Besluit van 5 december 2005, houdende (gedeeltelijke) inwerkingtreding van de artikelen 9, 124 en 129 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 28 november 2005, nr. TRCJZ/2005/2201, Directie Juridische Zaken;

Gelet op artikel 130, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig Artikel

Artikel 9, artikel 124, onderdeel A, voor wat betreft de artikelen 2bis, 3, 4, 5, 5bis, 6, 6bis, 7, 8, 9, 9a, 10a, 12, 13, 14, 35, 38, 44, 45, 48, 49, 50, 50a, 64ter, 76, 77, 77bis, 77ter, 78, 79, 80, 85, 94, 96, 97, 99, 100, 101 en 102, en artikel 129, onderdelen c, d, e en f, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren treden in werking met ingang van 1 januari 2006.

Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 5 december 2005

Beatrix

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

C. P. Veerman

Uitgegeven de twintigste december 2005

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

NOTA VAN TOELICHTING

1. Inleiding

Dit besluit strekt ertoe de artikelen 9, 124 en 129 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (hierna: Gwwd), voor zover dat nog niet is gebeurd, in werking te doen treden. Met de inwerkingtreding komen de titels I tot en met IV, titel VI en titel VII van de Veewet te vervallen en worden de Vogelziektenwet, de Runderhorzelwet, de Wet tot wering van besmettelijke ziekten bij knaagdieren en de Nertsen-Ziektenwet ingetrokken. Artikel 9 van de Gwwd houdt een verbod in tot het doen verblijven van dieren op een terrein waarop zich vuilnis bevindt of waarop vuilnis pleegt te worden gestort of bewaard, en strekt ter vervanging van artikel 35 van de Veewet, dat met dit besluit komt te vervallen.

De op de Veewet en de andere genoemde wetten gebaseerde regels zullen, voor zover zij niet al waren ondergebracht in het regelgevingscomplex van de Gwwd, niet worden gecontinueerd.

In deze toelichting zal eerst worden ingegaan op de achtergronden van de intrekking van de Veewet, de Vogelziektenwet, de Runderhorzelwet, de Wet tot wering van besmettelijke ziekten bij knaagdieren en de Nertsen-Ziektenwet. Daarna wordt aandacht besteed aan de eventuele administratieve lasten en bedrijfseffecten van dit besluit en tot slot geeft deze toelichting een overzicht van de lagere regelgeving die met de intrekking van de wetten komt te vervallen.

2. Achtergronden

De regelgeving ter wering, preventie en bestrijding van dierziekten is op dit moment versnipperd geregeld. De Gwwd vormt sinds 1993 ontegenzeggelijk de kern van het veterinaire regelgevingscomplex, maar verschillende specifieke wetten zijn tot nu toe in stand gehouden, ook al voorzag de Gwwd reeds in de intrekking daarvan: de Veewet, de Vogelziektenwet, de Runderhorzelwet, de Wet tot wering van besmettelijke ziekten bij knaagdieren en de Nertsen-Ziektenwet.

De Gwwd is uitdrukkelijk ontworpen ter vervanging van de Veewet en de andere genoemde wetten. Verschillende ontwikkelingen leidden er destijds toe dat de Veewet zodanig zou dienen te wijzigen dat men de voorkeur gaf aan het vervangen van deze wet door een nieuwe wet. Deze nieuwe wet zou dan het kader bieden voor alle regelgeving met betrekking tot de omgang met dieren. De Vogelziektenwet, de Runderhorzelwet, de Wet tot wering van besmettelijke ziekten bij knaagdieren en de Nertsen-Ziektenwet konden derhalve met de invoering van de Gwwd vervallen.

Van enkele artikelen van de Veewet, te weten de artikelen 66 en 68 tot en met 73 van titel V betreffende de uitvoer van vlees en vleesproducten, werd de voortzetting ten tijde van de vaststelling van de Gwwd nog noodzakelijk geacht. Bovendien is later een nieuwe titel 5a inzake financiële bepalingen in de Gwwd ingevoegd. Titels V en Va zullen bij wet worden ingetrokken. Het wetsvoorstel wat hierin voorziet is inmiddels aanhangig bij de Tweede Kamer.1

