Niet-dossierstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 2026D23699 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 2026D23699 |
De vaste commissie voor Economische Zaken heeft een aantal vragen en opmerkingen aan het kabinet over een aantal brieven, waaronder de Geannoteerde agenda voor de formele Raad voor Concurrentievermogen op 28 en 29 mei 2026 (Kamerstuk 21 501-30, nr. 696).
De voorzitter van de commissie,
Van Eijk
Adjunct-griffier van de commissie,
Krijger
Inhoudsopgave
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en vanuit de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
• Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
• Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
• Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
• Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
• Vragen en opmerkingen van de leden van de Forum voor Democratie-fractie
• Vragen en opmerkingen van de EU-rapporteur voor het tiende kaderprogramma voor kennis en innovatie (Horizon Europe), Diederik Boomsma, namens de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
II. Agenda
• Geannoteerde agenda Raad voor Concurrentievermogen van 28 en 29 mei 2026 (brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert – 21 501-30-696)
• Verslag Raad voor Concurrentievermogen van 26 en 27 februari 2026 (brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert – 21 501-30-690)
• BNC-fiche: Mededeling Europese Industriële Maritieme Strategie (EIMS} (brief van de Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen – 22 112-4307)
III. Antwoord / Reactie van het kabinet
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Geannoteerde Agenda Raad voor Concurrentievermogen 28 en 29 mei 2026
Industrial Accelerator Act – definitie «koolstofarm» en ambitieniveau productnormen
De leden van de D66-fractie verwelkomen de inzet van het kabinet om de Europese Commissie op te roepen tot een duidelijke en eenduidige definitie van het begrip «koolstofarm» en tot sector-specifieke transitiepaden met gradueel toenemende productnormen. Deze leden onderstrepen dat een eenduidige definitie alleen effect sorteert wanneer zij methodologisch aansluit op het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM), zodat één Europese standaard ontstaat in plaats van twee parallelle systemen die zich tegen elkaar laten uitspelen. Tegelijk hebben deze leden er in een eerdere inbreng 1 op gewezen dat de huidige percentages voor productnormering te beperkt zijn om op de lange termijn significant effect te sorteren – een conclusie die het kabinet inmiddels deelt.
De leden van de D66-fractie vragen welke methodologie voor de definitie van «koolstofarm» het kabinet in de Raad verdedigt. Hoe waarborgt het kabinet dat deze definitie inhoudelijk gelijkloopt met de CBAM-systematiek? Welke sectoren ziet het kabinet als eerste kandidaat voor sector-specifieke transitiepaden, en hoe verhouden deze zich tot lopende trajecten zoals de Critical Chemicals Alliance (CCA) en het Europese Concurrentievermogenfonds (ECF)? Deze leden vragen concreet tot welk minimumniveau het kabinet de huidige percentages voor productnormering wil aanscherpen, en met welke lidstaten het kabinet optrekt om dat hogere ambitieniveau in de Raad te realiseren.
28ste regime / EU Inc. – snelheid en voltooiing van de interne markt
De leden van de D66-fractie zien in het 28ste regime een belangrijke stap naar het voltooien van de interne markt en steunen daarmee de doelstelling van het voorstel volmondig. De Letta- en Draghi-rapporten hebben helder gemaakt dat de huidige fragmentatie in nationale rechtsvormen een rem is op de schaalsprong die Europese ondernemingen – start-ups, scale-ups en grootbedrijf – moeten maken om internationaal te kunnen concurreren. De Europese Raad heeft eind 2026 als deadline gesteld voor een politiek akkoord met het Europees Parlement. Deze leden vinden het van groot belang dat Nederland zich actief aansluit bij de lidstaten die deze deadline daadwerkelijk willen halen. Tegelijk delen deze leden de zorgen over rechtsgrondslag en mogelijk misbruik, maar zij wijzen erop dat de risico-afweging tweezijdig is: vertraging benadeelt Europese ondernemers blijvend ten opzichte van Amerikaanse en Chinese concurrenten.
