Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 27 mei 2009, nr.
2009-0000277806, CZW/WVOB;
Gelet op artikel 125, eerste lid, van
de Ambtenarenwet en artikel 50, eerste lid, van de Politiewet
1993;
De Raad van State gehoord (advies van
10 juni 2009, nr. W04.09.0181/I);
Gezien het nader rapport van Onze
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 30 juni 2009, nr.
2009-0000326131;
Hebben goedgevonden en verstaan:
ARTIKEL I
Artikel 110g, tweede lid, van het Algemeen
Rijksambtenarenreglement komt te luiden:
2. De Advies- en Arbitragecommissie is gevestigd te
’s-Gravenhage. Zij bestaat uit vijf leden, onder wie de voorzitter, en vijf
plaatsvervangende leden. Zij worden door Ons benoemd voor een tijdvak van ten
hoogste vier jaar. Herbenoeming kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier
jaar plaatsvinden.
ARTIKEL II
In artikel 3, tweede lid, van het besluit van 3
februari 2006 tot instelling van de Commissie integriteit overheid (Stb. 130) wordt de zin
«Zij worden benoemd voor een periode van zes jaar» vervangen door:
Zij worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar.
Herbenoeming kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier jaar
plaatsvinden.
ARTIKEL III
Artikel 3, derde lid, van het Besluit van 13
oktober 1992, houdende regelen met betrekking tot de instelling, de taak, de
samenstelling en de werkwijze van de commissie bedoeld in de artikelen 82a,
eerste lid, en 97b, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, de
artikelen 117a, eerste lid, en 128, eerste lid, van het Ambtenarenreglement
Staten-Generaal en artikel 55a, eerste lid, van het Arbeidsovereenkomstenbesluit
(Stb. 565) komt
te luiden:
3. De voorzitter en de andere leden, alsmede hun
plaatsvervangers, worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar.
Herbenoeming kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier jaar
plaatsvinden.
ARTIKEL IV
Artikel 28, tweede lid, van het Besluit overleg
en medezeggenschap politie 1994 komt te luiden:
2. De bijzondere leden, bedoeld in het eerste lid, worden door
Onze Minister benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaren. Herbenoeming
kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden.
ARTIKEL V
De benoemingsbesluiten die op de datum van inwerkingtreding van dit
besluit reeds zijn vastgesteld, blijven na de inwerkingtreding van dit besluit
ongewijzigd van kracht.
ARTIKEL VI
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
NOTA VAN TOELICHTING
Dit besluit strekt ertoe de benoemingstermijnen voor de leden van
de Advies- en Arbitragecommissie (AAC), de Commissie integriteit overheid (CIO)
en de Adviescommissie grondrechten en functie-uitoefening ambtenaren (AGFA) te
verkorten van zes jaar naar ten hoogste vier jaar. Tevens wordt de mogelijkheid
tot herbenoeming van de commissieleden, die op dit moment niet is gelimiteerd,
beperkt tot maximaal twee herbenoemingen en telkens voor ten
hoogste vier jaar.
Daartoe worden het Algemeen Rijksambtenarenreglement (met
betrekking tot de AAC), de instellingsbesluiten van de CIO en de AGFA enhet
Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 (waar dat betrekking heeft op
enkele bijzondere AAC-leden) aangepast.
Met de onderhavige wijzigingen wordt, waar het de benoeming en de
herbenoeming van leden betreft, aangesloten bij de termijnen in artikel 11,
tweede lid, van de Kaderwet adviescolleges.
Die wet is overigens niet op genoemde commissies van toepassing. De
AAC, de CIO en de AGFA, die voornamelijk adviserende taken uitoefenen op het
gebied van de rechtspositie van ambtenaren, zijn geen adviescolleges als
bedoeld in artikel 1 van de Kaderwet adviescolleges, aangezien deze commissies
de regering niet adviseren over algemeen verbindende voorschriften of te voeren
beleid.
Aldus wordt de mobiliteit bevorderd en kan worden voorkomen dat
commissieleden te lang in dezelfde samenstelling functioneren.
De nieuwe regeling met betrekking tot benoemingstermijnen gaat gelden
voor nieuwe benoemingsbesluiten en is niet van invloed op lopende
benoemingstermijnen. Het nieuwe maximum voor het aantal herbenoemingen gaat
gelden voor herbenoemingen na de inwerkingtreding van dit besluit.
De Minister van
Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties,
G. ter Horst