Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Verkeer en WaterstaatStaatsblad 2010, 149Wet

Wet van 18 maart 2010 tot wijziging van de Wet luchtvaart en enkele andere wetten, houdende diverse wijzigingen met betrekking tot de luchtvaart

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet luchtvaart te wijzigen, alsmede enkele andere wetten, houdende diverse wijzigingen met betrekking tot de luchtvaart, rekening houdende met zowel verordening (EG) nr. 2042/2003 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 november 2003 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen (PbEU L 315), als met de implementatie van richtlijn nr. 2006/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 april 2006 inzake een communautaire vergunning van luchtverkeersleiders (PbEU L 114);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet luchtvaart wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1.1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Het onderdeel «EASA» komt te luiden:

EASA:

het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart;

2. De aanduiding «v.» voor het onderdeel «voorval» en de aanduiding «w.» voor het onderdeel «voorval gevaarlijke stoffen» vervallen.

B

Artikel 3.21, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan op aanvraag van de houder, respectievelijk Onze Minister van Defensie kan ambtshalve ontheffing verlenen van de bij of krachtens deze paragraaf gegeven regels, wanneer door bijzondere omstandigheden die regels in redelijkheid geen toepassing kunnen vinden en de veiligheid van het luchtverkeer met het verlenen van de ontheffing niet in gevaar wordt gebracht. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.

C

In artikel 3.22, eerste lid, onderdeel b, wordt «lichtvaartuig» vervangen door: luchtvaartuig.

D

In artikel 3.23 wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel i door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • j. de vergoeding die de aanvrager verschuldigd is voor de kosten van de behandeling van zijn aanvraag om goedkeuring of wijziging van een onderhoudsprogramma.

E

In artikel 3.30, eerste lid, tweede volzin, wordt «De artikelen 2.1, vierde en vijfde lid,» vervangen door: De artikelen 2.1, tweede lid, aanhef en onderdeel c, vierde en vijfde lid,.

Ea

Aan artikel 5.5 worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 4. De kosten die samenhangen met het in behandeling nemen van de aanvraag en de afgifte van de in het derde lid bedoelde ontheffing of een wijziging daarvan, worden ten laste gebracht van de aanvrager.

  • 5. De bedragen ter vergoeding van de kosten worden vastgesteld bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.

Eb

Aan artikel 5.11 worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 3. De kosten die samenhangen met het in behandeling nemen van de aanvraag en de afgifte van de in het tweede lid bedoelde ontheffing of een wijziging daarvan, worden ten laste gebracht van de aanvrager.

  • 4. De bedragen ter vergoeding van de kosten worden vastgesteld bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.

F

Artikel 5.17 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt na «opdracht» de komma.

2. In het tweede lid wordt «Onze Minister» vervangen door: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.

G

Artikel 8.1a, derde lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Na de derde volzin wordt een volzin ingevoegd, luidende: Daarbij kan worden bepaald dat voor daarbij te omschrijven luchthavens in elk geval kan worden volstaan met de vaststelling van een luchthavenregeling.

2. In de laatste volzin wordt «de vorige volzin» vervangen door: dit lid.

H

Artikel 8.1b wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. In deze titel wordt onder bestemmingsplan mede verstaan een inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.26 of 3.28 van de Wet ruimtelijke ordening.

I

Aan artikel 8.2a wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Aan de goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders van de exploitant van de luchthaven zijn onderworpen de besluiten van het bestuur van de exploitant van de luchthaven omtrent investeringen welke een bedrag vereisen gelijk aan ten minste een tiende van het bedrag van de activa volgens de geconsolideerde balans met toelichting volgens de laatst vastgestelde jaarrekening van de exploitant van de luchthaven.

J

Aan artikel 8.25d wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 13. De voordracht voor een krachtens het twaalfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

K

Artikel 8.25g wordt als volgt gewijzigd:

1. In het zevende lid wordt «artikel 3:13» vervangen door: artikel 3:15.

2. Het achtste lid wordt vervangen door een nieuw achtste lid, luidende:

  • 8. De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

L

In artikel 8.26 wordt «deze titel» vervangen door: deze afdeling.

M

Aan artikel 8.70 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Bij het vaststellen van het luchthavenbesluit worden de nadere regels, bedoeld in artikel 8.44, derde lid, en artikel 8.47, derde lid, in acht genomen.

