Provinciaal blad van Groningen

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
GroningenProvinciaal blad 2018, 8391Overige besluiten van algemene strekking



Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen houdende regels omtrent biodiversiteit, natuur en landschap POP3 Openstellingsbesluit maatregel niet-productieve investeringen voor biodiversiteit, natuur en landschap najaar 2018, provincie Groningen

 

Gedeputeerde Staten van Groningen maken bekend dat zij op 30 oktober 2018, nr. A.14, afdeling LGW, dossiernummer K12447 het volgende besluit hebben genomen:

 

 

Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen:

 

 

Gelet op artikel 1.3 en hoofdstuk 2, paragraaf 5 van de Regeling Subsidies Plattelands-ontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3);

 

Overwegende dat

  • -

    het voor de versterking van de biodiversiteit in de leefgebieden in Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebieden in de provincie Groningen nodig is om inrichtingsmaatregelen te nemen;

  • -

    deze inrichtingsmaatregelen, waaronder het verhogen van waterpeilen en het realiseren van natte natuur, bijdragen aan het instandhouden en verbeteren van kwetsbare populaties;

  • -

    hierdoor de overlevingskans van kwetsbare populaties van karakteristieke (moeras)planten en veel diersoorten in de provincie Groningen toeneemt;

 

Besluiten vast te stellen hetgeen volgt:

 

 

POP3 Openstellingsbesluit maatregel niet-productieve investeringen voor biodiversiteit, natuur en landschap 2018, provincie Groningen

 

 

Artikel 1 Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    regeling: Regeling subsidies Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 van de provincie Groningen;

  • b.

    SNN: Samenwerkingsverband Noord-Nederland;

  • c.

    niet-productieve investering: niet-productieve investeringen zijn investeringen die geen aanmerkelijke stijging van de waarde of rentabiliteit van het landbouwbedrijf tot gevolg hebben.

  • d.

    vigerend beleid: met het vigerende beleid worden de volgende beleidsdocumenten bedoeld:

    • 1.

      Lijst Groninger soorten

    • 2.

      Omgevingsvisie

    • 3.

      Natuurvisie Provincie Groningen

    • 4.

      Mooi Grunn, Programma Landelijk Gebied 3.

    • 5.

      Actieplan Weidevogels Groningen

    • 6.

      Visie Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer na 2016

Artikel 2 Aanvraagperiode en indiening

  • 1.

    Subsidie kan worden aangevraagd van dinsdag 13 november 2018, 9.00 uur tot en met vrijdag 15 februari 2019, 17.00 uur.

  • 2.

    Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend bij Gedeputeerde Staten via het SNN middels een webportal dat bereikbaar is via www.snn.nl/pop3

Artikel 3 Doelgroep

Subsidie op grond van deze openstelling kan worden aangevraagd door:

  • a.

    grondeigenaren;

  • b.

    grondgebruikers;

  • c.

    natuur- en landschapsorganisaties;

  • d.

    provincies;

  • e.

    samenwerkingsverbanden van bovenstaande partijen.

Artikel 4 Subsidiabele activiteit

  • 1.

    Subsidie wordt verstrekt voor investeringen die vallen onder het vigerend beleid, gericht zijn op versterking van de biodiversiteit, waaronder het verhogen van de waterpeilen en het realiseren van natte natuur, en plaats vinden binnen de volgende natuurgebieden;

    • a.

      De weidevogelgebieden: a1 Hoeksmeer, a2 Reitdiep en a3 Gorecht;

    • b.

      Westerbroek: de natte verbinding tussen 't Roegwold en het Hunzedal;

    • c.

      De Drie Polders: Westerkwartier.

De locaties zijn genummerd weergegeven op de bijgevoegde kaarten (bijlage).

  • 2.

    Subsidie, als bedoeld in het eerste lid, wordt uitsluitend verstrekt voor niet productieve investeringen met een aangetoonde directe link met de landbouw.

Artikel 5 Weigeringsgronden

Onverminderd artikel 1.8 van de regeling wordt subsidie geheel of gedeeltelijk geweigerd indien de kosten voor begeleiding van de maatregelen, die aan te merken zijn als kosten genoemd in artikel 7, lid 1 onder e en f, meer dan 40% van de berekende totale subsidiabele kosten bedragen.

