Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatsblad 2010, 295Klein Koninklijk Besluit

Besluit van 2 juli 2010, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van artikelen en onderdelen van artikelen van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 28 juni 2010, nr. WJZ/218042 (6271), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op artikel 9 van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De artikelen 1, 2, 3, voor wat betreft invoeging van een achtste lid in artikel 9 van de Wet op het primair onderwijs, 4, voor wat betreft toevoeging van een tiende lid aan artikel 13 van de Wet op de expertisecentra, 5, onderdelen A tot en met C, 6, onderdelen A tot en met D, 8, 9 en 10 van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen treden in werking met ingang van 1 augustus 2010.

Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 2 juli 2010

Beatrix

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart

Uitgegeven de tweeëntwintigste juli 2010

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

De Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen bevat, met het oog op een zorgvuldige invoering van de referentieniveaus in de verschillende onderwijssectoren, de mogelijkheid van gefaseerde inwerkingtreding (zie paragraaf 2.6 van de memorie van toelichting en de toelichting op artikel 9, Kamerstukken II 2009/10, 32 290, nr. 3, blz. 19, 20, 36 en 37).

In dit besluit zijn de artikelen en onderdelen daarvan opgenomen die met ingang van 1 augustus 2010 in werking treden. De overige bepalingen van de wet treden op een later tijdstip in werking.

Op 1 augustus 2010 treden in werking:

  • enkele algemene bepalingen (begripsbepalingen, inwerkingtreding en citeertitel);

  • de grondslag voor de algemene maatregel van bestuur waarbij de referentieniveaus worden vastgesteld;

  • aanpassingen van de WPO en de WEC die inhouden dat scholen bij de verzorging van het taal- en rekenonderwijs naast de huidige kerndoelen ook de referentieniveaus als uitgangspunt nemen;

  • een aanpassing van de WVO die inhoudt dat het praktijkonderwijs erop is gericht dat leeringen zo veel mogelijk het betreffende referentieniveau Nederlandse taal en rekenen bereiken;

  • aanpassingen van de WEB die regelen dat de referentieniveaus in acht worden genomen bij de vaststelling van de eindtermen van MBO-opleidingen;

  • de grondslag voor het bij algemene maatregel van bestuur vaststellen van voorschriften omtrent examinering in het MBO en het aanwijzen van onderdelen van MBO-opleidingen die voor centrale examinering in aanmerking komen;

  • de bepalingen die de mogelijkheid scheppen om bij algemene maatregel van bestuur diagnostische toetsen voor te schrijven in het VO en MBO;

  • het invoerings- en overgangsrecht, dat onder meer regelt dat de referentieniveaus deel uitmaken van de eindtermen van MBO-opleidingen die op 1 augustus 2010 aanvangen.

Op een later tijdstip treden in werking:

  • de bepalingen over het verzamelen van gegevens over het eindniveau van leerlingen in het PO en SO ten opzichte van de referentieniveaus, het opnemen van deze gegevens in het onderwijskundig rapport en de grondslag om bij algemene maatregel van bestuur nadere voorschriften vast te stellen. Het tijdstip van inwerkingtreding hangt af van van het moment waarop betrouwbare, aan de referentieniveaus geijkte, toetsen beschikbaar zijn. Alsdan treedt ook de wijziging van de Leerplichtwet 1969 in werking die regelt dat niet bekostigde basisscholen worden uitgezonderd van de verplichting tot verzameling van deze gegevens.

  • de bepaling over de doorwerking van de referentieniveaus Nederlandse taal in de examenprogramma’s Nederlands in het VO. Het streven is om deze bepaling op een zodanig tijdstip in werking te laten treden dat in het schooljaar 2013/14 examens worden afgenomen op basis van aan de referentieniveaus geijkte examenprogramma’s. In 2011 vindt hierover besluitvorming plaats voor de verschillende schoolsoorten en vmbo-leerwegen, mede op basis van de resultaten van diagnostische toetsen. Op deze manier worden de referentieniveaus op een zorgvuldige en verantwoorde wijze verankerd in de examens.

  • de bepalingen over de rekentoets als onderdeel van de eindexamens, staatsexamens en VAVO-examens. Het voornemen is om de rekentoets in het schooljaar 2013/14 onderdeel te laten zijn van het examen. Ook voor de rekentoets volgt nadere besluitvorming voor de verschillende schoolsoorten en vmbo-leerwegen, zodanig dat de rekentoets op een zorgvuldige en verantwoorde wijze wordt verankerd in de examens.

In het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen is bepaald dat dat besluit in werking treedt op het tijdstip waarop artikel 2 van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen in werking treedt. Het Examenbesluit beroepsopleidingen WEB treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6, onderdeel D, van de wet in werking treedt. Met het onderhavige inwerkingtredingsbesluit wordt dan ook bereikt dat beide besluiten op 1 augustus 2010 in werking treden.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart