen.

2. In het derde en vierde lid wordt «Landsverordening Ondernemingspensioenfondsen (P.B. 1985, 44)» en «Landsverordening Ondernemingspensioenfondsen» telkens vervangen door: Wet ondernemingspensioenfondsen BES.

F

Artikel 7 wordt gewijzigd als volgt:

1. Voor de bestaande tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Aan het artikel wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Onze Minister kan verzekeraars met zetel in het buitenland die naar het recht van hun zetel bevoegd zijn het verzekeringsbedrijf uit te oefenen, vrijstelling verlenen van de bij of krachtens deze wet gestelde regels, indien de belangen die deze wet beoogt te beschermen, in voldoende mate gewaarborgd worden door het toezicht dat in dat andere deel van het Koninkrijk, onderscheidenlijk die andere Staat, op die verzekeraars wordt uitgeoefend. Aan de vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld.

G

In artikel 8, tweede volzin, wordt «de artikelen 28 tot en met 30, 32, 76 en hoofdstuk XI» vervangen door: de artikelen 28, 32 en 76.

H

Artikel 12, tweede lid, onderdeel a, komt te luiden:

  • a. het deel van het Koninkrijk of de Staat waar de zetel van de aanvrager zich bevindt;

I

In artikel 13 wordt «Landsverordening Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (P.B. 1977, 4) « vervangen door: Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen BES.

Ia

In artikel 15, eerste lid, wordt «binnen twee maanden» vervangen door: binnen 13 weken.

Ib

Artikel 17, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. De handelingen en de antecedenten van de personen die het beleid van de verzekeraar bepalen of mede bepalen, en van houders van een deelneming in de verzekeraar mogen de Bank geen aanleiding geven tot het oordeel dat hun betrouwbaarheid niet buiten twijfel staat, of dat de belangen van hen die als verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen betrokken zijn of zullen worden bij overeenkomsten van verzekering, gesloten of te sluiten met de verzekeraar, in gevaar zouden kunnen komen.

Ic

Na artikel 17 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 17a

Een verzekeraar voert een adequaat beleid dat een integere uitoefening van zijn bedrijf waarborgt. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld.

J

De artikelen 19a en 20 komen te luiden:

Artikel 19a

Een verzekeraar met zetel in het buitenland die voorafgaand aan het ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba van toepassing worden van deze wet in de openbare lichamen, op grond van artikel 19a van de Landsverordening Toezicht Verzekeringsbedrijf vanuit zijn vestigingen in de Nederlandse Antillen zowel het levensverzekeringsbedrijf als het schadeverzekeringsbedrijf in de schadegroep Ongevallenen ziekteverzekering mocht uitoefenen, mag dit in afwijking van artikel 9, eerste lid, aanhef en onderdeel c, na genoemde datum blijven doen, mits het beheer van de werkzaamheden in de uitoefening van het levensverzekeringsbedrijf ten genoegen van de Bank is gescheiden van het beheer van de werkzaamheden in de uitoefening van het schadeverzekeringsbedrijf.

Artikel 20
  • 1. Het is een verzekeraar met zetel in het buitenland, die buiten de openbare lichamen zowel het levensverzekeringsbedrijf als het schadeverzekeringsbedrijf uitoefent, verboden vanuit een vestiging in een openbaar lichaam het levensverzekeringsbedrijf uit te oefenen.

  • 2. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor:

    • a. een verzekeraar als bedoeld in artikel 19a;

    • b. een verzekeraar die sinds 1 december 1991 tot het tijdstip waarop ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba deze wet van toepassing werd in de openbare lichamen, vanuit vestigingen in de Nederlandse Antillen en na die datum vanuit vestigingen in de openbare lichamen uitsluitend het levensverzekeringsbedrijf heeft uitgeoefend.

K

Artikel 21 wordt gewijzigd als volgt:

1. In onderdeel a wordt «naar het recht van de Staat van zijn zetel» vervangen door: naar het recht van het deel van het Koninkrijk waar zijn zetel is gevestigd, dan wel van de Staat van zijn zetel.

2. In onderdeel b wordt «in de Staat van zijn zetel» vervangen door: in het deel van het Koninkrijk waar zijn zetel is gevestigd, dan wel in de Staat van zijn zetel.

L

Artikel 22 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: openbare lichamen.

2. In het eerste lid, onderdeel a, wordt «dat landsbesluit» vervangen door: die maatregel.

3. In het tweede lid wordt «het landsbesluit» vervangen door: de algemene maatregel van bestuur.

M

In artikel 23, tweede, vierde en vijfde lid, wordt «Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: openbare lichamen.

Ma

Na artikel 24 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 24a

Artikel 17a is van overeenkomstige toepassing op in de openbare lichamen gelegen bijkantoren van verzekeraars met zetel in het buitenland.

N

Artikel 26 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het tweede lid wordt «Burgerlijk Wetboek» vervangen door: Burgerlijk Wetboek BES.

2. De eerste volzin van het zesde lid komt te luiden: De modellen van de staten worden voor het levensverzekeringsbedrijf en voor het schadeverzekeringsbedrijf bij ministeriële regeling vastgesteld.

3. In het zevende lid wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door: openbare lichamen.

O

In artikel 27, tweede lid, wordt «het recht van de Staat van zijn zetel» vervangen door: het recht van het deel van het Koninkrijk waar zijn zetel is gevestigd, dan wel van de Staat van zijn zetel.

P

Artikel 28 komt te luiden:

Artikel 28

De Bank beschikt over de bevoegdheden van de artikelen 5:16 en 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht. De artikelen 5:13 en 5:20 van die wet zijn van overeenkomstige toepassing.

Q

De artikelen 29 en 30 vervallen.

Qa

In artikel 31, eerste lid, wordt «Indien de Bank» vervangen door: Indien een verzekeraar niet voldoet aan het bij of krachtens deze wet bepaalde, of indien de Bank.

Qb

Artikel 32 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Een verzekeraar met zetel in een openbaar lichaam legt elke voorgenomen wijziging van zijn statuten en reglementen en elke wijziging in de samenstelling van zijn bestuur, raad van commissarissen of degenen die anderszins zijn beleid bepalen, alsmede elke ingrijpende wijziging van zijn beleid betreffende de integere uitoefening van het bedrijf vooraf ter goedkeuring voor aan de Bank.

2. Na het eerste lid wordt, onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid, een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Een verzekeraar met zetel in het buitenland legt elke ingrijpende wijziging van zijn beleid betreffende de integere uitoefening van het bedrijf met betrekking tot zijn bijkantoor in een openbaar lichaam, elk voornemen tot aanstelling van een vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 23, eerste lid, en elk voornemen tot aanwijzing van een natuurlijk persoon als bedoeld in artikel 23, vierde lid, vooraf ter goedkeuring voor aan de Bank.

R

In artikel 34, derde en vijfde lid, wordt «Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: openbare lichamen.

S

In artikel 35, eerste lid, wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door: openbare lichamen.

T

In de artikelen 37, 42, 43, 44 en 51 wordt «Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: openbare lichamen.

U

Artikel 60 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid vervalt de zinsnede «dat zittingsplaats heeft in het eilandgebied Curaçao».

2. In het derde lid wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door: openbare lichamen.

V

In artikel 66 worden «het Faillissementsbesluit 1931 (P.B. 1931, 58)» en «het Faillissementsbesluit 1931 BES» telkens vervangen door: de Faillissementswet BES.

W

In artikel 70 wordt «Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen» vervangen door: Wetboek van Strafrecht BES.

X

Artikel 71 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het tweede lid wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door: openbare lichamen.

2. In het derde en vierde lid wordt «het Faillissementsbesluit 1931» telkens vervangen door: de Faillissementswet BES.

Y

In artikel 72 vervallen de woorden «van Financiën».

Z

Artikel 73 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt «het Faillissementsbesluit 1931» vervangen door: de Faillissementswet BES.

2. In het tweede lid wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door: openbare lichamen.

AA

In de artikelen 74 tot en met 76 wordt «Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: openbare lichamen.

BB

Artikel 77 komt te luiden:

Artikel 77
  • 1. De aanvrager van een besluit op grond van deze wet is voor het in behandeling nemen van de aanvraag een vergoeding verschuldigd van de met de behandeling van de aanvraag verband houdende kosten.

  • 2. Bij ministeriële regeling worden de tarieven vastgesteld ter vergoeding van de in het eerste lid bedoelde kosten.

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de doorberekening van kosten, verband houdend met de uitvoering van deze wet.

BBa

In artikel 78, tweede lid, wordt na «is de Bank bevoegd» ingevoegd «aan de Stichting Autoriteit Financiële Markten gegevens te verstrekken of» en wordt «in een andere Staat» vervangen door: in het buitenland.

CC

In artikel 79 vervalt het tweede lid, alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid.

CCa

Na artikel 79 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 80

De Bank kan voor de uitvoering van verdragen tot uitwisseling van gegevens of inlichtingen, dan wel voor de uitvoering van met toezichthoudende instanties gesloten overeenkomsten tot uitwisseling van gegevens of inlichtingen, van een ieder inlichtingen vorderen. De artikelen 5:13 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 81
  • 1. Het is verboden, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de Bank, een deelneming in een onderneming of instelling waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 9, eerste lid, is verleend, te houden, te verwerven of te vergroten dan wel enige zeggenschap, verbonden aan een dergelijke deelneming, uit te oefenen.

  • 2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld betreffende de voorwaarden waaraan moet worden voldaan ter verkrijging van de verklaring van geen bezwaar.

  • 3. De Bank kan een verklaring van geen bezwaar geheel of gedeeltelijk intrekken, indien niet langer wordt voldaan aan de in het tweede lid bedoelde voorwaarden.

DD

Hoofdstuk X vervalt.

EE

Het opschrift van hoofdstuk XII komt te luiden:

Hoofdstuk XII Toezicht en handhaving.

FF

In hoofdstuk XII wordt voor artikel 121 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 120
  • 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de daartoe bij besluit van de Bank aangewezen personen.

  • 2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

  • 3. Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing, met uitzondering van de artikelen 5:18 en 5:19.

GG

Artikel 122 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid vervalt «28, eerste lid; 30, tweede lid;», wordt «; 78 en 80, eerste lid, eerste volzin,» vervangen door «, en 78» en wordt «ten hoogste vijftigduizend gulden» vervangen door: de vijfde categorie.

2. In het tweede lid vervalt «28, eerste lid;» en wordt «ten hoogste eenhonderdduizend gulden» vervangen door: de vijfde categorie.

HH

Na artikel 122 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 123
  • 1. Met de opsporing van de in deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, naast de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES bedoelde ambtenaren, belast de daartoe bij besluit van Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister aangewezen ambtenaren.

  • 2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 124
  • 1. Onverminderd artikel 122 kan de Bank een onderneming of instelling die niet of niet tijdig voldoet aan een uit deze wet voortvloeiende verplichting, een geldboete opleggen.

  • 2. De hoogte van de boete voor de verscheidene overtredingen wordt bepaald bij algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat de boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste USD 250 000 bedraagt.

  • 3. Alvorens over te gaan tot oplegging van een boete stelt de Bank de betrokken onderneming of instelling schriftelijk op de hoogte van het voornemen een boete op te leggen, onder vermelding van de gronden waarop dat voornemen berust.

II

Hoofdstuk XIII komt te luiden:

HOOFDSTUK XIII SLOTBEPALINGEN
Artikel 125
  • 1. De Bank stelt jaarlijks een begroting, een verantwoording en een jaarverslag op terzake van de haar op grond van deze wet opgedragen taken en de daaruit voortvloeiende werkzaamheden. De artikelen 1:30 tot en met 1:32 en 1:34 tot en met 1:36 van de Wet op het financieel toezicht zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Tegen besluiten van Onze Minister inzake instemming met de begroting of de verantwoording staat geen beroep open.

Artikel 126

De Bank verstrekt Onze Minister desgevraagd de gegevens of inlichtingen die deze behoeft om zich over de uitvoering van deze wet in de praktijk of over de uitvoerbaarheid van beleidsvoornemens of voorgenomen wettelijke voorschriften een oordeel te vormen.

Artikel 127

Deze wet wordt aangehaald als: Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES.

JJ

(vervallen)

Artikel 6.11

De Wet zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen BES wordt gewijzigd als volgt:

A

In de artikelen van deze wet wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

B

Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:

1. In onderdeel a wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

2. In onderdeel d wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: regeling van Onze Minister van Financiën.

C

In artikel 5, eerste lid, wordt «op het eiland» vervangen door: in het openbaar lichaam.

D

In artikel 7, eerste lid, wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

E

In artikel 16 wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

F

Hoofdstuk VI vervalt.

G

In de aanhef van artikel 18 wordt «ten hoogste tienduizend gulden» vervangen door: de vierde categorie.

H

In de aanhef van artikel 19 wordt «ten hoogste vijf miljoen gulden» vervangen door: de vijfde categorie.

I

Artikel 21 komt te luiden:

Artikel 21

Deze wet wordt aangehaald als: Wet zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen BES.

J

Artikel 22 vervalt.

§ 3. Aanvullende overgangsbepalingen

Artikel 6.12

Assurantiebemiddelaars die ten tijde van de inwerkingtreding van artikel 6.2 waren ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 4 van de Landsverordening Assurantiebemiddelingsbedrijf, worden, indien zij op dat moment kantoor hielden op Bonaire, Sint Eustatius of Saba, van rechtswege ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 4 van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf BES.

Artikel 6.13

Een op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6.3 van kracht zijnde inbewaringneming op grond van artikel 5 van de Landsverordening meldingsplicht grensoverschrijdende geldtransporten, blijft van kracht totdat zij overeenkomstig artikel 5 van de Wet grensoverschrijdende geldtransporten BES is geëindigd. Als tijdstip waarop de termijn van inbewaringneming voor de toepassing van die wet is aangevangen, geldt het tijdstip waarop de inbewaringneming feitelijk is aangevangen.

Artikel 6.14

Artikel 7 van de Wet identificatie bij dienstverlening BES is van overeenkomstige toepassing op gegevens die voor inwerkingtreding van artikel 6.4 zijn vastgelegd ter voldoening aan artikel 6 van de Landsverordening identificatie bij financiële dienstverlening.

Artikel 6.15

De Wet melding ongebruikelijke transacties BES is van overeenkomstige toepassing op ongebruikelijke transacties als bedoeld in artikel 11 van de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties, ten aanzien waarvan ten tijde van de inwerkingtreding van artikel 6.5 nog niet aan de in artikel 11 van die landsverordening bedoelde meldingsplicht is voldaan.

Artikel 6.16
  • 1. Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen met het oog op een goede invoering van de in de artikelen 6.2 tot en met 6.11 genoemde wetten aanvullende regels van overgangsrecht worden gesteld.

  • 2. Bij een regeling als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat artikel 6, tweede en derde lid, van de Invoeringswet Bonaire, Sint Eustatius en Saba niet van toepassing is op beslissingen van de Bank van de Nederlandse Antillen die betrekking hebben op activiteiten die voorafgaande aan het van toepassing worden in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba van een in de artikelen 6.2, 6.3, 6.4 of 6.5 tot en met 6.11 genoemde wet hoofdzakelijk of uitsluitend in of vanuit Curaçao of Sint Maarten plaatsvonden.

HOOFDSTUK 7. MINISTER VOOR JEUGD EN GEZIN

§ 1 Aanpassingen van Nederlandse wetgeving

§ 2 Aanpassingen van wetgeving van Nederlands-Antilliaanse oorsprong

HOOFDSTUK 8. MINISTER VAN JUSTITIE

§ 1 Aanpassingen van Nederlandse wetgeving

§ 1.1 Privaatrecht
Artikel 8.1

Het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:

Aan artikel 24, eerste lid, van Boek 1 wordt een zin toegevoegd, luidende: De in de tweede zin bedoelde bevoegdheid kan mede worden uitgeoefend ten aanzien van een akte of latere vermelding betreffende dezelfde persoon of zijn afstammelingen die in de registers van de burgerlijke stand van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is opgenomen.

Artikel 8.2

Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 55, eerste lid, eerste zin, komt te luiden:

Ten aanzien van hen die geen bekende woonplaats of bekend werkelijk verblijf in Nederland hebben, maar van wie de woonplaats of het werkelijk verblijf buiten Nederland bekend is, geschiedt de betekening aan het parket van de ambtenaar van het openbaar ministerie, onderscheidenlijk de procureur-generaal, bedoeld in artikel 54, tweede en vierde lid, die een afschrift van het exploot ten behoeve van degene voor wie het bestemd is, toezendt aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken of, indien de woonplaats of het werkelijk verblijf van de betrokkene zich in Aruba, Curaçao of Sint Maarten bevindt, aan het Kabinet van de Gevolmachtigd Minister van Aruba, Curaçao respectievelijk Sint Maarten in Nederland dan wel, indien de woonplaats of het werkelijk verblijf van de betrokkene zich in een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt, aan Onze Minister van Justitie.

B

In artikel 224, tweede lid, wordt «een verdrag of een EG-verordening» vervangen door: een verdrag, een EG-verordening of een wet.

C

Aan artikel 263 wordt een zin toegevoegd, luidende:

In zaken als bedoeld in de eerste zin, die betrekking hebben op krachtens Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage in te schrijven of ingeschreven akten, is bevoegd de rechter te ’s-Gravenhage.

Artikel 8.3

In de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen wordt in artikel 1, eerste lid, tweede zin, na «Koninkrijk der Nederlanden» ingevoegd: en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 8.4

De Wet op het centraal testamentenregister wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onder f, wordt «overeenkomstig de voorschriften van het Nederlands-Antilliaanse of Arubaanse recht» vervangen door: overeenkomstig de voorschriften van het recht van Aruba, Curaçao of Sint Maarten.

2. Onder vernummering van het tweede lid tot het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. In het register worden voorts opgenomen de in het volgende artikel vermelde gegevens van naar het in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba geldende recht opgemaakte akten, bevattende uiterste wilsbeschikkingen en schenkingen van de gehele of de gedeeltelijke nalatenschap van de schenker, alsmede akten waarbij uiterste wilsbeschikkingen worden herroepen of olografische testamenten worden teruggenomen. Onder akten, bevattende uiterste wilsbeschikkingen, worden verstaan: uiterste willen bij openbare akte, akten van bewaargeving van uiterste wil, akten van superscriptie, onderhandse stukken als bedoeld in artikel 961 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek BES, voor zover deze na het overlijden van de erflater aan een notaris zijn ter hand gesteld en akten van benoeming ingaande bij overlijden.

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, onder c, wordt na «artikel 1» ingevoegd: , eerste lid.

2. Na het tweede lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Met betrekking tot de in artikel 1, tweede lid, bedoelde akten wordt, voor zover daarvan uit de opgaven blijkt, aantekening gehouden van de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens, met dien verstande dat:

    • a. voor de toepassing van het tweede lid, onder b in plaats van «de artikelen 98 tot en met 104 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek» wordt gelezen: de artikelen 972 tot en met 974 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek BES;

    • b. voor de toepassing van het tweede lid, onder c, in plaats van «artikel 1, eerste lid, wordt gelezen: artikel 1, tweede lid;

    • c. de in het tweede lid, onder d, bedoelde mededeling wordt opgenomen indien het een notariële akte betreft die uiterste wilsbeschikkingen of de herroeping van uiterste wilsbeschikkingen bevat.

C

Na artikel 6 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 6a

Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

§ 1.2 Staats- en bestuursrecht
Artikel 8.5

De Algemene termijnenwet wordt als volgt gewijzigd:

Na artikel 5 wordt een nieuw artikel 5a ingevoegd, luidende:

Artikel 5a

Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 8.6

De Bekendmakingswet wordt als volgt gewijzigd:

Na artikel 10a wordt een nieuw artikel 10b ingevoegd, luidende:

Artikel 10b

Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 8.6a

Na artikel 20 van de Wet afbreking zwangerschap wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 20a
  • 1. Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba met inachtneming van dit artikel.

  • 2. In afwijking van artikel 6, eerste lid, onder d, geschiedt de tariefstelling door een door Onze Minister aan te wijzen orgaan.

  • 3. In afwijking van artikel 6, eerste lid, onder f, laat de rechtspersoon de jaarrekening onderzoeken met het oog op het verkrijgen van een verklaring als bedoeld in artikel 121, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES.

  • 4. In afwijking van artikel 19, tweede lid, wordt in plaats van «artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering» gelezen: artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES.

Artikel 8.6b

De Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding wordt als volgt gewijzigd:

Na Hoofdstuk III wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK IIIA. BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Artikel 19a

Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba met inachtneming van het in dit hoofdstuk bepaalde.

Artikel 19b
  • 1. Voor de toepassing van:

    • artikel 1, onderdeel b, wordt in plaats van «artikel 294, tweede lid, tweede volzin, Wetboek van Strafrecht» gelezen: artikel 307, tweede lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafrecht BES.

    • artikel 1, onderdeel f, wordt in plaats van «een regionale toetsingscommissie als bedoeld in artikel 3» gelezen: een commissie als bedoeld in artikel 19c.

    • artikel 1, onderdeel g, wordt in plaats van «regionaal inspecteur van de Inspectie voor de Gezondheidszorg van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid» gelezen: de inspecteur, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Wet Inspectie voor de Volksgezondheid BES

    • artikel 2, eerste lid, aanhef, wordt in plaats van «artikel 294, tweede lid, tweede volzin, Wetboek van Strafrecht» gelezen: artikel 307, tweede lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafrecht BES.

    • artikel 8, derde lid, vervalt: of de betrokken hulpverleners.

    • artikel 9, tweede lid, aanhef, wordt in plaats van «het College van procureurs-generaal» gelezen: de procureur-generaal.

  • 2. Artikel 1, onder e, is niet van toepassing.

Artikel 19c

In afwijking van artikel 3, eerste lid, is er een door Onze Ministers aan te wijzen commissie, die bevoegd is de meldingen van gevallen van levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding als bedoeld in artikel 306, tweede lid, onderscheidenlijk 307, tweede lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafrecht BES te toetsen.

Artikel 19d

Bij het overleg, bedoeld in artikel 13, is de voorzitter van de commissie, bedoeld in artikel 19c, betrokken. Tevens zijn betrokken de procureur-generaal of een door hem aan te wijzen vertegenwoordiger en een vertegenwoordiger van de Inspectie voor de Volksgezondheid.

§ 1.3 Strafrecht
Artikel 8.7

Na artikel V van de Wet bescherming staatsgeheimen wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL VA

Deze wet is mede van toepassing op Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met dien verstande dat de schriftelijke machtiging, bedoeld in artikel V, wordt verleend door de procureur-generaal bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 8.8

De Gratiewet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. In het eerste lid vervalt de tweede volzin in de begripsbepaling van «openbaar ministerie».

3. Er wordt twee leden toegevoegd, luidende:

  • 2. In deze wet wordt mede verstaan onder: openbaar ministerie: het openbaar ministerie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba; in Nederland: in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; een Nederlandse strafrechter: een strafrechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

  • 3. Indien het verzoek om gratie betrekking heeft op een rechterlijke beslissing waarvan de tenuitvoerlegging aan een vreemde staat is overgedragen, wordt onder het openbaar ministerie verstaan het openbaar ministerie bij het gerecht dat die beslissing heeft gegeven en indien het betrekking heeft op een buitenlandse rechterlijke beslissing waarvan de tenuitvoerlegging met toepassing van artikel 43 van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen of artikel 593 van het Wetboek van Strafvordering BES in Nederland is gelast, het openbaar ministerie dat met deze tenuitvoerlegging is belast.

B

In artikel 3, tweede lid, wordt na «Wetboek van Strafvordering» ingevoegd: of artikel 614 van het Wetboek van Strafvordering BES.

C

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, onderdeel b, wordt na «strafvonnissen» ingevoegd: of artikel 592b van het Wetboek van Strafvordering BES.

2. In het derde lid wordt na «strafvonnissen» ingevoegd «of artikel 593 van het Wetboek van Strafvordering BES» en wordt na «43» ingevoegd: respectievelijk artikel 593.

D

In artikel 15, eerste lid, wordt na «Wet op de Jeugdzorg,» ingevoegd: een door Onze Minister aan te wijzen voorziening.

E

Na artikel 26 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 26a

Een verzoekschrift om gratie dat voor het tijdstip van transitie, bedoeld in artikel 1, onder a, van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, is ingediend bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en waarover op dat tijdstip nog niet is beslist, wordt geacht te zijn ingediend bij het Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en wordt met inachtneming van de bepalingen van deze wet afgehandeld.

Artikel 8.9

De Wet, houdende bepalingen verband houdende met de instelling van het Internationaal Tribunaal voor de vervolging van personen aansprakelijk voor ernstige schendingen van het internationale humanitaire recht, begaan op het grondgebied van het voormalige Joegoslavië sedert 1991, wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Voor de toepassing van deze wet wordt mede verstaan onder:

    Nederlands grondgebied:

    het grondgebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

    Nederlandse wet:

    een wet die van kracht is in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

    in Nederland:

    in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

B

In artikel 3, derde lid, wordt na «16, eerste lid, onder a,» ingevoegd «16a». Er wordt een zin toegevoegd, luidende: Voor de toepassing van artikel 16a wordt in plaats van officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam telkens gelezen: de officier van justitie bij het arrondissementsparket te ’s-Gravenhage.

