Besluit van 24 juni 2008 tot vaststelling van regels ten aanzien van tegemoetkomingen en vergoedingen voor reis-, verblijf- en verhuiskosten van de politie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 30 mei 2008, nummer 2008-0000229974, directoraat-generaal Veiligheid, directie Politie, afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid;

Gelet op artikel 50, eerste lid, van de Politiewet 1993;

De Raad van State gehoord (advies van 18 juni 2008, nr. W04.08.0203/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 19 juni 2008, nr. 2008-0000278080, directoraat-generaal Veiligheid, directie Politie, afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid;

Hebben goedgevonden en verstaan:

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

– ambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit algemene rechtspositie politie;

– aspirant: de aspirant, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit algemene rechtspositie politie;

– bevoegd gezag: het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van het Besluit algemene rechtspositie politie;

– LSOP: Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, bedoeld in artikel 2, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs;

– Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

– plaats van tewerkstelling: de plaats van tewerkstelling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel v, van het Besluit algemene rechtspositie politie;

– voorziening tot samenwerking: een publiekrechtelijke rechtspersoon als bedoeld in artikel 47a, eerst lid, van de Politiewet 1993.

Artikel 2 Samenloop

Indien uit anderen hoofde aanspraak bestaat op een tegemoetkoming, vergoeding of voorziening voor de in dit besluit bedoelde uitgaven, wordt de tegemoetkoming, vergoeding of voorziening, bedoeld in dit besluit, slechts toegekend tot het bedrag, waarmee deze de eerstbedoelde aanspraak overschrijdt.

HOOFDSTUK II WOON-WERKVERKEER

§ 1 Algemeen

Artikel 3 Aanspraak

  • 1. De ambtenaar heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het dagelijks reizen tussen:

    a. de woning en de plaats van tewerkstelling;

    b. de woning en de aangewezen meerdere plaatsen van tewerkstelling, indien aan de ambtenaar meerdere plaatsen van tewerkstelling zijn aangewezen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie;

    c. de tijdelijke huisvesting en de plaats van tewerkstelling, indien aan de ambtenaar de verhuisplicht is opgelegd en hij tijdelijk elders is gehuisvest nabij zijn plaats van tewerkstelling;

    d. de tijdelijke huisvesting of de woning en de plaats van tewerkstelling, indien het een ambtenaar betreft tijdens de initiële opleiding.

  • 2. De ambtenaar maakt eenmaal per kalenderjaar de keuze of hij voor de reizen als bedoeld in het eerste lid aanspraak maakt op:

    a. een tegemoetkoming voor openbaar vervoer als bedoeld in artikel 4 of

    b. een tegemoetkoming voor eigen vervoer al of niet in combinatie met openbaar vervoer als bedoeld in artikel 6.

  • 3. Bij wijziging van plaats van tewerkstelling, werktijden of woonplaats wordt de ambtenaar in de gelegenheid gesteld zijn keuze tussentijds te herzien.

§ 2 Reizen met openbaar vervoer

Artikel 4 Openbaar vervoer

  • 1. Voor reizen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, wordt door het bevoegd gezag een vervoersbewijs of een combinatie van vervoersbewijzen verstrekt op basis van het tarief van de tweede klasse van het betreffende openbaar vervoer voor één van de trajecten, bedoeld in artikel 3, eerste lid.

  • 2. Het bevoegd gezag kan in plaats van het gestelde in het eerste lid een tegemoetkoming verstrekken welke gelijk is aan de gemaakte kosten van openbaar vervoer op basis van het tarief van de tweede klasse van het betreffende openbaar vervoer voor één van de trajecten, bedoeld in artikel 3, eerste lid.

  • 3. Indien de ambtenaar een vervoersbewijs wenst op basis van eerste klasse of indien de ambtenaar een vervoersbewijs wenst welke ruimere mogelijkheden biedt dan bedoeld in het eerste lid, komen de meerkosten hiervan voor rekening van de ambtenaar.

Artikel 5 Berekening en procedures bij reizen met openbaar vervoer

  • 1. De ambtenaar, aan wie een tegemoetkoming of een vervoersbewijs is verstrekt als bedoeld in artikel 4 dient zijn vervoersbewijzen direct na afloop van de geldigheid in te leveren bij het bevoegd gezag.

  • 2. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, dient wijzigingen die van invloed zijn op het vervoersbewijs of de hoogte van de tegemoetkoming onverwijld en schriftelijk door te geven aan het bevoegd gezag.

  • 3. Indien de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, nalaat de wijzigingen, bedoeld in het tweede lid, niet uiterlijk de eerste van de maand waarin de wijziging plaatsvindt door te geven, kan het bevoegd gezag de teveel gemaakte kosten terugvorderen, tenzij de ambtenaar aannemelijk heeft kunnen maken dat hij niet in staat was de wijziging tijdig door te geven.

  • 4. Indien de ambtenaar, aan wie een vervoersbewijs is verstrekt als bedoeld in het eerste lid, voorziet dat hij twee maanden of langer afwezig is, wordt het verstrekte vervoersbewijs of combinatie van vervoersbewijzen vóór de periode van afwezigheid ingeleverd bij het bevoegd gezag.

  • 5. Indien de ambtenaar, aan wie een vervoersbewijs is verstrekt als bedoeld in het eerste lid, onvoorzien langer dan twee maanden afwezig is, wordt het verstrekte vervoersbewijs of combinatie van vervoersbewijzen direct na twee maanden van afwezigheid ingeleverd bij het bevoegd gezag.

  • 6. Indien de afwezigheid van de ambtenaar wordt veroorzaakt door de dienst, draagt het bevoegd gezag zorg voor inname van het vervoersbewijs.

§ 3 Reizen met eigen vervoer al of niet in combinatie met openbaar vervoer

Artikel 6 Eigen vervoer al of niet in combinatie met openbaar vervoer

  • 1. Voor reizen waarbij gebruik wordt gemaakt van eigen vervoer en voor iedere combinatie van reizen met openbaar vervoer en reizen met eigen vervoer, wordt een tegemoetkoming van € 0,18 per afgelegde kilometer verstrekt.

  • 2. Voor de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, geldt een maximum van 100 kilometer per enkele reis, met een maximum van 200 kilometer, heen- en terugreis, per dienst.

  • 3. Op de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, wordt een eigen bijdrage van 25 procent in mindering gebracht.

  • 4. In afwijking van het eerste, tweede en derde lid wordt aan de ambtenaar, die geleider is van een politiesurveillancehond of een politiespeurhond, die niet de beschikking heeft over een dienstvoertuig, en voor wie het noodzakelijk is dat hij in het kader van zijn dienstuitoefening met een politiesurveillancehond of een politiespeurhond met eigen vervoer reist, voor de afstand tussen de woning en de plaats van tewerkstelling of oefenterrein een tegemoetkoming van € 0,28 per afgelegde kilometer verstrekt.

  • 5. Indien één van de trajecten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, leidt over een brug, veer of weg waarvoor brug-, veer-, of tolgeld moet worden betaald, worden de daarvoor werkelijk gemaakte kosten volledig vergoed op basis van overgelegde bewijsstukken.

Artikel 7 Berekening en procedure eigen vervoer al of niet in combinatie met openbaar vervoer

  • 1. Het bevoegd gezag bepaalt of de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 6, als vaste tegemoetkoming per maand of als tegemoetkoming op declaratiebasis wordt toegekend.

  • 2. Bij de berekening van de vaste tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, wordt bij een gemiddelde werkweek van vijf dagen uitgegaan van 206 werkdagen per kalenderjaar.

  • 3. Indien het aantal te werken dagen minder is dan vijf, wordt de vaste tegemoetkoming berekend naar rato.

  • 4. In het geval er sprake is van meerdere plaatsen van tewerkstelling, als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie wordt de vaste tegemoetkoming per dienst bepaald door een gemiddelde afstand die de ambtenaar in een periode van vier weken moet afleggen.

  • 5. Het bevoegd gezag kan van de termijn, bedoeld in het vierde lid, bij een aspirant, afwijken indien het meer voor de hand ligt om het gemiddelde per kwartiel te berekenen.

  • 6. De vaste tegemoetkoming wordt stopgezet:

    a. bij voorziene afwezigheid van zes weken of langer, veroorzaakt door zwangerschapsverlof, ouderschapsverlof of een andere periode van langdurig buitengewoon verlof, met ingang van de eerste dag van en voor de duur van die afwezigheid;

    b. bij onvoorziene afwezigheid van zes weken of langer, veroorzaakt door arbeidsongeschiktheid of ordemaatregel, met ingang van de eerste dag volgend op die periode van zes weken voor de duur van de resterende arbeidsongeschiktheid.

  • 7. De ambtenaar dient wijzigingen die van invloed zijn op de vaste tegemoetkoming onverwijld en schriftelijk door te geven aan het bevoegd gezag.

  • 8. Het bevoegd gezag kan de te veel betaalde tegemoetkoming terugvorderen, indien de ambtenaar nalaat de wijzigingen, bedoeld in het zevende lid, niet uiterlijk de eerste van de maand waarin de wijziging plaatsvindt door te geven, tenzij de ambtenaar aannemelijk heeft kunnen maken dat hij niet in staat was de wijziging tijdig door te geven.

  • 9. Geen aanspraak op tegemoetkoming dan wel een vergoeding in reiskosten bestaat indien de aanvraag of de declaratie van de in een kalendermaand gemaakte kosten niet binnen drie maanden na die kalendermaand bij het bevoegd gezag is ingediend, tenzij het overschrijden van de termijn niet aan de ambtenaar verwijtbaar is.

HOOFDSTUK III DIENSTREIZEN

§ 1 Dienstreizen binnenland

Artikel 8 Dienstreis

  • 1. Onder dienstreis wordt in deze paragraaf verstaan: het door de ambtenaar, in het kader van zijn werkzaamheden, reizen en verblijven binnen Nederland en buiten de plaats van tewerkstelling.

  • 2. Indien aan de ambtenaar meerdere plaatsen van tewerkstelling zijn aangewezen op grond van artikel 10, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie, wordt wanneer de ambtenaar binnen één dienst reist tussen de aangewezen plaatsen van tewerkstelling, deze reis aangemerkt als dienstreis. De dienstreis eindigt in dit geval op het moment dat de ambtenaar zijn andere plaats van tewerkstelling heeft bereikt.

  • 3. Dienstreizen die binnen Nederland zijn begonnen, waarbij het reisgedeelte buiten Nederland gering is, of waarbij de grensoverschrijding niet leidt tot uitgaven voor maaltijden of overnachting in het buitenland worden eveneens aangemerkt als dienstreis.

Artikel 9 Begin- en eindpunt van de dienstreis

  • 1. Voor de tegemoetkoming in reis- en verblijfkosten wordt uitgegaan van de plaats van tewerkstelling als begin- en eindpunt van een dienstreis.

  • 2. Het bevoegd gezag kan van het gestelde in het eerste lid afwijken door de woning van de ambtenaar als begin- en/of eindpunt van de dienstreis aan te wijzen.

Artikel 10 Dienstreis met beschikbaar gesteld vervoer

  • 1. Wordt de dienstreis gemaakt met een door de dienst beschikbaar gesteld vervoermiddel, dan heeft de ambtenaar geen aanspraak op een tegemoetkoming in de reiskosten.

  • 2. Het bevoegd gezag en de ambtenaar kunnen overeenkomen dat het door de dienst beschikbaar gesteld vervoermiddel, bedoeld in het eerste lid, een fiets is.

  • 3. Het bevoegd gezag kan bepalen dat de ambtenaar tijdens de dienstreis gebruik maakt van een door het bevoegd gezag gehuurd vervoermiddel of een taxi. De hieraan verbonden kosten worden aan de ambtenaar vergoed op basis van overgelegde bewijsstukken.

  • 4. Indien de ambtenaar gebruik maakt van een dienstvoertuig of een door de dienst gehuurd vervoermiddel en er tijdens de dienstreis parkeer-, brug-, tol-, of veerkosten worden gemaakt, worden de gemaakte kosten volledig vergoed op basis van overgelegde bewijsstukken.

Artikel 11 Dienstreis met openbaar vervoer

  • 1. Indien er geen door de dienst beschikbaar gesteld vervoermiddel voorhanden is, wordt de dienstreis met openbaar vervoer gemaakt. De ambtenaar kan gebruikmaken van de eerste vervoersklasse.

  • 2. Indien het noodzakelijk is, dat tijdens een dienstreis vóór of na gebruik van het openbaar vervoer gebruik wordt gemaakt van een taxi of eigen vervoer, worden deze kosten eveneens vergoed.

  • 3. De vergoeding van de kosten, bedoeld in het eerste en tweede lid, bedraagt:

    a. voor het openbaar vervoer, de werkelijk gemaakte kosten op basis van de overgelegde bewijsstukken;

    b. voor een taxi, de werkelijk gemaakte kosten op basis van de overgelegde bewijsstukken;

    c. voor het eigen motorvoertuig, € 0,28 per kilometer;

    d. voor het gebruik van een fiets of bromfiets, € 0,18 per kilometer.

