Provinciaal blad van Fryslân

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
FryslânProvinciaal blad 2019, 1995Verordeningen



Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân houdende regels omtrent trainingen, workshops ondernemerscoaching en demonstraties POP3 Openstellingsbesluit Trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties 2019

GEDEPUTEERDE STATEN VAN FRYSLÂN

Gelet op de Subsidieregeling Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) Fryslân (Regeling POP3 subsidies, provincie Fryslân), hierna te noemen de Regeling;

 

Gelet op artikel 1.3 van de Regeling;

 

BESLUITEN

Het volgende openstellingsbesluit vast te stellen.

Artikel 1 Openstellingsperiode

De maatregel ‘Trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties, 2019’ als nadere invulling op de algemene bepalingen zoals vastgesteld in de Subsidieregeling Plattelandsontwikkeling (POP3) Fryslân 2014-2020, voor de periode van 25 maart 2019 9.00 uur tot en met 10 mei 2019 17.00 uur, open te stellen voor het indienen van aanvragen.

Artikel 2 Subsidieplafond

Het subsidieplafond is vastgesteld op: € 1.291.530,00 waarvan,

  • a.

    € 841.530,00 voor gebieden met verzilting (samengesteld uit € 420.765,00 Europese middelen (ELFPO) en € 420.765,00 provincie Fryslân; en

  • b.

    € 450.000,00 voor het Friese veenweidegebied (samengesteld uit € 225.000,00 Europese middelen (ELFPO) en € 225.000,- provincie Fryslân).

Artikel 3 Begripsbepalingen

In aanvulling op de definities, bepaald in artikel 1.1 van de regeling, wordt in dit besluit verstaan onder:

  • a.

    landbouwproduct: alle producten die zijn genoemd in bijlage 1 van het EG Verdrag;

  • b.

    precisielandbouw: vorm van landbouw die in kan spelen op verschillen binnen percelen en die probeert iedere te onderscheiden eenheid grond op het juiste tijdstip de optimale behandeling te geven;

  • c.

    regeling: Regeling Europees Plattelandsontwikkelingsprogramma 3 subsidies provincie Fryslân.

  • d.

    verzilting: een toename van zoute kwel in de bodem als gevolg van bodemdaling, een veranderend neerslagpatroon of zeespiegelstijging.

  • e.

    Friese veenweidegebied: gebieden in Fryslân met puur veen, veen met een kleidek of klei met veen in de ondergrond.

Artikel 4 Doelgroep/aanvrager

Subsidie wordt verstrekt aan degene die de opleiding of andere vorm van kennisoverdracht of voorlichting levert.

Artikel 5 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor demonstraties en/of het verzorgen van trainingen, workshops en coaching aan een groep van landbouwondernemers die inzicht bieden in:

  • a.

    verzilting van de bodem van boeren en handelingsperspectieven bieden voor mitigatie van verzilting;

  • b.

    het verloop van grondwaterstanden, de relatie met het slootpeilbeheer en andere factoren en maatregelen, en de wijze waarop het grondwaterstandsverloop gestuurd kan worden, ten einde de veenoxidatie, maaivelddaling en CO2-emissie uit veengronden te verminderen in combinatie met behoud van perspectief voor de landbouw.

Artikel 6 Weigeringsgrond

Onverminderd artikel 1.8 van de regeling wordt subsidie geweigerd indien niet wordt voldaan aan de subsidievereisten, bedoeld in artikel 7.

Artikel 7 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 5 in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het project wordt geheel of grotendeels uitgevoerd in de provincie Fryslân;

  • b.

    het project heeft als doel het informeren over innovaties en modernisering, en de toepassing ervan te bevorderen rond het thema klimaatadaptatie en veenoxidatie/bodemdaling/CO2-emissie;

  • c.

    het project scoort bij de puntentoekenning op de selectiecriteria, bedoeld in artikel 9, 33 punten of meer van de maximale 55 punten.

Artikel 8 Aanvraag

  • 1.

    Onverminderd artikel 1.7 van de regeling bevat de subsidieaanvraag een omschrijving van de organisatie waaruit blijkt dat de organisatie beschikt over voldoende gekwalificeerd en getraind personeel om de activiteit uit te voeren.

  • 2.

    Indien het voornemen is om voor deelname aan een kennisoverdrachtsactiviteit bij de deelnemers een bijdrage in rekening te brengen dan dient dit inzichtelijk gemaakt te worden bij de subsidieaanvraag.

  • 3.

    In afwijking van artikel 1.7 van de regeling en onverminderd artikel 7, liggen aan het project ten grondslag:

    • a.

      een projectplan overeenkomstig format SNN;

    • b.

      een begroting van de kosten en inkomsten van het project;

    • c.

      een toelichting op de begroting;

    • d.

      een sluitend financieringsplan van de kosten van de activiteit, met inbegrip van een opgave van subsidies of vergoedingen die voor dezelfde activiteiten bij andere bestuursorganen, private organisaties of personen zijn aangevraagd, onder vermelding van de stand van zaken daarvan.