Artikel 6 Indieningsvereisten

Een aanvraag om subsidie gaat vergezeld van:

  • a.

    een projectplan conform format SNN;

  • b.

    een begroting van de kosten van het project;

  • c.

    een toelichting op de begroting;

  • d.

    een kaart met daarop de locatie(s) van de investeringen;

  • e.

    indien de aanvraag betrekking heeft op een investering en de investering leidt naar waarschijnlijkheid tot negatieve omgevingseffecten bevat de aanvraag om subsidie een verkenning naar de mogelijke negatieve omgevingseffecten van de investering.

Artikel 7 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Subsidie wordt verstrekt voor de volgende kosten, voor zover de kosten direct samenhangen met de investering:

    • a.

      de kosten van de bouw of verbetering van onroerende zaken;

    • b.

      de kosten van verwerving of leasing van onroerende zaken;

    • c.

      de kosten van aankoop van grond;

    • d.

      de kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;

    • e.

      algemene kosten als bedoeld in artikel 1.12a van de regeling;

    • f.

      de kosten van projectmanagement en projectadministratie.

  • 2.

    In afwijking van artikel 1.12 van de regeling kunnen de subsidiabele kosten genoemd lid 1 slechts bestaan uit de volgende kostentypen:

    • a.

      personeelskosten voor zover zij zijn berekend overeenkomstig artikel 1.9 van de regeling;

    • b.

      kosten derden: kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overgelegd.

Artikel 8 Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten.

Artikel 9 Subsidieplafond

  • 1.

    Het subsidieplafond bedraagt in totaal € 8.000.000,-. Dit bedrag is samengesteld uit € 4.000.000,- Europese middelen (ELFPO) en € 4.000.000,- financiële middelen van de provincie Groningen.

  • 2.

    Per gebied bedoeld in artikel 4, eerste lid, is het volgende deelplafond vastgesteld:

    a. Weidevogels € 500.000,-

    b. Westerbroek € 3.500.000,-

    • a.

      De Drie Polders € 4.000.000,-.

  • 3.

    Geen subsidie wordt verstrekt indien het subsidiebedrag na beoordeling lager is dan € 200.000,-.

Artikel 10 Selectiecriterium

De aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen worden beoordeeld op basis van het geografisch criterium. Projecten komen slechts in aanmerking voor subsidie indien gelegen in het aangewezen geografisch gebied.

Artikel 11 Bevoorschotting op basis van realisatie (tussentijdse betaling)

In aanvulling op artikel 1.23 van de regeling kan één keer per kalenderjaar een aanvraag om een voorschot (deelbetaling) worden ingediend.

Artikel 12 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: POP3 Openstellingsbesluit maatregel niet-productieve investeringen voor biodiversiteit, natuur en landschap najaar 2018, provincie Groningen.

 

 

 

Groningen, 30 oktober 2018.

Gedeputeerde Staten voornoemd:

F.J. Paas, voorzitter.

S. Faber, secretaris.

Toelichting bij het POP3 Openstellingsbesluit maatregel niet-productieve investeringen voor biodiversiteit, natuur en landschap najaar 2018, provincie Groningen

 

Algemeen

 

Water is voor veel natuurwaarden in Groningen van cruciaal belang. De provincie herbergt grote moerasgebieden met veel zeldzame dier- en plantensoorten. Daarnaast zijn weidevogels (die ook bij de kernkwaliteiten van Groningen horen) afhankelijk van een drassige ondergrond met hoge waterpeilen. Tegenwoordig is beschikbaarheid van voldoende water in veel natuur- en weidevogelgebieden niet meer vanzelfsprekend. Door ontwatering in landbouwgebieden en door waterwinning, dreigen veel natuurgebieden te verdrogen. Daardoor komt het voortbestaan van kritische dier- en plantensoorten in gevaar. Met technische ingrepen (zoals het verleggen van sloten, het plaatsen van dammetjes of stuwen) kan de verdroging van natuurgebieden worden tegengaan. Daarmee nemen de overlevingskansen van kwetsbare populaties van moerasplanten en veel diersoorten in de provincie Groningen toe.

