Provinciaal blad van Friesland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Friesland | Provinciaal blad 2014, 60 | Verordeningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Friesland | Provinciaal blad 2014, 60 | Verordeningen |
Provinciale staten van Fryslân,
gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van Fryslân, van 17 september 2013, met kenmerk 1066514
gelet op de Algemene wet bestuursrecht, de Kadersubsidieverordening pMJP Fryslân 2009 en de Subsidieverordening pMJP Fryslân 2009
besluiten vast te stellen de verordening tot wijziging van de Kadersubsidieverordening pMJP Fryslân 2009 en de Subsidieverordening pMJP Fryslân 2009 als volgt:
Artikel I Kadersubsidieverordening pMJP Fryslân 2009
De Kadersubsidieverordening pMJP Fryslân 2009 wordt als volgt gewijzigd:
AIn artikel 5, eerste lid, wordt de zinsnede “a. kosten die uit anderen hoofde zijn of worden gesubsidieerd” vervangen door: a. kosten waarvoor al uit anderen hoofde volledig subsidie wordt of is ontvangen.
BIn artikel 9, eerste lid, van de Kadersubsidieverordening vervalt de zinsnede “6.1.3. Leefbaarheidsinitiatieven op lokaal niveau”.
Artikel I I Paragraaf 2.1 van de Subsidieverordening pMJP Frysl ân 2009
In hoofdstuk 2 van de Subsidieverordening pMJP Fryslân 2009 wordt paragraaf 2.1 Subsidie verwerving gronden t.b.v. realisatie Ecologische Hoofdstructuur als volgt gewijzigd:
A Artikel 1 Subsidiabele activiteiten komt te luiden:
1.Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken met betrekking tot terreinen voor:
a.de kosten van verwerving, en
b.de kosten voor beëindiging van pachtovereenkomsten.
2.Onder verwerving wordt verstaan: het verkrijgen van het recht van eigendom of het recht van erfpacht.
3.De in het eerste lid bedoelde subsidie wordt verstrekt met betrekking tot terreinen:
a.die door provinciale staten zijn begrensd als natuurgebied, onderdeel uitmakend van de ecologische hoofdstructuur als bedoeld in artikel 2.10.1. van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening;
b.die worden ingezet als ruilgrond voor de realisatie van de ecologische hoofdstructuur als bedoeld in artikel 2.10.1 van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, waarbij Gedeputeerde Staten de termijn waarop de gronden moeten zijn ingezet voor realisatie van die ecologische hoofdstructuur hebben bepaald;
c.die zijn gelegen in een door Gedeputeerde Staten als zodanig aangemerkt gebied met hoge actuele natuurwetenschappelijke, landschappelijke, cultuurhistorische of bosbouwkundige waarden; of
d.als bedoeld in artikel 17, derde lid, onderdeel c, van de Wet inrichting landelijk gebied die zijn aangelegd in het kader van landinrichtingsprojecten.
4.Onder terreinen worden verstaan: gronden, daaronder begrepen natuurterreinen, wateren, landgoederen, bossen en andere houtopstanden, alsmede de op die gronden gelegen objecten, die van belang of potentieel belang zijn om hun natuurwetenschappelijke, landschappelijke of cultuurhistorische betekenis of vanwege bosbouwkundige waarden;
5.De in het derde lid, onderdeel c en d, bedoelde terreinen kunnen alleen voor subsidie in aanmerking worden gebracht als dit naar het oordeel van Gedeputeerde Staten noodzakelijk is, in het bijzonder wanneer natuurbestemming op het terrein niet op een andere wijze toereikend kan worden verzekerd.
B Artikel 2 Subsidiabele kosten komt te luiden:
1.Als subsidiabele kosten worden aangemerkt:
a.de kosten voor de verwerving van het in artikel 1, derde lid, bedoelde terrein, voor zover deze kosten niet meer bedragen dan de reële marktwaarde zoals deze door een onafhankelijke taxateur is vastgesteld;
b.de kosten die verbonden zijn aan het vrijmaken van het terrein van pacht, opstal, erfdienstbaarheid, vruchtgebruik of erfpacht;
c.de kosten voor het kadastraal recht en het registratierecht;
d.veilingkosten;
e.notariskosten, waaronder mede wordt verstaan de kosten van het opmaken van de notariële akte, opgesteld ter uitvoering van de overeenkomst bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel c;
f.de kosten van inschrijving in de openbare registers, bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel d;
g.overdrachtsbelasting voor zover geen kwijtschelding of vermindering wordt verleend;
h.schenkingsrecht, voor zover geen kwijtschelding of vermindering wordt verleend;
i.kosten van hervestiging, beëindiging of onteigening, voor zover deze kosten bij verkoop van gronden door de provincie dan wel door het bureau beheer landbouwgronden, als bedoeld in artikel 28 van de Wet agrarisch grondverkeer, aan de betrokken subsidieontvanger in het aankoopbedrag van een terrein worden doorberekend;
j.kosten voor bodemonderzoek.
