Beleidsregel voor het indienen van een aanvraag voor windenergie in Provincie Overijssel 2026

Gedeputeerde Staten hebben het Provinciaal Programma Energiestrategie (PPE) vastgesteld. Provinciale Staten hebben op 9 oktober 2024 de Aanpassing Omgevingsverordening Overijssel – instructieregels windenergie 2024 en de Omgevingseffectrapportage (OER) vastgesteld. In de Beleidsregel voor het indienen van een aanvraag voor windenergie in Provincie Overijssel (hierna: de Beleidsregel) staat hoe aanvragers een aanvraag voor een windpark kunnen indienen bij Provincie Overijssel. Samen met de omgevingsverordening en het PPE vormt deze beleidsregel het beleidskader voor windenergie in de provincie Overijssel.

 

Deze versie van de Beleidsregel treedt in werking op 1 januari 2026. Deze versie vervangt de versie van de Beleidsregel met datum 12 december 2024. Deze beleidsregel geldt uitsluitend voor aanvragen die vanaf 1 januari 2026 worden ingediend. Voor aanvragen die uiterlijk op 31 december 2025 zijn ingediend, geldt de op dat moment geldende Beleidsregel.

Indieningsvereisten

  • 1.

    Indienen: De aanvraag moet per e-mail via windparken@overijssel.nl worden ingediend tijdens de aanmeldperiode van het gebied uit de programmeringsafspraken. Bovendien moet de aanvraag passen binnen het maximumaantal GWh waarvoor het gebied is opengesteld. Een overzicht van de gebieden en de aanmeldperiode is te vinden op de website en in het PPE. Per aanvraag verwachten wij één document, inclusief eventuele bijlagen.

  • 2.

    Gegevens project:

    De aanvraag bevat in ieder geval de volgende gegevens:

    • a.

      Naam van de aanvrager (bedrijfsnaam)

    • b.

      Naam van het aangevraagde project

    • c.

      Correspondentieadres

    • d.

      Contactpersoon

    • e.

      Telefoonnummer

    • f.

      Mailadres

    • g.

      Datum indiening

    • h.

      Gemeente(n) waar de aanvraag betrekking op heeft

    • i.

      Contactpersoon gemeente(n)

    • j.

      Aantal aangevraagde windturbines

    • k.

      Bandbreedte van beoogde tiphoogte, inclusief ashoogte en rotordiameter

    • l.

      Bandbreedte van opgesteld vermogen in MW en opbrengst in GWh

  • 3.

    Coördinaten beoogde locatie windturbines:

    • a.

      Coördinaten in decimale graden van het hart van de windturbines (breedtegraad; lengtegraad). Bijvoorbeeld: breedtegraad: 52.510372; lengtegraad: 6.103742

    • b.

      Een afbeelding van de locaties ingetekend op de energiepotentiekaart (kaartlaag 200m). Wanneer de locaties hierbuiten liggen, verwachten wij een gemotiveerde uitleg waarom deze locatie wél geschikt is.

  • 4.

    Bewijs grondposities:

    Bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager de grondposities tot zijn beschikking heeft voor het initiatief. De stukken moeten door alle partijen die bij de grondpositie betrokken zijn, zijn ondertekend. Bijvoorbeeld in een intentieovereenkomst. Er moet in ieder geval blijken wat de voorwaarden zijn waaronder men tot een grondovereenkomst gaat komen.

  • 5.

    Omgevingsfactoren:

    • a.

      Op welke manier 50% lokaal eigendom geborgd is, of hoe men dit gaat realiseren.

    • b.

      Een eerste toelichting op welke wijze omwonenden binnen een straal van 10 x tiphoogte worden betrokken bij het planproces en op welke wijze omwonenden of rechtspersonen kunnen participeren in het project.

    • c.

      Een voorstel voor compensatie van omwonenden middels een omwonendenvergoeding.

    • d.

      Een duiding of men zich conformeert aan het instellen van een omgevingsfonds conform de gedragscode wind op land.

    • e.

      Een beschrijving van (te maken) afspraken over gesocialiseerde grondvergoedingen met de grondeigenaren in het projectgebied van de aanvraag.

  • 6.

    Indien van toepassing:

    • a.

      Wanneer de beoogde posities liggen binnen het leefgebied weidevogels: een toelichting hoe de aanvrager van plan is te voldoen aan artikel 4.66, lid 3 van de Omgevingsverordening Overijssel

    • b.

      Wanneer de beoogde posities liggen binnen NNN-gebied: een toelichting hoe de aanvrager van plan is te voldoen aan artikelen 4.60 en 4.63 van de Omgevingsverordening Overijssel

    • c.

