Wet van 1 juli 1998 tot aanpassing van wetgeving aan de wijziging van de Faillissementswet in verband met de sanering van schulden van natuurlijke personen (Tweede invoeringswet schuldsaneringsregeling natuurlijke personen)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is enkele aanvullende regelingen te geven tot wijziging van een aantal wetten met het oog op de wijziging van de Faillissementswet in verband met de sanering van schulden van natuurlijke personen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's1 wordt als volgt gewijzigd:

A. In artikel 7, eerste lid, onderdeel b, wordt «niet in staat van faillissement heeft verkeerd,» vervangen door: niet in staat van faillissement heeft verkeerd, noch ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is geweest,.

B. In artikel 7, tweede lid, onderdeel c, wordt «niet in staat van faillissement heeft verkeerd,» vervangen door: niet in staat van faillissement heeft verkeerd, noch ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is geweest,.

ARTIKEL II

In artikel 2, tweede lid, van de Advocatenwet2 wordt na «in staat van faillissement heeft verkeerd» toegevoegd: , noch ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is geweest.

ARTIKEL III

In artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de Wet inzake de wisselkantoren3 wordt na «in staat van faillissement is verklaard» toegevoegd: of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard.

ARTIKEL IV

De Wet assurantiebemiddelingsbedrijf4 wordt als volgt gewijzigd:

A. In artikel 21, tweede lid, onderdeel b, wordt «niet in staat van faillissement verkeert» vervangen door: niet in staat van faillissement verkeert en dat ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling niet van toepassing is.

B. Aan artikel 23, eerste lid, onderdeel d wordt toegevoegd: of ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard.

ARTIKEL V

In artikel 76, eerste lid, van de Wet tegemoetkoming studiekosten5 wordt «faillissementsbeslag» vervangen door: beslag ingevolge faillissement of toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen.

ARTIKEL VI

De Algemene wet bestuursrecht6 wordt als volgt gewijzigd:

A. In artikel 4:35, tweede lid, onderdeel b, worden de woorden «surséance van betaling is verleend» vervangen door: surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard.

B. In artikel 8:22, eerste lid, worden de woorden «surséance van betaling» vervangen door: surséance van betaling of toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen.

ARTIKEL VII

Artikel 642r van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering7 wordt als volgt gewijzigd:

A. In het vierde lid wordt na «de curator in dat faillissement» toegevoegd: of, ingeval van toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, door de bewindvoerder.

B. In het vijfde lid wordt na «faillissement» ingevoegd: of toepassing ten aanzien van hem van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen.

ARTIKEL VIII

De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering8 wordt als volgt gewijzigd:

A. In artikel 75, zevende lid, onderdeel a, wordt «in staat van faillissement is verklaard of ophoudt werkgever te zijn;» vervangen door: in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard dan wel de dag waarop hij ophoudt werkgever te zijn;.

B. In artikel 75b, vijfde lid, wordt «Indien de werkgever in staat van faillissement is verklaard of ophoudt werkgever te zijn,» vervangen door: Indien de werkgever in staat van faillissement is verklaard, of indien ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel indien hij ophoudt werkgever te zijn,.

ARTIKEL IX

Het Burgerlijk Wetboek9 wordt als volgt gewijzigd:

A. In artikel 435, vijfde lid, van Boek 1 wordt «zijn gesteld en zij die in staat van faillissement verkeren, kunnen niet» vervangen door: zijn gesteld, zij die in staat van faillissement verkeren en zij ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is, kunnen niet.

B. In artikel 1316 van Boek 8 wordt «artikel 60, tweede lid, eerste zin, derde lid en vierde lid, van de Faillissementswet» vervangen door: de artikelen 60, tweede lid, eerste zin, derde lid en vierde lid, en 299b, derde tot en met vijfde lid, van de Faillissementswet.

ARTIKEL X

Indien het bij koninklijke boodschap van 1 oktober 1993 ingediende voorstel van wet, houdende inwerkingtreding van en aanpassing van wetgeving aan de wijziging van de Faillissementswet in verband met de sanering van schulden van natuurlijke personen (kamerstukken II 1993/94, 23 429)10, tot wet wordt verheven, vervallen met ingang van het tijdstip waarop die wet in werking treedt, van die wet de artikelen I onderdeel B, II onderdeel C, X, XVIII, XXVII, XXXIII, XLII, LIII en LIV.

ARTIKEL XI

Indien het bij koninklijke boodschap van 28 december 1992 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Faillissementswet in verband met de sanering van schulden van natuurlijke personen (kamerstukken II 1992/93, 22 969) tot wet wordt verheven, wordt met ingang van het tijdstip waarop die wet in werking treedt, die wet gewijzigd als volgt:

In artikel 292, achtste lid, vervallen de derde en de vierde zin.

ARTIKEL XII

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

ARTIKEL XIII

Deze wet wordt aangehaald als: Tweede invoeringswet schuldsaneringsregeling natuurlijke personen.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 1 juli 1998

Beatrix

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

Uitgegeven de drieëntwintigste juli 1998

De Minister van Justitie a.i.,

H. F. Dijkstal


XNoot
1

Stb. 1994, 29, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 juni 1994, Stb. 640.

XNoot
2

Stb. 1984, 418, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 juni 1998, Stb. 446.

XNoot
3

Stb. 1994, 903, gewijzigd bij de wet van 10 juli 1995, Stb. 355.

XNoot
4

Stb. 1995, 179, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 juni 1998, Stb. 446.

XNoot
5

Stb. 1995, 676, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 april 1998, Stb. 228.

XNoot
6

Stb. 1998, 1, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 juni 1998, Stb. 447.

XNoot
7

Laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 juni 1998, Stb. 446.

XNoot
8

Stb. 1987, 89, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 11 juni 1998, Stb. 412.

XNoot
9

Laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 juni 1998, Stb. 446.

XNoot
10

Stb. 1998, 446.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 1997/98, 25 961.

Handelingen II 1997/98, blz. 5950.

Kamerstukken I 1997/98, 25 961 (358, 358a).

Handelingen I 1997/98, blz. 1770–1771, zie vergadering d.d. 29 juni 1998.

Naar boven