Artikel 12 Dienstreis met eigen vervoer

  • 1. In afwijking van de artikelen 10 en 11 en indien door het bevoegd gezag aan de ambtenaar is verzocht voor het maken van de dienstreis gebruik te maken van een eigen vervoermiddel en de ambtenaar heeft hiermee ingestemd, ontvangt de ambtenaar per afgelegde kilometer een vergoeding van:

    a. € 0,28 voor het gebruik van een eigen motorvoertuig;

    b. € 0,18 voor het gebruik van een eigen fiets of bromfiets.

  • 2. Indien de ambtenaar overeenkomstig het eerste lid gebruik maakt van een eigen motorvoertuig en er tijdens de dienstreis parkeer-, brug-, tol-, of veerkosten worden gemaakt, worden de gemaakte kosten volledig vergoed op basis van overgelegde bewijsstukken.

  • 3. Indien door de ambtenaar aan het bevoegd gezag is verzocht om voor het maken van de dienstreis gebruik te maken van een eigen motorvoertuig, fiets of bromfiets, terwijl het bevoegd gezag in vervoer kan voorzien dan wel gebruik kan worden gemaakt van het openbaar vervoer, en de ambtenaar heeft hiervoor toestemming gekregen, ontvangt de ambtenaar per afgelegde kilometer een vergoeding van € 0,09.

Artikel 13 Verblijfkosten

  • 1. Aan de ambtenaar wordt bij een dienstreis langer dan vier uren een vergoeding toegekend voor tijdens die dienstreis gemaakte verblijfkosten.

  • 2. De maximale vergoeding in verblijfkosten als bedoeld in het eerste lid kan uit zes componenten bestaan, voor ieder etmaal dat de dienstreis duurt:

    a. de dagcomponent voor kleine uitgave overdag: € 3,84;

    b. de avondcomponent voor kleine uitgave ’s avonds, mits de ambtenaar voor de dienstreis elders moet overnachten: € 11,48;

    c. de lunchcomponent, als de periode tussen 12.00 en 14.00 uur in de dienstreis valt: € 12,04;

    d. de dinercomponent als de ambtenaar tussen 17.00 uur en 20.00 uur niet thuis kan eten omdat de dienstreis in die tijd valt: € 18,22 voor een diner;

    e. de logiescomponent, mits de ambtenaar voor de dienstreis elders moet overnachten: € 74,70;

    f. de ontbijtcomponent, mits de ambtenaar voor de dienstreis elders moet overnachten: € 7,30.

  • 3. De ambtenaar heeft geen aanspraak op een vergoeding in de verblijfkosten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, wanneer de ambtenaar in de gelegenheid is een al of niet meegebrachte maaltijd te eten in een bedrijfskantine binnen een gebouw van de politieorganisatie, het LSOP of een voorziening tot samenwerking.

  • 4. Voor vergoedingen op basis van het tweede lid, onderdelen c, d, e en f geldt dat, met inachtneming van de maximale bedragen genoemd in het tweede lid, de werkelijk gemaakte kosten worden vergoed op basis van overgelegde bewijsstukken.

  • 5. Bij een meerdaagse dienstreis kan de avondcomponent niet langer dan voor de eerste tien avonden volledig worden toegekend. Voor iedere etmaal dat de dienstreis langer duurt wordt het bedrag van de avondcomponent gehalveerd.

Artikel 14 Tewerkstelling elders (detachering)

  • 1. Indien een ambtenaar overeenkomstig artikel 62 van het Besluit algemene rechtspositie politie wordt gedetacheerd en op een andere plaats van tewerkstelling werkzaam is, en indien dagelijks heen en weer reizen tussen de woning en de plaats van tijdelijke tewerkstelling naar het oordeel van het bevoegd gezag niet mogelijk is, heeft de ambtenaar aanspraak op vergoeding van kosten voor logies, welke gelijk is aan het bedrag van de werkelijke gemaakte kosten met een maximum van € 74,70 per dag, op basis van overgelegde bewijsstukken.

  • 2. In geval van een situatie als bedoeld in het eerste lid heeft de ambtenaar tevens aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor maaltijden en kleine uitgaven. Deze tegemoetkoming is gelijk aan 50% van de kosten met een maximum van 50% van de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 13 van dit besluit.

  • 3. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, heeft maximaal eenmaal per week aanspraak op een tegemoetkoming in de reiskosten naar zijn oorspronkelijke woning. De tegemoetkoming is gelijk aan de kosten voor openbaar vervoer in de tweede vervoersklasse of, bij gebruik van eigen vervoer € 0,18 per kilometer.

  • 4. Indien de ambtenaar een vervoersbewijs wenst op basis van eerste klasse of indien de ambtenaar een vervoersbewijs wenst welke ruimere mogelijkheden biedt dan bedoeld in het derde lid, komen de meerkosten hiervan voor rekening van de ambtenaar.

Artikel 15 Declaraties

  • 1. De ambtenaar declareert de reis- en verblijfkosten op de voorgeschreven wijze onder overlegging van de vereiste bewijsstukken.

  • 2. Indien blijkt dat bij de ingediende reisdeclaratie is afgeweken van de regels in dit besluit, wordt de reisdeclaratie ambtshalve gewijzigd en wordt het bedrag waarop aanspraak kan worden gemaakt, bepaald naar die op de reisdeclaratie ambtshalve gewijzigde gegevens.

  • 3. Geen aanspraak op een vergoeding van reiskosten bestaat indien de declaratie van de in een kalendermaand gemaakte kosten niet binnen drie maanden na die kalendermaand bij het bevoegd gezag is ingediend, tenzij het overschrijden van de termijn niet aan de ambtenaar verwijtbaar is.

  • 4. Het bevoegd gezag kan een voorschot verlenen voor vergoeding, waar op grond van dit hoofdstuk aanspraak op bestaat.

§ 2 Dienstreizen buitenland

Artikel 16 Dienstreis

Onder dienstreis wordt in deze paragraaf verstaan: een reis naar, in of uit het buitenland wanneer daartoe door het bevoegd gezag een opdracht is gegeven. In bijzondere gevallen kan een dergelijke opdracht ook achteraf worden gegeven.

Artikel 17 Vervoermiddelen

De ambtenaar maakt bij een dienstreis gebruik van één of meer van de volgende vervoermiddelen:

a. vliegtuig, boot of openbaar vervoer;

b. het door het bevoegd gezag ter beschikking gestelde vervoermiddel;

c. gehuurd vervoermiddel of taxi.

Artikel 18 Vliegtuig, boot of openbaar vervoer

  • 1. Bij gebruik van vliegtuig, boot en openbaar vervoer worden de reiskosten die in verband met de dienstreis noodzakelijkerwijs zijn gemaakt op basis van de overgelegde bewijsstukken vergoed.

  • 2. Bij gebruik van een vliegtuig, boot of openbaar vervoer mag als volgt worden gereisd:

    a. een vliegreis binnen Europa: in economy class;

    b. een vliegreis buiten Europa: in business class;

    c. bij gebruik van een boot of openbaar vervoer met vervoerklassen: de hoogste klasse.

  • 3. Indien het dienstbelang of de reisomstandigheden daartoe aanleiding geven, worden tevens als reiskosten vergoed:

    a. toeslag voor bijzondere treinen;

    b. plaatsreserveringskosten in treinen;

    c. kosten voor het gebruik van een slaapwagen;

    d. kosten voor slaapgelegenheid op een boot;

    e. extra kosten voor bagage;

    f. kosten van het vervoer van het station, de haven of het vliegveld van aankomst naar de plaats van bestemming op de heen- en terugreis;

    g. kosten van luchthavenrechten;

    h. kosten voor het verkrijgen van een voor de dienstreis noodzakelijk visum.

Artikel 19 Het door het bevoegd gezag ter beschikking gestelde vervoermiddel

Indien het bevoegd gezag aan de ambtenaar een vervoermiddel ter beschikking stelt, maakt de ambtenaar van het desbetreffende vervoermiddel gebruik, tenzij dit redelijkerwijs niet van hem kan worden gevergd. De werkelijk gemaakte kosten bij het gebruik van een ter beschikking gesteld vervoermiddel worden aan de ambtenaar vergoed op basis van overgelegde bewijsstukken.

Artikel 20 Openbaar vervoer, gehuurd vervoermiddel of taxi

Indien het noodzakelijk is dat de ambtenaar tijdens de dienstreis gebruik maakt van openbaar vervoer, een gehuurd vervoermiddel of een taxi, worden de hieraan verbonden kosten aan de ambtenaar vergoed op basis van overgelegde bewijsstukken.

Artikel 21 Bezoekreis

  • 1. Aan de ambtenaar kan bij een dienstreis van minimaal drie maanden toestemming worden verleend om met gebruik van openbaar vervoer, vliegtuig, boot of eigen vervoer, voor één of meer bezoeken van korte duur naar zijn woonplaats terug te keren.

  • 2. Aan de ambtenaar worden de reiskosten als volgt vergoed:

    a. bij vliegtuig: economy class;

    b. bij openbaar vervoer of een boot: de laagste vervoersklasse.

  • 3. Artikel 18, derde lid, onderdelen a tot en met f, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 22 Verblijfkosten

  • 1. De ambtenaar ontvangt een tegemoetkoming in de in verband met een dienstreis door hem gemaakte verblijfkosten voor maaltijd, logies en kleine uitgaven.

  • 2. Voor de berekening van de tegemoetkoming geldt de tarieflijst, opgenomen in bijlage I bij dit besluit, voor de verschillende gebieden waar wordt gereisd.

  • 3. De tegemoetkoming in de verblijfkosten bestaat uit:

    a. de urencomponent voor kleine uitgaven, ter grootte van 1,5% van het bedrag voor overige kosten opgenomen in de tarieflijst, voor ieder uur dat de dienstreis duurt;

    b. de logiescomponent, voor gemaakte logieskosten, per overnachting tot maximaal het in de tarieflijst opgenomen bedrag, met dien verstande dat indien een bewijsstuk niet kan worden overlegd waaruit blijkt dat logieskosten zijn gemaakt, een bedrag wordt uitgekeerd van € 11,34 per overnachting tot een maximum van vier overnachtingen per dienstreis;

    c. de ontbijtcomponent, ter grootte van 12% van het bedrag voor overige kosten, opgenomen in de tarieflijst voor iedere periode van 06.00 uur tot 08.00 uur die binnen de dienstreis valt;

    d. de lunchcomponent ter grootte van 20% van het bedrag voor overige kosten, opgenomen in de tarieflijst voor iedere periode van 12.00 tot 14.00 uur die binnen de dienstreis valt;

    e. de dinercomponent, ter grootte van 32% van het bedrag voor overige kosten, opgenomen in de tarieflijst voor iedere periode van 17.00 tot 20.00 uur die binnen de dienstreis valt.

  • 4. Indien een bewijsstuk van kosten voor logies en ontbijt wordt overgelegd waaruit niet blijkt welk deel van de kosten voor logies en welk deel van de kosten voor ontbijt zijn gemaakt, worden de op het bewijsstuk vermelde kosten vergoed, voor zover deze niet meer bedragen dan de som van de tegemoetkomingen, genoemd in het derde lid, onderdelen b en c.

Artikel 23 Nadere voorwaarden voor verblijfkosten

De ambtenaar ontvangt geen tegemoetkoming in verblijfkosten:

a. voor een reisgedeelte per vliegtuig voor zover het betreft vliegreizen in de businessklasse;

b. voor de periode dat een ambtenaar voor een bezoekreis als bedoeld in artikel 21 in zijn woonplaats verblijft.

Artikel 24 Vergoeding van overige reiskosten

  • 1. Indien door een medisch deskundige aan de ambtenaar vaccinatie of geneesmiddelen zijn voorgeschreven in verband met de dienstreis, worden de kosten daarvan aan de ambtenaar vergoed.

  • 2. Indien een ambtenaar aantoont dat hij tijdens een dienstreis als gevolg van ziekte of van een ongeval kosten heeft moeten maken, kan hiervoor door het bevoegd gezag een vergoeding worden toegekend voor zover de kosten ten laste van de ambtenaar blijven.

  • 3. Indien door het bevoegd gezag niet reeds daarin is voorzien, worden aan de ambtenaar vergoed de redelijkerwijs gemaakte kosten van een reisverzekering voor de duur van de dienstreis.

  • 4. Voor de kosten die voor rekening van de ambtenaar blijven in het geval de ambtenaar deze als gevolg van verlies, diefstal of beschadiging van voor de dienstreis meegenomen noodzakelijke bagage heeft moeten maken, kan een tegemoetkoming worden uitgekeerd tot maximaal € 2268,90 netto per dienstreis.

  • 5. Aan de ambtenaar die een dienstreis maakt van minimaal vier dagen, de reisdagen inbegrepen, worden de kosten vergoed van de noodzakelijk gemaakte kosten voor het wassen van de eigen kleding.

  • 6. De in verband met een dienstreis gemaakte kosten voor interlokale en internationale telefoongesprekken en voor gebruik van internet voor dienstdoeleinden worden op basis van overgelegde bewijsstukken vergoed. Indien geen bewijsstukken worden overgelegd, moet de ambtenaar aannemelijk maken dat hij die kosten heeft gemaakt.