2.Gedeputeerde Staten kunnen bij de beschikking tot subsidieverlening besluiten dat tot een door hen vast te stellen maximumbedrag tevens als subsidiabele kosten worden aangemerkt:
a.kosten van het wegwerken van het ten tijde van de verwerving aanwezige achterstallig onderhoud om de gronden te kunnen beheren;
b.kosten verbonden aan het verlies bij verkoop of sloop van gebouwen;
c.taxatie- en bemiddelingskosten.
3.Subsidie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, wordt slechts verleend voor zover een subsidieontvanger eigenaar of erfpachter is van een terrein waarop reeds vóór het tijdstip dat het terrein door de subsidieontvanger is verworven, pachtrechten zijn gevestigd, en waarvoor naar het oordeel van Gedeputeerde Staten beëindiging van de op het terrein gevestigde pachtovereenkomst gewenst is vanuit het oogpunt van natuur- of landschapsbescherming, bescherming van cultuurhistorische of bosbouwkundige waarden, of natuurontwikkeling alsmede de hoogte van de vergoeding niet meer bedraagt dan de gebruikelijk betaalde vergoedingen ter compensatie van het nadeel bij vroegtijdige beëindiging van pachtovereenkomsten
C Artikel 3 Subsidieaanvragers komt te luiden:
1.Een subsidie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, kan worden verleend aan een ieder die:
a.duurzaam natuurbeheer verricht of voldoende aannemelijk maakt dat hij duurzaam natuurbeheer kan en zal verrichten overeenkomstig het natuurbeheertype zoals voorgeschreven in het natuurbeheerplan als bedoeld in artikel 2.1 van de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer 2012; en
b.eventuele opbrengsten van de met subsidie te verwerven terreinen uitsluitend besteedt ten behoeve van het in onderdeel a beschreven doel.
2.Onder duurzaam natuurbeheer wordt verstaan: het beheer van terreinen met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten.
D Artikel 4 Subsidieverstrekking komt te luiden:
1.Subsidieaanvraag
a.Een aanvraag tot verlening van een subsidie voor de kosten van verwerving of de kosten voor beëindiging van pachtovereenkomsten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, wordt met gebruikmaking van een daartoe door Gedeputeerde Staten vastgesteld formulier uiterlijk op de dag voor het passeren van de koopakte respectievelijk uiterlijk op de dag voor de beëindiging van de pachtovereenkomst ingediend bij Gedeputeerde Staten.
b.Een formulier als bedoeld in het eerste lid vereist in ieder geval:
i)een overzicht van de subsidiabele kosten waar de aanvraag betrekking op heeft;
ii)een begroting van de subsidiabele kosten;
iii)in voorkomend geval een mededeling van andere subsidies, zoals bedoeld in het tweede lid, onderdeel a.;
iv)een door een onafhankelijk taxateur uitgevoerde taxatie van het te verwerven terrein respectievelijk van de met de beëindiging van de pachtovereenkomst gemoeide kosten;
v)een kadastrale omschrijving van het terrein ten behoeve waarvan de subsidie wordt aangevraagd;
vi)voor zover subsidie wordt verleend ten behoeve van verkrijging van het erfpachtrecht op grond, een ondertekende schriftelijke toezegging van de eigenaar van het betreffende terrein, dat binnen een jaar na subsidieverlening de eigenaar met Gedeputeerde Staten een overeenkomst als bedoeld in het derde lid, onderdeel c, sluit.
c.Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid gaat in elk geval vergezeld van een kaart met topografische ondergrond met daarop de ligging van de te verwerven grond.