Ma

Aan artikel 8a.4 worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 4. De kosten die samenhangen met het in behandeling nemen van de aanvraag en de afgifte van het certificaat of een wijziging of verlenging daarvan, worden ten laste gebracht van de aanvrager.

  • 5. De bedragen ter vergoeding van de kosten worden vastgesteld bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.

N

Artikel 8a.42, vierde lid, vervalt.

O

Artikel 8a.51 komt te luiden:

Artikel 8a.51

  • 1. Gedeputeerde staten kunnen voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik van een terrein ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in artikel 8.1a, eerste lid, indien het terrein wordt gebruikt door een luchtvaartuig dat behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie.

  • 2. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.

  • 3. Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden regels gesteld over:

    • a. het terrein;

    • b. de wijze waarop het terrein wordt gebruikt;

    • c. de termijn waarbinnen gedeputeerde staten een besluit nemen op de aanvraag;

    • d. de wijze waarop Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en de burgemeester van de gemeente waarin het terrein ligt, worden betrokken bij het verlenen van de ontheffing en bij het gebruik van het terrein.

P

In artikel 9.6, eerste lid, wordt «Onze Minister» vervangen door: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.

Q

Artikel 11.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat» vervangen door: bij besluit van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.

2. In het eerste lid, onderdeel c, wordt «door Onze Minister van Defensie» vervangen door: bij besluit van Onze Minister van Defensie.

3. In het tweede lid wordt «door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat» vervangen door: bij besluit van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.

4. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b of c, of het tweede lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

R

In artikel 11.2 wordt «toezichthoudende ambtenaren» telkens vervangen door: toezichthouders.

S

Artikel 11.2b wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «toezicht op de naleving van de verplichtingen, voortvloeiend uit de exploitatievergunning, bedoeld in artikel 8.25a,» vervangen door: toezicht op de naleving van de verplichting, bedoeld in artikel 8.25a,.

2. In het tweede lid wordt «toezichthoudende ambtenaren» vervangen door: toezichthouders.

T

In artikel 11.13, eerste lid, wordt «verstreken zijn» vervangen door: verstreken is.

U

Artikel 11.16, eerste lid, onderdelen a tot en met d, komt te luiden:

  • a. artikel 5.14c of 5.14d, eerste lid;

  • b. artikel 7.1, eerste lid;

  • c. artikel 8.12, 8.19, 8.20, 8.21, 8.70, tweede lid, juncto de artikelen 8.12 en 8.19 tot en met 8.21, 8.77, tweede lid, juncto de artikelen 8.19 en 8.21, eerste en derde lid, of van een beperking of voorschrift als bedoeld in artikel 8.23, 8.70, tweede lid, juncto artikel 8.23 of 8.77, tweede lid, juncto artikel 8.23;

  • d. een maatregel als bedoeld in artikel 8.22, 8.70, tweede lid, juncto artikel 8.22 of 8.77, tweede lid, juncto artikel 8.2.

Ua

Artikel 11.23, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt:

a. na de zinsnede «artikel 8.44, vierde lid,» ingevoegd: juncto de artikelen 8.19 tot en met 8.21,;

b. de zinsnede «artikel 8.47, tweede lid, juncto de artikelen 8.12, 8.19 tot en 8.21» gewijzigd in: artikel 8.47, tweede lid, juncto artikel 8.12;

c. de zinsnede «de artikelen 8.46 of 8.64, zesde lid, juncto artikel 8.45» vervangen door: de artikelen 8.46, 8.64, zesde lid, juncto artikel 8.46 of 8a.51, tweede lid.

2. In onderdeel b wordt «8.65» vervangen door: 8.64, zesde lid,.

V

Het artikel 11.21 dat volgt op artikel 11.24 vervalt.

ARTIKEL II

De Wet van 18 december 2008, houdende wijziging van de Wet luchtvaart inzake vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens en de decentralisatie van bevoegdheden voor burgerluchthavens naar het provinciaal bestuur (Regelgeving burgerluchthavens en militaire luchthavens) (Stb. 561), wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel V komt te luiden:

ARTIKEL V (WIJZIGING WET GELUIDHINDER)

De Wet geluidhinder wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 108, derde lid, komt te luiden:

  • 3. Een maatregel als bedoeld in het eerste lid heeft geen betrekking op het bestrijden van de geluidhinder vanwege luchthavens waarop de hoofdstukken 8 en 10 van de Wet luchtvaart van toepassing zijn.

