Aanvulling Provinciaal Programma Overijssel: Natura 2000 beheerplan - Buurserzand en Haaksbergerveen - aanvullingen in verband met het Veegbesluit

Gedeputeerde Staten van Overijssel,

Overwegende dat de minister voor Natuur en Stikstof op 25 november 2022 het ‘Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden’ (hierna: 'Veegbesluit') nam;

Overwegende dat het Veegbesluit voor Overijssel in 14 Natura 2000-gebieden in totaal voor 49 habitattypen en 5 soorten instandhoudingsdoelstellingen toevoegt aan de Natura 2000-aanwijzingsbesluiten;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten voor de nieuwe instandhoudingsdoelstellingen maatregelen moeten treffen om de doelstellingen te realiseren;

Overwegende dat deze maatregelen opgenomen worden in aanvullingen op de bestaande Natura 2000-beheerplannen en deze plannen aangemerkt worden als een programma onder de Omgevingswet;

Gelet op artikel 3.8, lid 3 van de Omgevingswet

Gelet op afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht

Besluiten:

Artikel I

Het ontwerp van de aanvulling op het Natura 2000-beheerplan van Buurserzand en Haaksbergerveen vast te stellen

zoals is aangegeven in Bijlage A.

Artikel II

[Gereserveerd]

Gedeputeerde Staten voornoemd.

Bijlage A

Provinciaal Programma: Aanvulling Natura 2000 beheerplan - Buurserzand en Haaksbergerveen

Hoofdstuk 1 Inleiding

Paragraaf 1.1 Aanleiding

Op 25 november 2022 stelde de minister voor Natuur en Stikstof het ‘Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden’ vast (ook wel het ‘Veegbesluit’ genoemd). Het Veegbesluit wijzigt voor 100 Natura 2000-gebieden in Nederland het Aanwijzingsbesluit, omdat ten onrechte habitattypen en/of soorten nog niet aangewezen waren.

In de Aanwijzingsbesluiten van de Natura 2000-gebieden staan de instandhoudingsdoelstellingen voor de in het gebied voorkomende soorten en habitattypen (habitats). Het Rijk is verantwoordelijk voor deze Aanwijzingsbesluiten, waarbij de aanwijzingen in Nederland grofweg plaatsvonden in de periode 2008 – 2015.

Na de aanwijzing van de Natura 2000-gebieden bleek uit betere gegevens over het natuurgebied dat ten tijde van de aanwijzing méér habitats in de gebieden voorkwamen dan wat in het eerdere Aanwijzingsbesluit staat. Deze habitats moeten ook instandhoudingsdoelstellingen krijgen. Het Veegbesluit is genomen om dit te repareren.

In Overijssel gaat het om 14 Natura 2000-gebieden waar het Veegbesluit in totaal voor 54 habitats (veelal habitattypen, soms soorten) instandhoudingsdoelstellingen toevoegt aan de Aanwijzingsbesluiten. In één geval schrapt het Veegbesluit een habitattype.

In dit document worden de wijzigingen aan het Aanwijzigingsbesluit van Natura 2000-gebied Buurserzand & Haaksbergerveen toegelicht.

Paragraaf 1.2 Inhoud

In Hoofdstuk 2 Instandhoudingsdoelstellingen introduceren wij de nieuwe instandhoudingsdoelstellingen welke zijn toegevoegd aan het Aanwijzingsbesluit van het Natura 2000-gebied als gevolg van het Veegbesluit. De nieuwe instandhoudingsdoelstellingen worden overzichtelijk gepresenteerd in een tabel.

Vervolgens geven wij in Hoofdstuk 3 Analyse en maatregelen per habitat een analyse per habitat met informatie over de ecologische vereisten, oppervlakte, kwaliteit en trend, aangezien deze habitattypen nog niet in het Beheerplan zijn opgenomen. Ook bespreken wij de maatregelen welke nodig zijn om de nieuwe instandhoudingsdoelstellingen te bereiken. Dit geldt als een aanvulling op het bestaande Natura 2000-beheerplan.

Tot slot, hebben wij het huidige Beheerplan van het Natura 2000-gebied toegevoegd als Bijlage II Natura 2000-beheerplan Buurserzand & Haaksbergerveen.

Hoofdstuk 2 Instandhoudingsdoelstellingen

Paragraaf 2.1 Inleiding

In dit hoofdstuk presenteren wij een lijst met de nieuwe instandhoudingsdoelstellingen welke zijn toegevoegd aan het Aanwijzingsbesluit van het Natura 2000-gebied als gevolg van het Veegbesluit.