d.In het overzicht, bedoeld in het onderdeel b onder i, wordt in voorkomend geval in elk geval aangegeven of de kosten voor verwerving tevens kosten omvatten die verbonden zijn aan het vrijmaken van het te verwerven terrein van pacht, opstal, erfdienstbaarheid, vruchtgebruik of, voor zover het een aanvraag tot verlening van subsidie voor de verkrijging van eigendom van een terrein betreft, erfpacht.
e.In de begroting, bedoeld in het onderdeel b onder ii, wordt in voorkomend geval in elk geval aangegeven de hoogte van de kosten die verbonden zijn aan het vrijmaken van de te verwerven terrein van pacht, opstal, erfdienstbaarheid, vruchtgebruik of, voor zover het een aanvraag tot verlening van subsidie voor de verkrijging van eigendom van een terrein betreft, erfpacht.
f.Gedeputeerde Staten beslissen binnen dertien weken op een aanvraag. De beslissing kan eenmaal met ten hoogste dertien weken worden verdaagd.
2.Subsidiecriteria
a.Voor zover voor de verwerving of het pachtvrij maken van grond, waarvoor subsidie wordt aangevraagd, subsidie is verstrekt door Gedeputeerde Staten op grond van een andere regeling of door andere overheden, waardoor het totaal aan subsidie meer bedraagt dan de werkelijke kosten wordt de subsidie zoveel lager verleend als noodzakelijk om betaling boven de werkelijke kosten of maximale vergoeding op grond van Europese voorschriften of deze verordening, te voorkomen.
b.Verschuldigde BTW komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking ingeval de subsidieaanvrager de BTW niet kan verrekenen met de door hem af te dragen omzetbelasting.
c.Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten die zijn aangevangen op of na de datum van subsidieverlening.
3.Subsidieverplichtingen
a.Een subsidieontvanger:
i.verwerft het terrein waarvoor hij subsidie ontvangt respectievelijk maakt het terrein waarvoor hij subsidie ontvangt pachtvrij binnen een tijdvak van 12 weken na de subsidieverlening, dan wel binnen een andere door Gedeputeerde Staten te stellen termijn, en beheert het terrein direct na verwerving respectievelijk het pachtvrij maken als natuur en binnen 2 jaar na verwerving respectievelijk pachtvrij maken overeenkomstig het natuurbeheertype, dat ingevolge het natuurbeheerplan als bedoeld in artikel 2.1 van de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer 2012 op dit terrein in stand moet worden gehouden;
ii.overlegt en werkt samen met de beheerders van de omliggende natuurterreinen om tot een samenhangend natuurbeheer te komen;
iii.vervreemdt de verworven terreinen niet, geeft ze niet in erfpacht uit of vestigt daarop geen zakelijke rechten zonder toestemming van Gedeputeerde Staten;
iv.sloopt de gebouwen waarvoor een subsidie overeenkomstig artikel 2, tweede lid, voor het verlies bij sloop van gebouwen is verleend, binnen een jaar na subsidieverlening, tenzij door Gedeputeerde Staten een andere termijn wordt bepaald;
v.draagt ervoor zorg dat het verworven terrein ten minste 358 dagen per jaar kosteloos wordt opengesteld en toegankelijk blijft, tenzij daarvan door Gedeputeerde Staten ontheffing is verleend op grond van zwaarwegende natuurwetenschappelijke belangen, bescherming van de persoonlijke levenssfeer, of de aard van het terrein;
vi.besteedt eventuele opbrengsten van het verworven terrein uitsluitend ten behoeve van het in artikel 3, onderdeel a, beschreven doel.
b.Indien het niet mogelijk is om het verworven terrein binnen de in onderdeel a onder i) gestelde termijn overeenkomstig het daar gestelde te beheren, kunnen Gedeputeerde Staten besluiten tot een andere termijn.
c.Binnen twee weken na subsidieverlening sluiten de subsidieontvanger en Gedeputeerde Staten een overeenkomst, waarin is opgenomen:
i.de verplichting, inhoudende dat degene aan wie het terrein toebehoort, het betreffende terrein niet gebruikt of doet gebruiken als landbouwgrond, het terrein beheert overeenkomstig het natuurbeheertype zoals voorgeschreven in het natuurbeheerplan als bedoeld in artikel 2.1 van de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer 2012 en datgene nalaat wat de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten in gevaar brengt of verstoort;
ii.dat deze verplichting zal overgaan op degenen die het terrein onder bijzondere of algemene titel zullen verkrijgen en dat mede gebonden zullen zijn degenen die van de rechthebbende een recht op gebruik van het goed zullen krijgen;
d.De overeenkomst, bedoeld in onderdeel c, wordt bij overdracht van het terrein ingeschreven in de openbare registers.
