Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en MilieubeheerStaatsblad 2008, 364AMvB

Besluit van 4 juli 2008, houdende regels met betrekking tot de mededeling inzake het afvalbeheer en het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in batterijen en accu’s (Besluit beheer batterijen en accu’s 2008)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 6 mei 2008, nr. DJZ2008042473, Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Gelet op de artikelen 10.15 tot en met 10.18 van de Wet milieubeheer;

De Raad van State gehoord (advies van 11 juni 2008, nr. W08.08.0166/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 30 juni 2008, nr. BJZ2008065145, Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

  • 1. In dit besluit wordt verstaan onder:

    a. batterij:

    bron van door rechtstreekse omzetting van chemische energie verkregen elektrische energie, bestaande uit een of meer primaire batterijcellen of uit een of meer secundaire batterijcellen;

    b. accu:

    bron van door rechtstreekse omzetting van chemische energie verkregen elektrische energie, bestaande uit een of meer primaire batterijcellen of uit een of meer secundaire batterijcellen;

    c. op de markt brengen:

    het leveren of ter beschikking stellen, al dan niet tegen betaling, aan een derde in Nederland;

    d. fabrikant:

    degene die een batterij of accu vervaardigt;

    e. producent:

    degene die beroepsmatig, ongeacht de verkooptechniek, batterijen of accu's, met inbegrip van die welke in apparatuur of voertuigen zijn ingebouwd, voor het eerst op de markt brengt.

  • 2. Dit besluit is niet van toepassing op batterijen en accu’s die worden gebruikt in:

    • a. apparatuur die wordt aangewend in samenhang met de bescherming van de wezenlijke belangen van de veiligheid van Nederland of een van de andere lidstaten van de Europese Unie, wapens, munitie en oorlogsmateriaal, met uitzondering van producten die niet voor specifieke militaire doeleinden zijn bestemd;

    • b. apparatuur bestemd om de ruimte ingestuurd te worden.

Artikel 2

  • 1. De producent of de fabrikant van batterijen en accu’s doet binnen dertien weken nadat de Regeling beheer batterijen en accu’s 2008 op hem van toepassing is geworden, aan Onze Minister door middel van een daartoe door hem vast te stellen formulier, mededeling over de wijze waarop uitvoering zal worden gegeven aan de in dat formulier genoemde artikelen van die regeling, voor zover die artikelen op hem van toepassing zijn.

  • 2. De mededeling behoeft de instemming van Onze Minister.

  • 3. Onze Minister kan voorschriften of beperkingen verbinden aan de instemming met de mededeling.

  • 4. Onze Minister kan de voorschriften of beperkingen, bedoeld in het derde lid, ambtshalve of op een daartoe strekkend verzoek wijzigen of intrekken.

Artikel 3

Het Besluit beheer batterijen wordt ingetrokken.

Artikel 4

In artikel 2, tweede lid, van het Besluit beheer autowrakken wordt «dan wel bij of krachtens het Besluit beheer batterijen» vervangen door: , het Besluit beheer batterijen of accu’s 2008 of de Regeling beheer batterijen en accu’s 2008.

Artikel 5

In artikel 1.2, eerste lid, van het Besluit kwikhoudende producten milieubeheer wordt «het Besluit beheer batterijen» vervangen door: de Regeling beheer batterijen en accu’s 2008.

Artikel 6

In de bijlage behorend bij artikel 8 van het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen komt onderdeel c te luiden:

  • c. batterijen en accu’s als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a respectievelijk onderdeel b, van het Besluit beheer batterijen en accu’s 2008.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking met ingang van 26 september 2008.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beheer batterijen en accu’s 2008.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

