Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en MilieubeheerStaatsblad 2007, 250AMvB

Besluit van 19 juni 2007, houdende wijziging van enkele besluiten ter uitvoering van verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PbEU L 190)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 21 maart 2007, nr. DJZ2007026061, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Justitie;

Gelet op verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PbEU L 190), de Wet milieubeheer, artikel 37, eerste lid, van de Wet op de economische delicten, artikel 24 van de Wet milieugevaarlijke stoffen, artikel 74c van het Wetboek van Strafrecht en artikel 2, eerste lid, van het Besluit Instelling Centraal Justitieel Incassobureau;

De Raad van State gehoord (advies van 28 maart 2007, nr. W08.07.0070/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 13 juni 2007, nr. DJZ2007051836, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, uitgebracht na overleg met Onze Minister van Justitie;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

In artikel 6, onderdeel c, van het Besluit beheer autowrakken wordt «EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen» vervangen door: EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.

ARTIKEL II

In artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit kwaliteitseisen handhaving milieubeheer wordt «EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen» vervangen door: EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.

ARTIKEL III

Het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, wordt «EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen» vervangen door: EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.

B

Artikel 11, eerste lid, onderdeel a, komt te luiden:

a. bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, waarop de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen van toepassing is, dat vergezeld gaat van de begeleidende documenten, bedoeld in die verordening;.

ARTIKEL IV

In artikel 5, eerste lid, onderdeel c, onder 1°, van het Besluit verbranden afvalstoffen wordt «op grond van Verordening nr. 259/93/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap (PbEG L 30)» vervangen door: op grond van EG-verordening overbrenging van afvalstoffen.

ARTIKEL V

In artikel 2 van het P.C.B.-, P.C.T.- en chlooretheen-besluit Wet milieugevaarlijke stoffen komt het derde lid te luiden:

  • 3. Voorts geldt het verbod niet indien het betreft een overbrenging overeenkomstig verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PbEU L 190).

ARTIKEL VI

Het Transactiebesluit milieudelicten wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2, onderdeel d, wordt «M 280 tot en met M 288» vervangen door: M 280 tot en met M 289.

B

In de bijlage, bedoeld in artikel 2, worden de nummers M 280 tot en met M 288 en het opschrift daarboven vervangen door:

Nummers M 280-M 289: Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PbEU L 190) (EVOA)
   

Handelen in strijd met regels gesteld ter uitvoering van de EVOA

 
     

M

280

a

Overbrenging van voor verwijdering bestemde afvalstoffen of voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen waarop de algemene informatieverplichtingen niet van toepassing zijn, gaat niet vergezeld van het vervoersdocument en de afschriften van het kennisgevingsdocument met de schriftelijke toestemmingen en de voorwaarden die door de betrokken bevoegde autoriteiten respectievelijk zijn verleend en gesteld

10.60, vijfde lid, onderdeel a, Wm juncto 16, onderdeel c, tweede volzin, EVOA

M

280

b

Minder dan 3 dagen voordat de overbrenging van voor verwijdering bestemde afvalstoffen of voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen waarop de algemene informatieverplichtingen niet van toepassing zijn, plaatsvindt, een afschrift van het ingevulde vervoersdocument zenden aan het bevoegde gezag

10.60, vijfde lid, onderdeel a, Wm juncto 16, onderdeel b, EVOA

M

280

c

Overbrenging van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen waarop de algemene informatieverplichtingen van toepassing zijn, gaat niet vergezeld van de in Bijlage VII bij de EVOA genoemde informatie

10.60, vijfde lid, onderdeel a, Wm juncto 18, eerste lid, onderdeel a, EVOA

M

281

a

Uitvoer uit de Europese Gemeenschappen (EG) van voor verwijdering bestemde afvalstoffen naar EVA-landen gaat niet vergezeld van het vervoersdocument en de afschriften van het kennisgevingsdocument met de schriftelijke toestemmingen en de voorwaarden die door de betrokken bevoegde autoriteiten respectievelijk zijn verleend en gesteld

10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm juncto 35, eerste lid, juncto 16, onderdeel c, tweede volzin, EVOA