De doelen zijn geformuleerd in termen van “behoud” of “uitbreiding” van de omvang (oppervlakte habitattype of leefgebied soort of populatiegrootte soort) en “behoud” of “verbetering” van de kwaliteit (van het habitattype of het leefgebied van de soort).

Paragraaf 2.2 Instandhoudingsdoelstellingen Veegbesluit

De website www.natura2000.nl vermeldt per Natura 2000-gebied de instandhoudingsdoelstellingen. Het Veegbesluit voegde voor het gebied Buurserzand & Haaksbergerveen de volgende instandhoudingsdoelstellingen toe aan het Aanwijzingsbesluit:

Habitattype

Oppervlakte

Kwaliteit

H2330 Zandverstuivingen

=

=

H3160 Zure vennen

=

>

H6230 Heischrale graslanden

=

=

H6410 Blauwgraslanden

=

>

H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen

=

=

H9190 Oude eikenbossen

=

=

Soort

Populatie

Omvang leefgebied

Kwaliteit leefgebied

H1042 Gevlekte witsnuitlibel

>

>

>

= behoud oppervlakte / kwaliteit / populatie; > uitbreiding oppervlakte / verbetering kwaliteit / toename populatie.

Hoofdstuk 3 Analyse en maatregelen per habitat

Paragraaf 3.1 Inleiding

In dit hoofdstuk presenteren wij voor ieder habitattype met nieuwe instandhoudingsdoelstellingen (zie ook Paragraaf 2.2 Instandhoudingsdoelstellingen Veegbesluit) een korte analyse met meer informatie over oppervlakte, kwaliteit en trend. Vervolgens beschrijven wij ook de maatregelen welke nodig zijn om de nieuwe instandhoudingsdoelstellingen te bereiken.

In de volgende paragrafen verwijzen wij in voorkomende gevallen naar ‘M-nummers’, 'K-nummers ' en ‘V-nummers’. Dit zijn verwijzingen naar maatregelen (‘M-nummers’) en knelpunten ('K-nummers') in het geldende Natura 2000-beheerplan (zie Bijlage II Natura 2000-beheerplan Buurserzand & Haaksbergerveen). Bij ‘V-nummers’ gaat het om maatregelen die we treffen voor de nieuwe instandhoudingsdoelstellingen uit het Veegbesluit.

Voor zover we in de volgende paragrafen een oordeel geven over de kwaliteit en/of trend van habitattypen en/of soorten dan is dit oordeel gebaseerd op expert judgement van de provincie of van de terreinbeheerder, tenzij anders vermeld.

In de volgende paragrafen staan ook oppervlaktes van habitattypen. Deze oppervlaktes zijn afkomstig uit de habitattypenkaart van dit gebied. De habitattypenkaarten van de Overijsselse Natura 2000-gebieden kunt u hier vinden: Atlas van Overijssel, Habitattypenkaart.

afbeelding binnen de regeling

Voor informatie over de ecologische vereisten per habitattype verwijzen wij u naar de Herstelstrategieën op de website http://www.natura2000.nl/.

Paragraaf 3.2 H2330 Zandverstuivingen

Analyse

Actueel areaal en kwaliteit habitattype

0,88 ha van habitattype Zandverstuivingen (H2330) ligt in het centrale deel van het Buurserzand en wordt deels gedomineerd door grijs kronkelsteeltje en deels betreft het rompgemeenschappen met zandstruisgras, ruig haarmos, buntgras, gewoon struisgras. Overwegend matige kwaliteit.

Trends in areaal en kwaliteit habitattype

Habitattype is arm aan typische soorten. Kwaliteit is matig. Trend is stabiel.

Knelpuntenanalyse

  • K11: Geringe oppervlak is knelpunt voor behoud van de kwaliteit (o.a. voor de typische soorten).

  • K12, 13: Hoge stikstofdepositie.

Maatregelen

Voorkomen verslechtering korte termijn

Het habitattype wordt deels gedomineerd door grijs kronkelsteeltje en deels betreft het rompgemeenschappen met zandstruisgras, ruig haarmos, buntgras en gewoon struisgras. Overwegend matige kwaliteit. De trend is onbekend. Om verslechtering op korte termijn te voorkomen, is voortzetting van effectgerichte maatregelen die de effecten van stikstofdepositie verlichten nodig, vergelijkbaar met H2310 Stuifzandheiden met struikhei. Dergelijke maatregelen zijn:

  • Kleinschalig plaggen (V04) en opslag verwijderen (V03). Deze maatregelen worden al uitgevoerd als onderdeel van het Inrichtingsplan.