      Wanneer er sprake is van molenaarswoningen: bewijs van technische, organisatorische of functionele binding tussen de woning en de windturbine

    • d.

      Wanneer de aanvraag onderdeel uitmaakt van een ander project en/of het initiatief ruimtelijk samenhangt met een ander project vragen we om een visualisatie van het project in samenhang met de andere bestaande of te ontwikkelen projecten. Deze visualisaties moeten vanuit meerdere afstanden en perspectieven worden opgesteld en in ieder geval vanaf de plekken van waaruit het meest uitgekeken wordt op de turbines (zoals wegen en bebouwing). Geef daarbij aan wat de status van het andere project is. Daarmee moet ook duidelijk worden of het project voldoet aan de clustereis van vier windturbines buiten de voorkeursgebieden. Een schriftelijk positief principebesluit van het andere project is nodig om te voldoen aan de clustereis.

Geldige aanvragen

Bij twijfel over een aanvraag dient de aanvrager tijdig contact te zoeken met de provincie. Een aanvraag is geldig wanneer de aanvraag volgens bovenstaande indieningsvereisten (art. 4:4 Awb) correct en compleet is ingevuld. Gedeputeerde Staten kunnen besluiten een aanvraag niet te behandelen als niet wordt voldaan aan bovenstaande indieningsvereisten (art. 4:5 Awb). Aanvrager krijgt (art. 4:5 Awb) bij een onvolledige aanvraag de gelegenheid om binnen twee weken de aanvraag aan te vullen.

 

Disclaimer

Gedurende de projectprocedure staan wij alleen wijzigingen toe die of (I) het project objectief verbeteren, of (II) die op grond van objectieve onderzoeken noodzakelijk blijken voor het zo goed mogelijk uitvoeren van het project, of (III) die, indien van toepassing, geen betrekking hebben op een van de beoordelingscriteria uit het PPE en deze Beleidsregel.

Stap 1: Toetsing aan het provinciale beleid

Wanneer de aanvraag voldoet aan de indieningsvereisten, beoordelen wij of de aanvraag past binnen het provinciale beleid (zoals de omgevingsvisie, de omgevingsverordening en het PPE). Dat gebeurt aan de hand van onderstaande vragen. Het kan zijn dat wij ter verduidelijking contact opnemen met de aanvrager van de aanvraag. Als de aanvraag past binnen het provinciale beleid, gaan we door naar stap 2. Als de aanvraag niet past binnen het provinciale beleid, weigeren wij de aanvraag.

 

  • a.

    Past de aanvraag binnen het maximumaantal GWh voor het gebied waar de aanvraag is ingediend?

  • b.

    Bevindt de aanvraag zich binnen het opengestelde gebied uit de programmeringsafspraken?

  • c.

    Bevindt de aanvraag zich binnen het uitsluitingsgebied Natura-2000?

  • d.

    Bevindt de aanvraag zich binnen het uitsluitingsgebied Nationale Landschappen (met uitzondering van de zoekgebieden Noordoost Twente)?

  • e.

    Bevindt de aanvraag zich binnen laagvliegroute 10?

  • f.

    Bevindt de aanvraag zich voor het merendeel in trede 4 of 5 van de windladder? Trede 5 betreft ook Natuurnetwerk Nederland.

  • g.

    Bevindt de aanvraag zich binnen 1 kilometer rondom Thales?

  • h.

    Bevindt de aanvraag zich binnen twee keer tiphoogte rondom het schadegebied Kanaal Almelo de Haandrik?

  • i.

    Bevindt de aanvraag zich binnen de uitsluitingen van Twente Airport?

  • j.

    Voldoet de aanvraag aan de clustereis buiten de voorkeursgebieden, met uitzondering van bedrijventerreinen?

  • k.

    Is er sprake van insluiting van een kern door windturbines, ook buiten de lands- en provinciegrenzen?

  • l.

    Roept de aanvraag twijfels op over de haalbaarheid gezien de technische potentie op de energiepotentiekaart (kaartlaag 200m)?

  • m.

    Roepen de grondposities twijfels op over de haalbaarheid gezien de aangeleverde coördinaten?

  • n.

    Roept de aanvraag twijfels op over of voldaan kan worden aan de relevante artikelen uit de omgevingsverordening met betrekking tot leefgebied weidevogels en het NNN?

  • o.

    Is er sprake van andere ontwikkelingen in het projectgebied die de aanvraag dusdanig in de weg zitten dat op voorhand te zeggen valt dat de aanvraag geen doorgang kan vinden?

  • p.

    Zijn er andere gegronde redenen waarom de aanvraag niet past binnen het provinciale beleid?