M

281

b

Minder dan 3 dagen voordat de uitvoer uit de EG van voor verwijdering bestemde afvalstoffen naar EVA-landen plaatsvindt, een afschrift van het ingevulde vervoersdocument zenden aan het bevoegde gezag

10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm juncto 35, eerste lid, juncto 16, onderdeel b, EVOA

M

282

a

Uitvoer uit de EG van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen in de bijlagen III, III A, III B, IV en IV A, en van niet in bijlage II, IV en IV A onder één code ingedeelde afvalstoffen of van mengsels van afvalstoffen naar landen waarop het OESO-besluit van toepassing is, gaat niet vergezeld van het vervoersdocument en de afschriften van het kennisgevingsdocument met de schriftelijke toestemmingen en de voorwaarden die door de betrokken bevoegde autoriteiten respectievelijk zijn verleend en gesteld

10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm juncto 38, eerste lid, juncto 16, onderdeel c, tweede volzin, EVOA

M

282

b

Minder dan 3 dagen voordat de uitvoer uit de EG van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen in de bijlagen III, III A, III B, IV en IV A, en van niet in bijlage II, IV en IV A onder één code ingedeelde afvalstoffen of van mengsels van afvalstoffen naar landen waarop het OESO-besluit van toepassing is, plaatsvindt, een afschrift van het ingevulde vervoersdocument zenden aan het bevoegde gezag

10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm juncto 38, eerste lid, juncto 16, onderdeel b, EVOA

M

282

c

Uitvoer uit de EG van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen in de bijlagen III, III A, III B, IV en IV A, en van niet in bijlage II, IV en IV A onder één code ingedeelde afvalstoffen of van mengsels van afvalstoffen naar landen waarop het OESO-besluit van toepassing is, gaat niet vergezeld van de in Bijlage VII bij de EVOA genoemde informatie

10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm juncto 38, eerste lid, juncto 18, eerste lid, onderdeel a, EVOA

M

283

a

Invoer in de EG van voor verwijdering bestemde afvalstoffen uit landen die partij zijn bij het Verdrag van Bazel gaat niet vergezeld van het vervoersdocument en de afschriften van het kennisgevingsdocument met de schriftelijke toestemmingen en de voorwaarden die door de betrokken bevoegde autoriteiten respectievelijk zijn verleend en gesteld

10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm juncto 42, eerste lid, juncto 16, onderdeel c, tweede volzin, EVOA

M

283

b

Minder dan 3 dagen voordat de invoer in de EG van voor verwijdering bestemde afvalstoffen uit landen die partij zijn bij het Verdrag van Bazel plaatsvindt, een afschrift van het ingevulde vervoersdocument zenden aan het bevoegde gezag

10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm juncto 42, eerste lid, juncto 16, onderdeel b, EVOA

M

284

a

Invoer in de EG van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen waarop de algemene informatieverplichtingen niet van toepassing zijn, uit landen waarop het OESO-besluit van toepassing is, gaat niet vergezeld van het vervoersdocument en de afschriften van het kennisgevingsdocument met de schriftelijke toestemmingen en de voorwaarden die door de betrokken bevoegde autoriteiten respectievelijk zijn verleend en gesteld

10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm juncto 44, eerste lid, juncto 16, onderdeel c, tweede volzin, EVOA

M

284

b

Minder dan 3 dagen voordat de invoer in de EG van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen waarop de algemene informatieverplichtingen niet van toepassing zijn, uit landen waarop het OESO-besluit van toepassing is, plaatsvindt, een afschrift van het ingevulde vervoersdocument zenden aan het bevoegde gezag

10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm juncto 44, eerste lid, juncto 16, onderdeel b, EVOA

M

284

c

Invoer in de EG van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen waarop de algemene informatieverplichtingen van toepassing zijn, uit landen waarop het OESO-besluit van toepassing is, gaat niet vergezeld van de in Bijlage VII bij de EVOA genoemde informatie

10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm juncto 44, eerste lid, juncto 18, eerste lid, onderdeel a, EVOA