  • Voor behoud van de kwaliteit is tevens uitbreiding van de kleine oppervlaktes zandverstuiving nodig. Onderzoek is nodig waar en op welke wijze deze uitbreiding kan plaatsvinden (V05).

Realiseren instandhoudingsdoelstellingen lange termijn

De maatregelen die nodig zijn voor instandhouding op de lange termijn sluiten aan bij de maatregelen die nodig zijn voor H2310 Stuifzandheiden met struikhei, M19 verstuiving stimuleren.

Paragraaf 3.3 H3160 Zure vennen

Analyse

Actueel areaal en kwaliteit habitattype

4,67 ha van habitattype Zure vennen (H3160) ligt verspreid over verschillende vennen in de noordelijke rand van het Buurserzand. Grotendeels gaat het om rompgemeenschappen met knolrus en veenmos, matige kwaliteit.

Trends in areaal en kwaliteit habitattype

Habitattype is arm aan typische soorten. Kwaliteit is matig. Trend in areaal en kwaliteit is stabiel.

Knelpuntenanalyse

  • K12, 13: Hoge stikstofdepositie.

Maatregelen

Voorkomen verslechtering korte termijn

De actuele kwaliteit van de zure vennen is matig. De trend is onbekend. De belangijkste knelpunten komen overeen met die van de zwakgebufferde vennen: verdroging en stikstofdepositie. Herstel van de waterhuishouding is daarom ook voor dit habitattype noodzakelijk, evenals maatregelen die de effecten van stikstofdepositie beperken. Zie hiervoor de maatregelen bij H3130 Zwak gebufferde vennen in Bijlage II Natura 2000-beheerplan Buurserzand & Haaksbergerveen.

Realiseren instandhoudingsdoelstellingen lange termijn

Het doel voor dit habitattype is behoud van oppervlak en verbetering van de kwaliteit. Op basis van de herstelstrategieën wordt ervanuit gegaan dat het pakket aan hydrologische herstelmaatregelen in combinatie met de volgende beheermaatregelen voor deze doelen voldoende zijn:

  • Kappen naaldbos, kleinschalig plaggen, opslag verwijderen en vennen schonen (V02, V03 en V04).

De hydrologische herstelmaatregelen en beheermaatregelen zijn de afgelopen jaren (2022-2023) uitgevoerd.

Paragraaf 3.4 H6230 Heischrale graslanden

Analyse

Actueel areaal en kwaliteit habitattype

0,02 ha van habitattype Heischrale graslanden (H6230) ligt in het Buurserzand en betreft de associatie met klokjesgentiaan en borstelgras (vochtige variant van de heischrale graslanden). De kwaliteit is matig.

Trends in areaal en kwaliteit habitattype

Het habitattype komt in een klein oppervlak voor langs het Meujenboersven op een locatie waar keileem dagzoomt. Het is arm aan typische soorten en het geringe oppervlak maakt het habitattype erg kwetsbaar. De kwaliteit is matig, de trend stabiel.

Knelpuntenanalyse

  • K11 Geringe oppervlak is knelpunt voor behoud van de kwaliteit (o.a. voor de typische soorten).

  • K12, 13 Hoge stikstofdepositie.

Maatregelen

Voorkomen verslechtering korte termijn

Het vochtige heischrale grasland komt over een zeer klein oppervlak goed ontwikkeld voor met de associatie van klokjesgentiaan en borstelgras. De belangijkste knelpunten komen overeen met die van de andere vochtige habitattypen: verdroging en stikstofdepositie. Herstel van de waterhuishouding is daarom ook voor dit habitattype noodzakelijk, evenals maatregelen die de effecten van stikstofdepositie beperken. Zie hiervoor de maatregelen bij H4010A Vochtige heiden in Bijlage II Natura 2000-beheerplan Buurserzand & Haaksbergerveen. De betreffende hydrologische herstelmaatregelen die de afgelopen jaren (2022-2023) zijn uitgevoerd hebben ook een positief effect op de kwaliteit van de heischrale graslanden. Voor behoud van de kwaliteit is tevens uitbreiding van de kleine oppervlaktes heischrale graslanden nodig. Onderzoek is nodig waar en op welke wijze deze uitbreiding kan plaatsvinden (V05).