Stap 2: Rangschikken van aanvragen

De aanvragen die voldoen aan de indieningsvereisten en passen binnen het provinciale beleid, rangschikken wij wanneer het totaal aantal aangevraagde GWh het maximumaantal GWh van het gebied overschrijdt.

 

Rangschikking op ruimtelijke gronden

De rangschikking vindt plaats op basis van drie ruimtelijke criteria: 1) de locatie van de aanvraag in relatie tot het landschap(stype); 2) de afstand tot natuur en; 3) het aantal windturbinegevoelige gebouwen. In de tabel hieronder wordt voor ieder criterium een beschrijving gegeven. Aanvragen worden per criterium gescoord, waarbij een score van 0 tot 10 wordt gehanteerd voor een eenduidige screening en beoordeling.

 

We rangschikken eerst de aanvragen die het maximum volledig invullen

Om het potentieel van een gebied optimaal te benutten geven we de voorkeur aan een aanvraag die het maximumaantal GWh met één project kan invullen. Dat betekent dat we eerst alle aanvragen die het maximum invullen, rangschikken en op basis van die rangschikking de best scorende aanvraag selecteren. Daar is één voorwaarde aan verbonden:

  • -

    De aanvraag moet gelijk of hoger scoren op criterium 1 en 2 van de hiervoor genoemde drie ruimtelijke criteria, ten opzichte van de andere aanvragen.

Wanneer er geen aanvragen zijn die het maximumaantal GWh per opengestelde gebied volledig invullen, rangschikken we de aanvragen op basis van de drie ruimtelijke criteria, zoals hierboven beschreven.

 

Wanneer sprake is van gedeeltelijke overschrijding van het maximum

Wanneer na de rangschikking blijkt dat een aanvraag deels wel, en deels niet past binnen het maximumaantal GWh van een gebied, dan krijgt de aanvrager de mogelijkheid om de aanvraag aan te passen zodat deze past binnen het maximumaantal GWh van een gebied.

 

Bij gelijke punten in de rangschikking zullen wij loten

Als in de rangschikking aanvragen gelijk worden gewaardeerd en deze aanvragen niet allemaal kunnen worden verleend in verband met de overschrijding van het maximumaantal GWh dan vindt een nadere rangschikking tussen deze aanvragen plaats op basis van loting.

 

Wanneer het maximumaantal GWh in opengestelde gebied niet wordt bereikt met gerangschikte aanvragen

Dan krijgt de hoogst scorende aanvraag de mogelijkheid om de aanvraag aan te passen zodat het maximumaantal GWh in het opengestelde gebied alsnog wordt ingevuld.

 

De geselecteerde aanvragen geven aanleiding om te starten met de projectprocedure

Nadat de rangschikking heeft plaatsgevonden, publiceren wij op onze website een overzicht van de geselecteerde en afgewezen aanvragen. Voor elke aanvraag wordt bekend gemaakt hoeveel punten er zijn gescoord per criteria, en welke plek in de rangschikking de aanvraag heeft. Met de geselecteerde aanvragen starten wij de projectprocedure.

 

Stap 3: Beoordeling van de aanvragen op lokaal eigendom

Nadat de projectprocedure gestart is, beoordelen we of er sprake is van minimaal 50% lokaal eigendom, conform sectie 4.2 uit het PPE.

 

 

Indien nodig geven we een advies hoe lokaal eigendom ingevuld kan worden

Wanneer er geen sprake is van 50% lokaal eigendom, geven wij een advies welke inspanningen de aanvrager binnen zes maanden kan verrichten om hier alsnog invulling aan te geven. Bijvoorbeeld het ondertekenen een intentie- of samenwerkingsovereenkomst met een lokale energiecoöperatie.

 

Na zes maanden beoordelen we de inspanningen van de aanvrager

Na zes maanden, gerekend vanaf de datum van het advies, beoordelen wij of de aanvrager het advies en bijbehorende inspanningen voldoende heeft uitgevoerd. De beoordeling van de inspanningen is afhankelijk van het gegeven advies. We kijken in ieder geval naar de activiteiten die de aanvrager heeft georganiseerd, de gesprekken die er gevoerd zijn met de lokale energiecoöperatie, en de intentie van de aanvrager om te komen tot een samenwerkingsovereenkomst.

 

We zien de inspanningen van de aanvrager volgens ons advies om lokaal eigendom te realiseren als onderdeel van de participatieprocedure. Dat betekent dat wanneer de aanvrager de inspanningen uit het advies niet voldoende heeft uitgevoerd, de vergunningsaanvraag in strijd is met de wettelijke voorschriften en/of een onzorgvuldige procedure is doorlopen.