  • 4.

    Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend bij Gedeputeerde Staten, via het SNN. De aanvraag kan ingediend worden via het webportal op www.snn.nl/pop3

Artikel 9 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Subsidie wordt verstrekt voor de volgende kosten, voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van het project:

    • a.

      kosten voor de inzet van procesbegeleiders en adviseurs;

    • b.

      materiaalkosten;

    • c.

      kosten voor ruimten en bijbehorende faciliteiten;

    • d.

      kosten voor drukwerk, mailing en inrichting van een website;

    • e.

      kosten van koop van fysieke investeringen die noodzakelijk zijn bij demonstratieactiviteiten;

    • f.

      kosten voor projectmanagement en projectadministratie.

  • 2.

    In afwijking van artikel 1.12 van de regeling kunnen de subsidiabele kosten genoemd in lid 1 slechts bestaan uit de volgende kostentypen:

    • a.

      personeelskosten;

    • b.

      kosten derden;

    • c.

      bijdrage in natura, zijnde eigen uren;

    • d.

      afschrijvingskosten.

Artikel 10 Niet subsidiabele kosten

Onverminderd artikel 1.13 van de regeling zijn de navolgende kosten niet subsidiabel:

  • a.

    kosten voor de ontwikkeling van nieuwe kennis;

  • b.

    kosten voor cursussen of stages die deel uitmaken van normale programma's of leergangen van het reguliere onderwijs;

  • c.

    inbreng van eigen uren door landbouwers om aan de kennisoverdrachtsactiviteit deel te nemen.

Artikel 11 Hoogte subsidie

  • 1.

    De subsidie bedraagt 80% van de subsidiabele kosten.

  • 2.

    De subsidie bedraagt maximaal € 841.530,00 voor gebieden met verzilting.

  • 3.

    De subsidie bedraagt maximaal € 450.000,00 voor het Friese veenweidegebied.

  • 4.

    Subsidie wordt niet verstrekt indien het subsidiebedrag na beoordeling lager is dan € 500.000,00 voor gebieden met verzilting en lager dan € 250.000,- voor het Friese veenweidegebied.

Artikel 12 Selectiecriteria, weging en selectie

  • 1.

    Gedeputeerde Staten maken voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie een afweging tussen de verschillende volledige aan-vragen op basis van de selectiecriteria en wegingsfactoren, opgenomen in bijlage 1.

  • 2.

    In aanvulling op artikel 1.15 van de regeling worden de projecten gerangschikt op volgorde van het aantal behaalde punten, van hoog naar laag.

  • 3.

    In het geval het subsidieplafond zal worden overschreden door een aanvraag waarbij het gevraagde subsidiebedrag hoger is dan het resterende bedrag van het subsidieplafond of indien het subsidiebedrag wordt overschreden door meerdere aanvragen en de onderlinge rangschikking tussen de aanvragen gelijk is, kan Gedeputeerde Staten besluiten dat het subsidieplafond wordt verhoogd met het bedrag dat nodig is om de projecten, die zorgen voor de overschrijding van het subsidieplafond, te subsidiëren.

  • 4.

    De Adviescommissie POP3 stelt een prioriteitenlijst op middels een rangschikking door het toekennen van punten op grond van de selectiecriteria, opgenomen in bijlage 1.

Artikel 13 Bevoorschotting op basis van realisatie (tussentijdse betaling)

In aanvulling op artikel 1.23 van de regeling kan één keer per kalenderjaar een aanvraag om een voorschot (deelbetaling) worden ingediend.

Artikel 14 Realisatie van het project

In afwijking van artikel 1.27 van de regeling dient het verzoek tot vaststelling van de subsidie uiterlijk op 31 december 2021 te zijn ingediend.

Artikel 15 Slotbepalingen

  • 1.

    Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van 25 maart 2019.

  • 2.

    Bijlagen 1 behoort bij en maakt onderdeel uit van dit besluit.

Artikel 16 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: POP3 Openstellingsbesluit Trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties 2019.

 

Fryslân, 19 maart 2019

Gedeputeerde Staten voornoemd:

Drs. A.A.M. Brok, voorzitter.