Realiseren instandhoudingsdoelstellingen lange termijn

Gezien de voorspelde daling van de stikstofdepositie in 2030 is de verwachting dat op termijn de frequentie van de effectgerichte maatregelen omlaag kan. Tot die tijd is voortzetting van deze maatregelen echter nog nodig.

Paragraaf 3.5 H6410 Blauwgraslanden

Analyse

Actueel areaal en kwaliteit habitattype

1,25 ha van habitattype Blauwgraslanden (H6410) ligt volgens de kaart verspreid op locaties in het Buurserzand en Haaksbergerveen. De locatie in het Haaksbergerveen bestaat echter uit een Rompgemeenschap met pitrus en voldoet daarmee niet aan de eisen voor dit habitattype. In het Buurserzand gaat het voornamelijk uit de rompgemeenschap blauwe knoop-blauwe zegge (matige kwaliteit), plaatselijk veldrus-associatie (goede kwaliteit).

Trends in areaal en kwaliteit habitattype

Het habitattype komt in een klein oppervlak voor in het Meujenboersven. Het kenmerkt zich zwak op basis van de vegetatiekartering (G). Maar het is arm aan typische soorten en het geringe oppervlak maakt het habitattype erg kwetsbaar. De kwaliteit is matig, de trend is stabiel.

Knelpuntenanalyse

  • K1: Ontwatering van landbouwgronden buiten Natura 2000-gebied (Nederland en Duitsland).

  • K2: Ontwatering van landbouwgronden binnen Natura 2000-gebied.

  • K11: Geringe oppervlak is knelpunt voor behoud van de kwaliteit (o.a. voor de typische soorten).

  • K12, 13: Hoge stikstofdepositie.

Maatregelen

Voorkomen verslechtering korte termijn

Het blauwgrasland komt plaatselijk goed ontwikkeld voor met veldrus-associatie en rompgemeenschap met blauwe knoop-blauwe zegge (matige kwaliteit). De belangijkste knelpunten komen overeen met die van de andere vochtige habitattypen: verdroging en stikstofdepositie. Herstel van de waterhuishouding is daarom ook voor dit habitattype noodzakelijk, evenals maatregelen die de effecten van stikstofdepositie beperken. Voor behoud van de kwaliteit is tevens uitbreiding van de kleine oppervlaktes blauwgrasland nodig. Onderzoek is nodig waar en op welke wijze deze uitbreiding kan plaatsvinden (V05). De hydrologische herstelmaatregelen zijn de afgelopen jaren (2022-2023) uitgevoerd.

Realiseren instandhoudingsdoelstellingen lange termijn

Gezien de voorspelde daling van de stikstofdepositie in 2030 is de verwachting dat op termijn de frequentie van de effectgerichte maatregelen omlaag kan. Tot die tijd is voortzetting van deze maatregelen echter nog nodig.

Paragraaf 3.6 H7150 Pioniervegetaties met snavelbies

Maatregelen

Actueel areaal en kwaliteit habitattype

8,93 ha van habitattype Pioniervegetaties met snavelbies (H7150) ligt volgens de kaart verspreid op locaties in het Buurserzand. De vegetatie bestaat voornamelijk uit de associatie met moeraswolfsklauw en snavelbies (goede kwaliteit), plaatselijk afgewisseld met dophei/pijpenstrootje vegetatie.

Trends in areaal en kwaliteit habitattype

Het habitattype komt verspreid voor met in totaal een behoorlijk groot oppervlakte. Deels is het voorkomen natuurlijk (venoever), deels komt het habitattype voor als gevolg van plaggen. Alle typische soorten komen verspreid voor. De kwaliteit is goed. De trend is positief.

Knelpuntenanalyse

  • K1: Ontwatering van landbouwgronden buiten Natura 2000-gebied (Nederland en Duitsland).

  • K2: Ontwatering van landbouwgronden binnen Natura 2000-gebied.

  • K12, 13: Hoge stikstofdepositie.