 

In deze openstelling wordt daarom ingezet op investeringsmaatregelen in natuurgebieden, gericht op versterking van de biodiversiteit, waaronder het realiseren van natte natuur en het opzetten van waterpeilen.

 

Weidevogels

De bescherming van weidevogels blijft extra inzet vragen, want de populaties van de weidevogels gaan nog steeds achteruit in Nederland en in Groningen. Momenteel wordt breed erkend dat voor duurzaam behoud van weidevogels een kern van optimaal ingericht en beheerd reservaat nodig is, omringd door een gebied met agrarisch natuurbeheer. Voor weidevogels is één van de belangrijkste kenmerken van een goed gebied, dat het er nat is, dat wil zeggen: met een hoog waterpeil. Studies (bijv. Oosterveld 2018) geven aan dat veel weidevogelgebieden in Groningen nog steeds te droog zijn. Voor het opzetten van waterpeilen in natuurgebieden zijn inrichtingsmaatregelen nodig zoals het dempen en verleggen van sloten, de aanleg van natuurvriendelijke oevers en het aanbrengen van stuwtjes en dammen. De betrokken organisaties rond de weidevogelgebieden in Groningen hebben geïnventariseerd welke maatregelen nodig zijn om de kwaliteit van natuurgebieden te verhogen. Deze maatregelen zijn vastgelegd in het Actieplan Weidevogels Groningen.

Van dit Actieplan vallen de gebieden Hoeksmeer, Reidiep en Gorecht onder deze openstelling.

 

Westerbroek

De robuuste ecologische verbindingszone is onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland (NNN). De verbindingszone Westerbroek verbindt het natuurgebied 't Roegwold met het natuurgebied van het Hunzedal en is de ontbrekende schakel tussen deze beide gebieden. De verbindingszone is op hoger schaalniveau onderdeel van een grote natte natuurzone bestaande uit natte, moerasachtige natuurgebieden en de verbindingen daartussen die van west naar oost door Groningen en Drenthe loopt. Deze zone verbindt onder andere de natuurgebieden: de Driepolders, de Onlanden, het beekdal van de Drentsche Aa, het Hunzedal en 't Roegwold. Dieren die daar van nature in thuishoren zijn soorten als de otter, ringslang, de hei- en de poelkikker. Doel van de robuuste ecologische verbindingszone Westerbroek is om natuurgebieden met elkaar te verbinden en om uitwisseling te krijgen van (beschermde) diersoorten tussen de natuurgebieden en om het gebied daarnaast ecologisch te versterken.

 

Voor de robuuste ecologische verbindingszone Westerbroek is het van belang dat de gronden ingericht worden als natte natuur, zodat deze ecologisch een verbinding gaan vormen. De aanleg van een doorlopende slenk en de bijbehorende grondwerkzaamheden die hiervoor verricht dienen te worden zijn onderdeel van de inrichting. Bij de slenk vindt aanleg plaats van natuurvriendelijke oevers en daarnaast wordt een moerassige ruigte aangelegd. De ecologische verbindingszone wordt zodanig ingericht dat de waterhuishouding geen negatieve gevolgen mag hebben voor het aangrenzende landbouwgebied.

 

De robuuste ecologische verbindingszone Westerbroek kruist meerdere infrastructurele barrières. De te nemen ontsnipperingsmaatregelen ter hoogte van deze barrières worden binnenkort aangelegd.

 

De Drie Polders

Het behoud van het karakteristieke polderlandschap met weilanden, hooilanden, poldersloten, elzensingels en petgaten en het daarbij behorende planten- en dierenleven vraagt om een extensief gebruik en hoge waterstanden. In het gangbare landbouwkundige gebruik is het vaak lastig om hoge waterpeilen en plasdrasplekken in te passen. In De Drie Polders staat de inrichting van het gebied in het teken van het behoud van het karakteristieke planten- en dierenleven van de polder. De waterstand wordt verhoogd en langs de sloten mogen plas-dras plekken ontstaan. Enkele petgaten en elzensingels worden hersteld. Hier profiteren niet alleen de kritische weidevogels van maar ook soorten als de Europees beschermde grote modderkruiper en diverse kikker-, libellensoorten en bijvoorbeeld de otter. De graslanden zullen zich weer tot extensief beheerde bloemrijke wei- en hooilanden ontwikkelen.

