Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Verkeer en WaterstaatStaatsblad 2010, 263Klein Koninklijk Besluit

Besluit van 26 mei 2010, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 18 maart 2010 houdende wijziging van de Wet luchtvaart en enkele andere wetten, houdende diverse wijzigingen met betrekking tot de luchtvaart en van inwerkingtreding van bepalingen van de Wet van 18 december 2008, houdende wijziging van de Wet luchtvaart inzake vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens en de decentralisatie van bevoegdheden voor burgerluchthavens naar het provinciaal bestuur (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 17 mei 2010 in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, nr. CEND/HDJZ-2010/679 sector luchtvaart;

Gelet op artikel IV van de Wet van 18 maart 2010, houdende wijziging van de Wet luchtvaart en enkele andere wetten, houdende diverse wijzigingen met betrekking tot de luchtvaart (Stb. 149) en artikel XXV van de Wet van 18 december 2008, houdende wijziging van de Wet luchtvaart inzake vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens en de decentralisatie van bevoegdheden voor burgerluchthavens naar het provinciaal bestuur (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens) (Stb. 561);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

Met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, treden achtereenvolgens in werking:

  • a. de Wet van 18 maart 2010, houdende wijziging van de Wet luchtvaart en enkele andere wetten, houdende diverse wijzigingen met betrekking tot de luchtvaart met dien verstande dat terugwerken tot en met 1 november 2009:

    • 1. artikel I, de onderdelen G, H, L, M, N, O, U, Ua en V; en

    • 2. artikel II, de onderdelen D, Da, E, F, G en H;

  • b. de artikelen V, VII en VIII van de Wet van 18 december 2008, houdende wijziging van de Wet luchtvaart inzake vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens en de decentralisatie van bevoegdheden voor burgerluchthavens naar het provinciaal bestuur (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens).

Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 26 mei 2010

Beatrix

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

C. M. P. S. Eurlings

Uitgegeven de zesde juli 2010

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

De wet van 18 maart 2010 houdende wijziging van de Wet luchtvaart en enkele andere wetten, houdende diverse wijzigingen met betrekking tot de luchtvaart (in deze nota van toelichting aangeduid als: de Veegwet RBML) bevat in de artikelen I en II diverse juridisch-technische en redactionele wijzingen van de Wet Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens (RBML) en van de Wet luchtvaart zoals deze na de inwerkingtreding van de Wet RBML per 1 november 2009 luidt.

De inwerkingtreding met terugwerkende kracht tot en met 1 november 2009 van onderdelen van de artikelen I en II van de Veegwet RBML is noodzakelijk omdat daarmee wordt bewerkstelligd dat de gewijzigde tekst van de artikelen van kracht is vanaf hetzelfde moment dat de Wet RBML en de wijzigingen van de Wet luchtvaart van kracht zijn geworden. Van deze terugwerkende kracht is reeds mededeling gedaan in de Memorie van toelichting bij het wetsvoorstel. Voor de goede werking van het nieuwe stelsel van regels voor luchthavens is het van belang dat alle artikelen vanaf het begin van de inwerkingtreding van RBML van kracht zijn.

De Veegwet luchtvaart wijzigt eveneens de artikelen V, VII en VIII van de Wet Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens. Met de inwerkingtreding van deze artikelen is bewust gewacht tot na de wijziging ervan door de daarmee samenhangende bepalingen van de Veegwet RBML. De desbetreffende artikelen treden thans in de door de Veegwet RBML gewijzigde vorm in werking.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

C. M. P. S. Eurlings