Provinciaal blad van Overijssel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Overijssel | Provinciaal blad 2025, 9011 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Overijssel | Provinciaal blad 2025, 9011 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Gedeputeerde Staten van Overijssel,
Overwegende dat de minister voor Natuur en Stikstof op 25 november 2022 het ‘Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden’ (hierna: 'Veegbesluit') nam;
Overwegende dat het Veegbesluit voor Overijssel in 14 Natura 2000-gebieden in totaal voor 49 habitattypen en 5 soorten instandhoudingsdoelstellingen toevoegt aan de Natura 2000-aanwijzingsbesluiten;
Overwegende dat Gedeputeerde Staten voor de nieuwe instandhoudingsdoelstellingen maatregelen moeten treffen om de doelstellingen te realiseren;
Overwegende dat deze maatregelen opgenomen worden in aanvullingen op de bestaande Natura 2000-beheerplannen en deze plannen aangemerkt worden als een programma onder de Omgevingswet;
Gelet op artikel 3.8, lid 3 van de Omgevingswet
Gelet op afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht
Besluiten:
Het ontwerp van de aanvulling op het Natura 2000-beheerplan van Landgoederen Oldenzaal vast te stellen
zoals is aangegeven in Bijlage A.
Op 25 november 2022 stelde de minister voor Natuur en Stikstof het ‘Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden’ vast (ook wel het ‘Veegbesluit’ genoemd). Het Veegbesluit wijzigt voor 100 Natura 2000-gebieden in Nederland het Aanwijzingsbesluit, omdat ten onrechte habitattypen en/of soorten nog niet aangewezen waren.
In de Aanwijzingsbesluiten van de Natura 2000-gebieden staan de instandhoudingsdoelstellingen voor de in het gebied voorkomende soorten en habitattypen (habitats). Het Rijk is verantwoordelijk voor deze Aanwijzingsbesluiten, waarbij de aanwijzingen in Nederland grofweg plaatsvonden in de periode 2008 – 2015.
Na de aanwijzing van de Natura 2000-gebieden bleek uit betere gegevens over het natuurgebied dat ten tijde van de aanwijzing méér habitats in de gebieden voorkwamen dan wat in het eerdere Aanwijzingsbesluit staat. Deze habitats moeten ook instandhoudingsdoelstellingen krijgen. Het Veegbesluit is genomen om dit te repareren.
In Overijssel gaat het om 14 Natura 2000-gebieden waar het Veegbesluit in totaal voor 54 habitats (veelal habitattypen, soms soorten) instandhoudingsdoelstellingen toevoegt aan de Aanwijzingsbesluiten. In één geval schrapt het Veegbesluit een habitattype.
In dit document worden de wijzigingen aan het Aanwijzigingsbesluit van Natura 2000-gebied Landgoederen Oldenzaal toegelicht.
In Hoofdstuk 2 Instandhoudingsdoelstellingen introduceren wij de nieuwe instandhoudingsdoelstellingen welke zijn toegevoegd aan het Aanwijzingsbesluit van het Natura 2000-gebied als gevolg van het Veegbesluit. De nieuwe instandhoudingsdoelstellingen worden overzichtelijk gepresenteerd in een tabel.
Vervolgens geven wij in Hoofdstuk 3 Analyse en maatregelen per habitat een analyse per habitat met informatie over de ecologische vereisten, oppervlakte, kwaliteit en trend, aangezien deze habitattypen nog niet in het Beheerplan zijn opgenomen. Ook bespreken wij de maatregelen welke nodig zijn om de nieuwe instandhoudingsdoelstellingen te bereiken. Dit geldt als een aanvulling op het bestaande Natura 2000-beheerplan.
Tot slot, hebben wij het huidige Beheerplan van het Natura 2000-gebied toegevoegd als Bijlage II Natura 2000-beheerplan Landgoederen Oldenzaal.
In dit hoofdstuk presenteren wij een lijst met de nieuwe instandhoudingsdoelstellingen welke zijn toegevoegd aan het Aanwijzingsbesluit van het Natura 2000-gebied als gevolg van het Veegbesluit.
De doelen zijn geformuleerd in termen van “behoud” of “uitbreiding” van de omvang (oppervlakte habitattype of leefgebied soort of populatiegrootte soort) en “behoud” of “verbetering” van de kwaliteit (van het habitattype of het leefgebied van de soort).
De website www.natura2000.nl vermeldt per Natura 2000-gebied de instandhoudingsdoelstellingen. Het Veegbesluit voegde voor het gebied Landgoederen Oldenzaal de volgende instandhoudingsdoelstellingen toe aan het aanwijzingsbesluit:
= behoud oppervlakte / kwaliteit; > uitbreiding oppervlakte / verbetering kwaliteit.