 

In De Driepolders komen nog diverse karakteristieke soorten van de hooilanden en poldersloten voor. Met de inrichting van polder vormt het straks een kerngebied met levensvatbare populaties. Vanuit het kerngebied kunnen soorten zich via de groenblauwe dooradering in de omgeving verspreiden naar de omringende landbouwpolders en natuurkernen. De Drie Polders wordt zo ingericht dat de verspreiding richting omgeving veilig kan plaatsvinden. Tegelijkertijd kan het gebied in tijden van extreme natheid ingezet worden als berging, zodat omringende landbouwgronden ontzien kunnen worden.

 

Artikel 1 Definities

Niet-productieve investering

Deze maatregel is gericht op niet-productieve investeringen voor herstel - en inrichtingsmaatregelen voor natuur, landschap en biodiversiteit. Niet productieve investeringen zijn die investeringen die geen aanmerkelijke stijging van de waarde of rentabiliteit van het landbouw- of bosbouwbedrijf tot gevolg hebben. Daarbij wordt gedacht aan inrichtingsmaatregelen voor specifieke soorten. De niet productieve investeringen kunnen complementair zijn aan het agrarisch natuurbeheer.

Voor deze maatregel worden geen investeringen ondersteund om aan eisen te voldoen die die direct voortvloeien uit de EU-richtlijnen. Bij de invoering van nieuwe wettelijke eisen voorziet art 17 lid 5 en 6 van Verordening (EU) 1305/2013 overgangstermijnen.

De concrete acties in het kader van deze maatregel vinden plaats binnen de nationale regelgeving en procedures voor de bescherming van milieu en landschap.

 

Vigerend beleid

 

In onderstaande beleidsdocumenten is het vigerend beleid (doelstellingen) van de Provincie Groningen weergegeven.

Voor de weidevogels gelden de volgende beleidsdocumenten; Lijst Groninger soorten (1), Visie Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (6) en het Actieplan Weidevogels Groningen (5).

Voor Westerbroek en De Drie Polders gelden de volgende beleidsdocumenten; Lijst groninger soorten (1), Omgevingsvisie (2), Natuurvisie Provincie Groningen (3) en Mooi Grunnen (4).

 

  • 1.

    Lijst Groninger soorten

https://www.provinciegroningen.nl/loket/vergunningenontheffingen/vergunning-wet-natuurbescherming/beschermde-dier-en-plantensoorten/

De lijst met Groninger soorten is een onderdeel van de Wet Natuurbescherming. Op 1 januari 2017 is deze Wet Natuurbescherming in werking getreden. In de wet staat dat de Provincie Groningen in een 'Natuurvisie' moeten aangeven op welke manier de provincie zich inspant voor een goede staat van instandhouding van plant- en diersoorten. De middelen om soorten te kunnen beschermen zijn beperkt. Daarom is een selectiekader geformuleerd om te komen tot een lijst met soorten en habitattypen waar de provincie zich voor gaat inspannen om een gunstige staat van instandhouding te bereiken of behouden. Het gaat om soorten die in internationale wetgeving en verdragen zijn genoemd, die als bestuurlijk relevant zijn aangemerkt of die op de Rode Lijst staan én met een relatief groot aandeel (>7% van de nationale populatie) in Groningen aanwezig zijn. Deze lijst vormt het juridische kader van de soortbescherming, de evaluatie van het natuurbeheer en voor subsidieverstrekking.

 

  • 2.

    Omgevingsvisie

https://www.provinciegroningen.nl/beleid/zo-maken-we-beleid/omgevingsvisie-2016-2020/

Doel van de Omgevingsvisie is om op strategisch niveau samenhang te brengen in het beleid voor de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie zijn daarom zoveel mogelijk visies op verschillende terreinen, zoals ruimtelijke ontwikkeling, landschap en cultureel erfgoed en natuur samengevoegd en met elkaar verbonden. Voor landschap is het van belang dat de karakters, diversiteit en belevingswaarden van de diverse gebieden worden behouden en versterkt. Dit gebeurt door:

- Behoud en versterking van de cultuurhistorische, natuurlijke, archeologische en aardkundige waarden van het landschap als onderdeel van de samenhangende landschapsstructuur.

