Besluit van 10 september 1998, houdende wijziging
van het Besluit personenvervoer in verband met het beperken van mutaties in
het normatieve kostenniveau als gevolg van verrichte voorbereidingshandelingen
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 10 juli
1998, nr. CDJZ/WJZ/191/1998, Centrale Directie Juridische Zaken;
Gelet op de artikelen 39, 40 en 42 van de Wet personenvervoer;
De Raad van State gehoord (advies van 24 juli 1998, nr. W09.98.0312);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van
3 september 1998, nr. CDJZ/WJZ/656–98, Centrale Directie Juridische
Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
ARTIKEL I
Het Besluit personenvervoer1 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 75 wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de bestaande tekst wordt het cijfer 1. geplaatst.
2. Na het laatste woord van de bestaande tekst worden de woorden toegevoegd:
of bedragen.
3. Na het eerste lid wordt een tweede lid toegevoegd dat komt te luiden:
ARTIKEL II
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota
van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
histnoot's-Gravenhage, 10 september 1998
Beatrix
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
T. Netelenbos
Uitgegeven de eerste oktober 1998
De Minister van Justitie,
A. H. Korthals
NOTA VAN TOELICHTING
Aanleiding voor de wijziging is de tussen de minister en de bijdragegerechtigde
overheden gemaakte afspraak dat de teruggang of toename van het normatieve
kostenniveau ten gunste van een overheid kan worden aangepast indien zij voorbereidende
stappen nemen op weg naar meer marktwerking in het openbaar vervoer (brief
van 5 maart 1998, nr. DGP/V820269). Op basis van deze afspraak voorziet artikel
75, tweede lid, van dit besluit in een grondslag voor het verdisconteren van
voorbereidingshandelingen inzake aanbesteding van openbaar vervoer in de vaststelling
van het normatieve kostenniveau.
Genoemde handelingen worden nader uitgewerkt in een ministeriële
regeling waarin overeenkomstig artikel 73 jo. 75, eerste lid, van het Besluit
personenvervoer het normatieve kostenniveau wordt vastgesteld. Uitgangspunt
van de mutaties als bedoeld in artikel 75, eerste lid, is dat de toe- of afname
in kostenniveau voor gelijke gevallen aan dezelfde maxima is gebonden. Van
het uitgangspunt van deze maxima kan op grond van het tweede lid worden afgeweken
indien voorafgaande aan het jaar waarvoor een bijdrage wordt vastgesteld bedoelde
voorbereidingshandelingen zijn verricht. Effectuering van voorbereidingshandelingen
zal leiden tot een minder grote afname of ruimere toename van het normatief
kostenniveau voor betreffende overheid, hetgeen per saldo zal leiden tot meer
rijksbijdrage.
Het begrip voorbereidingshandeling betekent in het kader van artikel 75,
tweede lid, dat het niet om een besluit tot aanbesteding van openbaar vervoer
kan gaan, in de zin van het gunnen van een opdracht het vervoer te verrichten
na onderlinge vergelijking van inschrijvingen. De voorbereidingshandelingen
hebben betrekking op de procedure die aan het daadwerkelijk gunnen van de
opdracht voorafgaat, zoals het in kaart brengen van het gebied waarbinnen
openbaar vervoer wordt aanbesteed of een openbaar verzoek aan vervoerbedrijven
om voorstellen voor het verrichten van openbaar vervoer in dat gebied in te
dienen.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
T. Netelenbos
XNoot
1Stb. 1987, 506, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 10 september
1998, Stb. 562.
XHistnoot
Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond
van artikel 25a, vierde lid, onder b, van de Wet op de Raad van State, omdat
het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.