Maatregelen

Voorkomen verslechtering korte termijn

Dit habitattype komt met name afwisselend voor met habitattype H4010A Vochtige heide. De maatregelen die nodig zijn voor de korte termijn sluiten dan ook aan bij de maatregelen die nodig zijn voor dit habitattype (zie Bijlage II Natura 2000-beheerplan Buurserzand & Haaksbergerveen). H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen zal eveneens profiteren van de hydrologische herstelmaatregelen die recent zijn uitgevoerd. Gezien de overschrijding van de KDW is voortzetting van effectgerichte maatregelen nog wel nodig. Dit zijn:

  • Kleinschalig plaggen (V04): Kleinschalig plaggen en eventueel bekalken bij verzuring wordt momenteel al als beheermaatregel uitgevoerd. Om negatieve effecten op de aanwezige fauna te voorkomen dient te worden voldaan aan de randvoorwaarden voor plaggen zoals vermeld in de Herstelstrategie. Zo moet o.a. gefaseerd worden geplagd en restpopulaties van doelsoorten worden gespaard. Verhogen van de plagfrequentie wordt vanwege de negatieve effecten van het plaggen niet aangeraden.

  • Begrazen (M12, zie Bijlage II Natura 2000-beheerplan Buurserzand & Haaksbergerveen): extensieve begrazing wordt in beide deelgebieden toegepast;

  • Opslag verwijderen (V03): wordt reeds toegepast.

Voorkomen verslechtering lange termijn

Gezien de voorspelde daling van de stikstofdepositie in 2030 is de verwachting dat op termijn de frequentie van de effectgerichte maatregelen omlaag kan. Tot die tijd is voortzetting van deze maatregelen echter nog nodig.

Paragraaf 3.7 H9190 Oude eikenbossen

.Analyse

Actueel areaal en kwaliteit habitattype

3,69 ha van habitattype Oude eikenbossen (H9190) ligt volgens de kaart verspreid op locaties in het Buurserzand en Haaksbergerveen.

Trends in areaal en kwaliteit habitattype

Er zijn twee locaties zijn waar dit habitattype voorkomt. De locaties zijn arm aan typische soorten. De kwaliteit is matig, de trend is stabiel.

Knelpuntenanalyse

  • K1: Ontwatering van landbouwgronden buiten Natura 2000-gebied (Nederland en Duitsland).

  • K2: Ontwatering van landbouwgronden binnen Natura 2000-gebied

  • K12, 13: Hoge stikstofdepositie.

Maatregelen

Voorkomen verslechtering korte termijn

Het is onduidelijk wat de trend in oppervlakte en kwaliteit van dit habitattype is. Hier moet in de volgende beheerplanperiode duidelijkheid over komen. Gezien de hydrologische herstelmaatregelen die recent zijn uitgevoerd wordt achteruitgang van de kwaliteit op korte termijn voorkomen.

Realiseren instandhoudingsdoelen lange termijn

Voor dit habitattype gelden behoudsdoelstellingen. Zoals hierboven beschreven is wordt achteruitgang van de kwaliteit voorkomen, maar is er wel onderzoek naar het (actueel) voorkomen, de kwaliteit en de trend nodig. Dit onderzoek gebeurt in het kader van de herziening van het Natura 2000-beheerplan, onder meer op basis van een nieuwe vegetatiekartering en een nieuwe habitattypenkaart. We herzien de komende jaren voor alle Natura 2000-gebieden het beheerplan. Het beheerplan voor Buurserzand en Haaksbergerveen wordt uiterlijk voor 8‑8‑2029 herzien. Indien uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat de behoudsdoelstelling toch niet gegarandeerd kan worden, zijn er beheermaatregelen mogelijk die de negatieve effecten van stikstofdepositie kunnen mitigeren. De herstelstrategie vermeldt hiervoor: begrazing, verwijderen van strooisel, hakhout- of middenbosbeheer en bestrijden van invasieve soorten. Welke maatregel in dit Natura 2000-gebied het meest effectief is, zal dan ook moeten worden onderzocht.

Paragraaf 3.8 H1042 Gevlekte witsnuitlibel

Analyse

Actueel voorkomen en omvang en kwaliteit leefgebied habitatsoort

Het leefgebied van de Gevlekte witsnuitlibel (H1042) wordt in hoofdzaak gevormd door de zwak gebufferde vennen (H3130) en het leefgebied geïsoleerde meander en petgat (LG02). De zwakgebufferde vennen komen uitsluitend voor in het noorden van het Natura 2000-gebied, het Buurserzand. De veenputten die als LG02 bestempeld zijn, zijn te vinden in het Haaksbergerveen. Waarnemingen van de soort zijn niet alleen in de stikstofgevoelige leefgebieden LG02 en H3130 gedaan, maar ook daarbuiten.

