Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,
overwegende, dat hun college op grond van het bepaalde in artikel 2 van de Scheepvaartverkeerswet bevoegd is tot het nemen van de in die wet bedoelde verkeersbesluiten ter regeling van het scheepvaartverkeer op de provinciale vaarwegen;
dat het nemen van verkeersmaatregelen op grond van artikel 3 van de Scheepvaartverkeerswet slechts kan geschieden in het belang van:
- 1.
het verzekeren van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer;
- 2.
het instandhouden van scheepvaartwegen en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
- 3.
het voorkomen of beperken van schade door het scheepvaartverkeer aan de
- 4.
waterhuishouding, oevers en waterkeringen, of werken gelegen in of over scheepvaartwegen;
- 5.
het voorkomen of beperken van externe veiligheidsrisico’s in verband met schepen;
- 6.
het voorkomen of beperken van verontreiniging door schepen;
dat in afwijking van artikel 10 van het Besluit administratieve bepalingen Scheepvaartverkeer de tijdelijke aanbrenging krachtens een verkeersbesluit geschiedt indien de omstandigheden die tot de tijdelijke aanbrenging leiden van langere duur zijn dan dertien weken;
dat hun college in verband met de instandhouding van de Gouwe aan de Vries Werkendam B.V. opdracht heeft gegeven om de oeverconstructie aan de westzijde van de Gouwe tussen kmp. 19,700 en kmp. 20,200 (het Nauw van Boskoop) te verwijderen en ter plaatse een nieuwe oeverconstructie aan te brengen;
dat de uitvoering van deze werkzaamheden gepland staat voor de periode van 19 oktober 2020 tot en met 19 april 2021;
dat de Gouwe een belangrijke vaarweg is voor de recreatievaart (Staande Mastroute) en voor de beroepsvaart in verband met containervervoer, vrachtvervoer en bijzondere transporten;
dat er als gevolg van de werkzaamheden belemmeringen ontstaan voor het scheepvaartverkeer;
dat de onderstaande verkeersmaatregelen noodzakelijk zijn vanwege de veilige doorstroming van het scheepvaartverkeer en de veiligheid op de Gouwe tijdens de uitvoering van de werkzaamheden;
dat het in verband met deze verkeersmaatregelen noodzakelijk is om ter hoogte van het werkvak de maximum vaarsnelheid te verlagen, een verbod op voorbijlopen in te stellen en, in verband met het drijvend werkmateriaal van de aannemer in de vaarweg, afstand te houden van de oever waaraan de werkzaamheden plaatsvinden;
dat de aannemer, De Vries Werkendam B.V., in opdracht van hun college zal zorgdragen voor het plaatsen van de in dit besluit genoemde verkeersmaatregelen overeenkomstig het bordenplan ‘figuur 2 werkvak enkelzijdig’;
gelet op het bepaalde in de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement en het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer;
BESLUITEN: