Provinciaal blad van Drenthe

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
DrentheProvinciaal blad 2021, 3110Verordeningen



Subsidieregeling stageplaats of leerwerkplek provincie Drenthe

 

Gedeputeerde Staten van Drenthe;

 

gelet op de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening Drenthe 2017;

 

overwegende dat met de Subsidieregeling stageplaats of leerwerkplek provincie Drenthe uitvoering wordt gegeven aan de motie Stageregeling Corona (M 2020-17, 7 oktober 2020);

 

 

BESLUITEN:

 

 

de Subsidieregeling stageplaats of leerwerkplek provincie Drenthe vast te stellen.

 

 

Dit besluit treedt in werking op de dag na publicatie in het Provinciaal Blad en vervalt van rechtswege op 1 april 2022.

 

 

Gedeputeerde Staten voornoemd,

 

mevrouw drs. J. Klijnsma, voorzitter

W.F. Brenkman MSc, secretaris

 

 

Assen, 20 april 2021

Kenmerk 5.8/2021000715

 

 

Uitgegeven: 22 april 2021

 

 

 

Subsidieregeling stageplaats of leerwerkplek provincie Drenthe

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

 

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Asv 2017: Algemene subsidieverordening Drenthe 2017;

  • b.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • c.

    BBL’er: een persoon die de Beroeps Begeleidende Leerweg volgt;

  • d.

    BOL’er: een persoon die de Beroeps Opleidende Leerweg volgt op een Regionaal opleidingencentrum (ROC) of een Agrarisch opleidingscentrum (AOC);

  • e.

    erkend leerbedrijf: bedrijf dat de titel ‘Erkend Leerbedrijf’ heeft ontvangen van de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven (SBB);

  • f.

    GOA: Gemeenschappelijke Opleidingsactiviteit;

  • g.

    mbo: middelbaar beroepsonderwijs;

  • h.

    onderwijsinstelling: een organisatie die door het Rijk bekostigd middelbaar beroepsonderwijs verzorgt;

  • i.

    stageovereenkomst: de overeenkomst die tussen de werkgever, de BOL’er en de onderwijsinstelling waar de BOL’er staat ingeschreven, wordt gesloten en waarin een aantal afspraken met betrekking tot de stage wordt vastgelegd;

  • j.

    UWV: Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen;

  • k.

    werkgeversovereenkomst: de overeenkomst die tussen de werkgever, de BBL’er en de onderwijsinstelling waar de BBL’er staat ingeschreven, wordt gesloten en waarin een aantal afspraken met betrekking tot het arbeidscontract wordt vastgelegd.

 

Artikel 2 Doel

 

De subsidieregeling heeft tot doel meer stageplaatsen en leerwerkplekken te creëren voor studenten van het mbo, die een BOL- of BBL-opleiding volgen en die mede door de coronacrisis geen stageplaats of leerwerkplek kunnen vinden en daardoor hun opleiding niet kunnen afmaken.

 

Artikel 3 Subsidiabele activiteiten

 

Subsidie kan worden verstrekt voor het beschikbaar stellen van een stageplaats of leerwerkplek aan een student en de begeleiding tijdens deze stage of leerwerkplek.

 

Artikel 4 Doelgroep

 

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een werkgever die een stageplaats en/of een leerwerkplek beschikbaar stelt aan studenten die voldoen aan de in artikel 7 gestelde eisen.

 

Artikel 5 Aanvraag

 

Een aanvraag voor subsidie wordt schriftelijk en ondertekend ingediend met behulp van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier en gaat vergezeld van de daarop aangegeven bescheiden.

 

Artikel 6 Weigeringsgronden

 

In aanvulling op de Asv en Awb wordt een subsidie in ieder geval geweigerd indien:

  • a.

    de activiteit waarvoor een subsidie is aangevraagd niet in overeenstemming is met het doel van deze regeling;

  • b.

    de aanvrager niet binnen de doelgroep van de regeling valt;

  • c.

    de activiteit waarvoor een subsidie wordt aangevraagd niet in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 3 van deze regeling;

  • d.

    niet voldaan wordt aan één of meer van de toetsingscriteria zoals vermeld in artikel 7.

 

Artikel 7 Toetsingscriteria

  •  

  • 1.

    Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      de BBL’er en BOL’er moeten woonachtig zijn in Drenthe;

    • b.

      bij een leerwerkplek volgt uit de werkgeversovereenkomst dat de BBL’er voor minimaal 24 uur per week in dienst treedt bij de werkgever gedurende de praktijkperiode die is bepaald door de onderwijsinstelling;

    • c.

      de BOL’er volgt onderwijs en de stage dient te worden gelopen bij een erkend leerbedrijf voor de duur van de stageperiode die is bepaald door de onderwijsinstelling en waarvoor een stageovereenkomst wordt opgesteld;

    • d.

      de start van de leerwerkplek of stageplaats mag niet zijn aangevangen voor de datum van indiening van een subsidieaanvraag op grond van deze regeling.

  • 2.

    Aanvullend op de vereisten genoemd in het eerste lid is bij de BBL’er sprake van één van de volgende situaties:

    • a.

      de BBL’er is werkzoekende om vervolgens daarna een opleiding te kunnen volgen;

    • b.

      de BBL’er is bij een GOA in dienst, maar wordt met ontslag bedreigd omdat er geen BBL-leerbaan meer beschikbaar is;

    • c.

      de BBL’er is in dienst bij een bedrijf en wordt aantoonbaar met ontslag bedreigd, hetgeen de BBL’er niet valt te verwijten;

    • d.

      de BBL’er staat als niet werkende werkzoekende ingeschreven bij het UWV en zoekt een leerbaan;

    • e.

      de BBL’er heeft studievertraging opgelopen of dreigt deze op te lopen door externe factoren.

  • 3.

    Aanvullend op de vereisten genoemd in het eerste lid heeft de BOL’er studievertraging opgelopen of dreigt deze op te lopen door externe factoren.

 

Artikel 8 Subsidiehoogte

 

De hoogte van de subsidie bedraagt:

  • a.

    voor het aanbieden van een leerwerkplek aan een BBL’er € 2.500,--;

  • b.

    voor het aanbieden van een stageplaats aan een BOL’er € 1.250,--.

 

Artikel 9 Verdeelsystematiek

  •  

  • 1.

    Subsidie wordt verdeeld op volgorde van datum van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2.

    Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting.

 

Artikel 10 Subsidieplafond

 

De hoogte van het subsidieplafond wordt voor de duur van de regeling vastgesteld op € 200.000,--.

 

Artikel 11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

 

Aan de subsidieontvanger wordt de verplichting opgelegd om ervoor zorg te dragen dat de uitvoering van de stage of leerwerkplek plaatsvindt in 2021 of 2022.

 

Artikel 12 Inwerkingtreding en horizonbepaling

 

Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in het Provinciaal Blad en vervalt op 1 april 2022.

 

Artikel 13 Overgangsrecht

 

De subsidieregeling blijft van toepassing op subsidies verstrekt op grond van deze regeling en op volledige aanvragen die zijn ingediend voor de vervaldatum van deze regeling.