e.Voor zover aan de subsidieontvanger subsidie is verleend voor de verkrijging van het recht van erfpacht wordt de overeenkomst, bedoeld in onderdeel c, afgesloten tussen Gedeputeerde Staten en de eigenaar van het terrein.
f.De subsidieontvanger is verplicht om Gedeputeerde Staten twee maanden voorafgaand aan een voorgenomen vervreemding of in erfpacht geven van het terrein, of het vestigen van zakelijke rechten hierop, hiervan schriftelijk in kennis te stellen en haar te informeren over de datum van verkoop en levering en de hoogte van de verkoopprijs van het terrein.
g.De subsidieontvanger is bij vervreemding of het in erfpacht geven van het terrein, of het vestigen van zakelijk rechten hierop, met uitzondering van het geval waarin Gedeputeerde Staten daarvoor toestemming als bedoeld onder a, onderdeel iii, hebben gegeven, verplicht de ingevolge deze verordening verleende subsidie binnen een termijn van zes maanden terug te betalen aan Gedeputeerde Staten.
h.Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
i.In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, a, c, d en e, Algemene wet bestuursrecht, is de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor een vergoeding verschuldigd aan Gedeputeerde Staten.
j.De hoogte van de vergoeding, bedoeld in onderdeel i., wordt door Gedeputeerde Staten vastgesteld op de gerealiseerde vermogenstoename en bepaald aan de hand van de waarde van het met subsidie verworven terrein op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt.
k.Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, worden terug te vorderen bedragen vermeerderd met de wettelijke rente die wordt berekend over de periode die verstrijkt tussen de kennisgeving van de terugvorderingsverplichting aan de subsidieontvanger en de terugbetaling door de subsidieontvanger.
l.Een subsidieontvanger bewaart de administratie en alle documenten inzake een door hem op grond van deze verordening verstrekte subsidie gedurende een periode van ten minste twintig jaar nadat de betreffende subsidie is verleend.
4.Bevoorschotting
a.Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag een voorschot verlenen aan de subsidieontvanger.
b.In afwijking van artikel 11, eerste lid, van de Kadersubsidieverordening pMJP Fryslân 2009, is het bedrag aan voorschotten niet groter dan 95% van het ten hoogste te verstrekken subsidiebedrag.
5.Subsidieplafond en rangschikking van de aanvragen
a.Op grond van deze verordening kan uitsluitend subsidie worden verstrekt als Gedeputeerde Staten de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag tot subsidieverlening hebben opengesteld door vaststelling van een subsidieplafond en van een periode voor indiening van de aanvraag.
b.Gedeputeerde Staten maken uiterlijk zes weken voor aanvang van de openstellingsperiode een besluit als bedoeld in onderdeel a bekend in het Provinciaal Blad.
c.Gedeputeerde Staten rangschikken aanvragen tot subsidieverlening die in eenzelfde openstellingsperiode zijn ingediend per subsidieplafond in volgorde van ontvangst, waarbij aanvragen met dezelfde ontvangstdatum worden gerangschikt door loting, voor zover op die datum het subsidieplafond wordt overschreden.
d.Volgens de rangschikking, bedoeld in onderdeel c, komt de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst voor subsidie in aanmerking.
e.Als een aanvraag naar het oordeel van Gedeputeerde Staten onvolledig is, wordt de aanvraag voor de toepassing van onderdeel c geacht te zijn ontvangen op de datum die wordt bepaald door de datum waarop de onvolledige aanvraag is ingediend te vermeerderen met de periode gelegen tussen de dag dat de aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht op de hoogte is gesteld van de onvolledigheid van de aanvraag en de dag waarop Gedeputeerde Staten de ontbrekende gegevens en bescheiden hebben ontvangen.
