Verordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels rondom planschade (Verordening planschade Noord-Brabant)

Provinciale Staten van Noord-Brabant,

 

gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten, d.d. 24 januari 2017;

 

gelet op artikel 6.1.3.3 van het Besluit ruimtelijke ordening;

 

gelet op artikel 143 van de Provinciewet;

 

besluiten vast te stellen de volgende verordening:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    aanvrager: degene die een aanvraag indient om een tegemoetkoming in de schade als bedoeld in artikel 6.1 van de wet;

  • b.

    adviseur: persoon of commissie, als bedoeld in artikel 6.1.1.1, onder c, van het besluit;

  • c.

    besluit: Besluit ruimtelijke ordening;

  • d.

    planologische maatregel: oorzaak als bedoeld in artikel 6.1, tweede lid, van de wet;

  • e.

    planschade: schade als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, van de wet;

  • f.

    wet: Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 2 Adviseur

  • 1.

    Gedeputeerde Staten wijzen een persoon als adviseur aan die aantoonbaar beschikt over voldoende deskundigheid inzake advisering op het gebied van planschade.

  • 2.

    Een adviseur is:

    • a.

      niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van Gedeputeerde Staten of Provinciale Staten;

    • b.

      op geen enkele wijze betrokken bij de planologische maatregel waarop de aanvraag is gebaseerd.

Artikel 3 Adviescommissie

  • 1.

    Indien Gedeputeerde Staten van oordeel zijn dat er gezien de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag behoefte bestaat aan extra deskundigheid, wijzen zij meerdere personen als adviseur aan.

  • 2.

    De personen als bedoeld in het eerste lid, vormen samen een adviescommissie.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten wijzen een voorzitter aan.

  • 4.

    De voorzitter is verantwoordelijk voor de taakverdeling binnen de adviescommissie.

Artikel 4 Achterwege blijven van inschakeling adviseur (art. 6.1.3.3 Bro, lid 2 onder b)

Als de aanvraag kennelijk ongegrond is, dan wel op grond van artikel 6.1.3.1 van het besluit niet in behandeling wordt genomen, kan inschakeling van de adviseur achterwege blijven.

Artikel 5 Voorleggen aanvraag

Indien wordt besloten tot inschakeling van een adviseur, leggen Gedeputeerde Staten de aanvraag om planschade vergoeding binnen twaalf weken na het verstrijken van de termijnen als bedoeld in artikel 6.1.3.1 van het besluit, aan de adviseur voor.

Artikel 6 Betrokkenheid aanvrager en andere belanghebbenden bij aanwijzing adviseur of adviescommissie

  • 1.

    Alvorens de aanvraag voor te leggen als bedoeld in artikel 5, stellen Gedeputeerde Staten de volgende personen schriftelijke op de hoogte van de aanwijzing van een adviseur:

    • a.

      de aanvrager;

    • b.

      eventuele andere betrokken bestuursorganen;

    • c.

      belanghebbende als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet. 

  • 2.

    Binnen twee weken na de mededeling als bedoeld in het eerste lid, kunnen de volgende personen schriftelijk en voldoende gemotiveerd een verzoek tot wraking van een adviseur indienen bij Gedeputeerde Staten:

    • a.

      de aanvrager;

    • b.

      andere betrokken bestuursorganen;

    • c.

      de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid van de wet.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten beslissen binnen twee weken na het verstrijken van de in het tweede lid bedoelde termijn over een ingediend verzoek tot wraking.

Artikel 7 Ter beschikking stellen informatie

Gedeputeerde Staten stellen aan de adviseur alle op de aanvraag betrekking hebbende informatie, alsmede de voor de beoordeling daarvan naar het oordeel van de adviseur noodzakelijke bescheiden ter beschikking.

Artikel 8 Werkwijze adviseur

  • 1.

    De adviseur organiseert in elk geval één hoorzitting, waar de aanvrager in de gelegenheid wordt gesteld de aanvraag toe te lichten en de voor de advisering over de aanvraag relevante informatie te geven.

  • 2.

    Het betrokken bestuursorgaan en eventuele andere betrokken bestuursorganen en de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid van de wet, worden eveneens in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken.

  • 3.

    De adviseur is bevoegd aan partijen binnen een aan hen te stellen termijn, overlegging van nadere gegevens of stukken te gelasten.

  • 4.

    De adviseur bepaalt de datum en het tijdstip waarop hij de situatie ter plaatse zal bezichtigen en nodigt de aanvrager voor de plaatsopneming uit.

  • 5.

    De adviseur maakt met de aanvrager een afspraak ten behoeve van de taxatie van een bij de aanvraag betrokken onroerende zaak.

  • 6.

    De adviseur draagt er zorg voor dat van de hoorzitting en van de plaatsopneming een verslag wordt gemaakt.

  • 7.

    Het verslag, bedoeld in het zesde lid, maakt deel uit van het uit te brengen advies.

  • 8.

    Binnen zestien weken nadat de aanvraag is voorgelegd zendt de adviseur een conceptadvies aan:

    • a.

      Gedeputeerde Staten;

    • b.

      de aanvrager;

    • c.

      ander betrokken bestuursorgaan;

    • d.

      belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet.

  • 9.

    De adviseur kan de in het zesde lid genoemde termijn onder opgaaf van redenen met een daarbij aan te geven termijn van ten hoogste vier weken verlengen.

  • 10.

    De aanvrager, een betrokken bestuursorgaan en de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet, kunnen binnen vier weken na de toezending van het conceptadvies hierop schriftelijk reageren.

  • 11.

    Indien binnen de in het negende lid genoemde termijn:

    • a.

      een reactie is ingediend, brengt de adviseur binnen vier weken na het verstrijken van die termijn een advies uit aan Gedeputeerde Staten, waarbij de ontvangen reacties zijn betrokken;

    • b.

      geen reactie is ingediend, brengt de adviseur binnen twee weken na het verstrijken van die termijn een advies uit aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 9 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 10 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening planschade Noord-Brabant.

’s-Hertogenbosch, 9 juni 2017

Provinciale Staten voornoemd,

de voorzitter,

prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de griffier,

mw. mr. K.A.E. ten Cate

Naar boven