  • 7. Indien klimatologische of andere bijzondere omstandigheden in een tijdens een dienstreis te bezoeken land daartoe aanleiding geven, kan aan de ambtenaar een vergoeding worden toegekend in de aangetoonde en noodzakelijk gemaakte kosten voor bijzondere kleding en uitrusting. De vergoeding bedraagt de helft van de noodzakelijk gemaakte kosten van aanschaf van bijzondere kleding en uitrusting. Per kalenderjaar bedraagt de vergoeding maximaal € 453,78, waarvan € 226,89 voor gebieden met tropische warmte en € 226,89 voor gebieden met polaire koude, waartoe in ieder geval de gebieden, genoemd in bijlage II bij dit besluit, worden gerekend.

Artikel 25 Declaraties

Artikel 15 is van overeenkomstige toepassing.

HOOFDSTUK IV VERHUIZEN

Artikel 26 Algemene bepaling

  • 1. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

    – eigen huishouding voeren: het zelfstandig bewonen van woonruimte, voorzien van eigen meubilair en stoffering;

    – voor het eerst aangesteld: aangesteld bij een regionaal politiekorps, bij het Korps landelijke politiediensten, bij het LSOP, bij een voorziening tot samenwerking of bij een organisatieonderdeel van de bijzondere ambtenaar van politie, anders dan in geval van overgang binnen één maand:

    a. van de ene naar de andere hiervoor genoemde (politie)organisatie;

    b. van een andere overheidsdienst of een door het Rijk bekostigde onderwijsinstelling naar een regionaal politiekorps, het Korps landelijke politiediensten, het LSOP, een voorziening tot samenwerking of een organisatieonderdeel van de bijzondere ambtenaren van politie.

  • 2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder de echtgenote of echtgenoot mede verstaan: de geregistreerde partner of de levenspartner met wie de niet-gehuwde ambtenaar samenwoont – en met het oogmerk duurzaam samen te leven – een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding.

Artikel 27 Tegemoetkoming in verhuiskosten en pensionkosten mét verhuisplicht

  • 1. De ambtenaar die in verband met een verplaatsing of aanstelling in opdracht van het bevoegde gezag is verhuisd en een woning in of nabij een reisafstand van 20 kilometer van zijn plaats van tewerkstelling heeft betrokken, wordt een tegemoetkoming in de verhuiskosten verleend overeenkomstig de artikelen 29 tot en met 31.

  • 2. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die nog niet is verhuisd en die naar het oordeel van het bevoegd gezag niet dagelijks heen en weer kan reizen heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de pensionkosten voor verblijf in een pension in of nabij het werkgebied, tenzij van overheidswege al dan niet tegen betaling in huisvesting wordt voorzien. De tegemoetkoming bedraagt voor de ambtenaar die gewoonlijk met gezinsleden samenwoont 90% en voor de overige ambtenaren 60% van de betaalde pensionkosten, voor zover deze kosten redelijk zijn.

  • 3. De ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de reiskosten voor maximaal eenmaal per week af te leggen gezinsbezoek of voor het reizen naar de woning van de ambtenaar. De tegemoetkoming is gelijk aan de kosten voor openbaar vervoer in de tweede vervoersklasse of, bij gebruik van eigen motorvoertuig € 0,18 per kilometer.

  • 4. Geen tegemoetkoming in verhuiskosten wordt verleend, indien de verhuizing niet heeft plaatsgevonden binnen twee jaren nadat de verplichting tot verhuizen is opgelegd dan wel na de datum van het ontslag, het overlijden of de verplaatsing.

Artikel 28 Tegemoetkoming in (verhuis)kosten zonder verhuisplicht

  • 1. De ambtenaar die zich met een verhuizing, zonder dat daartoe opdracht is gegeven door het bevoegd gezag, heeft gevestigd binnen een reisafstand van 20 kilometer van zijn plaats van tewerkstelling wordt een tegemoetkoming in de verhuiskosten verleend overeenkomstig de artikelen 29 tot en met 31, indien de reisafstand tussen de oude woning en de plaats van tewerkstelling ten minste 50 kilometer bedraagt.

  • 2. De ambtenaar dient de hem op grond van het eerste lid toegekende tegemoetkoming in verhuiskosten terug te betalen, indien binnen drie jaren na de verhuizing één van de volgende omstandigheden zich voordoet:

    a. aan hem wordt ontslag op aanvraag verleend, anders dan ontslag waarna binnen één maand wordt overgegaan naar een bij een regionaal politiekorps, bij het Korps landelijke politiediensten, bij het LSOP, bij een voorziening tot samenwerking of bij een organisatieonderdeel van de bijzondere ambtenaar van politie, tenzij de ambtenaar als gevolg van die overgang opnieuw moet verhuizen met aanspraak op tegemoetkoming in de verhuiskosten;

    b. aan hem wordt ontslag verleend op grond van aan hem te wijten feiten of omstandigheden;

    c. hij verhuist opnieuw, waarbij de afstand tussen zijn woning en zijn plaats van tewerkstelling met meer dan vijf kilometer toeneemt.

  • 3. Indien op grond van het tweede lid een terugbetalingsverplichting bestaat, wordt de hoogte van het terug te betalen bedrag berekend als volgt:

    a. in het eerste jaar na de verhuizing 100% van de tegemoetkoming;

    b. in het tweede jaar na de verhuizing 50% van de tegemoetkoming;

    c. in het derde jaar na de verhuizing 25% van de tegemoetkoming.

  • 4. De tegemoetkoming op grond van dit artikel wordt slechts toegekend, indien de ambtenaar schriftelijk heeft verklaard dat een verplichting tot terugbetalen hem bekend is.

Artikel 29 Tegemoetkoming bij verhuizing binnen Nederland

  • 1. De tegemoetkoming in verhuiskosten, voor een verhuizing binnen Nederland, bestaat uit een bedrag voor:

    a. de kosten van transport van de bagage en van de inboedel van de ambtenaar en zijn gezinsleden naar de nieuwe woning;

    b. de kosten van het in- en uitpakken van de gehele inboedel evenals de kosten van demontage en montage van het meubilair;

    c. de noodzakelijk te maken dubbele woonkosten tot maximaal € 600,00 per maand voor een periode van maximaal vier maanden en uitgaande van de kosten van de oude woning;

    d. alle andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten.

  • 2. Voor het vaststellen van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, geldt:

    a. het bedrag wordt gesteld op 3% van de berekeningsbasis, bedoeld in artikel 30, voor ieder woon- of slaapvertrek tot een maximum van vier vertrekken die de oude woning telt;

    b. de tegemoetkoming bedraagt maximaal € 5.445,00.

  • 3. Geen aanspraak op een tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, bestaat indien de ambtenaar geen eigen huishouding voert.

  • 4. Voor de ambtenaar die geen eigen huishouding voert en indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan door het bevoegd gezag voor deze kosten niettemin een tegemoetkoming worden toegekend van 3% van de berekeningsbasis, als bedoeld in artikel 30.

  • 5. Indien aan de ambtenaar door het bevoegd gezag is medegedeeld dat de verplaatsing maximaal twee jaren zal duren, bestaat slechts aanspraak op vergoeding van transportkosten van de bagage. Voorts kan het bevoegd gezag, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, een tegemoetkoming als bedoeld in eerste lid, onderdeel d, toekennen van 3% van de berekeningsbasis als bedoeld in artikel 30.

Artikel 30 Berekeningsbasis en berekeningstijdstip

  • 1. De berekeningsbasis voor de tegemoetkoming in de verhuiskosten, bedoeld in artikel 29, is het twaalfvoud van de bezoldiging in de zin van het Besluit bezoldiging politie die de ambtenaar geniet op het berekeningstijdstip, vermeerderd met de aanspraak op de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 23 van het Besluit bezoldiging politie, en de eindejaarsuitkering, bedoeld in artikel 25b van het Besluit bezoldiging politie. Indien er sprake is van gehele of gedeeltelijke werkloosheid of arbeidsongeschiktheid, dan wel prepensionering of levensloopverlof geldt de bezoldiging zoals die zou zijn genoten indien er geen sprake was geweest van gehele of gedeeltelijke werkloosheid of arbeidsongeschiktheid, dan wel prepensionering of levensloopverlof.

  • 2. Het berekeningstijdstip voor de tegemoetkoming in de verhuiskosten is de datum waarop de ambtenaar verhuist óf, als de ambtenaar is verhuisd vóór de datum dat de functie feitelijk wordt vervuld, de datum van ingang van de functievervulling óf bij het overlijden dan wel ontslag van de ambtenaar de datum waarop laatstelijk bezoldiging werd genoten.

  • 3. Voor de toepassing van de in het eerste lid bedoelde berekeningsbasis wordt, indien de ambtenaar een toelage geniet als bedoeld in de artikelen 14, 15 of 18 van het Besluit bezoldiging politie dit bezoldigingsdeel vastgesteld op het bedrag dat de ambtenaar gedurende de drie kalendermaanden voorafgaande aan het berekeningstijdstip gemiddeld per maand aan deze toelagen heeft genoten.

  • 4. Indien de ambtenaar en zijn echtgenoot of echtgenote beiden in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de verhuiskosten, wordt aan beide echtgenoten een evenredig deel van de tegemoetkoming toegekend, berekend over het gemiddelde van de gezamenlijke berekeningsgrondslag.

  • 5. De tegemoetkoming in de verhuiskosten op grond van dit besluit, wordt voor de ambtenaar die voor het eerst is aangesteld, verminderd met 50%.

Artikel 31 Procedure

  • 1. De aanvraag voor tegemoetkoming in de verhuiskosten dient vóór de datum van verhuizing bij het bevoegd gezag te zijn ingediend.

  • 2. De ambtenaar die het transport van zijn inboedel door een verhuizer laat verzorgen, laat het transport uitvoeren op de voor het bevoegd gezag minst kostbare wijze.

  • 3. Het bevoegd gezag kan in afwijking van het tweede lid één verhuizer aanwijzen.

  • 4. De ambtenaar die het transport van zijn inboedel in eigen beheer uitvoert, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in huur- en brandstofkosten van een bestel- of vrachtauto.

  • 5. Indien het transport van zijn inboedel in eigen beheer anders dan op de wijze, bedoeld in het vierde lid, plaatsvindt, bestaat er aanspraak op een vergoeding van € 0,18 per kilometer, met dien verstande dat niet meer dan twee ritten van en naar de nieuwe woning worden vergoed.

  • 6. De ambtenaar declareert de op grond van het vierde en vijfde lid gemaakte huurkosten van een auto, vergezeld van de rekening van het verhuurbedrijf, binnen zes maanden bij het bevoegd gezag.

  • 7. De ambtenaar declareert de kosten van verhuizing en, indien van toepassing, de kosten van dubbele woonlasten zo spoedig mogelijk doch maximaal zes maanden na de verhuizing onder overlegging van de desbetreffende rekeningen en opgevraagde offertes.

  • 8. Het bevoegd gezag kan een voorschot verlenen voor de vergoeding, waarop op grond van dit hoofdstuk aanspraak bestaat.

HOOFDSTUK V OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 32 Wijziging Besluit bezoldiging politie

In artikel 28 van het Besluit bezoldiging politie wordt «het Besluit vergoeding dienstreizen politie» vervangen door: hoofdstuk III van het Besluit reis-, verblijf- en verhuiskosten politie.

Artikel 33 Wijziging Besluit Bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie

In artikel 15 van het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie wordt «het Besluit vergoeding verplaatsingskosten politie» vervangen door: hoofdstuk IV van het Besluit reis-, verblijf-, en verhuiskosten politie.

Artikel 34 Wijziging Besluit rechtspositie vrijwillige politie

In artikel 44 van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie wordt «Het Besluit vergoeding dienstreizen politie» vervangen door: Hoofdstuk III van het Besluit reis-, verblijf- en verhuiskosten politie.

Artikel 35 Mogelijkheid tot het vaststellen van nadere regels

Onze Minister kan in afwijking van dit besluit nadere regels vaststellen ten aanzien van een door hem aan te wijzen groep van ambtenaren, indien de afwijking strekt tot het vermijden van onbillijkheden van overwegende aard welke uit de toepassing van deze regels zouden voortkomen.

Artikel 36 Routeplanner

  • 1. Voor het vaststellen van alle reisafstanden in dit besluit, wordt gebruik gemaakt van een door Onze Minister aangewezen routeplanner.

  • 2. De routeplanner wordt met inachtneming van de volgende bepalingen gebruikt:

    a. de snelste route van de routeplanner bepalend is;

    b. de afstand wordt gemeten met behulp van de postcodes en bestemmingsnummers van het begin- en eindpunt van één van de trajecten als bedoeld in dit besluit;

    c. de route niet leidt over zandwegen, karrensporen of keienpaden tenzij dit onvermijdelijk is;

    d. het naleven van verkeersregels staat voorop bij het bepalen van de snelste route;

    e. de tijd dat de ambtenaar verblijft op een veer wordt meegerekend bij het bepalen van de snelste route;

    f. indien bij het verschijnen van een nieuwe versie van de routeplanner, de route een gewijzigde reisafstand geeft, is die reisafstand bepalend voor de aanspraak.