6.Subsidievaststelling
a.Een subsidieontvanger dient binnen twaalf weken na verwerving van het terrein een aanvraag tot subsidievaststelling in.
b.Een aanvraag als bedoeld in onderdeel a gaat in elk geval vergezeld van:
i)een afschrift van de notariële akte van de aankoop van het betrokken terrein of een afschrift van de akte van vestiging van het erfpachtrecht op het betrokken terrein;
ii)een overzicht van alle uitgaven met daarbij aangegeven met welke subsidie de uitgaven zijn gefinancierd;
iii)de onderliggende bewijsstukken bij het overzicht van alle uitgaven;
iv)in voorkomend geval een afschrift van een schriftelijke overeenkomst tot beëindiging van de pachtovereenkomst of een afschrift van de uitspraak van de pachtkamer tot ontbinding van de pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 7:377 Burgerlijk Wetboek.
Artikel I I I Hoofdstuk 6 van de Subsidieverordening pMJP Fryslân 2009
Paragraaf 6.1 van de Subsidieverordening pMJP Fryslân 2009 wordt als volgt gewijzigd:
AIn de Subsidieverordening pMJP Fryslân 2009 wordt in de Inleiding van onderdeel 6.1 Subsidie verbetering leefbaarheid plattelandsgebieden onder Inleiding de zinsnede “• kleinschalige leefbaarheidsinitiatieven op lokaal niveau” en “• leefbaarheidsinitiatieven op regionaal niveau” vervangen door: • leefbaarheidsinitiatieven.
B In onderdeel 6.1.1 Bouwen / verbouwen dorpshuizen of multifunctionele centra komt artikel 2 Subsidiabele kosten te luiden:
1.De subsidie bedraagt nooit meer dan de gemeentelijke subsidie.
2.In afwijking van artikel 5, onder g, van de Kadersubsidieverordening pMJP Fryslân 2009 zijn de kosten voor het voldoen aan wettelijke verplichtingen zoals arbo- en brandveiligheidseisen wel subsidiabel voor zover ze onderdeel uitmaken van een integraal plan voor ver- of nieuwbouw van een dorpshuis of multifunctioneel centrum.
3.De subsidie bedraagt maximaal 25 % van de subsidiabele kosten.
4.De maximale subsidie bedraagt voor:
a.dorpshuizen in kleinere kernen (minder dan 1.500 inwoners): € 50.000,00;
b.dorpshuizen en multifunctionele centra in middelgrote kernen (1.500–3.000 inwoners): € 75.000,00;
c.dorpshuizen en multifunctionele accommodaties in grote kernen (3.000–5.000 inwoners): € 150.000,00;
d.dorpshuizen en multifunctionele accommodaties in kernen met tussen 5.000 en 30.000 inwoners: € 150.000,00.
5.Voor het opstellen van een haalbaarheidsonderzoek of een voorzieningenspreidingsplan kan een subsidie voor de kosten hiervan worden toegekend van maximaal 25% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 5.000,-.
6.Kosten voor aanschaf van onroerende goederen zijn niet subsidiabel, waar dit gebouwen betreffen. Overige kosten zijn tot maximaal 10% subsidiabel.
7.Gedeputeerde Staten kunnen besluiten een aanvullende subsidie beschikbaar te stellen voor maatregelen die overeenkomstig vastgesteld beleid aan te merken zijn als duurzaam. Hiervoor kan maximaal € 50.000,00 tot een maximum van 25% op de genomen duurzame maatregelen extra worden gesubsidieerd.
C Onderdeel 6.1.3 Kleinschalige leefbaarheidsinitiatieven op lokaal niveau komt te luiden als volgt:
Onderdeel 6.1.3 Leefbaarheidsinitiatieven
Inleiding
Doel van dit onderdeel is het ondersteunen van initiatieven die gericht zijn op versterken van de leefbaarheid op het platteland. De projectbureaus Plattelânsprojekten spelen een belangrijke rol bij de verwerving van projecten voor dit onderdeel. Projecten moeten draagvlak hebben in de eigen kern en in de regio. Dit eerste blijkt bijvoorbeeld uit betrokkenheid van de plaatselijke bevolking in de vorm van een financiële bijdrage of zelfwerkzaamheid. Draagvlak in de regio betekent dat de projecten moeten passen binnen het gebiedskader.
Subsidie kan worden verstrekt voor kleinschalige lokale leefbaarheidinitiatieven die passen binnen de Beliedsnota Plattelân 2012-2017 en binnen de gebiedskaders en jaarplannen van de gebieden Plattelânsprojekten Fryslân met als doel de plaatselijke leefbaarheid te bevorderen.
Subsidiabel zijn slechts de investeringskosten.