- Ontwikkeling van de samenhangende landschapsstructuur en toevoegen van kwaliteit aan het landschap bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Met het natuurbeleid wordt ingezet op internationale doelen voor biodiversiteit. Gewerkt wordt aan toekomstbestendige, robuuste, schone, gevarieerde en tegelijk beleefbare natuur. Dat wordt onder andere gedaan door:

- De realisering van het NNN

- Zorgen voor goede uitwisseling van soorten binnen en buiten de provincie

- Beleid voor weide- en akkervogels

- Versterken van groen-blauwe dooradering van het landelijk gebied

- Bescherming van soorten

- Zorgen voor goede milieukwaliteit en een goed beheer van onze natuurgebieden.

 

  • 3.

    Natuurvisie Provincie Groningen

https://www.provinciegroningen.nl/actueel/nieuws/nieuwsbericht/_nieuws/toon/Item/nieuw-natuurbeleid-voor-groningen-vastgesteld/

De provincie Groningen heeft het natuurbeleid voor de periode tot 2021 vastgesteld. Sinds 2012 zijn de provincies verantwoordelijk voor het natuurbeleid en voor de uitvoering van dit beleid. Voorheen was dit een taak van het Rijk. In de beleidsnota Natuur 2013-2021 'Groningen, groen van Wad tot Westerwolde' staat in welke gebieden en welk soort natuur wij willen ontwikkelen en onderhouden.

 

4. Mooi Grunnen Programma Landelijk Gebied 3 2017-2027

https://www.provinciegroningen.nl/loket/subsidies/natuur-en-landschap/landschap/

In het Programma Landelijkgebied (PLG 2017-2027) wordt door de provincie Groningen beschreven in welke opgaven in het Landelijk gebied de komende jaren geïnvesteerd zal worden en wat daarvoor beschikbaar gesteld wordt.

 

5. Actieplan Weidevogels Groningen

https://www.groningerlandschap.nl/assets/uploads/2018/05/BuroNIV_ActieplanWeidevogelsGroningen_WEB.pdf

Dit actieplan is opgesteld door 12 maatschappelijke partijen in de Provincie Groningen en aangeboden aan Gedeputeerde Staten van Groningen.

Groningen is nog steeds een belangrijke weidevogelprovincie. Maar de aantallen gaan achteruit en het is – op een enkele soort na – nog steeds niet gelukt om hieraan een halt toe te roepen. Met dit actieplan willen twaalf Groningse en landelijke partijen daartoe een hernieuwde poging doen. Het manifest dat aan dit actieplan vooraf ging, koos 2.000 gruttobroedparen in 2027 als doelstelling. De recente gebiedsverkenningen wijzen uit dat dit haalbaar lijkt: dit betekent een groei van 30% in de kerngebieden en minimaal stabilisatie daarbuiten. Daarvoor moet dan wel alles op alles worden gezet om dit actieplan ook in praktijk te brengen. Bij dit plan horen vijf regionale ‘verbeterplannen’ waarin de gewenste maatregelen in meer detail benoemd staan.

 

6. Visie Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer na 2016.

http://www.provinciegroningen.nl/fileadmin/user_upload/Documenten/Downloads/Visie_Agrarisch_Natuur-_en_Landschapsbeheer_na_2016.pdf

Bij de investeringen dient rekening gehouden te worden met de 'Visie Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer na 2016'. Deze visie geeft in hoofdlijnen de ambities van de Provincie Groningen weer op het gebied van het beheer van weidevogels, akkervogels en landschap. Voor landschap wordt uitgegaan van de karakteristieken zoals weergegeven op de Kwaliteitskaart, welke onderdeel is van deze visie. De Visie beschrijft waar het beheer vanuit landschappelijke invalshoek het meest zinvol is. Er wordt gestreefd de landschappelijke structuur te koppelen met het groen-blauwe netwerk van het landschap, wat zo kan bijdragen aan de bevordering van biodiversiteit.

