Provinciaal blad van Overijssel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Overijssel | Provinciaal blad 2025, 18736 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Overijssel | Provinciaal blad 2025, 18736 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Gedeputeerde Staten van Overijssel,
Overwegende dat de minister voor Natuur en Stikstof op 25 november 2022 het ‘Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden’ (hierna: 'Veegbesluit') nam;
Overwegende dat het Veegbesluit voor Overijssel in 14 Natura 2000-gebieden in totaal voor 49 habitattypen en 5 soorten instandhoudingsdoelstellingen toevoegt aan de Natura 2000-aanwijzingsbesluiten;
Overwegende dat Gedeputeerde Staten voor de nieuwe instandhoudingsdoelstellingen maatregelen moeten treffen om de doelstellingen te realiseren;
Overwegende dat deze maatregelen opgenomen worden in aanvullingen op de bestaande Natura 2000-beheerplannen en deze plannen aangemerkt worden als een programma onder de Omgevingswet;
Gelet op artikel 3.8, lid 3 van de Omgevingswet
Gelet op afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht
Besluiten:
De aanvulling op het Natura 2000-beheerplan van Witte Veen vast te stellen.
zoals is aangegeven in Bijlage A.
Dit besluit treedt in werking op de dag na de dag waarop het besluit bekend wordt gemaakt.
Op 25 november 2022 stelde de minister voor Natuur en Stikstof het ‘Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden’ vast (ook wel het ‘Veegbesluit’ genoemd). Het Veegbesluit wijzigt voor 100 Natura 2000-gebieden in Nederland het Aanwijzingsbesluit, omdat ten onrechte habitattypen en/of soorten nog niet aangewezen waren.
In de Aanwijzingsbesluiten van de Natura 2000-gebieden staan de instandhoudingsdoelstellingen voor de in het gebied voorkomende soorten en habitattypen (habitats). Het Rijk is verantwoordelijk voor deze Aanwijzingsbesluiten, waarbij de aanwijzingen in Nederland grofweg plaatsvonden in de periode 2008 – 2015.
Na de aanwijzing van de Natura 2000-gebieden bleek uit betere gegevens over het natuurgebied dat ten tijde van de aanwijzing méér habitats in de gebieden voorkwamen dan wat in het eerdere Aanwijzingsbesluit staat. Deze habitats moeten ook instandhoudingsdoelstellingen krijgen. Het Veegbesluit is genomen om dit te repareren.
In Overijssel gaat het om 14 Natura 2000-gebieden waar het Veegbesluit in totaal voor 54 habitats (veelal habitattypen, soms soorten) instandhoudingsdoelstellingen toevoegt aan de Aanwijzingsbesluiten. In één geval schrapt het Veegbesluit een habitattype.
In dit document worden de wijzigingen, vanwege het Veegbesluit, aan het Aanwijzingsbesluit van Natura 2000-gebied Witte Veen toegelicht.
Het ontwerp van dit document lag van 5 juni 2025 tot en met 16 juli 2025 ter inzage. Gedeputeerde Staten stelden dit document ongewijzigd definitief vast in oktober 2025.
In Hoofdstuk 2 Instandhoudingsdoelstellingen introduceren wij de nieuwe instandhoudingsdoelstellingen welke zijn toegevoegd aan het Aanwijzingsbesluit van het Natura 2000-gebied als gevolg van het Veegbesluit. De nieuwe instandhoudingsdoelstellingen worden overzichtelijk gepresenteerd in een tabel.
Vervolgens geven wij in Hoofdstuk 3 Analyse en maatregelen per habitat een analyse per habitat met informatie over de ecologische vereisten, oppervlakte, kwaliteit en trend, aangezien deze habitattypen nog niet in het Beheerplan zijn opgenomen. Ook bespreken wij de maatregelen welke nodig zijn om de nieuwe instandhoudingsdoelstellingen te bereiken. Dit geldt als een aanvulling op het bestaande Natura 2000-beheerplan.
Tot slot, hebben wij het huidige Beheerplan van het Natura 2000-gebied toegevoegd als Bijlage II Geldend Natura 2000-beheerplan.
In dit hoofdstuk presenteren wij een lijst met de nieuwe instandhoudingsdoelstellingen welke zijn toegevoegd aan het Aanwijzingsbesluit van het Natura 2000-gebied als gevolg van het Veegbesluit.
De doelen zijn geformuleerd in termen van “behoud” of “uitbreiding” van de omvang (oppervlakte habitattype of leefgebied soort of populatiegrootte soort) en “behoud” of “verbetering” van de kwaliteit (van het habitattype of het leefgebied van de soort).