3. Administratieve lasten en bedrijfseffecten

Er worden geen administratieve lasten veroorzaakt door de intrekking van de Veewet. De titels I tot en met IV, VI en VII van de Veewet vervallen. De Vogelziektenwet, de Runderhorzelwet, de Wet tot wering van besmettelijke ziekten bij knaagdieren en de Nertsen-Ziektenwet en de daarop gebaseerde regelingen zijn mede gericht op het handelen in geval van bijzondere situaties zoals het uitbreken van besmettelijke dierziektes. Alleen wanneer er sprake is van (een vermoeden van) uitbraak van besmettelijke dierziektes is die wet- en regelgeving van toepassing. Voorts waren deze wetten en de daarop gebaseerde regelgeving in de praktijk niet of nauwelijks meer in gebruik. De Gwwd vormt immers nu de kern van de veterinaire regelgeving. Deze wet biedt de basis voor de nodige preventie- en bestrijdingsmaatregelen in geval van een uitbraak, óók indien het gaat om uitbraak van een dierziekte waarop een van de genoemde wetten betrekking heeft. Omdat de Gwwd de rol van de in te trekken wetten heeft overgenomen, heeft de intrekking van die wetten geen gevolgen voor de administratieve lasten. Bovendien leidt dit ontwerpbesluit niet tot nieuwe regels met als gevolg dat er geen bedrijfseffecten aan verbonden zijn.

4. Overzicht van de op de genoemde wetten gebaseerde lagere regelgeving

De volgende besluiten en regelingen zullen met de inwerkingtreding van artikel 124 van de Gwwd vervallen:

– Besluit aanwijzing ambtenaren ingevolge de artikelen 2, laatste lid, en 2 bis van de Veewet,

– Besluit aanwijzing wetenschappelijke inrichtingen,

– Aanwijzing inrichting ten dienste van de Veeartsenijkundige Dienst,

– Aanwijzing wetenschappelijke inrichting,

– Besluit voorschriften veeartsenijkundig toezicht op veemarkten,

– Besluit ex artikel 6 Veewet,

– Nieuwe voorschriften ter uitvoering van artikel 8 van de Veewet,

– Regeling bedrijfscontrole dierziekten 1993,

– Regeling in- en doorvoer vlees 1979,

– Regeling in- en doorvoer vleesproducten 1985,

– Regeling aanwijzing registrerende diensten in het kader van de Regeling in- en doorvoer vleesproducten 1985 en de Regeling in- en doorvoer vlees 1979,

– Besluit tarieven in- en doorvoer vee en veeproducten,

– Uitvoeringsbesluit ex artikel 9 Veewet,

– Besluit ex artikelen 45 en 48 Veewet,

– Besluit voorschriften wering van voor konijnen besmettelijke ziekten en tot bestrijding van voor nertsen besmettelijke ziekten,

– Besluit voorschriften tot wering en bestrijding van vesiculaire varkensziekte,

– Besluit toepassingverklaring artikelen 9 en 11,

– Aanwijzing opsporingsambtenaren Veewet,

– Besluit voorschriften ter voorkoming van verspreiding smetstof door inrichtingen van onderwijs en onderzoek,

– Besluit aanwijzing wetenschappelijke inrichtingen waarop de Veewet niet van toepassing is.

De volgende besluiten en regelingen zullen met de inwerkingtreding van artikel 129 van de Gwwd vervallen:

– Aanwijzing newcastle disease als besmettelijke vogelziekte,

– Aanwijzing vogelcholera als besmettelijke vogelziekte,

– Aanwijzing vogelpest als besmettelijke vogelziekte,

– Beschikking wering besmettelijke pluimveeziekten,

– Regeling in- en doorvoer van pluimveeproducten 1993,

– Regeling tarieven in- en doorvoer overige producten 1993,

– Aanwijzing opsporingsambtenaren Nertsen-Ziektenwet,

– Beschikking aanwijzing virus enteritis als besmettelijke ziekte van nertsen,

– Beschikking aanwijzing opsporingsambtenaren Wet tot wering van besmettelijke ziekten bij knaagdieren,

– Regeling invoer konijnen- en hazenvlees 1993.

De Regeling tarieven in- en doorvoer overige producten 1993 is mede gebaseerd op de artikelen 13, 19, 27 en 28 van de Landbouwwet. Deze regeling zal dus niet als gevolg van dit besluit vervallen. Omdat deze regeling slechts tarieven betreft voor onderzoek als bedoeld in de Regeling keuring en handelsverkeer konijnen- en hazenvlees 1993, de Regeling in- en doorvoer pluimveeproducten 1993 en de Regeling in- en doorvoer vleesproducten 1985, die wel zullen vervallen, is het voortbestaan van de regeling onwenselijk. De regeling zal daarom na inwerkingtreding van dit besluit worden ingetrokken.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

C. P. Veerman


XNoot
1

Kamerstukken II 2005/06, 30 331, nr. 2.

Naar boven