C

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het tweede lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Voor de toepassing van artikel 22a wordt in plaats van «officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam» gelezen: de officier van justitie bij het arrondissementsparket te ’s-Gravenhage.

2. Aan het vijfde lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Voor de toepassing van artikel 41, vijfde lid, tweede volzin, van de Uitleveringswet wordt in plaats van «officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam» gelezen: de officier van justitie bij het arrondissementsparket te ’s-Gravenhage.

D

In artikel 11, derde lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:

Indien de opgeëiste persoon zich in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt, kan de voorlopige aanhouding van de opgeëiste persoon voorts worden bevolen door de officier van justitie van het openbaar ministerie aldaar.

Artikel 8.10

Artikel 1 van de Wet, houdende bepalingen verband houdende met de instelling van het Internationaal Tribunaal voor de vervolging van personen aansprakelijk voor genocide en andere ernstige schendingen van het internationale humanitaire recht, begaan op het grondgebied van Rwanda en van Rwandese burgers aansprakelijk voor genocide en andere van dergelijke schendingen, begaan op het grondgebied van buurlanden, tussen 1 januari 1994 en 31 december 1994, wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Voor de toepassing van deze wet wordt mede verstaan onder:

    Nederlands grondgebied: het grondgebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 8.11

De Uitvoeringswet Speciaal Tribunaal voor Libanon wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Voor de toepassing van deze wet wordt mede verstaan onder:

    Nederlands grondgebied:

    het grondgebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

    Nederlandse wet:

    een wet die van kracht is in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

    in Nederland:

    in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

B

In artikel 3, derde lid, wordt na «16, eerste lid, onder a,» ingevoegd «16a». Er wordt een zin toegevoegd, luidende: Voor de toepassing van artikel 16a wordt in plaats van officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam gelezen de officier van justitie bij het arrondissementsparket te ’s-Gravenhage.

C

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het tweede lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Voor de toepassing van artikel 22a wordt in plaats van officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam gelezen de officier van justitie bij het arrondissementsparket te ’s-Gravenhage.

2. Aan het vijfde lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Voor de toepassing van artikel 41, vijfde lid, tweede volzin, van de Uitleveringswet wordt in plaats van officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam gelezen de officier van justitie bij het arrondissementsparket te ’s-Gravenhage.

Artikel 8.12

Na artikel I van de Wet, houdende vaststelling van de Wet oorlogsstrafrecht alsmede van enige daarmede verband houdende wijzigingen in het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Militair Strafrecht en de Invoeringswet Militair Straf- en Tuchtrecht, wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL IA

De Wet oorlogsstrafrecht is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met dien verstande dat voor de toepassing van de artikelen 3, onderdelen 1° tot en met 3°, en 12, tweede en vijfde lid, van de Wet oorlogsstrafrecht in plaats van «het rijk in Europa» telkens wordt gelezen: Nederland.

Artikel 8.13

De Wet internationale misdrijven wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2, eerste lid, onderdeel a, wordt na «in Nederland» ingevoegd: of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

B

Na § 4 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 4a. Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Artikel 16a

Onverminderd de overige artikelen van deze paragraaf is deze wet mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 16b

In afwijking van artikel 1, tweede lid, heeft de uitdrukking ambtenaar in deze wet dezelfde betekenis als in het Wetboek van Strafrecht BES, met dien verstande dat voor de toepassing van het Wetboek van Strafrecht BES onder ambtenaar mede wordt begrepen degene die ten dienste van een vreemde staat een openbaar ambt bekleedt.

Artikel 16c

In afwijking van artikel 1, derde lid, hebben de uitdrukkingen samenspanning en zwaar lichamelijk letsel in deze wet dezelfde betekenis als in het Wetboek van Strafrecht BES.

Artikel 16d

Voor de toepassing van artikel 8 wordt onder de middelen waarvan in het tweede lid, onder a en b, wordt gesproken, verstaan de middelen, bedoeld in artikel 49, eerste lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht BES.

Artikel 16e

In artikel 13 wordt in plaats van de tweede volzin gelezen: Artikel 78 van het Wetboek van Strafrecht BES is op die misdrijven niet van toepassing.

Artikel 16f

Voor de toepassing van artikel 14 wordt in plaats van «het in artikel 28 vermelde recht, eerste lid, onder 3°, van het Wetboek van Strafrecht vermelde recht» gelezen: het recht, bedoeld in artikel 32, van het Wetboek van Strafrecht BES.

Artikel 16g

In afwijking van artikel 15 neemt het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba kennis van de misdrijven omschreven in deze wet, voor zover het feit is begaan binnen het rechtsgebied van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en behoudens de bevoegdheid van de rechter, aangewezen bij de Wet militaire strafrechtspraak. De behandeling vindt plaats door een meervoudige kamer, bestaande uit een lid van het Gemeenschappelijk Hof en twee rechters in de rechtbank te ’s-Gravenhage.

C

Aan artikel 21 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Artikel 16g is mede van toepassing op feiten, ter uitvoering van het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (Trb. 1985, 69) strafbaar gesteld op grond van de Nederlands-Antilliaanse strafwet en gepleegd voor het tijdstip van transitie bedoeld in artikel 1, onder a, van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, tenzij het feit op dat tijdstip reeds is verjaard.

Artikel 8.14

Na artikel 8 van de Wet inzake het merken van kneedspringstoffen wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 8a

Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met dien verstande dat:

  • a. in afwijking van de artikelen 3 en 4 de erkenning voor het mogen vervaardigen, opslaan, gebruiken, overbrengen of verhandelen van explosieven is verleend door de door Onze Minister van Justitie en de Minister van Economische Zaken aangewezen autoriteiten. Van dit besluit tot aanwijzing wordt mededeling gedaan in de Staatscourant;

  • b. in afwijking van artikel 7:

    • 1°. met controle op de naleving van deze wet zijn belast:

      • de bij of krachtens artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES aangewezen ambtenaren;

      • de door Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze andere Ministers, wie het aangaat, aangewezen ambtenaren;

      • de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, en

    • 2°. de onder a bedoelde ambtenaren – voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van voornoemde controlerende taak nodig is – bevoegd zijn:

      • inzage te vorderen van gegevens en bescheiden alsmede daarvan kopieën te maken;

      • elke plaats te betreden;

      • zaken te onderzoeken, aan opneming te onderwerpen en daarvan monsters te nemen en daartoe verpakkingen te openen;

      • vervoermiddelen en daarmee vervoerde lading te onderzoeken.

Artikel 8.15

De Wet overlevering inzake oorlogsmisdrijven wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «2.» geplaatst.

2. Er wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 1. Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

B

Aan artikel 4 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Het vierde lid blijft buiten toepassing indien de aanhouding in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba heeft plaatsgevonden. In dat geval wordt de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam binnen vierentwintig uur na de aanhouding daarvan kennis gegeven.

C

Aan artikel 5 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Voor de toepassing van de voorgaande leden treedt de rechtbank te Amsterdam in de plaats van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, indien dat gerecht bevoegd is tot kennisneming van het misdrijf, ter zake waarvan de overlevering is aangevraagd.

D

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Onder Nederlands grondgebied wordt mede verstaan het grondgebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

E

Na artikel 8 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 8a
  • 1. De aanvraag tot overlevering betreffende een persoon die zich bevindt in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba die voor het tijdstip van transitie, bedoeld in artikel 1, onder a, van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, is ingediend en waarover op dat tijdstip nog niet is beslist, wordt behandeld door het vanaf dat tijdstip bevoegde orgaan en afgehandeld met inachtneming van de bepalingen van deze wet.

  • 2. De persoon, bedoeld in het eerste lid, die voor het tijdstip van transitie, bedoeld in artikel 1, onder a, van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met het oog op overlevering gedetineerd is, wordt beschouwd als iemand die krachtens deze wet in bewaring wordt gehouden of in verzekering is gesteld.

Artikel 8.16

De Uitvoeringswet verdrag biologische wapens wordt als volgt gewijzigd:

A

In de tweede volzin van artikel 5 wordt na «Wetboek van Strafrecht» ingevoegd: of de artikelen 35 tot en met 36, 37, 38a tot en met 38c van het Wetboek van Strafrecht BES.

B

Na artikel 7 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 7a

Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met dien verstande dat:

  • a. hij die een voorschrift overtreedt, gesteld bij of krachtens de artikelen 2, eerste en derde lid, 3 en 4, als schuldig aan een overtreding wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie;

  • b. hij die een voorschrift overtreedt, gesteld bij of krachtens de artikelen 2, eerste en derde lid, 3 en 4, als schuldig aan een misdrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien het feit opzettelijk is begaan;

  • c. hij die een voorschrift overtreedt, gesteld bij of krachtens de artikelen 2, eerste en derde lid, 3 en 4, als schuldig aan een misdrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien het feit opzettelijk is begaan met een terroristisch oogmerk als bedoeld in artikel 84b van het Wetboek van Strafrecht BES, dan wel met het oogmerk om een terroristisch misdrijf als bedoeld in artikel 84a van dat wetboek voor te bereiden of gemakkelijk te maken;

  • d. in afwijking van artikel 5 in plaats van de in artikel 7, onder e, van de Wet op de economische delicten bedoelde voorwerpen worden bedoeld de voorwerpen die behoren tot de onderneming van degene die overeenkomstig deze wet is veroordeeld en voor zover deze voorwerpen soortgelijk zijn aan en met betrekking tot het delict verband houden met die, genoemd in artikel 35 van het Wetboek van Strafrecht BES.

  • e. in afwijking van artikel 1, tweede lid:

    • 1°. met controle op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast:

      • de bij besluit van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, ieder voor zoveel het hem aangaat, aangewezen ambtenaren;

      • de bij of krachtens artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES aangewezen ambtenaren, en

    • 2°. de onder 1° bedoelde ambtenaren – voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van voornoemde controlerende taak nodig is – bevoegd zijn:

      • inzage te vorderen van gegevens en bescheiden alsmede daarvan kopieën te maken;

      • elke plaats te betreden;

      • zaken te onderzoeken, aan opneming te onderwerpen en daarvan monsters te nemen en daartoe verpakkingen te openen;

      • vervoermiddelen en daarmee vervoerde lading te onderzoeken.

Artikel 8.17

Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 4a wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. De Nederlandse strafwet is toepasselijk op ieder tegen wie de strafvervolging door het Nederlands openbaar ministerie is overgenomen op grond van een daartoe strekkend verzoek van het openbaar ministerie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

B

In artikel 68, eerste lid, wordt «de Nederlandse Antillen of Aruba» vervangen door: Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

C

Aan artikel 197a wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 7. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder Nederland mede verstaan de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

D

In de artikelen 222bis en 435b, eerste lid, wordt «de Nederlandse Antillen, Aruba» telkens vervangen door: Aruba, Curaçao, Sint Maarten.

Artikel 8.18

In de artikelen 203 en 211 van het Wetboek van Strafvordering wordt «in de Nederlandse Antillen of Aruba» telkens vervangen door: in Aruba, Curaçao of Sint Maarten dan wel in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 8.19

De Uitleveringswet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 2. In deze wet wordt mede verstaan onder:

    Nederlands recht of recht van Nederland:

    het recht van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

    Nederlands strafrecht:

    het strafrecht van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

    Nederlandse wet:

    een wet die van kracht is in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

    Nederlandse rechter:

    de rechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

    Nederlands grondgebied of Nederlands gebied:

    het grondgebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

    in Nederland:

    in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

  • 3. Onder officier van justitie, hulpofficier van justitie en opsporingsambtenaar wordt uitsluitend voor de toepassing van de artikelen 13 tot en met 14, 16a, 17 en de artikelen 21 en 22a en 50a mede verstaan de officier van justitie van het openbaar ministerie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, de hulpofficier van justitie, bedoeld in artikel 191 van het Wetboek van Strafvordering BES, en de opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 184 van dat wetboek.

B

In artikel 5, tweede lid, wordt na «Nederlandse rechtsorde» ingevoegd: of die van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

C

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt na «Wetboek van Strafvordering» ingevoegd: onderscheidenlijk artikel 282, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering BES.

2. In het derde lid wordt na «Wetboek van Strafrecht» ingevoegd: dan wel de strafwet van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op grond van de artikelen 2 tot en met 8 van het Wetboek van Strafrecht BES.

D

Na artikel 16 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 16a
  • 1. Indien een voortvluchtige in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba overeenkomstig deze afdeling in verzekering is gesteld, kan met het oog op de toepassing van het tweede lid de termijn van inverzekeringstelling uitsluitend door de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam éénmaal met drie dagen worden verlengd. Hem komt tevens uitsluitend de bevoegdheid van artikel 14, vijfde lid, toe.

  • 2. Indien een voortvluchtige in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba overeenkomstig deze afdeling in verzekering is gesteld, wordt hij binnen de termijnen van artikel 14, derde lid, en het eerste lid, overgedragen aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam.

  • 3. Het tweede lid kan buiten toepassing blijven indien de voortvluchtige tegenover de officier van justitie die hem hoort, heeft verklaard in te stemmen met zijn onmiddellijke uitlevering, de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam heeft beslist dat de voortvluchtige ter beschikking zal worden gesteld van de autoriteiten van de staat waarvan het verzoek tot voorlopige aanhouding is uitgegaan en de feitelijke uitlevering kan plaatsvinden binnen de termijnen van artikel 14, derde lid, en het eerste lid. Artikel 41, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

E

In artikel 17 wordt «de artikelen 13-16» vervangen door: de artikelen 13 tot en met 16a.

F

Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid wordt een zin toegevoegd, luidende:

Bevindt de opgeëiste persoon zich in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, dan stelt hij de stukken in handen van de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam.

2. Aan het tweede lid wordt een zin toegevoegd, luidende:

Indien dit verzoek een zich in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindende voortvluchtige betreft, is het eerste lid, tweede volzin, van overeenkomstige toepassing.

3. In het derde lid wordt «in Nederland» telkens vervangen door: in het Europese deel van Nederland.

G

Na artikel 22 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 22a
  • 1. Indien de opgeëiste persoon in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is aangehouden, blijft artikel 21, derde en vierde lid, buiten toepassing. Na de opgeëiste persoon te hebben gehoord, kan de officier van justitie of hulpofficier van justitie bevelen dat hij gedurende drie dagen, te rekenen vanaf het tijdstip van zijn aanhouding, in verzekering gesteld zal blijven. De termijn van de inverzekeringstelling kan met het oog op de toepassing van het derde lid uitsluitend door de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam éénmaal met drie dagen worden verlengd.

  • 2. Indien de opgeëiste persoon op de dag waarop de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam het verzoek tot uitlevering ontvangt reeds krachtens artikel 14 in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verzekering is gesteld, kan de vrijheidsbeneming – in afwijking van de artikelen 14, derde lid, 16a, eerste lid, en 22 – uitsluitend op bevel van de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam worden voortgezet tot het tijdstip waarop de rechtbank over de gevangenhouding beslist.

  • 3. Indien de opgeëiste persoon in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verzekering is gesteld, wordt hij binnen de termijnen van het eerste lid overgedragen aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam.

  • 4. Het derde lid kan buiten toepassing blijven indien de opgeëiste persoon tegenover de officier van justitie die hem hoort, heeft verklaard in te stemmen met zijn onmiddellijke uitlevering, de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam heeft beslist dat de opgeëiste persoon ter beschikking zal worden gesteld van de staat waarvan het verzoek tot uitlevering is uitgegaan en de feitelijke uitlevering kan plaatsvinden binnen de termijnen van het eerste lid. Artikel 41, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  • 5. Na de opgeëiste persoon te hebben gehoord, kan de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam bevelen dat de vrijheidsbeneming wordt voortgezet tot het tijdstip waarop de rechtbank over zijn gevangenhouding beslist.

  • 6. De opgeëiste persoon kan te allen tijde zowel door de rechtbank te Amsterdam als door de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam, ambtshalve of op verzoek van de opgeëiste persoon of diens raadsman, in vrijheid worden gesteld.

H

Aan artikel 41, vijfde lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Indien ten aanzien van de voortvluchtige toepassing is gegeven aan artikel 16a, tweede lid, of artikel 22a, tweede lid, vindt toezending steeds plaats aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam.

I

Aan artikel 47, derde lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Zijn de voorwerpen in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in beslag genomen, dan is de rechtbank te Amsterdam bij uitsluiting bevoegd.

J

Artikel 48, vierde lid, laatste volzin, komt te luiden: De artikelen 14 en 16a, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

K

In artikel 50, tweede lid, wordt na «vervoer door Nederland» ingevoegd: , Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

L

In artikel 50a wordt na «Nederlandse justitie» ingevoegd: en die van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

M

Artikel 51a, tweede lid, komt als volgt te luiden:

  • 2. Het eerste lid heeft betrekking op:

    • het misdrijf van artikel 385a van het Wetboek van Strafrecht dan wel het misdrijf van artikel 399a van het Wetboek van Strafrecht BES, voorzover het feit valt onder de omschrijvingen van het op 16 december 1970 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen (Trb. 1971, 50);

    • de misdrijven van de artikelen 162, 162a, 166, 168, 385b , 385c en 385d van het Wetboek van Strafrecht dan wel de misdrijven van de artikelen 168, 168a, 172, 174, 399b, 399c en 399d van het Wetboek van Strafrecht BES, voorzover het feit valt onder de omschrijving van het op 23 september 1971 te Montreal tot stand gekomen Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart (Trb. 1971, 218), onderscheidenlijk van het op 24 februari 1988 te Montreal tot stand gekomen Protocol tot bestrijding van wederrechtelijke daden van geweld op luchthavens voor de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1988, 88);

    • de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 10, tweede, derde, vierde en vijfde lid, 10a, eerste lid, en 11, tweede en derde lid, van de Opiumwet, dan wel de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 11, eerste en tweede lid, en 11a van de Opiumwet 1960 BES, voorzover het feit valt onder de omschrijvingen van het eerste lid van artikel 36 van het Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen, 1961, zoals gewijzigd ingevolge artikel 14 van het op 25 maart 1972 te Genève tot stand gekomen Protocol tot wijziging van dat Enkelvoudig Verdrag (Trb. 1980, 184);

    • de misdrijven van de artikelen 92, 108–110, 115–117b en 285 van het Wetboek van Strafrecht dan wel de misdrijven van de artikelen 97, 114 tot en met 118, 123 tot en met 124c en 298 van het Wetboek van Strafrecht BES, voor zover het feit is gepleegd tegen een internationaal beschermd persoon of diens beschermde goederen en valt onder de omschrijvingen van het op 14 december 1973 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de voorkoming en bestraffing van misdrijven tegen internationaal beschermde personen, met inbegrip van diplomaten (Trb. 1981, 69);

    • het misdrijf van artikel 282a van het Wetboek van Strafrecht dan wel het misdrijf van artikel 295ao van het Wetboek van Strafrecht BES, voor zover het feit valt onder de omschrijving van het op 17 december 1979 te New York tot stand gekomen Internationaal Verdrag tegen het nemen van gijzelaars (Trb. 1981, 53);

    • de misdrijven, strafbaar gesteld in artikel 8 van de Wet internationale misdrijven, voor zover het feit valt onder de omschrijving van het op 10 december 1984 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling (Trb. 1985, 69);

    • de misdrijven van de artikelen 157, 161quater, 173a, 225, 284a, 285, 310-312, 317, 318, 321, 322 en 326 van het Wetboek van Strafrecht en de misdrijven, gevormd door het handelen in strijd met het bij of krachtens de artikelen 15, 19, 21, 26, 38 en 76a van de Kernenergiewet bepaalde, dan wel de misdrijven van de artikelen 163, 167c, 179a, 230, 297a, 298, 323 tot en met 325, 330, 331, 334, 335 en 339 van het Wetboek van Strafrecht BES, voorzover het feit valt onder de omschrijvingen van het op 3 maart 1980 te Wenen/New York tot stand gekomen Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal (Trb. 1981, 7), zoals gewijzigd bij de op 8 juli 2005 te Wenen tot stand gekomen wijziging van dat verdrag (Trb. 2006, 81);

    • de misdrijven van de artikelen 166, 168, 350, 352, 354, 385a, vierde lid, 385b, tweede lid, en 385c van het Wetboek van Strafrecht dan wel de misdrijven van de artikelen 172, 174, 366, 370, 372, 399a, vierde lid, 399b, tweede lid en 399c, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van het op 10 maart 1988 te Rome tot stand gekomen Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de zeevaart en het Protocol tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van vaste platforms op het continentale plat (Trb. 1989, 17 en 18);

    • de misdrijven strafbaar gesteld in de artikelen 10, tweede, derde, vierde en vijfde lid, 10a, eerste lid, en 11, tweede en derde lid, van de Opiumwet alsmede de misdrijven van de artikelen 131, 140, 189, eerste lid, aanhef en onder 3°, 416 en 417 van het Wetboek van Strafrecht dan wel de misdrijven strafbaar gesteld in de artikelen 11, eerste en tweede lid, en 11a van de Opiumwet 1960 BES alsmede de misdrijven van de artikelen 137, 146, 195, eerste lid, aanhef en onder 3°, 431 en 432 van het Wetboek van Strafrecht BES, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van het eerste lid van artikel 3 van het op 20 december 1988 te Wenen tot stand gekomen Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen (Trb. 1989, 97);

    • de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 177 en 177a van het Wetboek van Strafrecht, dan wel de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 183 en 183a van het Wetboek van Strafrecht BES, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van het eerste en tweede lid van artikel 1 van het op 17 december 1997 te Parijs totstandgekomen Verdrag inzake de bestrijding van omkoping van buitenlandse ambtenaren bij internationale zakelijke transacties (Trb. 1998, 54);

    • de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 177 tot en met 178, 328ter en 362 tot en met 364 van het Wetboek van Strafrecht, dan wel de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 183 tot en met 184, 341ter en 378 tot en met 380, voorzover het feit valt onder de omschrijvingen van de artikelen 2 tot en met 11 van het op 27 januari 1999 te Straatsburg totstandgekomen Verdrag inzak de strafrechtelijke bestrijding van corruptie (Trb. 2000, 130);

    • de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 117, 117a, 117b, 282a en 285 van het Wetboek van Strafrecht, dan wel de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 124a, 124b, 124c, 295ao en 298 van het Wetboek van Strafrecht BES, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 9 van het op 9 december 1994 te New York totstandgekomen Verdrag inzake de veiligheid van VN-personeel en geassocieerd personeel (Trb. 1996, 62) zoals aangevuld door het Facultatief Protocol van 8 december 2005 (Trb. 2006, 211);

    • de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 92 tot en met 96, 108, 115, 117, 117b, 121 tot en met 123, 157, 161, 161bis, 161quater, 161sexies, 162, 162a, 164, 166, 168, 170, 172, 173a, 285, 287, 288, 289, 350, 350a, 351, 352, 354, 385b en 385d van het Wetboek van Strafrecht, dan wel de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 97 tot en met 102, 114, 123, 124a, 124c, 129, 163, 167, 167a, 167c, 167e, 168, 168a, 170, 172, 174, 176, 178, 179a, 298, 300, 301, 302, 366, 367a, 368, 370, 372, 399b en 399d van het Wetboek van Strafrecht BES, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 2 van het op 15 december 1997 te New York totstandgekomen Verdrag inzake de bestrijding van terroristische bomaanslagen (Trb. 1998, 84);

    • de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 92 tot en met 96, 108, 115, 117, 117b, 121 tot en met 123, 140, 157, 161, 161bis, 161quater, 161sexies, 162, 162a, 164, 166, 168, 170, 172, 173a, 285, 287, 288, 289, 350, 350a, 351, 352, 354, 385a, 385b en 385d van het Wetboek van Strafrecht, dan wel de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 97 tot en met 102, 114, 123, 124a, 124c, 129, 146, 163, 167, 167a, 167c, 167e, 168, 168a, 170, 172, 174, 176, 178, 179a, 298, 300, 301, 302, 366, 367a, 368, 370, 372, 399a, 399b en 399d van het Wetboek van Strafrecht BES, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 2 van het op 9 december 1999 te New York totstandgekomen Internationaal Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme (Trb. 2000, 12);

    • de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 240b en 273f van het Wetboek van Strafrecht en artikel 28 van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie, dan wel de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 246bis en 286f van het Wetboek van Strafrecht BES, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 3 van het op 25 mei 2000 te New York totstandgekomen Facultatief Protocol inzake de verkoop van kinderen, prostitutie en kinderpornografie bij het Verdrag inzake de rechten van het kind (Trb. 2001, 63);

    • de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 140, 177 tot en met 178, 284, 285a, 362 tot en met 364, 416 en 420bis tot met 420quater van het Wetboek van Strafrecht, dan wel de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 146, 183 tot en met 184, 297, 298a, 378 tot en met 380, 431 en 435a tot en met 435c van het Wetboek van Strafrecht BES, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van de artikelen 5, 6, 8 en 23 van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad (Trb. 2001, 68), en misdrijven waarop een gevangenisstraf van ten minste vier jaren is gesteld, voor zover het feit valt onder artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van dat Verdrag;