De website www.natura2000.nl vermeldt per Natura 2000-gebied de instandhoudingsdoelstellingen. Het Veegbesluit voegde voor het gebied Witte Veen de volgende instandhoudingsdoelstellingen toe aan het Aanwijzingsbesluit:
Habitattype | Oppervlakte | Kwaliteit |
H5130 Jeneverbesstruwelen | = | > |
H6410 Blauwgraslanden | = | = |
H7120 Herstellende hoogvenen | = | > |
H7150 Pioniervvegetaties met snavelbiezen | = | = |
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen) | = | = |
= behoud oppervlakte / kwaliteit; > uitbreiding oppervlakte / verbetering kwaliteit.
In dit hoofdstuk presenteren wij voor ieder habitattype met nieuwe instandhoudingsdoelstellingen (zie ook Paragraaf 2.2 Instandhoudingsdoelstellingen Veegbesluit) een korte analyse met meer informatie over de oppervlakte, kwaliteit en trend. Vervolgens beschrijven wij ook de maatregelen welke nodig zijn om de nieuwe instandhoudingsdoelstellingen te bereiken.
In de volgende paragrafen verwijzen wij in voorkomende gevallen naar ‘M-nummers’, 'K-nummers ' en ‘V-nummers’. Dit zijn verwijzingen naar maatregelen (‘M-nummers’) en knelpunten ('K-nummers') in het geldende Natura 2000-beheerplan (zie Bijlage II Natura 2000-beheerplan Witte Veen). Bij ‘V-nummers’ gaat het om maatregelen die we treffen voor de nieuwe instandhoudingsdoelstellingen uit het Veegbesluit.
Voor zover we in de volgende paragrafen een oordeel geven over de kwaliteit en/of trend van habitattypen en/of soorten dan is dit oordeel gebaseerd op expert judgement van de provincie of van de terreinbeheerder, tenzij anders vermeld.
In de volgende paragrafen staan ook oppervlaktes van habitattypen. Deze oppervlaktes zijn afkomstig uit de habitattypenkaart van dit gebied. De habitattypenkaarten van de Overijsselse Natura 2000-gebieden kunt u hier vinden: Atlas van Overijssel, Habitattypenkaart.
Voor informatie over de ecologische vereisten per habitattype verwijzen wij u naar de Herstelstrategieën op de website www.natura2000.nl.
Maatregelen met mogelijke gevolgen voor de omgeving
In Natura 2000-gebied Witte veen voegt het Veegbesluit het habitat H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen) toe waarvoor we niet kunnen uitsluiten dat ook de omgeving van het gebied gevolgen kan ondervinden van de maatregelen. Het betreft een grondwaterafhankelijke habitat waarvoor sterke aanwijzingen bestaan dat het nadelig wordt beïnvloed door de drainerende werking van nabijgelegen Buurserbeek.
Om te bepalen welke maatregelen nodig zijn, moeten we eerst nader onderzoek doen naar de knelpunten en de omvang hiervan (zie paragraaf 3.6). Bij dit onderzoek betrekken we deskundigen, maar ook eigenaren die mogelijk getroffen worden door een maatregel. Daarnaast dient ook de waterhuishouding in aanliggend Duits grondgebied te worden betrokken. Na afronding van de onderzoeken verwerken we de resultaten daarvan bij de herziening van de betreffende Natura 2000-beheerplannen (de komende jaren herzien we voor alle gebieden de Natura 2000-beheerplannen).
Analyse
Actueel areaal en kwaliteit habitattype
Jeneverbesstruwelen (H5130) komen over een klein oppervlak van 0,31 ha voor in het zuiden van Witteveen. De huidige kwaliteit van het habitattype is matig.
Trends in areaal en kwaliteit habitattype
Trend in areaal is onbekend. De trend van kwaliteit is stabiel.
Knelpuntenanalyse
Verjonging van struweel treedt beperkt op. Hoge stikstofdepositie (verzuring).
Kennisleemte
Over de trend van o.a. sporenplanten is geen informatie beschikbaar. De ontwikkeling zal in de komende beheerplanperiodes moeten worden gevolgd. Er is recentelijk onderzoek naar de kwaliteit van habitattype uitgevoerd, gebruikmakend van SNL-kartering. Onderzoek naar kwaliteit en trend van het habitat is onderdeel van SNL-monitoring. Deze informatie kan worden gebruikt om, indien nodig, in de tweede en derde beheerplanperiode het beheer bij te sturen (“hand aan de kraan” principe).
