Wet van 7 april 2006 tot wijziging van de Flora- en Faunawet in verband met de verruiming van de mogelijkheden tot beheer en schadebestrijding van beschermde inheemse diersoorten

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de mogelijkheden te verruimen tot beheer en schadebestrijding ten aanzien van dieren behorende tot beschermde inheemse diersoorten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Flora- en faunawet wordt als volgt gewijzigd:

A0

In artikel 1, eerste lid, wordt na de begripsomschrijving van «faunabeheerplan» ingevoegd:

wildbeheereenheid: een rechtspersoonlijkheid bezittend samenwerkingsverband van jacht(akte)houders en anderen dat tot doel heeft te bevorderen dat jacht, beheer en schadebestrijding, al dan niet ter uitvoering van het door de faunabeheereenheid opgestelde faunabeheerplan, wordt uitgevoerd mede in samenwerking met en mede ten dienste van grondgebruikers of terreinbeheerders;.

A

Artikel 39, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel e komt te luiden:

e. er grond is om aan te nemen dat de aanvrager van de bevoegdheid om wapens en munitie voorhanden te hebben misbruik zal maken of hierdoor een gevaar voor zichzelf, de openbare orde of de veiligheid kan gaan vormen;.

2. De onderdelen f tot en met h worden geletterd h tot en met j.

3. Er worden twee onderdelen ingevoegd, luidende:

f. er grond is om aan te nemen dat de aanvrager van de bevoegdheid om te jagen misbruik zal maken of hierdoor een gevaar voor zichzelf, de openbare orde of de veiligheid kan gaan vormen;

g. er grond is om aan te nemen dat de aanvrager van de bevoegdheden in het kader van beheer en schadebestrijding als bedoeld in Hoofdstuk V, titel III, afdeling 1, § 3, misbruik zal maken of hierdoor een gevaar voor zichzelf, de openbare orde of de veiligheid kan gaan vormen;.

B

Artikel 41, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt «of» vervangen door een puntkomma.

2. In onderdeel b wordt de punt aan het slot van het onderdeel vervangen door een puntkomma.

3. Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

c. er grond is om aan te nemen dat de houder van zijn bevoegdheden in het kader van beheer en schadebestrijding als bedoeld in Hoofdstuk V, titel III, afdeling 1, § 3, misbruik maakt.

C

In artikel 42, vierde lid, wordt na «is geweigerd of ingetrokken» ingevoegd: of mede is geweigerd of ingetrokken.

D

Artikel 54, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. De verzekering van de houder van een jachtakte als bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel a, dient eveneens de burgerrechtelijke aansprakelijkheid, bedoeld in het eerste lid, te dekken van ieder die in zijn gezelschap met een geweer jaagt en beschikt over een jachtakte als bedoeld in artikel 45.

E

Vervallen.

F

Artikel 63 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «ter preparatie bestemde dode dieren of geprepareerde dieren» vervangen door: te prepareren of geprepareerde producten van dieren.

2. In het tweede lid, onderdelen a, b en c, en het derde lid wordt «dieren» vervangen door: producten van dieren.

G

Artikel 65 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdelen a en b, vervallen de woorden «veelvuldig belangrijke».

2. In het tweede lid wordt «ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren» vervangen door: ter voorkoming van:

a. belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren, of

b. schade aan de fauna.

3. In het derde en vierde lid wordt na «door hem gebruikte opstallen» telkens ingevoegd: ter voorkoming van in het huidige of komende jaar dreigende schade als bedoeld in het tweede lid, binnen de grenzen van het werkgebied van de wildbeheereenheid waarin die gronden of opstallen zijn gelegen.