De subsidie bedraagt ten hoogste 25% van de subsidiabele kosten.
De subsidiabele kosten bedragen minimaal € 2.250,00 en maximaal € 50.000,00.
Kosten voor het schrijven of vervaardigen van boeken zijn niet subsidiabel.
Subsidieaanvraag
a.Subsidieaanvragen worden op volgorde van kwaliteit gerangschikt.
b.Geen subsidie wordt verstrekt indien het subsidieplafond daardoor wordt overschreden.
De subsidie kan slechts worden verstrekt, indien het project:
geen winstoogmerk heeft;
naar het oordeel van Gedeputeerde Staten bijdraagt aan de bundeling, versterking of continuïteit van (vernieuwende) initiatieven; en
naar het oordeel van Gedeputeerde Staten past binnen één of meer van de onderwerpen zoals nader aangegeven in het geldende plattelandsbeleid.
D Onderdeel 6.1.5 Leefbaarheidsinitiatieven op regionaal niveau komt te vervallen.
E In onderdeel 6.3 Subsidie stimuleren en verbreden plattelandseconomie, komt Artikel 3 Subsidie aanvra gers te luiden als volgt:
Subsidies kunnen slechts worden aangevraagd door rechtspersonen, zijnde MKB bedrijven die vallen onder de categorie ‘micro-ondernemingen’, niet zijnde landbouwbedrijven in de primaire productie.
F In onderdeel 6.3 Subsidie stimuleren en verbreden plattelandseconomie, komt Artikel 4 Subsidieverstrekking te luiden als volgt:
De subsidie kan slechts worden verstrekt, indien de activiteiten binnen het project naar het oordeel van Gedeputeerde Staten:
1.passen binnen het beleid van de provincie Fryslân zoals vastgelegd in het geldende Plattelandsbeleid en het desbetreffende gebiedskader van het plattelandsgebied;
2.een positief economisch perspectief hebben, zoals blijkt uit de economische onderbouwing in een ondernemingsplan, met bijvoorbeeld als doel behoud en/of uitbreiding van werkgelegenheid vooral voor jongeren en vrouwen;
3.positief bijdragen aan behoud en/of uitbreiding van de werkgelegenheid;
4.verenigbaar zijn met, en bij voorkeur bijdragen aan landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit zoals weergegeven in de structuurvisie;
5.zich positief onderscheiden met betrekking tot jongeren en vrouwen; en
6.een meerjarige exploitatieprognose hebben welke op verzoek wordt overlegd.
G Onderdeel 6.4.1 Subsidie activiteiten cultuurhistorisch erfgoed komt te luiden als volgt:
Inleiding
Doel is het behoud en versterken van Friese cultuurhistorische elementen, patronen en structuren.
Subsidie kan slechts worden verleend voor projecten die naar het oordeel van Gedeputeerde Staten:
a.bijdragen aan het beleid zoals vastgelegd in de Nota Erfgoed 2010-2013;
b.van provinciaal belang zijn; en
c.bijdragen aan de instandhouding, versterking of stimulering van de kenmerkende cultuurhistorische eigenschappen van de provincie.
Subsidie kan worden verleend voor projecten waarin een herbestemming of een nieuwe nevenbestemming voor karakteristieke gebouwen wordt gerealiseerd.
a.Onder herbestemmen wordt verstaan het geven van een nieuwe functie aan een karakteristiek gebouw of een belangrijk deel daarvan.
b.Onder toevoegen van een nieuwe nevenbestemming wordt verstaan het geven van een nieuwe functie aan een karakteristiek gebouw als aanvulling op de bestaande functie;
c.Onder karakteristieke gebouwen worden verstaan:
i)rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten;
ii)panden die zijn geïnventariseerd in het Monumenten Inventarisatie Project (MIP) mits de tijdens de inventarisatie aanwezige waarden nog aanwezig zijn;
iii)panden uit de Wederopbouwperiode die door het Rijk ten behoeve van de aanwijzing tot rijksmonument zijn geïnventariseerd;
panden die door gemeenten als karakteristiek of beeldbepalend zijn aangemerkt in het bestemmingsplan;
iv)panden die eerder in een subsidiebeschikking door de provincie van provinciaal belang zijn aangemerkt;
v)De activiteiten hebben uitsluitend betrekking op de bouwkundige ingrepen die nodig zijn om het pand te transformeren naar een nieuwe functie. Voorwaarde is dat het plan voor de bouwkundige ingrepen opgesteld is door een architect ingeschreven in het wettelijk register;
d.Projecten waarin een herbestemming of een nieuwe nevenbestemming voor panden jonger dan 50 jaar en woonhuizen wordt gerealiseerd, zijn niet subsidiabel.