Maatregelen
Voorkomen verslechtering korte termijn
Verdroging is geen knelpunt voor dit grondwateronafhankelijke habitattype, maar vooral de hoge stikstofdepositie is een probleem. Voor het realiseren van de behoudsdoelstelling zijn daarom aanvullende maatregelen nodig die de effecten van stikstofdepositie verlichten.
Geschikte maatregelen zijn:
Kleinschalig plaggen, verwijderen van opslag en maaien (V01, V02): Deze maatregelen worden momenteel al toegepast en moeten worden voortgezet. Aanvullend geldt voor de Jeneverbesstruwelen dat bij maaien de Jeneverbessen gespaard moet worden. Ook moet terughoudend omgegaan worden met bekalken omdat dit de kans op afsterven van kiemplanten kan verhogen.
Begrazen (V03): In het gehele natuurgebied Witte Veen, met uitzondering van de kwetsbare delen, vindt er begrazing plaats doormiddel van Schotse Hooglanders. Het aantal grazers dient zorg te dragen voor de instandhouding van het halfopen karakter van het heidelandschap.
Realiseren instandhoudingsdoelstellingen lange termijn
Behoud van oppervlak en verbetering van kwaliteit zijn de doelen voor dit habitattype. Bovenstaande maatregelen voor behoud op korte termijn dragen ook bij aan het realiseren van dit lange termijn doel. Gezien de beperkte afname van de overschrijding van de KDW, moeten de stikstof verlichtende maatregelen ook op lange termijn worden voortgezet.
Analyse
Actueel areaal en kwaliteit habitattype
0,04 ha zoekgebied van habitattype Blauwgraslanden (H6410) ligt volgens de kaart nabij de vennen van het Bramerveld. De kwaliteit is matig.
Trends in areaal en kwaliteit habitattype
Trend in areaal en kwaliteit is positief. Uit onderzoek (Bell en Hullenaar, 2018) blijkt er potentie te zijn voor ontwikkeling van blauwgrasland (heischrale vorm).
Knelpuntenanalyse
Voor alle aanwezige grondwaterafhankelijke habitattypen is verdroging een belangrijk knelpunt. De oorzaken van deze verdroging zijn:
K4: Ontwatering door drainerende werking waterlopen binnen Natura 2000-gebied
K11‑12‑13: Ook de hoge stikstofdepositie is voor alle aanwezige habitattypen een groot knelpunt.
Maatregelen
Voorkomen verslechtering korte termijn
Om de kwaliteit te verbeteren en te behouden, zijn in 2022 en 2023 hydrologische herstelmaatregelen uitgevoerd. Deze maatregelen (M1a, 2, 3) moeten leiden tot herstel van de aanvoer van voedselarm, gebufferd grondwater om zo verzuring tegen te gaan. Ook zullen door hogere grondwaterstanden de vennen minder (langdurig) droogvallen. Aanvullend zijn stikstofverlichtende maatregelen uitgevoerd:
Kleinschalig plaggen: lokaal toegepast als inrichtingsmaatregel voor meerdere habitattypen.
Verwijderen van opslag van bos (V02). Hierdoor wordt de invang van atmosferische depositie en de inwaai van blad verminderd en de windwerking vergroot. De verwachte effectiviteit van deze maatregel is groot.
Realiseren instandhoudingsdoelstellingen lange termijn
Indien ook na het nemen van de aanvullende hydrologische maatregelen de toevoer van basenrijk grondof oppervlaktewater onvoldoende blijkt, zijn aanvullende maatregelen nodig. Bekalking van het inzijggebied (M21) is dan een optie. Aangezien de overschrijding van de KDW ook in 2030 nog erg hoog is, is voortzetting van maatregelen die de effecten van stikstof verlichten noodzakelijk.
Analyse
Actueel areaal en kwaliteit habitattype
Het habitattype Herstellende hoogvenen (H7120) komt over een groot oppervlak van 29,44 ha ter hoogte van de bestaande hoogveenkern, grenzend aan Duitsland. De kwaliteit is matig.
Trends in areaal en kwaliteit habitattype
Eerder zijn de dammen hersteld en hierdoor is de hydrologie verbeterd en is er een toename van (water)veenmos. Daarmee is kwaliteit verbeterd, maar areaal gelijk gebleven.