’s-Gravenhage, 4 juli 2008

Beatrix

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. M. Cramer

Uitgegeven de achttiende september 2008

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

I. Algemeen

1. Inleiding

Het Besluit houdende regels met betrekking tot de mededeling inzake het afvalbeheer en het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in batterijen en accu’s (Besluit beheer batterijen en accu’s 2008) (hierna: besluit) bevat regels met betrekking tot de mededelingsplicht voor producenten en fabrikanten van batterijen en accu’s. Het besluit hangt nauw samen met de Regeling beheer batterijen en accu’s 2008 (hierna: regeling) die strekt tot uitvoering van Richtlijn 2006/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 inzake batterijen en accu’s, alsook afgedankte batterijen en accu’s en tot intrekking van Richtlijn 91/157/EEG (PbEU L 266)(hierna: richtlijn 2006/66/EG). Richtlijn 2006/66/EG reguleert het gebruik van de gevaarlijke stoffen kwik, cadmium en lood in batterijen en accu’s en bevat markeringsvoorschriften voor batterijen en accu’s; voor deze onderwerpen uit richtlijn 2006/66/EG is artikel 95, eerste lid van het EG-verdrag de rechtsbasis. Ook bevat richtlijn 2006/66/EG regels met betrekking tot de inname, verwerking en het hergebruik als materiaal van afgedankte batterijen, en een verplichting tot informatieverstrekking aan het publiek; hiervoor is de rechtsbasis artikel 175, eerste lid van het EG-verdrag.

De regeling is gebaseerd op artikel 21.6, zesde lid, van de Wet milieubeheer, omdat de regeling uitsluitend strekt tot uitvoering van richtlijn 2006/66/EG. Het besluit regelt de mededelingsverplichting voor de producent of fabrikant van batterijen en accu’s en dit kan niet als directe uitvoering van de richtlijn worden aangemerkt. Vandaar dat vanwege het bepaalde in artikel 21.6, zesde lid, van de Wet milieubeheer de mededelingsverplichting in het besluit wordt geregeld.

Een mededelingsverplichting bestond al op grond van het Besluit beheer batterijen voor de producent van batterijen met een gewicht van duizend gram of minder (artikel 6 van het Besluit beheer batterijen). Met het besluit is de verplichting uitgebreid naar een grotere groep, namelijk alle producenten en fabrikanten van batterijen en accu’s; deze aanpassing wordt gedaan met het oog op de uitvoering en handhaving van de regels die ter implementatie van richtlijn 2006/66/EG gelden. Voor de verplichting tot het doen van een mededeling is het gewicht van de batterij of accu die door de producent op de markt wordt gebracht dus geen onderscheidend criterium meer. Richtlijn 2006/66/EG onderscheidt drie typen batterijen en accu’s: draagbare batterijen en accu’s, industriële batterijen en accu’s en autobatterijen en -accu’s. Afhankelijk van het type batterij of accu gelden voor de producent of fabrikant ervan verschillende regels voor de inzameling, verwerking en het hergebruik als materiaal ervan als de batterijen en accu’s worden afgedankt. Dit onderscheid is in de regeling overgenomen. Ook de mededelingsplicht verschilt dientengevolge voor de drie groepen producenten of fabrikanten wat betreft de inhoud.

Het besluit en de regeling tezamen vervangen het Besluit beheer batterijen en de Nadere regels aanduiding van batterijen en accu’s die kwik, cadmium of lood bevatten.

2. Mededelingsverplichting

Een mededelingsverplichting is een belangrijk instrument om een correcte en vooral tijdige invulling te kunnen geven aan een adequate uitvoering en handhaving van de regeling. Doordat producenten verplicht zijn om een mededeling te doen, kan worden zeker gesteld dat zij op tijd aan de slag gaan om te voldoen aan de verplichtingen die uit de regeling voortvloeien.

Bij de implementatie van richtlijn 2006/66/EG is er gekozen voor een systeem van producentenverantwoordelijkheid: producenten van batterijen en accu’s zijn voor het beheer van batterijen en accu’s als afvalstof verantwoordelijk, zowel materieel als financieel. De mededelingsplicht is een figuur ter ondersteuning hiervan, die ook in andere zogenoemde productbesluiten op grond van de Wet milieubeheer is opgenomen, om ervoor te zorgen dat bedrijven uitvoering zullen geven aan hun verplichtingen. Voorbeelden zijn het Besluit beheer elektronische en elektrische apparatuur, het Besluit beheer autowrakken, en het Besluit beheer verpakkingen en papier en karton. Door het besluit van 6 december 2007, houdende wijziging van het Besluit beheer autobanden, het Besluit beheer autowrakken, het Besluit beheer batterijen, het Besluit beheer elektrische en elektronische apparatuur en het Besluit beheer verpakkingen en papier en karton in verband met aanpassing van de meldings- en mededelingstermijn (onbeperkte geldigheid melding en mededeling)1 is de verplichting tot het doen van een mededeling op grond van onder meer het Besluit beheer batterijen (inwerkingtreding per 1 april 2008) zodanig gewijzigd dat de mededeling onbeperkt geldig wordt en daarmee hoeft er niet meer om de paar jaar een nieuwe mededeling te worden ingediend. Van de onbeperkte geldigheidsduur van de mededeling is in het besluit ook uitgegaan.