B

In artikel 110f, eerste lid, vervalt «en artikel 25a van de Luchtvaartwet» en wordt de zinsnede «een gebied (…) Wet luchtvaart» vervangen door: een met het oog op de geluidsbelasting vastgesteld beperkingengebied als bedoeld in hoofdstuk 8 of artikel 10.17 van de Wet luchtvaart.

C

Artikel 118, tweede lid, onderdeel c, komt te luiden:

  • c. luchthavens als bedoeld in de Wet luchtvaart, en.

D

In de tweede volzin van de artikelen 118a, tweede lid, en 123b, eerste lid, wordt «de contourenkaarten, bedoeld in artikel 30c, tweede lid, van de Luchtvaartwet» telkens vervangen door: de contourenkaarten, bedoeld in artikel 10.23 van de Wet luchtvaart.

E

In artikel 119, tweede lid, vervalt «een luchtvaartterrein of».

F

In artikel 166, eerste lid, wordt de zinsnede «een geluidszone als bedoeld in hoofdstuk VIII of (...) Wet luchtvaart» vervangen door: een geluidszone als bedoeld in hoofdstuk VIII dan wel een met het oog op de geluidsbelasting vastgesteld beperkingengebied als bedoeld in hoofdstuk 8 of artikel 10.17 van de Wet luchtvaart.

B

De artikelen VII en VIII komen te luiden:

ARTIKEL VII

De Wet geluidhinder zoals zij luidde vóór inwerkingtreding van artikel V blijft van toepassing op een luchtvaartterrein, aangewezen op grond van artikel 18 van de Luchtvaartwet, zolang op dat luchtvaartterrein het bepaalde bij of krachtens de Luchtvaartwet van toepassing blijft krachtens artikel IX, tweede lid, of artikel XVIII, derde lid.

ARTIKEL VIII

  • 1. Artikel 110f van de Wet geluidhinder en de daarop gebaseerde regelgeving zoals deze gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel V blijft van toepassing op de onderstaande besluiten, totdat deze onherroepelijk zijn geworden:

    • a. een bestemmingsplan dat wordt vastgesteld met toepassing van de Wet geluidhinder en waarvan het ontwerp ter inzage is gelegd vóór het tijdstip, bedoeld in artikel IX, eerste lid, onderscheidenlijk artikel XVIII, derde lid;

    • b. een projectbesluit als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening dat wordt vastgesteld met toepassing van de Wet geluidhinder en waarvan het ontwerp ter inzage is gelegd vóór het tijdstip, bedoeld in artikel IX, eerste lid, onderscheidenlijk artikel XVIII, derde lid;

    • c. het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting waarvoor het voornemen tot het indienen van een verzoek tot het vaststellen van die hogere waarde is bekendgemaakt vóór het tijdstip, bedoeld in artikel IX, eerste lid, onderscheidenlijk artikel XVIII, derde lid;

    • d. een tracébesluit waarvan het ontwerp, respectievelijk een gewijzigd ontwerp als bedoeld in artikel 11, eerste lid, respectievelijk artikel 14, eerste lid, van de Tracéwet, is vastgesteld vóór het tijdstip, bedoeld in artikel IX, eerste lid, onderscheidenlijk artikel XVIII, derde lid;

    • e. een saneringsprogrammawaarvoor ten behoeve van het ontwerpprogramma toepassing is gegeven aan artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht vóór het tijdstip, bedoeld in artikel IX, eerste lid, onderscheidenlijk artikel XVIII, derde lid;

    • f. een besluit tot aanleg of reconstructie van een weg of aanleg of wijziging van een spoorweg buiten toepassing van de bestemmingsplanprocedure waarvoor de resultaten van het vereiste akoestisch onderzoek en een beschrijving van de maatregelen die nodig zijn aan de gemeenteraad zijn overgelegd vóór het tijdstip, bedoeld in artikel IX, eerste lid, onderscheidenlijk artikel XVIII, derde lid;

    • g. een vergunning voor een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer waarvoor het ontwerp ter inzage is gelegd vóór het tijdstip, bedoeld in artikel IX, eerste lid, onderscheidenlijk artikel XVIII, derde lid;

    • h. een wegaanpassingsbesluit ten aanzien van de in de bijlage, onder a, van de Spoedwet wegverbreding opgenomen projecten waarvoor het ontwerpbesluit ter inzage is gelegd vóór het tijdstip, bedoeld in artikel IX, eerste lid, onderscheidenlijk artikel XVIII, derde lid.