4. In het vijfde lid vervalt de zinsnede «ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren».

5. Het achtste lid vervalt.

6. Het negende en tiende lid worden vernummerd tot achtste en negende lid.

7. Na het negende lid (nieuw) wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

  • 10. De begrenzing van het werkgebied van een wildbeheereenheid als bedoeld in het derde en vierde lid, wordt door de desbetreffende wildbeheereenheid vastgesteld en aangegeven op een kaart. Het werkgebied van een wildbeheereenheid strekt zich niet uit tot een gebied waarover zich de zorg van een andere wildbeheereenheid uitstrekt. Door de tussenkomst van gedeputeerde staten van de provincie of provincies waarin het desbetreffende gebied is gelegen wordt de begrenzing van het werkgebied van een wildbeheereenheid bekendgemaakt in het provinciaal blad.

H

Artikel 67 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «in afwijking van het bepaalde in de artikelen 9, 11, 12, 50, 51 en 53» vervangen door: in afwijking van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 9, 11, 12, 50, 51, 53, 72, vijfde lid, en 74.

2. Onder vernummering van het tweede tot en met zevende lid tot derde tot en met achtste lid, wordt een nieuw tweede lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Gedeputeerde staten kunnen bij het treffen van een bepaling als bedoeld in het eerste lid niet afwijken van het bepaalde bij of krachtens artikel 72, vijfde lid;

    a. voorzover de bepaling ziet op het beperken van de stand van bij de in het eerste lid bedoelde ministeriële regeling aangewezen vogelsoorten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, of

    b. voor het toestaan van middelen die onnodig lijden van dieren veroorzaken.

I

Artikel 68 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 9 tot en met 18 en 72, vijfde lid» vervangen door: van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 9 tot en met 18, 53, eerste lid, onderdelen c en d, 72, vijfde lid, en 74.

2. Onder vernummering van het tweede tot en met vijfde lid tot derde tot en met zesde lid wordt een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Gedeputeerde staten kunnen bij verlening van een ontheffing als bedoeld in het eerste lid niet afwijken van het bepaalde bij of krachtens artikel 72, vijfde lid, voor het toestaan van middelen die onnodig lijden van dieren veroorzaken.

3. In het nieuwe vijfde lid wordt «het tweede lid» vervangen door: het derde lid.

4. Het nieuwe zesde lid komt te luiden:

  • 6. Gedeputeerde staten doen tegelijkertijd met of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van besluiten als bedoeld in het eerste en vijfde lid mededeling van deze besluiten in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen of op andere geschikte wijze. Van besluiten als bedoeld in het eerste juncto derde lid wordt tevens tegelijkertijd met of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van deze besluiten mededeling gedaan in de Staatscourant. Een afschrift van deze besluiten sturen zij aan Onze Minister.

Ia

In artikel 75 wordt, onder vernummering van het vierde tot en met zesde lid tot vijfde tot en met zevende lid, een nieuw vierde lid ingevoegd, luidende:

  • 4. Onze Minister kan bij verlening van een ontheffing als bedoeld in het derde lid niet afwijken van het bepaalde bij of krachtens artikel 72, vijfde lid, voor het toestaan van middelen die onnodig lijden van dieren veroorzaken.

J

In artikel 84 wordt onder vernummering van het tweede tot het derde lid een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Voor de behandeling van een aanvraag voor een tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid kan een vergoeding van kosten gevraagd worden overeenkomstig een bij ministeriële regeling te bepalen tarief.

K

In artikel 103 wordt «75, eerste en vierde lid, onderdeel c» vervangen door: 75, eerste en zesde lid, onderdeel c.

ARTIKEL II

De Wet wapens en munitie wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 27, tweede lid, onderdeel b, komt te luiden:

b. op grond van artikel 26, tweede lid, voor de jacht en beheer en schadebestrijding bestemde wapens voorhanden mogen hebben, voor wat betreft het terrein waar zij tot de jacht en beheer en schadebestrijding gerechtigd zijn.

B

In de artikelen 32, eerste lid, en 42, tweede lid, wordt «voor de jacht bestemde wapens» vervangen door: voor de jacht en beheer en schadebestrijding bestemde wapens.

ARTIKEL III

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te

’s-Gravenhage, 7 april 2006

Beatrix

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

C. P. Veerman

Uitgegeven de elfde mei 2006

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner


XHistnoot

Kamerstuk 29 448

Naar boven