    • de misdrijven, strafbaar gesteld in artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht dan wel de misdrijven, strafbaar gesteld in artikel 286f van het Wetboek van Strafrecht BES, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 5 juncto artikel 3 van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol inzake de preventie, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, in het bijzonder vrouwenhandel en kinderhandel, tot aanvulling van het Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad (Trb. 2001, 69);

    • de misdrijven, strafbaar gesteld in artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht, dan wel de misdrijven, strafbaar gesteld in artikel 203a van het Wetboek van Strafrecht BES, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 6 van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad (Trb. 2001, 70);

    • de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 138a, 138b, 139c, 139d, 161sexies, 225, 226, 227, 240a, 240b, 326, 326c, 350, 350a en 351 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 31a en 31b van de Auteurswet en de artikelen 22 en 23 van de Wet op de naburige rechten, dan wel de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 144a, 144b, 145c, 145d, 167e, 230, 231, 232, 246, 246bis, 339, 339b, 366, 367a en 368 van het Wetboek van Strafrecht BES, voor zover het feit valt onder de omschrijving van de artikelen 2 tot en met 10 van het op 23 november 2001 te Budapest tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken (Trb. 2002, 18);

    • de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 240b, 242 tot en met 250 en 273f van het Wetboek van Strafrecht, dan wel de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 246bis, 248 tot en met 254, 256 tot en met 258 en 286f van het Wetboek van Strafrecht BES, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van de artikelen 18 tot en met 24 van het op 25 oktober 2007 te Lanzarote totstandgekomen Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik (Trb. 2008, 58);

    • de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 137c tot en met 137e, 261, 262, 266, 284 en 285 van het Wetboek van Strafrecht, dan wel de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 273, 274, 278, 297 en 298 van het Wetboek van Strafrecht BES voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van de artikelen 3 tot en met 6 van het op 28 januari 2003 te Straatsburg totstandgekomen aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken, betreffende de strafbaarstelling van handelingen van racistische of xenofobische aard verricht via computersystemen (Trb. 2003, 60);

    • de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 140, 140a, 161quater, 173a, 284, eerste lid, 284a, 285, 310 tot en met 312, 317 en 318 van het Wetboek van Strafrecht en in de artikelen 79 en 80 van de Kernenergiewet, dan wel de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 146, 146a, 167c, 179a, 297, eerste lid, 298, 323, 324, 325, 330, en 331 van het Wetboek van Strafrecht BES, voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van artikel 2 van het op 13 april 2005 te New York totstandgekomen Internationaal Verdrag ter bestrijding van daden van nucleair terrorisme (Trb. 2005, 290);

    • de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 177, 177a, 178, 284, 285a, 310, 321, 322, 326, 328ter, 359 tot en met 366, 376, 416, 417, 417bis, 420bis, 420ter en 420 quater van het Wetboek van Strafrecht, dan wel de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 183, 183a, 184, 297, 298a, 323, 334, 335, 339, 341ter, 375 tot en met 382, 392, 431, 432, 432bis, 435a, 435b en 435c van het Wetboek van Strafrecht BES voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van de artikelen 15 tot en met 17, 19 en 21 tot en met 25 van het op 31 oktober 2003 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen corruptie (Trb. 2005, 244);

    • de misdrijven, strafbaar gesteld in de artikelen 131, 132, 134a en 205, dan wel de misdrijven strafbaar gesteld in de artikelen 137, 138 en 211 van het Wetboek van Strafrecht BES voor zover het feit valt onder de omschrijvingen van de artikelen 5, 6, 7 en 9 van het op 16 mei 2005 te Warschau totstandgekomen Europees Verdrag ter voorkoming van terrorisme (Trb. 2006, 34).

MA

Indien de Wet kraken en leegstand in werking is getreden voor het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, wordt in artikel 51a, tweede lid, negentiende streepje, «138a» vervangen door: 138ab.

N

Artikel 53 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «genoemde» vervangen door: en in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES bedoelde.

2. Aan het derde lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Geschiedt de tenuitvoerlegging in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, dan zijn de artikelen 618 tot en met 623 van het Wetboek van Strafvordering BES van toepassing.

O

Aan artikel 55, eerste lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Indien de voortvluchtige zich in Bonaire, Sint Eustatius of Saba bevindt, vindt de verlening van kosteloze rechtskundige bijstand plaats overeenkomstig het Wetboek van Strafvordering BES.

P

Na artikel 62 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 62a
  • 1. Een verzoek tot uitlevering betreffende een persoon die zich in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevindt dat voor het tijdstip van transitie, bedoeld in artikel 1, onder a, van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, is ingediend en waarover op dat tijdstip nog niet is beslist, wordt behandeld door het vanaf dat tijdstip bevoegde orgaan en afgehandeld met inachtneming van de bepalingen van deze wet.

  • 2. De persoon, bedoeld in het eerste lid, die voor het tijdstip van transitie, bedoeld in artikel 1, onder a, van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met het oog op uitlevering gedetineerd is, wordt beschouwd als iemand die krachtens deze wet in bewaring wordt gehouden of in verzekering is gesteld.

§ 2 Aanpassingen van wetgeving van Nederlands-Antilliaanse oorsprong

§ 2.1 Privaatrecht
Artikel 8.20

Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, eerste lid, wordt «hier te lande» vervangen door: in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

B

In artikel 5, tweede lid, wordt «landsbesluit» vervangen door: koninklijk besluit.

C

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste, tweede, derde en vierde lid, wordt «landsbesluit» telkens vervangen door: koninklijk besluit.

2. In het vijfde lid wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

Ca

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «man» vervangen door «echtgenoot» en wordt aan het slot de volgende zinsnede toegevoegd: dan wel die te doen volgen op haar eigen geslachtsnaam.

2. In het tweede lid wordt «man» vervangen door: gewezen echtgenoot.

3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de man die gehuwd is of gehuwd is geweest en die niet is hertrouwd.

E

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, eerste zin, wordt «ieder eilandgebied» vervangen door: elk van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In het derde lid, eerste en tweede zin, wordt «eilandgebied» telkens vervangen door: openbaar lichaam.

F

In artikel 16c, tweede zin, wordt «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam.

Fa

In artikel 16d wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

G

Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «ieder eilandgebied» vervangen door: elk van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In het tweede lid wordt «te Curaçao» vervangen door: in de gemeente ’s-Gravenhage.

3. Aan het tweede lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Ten aanzien van het in de eerste zin bedoelde register zijn in plaats van de artikelen 17a, 17b en 17c de artikelen 17a, 17b en 17c van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek van toepassing.

H

In artikel 17a, eerste lid, wordt «eilandgebieden» vervangen door: openbare lichamen.

I

In artikel 17c wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

J

In artikel 18, derde lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

K

In artikel 18b, tweede lid, wordt «Nederlands-Antilliaanse openbare orde» vervangen door: Nederlandse openbare orde.

L

In artikel 18c, eerste en tweede lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» telkens vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

M

In artikel 19, eerste en tweede lid, wordt «eilandgebied» telkens vervangen door: openbaar lichaam.

N

Artikel 19a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «tussen twee tot de Nederlandse Antillen behorende eilanden» telkens vervangen door «tussen twee van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt «eilandgebied» telkens vervangen door: openbaar lichaam.

2. Het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid vervallen.

O

In artikel 19e, vijfde lid, wordt «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam.

P

Artikel 19f wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste en tweede lid wordt «eilandgebied» telkens vervangen door: openbaar lichaam.

2. In het derde lid wordt «hier te lande» vervangen door: op Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

Q

Artikel 19g wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «tussen twee tot de Nederlandse Antillen behorende eilanden» telkens vervangen door «tussen twee van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt «eilandgebied» telkens vervangen door: openbaar lichaam.

2. Het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid vervallen.

R

In artikel 19j, eerste en tweede lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» telkens vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

S

In artikel 20, eerste lid, onder b, en tweede lid, wordt «de Nederlands-Antilliaanse registers van de burgerlijke stand» telkens vervangen door: de registers van de burgerlijke stand in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

T

In artikel 20b, eerste lid, wordt «de Nederlands-Antilliaanse openbare orde» vervangen door «de Nederlandse openbare orde» en wordt «hier te lande» vervangen door: in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

U

In artikel 20d wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

V

Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «van het eilandgebied Curaçao» vervangen door «te ’s-Gravenhage» en wordt «de Nederlands-Antilliaanse registers van de burgerlijke stand» vervangen door: de registers van de burgerlijke stand in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In het tweede lid wordt «van het eilandgebied Curaçao» vervangen door: te ’s-Gravenhage.

3. In het derde lid wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

W

Artikel 23b wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste, tweede en vierde lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» telkens vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

2. In het vierde lid wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

X

Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid wordt een zin toegevoegd, luidende: De tweede zin is van overeenkomstige toepassing in gevallen dat de rechter een beschikking tot aanvulling, doorhaling of verbetering geeft met betrekking tot de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage, met dien verstande dat de in de tweede zin bedoelde bevoegdheid van de rechter dan ook kan worden uitgeoefend ten aanzien van een akte of latere vermelding betreffende dezelfde persoon of zijn afstammelingen, die in zijn eigen rechtsgebied in de registers van de burgerlijke stand is opgenomen.

2. In het tweede lid wordt «het eilandgebied» vervangen door «het openbaar lichaam» en wordt een zin toegevoegd, luidende: In gevallen dat de akte of latere vermelding is of had moeten worden opgenomen in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage, zendt de in de eerste zin bedoelde griffier het afschrift aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van die gemeente.

Y

In artikel 24b, tweede lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

Z

In het opschrift van Afdeling 10 van titel 4 wordt «hier te lande» vervangen door: in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

AA

In artikel 26, eerste lid, wordt «een Nederlands-Antilliaans register van de burgerlijke stand» vervangen door: een register van de burgerlijke stand in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

BB

In artikel 26a wordt «de Nederlands-Antilliaanse registers van de burgerlijke stand» vervangen door: de registers van de burgerlijke stand in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

CC

Artikel 26e, tweede zin, vervalt.

DD

Afdeling 12 vervalt.

DDa

Artikel 30, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Een huwelijk kan worden aangegaan door twee personen van verschillend of van gelijk geslacht.

DDb

Artikel 33 komt te luiden:

Artikel 33

Een persoon kan tegelijkertijd slechts met één andere persoon door het huwelijk verbonden zijn.

EE

In artikel 39, tweede lid, wordt «het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba» vervangen door: het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

EEa

Artikel 41 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de zinsnede «als broeder en zuster» vervangen door: als broeders, zusters of broeder en zuster.

2. In het tweede lid wordt de zinsnede «die broeder en zuster door adoptie zijn» vervangen door: die broeders, zusters of broeder en zuster door adoptie zijn.

FF

Na artikel 41 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 42

Zij die met elkander een huwelijk willen aangaan, mogen niet tegelijkertijd op de voet van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek een geregistreerd partnerschap of een huwelijk met een persoon van gelijk geslacht zijn aangegaan.

FFa

In artikel 42 vervalt de zinsnede «of een huwelijk met een persoon van gelijk geslacht».

GG

In artikel 43, eerste lid, wordt «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam.

HH

Artikel 44 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onder h, wordt «hier te lande» telkens vervangen door: in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In het vierde lid wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

II

Artikel 49a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «in het buitenland» telkens vervangen door «buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt «de Nederlands-Antilliaanse wet» vervangen door: de wetgeving van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In het tweede lid, onder a en b wordt «hier te lande» vervangen door: in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

3. In het derde lid wordt «naar Nederlands-Antilliaans recht» vervangen door: naar het recht van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

JJ

In artikel 50 wordt «toelating hier te lande» vervangen door: toelating in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

KK

Artikel 52 komt te luiden:

Artikel 52

Hij die met een der partijen door huwelijk verbonden is dan wel met een der partijen op de voet van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek een geregistreerd partnerschap is aangegaan, kan op grond van het bestaan van dat huwelijk of dat geregistreerd partnerschap een nieuw aan te gaan huwelijk stuiten.

LL

Artikel 53 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «en 41» vervangen door: en 42.

2. In het derde lid wordt «Nederlands-Antilliaanse openbare orde» vervangen door «Nederlandse openbare orde» en wordt «toelating hier te lande» vervangen door: toelating in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

MM

In artikel 54, eerste en tweede lid, wordt «eilandgebied» telkens vervangen door: openbaar lichaam.

NN

In artikel 57 wordt «en 41» vervangen door: en 42.

OO

In artikel 58, derde lid, wordt «in het buitenland» vervangen door: buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

PP

In artikel 63 wordt «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam.

QQ

In artikel 64 wordt «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam.

RR

Artikel 69, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. Hij die met een der echtgenoten nog door een vroeger huwelijk dan wel door een eerder op de voet van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek gesloten geregistreerd partnerschap is verbonden, is eveneens bevoegd op grond van het bestaan van dat huwelijk of die registratie de nietigverklaring van het daarna gesloten huwelijk te verzoeken.

SS

Artikel 71a wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsnede «de Nederlands-Antilliaanse openbare orde» wordt vervangen door: de Nederlandse openbare orde.

2. De zinsnede «toelating hier te lande» wordt vervangen door: toelating in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

TT

In artikel 75 wordt «hier te lande» telkens vervangen door «in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba» en wordt «in het buitenland» vervangen door: buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

UU

In artikel 77, tweede lid, onder b, wordt na huwelijk ingevoegd: dan wel op de voet van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek gesloten geregistreerd partnerschap.

VV

In artikel 78 wordt «hier te lande» vervangen door: in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

WW

In artikel 110, eerste lid, wordt «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam.

XX

In artikel 112, tweede lid, wordt «het nieuwsblad waarin van overheidswege de officiële berichten worden geplaatst» vervangen door: de Staatscourant.

YY

Artikel 116 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «indien het huwelijk in het buitenland is aangegaan, ter griffie van het gerecht in eerste aanleg te Curaçao» vervangen door: indien het huwelijk buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is aangegaan, ter griffie van de rechtbank te ’s-Gravenhage.

2. In het tweede lid wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

ZZ

In artikel 120, derde lid, wordt «het nieuwsblad waarin van overheidswege de officiële berichten worden geplaatst» vervangen door: de Staatscourant.

AAA

In artikel 205, tweede lid, wordt «Nederlands-Antilliaanse openbare orde» vervangen door: Nederlandse openbare orde.

BBB

In artikel 208 wordt «het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba» vervangen door: het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

CCC

In artikel 237, eerste lid, wordt «het blad waarin van overheidswege de officiële berichten worden geplaatst» vervangen door: de Staatscourant.

DDD

Artikel 238 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

2. In het derde lid wordt «het Land» vervangen door: de Staat.

3. In het vierde lid wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door «algemene maatregel van bestuur» en wordt «het Land» vervangen door: de Staat.

EEE

Artikel 239 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «hier te lande» vervangen door: in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In het derde lid wordt «hier te lande» vervangen door «in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt «is de voogdijraad te Curaçao bevoegd op te treden» vervangen door: zijn de werkeenheden in het arondissement Amsterdam van de Nederlandse raad voor de kinderbescherming bevoegd op te treden.

EEEa

In artikel 244 wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

FFF

In artikel 253o, tweede lid, wordt «hier te lande» telkens vervangen door: in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

GGG

In artikel 255, derde lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

GGGa

In artikel 263, vijfde lid, wordt «Minister van Justitie» vervangen door: Minister voor Jeugd en Gezin.

HHH

In artikel 264, eerste lid, wordt «de Landskas» vervangen door: de Staat.

III

In artikel 265 wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

JJJ

In artikel 269, eerste lid, onder c, wordt «Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen» vervangen door: Wetboek van Strafrecht BES.

KKK

In artikel 273 wordt «de Landskas» vervangen door «de Staat» en wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

LLL

In artikel 280, onder a, wordt «in het buitenland» vervangen door: buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

MMM

In artikel 302, eerste lid, wordt «de Gouverneur» vervangen door: Onze Minister van Justitie.

NNN

In artikel 326, derde lid, wordt «de Landskas» vervangen door: de Staat.

OOO

In artikel 327, eerste lid, onder f, wordt «Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen» vervangen door: Wetboek van Strafrecht BES.

PPP

In artikel 333 wordt «de Landskas» vervangen door «de Staat» en wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

QQQ

Artikel 339 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «NAF. 25.000,–» vervangen door «USD 14.000,–» en wordt «NAF 50.000,–» vervangen door: USD 28.000,–.

2. In het tweede lid wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

RRR

In artikel 342, tweede lid, wordt «landsontvanger» vervangen door: ontvanger, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel k, van de Belastingwet BES.

SSS

In artikel 344, eerste lid, wordt «de Bank van de Nederlandse Antillen» vervangen door «de Nederlandsche Bank N.V.» en wordt «Landsverordening toezicht bank- en kredietwezen (P.B. 1994, 4)» vervangen door: Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES.

SSSa

In de artikelen 344, tweede en derde lid, 345, derde lid, 370, achtste lid en 374, derde lid, wordt «Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» vervangen door: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES.

TTT

Artikel 345 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt «NAF. 1.500» vervangen door: USD 840,–.

2. In het vierde lid wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

TTTa

In artikel 350, tweede lid, wordt «Landsverordening toezicht bank- en kredietwezen» vervangen door: Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES.

UUU

In artikel 363, eerste lid, wordt «de Bank van de Nederlandse Antillen» vervangen door: de Nederlandsche Bank N.V.

VVV

In artikel 372 wordt «de Landskas» vervangen door: de Staat.

XXX

In artikel 387, tweede lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

YYY

In artikel 390, eerste lid, wordt «het blad waarin van overheidswege de officiële berichten worden geplaatst,» vervangen door: de Staatscourant.

ZZZ

Artikel 391 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, eerste zin, wordt «het gerecht in eerste aanleg, zittingsplaats Curaçao,» wordt vervangen door: de rechtbank te ’s-Gravenhage.

2. In het eerste lid, tweede zin, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

AAAA

In artikel 402a, tweede lid, wordt «het blad waarin van overheidswege de officiële berichten worden geplaatst,» vervangen door: de Staatscourant.

BBBB

In artikel 414, eerste lid, derde volzin, wordt «Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» vervangen door: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES.

CCCC

In artikel 417, eerste lid, wordt «woonplaats hier te lande» vervangen door «woonplaats in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt «het eilandgebied Curaçao» vervangen door: de gemeente ’s-Gravenhage.

DDDD

Artikel 426 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «hier te lande» telkens vervangen door: in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

2. In het tweede lid wordt «in het buitenland» vervangen door «buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt «hier te lande» telkens vervangen door: in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

EEEE

In artikel 429 wordt «de ambtenaar van de burgerlijke stand van het eilandgebied Curaçao» vervangen door: de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage.

FFFF

Artikel 441 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, onder e, wordt «NAF. 1.500,–» vervangen door: USD 840,–.

2. In het zesde lid wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

Artikel 8.21

Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 4, derde lid wordt «een Nederlands Antilliaanse notaris» vervangen door: een notaris die in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba het notarisambt uitoefent.

B

In artikel 5, eerste lid, wordt «het blad waarin van overheidswege de officiële berichten worden geplaatst» vervangen door: de Staatscourant.

C

In artikel 9, eerste lid, wordt «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam.

D

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het achtste lid wordt «het Faillissementsbesluit 1931» vervangen door: de Faillissementswet BES.

2. In het tiende lid wordt «de Handelsregisterverordening» vervangen door: Handelsregisterwet BES.

3. In het elfde lid wordt «door buitenlands beheerste rechtspersoon» vervangen door «niet door het recht van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba beheerste rechtspersonen» en wordt «de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

E

Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vierde en het achtste lid wordt «het blad waarin van overheidswege de officiële berichten worden geplaatst» telkens vervangen door: de Staatscourant.

2. In het zevende lid wordt «het Faillissementsbesluit 1931» vervangen door: de Faillissementswet BES.

F

In artikel 25, tweede lid, wordt «het blad waarin van overheidswege de officiële berichten worden geplaatst» vervangen door «de Staatscourant» en wordt «een in het de Nederlandse Antillen» vervangen door: een in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

G

In artikel 27, derde lid, wordt «het blad waarin van overheidswege de officiële berichten worden geplaatst» vervangen door: de Staatscourant.

H

In artikel 30, eerste lid, wordt «het Land» vervangen door: de Staat.

I

In artikel 31, tweede lid, wordt «het blad waarin van overheidswege de officiële berichten worden geplaatst» vervangen door: de Staatscourant.

J

In artikel 35, tweede lid, wordt «het Faillissementsbesluit 1931» vervangen door «de Faillissementswet BES.» en wordt «het blad waarin van overheidswege de officiële berichten worden geplaatst» vervangen door: de Staatscourant.

K

In artikel 36, tweede lid, wordt «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam.

L

Artikel 37 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste en tweede lid, wordt «het Land» telkens vervangen door: de Staat.

2. In het eerste lid wordt «ministeriële beschikking met algemene werking» vervangen door: ministeriële regeling.

3. In het vierde lid wordt «landsontvanger» vervangen door «ontvanger, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel k, van de Belastingwet BES» en wordt «op het eiland» vervangen door: in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

4. Lid 5 komt te luiden:

  • 5. Invordering geschiedt overeenkomstig afdeling 3 van titel 5 van hoofdstuk VIII van de Belastingwet BES.

M

In artikel 51, onderdeel d, wordt «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam.

N

Artikel 52, derde lid, eerste zin, komt te luiden: Degene op wie een last om een stichting op te richten rust, kan daartoe op vordering van het openbaar ministerie worden veroordeeld door de rechter in eerste aanleg van het openbaar lichaam waar de erflater ten tijde van zijn overlijden woonde of, indien de erflater zijn laatste woonplaats niet binnen het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba had, door de rechter in eerste aanleg te Bonaire.

O

In artikel 71, tweede lid, onderdeel a, wordt «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam.

P

In artikel 84, vierde lid, wordt «in de Nederlandse Antillen op het eiland van de statutaire zetel» vervangen door: in het openbaar lichaam van de statutaire zetel.

Q

In artikel 102, eerste lid, wordt «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam.

R

Artikel 119 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, onderdeel a, wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door «het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba of op Curaçao of Sint Maarten», wordt «NAF. 5 miljoen» vervangen door USD 2,8 miljoen en wordt «buitenlandse valuta» vervangen door: andere valtua.

2. In het tweede lid, onderdeel b, wordt «NAF. 10 miljoen» vervangen door «USD 5,6 miljoen» en wordt «buitenlandse valuta» vervangen door: andere valuta.

3. In het vierde lid wordt «Landsbesluit» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

S

Artikel 130 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «het blad waarin van overheidswege de officiële berichten worden geplaatst» vervangen door: de Staatscourant.

2. In het vierde lid, wordt «in de Nederlandse Antillen op het eiland van de statutaire zetel» vervangen door: in het openbaar lichaam van de statutaire zetel.

T

In artikel 202, eerste lid, wordt «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam.

U

In artikel 230 wordt in het eerste lid, «het blad waarin van overheidswege de officiële berichten worden geplaatst» vervangen door «de Staatscourant» en wordt in het vierde lid «in de Nederlandse Antillen op het eiland van de statutaire zetel» vervangen door: in het openbaar lichaam van de statutaire zetel.

V

In artikel 250, zevende lid, tweede zin, wordt «het blad waarin van overheidswege de officiële berichten worden geplaatst» vervangen door «de Staatscourant» en wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

W

In artikel 300, vijfde lid, wordt «het blad waarin van overheidswege de officiële berichten worden geplaatst» vervangen door «de Staatscourant» en wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

X

In artikel 314, derde lid, eerste zin, wordt «het blad waarin van overheidswege de officiële berichten worden geplaatst» vervangen door «de Staatscourant» en wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

Y

In artikel 342, derde lid, wordt «het blad waarin van overheidswege de officiële berichten worden geplaatst» vervangen door «de Staatscourant» en wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

Artikel 8.22

Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 12 wordt «de hier te lande levende rechtsovertuigingen» vervangen door: de in Nederland levende rechtsovertuigingen.

B

In artikel 16, tweede lid, wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

C

In artikel 17 wordt in het eerste lid in de aanhef en in onderdeel j, in het tweede lid «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

D

In artikel 24, tweede lid, onderdeel a, wordt «de hier te lande» vervangen door: in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

E

In artikel 30, eerste, tweede en derde lid wordt «eilandgebied» telkens vervangen door: openbaar lichaam.

F

In artikel 31 wordt «landsverordening» vervangen door «wet» en wordt «hier te lande» vervangen door: in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

G

In artikel 43, derde lid, wordt «na goedkeuring bij landsbesluit» vervangen door: met Onze Goedkeuring.

H

In artikel 80, derde en vierde lid, wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

I

In artikel 83, eerste en derde lid, wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

J

In artikel 98 wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

K

In artikel 260, eerste lid, wordt «hier te lande» vervangen door: in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba

L

In artikel 290 wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

Artikel 8.23

Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 860, tweede lid, wordt «aan den Lande» vervangen door: aan de Staat.