Het besluit bepaalt dat de producent of fabrikant van batterijen en accu’s aan de Minister van VROM mededeling moet doen van de wijze waarop hij uitvoering zal geven aan de verplichtingen die op hem rusten op grond van de regeling. Voor het doen van de mededeling, een plan van aanpak, zal een formulier worden vastgesteld. De mededelingsverplichting vloeit niet rechtstreeks voort uit richtlijn 2006/66/EG, maar is een verplichting in het nationale recht om de uitvoering en handhaving van de regeling die richtlijn 2006/66/EG implementeert te verbeteren.

Welke informatie in ieder geval in de mededeling door de producent (of collectieve uitvoeringsorganisatie) moet worden vermeld, is opgenomen in een formulier dat bij ministeriële regeling wordt vastgesteld. De mededeling met betrekking tot draagbare batterijen en accu’s zal onder meer informatie bevatten over de maatregelen die zijn gericht op het op de markt brengen van batterijen die geen kwik, cadmium of lood bevatten, de wijze waarop aan de markeringsvoorschriften zal worden voldaan, de maatregelen die er toe strekken bepaalde in richtlijn 2006/66/EG genoemde inzamelingsdoelstellingen in de bijbehorende jaren te verwezenlijken, de wijze waarop wordt zorggedragen voor het innemen, bewaren, bewerken en verwerken van de ingenomen batterijen met het oog op het hergebruik als materiaal, de wijze van de financiering van de afvalbeheersstructuur, de maatregelen die zijn of worden getroffen om inname en verder afvalbeheer zeker te stellen ingeval de producent ophoudt met het in Nederland op de markt brengen van batterijen, het meet- en monitoringsysteem, en gegevens omtrent de wijze waarop hetgeen in de mededeling staat vermeld zal worden geregistreerd. De mededeling met betrekking tot industriële batterijen en accu’s betreft in ieder geval de wijze waarop zorg wordt gedragen voor het innemen, verwerken en hergebruik als materiaal van deze batterijen en accu’s als zij afgedankt zijn. De mededeling met betrekking tot autobatterijen en -accu’s betreft in ieder geval het systeem van inzameling en voor verwerking en hergebruik als materiaal.

3. Uitvoerbaarheid en handhaving

Een mededeling met betrekking tot afgedankte batterijen en accu’s is een plan van aanpak waarin aangegeven wordt hoe de producent (of de collectieve uitvoeringsorganisatie) uitvoering geeft aan de wijze waarop inname en verwerking van de afgedankte batterijen en accu’s, alsmede de financiering daarvan gaan plaatsvinden. De mededeling behoeft de instemming van de Minister van VROM. In de praktijk wordt SenterNovem met de beoordeling belast. Het betreft een toetsing vooraf. Het beoordelen van de mededeling betreft het nagaan of de inname, verwerking en financiering worden geregeld. In deze beoordeling zit geen doelmatigheidstoets, noch een toets om met zekerheid vast te stellen of de taakstellingen die ermee verband houden worden verwezenlijkt, zoals bijvoorbeeld het in een bepaald jaar te realiseren specifiek inzamelingspercentage voor afgedankte draagbare batterijen en accu’s. Het goedkeuren van de mededeling garandeert nog niet dat de door de producent voorgestelde aanpak werkt. Een producent dient altijd aan zijn verplichtingen uit de regelgeving te voldoen; een goedgekeurde mededeling doet daaraan niet af. Handhaving vindt, naast handhaving van de mededelingsplicht, ook plaats op grond van de uiteindelijk behaalde resultaten.

De handhaving van de mededelingsverplichting zal plaatsvinden bij de producenten en fabrikanten van batterijen en accu’s. Producenten en fabrikanten kunnen op collectieve wijze uitvoering geven aan de voor hen geldende mededelingsverplichting. Dit kan doordat zij zich aansluiten bij een collectieve uitvoeringsorganisatie of doordat zij daarvoor een nieuwe uitvoeringsorganisatie oprichten. Indien de mededeling van deze uitvoeringsorganisatie wordt goedgekeurd, hebben de daarbij aangesloten producenten en fabrikanten voldaan aan hun mededelingsverplichting op grond van het besluit.