De leden van de D66-fractie vragen voorts welke positie Nederland inneemt tussen de groep lidstaten die snelheid wil maken en de groep die de zorgen vooropstelt. Is het kabinet bereid zich aan te sluiten bij een kopgroep die de deadline van de Europese Raad van eind 2026 daadwerkelijk vasthoudt? Welke aanvullende waarborgen tegen misbruik en witwassen acht het kabinet noodzakelijk – én voldoende – om dat tempo niet te belemmeren? In hoeverre verhoudt de in het coalitieakkoord aangekondigde «rentmeestervennootschap» zich tot het 28ste regime: zijn dit complementaire of overlappende sporen? Is het kabinet bovendien bereid binnen de Raad actief te pleiten voor verdere harmonisatie van rechtsgebieden die de effectiviteit van het 28ste regime bepalen – zoals faillissementsrecht en vennootschapsrecht – zodat fragmentatie binnen de interne markt wordt verminderd en het volledige potentieel van EU Inc. voor start-ups, scale-ups en grensoverschrijdend ondernemerschap kan worden benut?
Critical Chemicals Alliance – Nederlandse inzet als voorzitter van de Werkgroep Marktcreatie
De leden van de D66-fractie constateren dat Nederland binnen de CCA voorzitter is van de Werkgroep Marktcreatie. Dat is een politiek belangrijke positie op precies het thema waar de chemiesector – voor Nederland van groot strategisch en economisch belang – het meest van afhangt: structurele vraagcreatie naar groene chemie. De Kamer hoort hier echter weinig concreets over. Welke concrete voorstellen brengt Nederland als voorzitter van de Werkgroep Marktcreatie binnen de CCA op tafel en op welke termijn levert die werkgroep haar opbrengst op? Hoe verhouden die voorstellen zich tot de vraagcreatie-instrumenten in de verordening Industrial Accelerator Act (IAA) – gaat de marktcreatie-aanpak verder dan wat in de IAA is voorzien, en zo ja, op welke punten? Op welk moment kan de Kamer worden geïnformeerd over de tussentijdse opbrengst van deze werkgroep?
Horizon Europe – geld voor onderzoek en innovatie blijft voor onderzoek en innovatie
De leden van de D66-fractie onderschrijven het uitgangspunt uit het coalitieakkoord dat dual-use (tweeërlei gebruik) onderzoek en innovatie (O&I) mede ten dienste kan staan van innovatie en het Nederlandse verdienvermogen, in lijn met de aanbevelingen van het rapport-Wennink.2 De omgekeerde beweging – het Horizon Europe-budget inzetten om defensietoepassingen op te schalen via de Europese Innovatieraad – verhoudt zich naar het oordeel van deze leden slecht tot de kerntaak van dat programma, namelijk fundamenteel onderzoek en innovatie. Het ECF kent juist een specifiek onderdeel voor «Veerkracht en veiligheid, defensie-industrie en ruimtevaart» en is daarmee het logische instrument voor defensie-opschaling.
Deelt het kabinet de redenering dat Horizon Europe primáir een O&I-programma is en geen financieringsbron voor defensie-opschaling? Is het kabinet bereid zich in de Raad aan te sluiten bij de groep lidstaten die Horizon Europe expliciet civiel wil houden en defensie-opschaling via het ECF wil laten verlopen? Onder welke voorwaarden zou Nederland niet kunnen instemmen met een gedeeltelijke algemene oriëntatie op 29 mei 2026?
Horizon Europe – bescherming van het Nederlandse belang
De leden van de D66-fractie wijzen erop dat Nederland uit Horizon Europe sinds 2021 ongeveer € 1 miljard per jaar ontvangt, met een retour van 8,6% – bijna tweemaal het Nederlandse aandeel in de Europese begroting. Die positie leunt direct op het excellentie-criterium als toekenningsmechanisme. Erosie van die grondslag – hetzij door verzwaarde widening-maatregelen die geografische verdeling boven kwaliteit stellen, hetzij door vermenging van de O&I-programmering met het industriebeleid via het ECF – raakt dus aan een fors Nederlands belang.
Welke harde randvoorwaarden brengt het kabinet in de Raad in om dit Nederlandse belang te beschermen, en met welke lidstaten trekt het hierin op? Hoe waarborgt het kabinet dat de strategische sturing tussen Horizon Europe en het ECF de excellentie-grondslag van pijler I (Excellente Wetenschap) niet ondergraaft? Welke positie neemt het kabinet in over de detailleringsgraad van widening-maatregelen – waar ligt de Nederlandse rode lijn?
Ruimte als strategisch domein – proactief Nederlands leiderschap
De leden van de D66-fractie merken op dat de Nederlandse inzet bij de EU-ruimtevaartverordening en de gedachtewisseling over economische veiligheid overwegend defensief zijn geformuleerd: proportioneel, uitvoerbaar, defensie-uitzondering, niet overlappend. Dat is begrijpelijk, maar past niet bij een land met een sterke ruimtevaartsector – Brainport, Leiden, het Europees Ruimteonderzoek- en Technologie Centrum (ESTEC). Deze leden constateren bovendien dat Nederlandse bedrijven in de ruimtevaartketen overwegend op subsysteemniveau actief zijn, terwijl strategische waarde juist op systeem- en ketenposities ligt; wil Nederland in Europa zelfstandig kunnen blijven opereren, dan moet ook deze sector ruimte krijgen om door te groeien naar het niveau van een Nederlandse systeemkampioen, vergelijkbaar met wat ASML in de halfgeleiderketen is. Het Cypriotisch voorzitterschap stelt expliciet de vraag hoe civiele, commerciële en veiligheidsaspecten van ruimtebeleid kunnen bijdragen aan Europese economische veiligheid «met behoud van openheid, innovatie en internationale samenwerking». Dat raakt precies aan de kern van open strategische autonomie.
De leden van de D66-fractie vragen welke concrete voorstellen Nederland zelf inbrengt om de Europese ruimtevaartsector te versterken – verder dan het bewaken van proportionaliteit en defensie-uitzonderingen. Hoe wil het kabinet bevorderen dat Nederlandse bedrijven binnen Europese programma’s zoals IRIS, Galileo en Copernicus doorgroeien van subsystemen naar strategische systeem- en ketenposities? Hoe beantwoordt het kabinet de tweede voorzitterschapsvraag: welke instrumenten zet het kabinet in om openheid en internationale samenwerking in de ruimtevaart te waarborgen terwijl strategische afhankelijkheden worden afgebouwd? In hoeverre is bescherming tegen verstoring van satellietsignalen – jamming en spoofing, die op de civiele luchtvaart, de scheepvaart en het betalingsverkeer reeds aantoonbare invloed heeft – onderdeel van de Nederlandse inzet? Welke positie neemt het kabinet in over de rolverdeling tussen de Europese Commissie, het Europees Ruimteagentschap (ESA) en de lidstaten, op een wijze die de Nederlandse ruimtevaartsector Europees zichtbaar leiderschap geeft?
European Product Act non-paper – circulariteit als ontbrekende dimensie
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het non-paper dat Nederland samen met Finland, Portugal en Zweden bij de Raad zal inbrengen ter beïnvloeding van de European Product Act (EPA). Het non-paper richt zich op modernisering van het wetgevend kader, digitalisering en gelijk speelveld, met regeldrukvermindering als overkoepelend thema. Deze leden onderschrijven het belang van een goed werkende interne markt voor producten, maar wijzen erop dat de EPA tegelijk de markttoezichtverordening, de conformiteitsbeoordeling en de normalisatieverordening herziet – precies de plekken waar circulaire-economie-ambities zoals het digitaal productpaspoort, eisen aan repareerbaarheid en aansluiting op de Ecodesign-verordening voor duurzame producten (ESPR) hun beslag moeten krijgen. Het non-paper noemt deze dimensie niet expliciet, terwijl het coalitieakkoord vasthoudt aan het doel van een volledig circulaire economie in 2050.
Hoe waarborgt het kabinet dat de EPA ook actief bijdraagt aan de circulaire transitie, en niet uitsluitend wordt benaderd vanuit het perspectief van regeldrukvermindering? Op welke punten in het non-paper komt deze circulariteitsdimensie terug, en zo niet, is het kabinet bereid dit alsnog actief in te brengen – eventueel in samenwerking met de partners Finland, Portugal en Zweden?
Toerisme
De leden van de D66-fractie steunen het kabinet in het streven naar Europese samenwerking op het gebied van duurzame toeristische mobiliteit. Deze leden vragen of het kabinet tijdens de Raad kan pleiten voor betere internationale treinverbindingen als alternatief voor korte afstandsvluchten.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Raad voor Concurrentievermogen van 28 en 29 mei 2026. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen en opmerkingen.