B

In artikel 861, derde lid, wordt «Het Land» vervangen door: De Staat.

C

In artikel 970, eerste lid, wordt «ingezetenen van de kolonie» vervangen door: ingezetenen van Curaçao, Sint Maarten, of van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

D

In artikel 971, eerste lid, wordt «de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

E

In artikel 987 wordt «den Lande» telkens vervangen door: de Staat.

F

In artikel 1050, tweede lid, wordt «Hof van Justitie» vervangen door: Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

G

In artikel 1062 wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

H

In artikel 1123 wordt «Lands gewapende dienst» vervangen door: de krijgsmacht van het Koninkrijk.

I

In artikel 1155 «het Land» vervangen door: de Staat.

Artikel 8.24

Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 5, eerste lid, onder c, tweede lid, derde lid, vierde lid en vijfde lid, wordt «de overheid» telkens vervangen door: het openbaar lichaam.

B

In artikel 6 wordt «de overheid» vervangen door: het openbaar lichaam.

C

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste, tweede en derde lid wordt «de overheid» telkens vervangen door: het openbaar lichaam.

2. In het eerste lid wordt «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam.

D

In artikel 9, eerste lid, eerste zin en tweede zin, wordt «de overheid» telkens vervangen door: het openbaar lichaam.

E

In artikel 10 wordt «de overheid» vervangen door «het openbaar lichaam» en wordt «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam.

F

In artikel 11 wordt «de overheid» vervangen door: het openbaar lichaam.

G

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

2. In onderdeel a en onderdeel b, wordt «de overheid» vervangen door: het openbaar lichaam.

H

In artikel 13, derde lid, wordt «de overheid» vervangen door: het openbaar lichaam.

I

In artikel 24 wordt «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam.

J

In artikel 25 wordt «het Land» vervangen door: de Staat.

K

Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, wordt «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Beperking van de openbaarheid van aan de Staat of een openbaar lichaam toebehorende stranden door vervreemding, bezwaring, ingebruikgeving of anderszins, behoeft een bij wet, onderscheidenlijk bij eilandsverordening te verlenen bijzondere toestemming.

L

In artikel 32, vierde lid, wordt «Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de Nederlandse Antillen» vervangen door: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES.

M

In artikel 112, tweede lid, onder a, wordt «het eilandgebied» vervangen door: het openbaar lichaam.

N

In artikel 48b wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

O

Artikel 48c wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste en tweede lid wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» telkens vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

2. In het vierde lid wordt «de Algemene termijnenlandsverordening» vervangen door: de Algemene termijnenwet.

Artikel 8.25

Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 110 wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

B

In artikel 113 wordt «hier te lande» vervangen door «in wettig betaalmiddel van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba».

C

Artikel 120 wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsneden «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» en «zulk een landsbesluit» worden telkens vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

2. Het woord «bij» wordt telkens vervangen door: bij of krachtens.

D

Artikel 123, eerste en tweede lid, komen als volgt te luiden:

  • 1. In geval in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba een rechtsvordering wordt ingesteld ter verkrijging van een geldsom, uitgedrukt in buitenlands geld, kan de schuldeiser veroordeling vorderen tot betaling te zijner keuze in dat buitenlandse geld of in in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba gangbaar geld.

  • 2. De schuldeiser die een in buitenlands geld luidende executoriale titel in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba kan executeren, kan het hem verschuldigde bij deze executie opeisen in in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba gangbaar geld.

E

In artikel 125 wordt «hier te lande» telkens vervangen door: in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

F

In artikel 187, derde en vierde lid, wordt «hier te lande» telkens vervangen door: in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

G

In artikel 190, tweede lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen» vervangen door: «algemene maatregel van bestuur» en wordt «NAF. 1.250,–» vervangen door: USD 700,–.

H

In artikel 236, onderdeel m, wordt «hier te lande» telkens vervangen door: in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

I

In artikel 241 wordt «het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba» vervangen door: het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

J

In artikel 247, eerste tot en met vierde lid, wordt «hier te lande» telkens vervangen door: in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

K

In artikel 252, tweede lid, wordt «hier te lande» vervangen door: in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

Artikel 8.26

Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 500, tweede lid, wordt «hier te lande» vervangen door: in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

B

In artikel 501, eerste lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

C

In artikel 502, tweede lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

Artikel 8.27

Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1557k wordt «hier te lande» telkens vervangen door: in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

B

In artikel 1613i, eerste lid, onder 3, wordt «op de Benedenwindse en op de Bovenwindse eilanden» vervangen door: in Bonaire, onderscheidenlijk Sint Eustatius en Saba.

C

In artikel 1614h, eerste lid, wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

D

Na artikel 1614z wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1614aa

De artikelen 646 tot en met 649 van Boek 7 van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van de artikelen 646, tweede lid, tweede zin, 648, vierde lid, en 649, vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

E

In artikel 1615e, eerste en tweede lid, wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

F

In artikel 1615i, derde lid, wordt «Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomsten» vervangen door:Wet beëindiging arbeidsovereenkomsten BES.

Artikel 8.28

Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, tweede lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

B

In artikel 2, tweede lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

C

In artikel 3a, derde lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

D

In artikel 13 worden de woorden «hier te lande» vervangen door «in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

E

In artikel 169 wordt «Nederlandse Antillen, Aruba» vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

F

In artikel 171, derde lid, onder e, worden de woorden «Nederlands-Antilliaans» vervangen door: Nederlands.

G

In artikel 175 worden de woorden «Nederlands-Antilliaans» telkens vervangen door: Nederlands.

H

Artikel 194 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onder b, wordt «Nederlands-Antilliaans» vervangen door: Nederlands.

2. Aan het eerste lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Teboekstelling is slechts mogelijk ten aanzien van pleziervaartuigen in de niet-bedrijfsmatige vaart.

3. In het tweede lid wordt «buitenlands register» vervangen door: register buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

4. In het derde lid wordt «buitenlands register» telkens vervangen door « register buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba», wordt «Nederlands-Antilliaans» vervangen door «Nederlands» en wordt «Nederlands-Antilliaans register» vervangen door: register in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

5. In het zesde lid worden de woorden «hier te lande» telkens vervangen door: in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

I

Artikel 195 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onder b onder 4°, worden de woorden «Nederlands-Antilliaans» telkens vervangen door: Nederlands.

2. In het eerste lid, onder b onder 4°, wordt «buitenland» vervangen door: buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

J

Artikel 196 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «buitenlands register» vervangen door «register buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba», wordt «in het buitenland» vervangen door «buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en worden de woorden «hier te lande» vervangen door: in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In het tweede lid wordt «Nederlands-Antilliaans register» vervangen door: het register in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

K

In artikel 199, tweede lid, wordt «Nederlands-Antilliaanse rechter» vervangen door: de rechter van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

L

In artikel 210a wordt «het Faillissementsbesluit 1931» vervangen door: de Faillissementswet BES.

M

In artikel 230, eerste lid, wordt wordt «het Land, een der eilandgebieden of enig openbaar lichaam» vervangen door: de Staat, een der openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of enig ander openbaar lichaam.

N

In artikel 231 wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen» vervangen door «algemene maatregel van bestuur» en wordt «landsverordening» vervangen door: wet

O

In artikel 388, vierde lid, wordt «Nederlands-Antilliaans geld» vervangen door US dollar en wordt «het Nederlands-Antilliaanse geld» vervangen door: de US dollar.

P

In artikel 491, derde lid, wordt «Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba» vervangen door: Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Q

In artikel 500, vierde lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

R

In artikel 575, derde lid, wordt «Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba» vervangen door: Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

S

In artikel 753, eerste lid, onderdeel c, wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

T

Artikel 755 wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 755, tweede lid en zevende lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» telkens vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

2. In het zesde lid wordt «de ter zake van het vervoer verantwoordelijke minister» vervangen door: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.

U

In artikel 757 wordt na «Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» ingevoegd: BES.

V

Artikel 759 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de tweede volzin wordt «Nederlands-Antilliaans geld» vervangen door US dollar en wordt na «Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» ingevoegd: BES.

2. In de derde volzin wordt «het Nederlands-Antilliaanse geld» vervangen door: de US dollar.

W

Artikel 1303 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt onder a «een Nederlands-Antilliaans luchtvaartuig is» vervangen door «een Nederlands luchtvaartuig is in de zin van de Wet luchtvaart» en wordt onder b «landsbesluit houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

2. Aan het eerste lid wordt een volzin toegevoegd, luidende: Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de mogelijkheid van teboekstelling.

3. In het tweede lid wordt «buitenlands register» vervangen door: register buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

X

In artikel 1304, eerste lid, onder 3°, wordt «Nederlands-Antilliaans» vervangen door: Nederlands.

Y

In artikel 1306 wordt «de Nederlands-Antilliaanse rechter» vervangen door: de rechter van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Z

In artikel 1314 wordt na «Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» ingevoegd: BES.

AA

In artikel 1316 wordt «het Faillissementsbesluit 1931» vervangen door: de Faillissementswet BES.

BB

In artikel 1317, tweede lid, wordt «hier te lande» vervangen door: in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

CC

In artikel 1321 wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen» vervangen door «algemene maatregel van bestuur» en wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

DD

De Algemene slotbepaling wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste en het derde lid wordt «Algemene termijnlandsverordening» telkens vervangen door: Algemene termijnenwet.

2. Toegevoegd wordt een lid, luidende:

  • 4. Deze wet wordt aangehaald als Burgerlijk Wetboek BES.

Artikel 8.29

Het Wetboek van Koophandel BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt «van de Nederlandse Antillen» vervangen door: BES.

B

Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:

1. De tweede zin van het derde lid komt als volgt te luiden:

Indien overeenkomstig de akte de woonplaats is gelegen in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba, en de vennootschap in het handelsregister is ingeschreven met vermelding van deze woonplaats wordt de vennootschap beheerst door het recht van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Partijen kunnen anders overeenkomen indien dit in overeenstemming is met het in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba geldende internationaal privaatrecht.

C

In artikel 177, eerste lid, wordt «Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

D

In artikel 213, tweede lid, wordt «De De Gouverneur wijst de instellingen aan» vervangen door: Bij algemene maatregel van bestuur zullen de instellingen worden aangewezen.

E

In artikel 224, vierde lid, onder 2°, wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

F

In artikel 225 onder 2° wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

G

Artikel 243 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «van de Nederlandse Antillen» vervangen door: BES.

2. In het vijfde lid wordt «van de Nederlandse Antillen» vervangen door: BES.

H

Artikel 245, derde lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De puntkomma aan het slot van de aanhef wordt vervangen door een dubbele punt.

2. De zinsnede «in ieder eilandgebied afzonderlijk» wordt vervangen door: in ieder van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba afzonderlijk;

3. De zinsnede «de datum van 18 maart voor wat betreft het eilandgebied Aruba;» vervalt.

4. De zinsnede «het eilandgebied Bonaire» wordt vervangen door: het openbaar lichaam Bonaire.

5. De zinsnede «de datum van 2 juli voor wat betreft het eilandgebied Curaçao;» vervalt.

6. De zinsnede «de datum van 11 november voor wat betreft het eilandgebied Sint Maarten;» vervalt.

7. De zinsnede «het eilandgebied Sint Eustatius» wordt vervangen door: het openbaar lichaam Sint Eustatius.

8. De zinsnede «het eilandgebied Saba» wordt vervangen door: het openbaar lichaamn Saba.

I

Artikel 268 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Voor de toepassing van de eerste en tweede zin gelden Curaçao, Sint Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba niet als verschillende landen.

2. In het tweede lid wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt «Nederland» vervangen door: het Europese deel van Nederland.

3. Aan het derde lid wordt een zin toegevoegd, luidende: De derde volzin van het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.

J

In artikel 270, tweede lid, wordt «De Gouverneur wijst de instellingen aan» vervangen door: Bij algemene maatregel van bestuur zullen de instellingen worden aangewezen.

K

In artikel 284, derde lid, onder 2°, en vierde lid, onder 2°, wordt «Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

L

In artikel 289 wordt «van de Nederlandse Antillen» vervangen door: BES.

M

Artikel 293, derde lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsnede «in ieder eilandgebied afzonderlijk» wordt vervangen door: in ieder van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba afzonderlijk.

2. De zinsnede «de datum van 18 maart voor wat betreft het eilandgebied Aruba;» vervalt.

3. De zinsnede «het eilandgebied Bonaire» wordt vervangen door: het openbaar lichaam Bonaire.

4. De zinsnede «de datum van 2 juli voor wat betreft het eilandgebied Curaçao;» vervalt.

5. De zinsnede «de datum van 11 november voor wat betreft het eilandgebied Sint Maarten;» vervalt.

6. De zinsnede «het eilandgebied Sint Eustatius» wordt vervangen door: het openbaar lichaam Sint Eustatius.

7. De zinsnede «het eilandgebied Saba» wordt vervangen door: het openbaar lichaam Saba.

N

In artikel 321 wordt «algemene verordening» vervangen door: wet.

O

In artikel 323 wordt «algemene verordening» vervangen door: wet.

P

In artikel 328, eerste lid, wordt «algemene verordening» vervangen door: wet.

Q

In artikel 335 wordt «algemene verordening» vervangen door: wet.

R

Aan artikel 375 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. In dit Boek wordt met Nederlandse schepen en schepen die varen onder de Nederlandse vlag gedoeld op schepen waarvan de Nederlandse nationaliteit voortvloeit uit de Rijksregelgeving ter zake van de nationaliteit van schepen.

S

In artikel 377 wordt «Nederlands-Antilliaans» vervangen door: Nederlands.

T

In artikel 404 wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

U

Artikel 407 komt te luiden:

Artikel 407

Artikel 404 is niet van toepassing op aan de Staat of aan een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba toebehorende schepen, welke tot de openbare dienst zijn bestemd.

V

Artikel 437 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste en het tweede lid wordt «Nederlands-Antilliaans» vervangen door: Nederlands.

2. In het tweede lid wordt «De terzake van het vervoer verantwoordelijke minister» vervangen door: Onze minister van Verkeer en Waterstaat.

W

Artikel 444 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «een Nederlandse-Antilliaanse haven» vervangen door «een haven in Bonaire, Sint Eustatius of Saba» en wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Ten aanzien van de charter-partij en de cognossementen geldt deze verplichting niet in de bij algemene maatregel van bestuur te omschrijven omstandigheden.

X

Artikel 446 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «Nederlands-Antilliaanse» vervangen door «Nederlandse» en wordt «Nederland of Aruba» vervangen door: het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten.

2. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld betreffende de inrichting van de dagboeken.

Y

In artikel 449, tweede lid, wordt «Nederland» vervangen door: het Europese deel van Nederland, Curaçao, Sint Maarten.

Z

In artikel 450, derde lid wordt wordt «Nederland» vervangen door: het Europese deel van Nederland, Curaçao, Sint Maarten.

AA

Artikel 457 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «Nederlands-Antilliaans» vervangen door «Nederlands», wordt «Nederlandse Antillen» telkens vervangen door «openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt «Nederlands-Antilliaanse» vervangen door: Nederlandse.

2. In de eerste zin van het tweede lid wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door: Staat.

2. De tweede zin van het tweede lid komt als volgt te luiden: Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld betreffende de vaststelling van die kosten.

BB

In artikel 491 wordt «van de Nederlandse Antillen» vervangen door: BES.

CC

In artikel 496, onder 8°, onder b, wordt «een Nederlands-Antilliaanse haven» vervangen door: een haven in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

DD

In artikel 501 wordt «op de Benedenwindse en op de Bovenwindse eilanden» vervangen door: in Bonaire onderscheidenlijk in Sint Eustatius en Saba.

EE

In artikel 509, eerste lid, wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door «openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt «Nederland» vervangen door: het Europese deel van Nederland, Curaçao, Sint Maarten.

FF

In artikel 510, eerste lid, wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

GG

In artikel 511, eerste lid, wordt «de Gouverneur» vervangen door de voorzitter van de Raad voor de scheepvaart.

HH

In artikel 513, tweede lid, onder 2°, wordt «op het eiland,» vervangen door: in het openbaar lichaam.

II

In artikel 515 wordt «de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

JJ

Artikel 516 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onder a, wordt «hier te lande» vervangen door: in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In het derde lid en het zesde lid, onder b, wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

3. In het vijfde lid wordt «Ongevallenregeling 1936» vervangen door: Wet ongevallenverzekering BES.

4. In het zesde lid, onder a, wordt «Ziekteregeling 1936» vervangen door: Wet Ziekteverzekering BES.

KK

In artikel 517 wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

LL

In artikel 518, tweede lid, wordt «op het eiland Curacao van de scheepvaartinspectie, op de overige eilanden van de betrokken gezaghebber of administrateur, in Nederland of Aruba van het bevoegde gezag» vervangen door: in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba van de scheepvaartinspectie of de betrokken gezaghebber, in het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten van het bevoegde gezag.

MM

In artikel 519, eerste lid, wordt «algemene verordening» vervangen door: wet en wordt «algemene verordeningen» vervangen door: wetgeving.

NN

Artikel 520 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «algemene verordening» vervangen door: wet.

2. In het derde lid wordt «Nederlands-Antilliaanse haven» vervangen door: een haven in Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

OO

In artikel 526, eerste lid, wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

PP

Artikel 534 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «Nederlands-Antilliaanse haven» telkens vervangen door: een haven in Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

2. In het tweede lid wordt «Nederlands-Antilliaanse haven» vervangen door: haven in Bonaire, Sint Eustatius of Saba, en wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

QQ

In artikel 537, eerste lid, onder 9°, wordt «een algemene verordening» vervangen door: de wet.

RR

Artikel 538 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onder 2° en onder 5°, wordt «een algemene verordening» telkens vervangen door: de wet.

2. In het eerste lid, onder 13°, vervalt: krachtens het Curaçaosch Zeebrievenbesluit 1933.

SS

In artikel 539, eerste lid, wordt «algemene verordening» telkens vervangen door: de wet.

TT

In artikel 540, eerste lid, wordt «in Nederland tot of Aruba» vervangen door: in het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten.

UU

In artikel 541, eerste lid, wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

VV

In artikel 544, eerste lid, wordt «Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

WW

In artikel 546, tweede lid, wordt «Nederlandse Antillen» telkens vervangen door «openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt «Nederland of Aruba» vervangen door: het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten.

XX

In artikel 550, tweede lid, wordt «Nederland of Aruba» vervangen door: het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten.

YY

In artikel 553, tweede lid, wordt «Nederland of Aruba» vervangen door: het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten.

ZZ

In artikel 559, eerste lid, wordt «algemene verordeningen» vervangen door: wetten.

AAA

Artikel 560 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In het tweede lid wordt «Nederland of Aruba» vervangen door: het Europese deel van Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten.

BBB

In artikel 561, zevende lid, wordt «een haven van de Nederlandse Antillen» vervangen door «een haven in Bonaire, Sint Eustatius of Saba» en wordt «buiten de Nederlandse Antillen» vervangen door: buiten Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

CCC

In artikel 565 wordt «De Gouverneur regelt» vervangen door «Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent» en wordt «’s Lands Kas» vervangen door: de Schatkist.

DDD

In artikel 566, tweede lid, wordt «van de Nederlandse Antillen» vervangen door: BES.

EEE

In artikel 666 wordt «Nederlands-Antilliaanse vlag» vervangen door: Nederlandse vlag.

FFF

In artikel 719 wordt «Nederlands-Antilliaanse vlag» vervangen door «Nederlandse vlag» en wordt «een Nederlands-Antilliaanse haven» vervangen door: een haven in Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

GGG

In artikel 750 wordt «Nederlands-Antilliaanse havens» telkens vervangen door: havens in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

HHH

In artikel 763 wordt «Nederlands-Antilliaanse vlag» vervangen door: Nederlandse vlag.

III

In artikel 820, eerste lid, wordt «algemene verordening» vervangen door: de wet.

JJJ

In artikel 850 wordt «algemene verordening» vervangen door: wet.

KKK

In artikel 857 wordt «algemene verordening» vervangen door: wet.

LLL

In artikel 869 wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

MMM

In artikel 873, eerste lid, wordt «algemene verordening» vervangen door: wet.

NNN

In artikel 915 wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

OOO

In artikel 916, eerste lid, wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

PPP

In artikel 956 wordt «algemene verordening» vervangen door: wet.

QQQ

In artikel 958 wordt «van de Nederlandse Antillen» vervangen door: BES.

RRR

In artikel 959 wordt «van de Nederlandse Antillen» vervangen door: BES.

SSS

Artikel 968 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste en tweede lid wordt «Algemene termijnenlandsverordening» vervangen door: Algemene termijnenwet.

2. Toegevoegd wordt een lid, luidende:

  • 3. Deze wet wordt aangehaald als: Wetboek van Koophandel BES.

TTT

In de artikelen 241, eerste en tweede lid, 244, tweede lid, 287, eerste en tweede lid, 290, derde lid, 291, tweede lid, 375, eerste lid, 404, 552, derde lid, 719, 750, 902, tweede lid, 905, onder 6°, en 966 wordt na «Burgerlijk Wetboek» ingevoegd: BES.

Artikel 8.30

De Faillissementswet BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 18, eerste lid, onder 5°, 53, vierde lid, 55a, vierde en vijfde lid, 127, tweede lid, 180, derde lid, en 271, tweede lid, wordt «Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» telkens vervangen door: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES.

B

In de artikelen 18, eerste lid, onder 4°, 29, vierde lid, 31, derde lid, 31a, 32a, 38, eerste lid, 47, eerste lid, 49, derde lid, 52, 53, tweede lid, 55a, tweede lid, 56, tweede lid, 57, tweede lid, 224, derde lid, en 229, tweede lid, wordt «Burgerlijk Wetboek» telkens vervangen door: Burgerlijk Wetboek BES.

C

In artikel 192 wordt «Burgerlijk Wetboek van de Nederlandse Antillen» vervangen door: Burgerlijk Wetboek BES.

D

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onder a en b, wordt «de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

2. In het tweede, derde en vierde lid, wordt «het eilandgebied» telkens vervangen door: het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

3. De tweede zin van het vierde lid komt te luiden: Hebben de uitspraken op dezelfde dag plaats, dan heeft alleen de uitspraak op het verzoek, ingediend in het openbaar lichaam Bonaire, en bij gebreke daarvan het verzoek, ingediend in het openbaar lichaam Sint Eustatius, rechtsgevolgen.

E

In artikel 5, eerste lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen vervangen» door: algemene maatregel van bestuur.

F

In artikel 7, tweede lid, wordt «Curaçao» vervangen door «Bonaire, Sint Eustatius of Saba» en wordt in het derde lid «het eilandgebied» vervangen door: het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

G

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, wordt «zich in de Nederlandse Antillen» vervangen door: zich niet in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

2. In het tweede lid wordt «het eilandgebied» vervangen door: het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

H

In artikel 11, vierde lid, wordt «het blad, waarin van overheidswege de officieele berichten worden opgenomen» vervangen door: de Staatscourant.

I

In artikel 12, tweede lid, wordt «het eilandgebied» vervangen door: het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

J

In artikel 13 wordt «eilandgebied» vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

K

In artikel 15, eerste lid, wordt «het blad, waarin van overheidswege de officieele berichten worden geplaatst en in de Nederlandsche Staatscourant» vervangen door: de Staatscourant.

L

In artikel 15a, eerste en tweede lid, vervalt telkens «Nederlandsche».

M

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, wordt «elk eilandgebied» vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Omtrent de vorm en inhoud van het register worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels gesteld.

N

In artikel 56a, eerste lid, wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

O

In artikel 63, tweede lid, wordt «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam.

P

In artikel 77, tweede lid, wordt «gulden» vervangen door: US dollar.

Q

In artikel 92 wordt «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam.

R

In artikel 123, derde lid, wordt «Curaçao» vervangen door: Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

S

In artikel 128 wordt «Curaçao» telkens vervangen door: Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

T

In artikel 148b, eerste lid, wordt «het eilandgebied» vervangen door: het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

U

In artikel 176, eerste lid, wordt «het eilandgebied» vervangen door: het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

V

In artikel 192, wordt «artikel 1133 van het Burgerlijk Wetboek van de Nederlandse Antillen» vervangen door: artikel 1133 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek BES.

W

In artikel 196, eerste lid, wordt «Curaçao» vervangen door: in het buitenland.

Q

In artikel 197, eerste lid, wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

Y

In artikel 200 wordt «in het blad, waarin van overheidswege de officieele berichten worden geplaatst» vervangen door: de Staatscourant.

Z

In artikel 205, eerste lid, wordt «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam.

AA

In artikel 206, eerste lid, wordt «eilandgebied» vervangen door: openbare lichaam.

BB

In artikel 207, eerste lid, wordt «het blad waarin van overheidswege de officeele berichten worden opgenomen en, wanneer zulks bij de beschikking waarbij de voorloopige surséance werd verleend bevolen is, mede in de Nederlandsche Staatscourant» vervangen door: de Staatscourant.

