Besluit van 14 februari 2006, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 22 december 2005, Stb. 2006, 28, tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het stellen van een inburgeringsvereiste bij het toelaten van bepaalde categorieën vreemdelingen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie van 6 februari 2006, nr. 5401647/06/6;

Gelet op artikel II van de Wet van 22 december 2005, Stb. 2006, 28, tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het stellen van een inburgeringsvereiste bij het toelaten van bepaalde categorieën vreemdelingen (Wet inburgering in het buitenland);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig Artikel

De Wet van 22 december 2005, Stb. 2006, 28, tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het stellen van een inburgeringsvereiste bij het toelaten van bepaalde categorieën vreemdelingen (Wet inburgering in het buitenland) treedt in werking met ingang van 15 maart 2006.

Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 14 februari 2006

Beatrix

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,

M. C. F. Verdonk

Uitgegeven de drieëntwintigste februari 2006

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

Naar boven