Artikel 37 Constatering van onbillijkheden

Het bevoegd gezag kan besluiten om in individuele gevallen af te wijken van het gestelde in dit besluit, indien de afwijking strekt tot het vermijden van onbillijkheden van overwegende aard welke uit de toepassing van deze regels zouden voortkomen.

Artikel 38

  • 1. Onze Minister past de bedragen, genoemd in artikel 13 en 14, eerste lid, van dit besluit per 1 januari van elk kalenderjaar aan overeenkomstig de geschoonde consumentenprijsindex voor restaurants en accommodaties, vastgesteld door het Centraal bureau voor de statistiek.

  • 2. Onze Minister past de bedragen, genoemd in bijlage I bij dit besluit, tweemaal per kalenderjaar aan, op 1 april en 1 oktober, overeenkomstig de Schedules of Daily Subsistence Allowance Rates van de Verenigde Naties van 1 januari respectievelijk 1 juli.

Artikel 39

Het Besluit vergoeding verplaatsingskosten politie en het Besluit vergoeding dienstreizen politie worden ingetrokken.

Artikel 40 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2008.

Artikel 41 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit reis-, verblijf-, en verhuiskosten politie.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

’s-Gravenhage, 24 juni 2008

Beatrix

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

G. ter Horst

Uitgegeven de zevenentwintigste juni 2008

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

In het Akkoord Arbeidsvoorwaarden sector Politie 2005–2007 (verder te noemen: akkoord) is door partijen geconstateerd dat de bestaande regelingen in verband met woon-werkverkeer, dienstreizen en verplaatsingen verouderd, ondoorzichtig en complex zijn en daardoor niet logisch, doelmatig en praktisch in de uitvoering. Om die reden is overeengekomen om de bestaande regelingen aan te passen en deze onder te brengen in één nieuw overzichtelijk landelijke en goed toegankelijk besluit die de administratieve last voor de korpsen doet afnemen. De nieuwe regeling biedt een reële en redelijke tegemoetkoming. De doelstelling is niet het realiseren van besparingen en versoberingen ten koste van het politiepersoneel.

In het akkoord is een aantal uitgangspunten voor een nieuwe regeling geformuleerd, die gehanteerd moeten worden bij het opstellen van een nieuw besluit, te weten:

– de wijzigingen moet leiden tot een transparanter geheel, ondergebracht in één besluit.

– de inhoud van het besluit wordt gemoderniseerd, artikelen uit de bestaande besluiten worden gescreend op actuele behoefte en (fiscale) mogelijkheden.

– de administratieve last moet afnemen.

– bij de vereenvoudiging wordt het doorbreken van de declaratie- en bonnencultuur meegenomen.

– het besluit wordt opgesteld voor een reële en redelijke vergoeding voor de ambtenaar.

– het besluit speelt in op de verkeersbewegingen die door de ambtenaar worden gemaakt.

Met inachtneming van deze voornoemde uitgangspunten zijn partijen overeengekomen dat er één nieuw besluit zou komen welke de vergoeding regelt voor alle verkeersbewegingen die door de ambtenaar in het kader van de uitoefening van zijn taak worden gemaakt. Daarbij vervalt de mogelijkheid om per korps een eigen vervoersplan vast te stellen.

Het nieuwe Besluit voor de sector Politie is per 1 juli 2008 een feit. Het Besluit reis-, verblijf-, en verhuiskosten politie (Brvvp) regelt de aanspraken, tegemoetkomingen of vergoedingen in reiskosten woon-werkverkeer, dienstreizen, verblijfkosten en verhuiskosten.

De meest in het oogspringende wijzigingen ten opzichte van de oude landelijke besluiten en regelingen zijn voor:

Het woon-werkverkeer

De aanspraak is verruimd, zodat ook ambtenaren met een reisafstand van minder dan 10 kilometer aanspraak maken op een tegemoetkoming. Daar waar in de oude situatie de bovengrens tot uitdrukking werd gebracht in maximum te vergoeden bedragen en bovendien afhankelijk waren van het al of niet verhuisplichtig zijn, is in het Brvvp sprake van één bovengrens van 100 km enkele reisafstand in het geval een tegemoetkoming per kilometer wordt toegekend. Deze bovengrens is aanzienlijk ruimer dan in de oude situatie. Bij het reizen met openbaar vervoer is geen bovengrens vastgesteld.

Zowel het ontstaan van een aanspraak als de aanspraak zelf was divers en daardoor niet altijd even overzichtelijk. Door verruiming van de aanspraak is het niet meer noodzakelijk om allerlei bijzondere aanspraken te creëren.

Een belangrijk en opvallend element in dit besluit is dat de reisafstand voor het woon-werkverkeer, en daarmee de aanspraak op tegemoetkoming in de reiskosten, in de oude regelingen gebaseerd waren op het traject volgens openbaar vervoer. In de overige besluiten en regelingen was in het geheel niet geregeld hoe de reisafstand werd gemeten. Nu geldt dat binnen de hele Nederlands politie en voor het vaststellen voor alle reisafstanden (dus ook bij dienstreizen) één door de minister aangewezen routeplanner wordt gebruikt om de reisafstand te meten.

De tegemoetkoming in reiskosten waren in de oude regelingen in principe gebaseerd op het traject volgens openbaar vervoer laagste klasse, ongeacht de wijze van vervoer. In het Brvvp is er een vrije keus voor het gebruik van openbaar vervoer óf eigen vervoer al of niet in combinatie met openbaar vervoer, waarbij die keus kan leiden tot 100% vergoeding openbaar vervoer op basis van 2e klasse óf voor eigen vervoer al of niet in combinatie met openbaar vervoer € 0,18 per kilometer; eigen bijdrage 25%; maximaal 200 kilometer (heen en terug) per dienst.

Nieuw is dat brug-, veer-, en tolgelden worden vergoed als deze deel uitmaken van de snelste route volgens de aangewezen routeplanner.

De eigen bijdrage was een bedrag per maand, terwijl dit in het Brvvp een percentage is.

Bij het toekennen van een vaste tegemoetkoming per maand werd 6% in mindering gebracht in verband met kortdurende afwezigheid. Nu is in de berekeningsgrondslag een vast uitgangspunt opgenomen van 206 werkdagen bij een gemiddelde werkweek van vijf dagen.

Dienstreizen binnenland

Bij reizen tussen aangewezen meerdere plaatsen van tewerkstelling was niet duidelijk geregeld dat deze reis een dienstreis betreft. In de praktijk zorgde dit voor onduidelijkheid. Nu is dit expliciet opgenomen.

Niet geregeld was hoe om te gaan met parkeer-, brug-, tol-, of veerkosten bij een door de dienst beschikbaar gesteld vervoermiddel. In het Brvvp is opgenomen dat deze kosten worden vergoed.

Bij een dienstreis met eigen vervoer op initiatief bij bevoegd gezag was een diversiteit aan vergoedingen afhankelijk van het te gebruiken vervoermiddel. Dit is teruggebracht naar twee bedragen, te weten bedrag bij gebruik eigen motorvoertuig en bedrag bij gebruik fiets en bromfiets. Bovendien is geregeld dat bij het gebruik van een eigen motorvoertuig de kosten voor parkeer-, brug-, tol-, of veerkosten worden vergoed. De stallingkosten voor een fiets konden afzonderlijk worden vergoed. Nu zijn de stallingkosten inbegrepen in de vergoeding per kilometer. Deze vergoeding is verhoogd van € 0,05 naar € 0,18 per kilometer.

De korting die werd toegepast, bij de tegemoetkoming in verblijfskosten, is komen te vervallen.

Dienstreizen buitenland

Voor buitenlandse dienstreizen is een aantal vergoedingen opgenomen die in de oude situatie niet waren geregeld. Zo is nieuw dat de kosten die gemaakt zijn voor het verkrijgen voor een visum, worden vergoed. Ook de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer tijdens de reis, op de plaats van bestemming, worden nu afzonderlijk vergoed. Daarnaast is nieuw dat de kosten voor internet en telefoon voor dienstdoeleinden worden vergoed.

Voor een vergoeding voor het reinigen van kleding tijdens de dienstreis gold dat de dienstreis minimaal zeven dagen moest duren. Dit is teruggebracht naar vier dagen.

Verhuiskosten

Geheel nieuw is dat een tegemoetkoming in de verhuiskosten kan worden gegeven wanneer de verhuizing tot doel heeft de reisafstand te verkorten. Deze verhuizing hoeft niet samen te gaan met verplaatsing of aanstelling. Voorwaarde is dat de reisafstand ten minste 50 kilometer was en na de verhuizing niet meer dan 20 kilometer is. Aan deze tegemoetkoming is wel een terugbetalingsverplichting verbonden in bepaalde situaties.

Bij verhuisplicht kon een vergoeding voor dubbele woonlasten worden betaald tot maximaal € 272,27 per maand voor een periode van maximaal vier maanden uitgaande van de kosten van de oude woning. Dit bedrag is verhoogd naar € 600,00.

De vergoeding voor het in- en uitpakken bij een verhuizing beperkte zich tot breekbare zaken. Nu is dit verruimd door kosten van het in- en uitpakken van de gehele inboedel alsmede de kosten van demontage en montage van het meubilair te vergoeden.

Pensionkosten bij verhuisplicht werden vergoed tot maximaal € 340,34. Dit is verruimd en worden kosten vergoed voorzover deze redelijk zijn.

Hoofdstuk II regelt de aanspraak en tegemoetkoming bij het woon-werkverkeer, terwijl de hoofdstukken III en verder de tegemoetkoming en vergoeding regelt bij door de ambtenaar werkelijk gemaakte kosten.

Indien een vergoeding met toepassing van dit besluit geheel of gedeeltelijk tot loon wordt gerekend, komt de daarvoor verschuldigde loonbelasting voor rekening van de ambtenaar. Het bevoegd gezag is inhoudingsplichtige.

Dit geldt niet voor de vergoeding van parkeer-, brug-, veer- en tolgelden. Hiervoor is afzonderlijk afgesproken dat deze kosten volledig netto aan de ambtenaar worden vergoed.

Artikelsgewijs

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Artikel 1 Definities

In dit artikel worden de begripsomschrijvingen gegeven die in dit besluit worden gehanteerd.

Onder het begrip ambtenaar vallen ook de aspirant en de vakantiewerker.

Artikel 2 Samenloop

Dit artikel is bedoeld wanneer de ambtenaar anderszins aanspraak kan maken op een tegemoetkoming in kosten zoals in dit besluit is geregeld. Gedacht kan worden aan ambtenaren die in een externe organisatie in een commissie zitten en van die externe organisatie een tegemoetkoming voor reizen ontvangen of vacatiegelden ontvangen waarin de reiskostenvergoeding is verwerkt.

Hoofdstuk II Woon-werkverkeer

Artikel 3 Aanspraak

In het eerste lid wordt de aanspraak op de tegemoetkoming in de reiskosten voor woon-werkverkeer geregeld. De essentie van de tegemoetkoming in reiskosten woon-werkverkeer is dat het een (gedeeltelijke) bestrijding is van kosten die de ambtenaar maakt om op zijn werk te komen. Bij een door de dienst ter beschikking gesteld voertuig, waarvan ook bij het woon-werkverkeer gebruik kan worden gemaakt, maakt de ambtenaar geen kosten en bestaat derhalve geen aanspraak op een tegemoetkoming voor het woon-werkverkeer.

Onderdeel a regelt dat de afstand die voor een tegemoetkoming in aanmerking komt de afstand is die per dienst eenmalig moet worden afgelegd om op de plaats van tewerkstelling te komen en om weer bij de woning te komen. Allerlei (tijdelijke) privé keuzes die een ambtenaar daarbij maakt kunnen nimmer leiden tot een wijziging van die tegemoetkoming. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan: het omrijden om een kind naar de opvang te brengen of een partner bij het werk af te zetten; het tussen de middag naar huis rijden om te gaan lunchen; het gaan logeren bij een tante die aan de ander kant van het land woont; het tijdelijk verblijven in een zomerhuisje; etc.

Bij detachering wordt de plaats van tewerkstelling gewijzigd en daarmee kan de afstand tussen de woning en de (nieuwe) plaats van tewerkstelling wijzigen.

Onderdeel b heeft betrekking op het structureel hebben van meerderde plaatsen van tewerkstelling, zoals bedoeld in artikel 10, lid twee van het Besluit algemene rechtspositie politie. Het reizen naar meerdere aangewezen plaatsen van tewerkstelling wordt beschouwd als woon-werkverkeer. Het incidenteel aandoen van een andere, niet aangewezen, plaats van tewerkstelling kan niet worden beschouwd als woon-werkverkeer zoals hier bedoeld.

Onderdeel c voorziet in de aanspraak op een tegemoetkoming van reiskosten in het geval een ambtenaar, aan wie de verhuisplicht is opgelegd, tijdelijk elders is gehuisvest.