In dit hoofdstuk presenteren wij voor ieder habitattype met nieuwe instandhoudingsdoelstellingen (zie ook Paragraaf 2.2 Instandhoudingsdoelstellingen Veegbesluit) een korte analyse met meer informatie over oppervlakte, kwaliteit en trend. Vervolgens beschrijven wij ook de maatregelen welke nodig zijn om de nieuwe instandhoudingsdoelstellingen te bereiken.
In de volgende paragrafen verwijzen wij in voorkomende gevallen naar ‘M-nummers’, ‘V-nummers’ en ‘K-nummers’. Dit zijn verwijzingen naar maatregelen (‘M-nummers’ en ‘V-nummers’ in geval van maatregelen voortkomend uit het Veegbesluit) en knelpunten (‘K-nummers’) in het geldende Natura 2000-beheerplan (zie Bijlage II Natura 2000-beheerplan Landgoederen Oldenzaal).
Voor zover we in de volgende paragrafen een oordeel geven over de kwaliteit en/of trend van habitattypen en/of soorten dan is dit oordeel gebaseerd op expert judgement van de provincie of van de terreinbeheerder, tenzij anders vermeld.
In de volgende paragrafen staan ook oppervlaktes van habitattypen. Deze oppervlaktes zijn afkomstig uit de habitattypenkaart van dit gebied. De habitattypenkaarten van de Overijsselse Natura 2000-gebieden kunt u hier vinden: Atlas van Overijssel, Habitattypenkaart.
Voor informatie over de ecologische vereisten per habitattype verwijzen wij u naar de Herstelstrategieën op de website www.natura2000.nl.
Analyse
Actueel areaal en kwaliteit habitattype
Heides domineerden het landschap rond 1850 en daarna is vrijwel alles verdwenen. Vochtige heiden (H4010A) komt nog verspreid voor in relatief kleine oppervlaktes in de Boerskotten. Aan de noordkant en de zuidkant van de A1 liggen twee kwalificerende percelen, laag op de zuidkant van de Oldenzaalse stuwwal. Waar het terrein aan de noordkant van de A1 bestaat uit een afwisseling van door afplaggen ontwikkelde vochtige heide en niet afgeplagde delen met witbol-grasland. De locatie aan de zuidkant van de A1 is een nagenoeg geheel afgeplagd terrein. In beide terreinen komen aanvullend poelen voor voor Kamsalamander. Beide locaties liggen op ondiepe keileem of potklei en zijn recentelijk ontstaan op voormalige landbouwgronden na het verwijderen van de bouwvoor. De oppervlaktes zijn klein en liggen geïsoleerd ten opzichte van andere heideterreinen. In totaal is er 3,7 hectare aanwezig. Plaatselijk komt kussentjesveenmos voor, een typische soort van het habitattype. Verder is de kruidenrijkdom redelijk groot (NDFF) met soorten als dophei, stekelbrem, blonde zegge, gevlekte orchis en welriekende nachtorchis. Vergrassing en verbossing is desondanks wel aan de orde, zodat de kwaliteit van het habitattype als matig tot goed wordt beoordeeld.
Trends in areaal en kwaliteit habitattype
De botanische kwaliteit is nog gering maar de potentie is groot. Vanwege de geringe ondoorlatendheid van de bodem (keileem) zijn de percelen in natte perioden zeer nat, maar zij kunnen sterk uitdrogen in periode met een netto verdampingsoverschot.
Knelpuntenanalyse
Overschrijding van de KDW voor stikstof is wel een belangrijk knelpunt. Weliswaar is onvoldoende bekend of er sprake is van kwaliteitsverlies als gevolg van vermesting of verzuring, maar vanwege de gevoeligheid van het habitattype voor stikstofdepositie dient hiervan te worden uitgegaan. Verder is het oppervlakte vochtige heide klein en ligt het geïsoleerd. Dit is een bedreiging voor de instandhouding van dit habitattype.
Kennisleemte
Er is geen informatie beschikbaar over de trend in kwaliteit en oppervlakte. Deze informatie dient in de huidige beheerplanperiode verzameld te worden (M21). Daarnaast zullen de mogelijkheden voor het uitbreiden of verbinden van vochtige heiden worden onderzocht (V04).
Maatregelen
Het is voor dit habitattype niet bekend wat de trend in oppervlak en kwaliteit is. Het is aannemelijk dat, omdat dit habitattype afhankelijk is van natte omstandigheden, verdroging door peilverlaging voor de landbouw een mogelijk knelpunt is. Overschrijding van de KDW voor stikstof is ook een probleem. Zowel in de actuele als voorspelde situatie is sprake van overbelasting.