De praktijk heeft geleerd dat de handhaving van de mededelingsplicht met beperkte inzet van capaciteit kan worden gerealiseerd omdat concurrenten van de producenten die geen mededeling indienen, dit melden bij de VROM-Inspectie, zodat deze gericht actie kan ondernemen. In afwijking van hetgeen in de brief aan de Tweede Kamer is gemeld over de herijking van de regelgeving2 is er voor batterijen en accu’s voor een mededelingsplicht gekozen, en niet voor een meldingsplicht, vanwege het grotere aantal te verwachten free riders in geval van een meldingsplicht vergeleken met een mededelingsplicht, en de handhavingsproblemen die bij een meldingsplicht naar verwachting zullen ontstaan.

4. Administratieve lasten voor de burger en het bedrijfsleven

Het besluit veroorzaakt geen administratieve lasten voor de burger.

De mededelingsverplichting heeft een toename van de administratieve lasten voor het bedrijfsleven tot gevolg ten opzichte van het Besluit beheer batterijen. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat er meer bedrijven onder de mededelingsverplichting vallen omdat deze niet langer beperkt is tot producenten van draagbare batterijen met een gewicht tot duizend gram. Naar verwachting zal er overigens met ingang van 1 april 2008 sprake zijn van een vermindering van administratieve lasten omdat de mededelingsplicht vanaf die datum niet meer iedere 3 tot 5 jaar behoeft te worden vernieuwd als gevolg van de inwerkingtreding van het besluit van 6 december 2007 (zie paragraaf 2).

De administratieve lasten van de mededelingsplicht zijn verschillend voor de producenten van de drie verschillende categorieën van batterijen. Voor de producenten van draagbare batterijen en accu’s gaat het om een bedrag van € 75.000 (500 uur à € 150). Er wordt vanuit gegaan dat de huidige collectieve organisatie op dezelfde wijze doorgaat met het doen van één collectieve mededeling; vrijwel alle producenten van dit type batterij of accu zijn bij de collectieve uitvoeringsorganisatie aangesloten. Hiernaast kunnen uiteraard individuele mededelingen worden gedaan. Omdat de administratieve lasten worden berekend op basis van de beginsituatie van het Besluit beheer batterijen, worden de individuele mededelingen voor dit type batterij of accu in de berekening voor de administratieve lasten niet meegenomen

Voor autobatterijen en -accu’s worden de kosten per mededeling geraamd op € 1.800 (40 uur à € 45). In totaal gaat het om een bedrag van € 45.000, uitgaande van maximaal 25 te verwachten mededelingen. Voor het doen van een mededeling voor de industriële batterijen zijn de administratieve lasten geraamd op € 360 (8 uur à € 45). Naar schatting gaat het om 1665 producenten. Dit komt neer op een lastenverzwaring van € 599.400 met betrekking tot dit type batterij of accu.

Indien voor autobatterijen en -accu’s en voor industriële batterijen en accu’s collectieve uitvoeringsorganisaties worden gevormd, zoals nu al het geval is voor draagbare batterijen en accu’s, zullen de administratieve lasten lager uitvallen.

De administratieve lasten ten gevolge van de mededelingsplicht komen in totaal neer op € 719.400; het betreft een éénmalige last.

Voor het kennisnemen van de regelgeving wordt een bedrag van € 216.000 berekend; dit is inclusief kennisneming van de regeling (uitgaande van 2400 bedrijven die daar 2 uur aan besteden tegen een uurloon van € 45).

Een ontwerp van het besluit is voorgelegd aan het Adviescollege voor de toetsing van administratieve lasten (Actal). Actal heeft het onderhavige besluit niet voor een advies geselecteerd.

5. Milieueffecten

Verwacht wordt dat met de mededelingsplicht, geldend voor alle producenten en fabrikanten van batterijen en accu’s, een positief effect zal optreden voor de naleving van de ministeriële regeling die dient ter implementatie van richtlijn 2006/66/EG. Als gevolg hiervan zullen er minder batterijen en accu’s in het milieu en in het restafval terechtkomen. Ook zal door de naleving van regels voor de verwerking, en het hergebruik van materiaal een gunstig effect voor het milieu kunnen worden bewerkstelligd.