Onderdeel d voorziet in de aanspraak op een tegemoetkoming van reiskosten voor aspiranten. Per kwartiel kan de tegemoetkoming worden vastgesteld.

Het tweede lid is een essentiële wijziging ten opzichte van het oude besluit. Hier wordt namelijk geregeld dat de ambtenaar zelf kan bepalen of hij met eigen vervoer reist of met openbaar vervoer. Deze keus vormt de grondslag voor de tegemoetkoming die een ambtenaar ontvangt voor het woon-werkverkeer. In het oude besluit was de tegemoetkoming gebaseerd op de kosten voor reizen met openbaar vervoer.

De keuze kan leiden tot een tegemoetkoming van de kosten van het openbaar vervoer. In dat geval worden alleen de kosten van het openbaar vervoer vergoed ook als die ambtenaar daarbij, een ander vervoermiddel gebruikt.

De keuze kan ook leiden tot een tegemoetkoming per te reizen kilometer. In dit geval bepaalt de ambtenaar zelf hoe hij het woon-werkverkeer invult. Dit kan zijn met eigen vervoer, met openbaar vervoer of een combinatie van eigen vervoer en openbaar vervoer.

De ambtenaar maakt zelf een keuze op basis van zijn individuele situatie.

Voorbeelden van aspecten die mee kunnen wegen in deze keus zijn de tijden waarop een ambtenaar zijn werk moet verrichten of de bereikbaarheid met openbaar vervoer of dat het traject voor een deel met eigen vervoer en een deel met openbaar vervoer afgelegd wordt of de ambtenaar wenst te carpoolen.

Het derde lid is opgenomen om te voorkomen dat de ambtenaar per maand meent een keuze te kunnen maken. Dit zou immers de administratieve last doen toenemen.

Artikel 4 Openbaar vervoer

Een fiscaal vrije verstrekking van openbaar vervoer is alleen mogelijk wanneer het verstrekte vervoersbewijs geldig is voor het traject van de woning naar plaats van tewerkstelling. Worden er vervoersbewijzen verstrekt voor vrije reizen met het openbaar vervoer, dan wordt het vervoersbewijs maar gedeeltelijk beschouwd als een vrije verstrekking. Dit omdat de ambtenaar het vervoersbewijs ook privé kan gebruiken.

Voor het tegen gereduceerd tarief afnemen van abonnementen is door de voorziening tot samenwerking (VTS) voor de Nederlandse politie een mantelovereenkomst afgesloten met de Nederlandse Spoorwegen waar korpsen gebruik van kunnen maken .

Naast de vergoeding van het openbaar vervoer worden géén overige kosten vergoed, zoals stallingkosten voor de fiets of vergoeding voor eigen vervoer.

Een vrije verstrekking van openbaar vervoer is niet per definitie een abonnement. Ook bijvoorbeeld meer rittenkaarten kunnen hier onder worden verstaan. Dit kan voordeliger zijn indien een ambtenaar maar één of twee dagen per week werkt.

Artikel 5 Berekening en procedures bij reizen met openbaar vervoer

Het eerste lid houdt verband met de fiscale wetgeving, waarin wordt bepaald dat wanneer per openbaar vervoer wordt gereisd een werkgever de werkelijke gemaakte kosten vrij mag vergoeden. De werkgever moet dan wel vervoersbewijzen per ambtenaar administreren en voor controle beschikbaar houden. De werkgever hoeft dan niet de daarmee verband houdende reisdagen en met openbaar vervoer afgelegde afstand te registreren.

Het tweede en derde lid verplichten de ambtenaar om wijzigingen die betrekking hebben op de reisafstand (verhuizing, etc) en dus op het vervoersbewijs door te geven. Indien de ambtenaar verzuimt de wijzigingen door te geven, dan kan het bevoegd gezag, de eventuele meerkosten van het vervoersbewijs, terugvorderen. Indien de ambtenaar aannemelijk heeft kunnen maken dat hij niet in staat was de wijziging tijdig door te geven, bijvoorbeeld omdat hij onverhoopt moest verhuizen, dan dient hier rekening mee te worden gehouden.

Het vierde lid biedt het bevoegd gezag de mogelijkheid om restitutie van gemaakte kosten aan te vragen, omdat wordt voorzien dat het vervoersbewijs voor lange tijd niet wordt gebruikt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij aaneengesloten ouderschapsverlof, zwangerschaps- en bevallingsverlof, een onderbreking van de arbeid in relatie met levensloopsparen, of andere vormen van voorziene afwezigheid. Anders dan bij de vaste tegemoetkoming is de termijn hier gesteld op twee maanden, dit heeft te maken met het feit dat pas restitutie van kosten kan worden verkregen bij minimaal twee maanden afwezigheid. Vervoersbedrijven bieden over het algemeen alleen ruimte om bij afwezigheid van langer dan twee maanden het abonnement te beëindigen.

Het zesde lid is opgenomen in het geval van schorsing en andere door de dienst veroorzaakte afwezigheid.

Artikel 6 Eigen vervoer al of niet in combinatie met openbaar vervoer

In het eerste lid wordt de hoogte van de tegemoetkoming per kilometer bepaald. In het oude besluit waren veel varianten aan tegemoetkomingen mogelijk. Nu geldt één bedrag, ongeacht het middel van eigen vervoer al of niet in combinatie met openbaar vervoer, voor alle situaties. Zo komt bijvoorbeeld de zogenaamde «rimboetoelage» die voorzag in de tegemoetkoming wanneer de woning of plaats van tewerkstelling niet met openbaar vervoer is te bereiken niet meer terug in het Brvvp.

In het Brvvp is geregeld dat het bedrag per kilometer dient als een tegemoetkoming per kilometer voor eigen vervoer al of niet in combinatie met openbaar vervoer. In het geval iemand dus een deel van het traject aflegt met openbaar vervoer en een deel met eigen vervoer, dan kan dit. Hij kan in dit geval de tegemoetkoming van € 0,18 per kilometer gebruiken om het openbaar vervoer te bekostigen evenals het eigen vervoer. Met andere woorden voor het bedrag dat hij per kilometer ontvangt kan hij ook een openbaar vervoersbewijs kopen, zo mogelijk via het arrangement dat door het korps met de vervoerder is overeengekomen.

Het tweede lid regelt de maximale enkele reisafstand. In vergelijking met de oude situatie, geldt dus nu één maximum afstand voor alle situaties, terwijl er voorheen diverse maxima van toepassing waren voor elke afzonderlijke situatie dan wel reisafstand. De maximale reisafstand die voor een tegemoetkoming in aanmerking komt, is bovendien toegenomen ten opzichte van de oude situatie. Wel is op basis van de huidige fiscale regelgeving nacalculatie verplicht als de totale reisafstand van en naar de plaats van tewerkstelling meer is dan 150 kilometer en indien er sprake is van een vaste tegemoetkoming per maand.

Het vierde lid regelt dat een aanspraak op een hogere tegemoetkoming ontstaat op dagen waarop het noodzakelijk is dat de ambtenaar met een surveillancehond of een speurhond reist in het kader van zijn dienstuitoefening. Op die dagen wordt geen eigen bijdrage in mindering gebracht. Op dagen dat het niet noodzakelijk is dat de ambtenaar met een surveillancehond of een speurhond reist in het kader van zijn dienstuitoefening heeft hij een aanspraak op een tegemoetkoming, op basis van artikel 4 of artikel 6 eerste, tweede en derde lid.

Het vijfde lid regelt dat brug-, tol-, en veergelden volledig worden vergoed. Dit is een nieuwe afzonderlijke vergoeding. In de oude regelingen werd dit geacht te zijn verdisconteerd in de vergoeding. Met tol wordt hier niet bedoeld rekeningrijden, kilometerheffing of andere maatregelen die mogelijk in de nabije toekomst van overheidswege worden opgelegd om de automobiliteit terug te dringen of om andere redenen.

Op grond van het zesde lid kan een tegemoetkoming worden stopgezet bij langdurige afwezigheid van de amtbenaar. Ordemaatregelen zijn de buiten functiestelling, de schorsing en het buitengewoon verlof.

Artikel 7 Berekening en procedures eigen vervoer al of niet in combinatie met openbaar vervoer

In dit artikel wordt de berekening van het woon-werkverkeer geregeld.

Over het bepalen van de afstand voor het traject woon-werkverkeer kan veel discussie ontstaan, wanneer niet duidelijk is wat wordt gemeten en hoe wordt gemeten.

Wat wordt gemeten is één van de afstanden genoemd in artikel 3, eerste lid onderdeel a tot en met d. Bijvoorbeeld onderdeel a. de afstand die de ambtenaar rechtstreeks en via de snelste route af moet leggen om van zijn woning naar zijn plaats van tewerkstelling te reizen. Indien de ambtenaar om privé-overwegingen via een omweg naar het werk reist, om bijvoorbeeld een kind naar de kinderopvang te brengen, worden deze extra kilometers niet vergoed.

Hoe wordt gemeten is met behulp van de routeplanner die door de Minister is aangewezen. Dit meetinstrument is bepalend voor het vaststellen van de afstand. Dit is overigens geregeld in artikel 36.

In het tweede lid wordt de uitgangspositie bepaalt bij het bepalen van de tegemoetkoming woon-werkverkeer. Uitgegaan wordt van 260 werkdagen per jaar, dit zijn 52 weken maal vijf werkdagen. Hierop worden 54 dagen in mindering gebracht voor incidentele afwezigheid, zoals vakantie, ziekte, verlof, incidentele roostervrije dagen, etc. De uitkomst, 206 werkdagen per jaar wordt vermenigvuldigd met de reisafstand, heen en weer, voor het woon-werkverkeer, vastgesteld met een routeplanner. Het maximum hierbij is 200 kilometer, heen en weer. De uitkomst wordt vermenigvuldigd met € 0,18 per kilometer. Vervolgens wordt de uitkomst hiervan verminderd met 25 procent. Voor een vaste tegemoetkoming per maand dient de uitkomst dan vervolgens weer te worden gedeeld door twaalf (maanden).

Het vierde lid is bedoeld wanneer er structureel sprake is van meerdere plaatsen van tewerkstelling. Indien een ambtenaar in een periode van vier weken bijvoorbeeld X maal reist van A naar B met een afstand van 20 kilometer heen en weer en X maal per week reist van A naar C met een afstand van 30 kilometer heen en weer, dan wordt het gemiddelde van die vier weken genomen als reisafstand woon-werkverkeer.

Het vijfde lid is opgenomen voor aspiranten die tijdens het initiële onderwijs een periode aan de opleidingsschool afwisselen met een periode in het korps.

Het zesde lid regelt dat de vaste tegemoetkoming wordt stopgezet bij afwezigheid van zes weken of langer. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in voorziene en onvoorziene afwezigheid. Deze termijn vindt zijn basis in de fiscale regelgeving, waarbij is bepaald dat een vaste tegemoetkoming wordt gestopt indien er sprake is van een afwezigheid van langer dan zes weken. In de situatie dat de ambtenaar bijvoorbeeld na de periode van zes weken incidenteel zijn plaats van tewerkstelling aandoet in het kader van zijn re-integratie ontvangt hij een tegemoetkoming voor die dag óf wanneer de ambtenaar weer structureel een aantal dagen gaat werken na die afwezigheid wordt de tegemoetkoming naar rato van het aantal te werken dagen berekend. De essentie van de tegemoetkoming in reiskosten woon-werkverkeer is dat het een al of niet gedeeltelijke bestrijding is van kosten die de ambtenaar maakt om op zijn werk te komen. In dit licht moet ook worden gehandeld bij de toepassing van dit onderdeel.

Het zevende lid regelt dat een ambtenaar verantwoordelijk is voor het doorgeven van wijzigingen die van invloed zijn op zijn vaste tegemoetkoming.

Het negende lid is opgenomen om de betaaltermijnen zo snel mogelijk af te sluiten. Uiteraard kan zich een situatie van overmacht voordoen, zoals bij langdurige ziekte, waardoor de termijn kan worden overschreden.

Hoofdstuk III Dienstreizen binnenland

In het algemeen kan bij dit hoofdstuk worden opgemerkt dat bij de wijze waarop een dienstreis wordt gemaakt, geldt dat door het bevoegd gezag steeds bepaalde afwegingen moeten worden gemaakt waarbij de doelmatigheid wordt betrokken. Dit geldt zowel bij het vaststellen van het begin- en het eindpunt als ook bij het middel van vervoer.

Relevante factoren die hierbij een rol spelen zijn bijvoorbeeld het tijdsaspect en het kostenaspect. Per situatie moet de doelmatigheid worden afgewogen. Indien iemand bijvoorbeeld naar een vergadering moet, kan de reis per openbaar vervoer een uitkomst bieden om vergaderstukken door te nemen. In vergelijkbare situatie kan het openbaar vervoer echter een belemmering zijn, omdat iemand bijvoorbeeld een presentatie moet geven en daarvoor allerlei, niet draagbare, apparatuur of documentatie mee moet nemen. Ook kunnen weersomstandigheden een rol spelen bij de afweging.