CC

In artikel 210, tweede lid, wordt «eilandgebied» vervangen door: het openbaar lichaam.

DD

In artikel 212a, tweede lid, wordt «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam.

EE

In artikel 233, tweede en vijfde lid, wordt «eilandgebied» telkens vervangen door: openbaar lichaam.

FF

In artikel 245, eerste lid, wordt «het blad waarin van overheidswege de officeele berichten worden opgenomen en, wanneer zulks bij de beschikking waarbij de voorloopige surséance werd verleend bevolen is, mede in de Nederlandsche Staatscourant» vervangen door: de Staatscourant.

GG

In artikel 254, vierde lid, wordt «Curaçao» vervangen door: Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

HH

In artikel 271 wordt «de Algemene termijnenverordening» vervangen door: Algemene termijnenwet.

II

Na artikel 271 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 271a

Deze wet wordt aangehaald als: Faillissementswet BES.

Artikel 8.31

Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel A komt als volgt te luiden:

Artikel A

In dit wetboek en de daarop berustende nadere regelingen en uitvoeringsvoorschriften wordt verstaan onder:

algemeen erkende feestdagen, onderscheidenlijk met de zondag gelijkgestelde dagen:

de in de Algemene termijnenlandsverordening, de Algemene termijnenverordening onderscheidenlijk de Algemene termijnenwet als zodanig genoemde en de bij of krachtens die landsverordening onderscheidenlijk wet daarmee gelijkgestelde dagen;

Burgerlijk Wetboek:

Het Burgerlijk Wetboek van Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Gerecht in eerste aanleg en rechter in eerste aanleg:

Gerecht in eerste aanleg en rechter in eerste aanleg van Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

hier te lande:

in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

Hof van Justitie en Hof:

het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao,Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

in het buitenland:

buiten Aruba, Curaçao, Sint Maarten,of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

B

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel 1 komt te luiden:

  • 1°. ten aanzien van het Land Aruba, Curaçao of Sint Maarten, ten aanzien van de Staat der Nederlanden, alsmede ten aanzien van de Gouverneur onderscheidenlijk de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, in zaken hem in het bijzonder aangaande, aan de persoon of aan het parket van de procureur-generaal; indien afschrift van een voor het Land, onderscheidenlijk de Staat der Nederlanden bestemd exploot wordt gelaten aan een persoon die daartoe is aangewezen, is het exploot gedaan aan het Land, onderscheidenlijk de Staat der Nederlanden, in persoon;

2. In onderdeel 7 wordt «de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door «Curaçao, Sint Maarten of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt na «waarin van Landswege de officiële berichten worden geplaatst» ingevoegd: of in de Staatscourant.

3. In onderdeel 8 wordt «de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: Curaçao, Sint Maarten of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

C

In artikel 21a, tweede lid, wordt na «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» ingevoegd: onderscheidenlijk bij algemene maatregel van bestuur,.

D

In artikel 39 wordt na «de Gouverneur» ingevoegd: onderscheidenlijk de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

E

In artikel 41, derde lid, wordt «het Land» vervangen door: Aruba, Curaçao of Sint Maarten, onderscheidenlijk de Staat der Nederlanden.

F

In artikel 96 wordt «de Nederlandse Antillen, onderscheidenlijk Aruba» vervangen door «Aruba, Curaçao of Sint Maarten» en wordt een zin toegevoegd luidende: Indien de Staat der Nederlanden eiser of gedaagde is, wordt als haar woonplaats mede beschouwd de plaats van het Regional Service Center.

G

Artikel 103a wordt als volgt gewijzigd.

1. In het tweede lid wordt «NAF. 10.000, onderscheidenlijk Afl. 10.000» vervangen door: NAF. 10.000, USD 5.600, onderscheidenlijk Afl. 10.000.

2. In het vijfde lid wordt na «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» ingevoegd: onderscheidenlijk bij algemene maatregel van bestuur.

H

Artikel 103b komt te luiden:

Artikel 103b

Wijzen de artikelen 95 tot en met 103a geen bevoegde rechter in eerste aanleg in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba aan, dan is bevoegd de rechter in eerste aanleg van de woonplaats van de eiser of een van de eisers en, bij gebreke daarvan, de rechter in eerste aanleg te Curaçao.

I

In artikel 104 wordt «in de Nederlandse Antillen» vervangen door: in Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

J

In artikel 122, tweede lid, onder b, wordt «of een verdrag» vervangen door: , een verdrag of een wet.

K

In artikel 258, wordt na «landsverordening» ingevoegd: of bij wet.

L

Artikel 429c wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «is of moet opgenomen» vervangen door «is of moet worden opgenomen» en wordt een zin toegevoegd, luidende: In zaken in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba betreffende een akte die is of moet worden opgenomen in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage is bevoegd de rechter van de woonplaats van de verzoeker of één van de verzoekers.

2. In het vijfde lid wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door «de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt «Curaçao» vervangen door: Bonaire.

3. In het achtste lid wordt «in de Nederlandse Antillen» vervangen door «in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba».

M

In artikel 429ja, tweede lid, wordt na «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» ingevoegd: onderscheidenlijk bij algemene maatregel van bestuur.

N

In artikel 448, eerste lid, wordt na «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» ingevoegd: onderscheidenlijk bij algemene maatregel van bestuur.

O

In artikel 466, tweede lid, wordt «NAF. 10.000, onderscheidenlijk Afl. 10.000» vervangen door «NAF. 10.000, USD 5.600, onderscheidenlijk Afl. 10.000» en wordt na «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» ingevoegd: onderscheidenlijk bij algemene maatregel van bestuur.

P

In artikel 474c wordt «in de Nederlandse Antillen» vervangen door: in Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

Q

In artikel 476b wordt na «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» ingevoegd: onderscheidenlijk bij algemene maatregel van bestuur.

R

In artikel 479 wordt na «het Land» ingevoegd: , de Staat der Nederlanden.

S

In artikel 479c wordt na «landsverordeningen» ingevoegd: of wetten.

T

In artikel 483d wordt na «uitgegeven» ingevoegd: of gangbaar.

U

In artikel 597, eerste lid, wordt na «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» ingevoegd: onderscheidenlijk bij algemene maatregel van bestuur.

V

In artikel 640 vervalt: , in de Nederlandse Antillen te Curaçao,.

W

In artikel 642a vervalt: , in de Nederlandse Antillen te Curaçao,.

X

In artikel 642c, achtste lid, wordt na «de Faillissementsverordening» ingevoegd: of de Faillissementswet BES.

Y

In artikel 715, eerste lid, wordt «in de Nederlandse Antillen» vervangen door: in Curaçao of Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Z

In artikel 820 , tweede lid wordt na «het nieuwsblad waarin van overheidswege de officiële berichten worden geplaatst» ingevoegd: of in de Staatscourant.

AA

In artikel 862, eerste lid, wordt na «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» ingevoegd: onderscheidenlijk bij algemene maatregel van bestuur.

AAa

In artikel 878, tweede lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

AAb

In artikel 993, tweede lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

BB

In artikel 1021, tweede lid, wordt na «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» ingevoegd: onderscheidenlijk bij algemene maatregel van bestuur.

CC

In artikel 1077, in het eerste en tweede lid, wordt «onderscheidenlijk de Algemene termijnenverordening» telkens vervangen door: de Algemene termijnenverordening onderscheidenlijk de Algemene termijnenwet.

DD

Artikel 1078, derde lid, komt te luiden:

  • 3. Deze wet wordt aangehaald als: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES.

Artikel 8.32

De Auteurswet BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 10, eerste lid, wordt «verordening» vervangen door: wet.

B

In artikel 25a, eerste en tweede lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» telkens vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

C

In artikel 31 wordt «honderd tot vijf duizend gulden» vervangen door: 56 tot 2.800 USD.

D

In artikel 32 wordt «vijftig tot tweeduizend gulden» vervangen door: 28 tot 1.120 USD.

E

In artikel 34, eerste lid, wordt «honderd tot vijf duizend gulden» vervangen door: 56 tot 2.800 USD.

F

In artikel 37, eerste lid, wordt «honderd tot vijf duizend gulden» vervangen door: 56 tot 2.800 USD.

G

In artikel 45, eerste lid, wordt «verordening» vervangen door «wet» en wordt «de kolonie Curaçao» vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

H

In artikel 47 wordt «verordening» telkens vervangen door: wet.

I

Artikel 48 vervalt.

J

Artikel 50 komt te luiden:

Artikel 50

Deze wet wordt aangehaald als: Auteurswet BES.

Artikel 8.33

De Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. De woorden «deze landsverordening» worden telkens vervangen door: deze wet.

2. De zinsnede «Landsverordening Toezicht Verzekeringsbedrijf (P.B. 1990 no. 77)» wordt vervangen door: Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES.

3. De zinsnede «de verzekeringsonderneming, die in het bezit is van een vergunning» wordt vervangen door: de verzekeringsonderneming die ingevolge de Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES het verzekeringsbedrijf in de schadegroep Motorrijtuigverzekering mag uitoefenen.

4. Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 1 door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

Waarborgfonds Motorverkeer en fonds:

de krachtens artikel 23, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen aangewezen rechtspersoon.

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

2. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. De verzekering moet zijn gesloten bij een verzekeraar als bedoeld in artikel 1.

C

In artikel 3, tweede lid, wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

D

In artikel 4, tweede lid, wordt «de Gezaghebber van een eilandgebied» vervangen door: de Gezaghebber van een openbaar lichaam.

E

In artikel 5, tweede lid, wordt «landsbesluit houdende algemene regelen» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

F

In artikel 6, eerste lid, wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

G

In artikel 7 wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

H

In artikel 9, eerste lid, wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

I

In artikel 10, tweede en vierde lid, wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

J

In artikel 11, eerste lid, wordt «landsbesluit houdende algemene regelen» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

K

In artikel 13 wordt «landsverordening» vervangen door: wet

L

In artikel 14 wordt «landsverordening» vervangen door «wet» en wordt «landsbesluit houdende algemene regelen» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

M

Artikel 15 komt te luiden:

Artikel 15
  • 1. Het Waarborgfonds Motorverkeer heeft mede tot taak om in de gevallen, in artikel 17 genoemd, aan de benadeelden hun schade te vergoeden overeenkomstig het bepaalde in artikel 18.

  • 2. De Staat waarborgt de verplichtingen van het fonds, voor zover zij voortvloeien uit deze wet.

N

Artikel 16 komt te luiden:

Artikel 16
  • 1. De verzekeraars betalen jaarlijks aan het fonds een door het fonds te bepalen bedrag, berekend op basis van het aantal en de aard van de door ieder van hen in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba verzekerde motorrijtuigen. De bepaling, bedoeld in de eerste volzin, geschiedt uiterlijk op 30 juni van ieder jaar. De storting moet geschieden binnen een maand na het besluit tot bepaling van het verschuldigde bedrag.

  • 2. Bij de bepaling van dit bedrag worden in aanmerking genomen de over het verleden door het fonds verkregen overschotten of geleden tekorten. Tevens wordt rekening gehouden met de in het komende jaar te verwachten schadelast.

O

Artikel 16A vervalt.

P

Artikel 18 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het vierde lid vervalt de zinsnede: , door het motorrijtuig vervoerd.

2. In het vijfde lid wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

Q

Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt de zinsnede «en artikel 16».

2. In het tweede lid wordt «de Bank van de Nederlandse Antillen» vervangen door: de Nederlandsche Bank N.V.

3. Het derde tot en met het twaalfde lid vervallen.

R

In artikel 21a, eerste lid, wordt «landsverordening» vervangen door «wet» en wordt na «Wetboek van Strafvordering» ingevoegd: BES.

S

Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «landsverordening» vervangen door «wet» en wordt «geldboete van ten hoogste f 1000,–« vervangen door: een geldboete van de tweede categorie.

2. In het derde lid wordt «f 3.000,–» vervangen door: USD 1.680,–.

T

In artikel 23 wordt «honderdvijftig gulden» vervangen door: USD 84,–.

U

In artikel 24 wordt «landsverordening» vervangen door «wet», wordt «landsbesluit houdende algemene maatregelen» vervangen door «algemene maatregel van bestuur» en wordt «van ten hoogste f 150,–» vervangen door: van de eerste categorie.

V

In artikel 26 wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

W

In artikel 28 wordt «landsverordening» vervangen door «wet» en wordt «landsbesluit houdende algemene regelen» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

X

In artikel 29 wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

Y

Artikel 30 vervalt.

Z

Artikel 31 komt te luiden:

Artikel 31

Deze wet wordt aangehaald als: Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen BES.

AA

Artikel 32 komt te luiden:

Artikel 32
  • 1. De artikelen 15 tot en met 19 van deze wet treden in werking met ingang van een daartoe bij afzonderlijk koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

  • 2. Het fonds is niet aansprakelijk voor schade, ontstaan uit feiten die hebben plaatsgevonden vóór de datum van inwerkingtreding van de artikelen 15 tot en met 19.

Artikel 8.34

De Wet aansprakelijkheid olietankschepen BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt «Minister van Verkeer en Vervoer» vervangen door: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.

2. In onderdeel f wordt «landsbesluit houdende algemene regelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste en tweede lid, wordt «landsverordening» telkens vervangen door «wet» en wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In het eerste lid wordt «Nederlands-Antilliaanse exclusieve economische zone» vervangen door: exclusieve economische zone van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

3. In het derde lid wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

C

In artikel 3, vijfde lid, wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

D

In artikel 4 wordt «Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek» vervangen door: Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek BES.

E

In artikel 5, eerste lid, wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

F

In artikel 7 wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

G

In artikel 9 wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

H

Artikel 10 komt als volgt te luiden:

Artikel 10

Tot de kennisneming in eerste aanleg van vorderingen tot schadevergoeding van schade door verontreiniging uit hoofde van het Verdrag en van deze wet is in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bij uitsluiting bevoegd het Gerecht in eerste aanleg van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Bonaire.

I

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid en vierde lid wordt «Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES.

2. In het vierde lid wordt «de Nederlands-Antilliaanse munteenheid» vervangen door: de munteenheid van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

J

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste en tweede artikel wordt «de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In het eerste lid wordt «Nederlands-Antilliaanse exclusieve economische zone» vervangen door: exclusieve economische zone van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

3. In het tweede lid wordt «Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES.

K

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

1. «Wetboek van Koophandel van de Nederlandse Antillen» wordt vervangen door: Wetboek van Koophandel BES.

2. «Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de Nederlandse Antillen» wordt vervangen door: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES.

3. «Nederlandse Antillen» wordt telkens vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

4. «Nederlands-Antilliaanse exclusieve economische zone» wordt vervangen door: exclusieve economische zone van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

L

In artikel 14 wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

M

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

1. «de Nederlandse Antillen» wordt telkens vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. De zinsnede «een Nederlands-Antilliaans binnenwater» wordt vervangen door: een binnenwater in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

3. «landsverordening» wordt telkens vervangen door: wet.

N

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef vervalt de zinsnede: dat is teboekgesteld in de Nederlandse Antillen of.

2. In onderdeel a en c wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

3. In onderdeel b wordt «Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

O

In artikel 17 wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

P

In artikel 18, eerste lid, wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Q

Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

2. In het derde lid, wordt «landsverordening» vervangen door «wet», wordt «aan de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door «aan de Staat» en wordt «in de Nederlandse Antillen» vervangen door: in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

R

In artikel 20, eerste lid, wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

S

In artikel 22, eerste lid, wordt «landsverordening» vervangen door «wet» en wordt «de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

T

In artikel 25 wordt «het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao» vervangen door: het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Bonaire.

U

In artikel 26 wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

V

In artikel 27 wordt «in de Nederlandse Antillen» vervangen door «in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

W

In artikel 28 wordt «de Nederlandse Antillen» telkens gewijzigd in «de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

X

In artikel 29, eerste lid, wordt «de Nederlandse Antillen» telkens gewijzigd in «de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

T

Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In het derde lid wordt «het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen» vervangen door: het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Curaçao, Aruba, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

U

In artikel 31, eerste lid, wordt de zinsnede «een Nederlands-Antilliaans binnenwater» vervangen door «een binnenwater in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

V

Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt als volgt te luiden:

  • 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij regeling van de minister aangewezen ambtenaren en andere personen. Een zodanige aanwijzing wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.

2. In het tweede lid wordt «bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

W

In artikel 33, eerste lid, wordt «honderdduizend gulden Nederlands Antilliaanse Courant» vervangen door «USD 56.000,–» en wordt in het tweede lid, «tienduizend gulden Nederlands Antilliaanse Courant» vervangen door: USD 5.600,–.

X

Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste, tweede en vierde lid, wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

2. In het vierde en vijfde lid wordt «het Wetboek van Strafvordering van de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: het Wetboek van Strafvordering BES.

Y

In artikel 35 wordt «landsbesluit houdende algemene regelen,» vervangen door «algemene maatregel van bestuur» en wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

Z

Artikel 37 komt te luiden:

Artikel 37

Deze wet wordt aangehaald als: Wet aansprakelijkheid olietankschepen BES.

Artikel 8.35

De Wet schadefonds olietankschepen BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste en tweede lid, wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

2. In het eerste lid, onder a, wordt «de Minister van Financiën» vervangen door: Onze Minister van Economische Zaken.

B

In artikel 2, tweede lid, wordt «in de Nederlandse Antillen» vervangen door «in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt «het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao» vervangen door: het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Bonaire.

C

In artikel 3, eerste lid, wordt «in de Nederlandse Antillen» vervangen door «in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt «het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao» vervangen door: het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Bonaire.

D

In artikel 4 wordt «Landsverordening aansprakelijkheid olietankschepen» vervangen door: Wet aansprakelijkheid olietankschepen BES.

E

In artikel 5, eerste lid, wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door «in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt «landsbesluit, houdende algemene regelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

F

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «landsverordening» vervangen door «wet», wordt «bij landsbesluit» vervangen door «bij ministeriële regeling» en wordt «de Curaçaosche Courant» vervangen door: de Staatscourant.

2. In het tweede lid wordt «landsbesluit, houdende algemene regelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

G

In artikel 8 wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

H

In artikel 10 wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

I

In artikel 11, eerste lid, wordt «honderdduizend gulden» vervangen door: USD 56.000,–.

J

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste, tweede en vierde lid, wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

2. In het vierde wordt «het Wetboek van Strafvordering van de Nederlandse Antillen» vervangen door: het Wetboek van Strafvordering BES.

3. In het vijfde lid vervalt de zinsnede: , behoudens, indien het een dagvaarding betreft, overeenkomstig het bepaalde in artikel 130, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering van de Nederlandse Antillen.

K

In artikel 13 wordt «landsbesluit houdende algemene regelen,» vervangen door «algemene maatregel van bestuur», wordt «landsverordening» telkens vervangen door «wet» en wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

L

Artikel 15 komt te luiden:

Artikel 15

Deze wet wordt aangehaald als: Wet schadefonds olietankschepen BES.

Artikel 8.36

De Wet overeenkomsten langs elektronische weg BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

2. In onderdeel c wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

B

In artikel 3 wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

C

In artikel 5, vierde lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

D

In artikel 7, tweede en derde lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» telkens vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

E

In artikel 8, derde lid, wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: de Staat.

F

In artikel 10, vierde lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

G

In artikel 11, derde lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

H

In artikel 12, tweede lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

I

In artikel 13, eerste en derde lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» telkens vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

J

Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «landsverordening» vervangen door «wet», wordt «landsbesluit» vervangen door «ministeriële regeling» en wordt «in het blad waarin van Landswege officiële berichten worden geplaatst» vervangen door: de Staatscourant.

2. In het vierde lid wordt na «Strafvordering» ingevoegd: BES.

K

In artikel 15, onder d, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

L

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «Wetboek van Strafvordering» vervangen door «Wetboek van Strafvordering BES», wordt «landsbesluit» vervangen door «ministeriële regeling» en wordt «in het blad waarin van Landswege officiële berichten worden geplaatst» vervangen door: de Staatscourant.

2. In het tweede lid wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

M

In artikel 17 wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

N

Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de Nederlandse Antillen» vervangen door: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES.

2. In het derde en vierde lid wordt «het Land» telkens vervangen door: de Staat.

O

In artikel 21 wordt «artikel 1165, ten vierde, van het Burgerlijk Wetboek van de Nederlandse Antillen» vervangen door: artikel 284 van het derde Boek van het Burgerlijk Wetboek BES.

P

In artikel 24, vijfde lid, wordt «Het Land» vervangen door: De Staat.

Q

In artikel 25, vijfde lid, wordt «Het Land» vervangen door: De Staat.

R

In artikel 27 wordt «het Land» vervangen door: de Staat.

S

In artikel 30 wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

T

In artikel 31, eerste lid, wordt «van ten hoogste tweehonderdvijftigduizend gulden» vervangen door «van de vijfde categorie», wordt in het tweede lid «van ten hoogste honderdvijftigduizend gulden» vervangen door «van de vijfde categorie» en wordt in het derde lid «van ten hoogste honderdduizend gulden» vervangen door: van de vijfde categorie.

U

In artikel 32, eerste lid wordt «van ten hoogste tweehonderdvijftigduizend gulden» vervangen door «van de vijfde categorie» en wordt in het tweede lid «van ten hoogste honderdduizend gulden» vervangen door: van de vijfde categorie.

V

In artikel 33 wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

W

Artikel 35 komt te luiden:

Artikel 35

Deze wet wordt aangehaald als: Wet overeenkomsten langs elektronische weg BES.

Artikel 8.37

De Wet inzake erkenning rechtspersoonlijkheid vreemde vennootschappen BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt «Het Rijksdeel de Nederlandse Antillen is niet een land, welks algemene verordeningen de werkelijke zetel in aanmerking neemt» vervangen door: De wetgeving van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba neemt niet de werkelijke zetel in aanmerking.

B

Artikel 3 wordt toegevoegd en komt te luiden:

Artikel 3

Deze wet wordt aangehaald als: Wet inzake erkenning rechtspersoonlijkheid vreemde vennootschappen BES.

Artikel 8.38

De Uitvoeringswet van het tussen Nederland en Groot-Britannië gesloten verdrag, houdende bepalingen tot het vergemakkelijken van het voeren van rechtsgedingen BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, tweede lid, wordt «Bovenwindsche eilanden» vervangen door: Sint Eustatius en Saba.

B

In artikel 2 wordt «kantonrechter» vervangen door «rechter in eerste aanleg» en wordt «den Gouverneur» vervangen door: de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

C

In artikel 3, eerste en tweede lid, wordt «kantonrechter» telkens vervangen door: rechter in eerste aanleg.

D

In het opschrift boven artikel 5 wordt «Curaçao» vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

E

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «Curaçaosch Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» vervangen door: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES, wordt het «hof van Justitie» vervangen door «het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt «op het eiland Curaçao» vervangen door: in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In het eerste lid wordt voorts «den kantonrechter» gewijzigd in «de rechter in eerste aanleg» en wordt «kantongerecht» vervangen door: Gerecht in eerste aanleg.

3. In het tweede lid wordt «Curaçaosch Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» vervangen door: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES.

4. In het derde lid wordt «Curaçao» vervangen door: Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

F

In artikel 6 wordt «kantonrechter» vervangen door: rechter in eerste aanleg.

G

In artikel 7, eerste en tweede lid, wordt «kantonrechter» telkens vervangen door: rechter in eerste aanleg.

H

In artikel 8, eerste en tweede lid, wordt «kantonrechter» telkens vervangen door: rechter in eerste aanleg.

I

In het opschrift boven artikel 10 wordt «den Curaçaoschen rechter» vervangen door: de rechter van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

J

In artikel 10, eerste tot en met vierde lid, wordt «kantonrechter» telkens vervangen door: rechter in eerste aanleg.

K

In artikel 11, tweede lid, wordt «kantonrechter» vervangen door: rechter in eerste aanleg.

L

In artikel 12 wordt «kantonrechter» vervangen door: rechter in eerste aanleg.

M

In artikel 16, eerste lid, wordt «den Curaçaoschen rechter» vervangen door «de rechter van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt «Curaçao» vervangen door: Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

N

In artikel 19 wordt «den Curaçaoschen rechter» vervangen door: de rechter van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

O

Na artikel 20 wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 21

Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet van het tussen Nederland en Groot-Britannië gesloten verdrag, houdende bepalingen tot het vergemakkelijken van het voeren van rechtsgedingen BES.

Artikel 8.39

De Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954 BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste en tweede lid wordt «Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de Nederlandse Antillen» vervangen door: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES.

2. In het tweede lid wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

B

In het opschrift boven artikel 7 wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

C

In artikel 11, tweede lid, wordt «Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de Nederlandse Antillen» vervangen door: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES.

D

In artikel 13 wordt «het Land» vervangen door: de Staat.

E

In het opschrift boven artikel 14 wordt «de Nederlands-Antilliaanse rechter» vervangen door: de rechter van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

F

Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «Nederlands-Antilliaanse rechter» vervangen door: de rechter van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In het tweede lid wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

G

In artikel 15 wordt «Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de Nederlandse Antillen» vervangen door: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES.