e.Activiteiten die betrekking hebben op de (nieuwe) inrichting zijn niet subsidiabel met uitzondering van het aanbrengen van een keuken of pantry en sanitaire voorzieningen om een nevenbestemming in een kerkgebouw mogelijk te maken.
f.Als subsidiabele activiteit wordt tevens aangemerkt het doen instellen van een onderzoek naar de haalbaarheid van herbestemming of nevenbestemming van een karakteristiek gebouw zoals een verkenning van nieuwe functies en de financiële haalbaarheid ervan, schetsplannen voor de transformatie en een rapportage van een bouwhistorisch onderzoek. De voorwaarden daarbij zijn:
i)Er dient een rapportage van een bouwhistorisch onderzoek te worden opgeleverd, als toetsingskader voor mogelijke nieuwe functies, en
ii)Het bouwhistorisch onderzoek dient te worden uitgevoerd door een onafhankelijke deskundige, tenzij geen of ondergeschikte bouwkundige ingrepen plaatsvinden.
g.Een herbestemming naar één woning is niet subsidiabel.
Subsidie kan worden verleend voor herstel en reconstructie van cultuurlandschappelijke elementen of structuren, zoals bijvoorbeeld dijken.
a.Onder reconstructie wordt verstaan: werkzaamheden waarbij de huidige staat van het element of de structuur, of een deel daarvan wordt teruggebracht naar een oude toestand, waardoor de bestaande toestand wezenlijk wijzigt.
b.Reconstructie van een karakteristiek gebouw of een deel daarvan, is in beginsel niet subsidiabel, tenzij het in het uitzonderlijke gevallen naar het oordeel van Gedeputeerde Staten gewenst is ter versterking van de monumentale waarden in technisch en/of visueel opzicht en alleen indien gebaseerd op overtuigende aantoonbaarheid aan de hand van bouwsporen, fotografie en/of de oorspronkelijke ontwerptekeningen en wanneer de reconstructie in materiaal, vorm, detaillering, uitvoering, afwerking zoveel mogelijk overeenkomt met die oorspronkelijke elementen.
c.Replica’s worden niet als reconstructie aangemerkt en zijn niet subsidiabel.
d.Een reconstructie is niet subsidiabel wanneer een waardevol onderdeel van de ontwikkelingsgeschiedenis teniet wordt gedaan.
Subsidie kan tevens worden verleend voor projecten op het terrein van erfgoededucatie.
Subsidie kan tevens worden verleend voor projecten gericht op documentatie en inventarisatie van objecten, complexen en structuren van provinciaal belang. Niet subsidiabel zijn de kosten voor het totstandbrengen en drukken van boeken en voorlichtingsmateriaal.
In afwijking van artikel 1, onder k, van de Kadersubsidieverordening pMJP Fryslân 2009 kunnen projecten plaatsvinden in de gehele provincie Fryslân, met uitzondering van projecten waarvoor POP2-middelen worden ingezet.
Subsidiabel zijn alle éénmalige kosten ten behoeve van het realiseren van het project.
De subsidie bedraagt hoogstens 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 50.000,00. Voor een herbestemmingsonderzoek of voor de inrichtingskosten als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdelen e en f, bedraagt de maximale subsidie € 5.000,00.
Bij stapeling van provinciale subsidies draagt de provincie nooit meer bij dan 50% van de totale subsidiabele kosten.
Subsidies kunnen worden aangevraagd door natuurlijke personen en rechtspersonen.
Subsidieaanvraag
a.Subsidieaanvragen worden gerangschikt op volgorde van kwaliteit.
b.Geen subsidie wordt verstrekt indien het subsidieplafond daardoor wordt overschreden.