6. Bedrijfseffecten

Producenten en fabrikanten moeten in de mededeling uitleggen op welke wijze de inzameling of inname van batterijen en accu’s zal plaatsvinden en op welke wijze inzameldoelstellingen – indien van toepassing – zullen worden behaald. Distributeurs van batterijen en accu’s (zoals bijvoorbeeld detaillisten en garagehouders) spelen daarbij een rol. Zij nemen de batterijen en accu’s in, waarna de producenten en fabrikanten voor verdere inzameling en verwerking moeten zorgen. Voor batterijen en accu’s met een gewicht tot één kilogram bestond al een inzamel- en verwerkingsketen. Voor zwaardere batterijen en accu’s bestaan in de praktijk ook al inzamel- en verwerkingketens, maar er was nog geen verplichting daartoe.

7. Reacties op het ontwerp

Ter uitvoering van artikel 21.6, vierde lid, van de Wet milieubeheer is het ontwerpbesluit aan beide Kamers der Staten-Generaal gezonden. De vaste kamercommissie van VROM heeft daarop een aantal vragen gesteld3. Deze vragen zijn beantwoord bij brief van 2 april 20084. In een algemeen overleg op 16 april 2008 met de vaste kamercommissie van VROM is de beantwoording van de schriftelijke vragen behandeld. De vragen van de vaste kamercommissie en het algemeen overleg hebben niet geleid tot wijziging van het besluit.

Daarnaast is het ontwerpbesluit voorgepubliceerd in de Staatscourant van 13 februari 2008 (Stcrt. 31). Naar aanleiding daarvan is een reactie ontvangen van de Stichting Batterijen (hierna: Stibat) en een gezamenlijke reactie van de RAI Vereniging, de BOVAG en Auto Recycling Nederland.

In de gezamenlijke reactie van de RAI Vereniging, de BOVAG en Auto Recycling Nederland wordt verzocht om naast het besluit ook de regeling voor te publiceren.

De voorpublicatie van het besluit is zoals aangegeven voorgeschreven op grond van de Wet milieubeheer. De regeling strekt uitsluitend tot uitvoering van een Europese richtlijn, richtlijn 2006/66/EEG, en is om die reden gebaseerd op artikel 21.6, zesde lid, van de Wet milieubeheer. Voor de regeling is voorpublicatie niet voorgeschreven en zal daarom niet plaatsvinden. Overigens zijn de partijen die dit verzoeken in de voorbereidingsfase regelmatig en uitvoerig geïnformeerd over de inhoud van de regeling.

In beide reacties is aangeven dat vanwege de omschrijving van de begrippen «op de markt brengen» en «producent», zoals die in artikel 1 van het voorgepubliceerde ontwerpbesluit voor kwamen, onduidelijkheid ontstaat over het toepassingsgebied van het ontwerpbesluit.

De omschrijving van beide begrippen was in het ontwerpbesluit overgenomen uit richtlijn 2006/66/EG. Omdat met de omschrijving van die begrippen uit de richtlijn niet duidelijk was welk grondgebied, dat van de Europese gemeenschap of dat van de lidstaat, bepalend was voor de invulling van het begrip «producent», is er voor gekozen om het begrip «op de markt brengen» zodanig aan te passen zodat het ziet op bepaalde handelingen binnen de lidstaat Nederland. Het begrip «op de markt brengen» werkt door in het begrip «producent». Met de aanpassing van de omschrijving van het begrip «op de markt brengen» is de onduidelijkheid waar in de inspraakreacties op werd gedoeld, weggenomen.

Naar aanleiding van de inspraakreacties is de definitie van «distributeur» uit het ontwerpbesluit gehaald. Dat begrip is voor het besluit niet van betekenis.

De RAI Vereniging, de BOVAG en Auto Recycling Nederland zijn van mening dat het besluit niet van toepassing hoort te zijn op een voertuigimporteur die alleen voertuigen, voorzien van autobatterijen en -accu’s, importeert en die dus geen losse batterijen of accu’s in Nederland importeert. Hiervoor wordt verwezen naar artikel 2 van de richtlijn 2006/66/EG op grond waarvan een dergelijke voertuigimporteur zou zijn vrijgesteld van de verplichting uit de richtlijn om een inzamelsysteem op te zetten.