H

In artikel 17 wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

I

Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onder 3, wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

2. In het tweede lid wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

J

In artikel 20, eerste lid, wordt «landsverordening» vervangen door «wet» en wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

K

In artikel 21 wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door «de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt «op het eiland Curaçao» vervangen door: op het eiland Bonaire.

L

In artikel 25 wordt «het Land» vervangen door: de Staat.

M

Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. De puntkomma aan het slot van de aanhef, alsmede de onderdelen a en b worden vervangen door: de gezaghebber van het openbare lichaam van de gewone verblijfplaats, of bij gebreke daarvan de werkelijke verblijfplaats van de betrokkene.

N

Na artikel 28 wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 29

Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954 BES.

Artikel 8.40

De Uitvoeringswet van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijk beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 5 wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

B

Na artikel 8 wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 9

Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijk beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken BES.

Artikel 8.41

De Uitvoeringswet van de Europese Overeenkomst nopens het verstrekken van inlichtingen over buitenlands recht BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt «het Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen» vervangen door: het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

B

In artikel 2 wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door «de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

C

Na artikel 3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4

Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet van de Europese Overeenkomst nopens het verstrekken van inlichtingen over buitenlands recht BES.

Artikel 8.42

De Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

2. Na het tweede lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. In deze wet wordt, voor zover nodig, mede verstaan onder:

    a. het Burgerlijk Wetboek:

    het Burgerlijk Wetboek BES;

    b. het Faillissementsbesluit 1931:

    de Faillissementswet BES;

    c. het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering:

    het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES;

    d. het Wetboek van Koophandel:

    het Wetboek van Koophandel BES.

B

In de artikelen 20, 72, tweede zin, 73, eerste lid, 119 en 175 wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

C

Na artikel 178 wordt een titel toegevoegd, luidende:

Titel 9 Slotbepaling
Artikel 179

Deze wet wordt aangehaald als: Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek BES.

Artikel 8.43

De Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek BES, tweede gedeelte wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt «Landsverordening, regelende het overgangsrecht ter gelegenheid van de invoering van de Boeken 1, 3 en volgende van het Burgerlijk Wetboek,» vervangen door: Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek BES.

B

Na artikel 34 wordt een titel toegevoegd, luidende:

Titel 6 Slotbepaling
Artikel 35

Deze wet wordt aangehaald als: Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek BES, tweede gedeelte.

§ 2.2 Staats- en bestuursrecht
Artikel 8.44

De Wet administratieve rechtspraak BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 1, eerste lid, 2, eerste lid, 3, eerste lid, 6, 7, tweede lid, onderdeel h, 8, en 100 wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

B

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt «de Nederlandse Antillen en Aruba» vervangen door: Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

3. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. De algemene maatregel van rijksbestuur bedoeld in artikel 37 van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie is van toepassing op de administratieve rechtspraak, tenzij in deze wet anders is bepaald.

C

Artikel 2, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel a komt te luiden: de kamers en de verenigde vergadering van de Staten-Generaal.

2. In onderdeel d wordt «het Nederlands-Antilliaans Kiesreglement (P.B. 1989, no. 78), onderscheidenlijk in de kiesreglementen van de eilandgebieden» vervangen door: de Kieswet.

D

Artikel 4 vervalt.

E

In artikel 6, eerste lid, wordt «Het Landsbesluit kosteloze rechtskundige bijstand (P.B. 1959, no. 198)» vervangend door: De Wet kosteloze rechtskundige bijstand BES.

F

Artikel 7, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel p, wordt «en de vaststelling van de uitslag bij verkiezingen van leden van vertegenwoordigende organen» vervangen door: , de vaststelling van de uitslag bij de verkiezing van de leden van vertegenwoordigende organen, de benoemdverklaring in opengevallen plaatsen, de toelating van nieuwe leden van de eilandsraad, alsmede de verlening van tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling of ziekte.

2. In onderdeel q, wordt «Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomsten (P.B. 1972, nr. 111)» vervangen door: Wet beëindiging arbeidsovereenkomsten BES.

G

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. «Cessantialandsverordening (P.B. 1983, no. 85)» wordt vervangen door: Cessantiawet BES.

2. «landsverordeningen» wordt vervangen door: wetten.

H

Artikel 10 vervalt.

I

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid en het vierde lid wordt «landsbesluit» telkens vervangen door: koninklijk besluit.

2. In het tweede lid vervalt «, die de leeftijd van 30 jaren heeft bereikt».

3. Het derde lid, onderdeel a, vervalt.

4. Het vijfde lid komt te luiden:

  • 5. Op met redenen omkleed voorstel van het Hof kan de bijzondere rechter worden ontslagen:

    • 1°. wanneer zij de leeftijd van vijfenzestig jaren hebben bereikt;

    • 2°. indien zij uit hoofde van ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn om hun functies te vervullen;

    • 3°. bij het verlies van het Nederlanderschap;

    • 4°. wanneer zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf zijn veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd, die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;

    • 5°. wanneer zij bij een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele zijn gesteld, in staat van faillissement zijn verklaard, surseance van betaling hebben verkregen of wegens schulden zijn gegijzeld;

    • 6°. wegens handelen of nalaten, dat ernstig nadeel toebrengt aan de goede gang van zaken bij de rechtspraak of aan het in haar te stellen vertrouwen;

    • 7°. wanneer zij, na eerder wegens gelijke overtreding te zijn gewaarschuwd, de bepalingen overtreden waarbij hun:

      • a. het uitoefenen van enig beroep wordt verboden;

      • b. een vast en voortdurend verblijf wordt aangewezen;

      • c. verboden wordt zich in enig onderhoud of gesprek in te laten met partijen of haar advocaten, procureurs of gemachtigden, of enige bijzondere inlichting of schriftelijk stuk van hen aan te nemen;

      • d. de verplichting wordt opgelegd een geheim te bewaren.

5. In het zevende lid wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

J

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. De bijzondere rechters leggen de volgende eed of belofte af:

    «Ik zweer (beloof) getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de wettelijke regelingen, eerbied voor de rechterlijke autoriteiten, en dat ik geen zaak zal aanraden of verdedigen, die ik in gemoede niet gelove rechtvaardig te zijn.»

2. In het derde lid wordt «de Gouverneur» vervangen door: de president van het Hof.

K

In artikel 15, vijfde lid, onderdeel f, wordt «in de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: op Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

L

Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid worden «NAF 150» en «NAF 50» vervangen door respectievelijk «USD 84» en «USD 28».

2. In het eerste lid wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

M

In artikel 24, tweede lid, wordt «de Landsverordening openbaarheid van bestuur» vervangen door: de Wet openbaarheid van bestuur BES.

N

In de artikelen 40, eerste en derde lid, en 65, tweede lid, wordt «Het Landsbesluit tarieven in burgerlijke zaken (P.B. 987, no. 124)» telkens vervangen door: Het Besluit tarieven in burgerlijke zaken BES.

O

In de artikelen 40, vierde lid, en 50, achtste en twaalfde lid, wordt «Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» telkens vervangen door: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES.

P

In artikel 44, eerste lid, wordt «het Wetboek van Strafvordering» vervangen door: het Wetboek van Strafvordering BES.

Q

In artikel 57, vierde lid, onderdeel f, wordt «in de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: op Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

R

In artikel 58, tweede lid, wordt «het Landsbesluit op de gratis rechtsbijstand» vervangen door: de Wet kosteloze rechtskundige bijstand BES.

S

In artikel 101, eerste lid, wordt «het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen» vervangen door: het Wetboek van Strafrecht BES.

T

Artikel 103 komt te luiden:

Artikel 103

Deze wet wordt aangehaald als: Wet administratieve rechtspraak BES.

Artikel 8.45

De Advocatenwet BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 6, 7, 24, 26 en 54 wordt «het Hof van Justitie» telkens vervangen door: het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

B

Artikel 1, eerste en tweede lid, komen te luiden:

  • 1. Bevoegd om aan het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba schriftelijk inschrijving als advocaat te verzoeken is degene:

    • a. aan wie op grond van het met goed gevolg afleggen van een afsluitend examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs op het gebied van het recht door een universiteit als bedoeld in 23, eerste lid, Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie, de graad van Bachelor op het gebied van het recht en tevens de graad van Master op het gebied van het recht is verleend;

    • b. aan wie op grond van het met goed gevolg afleggen van een afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het recht aan een universiteit als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie, het recht om de titel meester te voeren heeft verkregen. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorts nadere regels worden gesteld aan de beroepsvereisten.

  • 2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen graden verleend door een universiteit of een hogeschool of daaraan gelijkwaardige getuigschriften worden aangewezen die voor de toepasselijkheid van het eerste lid, onder a, gelijk worden gesteld aan de in dat lid bedoelde graad Bachelor op het gebied van het recht.

C

In artikel 1, derde lid, vervalt het zinsdeel «, alsmede dezulke ter staving van zijn Nederlandse nationaliteit».

D

In artikel 2, derde lid, onderdeel b, wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

E

In artikel 2, vijfde lid, wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

F

Artikel 3, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. Zij leggen de volgende eed of belofte af:

    «Ik zweer (beloof) getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de wettelijke regelingen, eerbied voor de rechterlijke autoriteiten, en dat ik geen zaak zal aanraden of verdedigen, die ik in gemoede niet gelove rechtvaardig te zijn.»

G

Artikel 4, tweede en derde lid, komen te luiden:

  • 2. De afvoering van de lijst geschiedt ambtshalve, dan wel op vordering van de procureur-generaal:

    • a. bij overlijden van de advocaat;

    • b. indien de advocaat geen woonplaats meer heeft in Curaçao, Sint Maarten, of op Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

    • c. indien de advocaat een ambt of betrekking heeft aanvaard, waarmee de betrekking van advocaat onverenigbaar is;

    • d. indien blijkt dat een advocaat is ingeschreven terwijl hij niet voldeed aan de wettelijke vereisten;

    • e. wanneer de advocaat bij onherroepelijke uitspraak als zodanig van de lijst, bedoeld in artikel 2, is geschrapt.

  • 3. In de gevallen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b, c en d, hoort het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, alvorens een beslissing te nemen, de procureur-generaal.

H

In artikel 5 wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

I

In artikel 6 wordt «in de Nederlandse Antillen» vervangen door: in Curaçao of Sint Maarten of op Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

J

In artikel 6, vierde lid, wordt «de Landsaccountantsdienst uit te lokken» vervangen door: de deskundige, bedoeld in artikel 121, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES, te gelasten.

K

In artikel 11, eerste lid, wordt «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam.

L

Artikel 14, vijfde lid, komt te luiden: De Wet beëindiging arbeidsovereenkomsten BES is niet van toepassing op een met de stagiaire bestaande arbeidsovereenkomst.

M

Artikel 19 komt te luiden: Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van deze paragraaf nadere regelen worden vastgesteld. Daarbij kan de termijn, genoemd in artikel 16, worden verkort tot ten minste een jaar.

N

Artikel 21 komt te luiden:

Artikel 21
  • 1. De raad van toezicht en de raad van appel zijn gevestigd in de zittingsplaats van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Zij kunnen ook elders zitting houden.

  • 2. De raad van toezicht bestaat uit een voorzitter en twee leden, allen benoemd door Onze Minister van Justitie. Tot voorzitter zal een lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba worden benoemd.

  • 3. Als voorzitter van de raad van appel treedt op de president van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De raad van appel bestaat uit twee leden, benoemd door Onze Minister van Justitie.

  • 4. De voorzitter en de leden van de raad van toezicht en van de raad van appel, behalve de voorzitter van laatstgenoemde raad, worden benoemd voor een tijdvak van drie jaren. De aftredende leden zijn terstond benoembaar.

  • 5. Onze Minister van Justitie benoemt een plaatsvervangend voorzitter van de raad van toezicht en voldoende plaatsvervangende leden van de raad van toezicht en de raad van appel. Als plaatsvervangend voorzitter van de raad van appel zal optreden de wettelijke vervanger van de president van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

  • 6. De leden van de raad van toezicht en tenminste een lid van de raad van appel, alsmede hun plaatsvervangers, worden bij voorkeur benoemd uit bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba ingeschreven of gewezen advocaten.

  • 7. Onze Minister van Justitie kan leden van de raad van toezicht en leden van de raad van appel, alsmede de plaatsvervangers, in de uitoefening van dat ambt schorsen of ontslaan.

O

In artikel 22, zesde lid, wordt «Landsontvanger van het eilandgebied» vervangen door: de ontvanger, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel k, van de Belastingwet BES.

P

De artikelen 45 tot en met 51 vervallen.

Q

In artikel 52 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «in de Nederlandse Antillen» vervangen door: in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of in Curaçao en Sint Maarten.

2. Het derde lid vervalt.

R

Artikel 53 komt te luiden:

Artikel 53

Deze wet wordt aangehaald als: Advocatenwet BES.

Artikel 8.46

De Wet beëdigde vertalers BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 1, 5 en 8 wordt «Gouverneur» telkens vervangen door: de gezaghebber.

B

In artikel 2 vervalt «Nederlandsch-Indië of Suriname».

C

In artikel 4, tweede lid, wordt «op elk eiland van het gebiedsdeel» vervangen door: in elk openbaar lichaam.

D

Artikel 16 komt te luiden:

Artikel 16

Deze wet wordt aangehaald als: Wet beëdigde vertalers BES

Artikel 8.47

De Deurwaarderswet BES wordt als volgt gewijzigd.

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «door de Gouverneur bij landsbesluit» vervangen door: bij koninklijk besluit.

2. In het derde lid wordt «dit reglement» gewijzigd in: deze wet.

B

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste en tweede lid wordt «eilandgebied» en «eilandgebieden» vervangen door: openbaar lichaam respectievelijk openbare lichamen.

2. Het derde lid, komt te luiden:

  • 3. De benoeming van een deurwaarder, de aanwijzing van diens standplaats en een beschikking als bedoeld in het tweede lid, worden door de zorg van de griffier van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in de Curaçaosche Courant, de Staatscourant en in de openbare lichamen verschijnende nieuwsbladen bekendgemaakt.

C

In de artikelen 3, tweede lid, 9, derde lid, 12, vierde lid, 17, eerste lid en 18a wordt «De Minister van Justitie» dan wel «de Minister van Justitie» telkens vervangen door: Onze Minister.

D

Artikel 4 komt te luiden:

Artikel 4

Tot deurwaarder zijn benoembaar zij die de hoedanigheid van aspirant-deurwaarder bezitten en ten minste één jaar in die hoedanigheid werkzaam zijn geweest, en in het bezit zijn van een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in Titel II van de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaring omtrent het gedrag BES

E

In artikel 5 wordt «gehoorzaamheid aan de algemene landsverordeningen» vervangen door: gehoorzaamheid aan de wettelijke regelingen.

F

In de artikelen 6, eerste en vierde lid, 7, eerste lid, 8, derde lid, 9, tweede lid, 11, 12, vijfde lid, 17, derde en vierde lid, 18, zesde lid, 18a, eerste en derde lid, en 19 wordt «het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba» vervangen door: het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

G

Artikel 7a komt te luiden:

Artikel 7a

De President van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba is bevoegd een of meer geschikte en vertrouwde personen als waarnemend deurwaarder aan te wijzen tot het verrichten van vereiste werkzaamheden, daaronder begrepen die welke na elk eindvonnis nodig zijn.

H

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «het Korps Politie Nederlandse Antillen» vervangen door: het politiekorps van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In het eerste lid wordt «het eilandgebied» vervangen door: het openbaar lichaam.

3. In het derde lid, wordt na «Curaçaosche Courant» ingevoegd: , Staatscourant.

4. In het derde lid, wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

I

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «het eilandgebied of de eilandgebieden» vervangen door: het openbaar lichaam of de openbare lichamen.

2. In het derde lid wordt ««s lands volkenrechtelijke verplichtingen» vervangen door: volkenrechtelijke verplichtingen van de Staat.

3. Er worden vier leden toegevoegd, luidende:

  • 4. Een aanzegging kan uitsluitend ambtshalve geschieden. In verband met de vereiste spoed kan een aanzegging mondeling geschieden, in welk geval zij onverwijld schriftelijk wordt bevestigd.

  • 5. Van de aanzegging wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

  • 6. Is op het tijdstip waarop de deurwaarder een aanzegging ontvangt als bedoeld in het derde lid, de ambtshandeling nog niet verricht, dan heeft de aanzegging ten gevolge dat de deurwaarder niet bevoegd is tot het verrichten van deze ambtshandeling. Een ambtshandeling die is verricht in strijd met de eerste volzin is nietig.

  • 7. Is op het tijdstip waarop de deurwaarder een aanzegging ontvangt als bedoeld in het derde lid, de ambtshandeling reeds verricht en behelsde deze een beslagexploot, dan betekent hij deze aanzegging aanstonds aan degene aan wie het exploot is gedaan, heft het beslag op en maakt de gevolgen daarvan ongedaan. De kosten van de betekening van de aanzegging komen ten laste van de Staat.

J

Na artikel 12 wordt een nieuw artikel 12a ingevoegd, luidende:

Artikel 12a
  • 1. De deurwaarder is verplicht bij een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet toezicht bank- en kredietwezen Bonaire, Sint Eustatius en Saba een of meer bijzondere rekeningen aan te houden op zijn naam met vermelding van zijn hoedanigheid, die uitsluitend bestemd zijn voor gelden, die hij in verband met zijn werkzaamheden als zodanig ten behoeve van derden onder zich neemt. Gelden die aan de deurwaarder in verband met zijn werkzaamheden als zodanig ten behoeve van derden worden toevertrouwd, moeten op die rekening worden gestort. De bovenbedoelde kredietinstelling voegt de over de gelden gekweekte rente toe aan het saldo van de bijzondere rekening. Indien deze gelden abusievelijk op een andere rekening van de deurwaarder zijn gestort of indien ten onrechte gelden op de bijzondere rekening zijn gestort, is de deurwaarder verplicht deze onverwijld op de juiste rekening te storten. Hetzelfde geldt indien de gelden rechtstreeks in handen van de deurwaarder zijn gesteld. Indien meer deurwaarders in een maatschap samenwerken, kan de bijzondere rekening ten name van die deurwaarders tezamen, de maatschap of de vennootschap worden gesteld. De deurwaarder vermeldt het nummer van de bijzondere rekening op zijn briefpapier.

  • 2. De deurwaarder is bij uitsluiting bevoegd tot het beheer en de beschikking over de bijzondere rekening. De deurwaarder kan met een rechthebbende overeenkomen om zijn aandeel in het saldo van de bijzondere rekening periodiek uit te keren. Hij kan aan een onder zijn verantwoordelijkheid werkzame persoon volmacht verlenen. Ten laste van deze rekening mag hij slechts betalingen doen in opdracht van een rechthebbende.

  • 3. Het vorderingsrecht voortvloeiende uit de bijzondere rekening behoort toe aan de gezamenlijke rechthebbenden. Het aandeel van iedere rechthebbende wordt berekend naar evenredigheid van het bedrag dat te zijnen behoeve op de bijzondere rekening is gestort. De deurwaarder of, indien het een gezamenlijke rekening als bedoeld in het eerste lid, zesde volzin betreft, iedere deurwaarder, is verplicht een tekort in het saldo van de bijzondere rekening terstond aan te vullen, en hij is ter zake daarvan aansprakelijk, tenzij hij aannemelijk kan maken dat hem ter zake van het ontstaan van het tekort geen verwijt treft.

  • 4. Een rechthebbende heeft voor zover uit de aard van zijn recht niet anders voortvloeit, te allen tijde recht op uitkering van zijn aandeel in het saldo van de bijzondere rekening. Is het saldo van de bijzondere rekening niet toereikend om aan iedere rechthebbende het bedrag van zijn aandeel uit te keren, dan mag de deurwaarder aan de rechthebbende slechts zoveel uitkeren als in verband met de rechten van de andere rechthebbenden mogelijk is. In dat geval wordt het saldo onder de rechthebbenden verdeeld naar evenredigheid van ieders aandeel, met dien verstande dat, indien een deurwaarder zelf rechthebbende is, hem slechts wordt toegedeeld hetgeen overblijft, nadat de andere rechthebbenden het hun toekomende hebben ontvangen.

  • 5. Er kan geen derdenbeslag worden gelegd onder de in het eerste lid bedoelde kredietinstelling op het aandeel van een rechthebbende in de bijzondere rekening. Is onder de deurwaarder derdenbeslag gelegd op het aandeel van een rechthebbende in de bijzondere rekening, dan kan de deurwaarder die overeenkomstig de artikelen 476a en 477 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES verklaring heeft gedaan of die is veroordeeld overeenkomstig artikel 477a van dat wetboek, zonder opdracht van de rechthebbende overeenkomstig de verklaring of veroordeling betalen aan de executant.

  • 6. Rechtshandelingen verricht in strijd met de bepalingen van dit artikel zijn vernietigbaar. De vernietigingsgrond kan worden ingeroepen door iedere rechtstreeks belanghebbende. Rechten, door derden te goeder trouw anders dan om niet verkregen op gelden die het voorwerp waren van de vernietigde rechtshandeling, worden geëerbiedigd.

  • 7. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de wijze van berekening en uitkering van de rente van de op de bijzondere rekening gestorte gelden. Beneden een bij de regeling te bepalen bedrag is geen rente verschuldigd.

  • 8. Van de bepalingen van dit artikel en van de in het zevende lid bedoelde regels kan niet worden afgeweken.

K

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «bij landbesluit houdende algemene maatregelen» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

2. Het derde lid vervalt.

L

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede wordt «de Gouverneur» vervangen door: de President van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In het derde lid wordt «Gouverneur» vervangen door: Onze Minister van Justitie

3. In het vierde lid wordt «de Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht (P.B. 1964, 159)» vervangen door: de Wet materieel ambtenarenrecht BES.

M

Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. Zolang de regelen bedoeld in het eerste lid, niet zijn vastgesteld, kan tot

    • a. adspirant-deurwaarder worden benoemd: degene die, gehoord de president van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, geschikt wordt geacht en die met een deurwaarder een overeenkomst heeft gesloten om op diens kantoor werkzaam te zijn;

    • b. adspirant-strafdeurwaarder worden benoemd: degene die, gehoord de procureur-generaal bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, geschikt wordt geacht.

4. Het vierde lid vervalt.

N

In artikel 18, tweede lid, wordt «eilandgebied of de eilandgebieden» vervangen door: openbaar lichaam of de openbare lichamen.

O

In de artikelen 20 en 21 wordt «dit landsbesluit» telkens vervangen door: deze wet.

P

Artikel 22, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Deze wet wordt aangehaald als: Deurwaarderswet BES.

Artikel 8.48

De Wet hazardspelen BES I wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. De aanduiding «1.» voor het eerste lid vervalt. Na de punt wordt een volzin toegevoegd, luidende: De vergunning is persoonlijk en niet voor overdracht vatbaar.

2. Het tweede lid vervalt.

B

De artikelen 1a en 2 vervallen.

C

In artikel 3 wordt «het eilandgebied» vervangen door «het openbaar lichaam» en de tweede volzin vervalt.

D

Artikel 5 vervalt.

E

In artikel 5a wordt «het Burgerlijk Wetboek» vervangen door: het Burgerlijk Wetboek BES.

F

Artikel 6 komt te luiden:

Artikel 6

Deze wet wordt aangehaald als: Wet hazardspelen BES I

Artikel 8.49

De Wet hazardspelen BES II wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt «De Gouverneur» vervangen door: Het bestuurscollege.

B

Artikel 5 vervalt.

C

Artikel 6 komt te luiden:

Artikel 6

Deze wet wordt aangehaald als: Wet Hazardspelen BES II

Artikel 8.50

De Wet speelvergunningsrecht hazardspelen BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 komt te luiden:

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder

a. speelvergunningsrecht:

het bij hazardspelen als bedoeld in de Wet hazardspelen I ten behoeve van het openbaar lichaam te heffen recht;

b. vergunninghouder:

degene aan wie een vergunning is verleend op grond van artikel 1 van de Wet hazardspelen BES I.

B

Artikel 2 komt te luiden:

Artikel 2

Het speelvergunningsrecht is aan het openbaar lichaam verschuldigd dat de vergunning heeft verleend aan de vergunninghouder.

C

In de artikelen 3 en 5 wordt «bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen» vervangen door: bij eilandsverordening.

D

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «deze landsverordening» vervangen door: deze wet.

2. In het tweede lid wordt «in de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: op Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

E

In artikel 7 wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

F

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «het bestuurscollege» vervangen door: de eilandsraad.

2. In het tweede lid wordt «Nederlandse Antillen» vervangen door:op Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

G

Artikel 9 komt te luiden:

Artikel 9

Deze wet wordt aangehaald als: Wet speelvergunningsrecht hazardspelen BES

Artikel 8.51

De Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 1, 2, eerste lid, onderdeel b, 15, eerste lid, en 30, eerste lid, wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

B

In de artikelen 2, eerste lid, 10, 14, 15, 17, 18, 19, 21, 23 en 24 wordt «de Minister van Justitie» telkens vervangen door: Onze Minister van Justitie.