R.E. Bouius-Riemersma MBA MCM, secretaris

Bijlage 1 Scoretabel

 

In onderstaande tabel staan de vier criteria voor beoordeling uitgewerkt. Voor elk criterium geldt dat er maximaal 5 punten worden toegekend:

 

0 punten: zeer geringe bijdrage

1 punt: geringe bijdrage

2 punten: matige bijdrage

3 punten: voldoende bijdrage

4 punten: goede bijdrage

5 punten: zeer goede bijdrage

 

Effectiviteit

Met effectiviteit van de activiteit wordt bedoeld de mate waarin wordt bijgedragen aan de beleidsdoelen die met de openstelling resp. de samenwerking worden nagestreefd (‘wat voegt dit project toe’) waarbij dit wordt bekeken in verhouding tot het gevraagde subsidiebedrag

 

In samenhang worden de volgende aspecten bezien:

De bijdrage die het project levert aan de gekozen beleidsdoelen zoals geformuleerd in artikel 3.

  • -

    bereik van de activiteit. hierbij wordt gekeken naar:

  • -

    aantal bijeenkomsten;

  • -

    aantal vervolgbijeenkomsten per individuele deelnemer;

  • -

    aantal deelnemers;

  • -

    breedte van de doelgroep van de specifieke actie of acties;

  • -

    aantal contacturen per deelnemer.

  • -

    wijze waarop en mate waarin (blijvende) toepassing van de aangeboden kennis wordt geborgd.

Maximale punten: 5

Wegingsfactor: 4

Totaal maximaal 20 punten

   

Kans op succes/haalbaarheid

Kans op succes wordt gedefinieerd als de kans dat het project succesvol uitgevoerd wordt en een blijvend effect creëert.

 

Bij dit criterium wordt in samenhang gekeken naar de volgende aspecten:

De kwaliteit van de aanbieder van de kennis. Hierbij wordt gelet op:

  • -

    de aanbieder moet aantoonbaar gekwalificeerd zijn voor het werk;

  • -

    de mate waarin de aanbieder, gelet op kennis, ervaring en net werk van de docenten, kennis en ervaring inbrengt om de specifieke kennisoverdrachtsactie bedoeld in de openstelling te kunnen verzorgen.

De kwaliteit van het projectplan. Hierbij wordt gelet op:

  • -

    hoe realistisch het plan is;

  • -

    het betrekken van relevante partijen bij de ontwikkeling van de kennisoverdrachtsactie;

  • -

    hoe realistische de planning, opzet en begroting zijn;

  • -

    identificatie en reductie van risico's.

Mate waarin uit het projectplan blijkt dat deelnemers uitgedaagd worden om de geleerde kennis daadwerkelijk in de praktijk toe te gaan en blijven passen.

Maximale punten: 5

Wegingsfactor: 4

Totaal maximaal 20 punten

   

Efficiëntie

Efficiëntie betreft een goede onderbouwing van de voorziene kosten en uren en het benutten van bestaande kennis en kunde.

 

De efficiëntie wordt bepaald door in samenhang te kijken naar de volgende aspecten:

redelijkheid van kosten: staat de begroting (uren en tarieven) in een reële verhouding tot de geplande resultaten? Hoe is dit aannemelijk gemaakt?

efficiënt gebruik van bestaande bronnen: kennis, kunde en middelen. In hoeverre worden bestaande kennis, kunde en bestaande middelen goed benut?

Maximale punten: 5

Wegingsfactor: 3

Totaal maximaal 15 punten

 

In totaal maximaal 55 punten te behalen. Ondergrens (minimale score) is 33 punten (60%)

Toelichting bij het openstellingsbesluit Trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties 2019

 

Deze openstelling is gericht op trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties op het gebied van inzicht bieden in:

  • verzilting van de bodem van boeren en handelingsperspectieven bieden voor mitigatie van verzilting;

  • het verloop van grondwaterstanden, de relatie met het weersomstandigheden en het slootpeilbeheer, en de wijze waarop op het grondwaterstandsverloop gestuurd kan worden, ten einde de veenoxidatie, maaivelddaling en CO2-emissie uit veengronden te verminderen in combinatie met behoud van perspectief voor de landbouw.

Artikel 5 Subsidiabele activiteit

In dit artikel wordt beschreven welke activiteiten subsidiabel zijn. De provincie hecht belang aan het faciliteren van kennisuitwisseling over modernisering en innovaties en het bevorderen van de toepassing ervan. Daarom zijn de subsidiabele activiteiten: demonstraties, het verzorgen van trainingen workshops en coaching aan een groep van landbouwondernemers.

Deze activiteiten moeten gericht zijn/betrekking hebben op het vergroten van inzicht bij boeren die te maken hebben met verzilting van de bodem en daar handelingsperspectieven over aangeboden krijgen.

 

Artikel 8 Aanvraag

De organisatie die de activiteiten gaat uitvoeren moet aantonen dat zij over voldoende gekwalificeerd personeel beschikt om de activiteiten uit te voeren.

