Besluit van 18 juli 1996 tot inwerkingtreding van de Wet van 20 juni 1996, houdende wijziging van de Auteurswet 1912 en de Wet op de naburige rechten in verband met richtlijn nr. 93/83/EEG van de Raad van de Europese gemeenschappen van 27 september 1993 tot coördinatie van bepaalde voorschriften betreffende het auteursrecht en naburige rechten op het gebied van de satellietomroep en de doorgifte via de kabel (PbEG L 248)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 9 juli 1996, nr. 566555/96/6, Directie Wetgeving;

Gelet op artikel IV van de Wet van 20 juni 1996 (Stb. 364);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De Wet van 20 juni 1996, houdende wijziging van de Auteurswet 1912 en de wet op de naburige rechten in verband met richtlijn nr. 93/83/EEG van de Raad van de Europese gemeenschappen van 27 september 1993 tot coördinatie van bepaalde voorschriften betreffende het auteursrecht en naburige rechten op het gebied van de satellietomroep en de doorgifte via de kabel (PbEG L 248) (Stb. 1996, 364) treedt in werking met ingang van 1 september 1996.

Onze Minister van Justitie in belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Tavarnelle, 18 juli 1996

Beatrix

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

Uitgegeven de vijftiende augustus 1996

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

Naar boven