Voorkomen verslechtering korte termijn
Om verslechtering op korte termijn te voorkomen, is voortzetting van effectgerichte maatregelen die de effecten van stikstofdepositie verlichten nodig. Dergelijke maatregelen zijn:
Realiseren instandhoudingsdoelstellingen lange termijn
Het doel voor dit habitattype is behoud van oppervlak en kwaliteit. Op basis van de herstelstrategieën wordt er vanuit gegaan dat het pakket aan hydrologische herstelmaatregelen in combinatie met bovenstaande beheermaatregelen voor deze doelen voldoende zijn. Uit monitoring moet blijken of deze maatregelen voldoende zijn voor de lange termijn.
Analyse
Actueel areaal en kwaliteit habitattype
Habitattype Droge heiden (H4030) komt op een kleine locatie (0,74 ha) op de Tankenberg voor (niet vlakdekkend). Het betreft een oud stukje verschraald extensief agrarisch grasland en een stuk voormalig productiebos. Het heeft zich snel ontwikkeld naar een kwalificerende droge heide met o.a. struikhei, stekelbrem, pilzegge en veelbloemige veldbies. De ligging is geïsoleerd. Het voorkomen van ruwe berk, Amerikaanse vogelkers en pitrus wijst op matige kwaliteit. Er komen echter wel relatief veel bijzondere insecten voor.
Trends in areaal en kwaliteit habitattype
De trend in oppervlakte en kwaliteit is niet bekend.
Knelpuntenanalyse
Overschrijding van de KDW voor stikstof is een belangrijk knelpunt (K12-13). Weliswaar is onvoldoende bekend of er sprake is van kwaliteitsverlies als gevolg van vermesting of verzuring, maar vanwege de gevoeligheid van het habitattype voor stikstofdepositie dient hiervan te worden uitgegaan. Verder is de oppervlakte droge heide klein en ligt het geïsoleerd. Hierdoor zijn er veel randeffecten (ligging tussen bossen en graslanden) die bijdragen aan het versneld dichtgroeien van de heide en de kans op uitsterven van lokale flora en fauna-populaties vergroten. Dit is een bedreiging voor de instandhouding van dit habitattype en de bijzondere soorten die er voorkomen.
Kennisleemte
Er is geen informatie beschikbaar over de trend in kwaliteit en oppervlakte. De SNL kartering moet hier meer inzicht in geven. Daarnaast is onduidelijk of en hoe de knelpunten gerelateerd aan het kleine en geïsoleerde voorkomen opgelost kunnen worden; er is onderzoek nodig om deze kennisleemte op te lossen (V05).
Maatregelen
Het is voor dit habitattype niet bekend wat de trend in oppervlak en kwaliteit is, maar de potenties binnen het huidige areaal zijn beperkt. Het geringe oppervlak en de overschrijding van de KDW voor stikstof zijn een probleem. Zowel in de actuele als voorspelde situatie is sprake van overbelasting.
Voorkomen verslechtering korte termijn
Om verslechtering op korte termijn te voorkomen, is voortzetting van effectgerichte maatregelen die de effecten van stikstofdepositie verlichten nodig. Dergelijke maatregelen zijn:
Maaien (V01).
Kleinschalig plaggen (V02).
Opslag verwijderen (V03).
Ook het bekalken met steenmeel (V04) van verzuurde heide kan een nuttige maatregel zijn, zeker ook in combinatie met lokaal plaggen. Voordat deze maatregel kan worden uitgevoerd, is eerst bodemchemisch onderzoek nodig om te bepalen of en zo ja welke nutriënten toegevoegd moeten worden.
Realiseren instandhoudingsdoelstellingen lange termijn
Het doel voor dit habitattype is behoud van oppervlak en verbetering van kwaliteit. Het is waarschijnlijk dat de maatregelen voor de korte termijn niet afdoende zijn voor behoud op de lange termijn; mogelijk is het nodig om randeffecten te verkleinen en de geïsoleerde ligging van heide-areaal te verminderen door areaalvergroting (lokale omvorming naar heide). Omdat het echter niet duidelijk is of en hoe dit bewerkstelligd kan worden, is onderzoek nodig om deze vraag op te lossen (V05).
/join/id/regdata/pv23/2025/RG30gioa88ef372-6162-4039-8370-83a1f4952fb0/nld@2025‑06‑03;33
/join/id/regdata/pv23/2025/30pdf64da3210-67fb-4667-960d-5c8c8be1c2f0/nld@2025‑06‑03;62
/join/id/regdata/pv23/2025/30pdf409db895-55d1-408f-bded-82370c63bf12/nld@2025‑06‑03;62
/join/id/regdata/pv23/2025/30gioee758006-d915-4763-959e-233f323c6c98/nld@2025‑06‑03;120
/join/id/regdata/pv23/2025/30giodda4dde7-f555-47cd-aed7-9657bd50fa00/nld@2025‑06‑03;68
/join/id/regdata/pv23/2025/30gioa7b5775e-3229-4192-bd7a-ff9c3bd9714e/nld@2025‑06‑03;118
Natura_2000_beheerplan_Landgoederen_Oldenzaal-aanvulling_2022.pdf
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2025-9011.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.