 

Indien u deelnemers aan de kennisoverdrachtsactiviteit om een bijdrage vraagt, dan kunt u dit opvoeren als financiering van uw project. De hoogte van deze bijdrage en de hoogte van de gevraagde subsidie mag echter nooit hoger zijn dan de totale kosten van uw project. Voorbeeld: het subsidiebedrag is 80% van de totale projectkosten. Dan mag de gevraagde bijdrage van de deelnemers nooit meer bedragen dan 20% van de totale projectkosten. Het is daarom van belang dat u aangeeft dat u voornemens bent om bij de deelnemers een bijdrage in rekening te brengen, en wat het totale bedrag van deze bijdrage zal zijn.

 

Voor het indienen van een aanvraag zijn tevens vereist: een projectplan (volgens het format van SNN), een begroting van de kosten en inkomsten van het project, een toelichting op de begroting en een sluitend financieringsplan van de kosten van de activiteit, met inbegrip van een opgave van subsidies of vergoedingen die voor dezelfde activiteiten bij andere bestuursorganen, private organisaties of personen zijn aangevraagd, onder vermelding van de stand van zaken daarvan.

 

Voor het doen van de aanvraag moet gebruik gemaakt worden van een door het SNN verstrekt aanvraagformulier. Deze is te vinden op www.snn.nl/pop3. Een aanvraag dient (bij voorkeur digitaal) via het SNN ingediend te worden bij de provincie

 

Artikel 9 Subsidiabele kosten

Projecten omvatten verschillende kostenposten, maar niet alle kosten binnen een project zijn subsidiabel. In dit artikel wordt beschreven welke kosten subsidiabel zijn.

Voor de subsidiabele kosten worden de daarvoor bedoelde artikelen in de regeling gevolgd. Met personeelskosten wordt bedoeld personeelskosten, zoals verwoord in artikel 1.9, van de regeling. In dit artikel staat vermeld hoe de personeelskosten berekend dienen te worden.

 

Wat betreft bijdragen in natura zijn alleen eigen uren subsidiabel. In het geval er machines of apparatuur wordt ingezet in het project dan kunnen deze kosten ook via de methodiek van afschrijving subsidiabel worden gesteld.

 

Artikel 11 Hoogte subsidie

Projecten moeten een bepaalde (financiële) omvang hebben om de administratieve kosten (per project) beheersbaar te houden. Vandaar dat een drempelbedrag is vastgesteld van € 500.000,00 voor gebieden met verzilting en € 250.000,- voor het Friese veenweidegebied. Het doel is om zoveel mogelijk subsidiegeld te laten landen daar waar het hoort te landen. Aan de andere kant is het ook van belang dat voldoende initiatiefnemers kunnen worden beloond, waardoor er ook een maximum omvang van de subsidie is vastgesteld van € 841.530,00 voor gebieden met verzilting en € 450.000,- voor het Friese veenweidegebied.

 

Artikel 12 Selectiecriteria, weging en selectie

De selectiecriteria zijn een belangrijk sturingsinstrument waarmee in het POP3-programma accenten kunnen worden aangebracht om in te spelen op de regionale en lokale context. De selectiecriteria zijn meetbaar en verifieerbaar en garanderen een gelijke en transparante behandeling van aanvragen. De criteria dragen bij aan een zo goed mogelijk gebruik en doelbereik van de beschikbare financiële middelen.

 

De aanvragen worden geselecteerd op basis van een aantal categorieën van criteria. Deze criteria zijn opgenomen in de scoretabel van bijlage 1. Op basis van de gescoorde punten worden projecten gerangschikt. Projecten die scoren beneden de drempel van 33 punten worden niet gehonoreerd (zie artikel 7).

 

Of alle projecten die 33 punten of meer scoren ook subsidie krijgen, is onder andere afhankelijk van het beschikbare budget. Wanneer het totaal van de aanvragen met 33 punten of meer een groter beslag legt op de beschikbare middelen (subsidieplafond) krijgen de aanvragen met de meeste punten voorrang (ranking).

 

De beoordeling van projecten aan de hand van de scoretabel wordt gedaan door een onafhankelijke Adviescommissie POP3, ingesteld door Gedeputeerde Staten.

 

Nadat de adviescommissie de projecten heeft beoordeeld op de bijdrage aan de selectiecriteria volgt een subsidie-technische toets, een financiële toets en een EU-conformiteitstoets.

 

Artikel 13 Bevoorschotting op basis van realisatie (tussentijdse betaling)

Het is mogelijk om eens per kalenderjaar een verzoek tot voorschot in te dienen over de kosten die tot dan toe zijn gemaakt. Dit is een voorschot op de uiteindelijke vaststelling van de subsidie.

 

Artikel 14 Realisatie van het project

De realisatie van het project kan en mag verspreid worden over meerdere jaren. Het verzoek tot vaststelling van de volledige subsidie dient uiterlijk 31 december 2021 binnen te zijn. In 2021 dient het project dus ook afgerond te worden.