Knelpuntenanalyse
Voor alle aanwezige grondwaterafhankelijke habitattypen is verdroging een belangrijk knelpunt. De oorzaken van deze verdroging zijn:
K1: Ontwatering van landbouwgronden buiten Natura 2000-gebied (Nederland en Duitsland).
K3: Ontwatering door grondwateronttrekking voor landbouw
K4: Ontwatering door drainerende werking waterlopen binnen Natura 2000-gebied.
Ook de hoge stikstofdepositie is voor alle aanwezige habitattypen een groot knelpunt.
Maatregelen
Voor Herstellend hoogveen geldt als lange termijn doel: behoud van oppervlak en verbetering van de kwaliteit, uiteindelijk ten behoeve van de ontwikkeling van H7110B Actieve Hoogvenen.
Voorkomen verslechtering korte termijn
Een goede waterhuishouding is randvoorwaardelijk voor behoud en ontwikkeling van genoemde hoogveengebonden habitattypen. De eerder uitgevoerde hydrologische maatregelen hebben bijgedragen tot enige regeneratie actieve hoogvenen wat ook voor herstellend hoogveen gunstig is. In 2023 en 2024 zijn, op basis van een LESA en een uitwerking in een inrichtingsplan, in het Witte Veen hydrologische herstelmaatregelen en inrichtingsmaatregelen uitgevoerd. Deze maatregelen dragen bij aan het dempen van de fluctuatie en voorkomen daarmee lage waterstanden. Daarnaast is de maatregel Verwijderen van bosopslag (V02) uitgevoerd. Deze maatregel draagt bij aan verder herstel van de waterhuishouding (vermindering verdamping) en gaat de verruiging als gevolg van stikstofdepositie tegen.
Naast de uitgevoerde hydrologische herstelmaatregelen zijn nog aanvullende hydrologische herstelmaatregelen nodig in het aangrenzende gebied in Duitsland. Hierover is inmiddels overleg gestart met onze Duitse partners.
Realiseren instandhoudingsdoelstellingen lange termijn
Voor het realiseren van de doelen voor H7120 op lange termijn zijn dezelfde maatregelen nodig als hierboven beschreven voor de korte termijn.
Analyse
Actueel areaal en kwaliteit habitattype
1,16 ha van habitattype Pioniersvegetaties met snavelbiezen (H7150) komt volgens de kaart verspreid voor op locaties in het Witte Veen. De kwaliteit is goed.
Trends in areaal en kwaliteit habitattype
Trend in areaal en kwaliteit is stabiel.
Knelpuntenanalyse
Voor alle aanwezige grondwaterafhankelijke habitattypen is verdroging een belangrijk knelpunt. De oorzaken van deze verdroging zijn:
K1: Ontwatering van landbouwgronden buiten Natura 2000-gebied (Nederland en Duitsland).
K3: Ontwatering door grondwateronttrekking voor landbouw
K4: Ontwatering door drainerende werking waterlopen binnen Natura 2000-gebied. Ook de hoge stikstofdepositie is voor alle aanwezige habitattypen een groot knelpunt.
Maatregelen
Voorkomen verslechtering korte termijn
Naast verdroging is ook stikstofdepositie een belangrijk knelpunt voor de kwaliteit van Pioniervegetaties met snavelbiezen. Uit onderzoek van Tauw en Hullenaar bleek dat de Buurserbeek geen effect heeft op het nabijgelegen habitattype H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen. Drainage in Duitsland zou wel een effect kunnen hebben. Voor het realiseren van de behoudsdoelstelling op de korte termijn zijn recent hydrologische herstelmaatregelen uitgevoerd en zijn ook maatregelen die de effecten van hoge stikstofdepositie verlichten:
Kleinschalig plaggen (V01): Kleinschalig plaggen wordt momenteel al als beheermaatregel uitgevoerd. Om negatieve effecten op de aanwezige fauna te voorkomen dient te worden voldaan aan de randvoorwaarden voor plaggen zoals vermeld in de Herstelstrategie. Zo moet o.a. gefaseerd worden geplagd en restpopulaties van doelsoorten worden gespaard. Verhogen van de plagfrequentie wordt vanwege de negatieve effecten van het plaggen niet aangeraden. Ook is het belangrijk om bij het plaggen de gradiënt te volgen en niet loodrecht op de gradiënt te plaggen. Op deze wijze wordt voorkomen dat zich in de zomer regenwater verzamelt en stagneert op de geplagde terreindelen en voor pendelende dieren een barrière vormt (Smits et al., 2012).
