Besluit van 20 augustus 2009, houdende wijziging van het Besluit strategische goederen in verband met verordening (EG) nr. 428/2009 tot instelling van een communautaire regeling voor de controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 15 juli 2009, nr. WJZ / 9122793, gedaan na overleg met de Staatssecretaris van Financiën;

Gelet op verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van de Europese Unie van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik (PbEU L 134) en de artikelen 1:4, tweede lid, en 3:1 van de Algemene douanewet;

De Raad van State gehoord (advies van 12 augustus 2009, no. W10.09.0294/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 18 augustus 2009, nr. WJZ / 9143473;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit strategische goederen wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onderdeel c, komt te luiden:

c. verordening 428/2009:

de verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van de Europese Unie van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik (PbEU L 134).

B

Artikel 2 komt te luiden:

Artikel 2

Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 3, eerste lid, 4, eerste tot en met vierde lid, 6, eerste en tweede lid, 20, eerste en derde lid, en 22, eerste, achtste en tiende lid, van verordening 428/2009, voor zover het goederen betreft.

C

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, 6, eerste en tweede lid, 9, tweede en vierde lid, onder c, 11, eerste lid, 13, eerste en vijfde lid, en 16, derde en vierde lid, van verordening 428/2009 is Onze Minister.

2. In het tweede lid wordt «verordening 1334/2000» vervangen door: verordening 428/2009.

D

In artikel 4 wordt «verordening 1334/2000» vervangen door: verordening 428/2009.

E

Na artikel 4 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4a

  • 1. Onze Minister kan de doorvoer van niet-communautaire goederen voor tweeërlei gebruik, die niet op de lijst van bijlage I van verordening 428/2009 staan, verbieden indien deze goederen bestemd zijn voor een van de doeleinden, genoemd in artikel 4, eerste lid, van verordening 428/2009.

  • 2. Onze Minister kan de doorvoer van niet-communautaire goederen voor tweeërlei gebruik, die op de lijst van bijlage I van verordening 428/2009 staan, verbieden indien deze goederen een militaire bestemming hebben als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van verordening 428/2009.

  • 3. Onze Minister kan besluiten dat een vergunning is vereist voor de overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik vanuit Nederland naar een andere lidstaat indien op het tijdstip van de overbrenging voldaan wordt aan de eisen, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van verordening 428/2009.

F

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

In het eerste en tweede lid wordt «bedoeld in artikel 6, tweede lid, van verordening 1334/2000» telkens vervangen door: bedoeld in artikel 9, tweede lid, van verordening 428/2009.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 27 augustus 2009.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

’s-Gravenhage, 20 augustus 2009

Beatrix

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

F. Heemskerk

Uitgegeven de zesentwintigste augustus 2009

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

I. Algemeen

Op 5 mei 2009 heeft de Raad van de Europese Unie de verordening (EG) nr. 428/2009 tot herschikking van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik aangenomen (PbEU L 134, hierna: de verordening). Deze verordening is een herziening van verordening (EG) nr. 1334/2000.

Ten opzichte van verordening (EG) nr. 1334/2000 zijn de twee belangrijkste inhoudelijke wijzigingen de toevoeging van de controle op tussenhandeldiensten (artikel 5), oftewel brokering en op doorvoer (artikel 6). Aangezien het Besluit strategische goederen (hierna: het besluit) slechts betrekking heeft op het grensoverschrijdend verkeer van fysieke goederen, is het niet mogelijk om regelgeving omtrent brokering in dit besluit op te nemen. Dit zal dan ook separaat worden geregeld in een wetsvoorstel met betrekking tot strategische dienstverlening, dat momenteel in voorbereiding is. De overige wijzigingen in dit besluit houden verband met vernummeringen in de artikelen van de verordening.

Aan het in de verordening opgenomen doorvoerregime wordt met dit besluit uitvoering gegeven. Nederland herbergt met de haven van Rotterdam en de luchthaven Schiphol twee van de grootste doorvoerknooppunten van de Europese Unie. De bepalingen voor doorvoercontrole bieden de mogelijkheid om ook bij doorvoer in te kunnen grijpen. De verordening definieert doorvoer als een goederenbeweging tussen twee derde landen, niet zijnde EU-lidstaten, over het douanegebied van de Europese Gemeenschap, zonder dat de goederen in het vrije verkeer worden gebracht.