Aanbevelingswaardig is ook dat niet alleen wordt gekeken naar de relevante reiskosten, maar ook dat een relatie wordt gelegd met de arbeidskosten. In dit besluit komt de factor tijd bij dienstreizen niet terug, maar wordt in het Besluit bezoldiging politie dan wel het Besluit algemene rechtspositie politie opgenomen.

Artikel 8 Dienstreis

In het tweede lid is geregeld dat de afstand tussen meerdere aangewezen plaats van tewerkstelling wordt beschouwd als dienstreis. Dit is nieuw.

Artikel 9 Begin- en eindpunt van de dienstreis

In het Besluit vergoeding dienstreizen werd de plaats van tewerkstelling als begin- en eindpunt van de dienstreis aangemerkt: dit is in stand gebleven.

Tevens is in stand gebleven de bepaling dat het bevoegd gezag kan bepalen dat de woning of een andere plaats dan de plaats van tewerkstelling als begin en/of eindpunt van de dienstreis kan worden aangemerkt. De toestemming om de dienstreis bij de eigen woning aan te vangen kan in voorkomen geval mondeling door of namens het bevoegd gezag worden gegegeven.

Op grond van het eerste lid is voor wat betreft de reis- en verblijfskostenvergoeding de plaats van tewerkstelling het beginpunt en/of het eindpunt van de dienstreis. Een dienstreis begint en eindigt dus op het tijdstip waarop de ambtenaar de plaats van tewerkstelling verlaat respectievelijk daarop terugkomt.

Op grond van het tweede lid is voor wat betreft de reis- en verblijfskostenvergoeding de woning het beginpunt en/of het eindpunt van de dienstreis.

Het is ook mogelijk om bijvoorbeeld de dienstreis vanaf de plaats van tewerkstelling aan te vangen en bij de woning te eindigen.

Artikel 10 Dienstreis met beschikbaar gesteld vervoer

In dit artikel wordt bepaald dat een dienstreis primair met door de dienst beschikbaar gesteld vervoer wordt gemaakt. Dit is nieuw ten opzicht van de oude regels, waarbij een dienstreis primair met openbaar vervoer gemaakt moest worden.

Het eerste lid regelt wellicht ten overvloede dat geen tegemoetkoming voor reiskosten wordt verstrekt bij gebruik van een door de dienst beschikbaar gesteld vervoermiddel.

Het tweede lid regelt dat de ambtenaar ook zijn dienstreis af kan leggen op een fiets. Dit kan bijvoorbeeld bij een geringe afstand waarbij het soms praktischer is de afstand per fiets af te leggen. Bij bepaalde weersomstandigheden is dit niet aan te raden.

Het derde lid regelt dat het bevoegd gezag een vervoermiddel kan huren voor de dienstreis. Wanneer het bevoegd gezag de auto huurt wordt dit conform de huidige fiscale wetgeving gelijk gesteld aan een dienstauto. Indien de ambtenaar zelf de auto huurt dan is er volgens de huidige fiscale wetgeving sprake van eigen vervoer. Het bevoegd gezag informeert de ambtenaar vooraf op de mogelijke fiscale consequenties van het beschikbaar hebben van een gehuurd vervoermiddel.

Het vierde lid regelt de vergoeding van gemaakte parkeer-, brug-, tol-, en veerkosten bij een door de dienst beschikbaar gesteld vervoermiddel. Dit is nieuw. Deze vergoeding ziet ook op de vergoeding van de kosten van de zogenaamde P+R-parkeerplaatsen. De dan verder gemaakte kosten voor het openbaar vervoer worden vergoed op basis van artikel 11 van dit besluit.

Artikel 11 Dienstreis met openbaar vervoer

Om het gebruik van het openbaar vervoer te stimuleren worden ook de kosten van een (trein)taxi vergoed.

Artikel 12 Dienstreis met eigen vervoer

Het gebruik van eigen vervoer kan niet worden opgedragen. Eigen vervoer kan alleen worden gebruikt indien de ambtenaar dit vrijwillig doet.

Uit artikel 69 van het Besluit algemene rechtspositie politie vloeit voort dat ambtenaren die, met instemming van het bevoegd gezag, met eigen vervoer een dienstreis maken en tijdens die dienstreis buiten hun schuld of toedoen schade lijden die schade wordt vergoed. Er moet in dat geval geen sprake zijn van opzet dan wel bewust roekeloosheid aan de zijde van de ambtenaar bij het ontstaan van het ongeval. Daarnaast moet er sprake zijn van causaal verband tussen het uitoefenen van de opgedragen werkzaamheden en het overkomen van een ongeval. Dit is anders dan bij het gebruik van eigen vervoer bij woon-werkverkeer, omdat in de regel daar geen sprake is van opgedragen werkzaamheden, omdat die reis vóór of na werktijd geschiedt.

Dit artikel regelt de vergoeding in reiskosten bij dienstreizen, waarbij gebruik wordt gemaakt van een eigen motorvoertuig, fiets of bromfiets.

In de oude regels werd, voor wat betreft de hoogte van de vergoeding per kilometer onderscheid gemaakt in diverse eigen middelen van vervoer. In het Brvvp is dit onderscheid teruggebracht naar twee.

Het tweede lid regelt de vergoeding van parkeer-, brug-, veer-, en tolgelden in het geval de ambtenaar op verzoek van het bevoegd gezag met zijn eigen motorvoertuig reist.

De stallingkosten voor de fiets worden geacht te zijn opgenomen in het bedrag per kilometer.

In het derde lid is de hoogte van de vergoeding per kilometer te onderscheiden of het initiatief van het gebruik van een eigen motorvoertuig, fiets of bromfiets bij de ambtenaar ligt of bij het bevoegd gezag. De toestemming van of namens het bevoegd gezag voor het gebruik van het eigen voertuig kan eventueel mondeling plaatsvinden. De ambtenaar is nimmer verplicht zijn eigen vervoersmiddel te gebruiken voor een dienstreis.

Artikel 13 Verblijfkosten

Voor de vaststelling van de hoogte van de bedragen voor maaltijden wordt uitgegaan van de resultaten van een eenmaal per jaar door het Centraal Bureau van de Statistiek voor dit doel te houden enquête onder horecabedrijven.

Op de tegemoetkoming op grond van de Reisregeling binnenland politie werd een eigen bijdrage in mindering gebracht. Deze wordt niet meer toegepast.

Een onbelaste vergoeding of verstrekking is alleen mogelijk wanneer er een zakelijk karakter van bijkomend belang is. Bij logies moeten altijd bewijsstukken worden overlegd volgens de fiscale wetgeving. Bij het vergoeden van maaltijden is dit na een recente aanpassing van de wet niet meer noodzakelijk. Wel is het noodzakelijk om bewijsstukken te bewaren en desgevraagd, voor controle, te kunnen overleggen aan de belastingdienst. Om enig misverstand hierover te voorkomen is in het Brvvp opgenomen dat het overleggen van bewijsstukken noodzakelijk is om voor een tegemoetkoming voor maaltijden in aanmerking te komen. Het bevoegd gezag bewaart deze bonnen, net als tot op heden gebruikelijk was.

Met uitzondering van de dag- en avondcomponent geldt bij verblijfkosten dat de werkelijk gemaakte kosten worden vergoed met inachtneming van de maximale bedragen. De ambtenaar dient voor wat betreft de in het tweede lid onderdeel a. genoemde dagcomponent en de in het tweede lid onderdeel b. avondcomponent aannemelijk te maken dat hij kosten heeft gemaakt. Hij hoeft in dat geval geen bewijsstukken te overleggen.

Voor de avondcomponent geldt, net als in de oude regelgeving, dat de avondcomponent alleen wordt toegekend als er kosten voor logies zijn gemaakt.

Indien van overheidswege maaltijden worden verstrekt tijdens de dienstreis wordt van de ambtenaar verwacht dat hij hiervan gebruik maakt.

Voor de lunchcomponent en de dinercomponent geldt dat niet van belang is op welk tijdstip de maaltijd is genuttigd, maar of de tijden genoemd in het tweede lid onderdeel c en onderdeel d binnen de dienstreis vallen.

Het derde lid bepaalt dat er geen aanspraak is op een verblijfskostenvergoeding wanneer de ambtenaar in de gelegenheid is een al of niet meegebrachte maaltijd in een bedrijfskantine te nuttigen. Hier wordt niet bedoeld dat als een ambtenaar ergens dienst doet of een vergadering heeft dat hij dan naar een bedrijfskantine, zoals bedoeld in dit derde lid, moet reizen om daar zijn maaltijd te nuttigen.

Het begrip «aansluitende dienstreis» uit de oude regelgeving leidde altijd tot veel discussie. In het vijfde lid wordt nu gesproken van meerdaagse dienstreis. Bij meerdaagse dienstreis kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een cursus die drie weken duurt. Indien de ambtenaar in dit geval zijn dienstreis onderbreekt voor een gezinsbezoek of om een weekend elders door te brengen is er nog steeds sprake van een meerdaagse dienstreis.

Anders is het in de situatie waarin de ambtenaar zijn plaats van tewerkstelling aandoet om daar dienst te verrichten. Hierbij is sprake van een onderbreking van zijn dienstreis.

Artikel 14 Tewerkstelling elders (detachering)

Dit artikel regelt de aanspraak op een tegemoetkoming in verblijfkosten tijdens een periode van detachering, in het geval de ambtenaar niet dagelijks heen en weer kan rijden tussen zijn woning en de tijdelijke tewerkstelling.

Artikel 15 Declaraties

Het ambtshalve wijzigen van declaratie, zoals genoemd in het tweede lid, vindt alleen plaats als er een duidelijke fout in de ingediende declaratie is gemaakt. Bijvoorbeeld bij een lunch wordt de dinercomponent gedeclareerd, dan kan dit ambtshalve in een lunchcomponent worden gewijzigd. Overigens geldt op grond van vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep dat de ambtenaar tegen een besluit kan opkomen, dat kenbaar is gemaakt via de salarisstrook. In casu de betaling van een ambtshalve gewijzigde declaratie.

Artikel 17 Vervoersmiddelen

In dit artikel worden de vervoersmiddelen opgesomd die bij een dienstreis buitenland kunnen worden gebruikt. Vervolgens worden in de artikelen 18, 19 en 20 de aanspraken in de tegemoetkomingen of vergoedingen geregeld.

Artikel 18 Vliegtuig, boot of openbaar vervoer

In het derde lid is bij onderdeel g een nieuwe bepaling opgenomen. Hier is geregeld dat de kosten voor het verkrijgen van een voor een dienstreis noodzakelijke visum worden vergoed. Hierbij is bijvoorbeeld tevens inbegrepen de pasfoto’s voor het visum.

Artikel 19 Het door het bevoegd gezag ter beschikking gestelde vervoermiddel

De kosten, die een ambtenaar moet maken bij een ter beschikking gesteld vervoermiddel, krijgt hij vergoed. Dergelijke kosten zijn bijvoorbeeld brandstofkosten, parkeer- en tolgelden.

Artikel 20 Openbaar vervoer, gehuurd vervoermiddel of taxi

Naast gehuurd vervoermiddel of taxi is opgenomen dat ook openbaar vervoer voor vergoeding in aanmerking komt.

Artikel 21 Bezoekreis

Door het bevoegd gezag kan worden bepaald of, en zo ja hoeveel keer, per dienstreis van lange duur de ambtenaar voor een kort bezoek, tegen vergoeding naar de woonplaats mag reizen. Hierbij wordt door het bevoegd gezag rekening gehouden met verschillende situaties die zich in de praktijk kunnen voordoen. Gedurende de tijd dat de ambtenaar op bezoekreis is bestaat er geen aanspraak op verblijfskosten. Een bezoekreis als bedoel in dit artikel onderbreekt de dienstreis niet. Dit betekent dat een dienstreis waarin één of meerdere bezoekreizen vallen niet wordt gesplitst in twee of meer dienstreizen.

Artikel 22 Verblijfskosten

De tarieven in bijlage I gelden als uitgangspunt voor de berekening van de vergoeding wegens verblijfskosten voor de logiescomponent en andere componenten. Deze tarieven zijn gebaseerd op de vergoedingen die worden genoemd in de Schedules of Daily Subsistence Allowance Rates (DSA-lijsten) van de Verenigde Naties.

De vergoedingen voor maaltijden kunnen worden toegekend zonder dat er bewijsstukken zijn overlegd.

De urencomponent bestrijdt ook de eventuele kosten voor:

a. dranken, versnaperingen en dergelijke;

b. recreatie;

c. het verzilveren van cheques en dergelijke;

d. fooien;

e. huur van dekstoelen (bij bootreizen)

Artikel 23 Nadere voorwaarden voor verblijfskosten

Dit artikel regelt het uitsluiten van de aanspraak op verblijfskosten in bepaalde situaties.

Het reisgedeelte per vliegtuig op basis van businessklasse is uitgesloten van de aanspraak omdat dat deel van de reis volledig wordt verzorgd.

Artikel 24 Vergoeding van overige kosten

Het tweede lid regelt dat de kosten worden vergoed in verband met ziekte of ongeval die ten laste van de ambtenaar blijven, nadat zijn ziektekostenverzekering, heeft uitgekeerd. De relevante omstandigheden worden meegewogen. Hierbij moet worden gedacht aan de eigen mate van schuld van de ambtenaar.