C

In de artikelen 2, 3, 8a, wordt «Nederlands-Antilliaanse rechters» telkens vervangen door «rechters in het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en «Nederlands-Antilliaanse rechter»: rechter in het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

D

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. De leiding van de dienst berust bij Onze Minister van Justitie. De procureur-generaal is belast met het beheer van de strafregisters, en de officier van justitie met het beheer van de strafkaarten, ieder voor zijn bevoegdheidsgebied.

2. Er wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Onze Minister van Justitie treft de nodige maatregelen opdat de gegevens, bedoeld in het tweede lid, gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, juist en nauwkeurig zijn. Hij verbetert of verwijdert de gegevens dan wel vult deze aan of schermt deze af indien hem blijkt dat deze onjuist of onvolledig zijn.

E

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. «het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen» wordt telkens vervangen door: het Wetboek van Strafrecht BES;

2. In het vierde lid wordt «in de Nederlandse Antillen» vervangen door «op Bonaire, Sint Eustatius en Saba» en vervalt «naar Nederlands Antilliaans recht».

F

In artikel 3, tweede lid, wordt «in de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: op Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

G

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt «het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen» vervangen door: het Wetboek van Strafrecht BES.

2. In het vierde lid wordt «het landsbesluit» vervangen door: het daartoe strekkende koninklijk besluit.

3. Het vierde lid vervalt.

H

In artikel 8a wordt «in de Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: op Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

I

Artikel 11, onderdeel b, komt te luiden:

  • b. indien de daarop geregistreerde feiten misdrijven zijn, die gestraft zijn met een geldboete van niet meer dan 50 NAF of een boete van de eerste categorie, terwijl er acht jaren zijn verstreken sinds de dag van het eindvonnis, zonder dat er een nieuw proces-verbaal of politieel rapport is geregistreerd.

J

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Onze Minister van Justitie verstrekt inlichtingen uit het strafkaartsysteem en de strafregisters aan:

    • a. rechters in het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en andere rechterlijke ambtenaren buiten de zittingsplaatsen van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, ten behoeve van de strafrechtspleging;

    • b. de gezaghebbers van de openbare lichamen.

2. In het derde lid wordt

a. «De justitiële documentatiedienst» vervangen door: Onze Minister van Justitie

b. «door de minister van justitie» telkens vervangen door: bij ministeriële regeling.

K

Artikel 13 komt te luiden:

Artikel 13
  • 1. Voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang en voor de goede taakuitoefening van degene aan wie inlichtingen uit het strafkaartsysteem en de strafregisters worden verstrekt, kunnen bij ministeriële regeling personen of instanties die met een publieke taak zijn belast, worden aangewezen aan wie bedoelde inlichtingen worden verstrekt. Daarbij kunnen nadere voorschriften worden gegeven in verband met de verwerking en verdere verwerking.

  • 2. De inlichtingen worden niet voor een ander doel gebruikt dan waarvoor zij zijn verstrekt, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.

L

Na artikel 14 wordt een nieuwe titel ingevoegd, luidende:

TITEL IA RECHTEN VAN DE BETROKKENE OP KENNISNEMING EN VERBETERING
Artikel 14a
  • 1. Onze Minister van Justitie deelt een ieder op diens verzoek binnen vier weken mede of en zo ja welke gegevens deze persoon betreffende strafregisters zijn vastgelegd.

  • 2. De mededeling, bedoeld in het eerste lid, wordt niet gedaan in schriftelijke vorm, tenzij het betreft een weigering om mededeling te doen.

  • 3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het verzoek en de wijze van kennisneming.

Artikel 14b
  • 1. Elke verstrekking van inlichtingen op grond van de artikelen 12 en 13 wordt vastgelegd en gedurende ten minste een jaar vastgelegd.

  • 2. Onze Minister van Justitie deelt een ieder op diens verzoek schriftelijk binnen vier weken mede of hem betreffende inlichtingen in het jaar voorafgaande aan het verzoek, zijn verstrekt.

Artikel 14c
  • 1. Bij de behandeling van verzoeken als bedoeld in artikelen 14a en 14b, draagt Onze Minister van Justitie zorg voor een deugdelijke vaststelling van identiteit van de verzoeker.

  • 2. De verzoeken worden ten aanzien van minderjarigen die de leeftijd van zestien jaren nog niet hebben bereikt, en ten aanzien van onder curatele gestelden gedaan door hun wettelijke vertegenwoordigers. De betrokken mededeling geschiedt eveneens aan de wettelijke vertegenwoordigers.

  • 3. De verzoeken kunnen tevens worden gedaan door een advocaat aan wie de betrokkene een bijzondere machtiging heeft verleend met het oog op de uitoefening van zijn rechten krachtens deze wet en die het verzoek uitsluitend doet met de bedoeling de belangen van zijn cliënt te behartigen. De betrokken mededeling geschiedt aan de advocaat. Bij ministeriële regeling kunnen aan de bijzondere machtiging nadere eisen worden gesteld.

Artikel 14d

Een mededeling als bedoeld in de artikelen 14a en 14b blijft achterwege voor zover dit noodzakelijk is in het belang van:

  • a. de veiligheid van de staat,

  • b. het voorkomen, opsporen en vervolgen van strafbare feiten,

  • c. het toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften die zijn gesteld ten behoeve van de belangen, bedoeld onder b, of

  • d. de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen.

Artikel 14e
  • 1. Degene aan wie overeenkomstig artikel 14b kennis is gegeven van hem betreffende inlichtingen, kan Onze Minister van Justitie schriftelijk verzoeken om deze te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen of af te schermen, indien deze feitelijk onjuist zijn, voor het doel van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wel in strijd met een wettelijk voorschrift zijn verwerkt. Het verzoek bevat de aan te brengen wijzigingen.

  • 2. Onze Minister van Justitie bericht de verzoeker binnen vier weken na ontvangst van het verzoek schriftelijk of, dan wel in hoeverre, hij daaraan voldoet. Artikel 29, eerste lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens BES is van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Onze Minister van Justitie draagt zorg dat een beslissing tot verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming zo spoedig mogelijk wordt uitgevoerd.

Artikel 14f

Een schriftelijke beslissing op een verzoek als bedoeld in de artikelen 14a, 14b of 14e geldt als een beschikking, bedoeld in artikel 3 van de Wet administratieve rechtspraak BES.

Artikel 14g
  • 1. Indien een verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming als bedoeld in artikel 14e is uitgevoerd, doet Onze Minister van Justitie het aan de personen of instanties, bedoeld in de artikelen 12 en 13 in het jaar voorafgaand aan het verzoek en in de sinds dat verzoek verstreken periode de betrokken inlichtingen zijn verstrekt, zo spoedig mogelijk mededeling van deze verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming, tenzij dit onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost.

  • 2. Onze Minister van Justitie deelt aan de verzoeker en voor zover van toepassing aan de wettelijk vertegenwoordiger desgevraagd mede aan wie hij de mededeling heeft gedaan.

Artikel 14h
  • 1. Onze Minister van Justitie kan voor de mededeling, bedoeld in de artikelen 14a en 14b, een vergoeding van kosten verlangen die niet hoger is dan een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag. Daarbij wordt tevens de wijze van betaling bepaald.

  • 2. De vergoeding wordt teruggegeven ingeval Onze Minister op verzoek van de betrokkene, of op bevel van de rechter tot verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming is overgegaan of wanneer het verzoek moet worden geweigerd op grond van artikel 14d.

M

In artikel 15, tweede lid, wordt «het eilandgebied» vervangen door: het openbaar lichaam.

N

In artikel 16 wordt «eilandgebied» vervangen door «openbaar lichaam», en «de Nederlandse Antillen» door: Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

O

In artikel 19, tweede lid, wordt «het blad waarin de officiële berichten de overheid worden geplaatst» vervangen door: de Staatscourant.

P

In artikel 20 wordt «van een ander eilandgebied» vervangen door: een ander openbaar lichaam.

Q

Artikel 25 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. De betrokkene kan binnen veertien dagen na ontvangst van de mededeling, bedoeld in artikel 24, tweede lid, daartegen een klaagschrift indienen bij het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In het derde lid wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

R

In artikel 27, tweede lid, vervalt «of zaakwaarnemer».

S

Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «ten hoogste twaalfhonderd gulden» vervangen door: de tweede categorie.

2. In het derde lid wordt «ten hoogste zeshonderd gulden» vervangen door: de eerste categorie.

T

In artikel 32 wordt «’s Lands kas» vervangen door: ’s Rijks kas.

U

Artikel 33 komt te luiden:

Artikel 33

Deze wet wordt aangehaald als: Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES.

Artikel 8.52

De Wet kosteloze rechtskundige bijstand BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In het tweede lid wordt «het Wetboek van Strafvordering (P.B. 1996, no. 164)» vervangen door: het Wetboek van Strafvordering BES.

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «Curaçao» vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. In het tweede lid wordt «dit landsbesluit» vervangen door: deze wet.

3. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. De betrokkene die een kaart, bedoeld in het eerste lid, wenst te verkrijgen, wendt zich daartoe tot Onze Minister van Justitie, onder overlegging van een verklaring, die door een ten aanzien van de betrokkene bevoegde belastingdienst is afgegeven, waaruit de hoogte van het zuiver inkomen op grond van, dan wel overeenkomstig, de bepalingen van de Wet op de inkomstenbelasting BES blijkt.

4. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Voor de toepassing van deze wet wordt onder on- of minvermogende verstaan: degene wiens inkomen gelijk is aan of minder bedraagt dan het bruto minimumloon, genoemd in artikel 9, eerste lid, van de Wet minimumlonen BES.

5. In het vijfde lid wordt «de minister van justitie» vervangen door: Onze Minister van Justitie.

C

Artikel 2a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste, tweede en derde lid komen te luiden:

  • 1. In afwijking van artikel 2 kan ten aanzien van een geschil voortvloeiende uit een overeenkomst tot het verrichten van arbeid, diegene wiens bruto inkomen per jaar uit arbeid niet meer dan USD 6.704 bedraagt, aanspraak maken op een kaart die recht geeft op kosteloze rechtsbijstand.

  • 2. Degene wiens bruto inkomen per jaar meer bedraagt dan USD 6.704 maar niet meer dan USD 12.570 aanspraak maken op de kaart, bedoeld in het eerste lid, mits hij aan de ontvanger, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel k, van de Belastingwet BES, een eigen bijdrage heeft voldaan van:

    • a. USD 28 als het bruto inkomen per jaar meer bedraagt dan USD 6.704 maar niet meer dan USD 8.380;

    • b. USD 70 als het bruto inkomen per jaar meer bedraagt dan USD 8.380 maar niet meer dan USD 9.777;

    • c. USD 126 als het bruto inkomen per jaar meer bedraagt dan USD 9.777 maar niet meer dan USD 11.173;

    • d. USD 196 als het bruto inkomen per jaar meer bedraagt dan USD 11.173 maar niet meer dan USD 12.570;

  • 3. Onder inkomen, bedoeld in het eerste en het tweede lid, wordt verstaan:

    • a. alle inkomen uit arbeid, waaronder begrepen nevenbetrekkingen, van de belanghebbende, zoals het naar tijdsruimte vastgestelde loon, het vakantiegeld, provisie, winstbonussen en dergelijke, die als grondslag dienen voor de inkomstenbelasting, met uitzondering van de vergoeding van overwerk en de toeslag, bedoeld in artikel 11, negende lid, van de Arbeidswet 2000 BES;

    • b. andere inkomsten dan inkomsten uit arbeid, indien die andere inkomsten ten opzichte van het inkomen uit arbeid, bedoeld in onderdeel a, tenminste ééntiende deel van het totale bruto inkomen van de belanghebbende uitmaken.

2. In het vierde lid wordt

a. «het Departement van Arbeid en Sociale Zaken» vervangen door: Onze Minister van Justitie;

b. «Landsontvanger» vervangen door: de ontvanger, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel k, van de Belastingwet BES.

c. «het Burgerlijk Wetboek van de Nederlandse Antillen» vervangen door: het Burgerlijk Wetboek BES.

D

In artikel 3 wordt:

1. «het Departement van Arbeid en Sociale Zaken» vervangen door: Onze Minister van Justitie.

2. «het Wetboek van Strafvordering» vervangen door: het Wetboek van Strafvordering BES.

E

Artikel 4 komt te luiden:

Artikel 4

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de verlening van kosteloze rechtskundige bijstand.

F

Artikel 5 vervalt.

G

Artikel 6a wordt als volgt gewijzigd:

a. «dit landsbesluit» telkens vervangen door: deze wet.

b. in het tweede lid wordt «’s Lands kas» vervangen door «’s Rijks kas» en vervalt «door het Land».

H

In artikel 6b, tweede lid, wordt «Bij landsbesluit houdende algemene maatregelen» vervangen door: Bij algemene maatregel van bestuur.

I

Artikel 6c komt te luiden:

Artikel 6c

Op de rechtskundige bijstand voor in verzekering gestelde personen is uitsluitend het Besluit toevoeging in strafzaken BES van toepassing.

J

Artikel 7 komt te luiden:

Artikel 7

Deze wet wordt aangehaald als: Wet kosteloze rechtskundige bijstand BES.

Artikel 8.53

De Loterijwet BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 1, eerste lid, 1a, 10 en 11 wordt «verordening» vervangen door: wet.

B

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «het eilandgebied» vervangen door: het openbaar lichaam

2. In het tweede lid wordt «in het eilandgebied» vervangen door: «op Bonaire, Sint Eustatius of Saba».

3. In het derde lid wordt «Bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen» vervangen door «Bij eilandsverordening» en «in het eilandgebied»: op Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

C

In artikel 5 wordt «Bij eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen kunnen algemene maatregelen worden gegeven» vervangen door «Bij eilandsverordening kunnen voorschriften worden gegeven» en wordt «bij eilandsbesluit» vervangen door: eilandsverordening.

D

In artikel 7 wordt «ten hoogste duizend gulden» vervangen door: een geldboete van de tweede categorie.

E

In artikel 8bis wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

F

Artikel 12 vervalt.

G

Artikel 13 komt te luiden:

Artikel 13

Deze wet wordt aangehaald als: Loterijwet BES.

Artikel 8.54

De Wet op het notarisambt BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 komt te luiden:

In deze wet wordt verstaan onder:

a. Hof van Justitie:

het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

b. Burgerlijk Wetboek:

het Burgerlijk Wetboek Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

c. Onze Minister:

Onze Minister van Justitie;

d. stageverklaring:

de verklaring van de volbrachte werktijd van drie jaar, bedoeld in artikel 9, derde lid.

B

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «door de Gouverneur» vervangen door: bij koninklijk besluit.

2. Het tweede en het derde lid komen te luiden:

  • 2. De notaris is met ingang van de eerstvolgende maand na het bereiken van de leeftijd van vijfenzestig jaar van rechtswege ontslagen.

  • 3. Aan de notaris die voor het bereiken van de in het tweede lid genoemde leeftijd ontslag verzoekt, wordt ontslag verleend bij koninklijk besluit, dat tevens de datum van ingang van het ontslag vermeldt.

C

Artikel 4, eerste en tweede lid, komt te luiden:

  • 1. In het besluit van de benoeming wordt het openbaar lichaam, waarbinnen de notaris zijn ambt uitoefent, als standplaats aangewezen. Indien Saba en Sint Eustatius betreft, worden beide openbare lichamen genoemd als standplaats.

  • 2. Het aantal notarisstandplaatsen bedraagt voor Bonaire ten hoogste twee en voor Saba en Sint Eustatius samen ten hoogste één.

D

In artikel 6, derde lid, wordt «artikel 738 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» vervangen door: artikel 878 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES.

E

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «eilandgebied» vervangen door «openbaar lichaam» en «landsontvanger» wordt vervangen door: ontvanger, bedoeld in artikel 1.3, onderdeel k, van de Belastingwet BES.

2. In het vierde en vijfde lid, wordt «de Gouverneur» telkens vervangen door: Onze Minister.

F

Artikel 8 komt te luiden:

Artikel 8

Voor de benoembaarheid is vereist een stageverklaring, tenzij het een herbenoeming van een eervol ontslagen notaris betreft, dan wel de benoeming van een notaris op een standplaats in een ander openbaar lichaam.

G

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. In eerste en tweede lid, wordt «de Gouverneur» vervangen door: Onze Minister.

2. Het derde lid, komt te luiden:

  • 3. Bij het verzoek, bedoeld in het eerste lid, moeten worden overgelegd:

    • a. een uittreksel uit het bevolkingsregister;

    • b. een getuigschrift waaruit blijkt dat met goed gevolg één van de examens, bedoeld in artikel 14, onderdelen a tot en met c, is afgelegd;

    • c. een verklaring omtrent het gedrag, bedoeld in titel II van de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES;

    • d. verklaring of verklaringen van de volbrachte werktijd van drie jaar op een notaris-kantoor in Curaçao, Sint Maarten, of op Bonaire, Sint Eustatius of Saba, afgegeven door de notaris of notarissen bij wie de belanghebbende werkzaam is geweest, bevestigd door de Voorzitter van de Kamer van Toezicht.

I

In artikel 10 wordt «de Gouverneur» telkens vervangen door: Onze Minister.

J

Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel a, komt te luiden:

  • a. hetzij, aan wie op grond van het met goed gevolg afleggen van een afsluitend examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs op het gebied van het recht door een universiteit als bedoeld in 23, eerste lid, Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie, de graad van Bachelor op het gebied van het recht en tevens de graad van Master op het gebied van het recht is verleend;

2. Onder verlettering van de onderdelen b en c tot onderdelen c en d, wordt een nieuw onderdeel b ingevoegd, luidende:

  • b. aan wie op grond van het met goed gevolg afleggen van een afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het recht aan een universiteit als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie, het recht om de titel meester te voeren heeft verkregen.

K

In artikel 15, tweede lid, wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: Curaçao, Sint Maarten, de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

L

In artikel 28, vierde lid, wordt de «Nederlandse Antillen» vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

M

In artikel 36, tweede lid, wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

N

In artikel 42 wordt «het Burgerlijk Wetboek» vervangen door: het Burgerlijk Wetboek BES.

O

In artikel 43, tweede lid, wordt «eilandgebied» telkens vervangen door: openbaar lichaam.

P

In artikel 53, eerste lid, en tweede lid, onderdeel c, wordt «Verordening op het Testamentenregister (P.B. 1919, no. 28)» onderscheidenlijk «Verordening op het Testamentenregister» vervangen door: Wet op het testamentenregister BES.

Q

Artikel 54, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. De Kamer van Toezicht is gevestigd in de vestigingsplaats van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De Kamer van Toezicht kan ook elders zitting houden.

R

In artikel 55 wordt «de Minister» telkens vervangen door: Onze Minister.

S

Artikel 57, zevende lid, komt te luiden:

  • 7. De geldboete komt ten bate van het Rijk en wordt ingevorderd met overeenkomstige toepassing van titel 5 van hoofdstuk VIII van de Belastingwet BES.

T

In artikel 64, eerste lid, wordt «door de Gouverneur» vervangen door: bij koninklijk besluit.

U

Artikel 73, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. In elk van de openbare lichamen wordt in het gebouw waarin het Gerecht zitting houdt, of in een andere daardoor door Onze Minister aangewezen gebouw, een algemene bewaarplaats van minuten, registers en repertoria ingericht, die onder toezicht van de Kamer van Toezicht staat.

V

In artikel 76, derde lid, wordt «het Land» vervangen door: het Rijk.

W

Na artikel 76 wordt een nieuw artikel 76a ingevoegd, luidende:

Artikel 76a
  • 1. De notaris is verplicht bij een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet toezicht bank- en kredietwezen BES kredietinstelling een of meer bijzondere rekeningen aan te houden op zijn naam met vermelding van zijn hoedanigheid, die uitsluitend bestemd zijn voor gelden, die hij in verband met zijn werkzaamheden als zodanig onder zich neemt. Gelden die aan de notaris in verband met zijn werkzaamheden als zodanig ten behoeve van derden worden toevertrouwd, moeten op die rekening worden gestort. De bovenbedoelde kredietinstelling voegt de over de gelden gekweekte rente toe aan het saldo van de bijzondere rekening. Indien deze gelden abusievelijk op een andere rekening van de notaris zijn gestort of indien ten onrechte gelden op de bijzondere rekening zijn gestort, is de notaris verplicht deze onverwijld op de juiste rekening te storten. Hetzelfde geldt indien de gelden rechtstreeks in handen van de notaris zijn gesteld. Indien meer notarissen in een maatschap samenwerken, kan de bijzondere rekening ten name van die notarissen tezamen, de maatschap of vennootschap worden gesteld. In geval van samenwerking met beoefenaren van een ander beroep moet uit de tenaamstelling van de bijzondere rekening blijken dat de notaris deze rekening houdt. De notaris vermeldt het nummer van de bijzondere rekening op zijn briefpapier.

  • 2. De notaris is bij uitsluiting bevoegd tot het beheer en de beschikking over de bijzondere rekening. Hij kan aan een onder zijn verantwoordelijkheid werkzame persoon volmacht verlenen. Ten laste van deze rekening mag hij slechts betalingen doen in opdracht van een rechthebbende.

  • 3. Het vorderingsrecht voortvloeiende uit de bijzondere rekening behoort toe aan de gezamenlijke rechthebbenden. Het aandeel van iedere rechthebbende wordt berekend naar evenredigheid van het bedrag dat te zijnen behoeve op de bijzondere rekening is gestort. De notaris of, indien het een gezamenlijke rekening als bedoeld in het eerste lid, zesde volzin betreft, iedere notaris, is verplicht een tekort in het saldo van de bijzondere rekening terstond aan te vullen, en hij is ter zake daarvan aansprakelijk, tenzij hij aannemelijk kan maken dat hem ter zake van het ontstaan van het tekort geen verwijt treft.

  • 4. Een rechthebbende heeft voor zover uit de aard van zijn recht niet anders voortvloeit, te allen tijde recht op uitkering van zijn aandeel in het saldo van de bijzondere rekening. Is het saldo van de bijzondere rekening niet toereikend om aan iedere rechthebbende het bedrag van zijn aandeel uit te keren, dan mag de notaris aan de rechthebbende slechts zoveel uitkeren als in verband met de rechten van de andere rechthebbenden mogelijk is. In dat geval wordt het saldo onder de rechthebbenden verdeeld naar evenredigheid van ieders aandeel, met dien verstande dat, indien een notaris zelf rechthebbende is, hem slechts wordt toegedeeld hetgeen overblijft, nadat de andere rechthebbenden het hun toekomende hebben ontvangen.

  • 5. Er kan geen derdenbeslag worden gelegd onder de in het eerste lid bedoelde kredietinstelling op het aandeel van een rechthebbende in de bijzondere rekening. Is onder de notaris derdenbeslag gelegd op het aandeel van een rechthebbende in de bijzondere rekening, dan kan de notaris die overeenkomstig de artikelen 476a en 477 van het Wetboek vanBurgerlijke Rechtsvordering BES verklaring heeft gedaan of die is veroordeeld overeenkomstig artikel 477a van dat wetboek, zonder opdracht van de rechthebbende overeenkomstig de verklaring of veroordeling betalen aan de executant.

  • 6. Rechtshandelingen verricht in strijd met de bepalingen van dit artikel zijn vernietigbaar. De vernietigingsgrond kan worden ingeroepen door iedere rechtstreeks belanghebbende. Rechten, door derden te goeder trouw anders dan om niet verkregen op gelden die het voorwerp waren van de vernietigde rechtshandeling, worden geëerbiedigd.

  • 7. Onze Minister kan regels vaststellen met betrekking tot de wijze van berekening en uitkering van de rente van de op de bijzondere rekening gestorte gelden.

  • 8. Van de bepalingen van dit artikel en van de in het zevende lid bedoelde regels kan niet worden afgeweken.

X

Artikel 78, tweede, derde, en vierde lid komen te luiden:

  • 2. Hij die opzettelijk de geheimhouding, bedoeld in het eerste lid, schendt wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de derde categorie.

  • 3. Hij aan wiens schuld schending van de geheimhouding is te wijten is, wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.

  • 4. Hij die zonder daartoe gerechtigd te zijn de titel van notaris voert, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

Y

Artikel 79 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam.

2. In het tweede lid vervalt «het eilandgebied» en wordt «eilandgebieden» vervangen door: openbare lichamen.

3. In het derde, vierde, zesde en zevende lid wordt «deze landsverordening» telkens vervangen door: de Landsverordening op het notarisambt.

4. Het vijfde lid vervalt.

5. In het negende lid wordt «het Reglement op het Notarisambt in de Nederlandse Antillen» en «dat reglement» telkens vervangen door: de Landsverordening op het notarisambt.

Z

Artikel 80 komt te luiden:

Artikel 80

Deze wet wordt aangehaald als: Wet op het notarisambt BES.

Artikel 8.55

De Onteigeningswet BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 komt te luiden:

Artikel 1

Onteigening ten algemene nutte kan in het publiek belang van de openbare lichamen plaats hebben.

B

In de artikelen 3, 18, 46, 47 en 48 wordt «het Burgerlijk Wetboek» telkens vervangen door: het Burgerlijk Wetboek BES.

