Besluit van 27 september 2004, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 6 juli 2004 tot wijziging van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen en de Wet op de economische delicten in verband met richtlijn nr. 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen (PbEG L 332), (Stb. 348) en het Besluit havenontvangstvoorzieningen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 21 september 2004, nr. HDJZ/SCH/2004-2149, Hoofddirectie Juridische Zaken;

Gelet op artikel VI van de wet van 6 juli 2004 tot wijziging van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen en de Wet op de economische delicten in verband met richtlijn nr. 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen (PbEG L 332), (Stb. 348) en op artikel 13 van het Besluit havenontvangstvoorzieningen;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig Artikel

De wet van 6 juli 2004 tot wijziging van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen en de Wet op de economische delicten in verband met richtlijn nr. 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen (PbEG L 332), (Stb. 348), en het Besluit havenontvangstvoorzieningen treden in werking met ingang van 15 oktober 2004.

Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 27 september 2004

Beatrix

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

K. M. H. Peijs

Uitgegeven de zevende oktober 2004

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

NOTA VAN TOELICHTING

Met de inwerkingtreding van de wet van 6 juli 2004 tot wijziging van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen en de Wet op de economische delicten in verband met richtlijn nr. 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen (PbEG L 332), (Stb. 348) en het Besluit havenontvangstvoorzieningen is de implementatie van richtlijn nr. 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen (PbEG L 332) grotendeels afgerond. De niet in deze wet en het bijbehorende Besluit havenontvangstvoorzieningen geïmplementeerde bepalingen uit genoemde richtlijn zijn geïmplementeerd in de Regeling havenontvangstvoorzieningen. Deze regeling treedt krachtens een eigen inwerkingtredingbepaling eveneens op 15 oktober 2004 in werking.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

K. M. H. Peijs

Naar boven