De opvatting dat uit artikel 2 van de richtlijn 2006/66/EG een vrijstelling volgt, wordt niet gedeeld omdat op grond van artikel 2 van de richtlijn 2006/66/EG die richtlijn juist onverkort van toepassing is op alle batterijen en accu’s ongeacht of deze in een voertuig zijn ingebouwd. De voertuigimporteur die voor het eerst een voertuig met ingebouwde batterijen of accu’s op de markt brengt, kan worden aangemerkt als «producent» in de zin van het besluit. Hij is dan verplicht om op grond van het besluit een mededeling in te dienen. Daarnaast zal hij op grond van de regeling ook een inzamelsysteem voor de door hem om de markt gebrachte autobatterijen en -accu’s op moeten zetten. In de praktijk kan een autobatterij of -accu tegelijk worden ingezameld met het autowrak via het inzamelsysteem dat op grond van het Besluit beheer autowrakken behoort te bestaan. De verplichtingen inzake de inzameling, de verwerking en het hergebruik als materiaal uit de regeling blijven echter onverkort gelden. Om overlap te voorkomen tussen de regelgeving inzake autowrakken en batterijen en accu’s is in artikel 2, tweede lid, van het Besluit beheer autowrakken (zie artikel 4 van het besluit) bepaald dat een in een auto aangebrachte autobatterij of -accu altijd onder de regelgeving voor batterijen en accu’s valt. Hierbij zij nog opgemerkt dat er ten tijde van het Besluit beheer batterijen op dezelfde wijze een afbakening met de regelgeving voor autowrakken bestond.

De RAI Vereniging, Bovag en Auto Recycling Nederland vinden het een onjuiste voorstelling van zaken dat de administratieve lasten die voortkomen uit de verplichting om jaarlijks een verslag uit te brengen niet zijn genoemd in het ontwerpbesluit.

De administratieve lasten die voortkomen uit de verslagleggingplicht zijn niet opgenomen in het ontwerpbesluit, omdat de verplichting om een verslag uit te brengen wordt opgenomen in de regeling. De administratieve lasten die daardoor worden veroorzaakt worden in de berekening van de administratieve lasten van de regeling opgenomen. Overigens voorzag het Besluit beheer batterijen ook al in een plicht tot jaarlijkse verslaglegging.

De opmerking van de RAI Vereniging, de BOVAG en Auto Recycling Nederland over de citeertitel van de regeling (toevoegen van het jaartal) is overgenomen.

De Stibat adviseert in haar reactie in de uitzonderingsbepaling (artikel 1, tweede lid, van het besluit) niet het gebruik van de accu of batterij bepalend te laten zijn, maar het doel waarvoor die batterij of accu is ontworpen.

De formulering van de uitzonderingsbepaling is overgenomen uit de richtlijn. Door de formulering van de uitzonderingsbepaling wordt de reikwijdte van het besluit bepaald, waardoor het van belang wordt geacht om aan te sluiten bij de tekst van de richtlijn. De Stibat geeft terecht aan dat in het afvalstadium niet altijd is na te gaan voor welke doeleinden de batterij of accu is gebruikt. Onder de uitzonderingsbepalingen vallen batterijen en accu’s die worden gebruikt in apparatuur specifiek bedoeld voor defensie of in apparatuur die bestemd is voor de ruimtevaart. Nu zal het probleem dat in het afvalstadium niet altijd is na te gaan in wat voor soort apparatuur de batterijen en accu’s zijn gebruikt weer minder groot worden door het feit dat batterijen en accu’s die in dergelijke apparatuur zijn gebruikt meestal ook op bepaalde plekken als afval worden aangeboden.

De Stibat vraagt in haar reactie of er sprake zal zijn van overgangsrecht voor mededelingen die gedaan zijn onder het Besluit beheer batterijen.

Het antwoord daarop is ontkennend. Het Besluit beheer batterijen was ter uitvoering van richtlijn 91/157/EEG. Die richtlijn is vervangen door richtlijn 2006/66/EG, waarvoor de regeling ter implementatie dient. De richtlijn 2006/66/EG kent meer en andere verplichtingen dan richtlijn 91/157/EEG. De mededelingen gedaan op grond van het Besluit beheer batterijen zullen daarom geen goed en volledig beeld geven van de wijze waarop aan de regeling, waarmee de richtlijn is geïmplementeerd, zal worden voldaan.