  • 2. Artikel 110f van de Wet geluidhinder en de daarop gebaseerde regelgeving zoals deze gold voor het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kan tevens worden toegepast op een besluit als bedoeld in het eerste lid, totdat het besluit onherroepelijk is geworden, indien de daar genoemde handeling ter voorbereiding van het besluit is verricht binnen drie maanden na het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.

D

Artikel X wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. In de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, wordt op elke locatie waar woonbebouwing met een aaneengesloten karakter gelegen is op of in de nabijheid van de geluidszone die is gebaseerd op de 35 Kosteneenheden, vastgesteld op grond van artikel 25a van de Luchtvaartwet, ten minste één punt vastgesteld waar de geluidbelasting een bepaalde waarde niet te boven mag gaan.

2. In het vijfde lid wordt «de dag voor inwerkingtreding van deze wet» vervangen door: de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel K, van deze wet.

Da

De artikelen XI en XII vervallen.

E

In artikel XIV, tweede en derde lid, wordt telkens «het besluit, bedoeld in het tweede lid,» vervangen door: het oude besluit.

F

In artikel XV, derde lid, wordt «een luchthavenregeling als bedoeld in artikel 8.70, eerste lid» vervangen door: een luchthavenregeling als bedoeld in artikel 8.77, eerste lid.

G

In artikel XVI wordt «artikel I, onderdeel K,» vervangen door: artikel I, onderdeel F,.

H

In artikel XVII, eerste lid, wordt «Onverminderd artikel IX, tweede lid, blijft artikel 30 van de Luchtvaartwet van toepassing» vervangen door: Artikel 30 van de Luchtvaartwet blijft van toepassing.

ARTIKEL IIa

In artikel 80a, eerste lid, van de Luchtvaartwet vervalt «van artikel 37 en».

ARTIKEL IIb

In artikel 429, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht wordt «Luchtvaartwet» vervangen door: Wet luchtvaart.

ARTIKEL IIc

Het Wetboek van Strafrecht zoals het luidde vóór inwerkingtreding van artikel IIb blijft van toepassing op een luchtvaartterrein, aangewezen op grond van artikel 18 van de Luchtvaartwet, zolang op dat luchtvaartterrein het bepaalde bij of krachtens de Luchtvaartwet van toepassing blijft krachtens artikel IX, tweede lid, of artikel XVIII, derde lid, van de in artikel II genoemde Wet van 18 december 2008.

ARTIKEL IId

De Wet wapens en munitie wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 52, vierde lid, komt te luiden:

  • 4. De bedoelde ambtenaren alsmede andere daartoe door Onze Minister aangewezen personen zijn bevoegd een persoon die zich bevindt op een bij regeling van Onze Minister aangewezen luchthaven, te allen tijde aan zijn kleding en de verpakking van goederen, met inbegrip van reisbagage, alsmede diens vervoermiddel, te onderzoeken.

B

Aan artikel 52 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Onze Minister wijst een luchthaven met toepassing van het vierde lid slechts aan indien dat naar zijn oordeel met het oog op de veiligheid nodig is.

C

Artikel 55, derde lid, sub b, komt te luiden:

  • b. hij die handelt in strijd met de artikelen 13, eerste lid, of 26, eerste lid, aan boord van een luchtvaartuig of op een luchthaven, aangewezen krachtens artikel 52, vierde lid.

ARTIKEL III

De volgende artikelen vervallen:

a. de artikelen I, onder G, II, III, VI, VII, VIII en X van de Wet van 29 april 1999, houdende wijziging van de Wet Luchtverkeer (luchtvaartuigen en vluchtuitvoering) (Stb. 235);

b. de artikelen IV, V en VI van de Wet van 27 september 2007 tot wijziging van de Wet luchtvaart en de Wet op het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut ter uitvoering van vier EG-verordeningen in verband met het totstandkomen van een gemeenschappelijk Europees luchtruim (Stb. 405);

c. artikel II van de Wet van 3 april 2008 tot wijziging van de Wet luchtvaart ter implementatie van richtlijn nr. 2006/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 april 2006 inzake een communautaire vergunning van luchtverkeersleiders (PbEU L 114) (Stb. 130).

ARTIKEL IV

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Daarbij kan worden bepaald dat een artikel of onderdeel terugwerkt tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 18 maart 2010

Beatrix

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

C. M. P. S. Eurlings

Uitgegeven de zevende april 2010

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 31 857