In het derde lid wordt de aanspraak op de kosten voor een reisverzekering geregeld, voor zover daarin door het bevoegd gezag niet is voorzien. Indien de reis om persoonlijke reden wordt verlengd, worden de eventuele meerkosten van de reisverzekering met de ambtenaar verrekend.

Het vierde lid wordt een begrenzing aangegeven voor kosten die maximaal vergoed worden ingeval er bij diefstal, verlies of beschadiging kosten ten laste van de ambtenaar blijven. Deze begrenzing is bedoeld om de ambtenaar niet te stimuleren om bijvoorbeeld dure privé camera’s, veel CD’s, sieraden of andere kostbare zaken mee te nemen.

Het zesde lid is nieuw en regelt de vergoeding van tijdens de dienstreis noodzakelijk gemaakte zakelijke kosten voor het gebruik van internet en telefoon.

Hoofdstuk IV Verhuizen

Artikel 28 Tegemoetkoming in (verhuis)kosten zonder verhuisplicht

Dit artikel is een geheel nieuw artikel. De mogelijkheid om aanspraak te maken op een verhuiskostenvergoeding wordt verruimd. Met dit artikel wordt het mogelijk gemaakt om zonder verhuisplicht toch een tegemoetkoming in de verhuiskosten te verstrekken. Ook hoeft er geen sprake te zijn van een aanstelling of van een verplaatsing. Dit artikel is ontstaan uit milieuoverwegingen. Uitgangspunt is dat de reisafstand van de ambtenaar wordt teruggebracht. De afstand van de oude woning naar de plaats van tewerkstelling moet tenminste 50 kilometer zijn. De ambtenaar dient vervolgens te verhuizen naar een woning binnen een afstand van 20 kilometer van zijn plaats van tewerkstelling. In het geval de ambtenaar meerdere plaatsen van tewerkstelling zijn aangewezen, betreft het de hoofdplaats van tewerkstelling. Omdat met een verhuizing hoge kosten voor de werkgever zijn gepaard is aan de tegemoetkoming een terugbetalingsverplichting gekoppeld voor een periode van drie jaren volgens een in het derde lid opgenomen staffel indien één van de omstandigheden zoals bedoeld in het tweede lid zich voordoet.

Artikel 31 Procedure

In het tweede lid staat aangegeven dat de verhuizing van de inboedel op de voor het bevoegd gezag minst kostbare wijze moet geschieden. Hierbij dient in acht te worden genomen dat er sprake is van de meest gunstige prijs- en kwaliteitsverhouding. Ook ingeval van het derde lid geldt dat de kwaliteit van de verhuizing niet ondergeschikt wordt gemaakt aan de laagste prijs.

Hoofdstuk V Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 35 Mogelijkheid tot het vaststellen van nadere regels

Over de nadere regels wordt conform het Besluit Overleg en Medezeggenschap 1994 overleg gevoerd met de Commissie voor Georganiseerd Overleg in Politieambtenarenzaken.

Artikel 36 Routeplanner

Geheel nieuw is dat er nu voor het vaststellen van de reisafstand van alle afstanden die in dit besluit leiden tot een aanspraak of vergoeding per kilometer een landelijk aangewezen routeplanner is. Deze routeplanner wordt voor de gehele Nederlandse politie gebruikt.

Het tweede lid regelt de uitgangspunten die gebruikt moeten worden bij de routeplanner.

Artikel 37 Constatering onbillijkheden

Dit artikel is opgenomen om het bevoegd gezag de gelegenheid te bieden om in individuele gevallen af te wijken van het gestelde in het besluit, indien de afwijking strekt tot het vermijden van onbillijkheden welke uit de toepassing van deze regels zouden voortkomen.

Eén voorbeeld van een dergelijke situatie is de toepassing van de routeplanner. Indien een ambtenaar aantoont dat de routeplanner tot een onredelijke situatie leidt dan kan het bevoegd gezag overwegen op grond van dit artikel de reisafstand aan te passen. Dit zijn uitzonderingssituaties.

Een ander voorbeeld is een situatie waarin de ambtenaar een vaste vergoeding voor reizen ontvangt. Voor het toekennen van een vaste vergoeding wordt de berekeningsbasis gehanteerd, zoals bedoeld in artikel 7. Hierbij wordt uitgegaan van een aantal verkeersbewegingen. Dit zou nadelig uit kunnen pakken voor ambtenaren die regelmatig meerdere malen per kalenderdag van en naar de plaats van tewerkstelling reizen. Gedacht kan worden aan functies waar gebroken diensten functioneel zijn of waarbij veelvuldig consignatiedienst is zonder dat door de dienst een vervoermiddel beschikbaar gesteld wordt. In dat geval moet de ambtenaar aantonen, dat gelet op de aard van de functie of zijn dienstverband hij op jaarbasis meer van zijn woning naar zijn plaats van tewerkstelling reist dan het aantal reizen dat in de vaste vergoeding is besloten. Deze stelling moet worden bevestigd door zijn leidinggevende.

In het Akkoord Arbeidsvoorwaarden sector politie 2008–2010 is de afspraak gemaakt dat vanaf 1 januari 2009 voor de politie een 40-urige werkweek geldt. In het geval de ambtenaar het minimum aan de verplichte vakantie geniet en slechts geringe andere afwezigheid kent, kan het voorkomen dat hij substantieel aantal meer reisbewegingen maakt, dan de 206 waarop de vaste tegemoetkoming voor de reiskosten woon-werkverkeer is gebaseerd. Indien de ambtenaar aantoont dat hij dan meer heeft gereisd en dit wordt bevestigd door zijn leidinggevende, kan hij voor een aanvullende tegemoetkoming in aanmerking komen.

Artikel 38

Met het intrekken van het Besluit vergoeding verplaatsingskosten politie vervalt ook de grondslag voor de regionale vervoersplannen.

Met het intrekken van het Besluit vergoeding verplaatsingskosten politie en het Besluit vergoeding dienstreizen politie vervalt de grondslag voor de Regeling vergoeding verplaatsingskosten politie, de Reisregeling binnenland politie en de Reisregeling buitenland politie.

Aanspraken die voortvloeien uit Sociaal statuten blijven bestaan, omdat die Sociaal Statuten niet de grondslag hebben in het Besluit vergoeding verplaatsingskosten politie.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

G. ter Horst

Bijlage I behorende bij het Besluit reis-, verblijf- en verhuiskosten politie per 1 juli 2008

Tarieflijst logies- en overige kosten bij dienstreizen buitenland

Land- of gebiedsdeel

Maximumbedrag logieskosten in euro

Bedrag overige kosten in euro

Afghanistan

  

Kabul

122

53

Overige

52

31

   

Albanië

  

Tirana

154

64

Overige

93

37

   

Algerije

  

Algiers

98

90

Overige

125

52

   

Amerikaans Samoa

59

29

   

Angola

  

Luanda

196

111

Overige

122

49

   

Anguilla

103

72

   

Antigua

120

80

   

Argentinië

  

Buenos Aires

123

78

Overige

109

61

   

Armenië

  

Jerevan

84

52

Overige

42

37

   

Aruba

133

67

   

Australië

  

Melbourne

100

99

Canberra

100

99

Sydney

100

99

Overige

94

73

   

Azerbajdzjan

  

Bakoe

121

65

Overige

33

32

   

Bahamas

139

67

   

Bahrain

113

58

   

Bangladesh

  

Dhaka

89

46

Overige

44

18

   

Barbados

107

65

   

Belarus

  

Minsk

78

52

Overige

69

33

   

België

116

107

   

Belize

100

41

   

Benin

  

Cotonou

124

70

Overige

49

30

   

Bermuda

94

37

   

Bhutan

  

Thimpu

59

28

Overige

59

23

   

Bolivia

  

La Paz

84

25

Overige

59

13

   

Bosnië-Hercegovina

  

Sarajevo

65

39

Banja Luka

55

34

Mostar

97

44

Overige

32

23

   

Botswana

  

Gaberone

82

41

Overige

191

52

   

Brazilië

  

Brasilia

152

54

Rio de Janeiro

211

55

Sao Paulo

173

50

Overige

226

42

   

Brunei

  

Bandar Seri Begawan

98

55

Overige

159

72

   

Bulgarije

  

Sofia

144

44

Bourgas

45

24

Plovdiv

45

24

Varna

45

24

Overige

23

16

   

Burkina Faso

  

Ouagadougou

119

94

Overige

60

34

   

Burundi

  

Bujumbura

92

45

Overige

20

16

   

Cambodja

  

Phnom-Penh

87

45

Overige

117

41

   

Canada

  

Ottawa

129

97

Calgary

153

87

Halifax

118

89

Montreal

132

107

Toronto

192

102

Vancouver

159

125

Overige

97

67

   

Canarische Eilanden

80

56

   

Caymaneilanden

124

44

   

Centraal Afrikaanse Republiek

  

Bangui

56

54

Overige

30

22

   

Chili

  

Santiago

65

53

Overige

72

48

   

China

  

Peking

75

66

Hong Kong

223

101

Macao

92

56

Overige

137

50

   

Colombia

  

Bogotá

99

39

Overige

122

25

   

Comoren

  

Moroni

68

43

Overige

49

35

   

Cookeilanden

  

Rarotonga

150

39

Overige

68

25

   

Costa Rica

  

San José

84

38

Overige

63

27

   

Cuba

  

Havana

96

61

Overige

98

45

   

Cyprus

  

Nicosia

142

110

Overige

75

56

   

Denemarken

146

89

   

Djibouti

  

Djibouti

107

81

Overige

31

31

   

Dominica

65

53

   

Dominicaanse Republiek

  

Santo Domingo

78

48

Overige

100

31

   

Duitsland

  

Berlijn

139

84

Bonn

132

77

Frankfurt

145

86

Hamburg

158

101

München

145

86

Overige

88

79

   

Ecuador

  

Quito

62

57

Overige

72

43

   

Egypte

  

Caïro

83

47

Overige

85

30

   

El Salvador

  

San Salvador

86

57

Overige

32

31

   

Equatoriaal Guinea

  

Malabo

96

81

Overige

105

58

   

Eritrea

  

Asmara

140

55

Overige

17

25

   

Estland

  

Tallinn

95

81

Parnu

68

70

Overige

64

61

   

Ethiopië

  

Addis Abeba

111

57

Overige

27

15

   

Fiji

  

Suva

102

83

Overige

175

50

   

Filipijnen

  

Manila

71

52

Overige

74

22

   

Finland

  

Helsinki

154

55

Overige

112

56

   

Frankrijk

  

Parijs

137

91

Overige

113

85

   

Frans Guyana

  

Cayenne

70

67

Overige

43

46

   

Frans Polynesië

110

59

   

Gabon

  

Libreville

103

91

Overige

137

56

   

Gambia

  

Banjul

100

57

Overige

24

20

   

Georgië

  

Tiflis

147

86

Bakuriani

46

28

Batumi

49

38

Borjomi

59

8

Gudauri

65

40

Poti

42

33

Overige

27

17

   

Ghana

  

Accra

87

49

Overige

68

21

   

Gibraltar

44

39

   

Grenada

112

56

   

Griekenland

  

Athene

175

90

Overige

100

54

   

Groenland

141

58

   

Groot-Brittannië

  

Londen

181

102

Overige

192

93

   

Guadeloupe

69

71

   

Guam

100

43

   

Guatemala

  

De stad Guatemala

68

55

Overige

84

51

   

Guinee

  

Conakry

68

40

Overige

24

16

   

Guinee-Bissau

  

Bissau

97

55

Overige

46

44

   

Guyana

  

Georgetown

91

36

Overige

31

14

   

Haïti

  

Port-au-Prince

98

77

Overige

49

19

   

Honduras

  

Tegucigalpa

62

41

San Pedro Sula

83

45

Overige

84

34

   

Hongarije

123

61

   

Ierland

155

87

   

India

  

New Delhi

194

80

Overige

227

47

   

Indonesië

  

Jakarta

62

45

Overige

75

52

   

Irak

  

Bagdad

49

33

Overige

32

33

   

Iran

  

Teheran

105

44

Overige

66

24

   

Israël

  

Tel Aviv

124

76

Haifa

82

52

Herzliya

113

56

Jeruzalem

93

53

Tiberias

91

61

Overige

52

54

   

Italië

  

Rome

143

99

Florence

121

121

Milaan en Porto Ercole

117

121

Triëst

91

107

Turijn

116

99

Venetië

181

102

Overige

89

93

   

Ivoorkust

  

Abidjan

128

109

Overige

60

53

   

Jamaica

  

Kingston

97

48

Overige

107

57

   

Japan

  

Tokio

109

122

Fukuoka

68

71

Kobe

87

72

Kyoto

108

89

Nagoya

72

72

Osaka

87

98

Yokohama

108

81

Overige

62

57

   

Jemen

  

Sana'a

78

52

Overige

76

29

   

Jordanië

  

Amman

110

55

Overige

93

50

   

Kaapverdië

  