M

285

a

Invoer in de EG van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen waarop de algemene informatieverplichtingen niet van toepassing zijn, uit landen waarop het OESO-besluit niet van toepassing is, maar die wel partij zijn bij het Verdrag van Bazel, gaat niet vergezeld van het vervoersdocument en de afschriften van het kennisgevingsdocument met de schriftelijke toestemmingen en de voorwaarden die door de betrokken bevoegde autoriteiten respectievelijk zijn verleend en gesteld

10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm juncto 45 juncto 42, eerste lid, juncto 16, onderdeel c, tweede volzin, EVOA

M

285

b

Minder dan 3 dagen voordat de invoer in de EG van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen waarop de algemene informatieverplichtingen niet van toepassing zijn, uit landen waarop het OESO-besluit niet van toepassing is, maar die wel partij zijn bij het Verdrag van Bazel, plaatsvindt, een afschrift van het ingevulde vervoersdocument zenden aan het bevoegde gezag

10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm juncto 45 juncto 42, eerste lid, juncto 16, onderdeel b, EVOA

M

285

c

Invoer in de EG van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen waarop de algemene informatieverplichtingen van toepassing zijn, uit landen waarop het OESO-besluit niet van toepassing is, maar die wel partij zijn bij het Verdrag van Bazel, gaat niet vergezeld van de in Bijlage VII bij de EVOA genoemde informatie

10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm juncto 45 juncto 42, eerste lid, juncto 18, eerste lid, onderdeel a, EVOA

M

286

a

Invoer in de EG van voor verwijdering bestemde afvalstoffen, of voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen, waarop de algemene informatieverplichtingen niet van toepassing zijn, uit landen en gebieden overzee, gaat niet vergezeld van het vervoersdocument en de afschriften van het kennisgevingsdocument met de schriftelijke toestemmingen en de voorwaarden die door de betrokken bevoegde autoriteiten respectievelijk zijn verleend en gesteld

10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm juncto 46, eerste lid, juncto 16, onderdeel c, tweede volzin, EVOA

M

286

b

Minder dan 3 dagen voordat de invoer in de EG van voor verwijdering bestemde afvalstoffen, of voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen waarop de algemene informatieverplichtingen niet van toepassing zijn, uit landen en gebieden overzee, plaatsvindt, een afschrift van het ingevulde vervoersdocument zenden aan het bevoegde gezag

10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm juncto 46, eerste lid, juncto 16, onderdeel b, EVOA

M

286

c

Invoer in de EG van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen waarop de algemene informatieverplichtingen van toepassing zijn, uit landen en gebieden overzee, gaat niet vergezeld van de in Bijlage VII bij de EVOA genoemde informatie

10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm juncto 46, eerste lid, juncto 18, eerste lid, onderdeel a, EVOA

M

287

a

Doorvoer door de EG van voor verwijdering bestemde afvalstoffen gaat niet vergezeld van het vervoersdocument en de afschriften van het kennisgevingsdocument met de schriftelijke toestemmingen en de voorwaarden die door de betrokken bevoegde autoriteiten respectievelijk zijn verleend en gesteld

10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm juncto 47 juncto 42, eerste lid, juncto 16, onderdeel c, tweede volzin, EVOA

M

287

b

Minder dan 3 dagen voordat de doorvoer door de EG van voor verwijdering bestemde afvalstoffen plaatsvindt, een afschrift van het ingevulde vervoersdocument zenden aan het bevoegde gezag

10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm juncto 47 juncto 42, eerste lid, juncto 16, onderdeel b, EVOA

M

287

c

Doorvoer door de EG van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen waarop de algemene informatieverplichtingen niet van toepassing zijn, gaat niet vergezeld van het vervoersdocument en de afschriften van het kennisgevingsdocument met de schriftelijke toestemmingen en de voorwaarden die door de betrokken bevoegde autoriteiten respectievelijk zijn verleend en gesteld

10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm juncto 48, eerste lid, juncto 47 juncto 42, eerste lid, juncto 16, onderdeel c, tweede volzin, EVOA

M

288

a

Minder dan 3 dagen voordat de doorvoer door de EG van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen waarop de algemene informatieverplichtingen niet van toepassing zijn, plaatsvindt, een afschrift van het ingevulde vervoersdocument zenden aan het bevoegde gezag