 

 

Artikel 2 Aanvraagperiode en indiening

Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend bij Gedeputeerde Staten via het SNN middels een webportal dat bereikbaar is via www.snn.nl/pop3.

Daarbij zijn vaste formats van het projectplan en de begroting verplichte bijlagen.

 

 

Artikel 3 Doelgroep

Het gaat bij deze openstelling om de twee knelpunten, Westerbroek en De Drie Polders, waarvan de provincie Groningen eigenaar is en verantwoordelijk voor de realisatie van de investeringen.

Daarnaast geldt voor het onderdeel Weidevogels dat Stichting het Groninger Landschap, Natuurmonumenten en een collectief van eigenaren in de Onnerpolder verantwoordelijk zijn voor de realisatie van de investeringen ten behoeve van de weidevogels

 

 

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

Het gaat bij deze openstelling vooral om belangrijke NNN gebieden door middel van met name het opzetten van peilen zodanig in te richten, dat de biodiversiteit, waaronder weidevogels, versterkt wordt.

Op de bij deze openstelling bijgevoegde kaart, bijlage 1 zijn de locaties weergegeven.

De uit te voeren subsidiabele activiteiten dienen plaats te vinden binnen de gebieden die begrensd zijn zoals weergegeven op bijgevoegde kaart, bijlage 1.

 

 

Artikel 6 Subsidievereisten

Onder artikel 4 lid 2 ‘De niet productieve investeringen hebben een aangetoonde directe link met de landbouw' wordt verstaan dat de investeringen bij gaan dragen aan de versterking van biodiversiteit, natuur en landschap en daarmee meer ruimte bieden aan de landbouw. Enerzijds biedt de versterking van biodiversiteit, natuur en landschap de mogelijkheid om economische ontwikkelingen op het landbouwbedrijf niet extra te belemmeren, anderzijds, door de investeringen te richten op verhoging van het waterpeil in natuurgebieden, is het tegelijkertijd mogelijk het waterpeil van nabij gelegen landbouwgronden niet of minder te laten stijgen.

 

 

Artikel 7 Subsidiabele kosten

In het geval BTW aantoonbaar niet verrekenbaar of niet compensabel is, dan mag dit meegenomen worden bij de berekening van de hoogte van de subsidiabele kosten.

 

 

Artikel 9 Hoogte Subsidie

Per gebied is een apart subsidieplafond vastgesteld. De hoogte van deze deelplafonds is in lijn met de uit te voeren maatregelen. Op deze manier is er budget beschikbaar voor elk gebied.

 

 

Artikel 10 Selectiecriterium

Bij de aangegeven locaties gaat het vooral om het opzetten van de waterpeilen en het vernatten van de natuur.

Bij de weidevogels gaat het om specifieke gebieden, genoemd in het Actieplan Weidevogels, waar veel potentie zit. Hier wordt het waterpeil verhoogd om de leefomstandigheden voor de weidevogels te verbeteren.

Bij Westerbroek gaat het om de aanleg van een cruciale natte verbinding tussen twee grote natuurgebieden. Deze natuurgebieden zijn inmiddels ingericht. Middels deze openstelling wordt de verbindende schakel aangelegd.

De Drie Polders in het Zuidelijk Westerkwartier is nog een van de weinige leefgebieden van enkele belangrijke Natura 2000 soorten, zoals de grote modderkruiper en de otter.

Middels deze openstelling kan ook hier het waterpeil verhoogd worden, natte natuur worden aangelegd en zo de potentie van het gebied verder worden vergroot.

Om deze reden zal voor de rangschikking van de ingediende subsidieaanvragen gebruik worden gemaakt van het geografisch criterium als enig criterium.

 

Bijlagen:

 

Een overzichtskaart met daarop de locatie van de vijf deelgebieden.

 

Per deelgebied zijn aparte overzichtskaarten toegevoegd, te weten;

 

Kaart a-1. Hoeksmeer

 

Kaart a-2. Reitdiep

 

Kaart a-3. Gorecht

 

Kaart b. Westerbroek

 

Kaart c. De Drie Polders