Praia

87

83

Overige

71

69

   

Kameroen

  

Yaoundé

124

73

Douala

124

73

Overige

36

33

   

Kazachstan

  

Astana

165

121

Alma Ata

163

92

Overige

130

32

   

Kenia

  

Nairobi

162

77

Overige

74

38

   

Kiribati

  

Kiritimati (=Christmas)

101

70

Overige eilanden

53

24

   

Kongo

  

Brazzaville

119

101

Overige

80

40

   

Kongo, Democratische Republiek

  

Kinshasa

95

77

Overige

74

34

   

Korea, Democratische Republiek (N-Korea)

  

Pyongyang

67

33

Overige

42

33

   

Korea, Republiek(Z-Korea)

  

Seoul

128

117

Overige

133

89

   

Kroatië

  

Zagreb

132

137

Dubrovnik

133

102

Split

97

50

Overige

65

51

   

Kuweit

  

Kuwait-stad

203

80

   

Kyrgyzstan

  

Bishkek

241

78

Overige

26

16

   

Laos

  

Vientiane

78

37

Overige

46

16

   

Lesotho

  

Maseru

63

31

Overige

44

26

   

Letland

  

Riga

84

50

Overige

48

47

   

Libanon

  

Beiroet

89

65

Overige

88

36

   

Liberia

  

Monrovia

90

83

Overige

17

21

   

Libië

  

Tripoli

203

73

Overige

42

39

   

Litouwen

  

Vilnius

108

66

Overige

69

48

   

Luxemburg

118

107

   

Maagdeneilanden (Brits)

117

75

   

Maagdeneilanden (VS)

99

83

   

Macedonië

  

Skopje

151

46

Mavrovo

82

29

Ohrid

42

24

Overige

39

19

   

Madagascar

  

Antanarivo

109

67

Overige

94

33

   

Malawi

  

Lilongwe

67

32

Overige

104

32

   

Maladiven

  

Malé

63

30

Overige

186

52

   

Maleisië

  

Kuala Lumpur

66

47

Overige

70

35

   

Mali

  

Bamako

129

110

Overige

61

63

   

Malta

121

84

   

Mariana-eilanden (= Noordelijke Mariana-eilanden)

  

Saipan

87

53

Overige

10

6

   

Marokko

  

Rabat

104

75

Overige

128

58

   

Marshalleilanden

  

Majuro

82

62

Overige

87

51

   

Martinique

70

76

   

Mauretanië

  

Nouakchott

92

56

Overige

35

21

   

Mauritius

  

Port Louis

109

62

Overige

48

29

   

Mexico

  

Mexico-Stad

122

75

Overige

164

59

   

Micronesië

  

Truk

88

45

Overige

149

51

   

Moldavië

  

Chisinau

76

46

Overige

22

14

   

Monaco

115

80

   

Mongolië

  

Ulan Bator

60

31

Overige

27

15

   

Montenegro

132

65

   

Montserrat

101

55

   

Mozambique

  

Maputo

63

55

Overige

63

36

   

Myanmar (Burma)

  

Yangon (=Rangoon)

36

24

Overige

46

17

   

Namibië

  

Windhoek

70

35

Overige

93

28

   

Nauru

87

56

   

Nederlandse Antillen

183

73

   

Nepal

  

Kathmandu

52

31

Overige

70

23

   

Nicaragua

  

Managua

68

40

Overige

34

22

   

Nieuw-Caledonië

72

66

   

Nieuw-Guinea

  

Port Moresby

97

48

Overige

82

28

   

Nieuw-Zeeland

  

Wellington

100

78

Auckland

100

78

Christchurch

100

78

Overige

88

66

   

Niger

  

Niamey

111

65

Overige

57

32

   

Nigeria

  

Abuja

125

76

Lagos

194

92

Overige

230

52

   

Niue

48

34

   

Noorwegen

154

73

   

Oeganda

  

Kampala

164

58

Overige

110

23

   

Oekraïne

  

Kyjiv (= Kiew)

174

90

Overige

101

42

   

Oezbekistan

  

Tasjkent

83

71

Overige

73

16

   

Oman

  

Muscat

135

70

Overige

133

53

   

Oostenrijk

98

110

   

Oost-Timor

  

Dili

106

40

Overige

35

30

   

Pakistan

  

Islamabad

171

44

Karachi

121

35

Overige

125

22

   

Palau

  

Koror

110

65

Overige

10

6

   

Panama

  

Panamá

97

57

Overige

110

34

   

Papoea Nieuw-Guinea

  

(Zie Nieuw-Guinea)

  
   

Paraguay

  

Asunción

56

22

Overige

21

13

   

Peru

  

Lima

100

68

Overige

104

38

   

Polen

  

Warschau

154

103

Overige

90

44

   

Portugal

131

102

   

Puerto Rico

222

86

   

Qatar

  

Doha

208

112

   

Reunión

74

66

   

Roemenië

  

Boekarest

169

76

Overige

125

48

   

Russische Federatie

  

Moskou

233

126

Basjkortostan

94

43

Kamchatka

70

38

Kemorovo

101

67

Perm

101

67

Nizjni Novgorod

127

41

Rostov

120

59

Sacha

92

42

Saratov

101

67

Sotsji

114

34

St.Petersburg

277

143

Vladivostok

114

59

Overige

61

28

   

Rwanda

  

Kigali

115

43

Overige

64

26

   

Samoa

  

Apia

121

35

Overige

34

11

   

Sao Tomé en Príncipe

  

Sao Tomé

94

43

Principe

67

41

Overige

35

29

   

Saudi Arabië

  

Ar Riaad (=Riyadh)

90

55

Overige

85

53

   

Senegal

  

Dakar

101

67

Overige

100

42

   

Servië

  

Belgrado

162

84

Pristina

92

56

Overige

41

29

   

Seychellen

174

82

   

Sierra Leone

  

Freetown

68

46

Overige

22

18

   

Singapore

135

86

   

Slovenië

  

Ljubljana

137

40

Bled

160

76

Portoroz

118

53

Overige

83

33

   

Slowakije

  

Bratislava

148

67

Overige

69

37

   

Solomoneilanden

  

Honiara

69

50

Overige

64

31

   

Somalië

  

Mogadishu

40

19

Overige

31

14

   

Spanje

  

Madrid

147

106

Barcelona

155

74

València

112

66

Overige

101

59

   

Sri Lanka

  

Colombo

44

30

Overige

34

17

   

St.Kitts/Nevis

90

59

   

St.Lucia

107

52

   

St.Vincent/Grenada

107

63

   

Sudan

  

Khartoum

110

54

Overige

100

31

   

Suriname

85

38

   

Swaziland

  

Mbabane

75

33

Overige

243

40

   

Syrië

  

Damascus

92

59

Overige

93

35

   

Tadzjikistan

  

Dushanbe

63

45

Overige

28

19

   

Tahiti

97

52

   

Taiwan

143

88

   

Tanzania

  

Dar es Salaam

99

45

Overige

87

25

   

Thailand

  

Bangkok

147

73

Overige

96

28

   

Togo

  

Lomé

82

72

Overige

34

27

   

Tokelau

19

33

   

Tonga

  

Vava’u

68

85

Overige

73

55

   

Trinidad & Tobago

  

Trinidad

136

73

Tobago

125

78

   

Tsjaad

  

N’djamena

131

62

Overige

45

32

   

Tsjechië

  

Praag

141

61

Brno

115

48

Cesky Krumlov

71

37

Hradec Kralové

47

21

Karlovy Vary

87

49

Olomouc

64

30

Ostrava

116

35

Plzeñ

51

23

Overige

39

22

   

Tunesië

  

Tunis

63

55

Overige

41

42

   

Turkmenistan

37

68

   

Turks en Caicoseilanden

  

Grand Turk

105

45

Providenciales

160

90

   

Turkije

  

Ankara

57

41

Antalya

66

41

Bursa

62

38

Istanbul

82

48

Izmir

63

51

Zuidoostelijk Anatolia

47

35

Overige

40

27

   

Tuvalu

  

Funafuti

80

43

Overige

21

50

   

Uruguay

  

Montevideo

81

65

Colonia

83

33

Punta del Este

104

75

Salto

76

33

Overige

53

50

   

Vanuatu

  

Port Villa

129

93

Overige

81

37

   

Venezuela

  

Caracas

102

57

Overige

112

39

   

Verenigd Koninkrijk

  

(zie Groot-Brittannië)

  
   

Verenigde Arabische Emiraten

  

Abu Dhabi

166

72

Overige

189

75

   

Verenigde Staten van Amerika

  

Washington D.C.

152

66

Boston

153

55

Chicago

123

56

Honolulu

119

47

Los Angeles

117

51

Miami

99

56

New York

172

65

Philadelphia

145

78

San Francisco

175

60

Overige

87

49

   

Vietnam

  

Hanoi

53

26

Overige

56

22

   

Wallis en Futuna

66

58

   

Westbank en Gazastrook

  

Gazastrook

66

46

Jericho

52

32

Westbank overige

37

35

   

IJsland

167

75

   

Zambia

  

Lusaka

152

93

Overige

120

45

   

Zimbabwe

  

Harare

134

79

Overige

205

53

   

Zuid Afrika

  

Pretoria

78

42

Durban

89

46

Johannesburg

153

60

Kaapstad

115

50

Oost Londen

79

39

Port Elizabeth

87

43

Rustenburg

203

73

Ulindi

71

38

Overige

57

34

   

Zweden

  

Stockholm

198

57

Gothenburg

198

53

Malmö

198

57

Overige

156

53

   

Zwitserland

121

95

Bijlage II behorende bij het Besluit reis-, verblijf- en verhuiskosten politie

Gebieden met polaire koude en gebieden met tropische warmte

I Gebieden met polaire koude en gebieden met tropische warmte

Canada: Edmonton, Montreal, Ottawa, Quebec, Toronto

China: Peking

Finland: Helsinki

Groenland: Nuuk

IJsland: Reykjavik

Korea, Republiek (Zuid-Korea): Seoel

Noord- en Zuidpool

Noorwegen: Oslo

Oekraïne: Kiew

Polen: Warschau

Russische Federatie: Moskou, St. Petersburg

Verenigd Koninkrijk: Falklandeilanden

Verenigde Staten: Chicago

Zweden: Stockholm

II Gebieden met tropische warmte gedurende (vrijwel) het gehele jaar

Angola: Luanda

Aruba: Oranjestad

Bahama's: Nassau

Bangladesh: Chittagong, Dakha

Barbados: Bridgetown

Belize: Belmopan

Benin: Cotonou

Bolivia: Santa Cruz

Brazilië: Rio de Janeiro, Sao Paulo

Burkina Faso: Ouagadougou

Burundi: Bujumbura

Cambodja: Phnom Penh

Colombia: Barranquilla

Costa Rica: San José

Cuba: Havanna

Djibouti: Djibouti

Dominicaanse Republiek: Santo Domingo

El Salvador: San Salvador

Equador: Guayaquil

Filipijnen: Manila

Frans Guyana: Cayenne

Gabon: Libreville

Ghana: Accra

Guatemala: de stad Guatemala

Guyana: Georgetown

Haïti: Port-au-Prince

Honduras: Tegucigalpa

Hongkong: Hongkong

India: Bombay, Calcutta, Madras, New Delhi, Trivandrum

Indonesië: Jakarta

Irak: Bagdad

Ivoorkust: Abidjan

Jamaica: Kingston

Kameroen: Douala, Yaoundé

Kenia: Mombasa, Nairobi

Koeweit: Koeweit

Laos: Vientiane

Liberia: Monrovia

Madagascar: Antanarivo

Maleisië: Borneo, Kuala Lumpur, Malakka

Mali: Bamako

Martinique: Fort-de-France

Mexico: Acapulco

Mozambique: Maputo

Myanmar (Burma): Rangoon

Nederlandse Antillen: Willemstad

Nicaragua: Managua

Nigeria: Lagos

Oeganda: Kampala

Oman: Muscat

Pakistan: Karachi

Panama: Panamá

Paraquay: Asunción

Puerto Rico: San Juan

Saudi Arabië: Djedda, Ar Riaad (Riyadh)

Senegal: Dakar

Sierra Leone: Freetown

Singapore: Singapore

Somalië: Mogadishu

Sri Lanka: Colombo

Sudan: Khartoem

Suriname: Paramaribo

Tanzania: Dar es Salaam

Thailand: Bangkok

Trinidad: Piarco, Port of Spain

Venezuela: Caracas

Verenigde Arabische Emiraten: Abu Dhabi, Dubai

Verenigde Staten: Hawaii, Miami

Viëtnam: Ho Chi Minhstad

Zaïre: Kinshasa

Zambia: Lusaka

III Gebieden met tropische warmte in de maanden mei tot en met september

Algerije: Algiers

Egypte: Cairo

Libanon: Beiroet

Libië: Tripoli

Tunesië: Tunis

IV Gebieden met tropische warmte in de maanden september tot en met maart

Argentinië: Buenos Aires

Peru: Lima

Uruguay: Montevideo

Zuid Afrika: Kaapstad


XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid j° vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.

Naar boven