Lidstaten kunnen doorvoer namelijk verbieden als ze aanwijzingen hebben dat de goederen mogelijk bestemd zijn voor een programma ter vervaardiging van een massavernietigingswapen of overbrengingsmiddelen voor deze wapens. Om de betrokkenen in de gelegenheid te stellen het civiele eindgebruik van de goederen aan te tonen, mogen lidstaten – in plaats van de doorvoer meteen te verbieden – in eerste aanleg een ad hoc vergunningplicht opleggen, zoals dat bij uitvoer ook mogelijk is. De goederen kunnen dan worden stilgezet totdat een afgewogen beslissing is genomen op een aanvraag ter verkrijging van een doorvoervergunning die vereist is als gevolg van de opgelegde ad-hoc-vergunningplicht. Een negatieve beslissing betekent uiteraard een doorvoerverbod.

In beginsel geldt doorvoercontrole voor dual-use goederen voor de lijst-goederen uit bijlage I van de verordening. Hier is voor lidstaten de optie opengelaten om de doorvoercontrole uit te breiden met goederen die niet in bijlage I zijn opgenomen of met goederen die daarin wel zijn opgenomen en mogelijk bestemd zijn voor militair eindgebruik in een land waarvoor een internationaal afgesproken wapenembargo geldt. Van deze mogelijkheid is gebruik gemaakt in het artikel 4a van dit besluit.

Administratieve lasten

Afgezien van de nieuwe controlemodaliteiten met betrekking tot de tussenhandel in diensten, die immers niet geïmplementeerd kunnen worden met behulp van de douane-wetgeving, is het belangrijkste nieuwe element van de verordening de regeling aanzien van de doorvoer. zoals die hierboven is omschreven. In de meeste gevallen zullen zowel de verkoper als de koper buiten de EG gevestigd zijn en zijn vooral Nederlandse dienstverleners als transporteurs, cargadoors of douane-expediteurs betrokken zijn. Het opleggen van een ad-hoc-vergunningplicht zal dan ook slechts in zeer beperkte mate het geval zijn en afhankelijk van gegevens afkomstig van Nederlandse of buitenlandse opsporings-, inlichtingen-, of veiligheidsdiensten over hetzij gebruik in het land van bestemming voor proliferatie-gevoelige programma’s hetzij militair eindgebruik in een land waarop een wapenembargo rust. Het aantal vergunningen wordt geschat op minder dan 10 per jaar. Kosten van een vergunningaanvraag bedragen thans 45 Euro.

Niet onvermeld blijven overigens dat alle uit- en doorvoervergunningen die op grond van de nieuwe verordening zijn vereist ook digitaal mogen worden afgegeven.

II. Artikelsgewijs

Onderdeel B

In dit artikel worden de inbreuken op de verordening gesanctioneerd. De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen zijn verbonden aan de toevoeging van artikel 6, waarmee ook de doorvoer onder controle komt te staan. Andere wijzigingen vloeien voort uit de vernummering van de artikelen.

Onderdeel C

Artikel 3 wijst de bevoegde autoriteit aan die krachtens de verordening de aan hem toekomende bevoegdheden moet uitoefenen. Deze bevoegde autoriteit is de Minister van Economische Zaken. De wijzigingen vloeien voort uit de vernummering van de artikelen.

Onderdeel E

Artikel 4a, eerste en tweede lid, geeft uitvoering aan artikel 6, derde lid, van de verordening dat aan de lidstaten de mogelijkheid biedt om de doorvoercontrole uit te breiden met goederen die niet in bijlage I zijn opgenomen en met goederen die dat wel zijn en bovendien mogelijk bestemd voor militair eindgebruik in een land waarvoor een internationaal afgesproken wapenembargo geldt. De trend dat bij proliferatie betrokken organisaties in toenemende mate goederen proberen te verwerven die gezien hun technische eigenschappen (net) buiten de controle vallen, gold als grond voor de Nederlandse wens om nationaal verder te kunnen gaan dan de verordening voorschrijft.

Het derde lid geeft uitvoering aan artikel 22, tweede lid, van de verordening welke bepaling de lidstaten in staat stelt om onder bepaalde omstandigheden een vergunning te vereisen voor het overbrengen van goederen voor tweeërlei gebruik, die niet zijn vermeld in bijlage IV van de verordening, naar een andere lidstaat van de EU. Voor het overbrengen van goederen die wel in die wel in die bijlage zijn vermeld naar een andere lidstaat geldt een algehele vergunningplicht.

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

F. Heemskerk


XHistnoot
histnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid j° vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.

Naar boven