Trend in voorkomen en omvang en kwaliteit leefgebied habitatsoort

Trends in voorkomen en omvang en kwaliteit leefgebied is onbekend.

Knelpuntenanalyse

De knelpunten voor deze soort zijn niet goed bekend, maar de soort is afhankelijk van H3130 Zwakgebufferde vennen. Zie Bijlage II Natura 2000-beheerplan Buurserzand & Haaksbergerveen voor de knelpunten van H3130 Zwakgebufferde vennen. Het is aannemelijk dat stikstofdepositie een knelpunt vormt.

Kennisleemten

De soort wordt al enkele decennia waargenomen, maar het voorkomen is alleen in het noordoosten van het gebied stabiel. De soort lijkt zich daar voort te planten. De populatie is erg klein en zeer kwetsbaar (al is de soort erg mobiel en kan terugkeren ook als hij verdwenen is). De kwaliteit is matig. De trend lijkt stabiel.

Maatregelen

Het leefgebied van de gevlekte witsnuitlibel wordt in hoofdzaak gevormd door de Zwak gebufferde vennen (H3130) en Veenputten (LG02). De zwakgebufferde vennen komen uitsluitend voor in het noorden van het Natura 2000-gebied, het Buurserzand. De petgaten zijn te vinden in het Haaksbergerveen. Waarnemingen van de soort zijn niet alleen in de stikstofgevoelige leefgebieden LG02 en H3130 gedaan, maar ook daarbuiten. De soort profiteert naar verwachting ook van de herstelmaatregelen in het Buurserzand en Haaksbergerveen. Uit monitoring moet blijken of er in toekomst nog extra maatregelen nodig zijn voor deze soort.

Bijlage I Overzicht Informatieobjecten

Regelingsgebied

/join/id/regdata/pv23/2025/RG54gio077bc855-b43f-4de8-b0fd-66bf3bfdcec4/nld@2025‑06‑03;7

Natura-2000-Beheerplan-Buurserzand-en-Haaksbergerveen

/join/id/regdata/pv23/2025/54pdf34225340-23e2-4f0e-a080-6c4574eb4cde/nld@2025‑06‑03;98

Natura_2000_beheerplan_Buurserzand_en_Haaksbergerveen-aanvulling_2022

/join/id/regdata/pv23/2025/54pdfda03cdbf-46aa-4e21-b52a-738785a81e7a/nld@2025‑06‑03;98

blauwgraslanden (h6410)

/join/id/regdata/pv23/2025/54gio480bdd84-4bc8-407a-a4aa-4e6492ad28ac/nld@2025‑06‑03;184

buurserzand & haaksbergerveen

/join/id/regdata/pv23/2025/54gio30771d5a-40b3-4b51-8ba1-fa8dc19585b8/nld@2025‑06‑03;42

heischrale graslanden (h6230)

/join/id/regdata/pv23/2025/54gioaa42991a-5d6f-4ffe-9be3-2602796c9433/nld@2025‑06‑03;114

oude eikenbossen (h9190)

/join/id/regdata/pv23/2025/54gio1377e05b-aa53-464e-888f-3498df334921/nld@2025‑06‑03;116

pioniervegetaties met snavelbies (h7150)

/join/id/regdata/pv23/2025/54giod1e4850d-6739-4c8d-89f8-bfab682cd9b6/nld@2025‑06‑03;186

zandverstuivingen (h2330)

/join/id/regdata/pv23/2025/54gio8137cfb9-529a-4749-aa25-601746c041ad/nld@2025‑06‑03;180

zure vennen (h3160)

/join/id/regdata/pv23/2025/54giod7633c34-8f9f-49c8-b2f1-e3a2d1f93606/nld@2025‑06‑03;182

Bijlage II Geldend Natura 2000-beheerplan

Bijlage II Natura 2000-beheerplan Buurserzand & Haaksbergerveen

Natura-2000-Beheerplan-Buurserzand-en-Haaksbergerveen.pdf

Bijlage III Addendum Buurserzand & Haaksbergerveen

Bijlage III Addendum Natura 2000-beheerplan Buurserzand & Haaksbergerveen

Natura_2000_beheerplan_Buurserzand_en_Haaksbergerveen-aanvulling_2022.pdf

Naar boven