De Stibat geeft in haar reactie aan zorgen te hebben over de handhaving van de mededelingsverplichting uit het besluit. Op grond van het Besluit beheer batterijen diende de Stibat voor vrijwel alle producenten, waarvoor de mededelingsverplichting op grond van dat besluit gold, een collectieve mededeling in. Omdat het toepassingsgebied van het besluit groter is dan dat van het Besluit beheer batterijen is de verwachting dat er naast de collectieve mededeling van de Stibat mededelingen door individuele producenten, al dan niet in combinatie met de collectieve mededeling, zullen worden ingediend. De Stibat ziet om die reden praktische problemen voor de handhaving van de mededelingsverplichting ontstaan omdat zowel bij de Stibat als bij de VROM-Inspectie mogelijk een minder duidelijk beeld ontstaat van de dekkingsgraad van de ingediende mededelingen.

Voor het indienen van een mededeling zal op grond van artikel 2, eerste lid, van het besluit een mededelingsformulier worden vastgesteld. In dat formulier moet aangegeven worden op welke batterijen en accu’s de mededeling betrekking heeft. Tevens moet worden aangegeven of naast de mededeling waarvoor het formulier wordt gebruikt een andere individuele of collectieve mededeling is of wordt ingediend. Hiermee wordt beoogd te voorkomen dat er bij de VROM-Inspectie onduidelijkheid ontstaat over de dekkingsgraad van de mededeling.

II. Artikelsgewijs

Artikel 1

Het eerste lid bevat enkele begripsomschrijvingen. De begripsomschrijvingen zijn waar die samenvallen met de begripsomschrijvingen uit de regeling daaraan gelijkluidend. Bij de begripsomschrijvingen zijn zoveel mogelijk de definities uit artikel 3 van richtlijn 2006/66/EG overgenomen. Het begrip ‘fabrikant’ wordt wel in de richtlijn 2006/66/EG gehanteerd, maar is in die richtlijn niet omschreven. In de richtlijn wordt het begrip «fabrikant» gebruikt in de voorschriften die gericht zijn tot degene die de batterij of accu vervaardigt. In het besluit is voor de duidelijkheid er voor gekozen om wel een definitie van dit begrip op te nemen en in de omschrijving daarvan de vervaardiging van de batterij of accu bepalend te laten zijn. Het is mogelijk dat een (rechts)persoon als fabrikant en als producent moet worden aangemerkt, indien hij batterijen of accu’s vervaardigt en batterijen of accu’s als eerste op de markt brengt.

Het tweede lid bevat de uitzonderingen op het toepassingsbereik van het besluit; deze zijn uit richtlijn 2006/66/EG overgenomen (artikel 2, tweede lid, van de richtlijn).

Artikel 2

Deze bepaling is vormgegeven naar analogie van de mededelingsverplichting voor producenten van elektrische en elektronische apparatuur (artikel 4 van het Besluit beheer elektrische en elektronische apparatuur). In artikel 2 van het besluit is bepaald dat de producent of fabrikant mededeling doet over de wijze waarop hij uitvoering zal geven aan de verplichtingen die voor hem gelden op grond van de regeling. Voor het doen van deze mededeling zal een formulier worden vastgesteld.

Artikelen 4, 5 en 6

Met de artikelen 4, 5 en 6 zijn enkele andere algemene maatregelen van bestuur aangepast aan de nieuwe regelgeving inzake het beheer van batterijen en accu’s. Zowel het Besluit beheer autowrakken als het Besluit kwikhoudende producten milieubeheer zijn niet van toepassing voor zover daaromtrent regels zijn gesteld in de regeling.

Artikel 7

De datum van inwerkingtreding van het besluit sluit aan bij de implementatiedatum van richtlijn 2006/66/EG, 26 september 2008.

Artikel 8

Gekozen is voor een citeertitel die zich voldoende onderscheidt van het Besluit beheer batterijen.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

J. M. Cramer


XNoot
1

Stb. 2007, 521.

XNoot
2

Kamerstukken II 2003/04, 29 200 XI, nr. 7.

XNoot
3

Kamerstukken II 2007/2008, 29383, nr. 87.

XNoot
4

Kamerstukken II 2007/2008, 29383, nr. 98.

XHistnoot
histnoot

Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 14 oktober 2008, nr. 199.