Weigeringsgronden
a.Subsidie wordt geweigerd indien:
i)een aanvraag betrekking heeft op de ontwikkeling en of uitvoering van een project dat naar het oordeel van gedeputeerde staten een gemeentelijke taak is of zou moeten zijn;
ii)een aanvraag betrekking heeft op een jaarlijks terugkerende activiteit;
iii)het te verlenen subsidiebedrag lager is dan € 3.000,00;
iv)de aanvraag betrekking heeft op een restauratie of onderhoud van een monument of karakteristiek pand;
v)de aanvraag betrekking heeft op een activiteit die op een andere wijze door de provincie wordt gesubsidieerd of waaraan op een andere wijze door de provincie wordt bijgedragen; of
vi)de activiteiten de aanwezige cultuurhistorische waarden voor een belangrijk deel beschadigen of vernietigen.
H In onderdeel 6.5 Subsidie Cultuur, komt Artikel 2 Subsidiabele kosten te luiden als volgt:
1.Subsidie kan worden verleend voor de redelijke investeringskosten. Hiertoe behoren eenmalige ontwikkel- en organisatiekosten en eenmalige investeringen in kapitaalintensieve duurzame faciliteiten (bijv. mobiel onderkomen) die er toe bijdragen dat een activiteit voor meerdere jaren in bijvoorbeeld verschillende regio's herhaald kan worden.
2.Subsidie kan worden verleend voor kosten met betrekking tot het ondersteunen van cultuuruitingen met landschap als podium, zijnde:
a.Investeringen ten behoeve van het inpasbaar maken van kunstuitingen in het landschap.
b.Investeringen in kwaliteitsverbetering door organisaties die activiteiten organiseren waarbij het landschap als podium wordt ingezet, zoals de iepenloftspullen.
3.In afwijking van artikel 5, lid 1, onderdeel i, van de Kadersubsidieverordening pMJP Fryslân 2009 zijn kosten subsidiabel voor:
a.eenmalige opstartkosten voor een bovenlokale amateur productie en/of culturele activiteit
b.het versterken van kennis en vaardigheden van vrijwilligers door het organiseren van workshops en coaches
c.coördinatie van activiteiten
d.public relations en marketing van activiteiten
e.deskundigheidsbevordering omtrent inzet van landschap (locatiescouts)
f.kwaliteitsbevordering werkzaamheden
4.De subsidie bedraagt maximaal 30 % van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 20.000,00.
5.In aanvulling op artikel 5, eerste lid, van de Kadersubsidieverordening pMJP Fryslân 2009 wordt geen subsidie verstrekt voor:
a.de kosten voor het vervaardigen van een kunstwerk of het opzetten van een professionele productie;
b.reguliere culturele en vrijetijdsactiviteiten alsmede het in stand houden van het bestaande niveau zonder aantoonbare kwalitatieve of kwantitatieve verbetering dan wel innovatie.
I
Artikel IV
A Inwerkingtreding en overgangsrecht
1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie in het Provinciaal Blad en werkt terug tot en met 1 februari 2009.
2.De Subsidieverordening pMJP Fryslân 2009 zoals deze luidde voor inwerkingtreding van deze verordening, blijft van toepassing op:
a.subsidieaanvragen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze verordening, alsmede uit die subsidieaanvraag voortvloeiende rechten, aanspraken en verplichtingen;
b.beschikkingen tot subsidieverlening, voorschotverlening en subsidievaststellingen die zijn gegeven voor de inwerkingtreding van deze regeling, alsmede uit die subsidieverlening, voorschotverlening of subsidievaststelling voortvloeiende rechten, aanspraken en verplichtingen.
Provinciale Staten van Fryslân,
J.Jorritsma, voorzitter
A.Oortgiesen, griffier
De voorgestelde wijzigingsverordening beoogt het Europa-proof maken van de regeling van verwervingssubsidies EHS, door invoering van de door de Europese Commissie goedgekeurde IPO-verordening. Daarnaast wordt de subsidieregeling Sociaal economische vitaliteit platteland (hoofdstuk 6 van de subsidieverordening pMJP) aan het nieuwe plattelandsbeleidaangepast en worden enkele technische wijzigingen aangebracht in de erfgoedsubsidies en de cultuursubsidies pMJP.
Wat betreft het Europaproof maken van de regeling van EHS-verwervingssubsidies het volgende. Met de onderhavige regeling worden de provinciale subsidieregelingen voor particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties (hierna: PNB-Regelingen) gewijzigd. De PNB-regelingen voorzien in de subsidiëring van verwerving van grond en de vergoeding van de kosten voor beëindiging van pachtovereenkomsten.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2014-60.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.