 

Wanneer de inspanningen niet tot 50% lokaal eigendom leiden

Wanneer de inspanningen uit het advies voldoende zijn uitgevoerd door de aanvrager, is fase 2 ten einde. We vervolgen dan de projectprocedure. Mocht er ondanks de inspanningen onverhoopt nog geen sprake zijn van minimaal 50% lokaal eigendom, zullen we nadere afspraken maken met de aanvrager hoe hieraan op een later moment alsnog invulling kan worden gegeven conform PPE sectie 4.2.1. Denk hierbij aan scenario’s waarbij er bijvoorbeeld geen lokale energiecoöperatie in het gebied actief is.

Aandachtspunten tijdens de projectprocedure

Het succesvol doorlopen van de stappen die genoemd zijn in deze beleidsregel is geen garantie dat het project ook daadwerkelijk doorgang kan vinden. Daarom wijzen wij de aanvrager van de aanvraag alvast op onderstaande punten. Als provincie zullen we erop toezien dat deze punten een plek krijgen tijdens de projectprocedure.

  • 1.

    Conform deze motie het gebruik van actuele wetenschappelijke kennis ter onderbouwing; de bescherming van de belangen van direct omwonenden; het gebruik van de concept landelijke milieunormen voor windturbines; en de aandachtspunten uit deze motie.

  • 2.

    Indien de beoogde locaties liggen binnen grondwaterbeschermingsgebieden kan een nulmeting en monitoring van de grondwaterkwaliteit een onderdeel van de projectprocedure omvatten.

  • 3.

    Indien de beoogde locaties liggen binnen vier kilometer rondom het uitsluitingsgebied Kanaal Almelo de Haandrik is een onderzoek naar de bodemgesteldheid en mogelijke trillingen bij de realisatie en exploitatie van windturbines verplicht tijdens de projectprocedure. Zie daarvoor deze website.

  • 4.

    Indien de beoogde locaties liggen binnen het gebied met hoogtebeperkingen in verband met de vliegveiligheid (obstakel limitatie vlakken en obstakelvlakken voor naderings- en vertrekroutes) zoals in bijlage XVI V6A en V6B van de omgevingsverordening is een ontheffing van Minister van I&W nodig, op basis van een aeronautical study van de Inspectie Leefomgeving en Transport.

  • 5.

    Indien de beoogde locaties binnen een straal van 12 kilometer (met uitzondering van de noordelijke 6 tot 12 kilometer) rondom Thales liggen, is afstemming noodzakelijk. Tussen een straal van 1 tot 6 kilometer ten zuiden van Thales zijn windturbines niet toegestaan, tenzij aanvragers met berekeningen aantonen dat de radar van Thales niet negatief wordt beïnvloed, en Thales daarmee instemt. Zie daarvoor ook deze website.

  • 6.

    Indien de beoogde locaties liggen nabij leefgebied weidevogels of Natuurnetwerk Nederland, verwachten we een toelichting waarom de ligging nabij leefgebied weidevogels of Natuurnetwerk Nederland in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar is voor de omgeving (conform artikelen 4.2 lid 1, 5.52 en 5.53 lid 1, van de Omgevingswet).

  • 7.

    Om te voldoen aan de strikte natuurwetgeving (Natura 2000 en beschermde soorten) zijn onderzoeken nodig om effecten op natuur te kunnen beoordelen. Voor wat betreft Natura 2000 gaat het om een voortoets waarin mogelijk significant negatieve effecten ten aanzien van Natura 2000-gebieden (gebiedsbescherming) in beeld worden gebracht. Te denken valt aan effecten van stikstof in de aanlegfase, verstoring van aangewezen doelsoorten door geluid of aanvaringen met de turbines door deze soorten. Indien uit de voortoets blijkt dat significant negatieve effecten op voorhand niet zijn uit te sluiten is nader onderzoek nodig in een passende beoordeling om deze effecten wel uit te sluiten. Daarnaast moet in een quickscan (soortenbescherming) in kaart gebracht worden of er mogelijk nadelige gevolgen zijn voor beschermde dier- en plantensoorten in/nabij de projectlocaties (zowel voor wat betreft de aanleg als het gebruik van de windturbines). Veelal is op basis van de quickscan een nader natuuronderzoek nodig naar de precieze effecten en in hoeverre deze voorkomen kunnen worden.

Gemeentelijk beleid tijdens de projectprocedure

Tijdens de projectprocedure brengen we in kaart welke belangen spelen bij andere overheden. Deze belangen, bijvoorbeeld in de vorm van lokaal beleid, nemen we mee in onze bestuurlijke belangenafweging. We zullen motiveren hoe we deze lokale belangen bij onze besluitvorming hebben betrokken en hoe we daarover hebben afgestemd met andere overheden.

Naar boven