10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm juncto 48, eerste lid, juncto 47 juncto 42, eerste lid, juncto 16, onderdeel b, EVOA

M

288

b

Doorvoer door de EG van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen waarop de algemene informatieverplichtingen van toepassing zijn, gaat niet vergezeld van de in Bijlage VII bij de EVOA genoemde informatie

10.60, vijfde lid, onderdeel b, Wm juncto 48, eerste lid, juncto 47 juncto 42, eerste lid, juncto 18, eerste lid, onderdeel a, EVOA

M

289

 

Een voor de overbrenging van afvalstoffen niet daartoe aangewezen douanekantoor van binnenkomst en van uitgang gebruiken

10.60, vijfde lid, onderdeel c, Wm juncto 55, laatste volzin, EVOA

ARTIKEL VII

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop het voorstel van wet tot wijziging van de Wet milieubeheer, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, de Wet verontreiniging zeewater en de Wet op de economische delicten ter uitvoering van verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PbEU L 190) (Kamerstukken II 2006-2007, 30 987, nr. 2), na tot wet te zijn verheven, in werking treedt.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

histnoot

’s-Gravenhage, 19 juni 2007

Beatrix

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. M. Cramer

Uitgegeven de tiende juli 2007

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

1. Inleiding

Met het onderhavige besluit worden diverse algemene maatregelen van bestuur (hierna: AMvB’s) aangepast aan de Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PbEU L 190) (hierna: de EVOA). Deze verordening vervangt de huidige Verordening (EEG) nr. 259/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap (PbEG L 30) (hierna: de huidige EVOA). Deze laatste is herhaaldelijk gewijzigd en nu weer een ingrijpende wijziging noodzakelijk was, is omwille van de duidelijkheid besloten de verordening in haar geheel te vervangen.

De EVOA is van toepassing op het overbrengen van afvalstoffen tussen, naar en uit de landen van de Europese Gemeenschap (hierna: EG), met als hoofddoel de bescherming van het milieu. Met het vervangen van de huidige EVOA is beoogd een zodanige impuls te geven aan de organisatie en de regulering van het toezicht en de controle op de overbrenging van afvalstoffen dat sprake zal zijn van een uniformere toepassing van de EVOA in de gehele EG. Voor een nadere toelichting op de EVOA, alsmede op de wijzigingen in nationale wetgeving wordt verwezen naar de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet milieubeheer, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, de Wet verontreiniging zeewater en de Wet op de economische delicten ter uitvoering van verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PbEU L 190) (hierna: wetswijziging). De wetswijziging voorziet in de maatregelen die noodzakelijkerwijs getroffen moeten worden ter uitvoering van de EVOA. De maatregelen krijgen hoofdzakelijk hun beslag via een aanpassing van de Wet milieubeheer (hierna: de Wm). Daarnaast strekt een op artikel 10.56, tweede lid, van de Wm gebaseerde ministeriële regeling tot uitvoering van de EVOA. Het onderhavige besluit betreft de noodzakelijke aanpassingen van diverse AMvB’s aan de EVOA.

De EVOA wordt per 12 juli 2007 in de lidstaten van toepassing. Ook de nationale wetgeving, noodzakelijk om de EVOA in Nederland te kunnen handhaven, dient derhalve per 12 juli 2007 in werking te treden.

2. Strekking van het besluit

2.1 Algemeen

Omdat de EVOA een verordening is, werkt zij rechtstreeks in de lidstaten, waarbij er in beginsel geen ruimte is voor nationale wetgeving. Dit is slechts anders indien de verordening bepaalt dat dient te worden voorzien in nationale wetgeving, dan wel vaststelt dat de lidstaten in aangegeven categorieën van gevallen de bevoegdheid hebben om regels te stellen. Voorts is aanvullende wetgeving in enkele gevallen noodzakelijk om een juiste toepassing van de EVOA binnen de nationale rechtsorde mogelijk te maken. Het betreft daarbij regels gericht op de uitvoering, handhaving en sanctionering. Dit laatste is ook in het kader van de EVOA het geval. De hierboven genoemde wetswijziging voorziet daarin.