C

In de artikelen 5, 30, 46 en 53 wordt «Burgerlijk Wetboek van Rechtsvordering» telkens vervangen door: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES

D

In artikel 7 wordt «Gouverneur» vervangen door «Onze Minister wie het aangaat» en wordt «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam.

E

Artikel 8, eerste en tweede lid, komen te luiden:

  • 1. Gedurende eenentwintig dagen worden die plannen en kaarten op het bestuurskantoor van het openbaar lichaam ter inzage van een ieder gelegd.

  • 2. Van die terinzagelegging wordt door de gezaghebber in een ter plaatse verspreid wordend nieuws- of advertentieblad kennisgegeven of op de voor publicatie van officiële mededelingen gebruikelijke wijze kennisgegeven.

F

Artikel 9 komt te luiden:

Artikel 9

Gedurende de termijn, genoemd in artikel 8, eerste lid, alsmede gedurende veertien dagen na verloop daarvan, kunnen bezwaren tegen de voorgenomen onteigening en het plan van het werk schriftelijk worden opgegeven aan de gezaghebber. Deze brengt die bezwaren ten spoedigste ter kennis van Onze Minister wie het aangaat en voegt er zijn advies over de ingebrachte bezwaren bij.

G

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt «of administrateur».

2. In het tweede lid wordt «’s Lands kas» vervangen door «’s Rijks kas» en wordt «Land» vervangen door: Rijk.

H

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «der landsverordening» vervangen door: van wet.

2. In het tweede lid wordt:

  • «landsverordening» vervangen door «wet».

  • «de Gouverneur» telkens vervangen door: Onze Minister wie het aangaat.

  • «of administrateur» vervalt.

  • «het betrokken eilandgebied of eiland» wordt vervangen door: het openbaar lichaam.

I

Artikel 12 komt te luiden:

Artikel 12

Uiterlijk veertien dagen voordat de commissie bijeenkomt, maken Onze Minister wie het aangaat en de gezaghebber het tijdstip en de plaats van de bijeenkomst bekend, respectievelijk in de Staatscourant en in een of meer ter plaatse verspreid wordende nieuwsbladen of op de voor publicatie van officiële mededelingen gebruikelijke wijze. De kosten komen ten laste van hen, te wier name het werk wordt uitgevoerd. De belanghebbenden worden daarbij tevens opgeroepen.

J

In artikel 13, derde lid, wordt «op het eiland» vervangen door: in het openbaar lichaam.

K

Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «Gouverneur» vervangen door: Onze Minister wie het aangaat.

2. In het tweede lid vervalt «of administrateur».

L

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «Gouverneur» vervangen door: Onze Minister wie het aangaat.

2. In het tweede lid wordt «landsbesluit» vervangen door «besluit» en wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

M

Artikel 16 komt te luiden:

Artikel 16
  • 1. Het besluit wordt in de Staatscourant openbaar gemaakt en in afschrift of afdruk ten minste gedurende eenentwintig dagen ter inzage van een ieder gelegd op het bestuurskantoor van het openbaar lichaam.

  • 2. Door de gezaghebber wordt die terinzagelegging, met vermelding van datum en nummer van het besluit en van de Staatscourant, waarin het is openbaar gemaakt, alsmede van de aard en strekking van het werk, vooraf aan de ingezetenen op de gebruikelijke wijze bekendgemaakt en in één of meer ter plaatse verspreid wordende nieuwsbladen of op de voor publicatie van officiële mededelingen gebruikelijke wijze aangekondigd.

  • 3. Een en ander geschied op kosten van hen, te wier name het werk wordt uitgevoerd.

N

In artikel 19, tweede lid, wordt «het betreffende eilandgebied» vervangen door: het desbetreffend openbaar lichaam.

O

In artikel 20 wordt «Nederlandse Antillen» telkens vervangen door: het Koninkrijk.

P

Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:

1. Sub 1° komt te luiden:

  • 1°. een exemplaar van de Staatscourant, waarin is openbaar gemaakt het koninklijk besluit, waarbij de te onteigenen onroerende zaken en rechten worden aangewezen;.

2. Sub 2° komt te luiden:

  • 2°. een door de gezaghebber afgegeven bewijs, dat de commissie tot het aanhoren van de bezwaren van de belanghebbenden zitting gehouden heeft in het openbaar lichaam, waarbinnen de te onteigenen onroerende zaak of de onroerende zaak waarop het te onteigenen recht rust; in dat bewijs wordt vermeld in welk nieuws- of advertentieblad en op welk tijdstip vorenbedoelde zitting is aangekondigd;.

3. In sub 3° vervalt het zinsdeel «en, indien de onteigening op een der eilanden Saba of Sint Eustatius plaatsvindt, bovendien ten kantore van de administrateur,».

Q

Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

1. In sub 1° wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

2. Sub 2° komt te luiden:

  • 2°. wanneer niet wordt overgelegd een exemplaar van de Staatscourant, waarin is openbaar gemaakt het koninklijk besluit, waarbij de aanwijzing ter onteigening van in het inleidend verzoekschrift vermelde roerende zaken of rechten is geschied;.

3. In sub 3° wordt «op het eiland» vervangen door: in het openbaar lichaam.

R

In de artikelen 27 en 73 wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

S

Titel II vervalt.

T

Artikel 79 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «eilandgebied» vervangen door «openbaar lichaam» en wordt «landsbesluit» vervangen door: koninklijk besluit.

2. In het tweede lid wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen» vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

U

In artikel 80 wordt «de Gouverneur» vervangen door: bij koninklijk besluit.

V

Artikel 81, wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid, aanhef, komt te luiden:

  • 2. Indien onteigening ten name van het openbaar lichaam wordt beoogd, legt het bestuurscollege op het bestuurskantoor van het openbaar lichaam gedurende eenentwintig dagen ter inzage van een ieder:

2. In het derde lid wordt «ten kantore van de gezaghebber» vervangen door «op het bestuurskantoor van het openbaar lichaam» en vervalt «en, indien de onteigening op een der eilanden Saba of Sint Eustatius plaats vindt, bovendien ten kantore van de administrateur,».

3. In het vierde lid vervallen «of administrateur» en de tweede volzin.

4. Het vijfde lid wordt als volgt gewijzigd:

  • de eerste volzin komt te luiden: Het raadsbesluit tot onteigening vervalt indien het niet uiterlijk zes maanden na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 81, tweede lid, ter goedkeuring aan Ons is voorgedragen.

  • «de Gouverneur» wordt telkens vervangen door: Ons.

  • de laatste volzin vervalt.

W

In artikel 83 wordt «Land» vervangen door «Rijk» en «eilandgebied» wordt vervangen door: openbaar lichaam.

X

In artikel 84 wordt «eilandgebied» vervangen door: openbaar lichaam.

Y

Artikel 85 komt te luiden:

Artikel 85

Het raadsbesluit tot onteigening, dan wel een afschrift of afdruk ervan, wordt gedurende eenentwintig dagen ter inzage van een ieder gelegd op het bestuurskantoor van het openbaar lichaam. Door de gezaghebber wordt de terinzagelegging, met vermelding van de aard en de strekking van het werk op de wijze, bedoeld in artikel 142, tweede lid, van de Wet openbare lichamen BES, vooraf aan de ingezetenen bekendgemaakt en in een of meer ter plaatse verspreid wordende nieuwsbladen of op de voor publicatie van officiële mededelingen gebruikelijke wijze aangekondigd.

Z

In artikel 86 wordt «de Gouverneur» telkens vervangen door «Onze Minister wie het aangaat», wordt «het daartoe strekkend landsbesluit» vervangen door «het koninklijk besluit», en wordt «het Publikatieblad» vervangen door «de Staatscourant».

AA

Artikel 87 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste en het tweede lid worden «de Gouverneur» telkens vervangen door: Onze Minister wie het aangaat.

2. Het derde en het vierde lid komen te luiden:

  • 3. Het koninklijk besluit omtrent de goedkeuring van het raadsbesluit wordt in de Staatscourant bekendgemaakt en in afschrift of afdruk gedurende eenentwintig dagen ter inzage van een ieder gelegd op het bestuurskantoor van het openbaar lichaam.

  • 4. Door de gezaghebber wordt de terinzagelegging, met vermelding van de aard en de strekking van het werk op de wijze, bedoeld in artikel 142, tweede lid, van de Wet openbare lichamen BES, vooraf aan de ingezetenen bekendgemaakt en in een of meer ter plaatse verspreid wordende nieuwsbladen of op de voor publicatie van officiële mededelingen gebruikelijke wijze aangekondigd.

BB

Artikel 89 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel a, sub 1°, komt te luiden:

  • 1°. een exemplaar van de Staatscourant, waarin het koninklijk besluit met het daarbij goedgekeurd raadsbesluit ingevolge artikel 86, tweede lid, is openbaar gemaakt;

2. In onderdeel b wordt «het Publicatieblad» vervangen door «de Staatscourant» en wordt «landsbesluit» vervangen door «koninklijk besluit».

CC

In artikel 93 wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

DD

Artikel 94 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Wanneer in geval van oorlog, brand, watersnood of orkaan, ogenblikkelijke inbezitneming volstrekt noodzakelijk wordt geacht, kan deze op last van de hoogste burgerlijke of militaire overheid ter plaatse aanwezig, geschieden, onverminderd het bepaalde in artikel 12 van de Invoeringswet en de artikelen 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden.

2. In het tweede lid vervalt «of op de eilanden Saba en Sint Eustatius de administrateur» en wordt «bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door «bij algemene maatregel van bestuur».

3. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. Ingeval van watersnood kan ook Onze Minister wie het aangaat, of een door deze gemandateerde functionaris, een last geven. Onder watersnood wordt mede verstaan een dringend of dreigend gevaar voor overstroming. Artikel 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

4. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Het besluit tot inbezitneming wordt zo spoedig mogelijk in de openbare registers ingeschreven. Door het besluit waardeloos geworden inschrijvingen van hypotheken en beslagen worden ambtshalve doorgehaald. Artikel 23, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES is niet van toepassing.

EE

In artikel 95 wordt «Land» vervangen door: Rijk.

FF

Artikel 98 komt te luiden:

Artikel 98

Deze wet wordt aangehaald als: Onteigeningswet BES.

Artikel 8.56

De Vuurwapenwet BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In deze wet wordt:

1. «verordening» telkens vervangen door: wet

2. «het Plaatselijk Hoofd van Politie», «het Plaatselijk Hoofd van Politie» of «het plaatselijke hoofd van politie» worden telkens vervangen door: de gezaghebber.

3. «Wapenverordening 1931» wordt telkens vervangen door: Wapenwet BES.

B

In artikel 1 wordt «besluit van de Gouverneur» vervangen door: ministeriële regeling;

C

Artikel 2 komt te luiden:

Artikel 2

Bij ministeriële regeling kunnen invoer, doorvoer en vervoer van vuurwapenen en munitie worden verboden alsook ontheffing van voornoemde verboden worden verleend. Aan de ontheffing kunnen voorwaarden en de eis dat zekerheid voor de nakoming van die voorwaarden wordt gesteld, worden verbonden.

D

In artikel 3, tweede lid, sub 4° wordt «, de bij landsbesluit houdende algemene maatregelen, toegelaten weerkorpsen» vervangen door: de weerkorpsen, bedoeld in de Wet op de weerkorpsen BES.

E

In artikel 6, aanhef, wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

F

In artikel 7 worden «Naar regelen bij besluit van de Gouverneur te stellen,» en «krachtens een besluit van de Gouverneur» vervangen door: Bij ministeriële regeling.

G

In artikel 8 komt de tweede volzin te luiden:

Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven met betrekking tot de registratie van personen die vuurwapens voorhanden hebben.

H

In artikel 9 wordt «de Gouverneur» vervangen door «Onze Minister van Justitie».

I

Artikel 10 komt te luiden:

Artikel 10
  • 1. Hij die een wapen of munitie voorhanden heeft, zonder daartoe gerechtigd te zijn, is verplicht deze terstond bij de gezaghebber in bewaring te geven.

  • 2. Indien dringende, aan het algemeen belang ontleende, gronden daartoe aanleiding geven is de gezaghebber bevoegd bij besluit, gericht tot degene die een wapen of munitie voorhanden heeft, te gelasten deze binnen een in dat besluit gestelde termijn bij hem in bewaring te geven.

  • 3. Indien dringende, aan het algemeen belang ontleende, gronden daartoe aanleiding geven, kan Onze Minister gelasten dat personen die een wapen of munitie voorhanden hebben, deze binnen een bepaalde termijn bij de gezaghebber in bewaring geven.

  • 4. Het in bewaring gegeven wapen en de munitie worden, voor zover de gezaghebber dat nodig acht, voor onmiddellijk gebruik ongeschikt gemaakt.

  • 5. Over het in bewaring gegeven wapen en de munitie kan de rechthebbende beschikken met goedvinden van de gezaghebber.

  • 6. De eigendom van het in bewaring gegeven wapen en de munitie gaat nadat de bewaring vijf jaren heeft geduurd over op de Staat, tenzij de rechthebbende binnen drie maanden voor het verstrijken van die termijn heeft verklaard daartegen bedenkingen te hebben. Door een verklaring als hiervoor bedoeld vangt een nieuwe termijn van vijf jaren aan.

  • 7. Voor in bewaring gegeven wapens of munitie is een bewaarloon verschuldigd aan de gezaghebber, overeenkomstig bij regeling van Onze Minister gestelde regels.

  • 8. Bij regeling van Onze Minister worden regels gegeven over een door de gezaghebber te verstrekken ontvangstbewijs en een door hem bij te houden register met betrekking tot in bewaring gegeven wapens of munitie.

J

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

in de eerste volzin wordt «ten hoogste tienduizend gulden» vervangen door: de derde categorie.

in de tweede volzin wordt «ten hoogste vijfentwintigduizend gulden» vervangen door: de vierde categorie.

in de derde volzin wordt «ten hoogste duizend gulden» vervangen door: de eerste categorie.

K

In artikel 11a wordt «Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen» vervangen door: Wetboek van Strafrecht BES.

L

Artikel 16 komt te luiden:

Artikel 16

Deze wet wordt aangehaald als: Vuurwapenwet BES.

Artikel 8.57

De Wapenwet BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In deze wet wordt

1. «landsverordening» telkens vervangen door: wet

2. «de Vuurwapenverordening 1920 (P.B. 1930, No. 2)» door: de Vuurwapenwet BES.

3. «de Minister van Justitie» telkens vervangen door: Onze Minister van Justitie.

4. «het plaatselijk Hoofd van politie» dan wel «het plaatselijke hoofd van politie» telkens vervangen door: de gezaghebber.

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In sub 1° wordt «krachtens besluit van de Gouverneur» vervangen door: bij ministeriële regeling

2. In sub 6° wordt «bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen van bestuur toegelaten weerkorpsen» vervangen door: een weerkorps als bedoeld in de Wet op de weerkorpsen BES.

3. In sub 7° wordt «Vuurwapenbesluit 1930» vervangen door: Vuurwapenbesluit BES.

C

In artikel 2a, derde lid, wordt «de Nederlandse Antillen» vervangen door: Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

D

In artikel 4 wordt «door de Gouverneur bij besluit» vervangen door: bij ministeriële regeling.

E

Artikel 10 komt te luiden:

Artikel 10
  • 1. Onze Minister van Justitie kan bij nadere regels:

    • a. het in voorraad hebben van bepaalde wapens boven een daarbij te vermelden aantal en van andere dan daarbij te bepalen afmetingen, verbieden;

    • b. het overbrengen binnen een termijn en op daarbij aan te wijzen een plaats van zodanige wapens, of wapens van zodanige afmetingen, bevelen;

    • c. voorschriften stellen voor personen, die een beroep maken van het afleveren van zodanige wapens, of van wapens van zodanige afmetingen aan particulieren.

  • 2. De regels, bedoeld in het eerste lid, zijn niet van toepassing op vuurwapens, bedoeld in de Vuurwapenwet BES.

F

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «ten hoogste tienduizend gulden» vervangen door: de derde categorie.

2. In het tweede lid wordt «ten hoogste duizend gulden» vervangen door: de eerste categorie.

3. In het derde lid wordt «ten hoogste drieduizend gulden» vervangen door:.de tweede categorie.

G

Artikel 17, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Deze wet wordt aangehaald als: Wapenwet BES.

Artikel 8.58

De Wet op de weerkorpsen BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In deze wet wordt «het plaatselijk hoofd van politie» telkens vervangen door: de gezaghebber.

B

In de artikelen 1, aanhef, en 7, tweede lid, wordt «landsverordening» telkens vervangen door: wet.

C

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt «de Minister van Algemene Zaken» vervangen door: Onze Minister van Justitie.

2. In onderdeel d wordt «de terbeschikkingstelling door de Gouverneur van de krijgsmacht in de Nederlandse Antillen aan de regering van de Nederlandse Antillen» vervangen door: de terbeschikking van de krijgsmacht ter handhaving van de openbare orde en rust, dan wel in het kader van hulpverlening bij rampen.

D

1. In de artikelen 2, tweede lid, en artikel 3 wordt bij «bij landsbesluit houdende algemene maatregelen» telkens vervangen door: bij algemene maatregel van bestuur.

2. Artikel 2, derde lid, vervalt.

E

In artikel 4, zesde lid, wordt «Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» vervangen door: Bij ministeriële regeling.

F

In artikel 4, eerste lid, wordt «het Korps Politie Nederlandse Antillen» vervangen door: het politiekorps van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

G

In artikel 5, eerste lid, wordt «het Land» vervangen door: het Rijk.

H

In artikel 7 wordt «de Regeling vergoeding behandelings- en verplegingskosten overheidsdienaren (P.B. 1986, no. 165)», «de in het eerste lid genoemde landsverordening» en «die landsverordening» telkens vervangen door: de Wet vergoeding behandelings- en verplegingskosten ambtenaren BES.

I

In artikel 8, eerste lid, wordt «een geldboete van ten hoogste zestig duizend gulden» vervangen door: een geldboete van de vijfde categorie.

J

Artikel 9 komt te luiden:

Artikel 9

De regionaal bevelhebber kan Onze Minister en de gezaghebber alsmede leidinggevenden van weerkorpsen desgevraagd of eigener beweging van advies dienen over alle aangelegenheden die de weerkorpsen betreffen.

K

De artikelen 10 en 11 vervallen.

L

Artikel 12 komt te luiden:

Artikel 12

Deze wet wordt aangehaald als: de Wet op de weerkorpsen BES.

§ 2.3 Strafrecht
Artikel 8.59

De Wet beginselen gevangeniswezen BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt «landsverordening» vervangen door: wet.

2. De begripsbepalingen van «minister» en «gedetineerden» komen te luiden:

a. Onze Minister:

Onze Minister van Justitie;

b. gedetineerden:

de personen, ingesloten in een gevangenis, een huis van bewaring of in een door Onze Minister aangewezen instelling.

B

In artikel 2 wordt «landsinrichtingen voor ter beschikking gestelden» vervangen door: en door Onze Minister aangewezen instellingen.

C

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «De minister» vervangen door «Onze Minister» en wordt «landsinrichting voor ter beschikking gestelden» vervangen door: een door Onze Minister aangewezen instelling.

2. Onder vernummering van het derde en vierde tot het tweede lid en derde lid vervalt het tweede lid.

3. Het nieuwe derde lid komt te luiden:

  • 3. Onze Minister kan huizen van bewaring en in bijzondere gevallen andere gestichten aanwijzen, waarin zowel mannen als vrouwen worden opgenomen. In die gevallen worden mannen en vrouwen gescheiden ondergebracht.

D

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «van de Nederlandse Antillen» vervangen door: BES.

2. In het tweede lid wordt «de minister» vervangen door: Onze Minister.

E

In artikel 5, derde lid, wordt «De minister» vervangen door: Onze Minister.

F

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt «landsinrichtingen voor ter beschikking gestelden» vervangen door: door Onze Minister aangewezen instellingen.

2. Onderdeel a vervalt.

3. In onderdeel c wordt «nader door de minister» vervangen door: bij ministeriële regeling.

G

Aan artikel 6 wordt na de aanhef een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • a. hen, wier plaatsing in een instelling op grond van de tweede afdeling van Titel IIA van het Eerste Boek van het Wetboek van Strafrecht BES moet volgen;

H

In de artikelen 7 tot en met 11 en 19 wordt «De minister» telkens vervangen door: Onze Minister.

I

In de artikelen 13 en 16, eerste lid, wordt «de minister» telkens vervangen door: Onze Minister.

J

In de artikelen 12, 16, vierde lid, 28, 42, tweede lid, en 44, zesde lid, wordt «landsbesluit, houdende algemene maatregelen,» telkens vervangen door: algemene maatregel van bestuur.

K

In artikel 14 wordt «landsverordening» vervangen door: wet

L

In artikel 15 wordt «bij landsbesluit» vervangen door: Onze Minister.

M

In artikel 17 wordt «of de maatregel van terbeschikkingstelling van de Regering» wordt vervangen door: of vrijheidsbenemende maatregel.

N

Artikel 18, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. Hun regime wordt, naar de beginselen van deze wet, geregeld bij algemene maatregel van bestuur.

Na

Artikel 21 komt te luiden:

Artikel 21

Onverminderd het bepaalde in artikel 19, tweede lid, kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld met betrekking tot het toestaan van individuele voorrechten.

O

Artikel 23 komt te luiden:

Artikel 23
  • 1. De tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel in een gesticht vindt als regel plaats in gemeenschap.

  • 2. De directeur kan de gedetineerde op zijn verzoek dan wel ambtshalve de vrijheidsstraf of de vrijheidsbenemende maatregel in afzondering laten ondergaan indien de veiligheid, orde of goede gang van zaken in het gesticht daartoe, naar zijn oordeel, bepaaldelijk aanleiding geeft.

  • 3. Indien de directeur ambtshalve besluit de gedetineerde de vrijheidsstraf of de vrijheidsbenemende maatregel in afzondering te laten ondergaan, dan wel indien hij een daartoe strekkend verzoek van de gedetineerde afwijst, geschiedt dat schriftelijk en met redenen omkleed. Daarbij wijst hij de gedetineerde op de mogelijkheid van beklag als bedoeld in artikel 40.

Oa

In artikel 24, tweede lid, wordt «Gedetineerden» vervangen door: Volwassen gedetineerden.

P

Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In de eerste volzin wordt «de minister» vervangen door: Onze Minister.

b. In de derde volzin wordt «door de minister» vervangen door: bij ministeriële regeling.

2. In het tweede lid wordt «regelen door de minister te stellen» vervangen door: bij ministeriële regeling vast te stellen regels.

Q

In artikel 27, tweede lid, wordt «het Land» vervangen door: ’s Rijks eigendommen.

R

Na artikel 32 wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK VIIA. MEDISCHE VERZORGING
Artikel 32a
  • 1. De gedetineerde wordt toegestaan zich door een aan het gesticht verbonden arts of diens vervanger te laten onderzoeken en behandelen.

  • 2. De gedetineerde wordt toegestaan om zich voor eigen rekening door een arts van zijn keuze te laten onderzoeken en behandelen.

  • 3. De directeur draagt zorg dat de aan het gesticht verbonden arts of diens vervanger:

    • a. regelmatig beschikbaar is voor het houden van een spreekuur;

    • b. op andere tijdstippen beschikbaar is, indien dit in het belang van de gezondheid van de gedetineerde noodzakelijk is;

    • c. de gedetineerden die hiervoor in aanmerking komen onderzoekt op hun geschiktheid voor deelname aan arbeid, sport of een andere activiteit.

  • 4. De directeur draagt zorg voor:

    • a. de verstrekking van de door de aan het gesticht verbonden arts of diens vervanger voorgeschreven medicijnen en diëten;

    • b. de behandeling van de gedetineerde op aanwijzing van de aan het gesticht verbonden arts of diens vervanger;

    • c. de overbrenging van de gedetineerde naar een ziekenhuis dan wel een andere instelling, indien de onder b bedoelde behandeling aldaar plaatsvindt.

  • 5. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels gesteld worden inzake het klagen over beslissingen die ten aanzien van gedetineerden zijn genomen door de aan het gesticht verbonden arts of diens plaatsvervanger.

S

Het opschrift van Hoofdstuk X komt te luiden:

HOOFDSTUK X. TUCHT, CONTROLE, GEWELDGEBRUIK EN MAATREGELEN IN VERBAND MET DE VEILIGHEID, ORDE EN STRAFVORDERING.

T

Na artikel 37 worden de volgende artikelen ingevoegd:

Artikel 37a
  • 1. De gedetineerde is verplicht de aanwijzingen die hem door de directeur in het belang van de veiligheid, orde of goede gang van zaken in het gesticht dan wel anderszins in het belang van de dienst worden gegeven, stipt op te volgen.

  • 2. De gedetineerde kan worden verplicht in het gesticht en tijdens verblijf buiten het gesticht een door de directeur afgegeven legitimatiebewijs, voorzien van een daartoe van de gedetineerde gemaakte pasfoto, bij zich te dragen en op verlangen van de