Begrazen (V03): In het gehele natuurgebied Witte Veen, met uitzondering van de kwetsbare delen, vindt er begrazing plaats door Schotse Hooglanders. Het aantal grazers dient zorg te dragen voor de instandhouding van het halfopen karakter van het heidelandschap. -
Verwijderen van opslag en bos (V02). ): Als onderdeel van de hydrologische herstel- en inrichtingsmaatregelen is opslag en bos verwijderd. Hierdoor wordt de invang van atmosferische depositie en de inwaai van blad verminderd en de windwerking vergroot.
Realiseren instandhoudingsdoelstellingen lange termijn
Gelijk aan die van de korte termijn. Indien ook na het nemen van de aanvullende hydrologische maatregelen het regenwater onvoldoende wordt vastgehouden, zijn aanvullende maatregelen nodig. Aangezien de overschrijding van de KDW ook in 2030 nog erg hoog is, is voortzetting van maatregelen die de effecten van stikstof verlichten noodzakelijk.
Analyse
Actuele areaal en kwaliteit habitattype
Huidig areaal is 2,41 ha, kwaliteit is matig als gevolg van verdroging. Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen) (H91E0C) komen voor langs de Hegebeek en ten noorden van de Buurserbeek. Voor de Hegebeek is een inrichtingsplan gemaakt om deze fors te verondiepen. Dit plan kan nu nog niet worden uitgevoerd, omdat er eerst aanvullende hydrologische maatregelen (herstel retentie) in Duitsland noodzakelijk zijn om de wateraanvoer op de beek te verlagen.
Trends in areaal en kwaliteit habitattype
Verdroging leidt tot achteruitgang van de kwaliteit. Ook invasieve exoten vormen een bedreiging. Maatregelen voor dit laatste zijn betrokken bij het inrichtingsplan.
Knelpuntenanalyse
Voor alle aanwezige grondwaterafhankelijke habitattypen is verdroging een belangrijk knelpunt. De oorzaken van deze verdroging zijn:
K1: Ontwatering van landbouwgronden buiten Natura 2000-gebied (Nederland en Duitsland).
K2: Drainerende werking verdiepte Hegebeek.
K3: Ontwatering door grondwateronttrekking voor industrie en landbouw (o.a. Buurserbeek).
K4: Ontwatering door drainerende werking waterlopen binnen Natura 2000-gebied.
Maatregelen
Voorkomen verslechtering korte termijn
Verdroging door de lage drainagebasis van de Hegebeek en Buurserbeek zijn het belangrijkste knelpunt voor dit habitattype. Verondiepen van de Hegebeek (M02, zie Bijlage II Natura 2000-beheerplan Witte Veen) is de belangrijkste hydrologische maatregel om verslechtering op korte termijn te voorkomen. Uit recent onderzoek (Bell & van ’t Hullenaar, 2018) blijkt dat de Buurserbeek een drainerende invloed heeft op de beekbegeleidende bossen aan de noordkant van de beek. Er moet nog nader worden onderzocht welke maatregelen hier mogelijk zijn voor behoud van het habitattype (V05).
Er zijn verder geen beheermaatregelen nodig binnen dit habitattype.
Realiseren instandhoudingsmaatregelen lange termijn
Bovenstaande maatregelen voor behoud op korte termijn dragen ook bij aan het lange termijn doel van behoud.
/join/id/regdata/pv23/2025/RG55gio9d653a4c-ff44-4427-9732-0a6894d0a392/nld@2025‑11‑11;5
/join/id/regdata/pv23/2025/pdf_681f4217-28a1-4e00-bd02-dc2549b3f358/nld@2025‑11‑11;140
/join/id/regdata/pv23/2025/55giodffd27d1-2c75-4b0f-a28e-4269de5701f2/nld@2025‑11‑11;90
/join/id/regdata/pv23/2025/55gioe4027b9a-8cc9-44fa-ad06-4a7ce16a70cd/nld@2025‑11‑11;172
/join/id/regdata/pv23/2025/55gio1a866eb7-c5af-4ed0-ab73-ad0b26d03082/nld@2025‑11‑11;174
/join/id/regdata/pv23/2025/55gio04d2919c-655b-4609-8ac2-a27b6b4bf9b1/nld@2025‑11‑11;176
/join/id/regdata/pv23/2025/55gio7071a866-fbaa-4062-bd44-48b3ea4d5b1a/nld@2025‑11‑11;84
/join/id/regdata/pv23/2025/55gio0fec8c1e-190c-4a09-b26a-1aab2e724f9e/nld@2025‑11‑11;40
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2025-18736.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.