Daarnaast is, zoals hierboven al beschreven, een ministeriële regeling opgesteld, waarin onder andere de regulering van de borgstelling is opgenomen.

Met het onderhavige besluit worden de noodzakelijke wijzigingen in enkele AMvB’s doorgevoerd, die samenhangen met het in werking treden van de EVOA en de gewijzigde Wm. Het betreft de volgende AMvB’s:

– het Besluit beheer autowrakken;

– het Besluit kwaliteitseisen handhaving milieubeheer;

– het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen;

– het Besluit verbranden afvalstoffen;

– het P.C.B.-, P.C.T.- en chlooretheen-besluit Wet milieugevaarlijke stoffen, en

– het Transactiebesluit milieudelicten.

De eerste vijf van de hier genoemde AMvB’s worden slechts technisch aangepast aan de EVOA. Inhoudelijk heeft het onderhavige besluit geen gevolgen voor de betreffende AMvB’s. Overigens is in de aanhef van het onderhavige besluit de Wm als rechtsgrondslag genoemd zonder specifieke artikelen. Voor die constructie is gekozen vanwege het grote aantal artikelen van de Wm dat de grondslag biedt voor de bij het onderhavige besluit te wijzigen regelingen. In ieder geval de artikelen 8.2, tweede lid, 8.5, 8.40, 8.44, 8.45, 10.15 tot en met 10.17, 10.22, tweede lid, 10.41 tot en met 10.43, 10.44, derde lid, 10.61, eerste lid, en 18.3, eerste tot en met derde lid, van de Wm liggen ten grondslag aan het onderhavige besluit.

Ook via het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet heeft implementatie van de huidige EVOA plaatsgevonden. De als gevolg van het in werking treden van de EVOA noodzakelijke aanpassing van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet wordt meegenomen met andere wijzigingen van het betreffende besluit.

2.2 Transactiebesluit milieudelicten

Het Transactiebesluit milieudelicten, waarvoor de Minister van Justitie eerstverantwoordelijk is, heeft tot doel om voor eenvoudige en veel voorkomende overtredingen en misdrijven op het terrein van het milieu een strafrechtelijke transactiebevoegdheid in handen te leggen van het bestuur. De transactiebevoegdheid van het bestuur blijft beperkt tot die feiten die eenvoudig van aard zijn, veel voorkomen, gemakkelijk op te sporen en bewijsbaar zijn, en niet tot veel discussie met de verdachte leiden. Met betrekking tot de EVOA is in het Transactiebesluit milieudelicten de mogelijkheid tot een bestuurlijke transactie opgenomen voor:

– overtreding van bepalingen inzake verplichtingen de overbrenging van afvalstoffen vergezeld te laten gaan van de nodige documenten;

– overtreding van bepalingen inzake verplichtingen tot het verzenden van een afschrift van de ingevulde vergunning aan het bevoegd gezag, en

– het gebruik van een niet daartoe aangewezen douanekantoor.

In de EVOA zijn de verschillende verplichtingen opgenomen in andere bepalingen dan in de huidige EVOA. De onderhavige wijziging betreft de daardoor ontstane noodzakelijke aanpassing van de verwijzingen. Het onderhavige besluit brengt geen inhoudelijke wijzigingen met zich mee.

3. Effecten

3.1 Administratieve lasten en overige bedrijfslasten

Het onderhavige besluit brengt geen administratieve lasten of andere lasten voor het bedrijfsleven met zich mee, nu het enkel strekt tot aanpassing van verwijzingen naar de EVOA. Een bespreking van de gevolgen voor het bedrijfsleven van de EVOA in het algemeen is opgenomen in de memorie van toelichting bij het in de inleiding genoemde wetsvoorstel.

3.2 Milieueffecten

De wijziging van de EVOA is ingegeven door het streven tot bescherming en verbetering van de milieukwaliteit. Met de betreffende wijzigingen ten opzichte van de huidige EVOA is beoogd uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de regelgeving inzake overbrenging van afvalstoffen te vergroten. Dientengevolge zal het naleefgedrag verbeteren, hetgeen uiteindelijk tot minder aantasting van het milieu zal leiden.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. M. Cramer


XHistnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid j° vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.