Industrial Accelerator Act
De leden van de VVD-fractie lezen in de geannoteerde agenda dat bij de aankomende Raad gesproken zal worden over de verordening Industrial Accelerator Act (IAA). Deze leden weten dat er in deze verordening ruimte wordt geboden voor acceleration areas, ook wel bekend als regelvrije zones. Is het kabinet van plan gebruik te maken van deze mogelijkheid tot het creëren van zo’n zone en zo ja, op welke manier? Graag ontvangen deze leden daarnaast een uitputtend overzicht van de mogelijkheden die EU-regelgeving biedt tot regelvrije zones, en beantwoording van de vraag of Nederland daar momenteel gebruik van maakt en zo ja, of hier op maximale wijze gebruik van wordt gemaakt.
Toerisme
De leden van de VVD-fractie lezen dat er bij de aankomende Raad stilgestaan zal worden bij de gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten voor de Europese toerismesector. Deze leden lezen dat het kabinet het effect voor de Nederlandse sector «tot nu toe beperkt» noemt. Deze leden verzoeken het kabinet uiteen te zetten wat specifiek de gevolgen zijn voor de Nederlandse congressector.
De leden van de VVD-fractie lezen daarnaast dat er enkele landen zijn die graag zien dat er extra ruimte voor staatsteun komt voor de toerismesector. Het kabinet schrijft vervolgens niet hoe het zich tot dit verzoek verhoudt. Deze leden verzoeken het kabinet hier stevig verzet bij aan te tekenen, omdat dit leidt tot oneerlijke concurrentie voor Nederlandse ondernemers en de financiële positie van landen (nog verder) kan verslechteren. Is het kabinet hiertoe bereid?
Inzet Skills Portability Initiative
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het non-paper van de Benelux, welke is gericht op een bredere erkenning van vaardigheden in de EU. Welke waarborgen heeft het kabinet hierbij ingebouwd om de kwaliteit van Nederlandse beroepskwalificaties te waarborgen?
Regeldruk
De leden van de VVD-fractie lezen dat Eurocommissaris Séjourné tijdens de afgelopen Raad heeft beloofd een overzicht rond te sturen van regels die inmiddels zijn afgeschaft, als onderdeel van de inspanningen om de regeldruk te verminderen. Deze leden verzoeken het kabinet dit overzicht naar de Kamer te sturen.
Daarnaast lezen de leden van de VVD-fractie dat er tijdens de afgelopen Raad is gesproken over territoriale leveringsbeperkingen. Wat is de actuele stand van zaken in dit dossier? Wat is de voortgang in de ontwikkeling naar een QR-code, nadat dit onder andere is omarmd in de interne marktstrategie van de Europese Commissie? Hoe zit het met de aanpak van discriminatie, zoals geconstateerd in onderzoek uit 2023 in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken,3 namelijk dat consumenten momenteel goedkopere producten online kunnen kopen in een andere EU-lidstaat, terwijl detailhandelaren als wederverkoper (en niet als eindgebruikers) dat niet altijd kunnen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de volgende Raad voor Concurrentievermogen. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met veel interesse kennisgenomen van het BNC-fiche over de Industrial Accelerator Act. Zij hebben hierover onlangs het kabinet al in een schriftelijk overleg over bevraagd.4 Deze leden kijken uit naar een spoedig antwoord.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn voorstander van het beslechten van interne handelsbarrières in de Europese Unie, maar tegelijk moet Nederland zorgdragen voor een verantwoordelijke positie van bedrijven waarbij de rechten van werknemers, milieustandaarden en een eerlijke bijdrage aan de samenleving, ook via belastingen, zijn verankerd. Hoe gaat het kabinet voorkomen dat een nieuw en optioneel regime niet leidt tot een race naar de bodem wat betreft maatschappelijke eisen aan bedrijven? Hoe houdt Nederland bedrijven die in dit regime zullen omvallen op eenzelfde wijze verantwoordelijk als bedrijven die werken op een Nederlandse rechtsbasis? Wat is de visie van het kabinet op de impact van het voorstel op werknemersrechten? Zet het kabinet er zich voor in dat het voorstel op dit vlak verduidelijkt wordt, zodat de arbeidswetgeving van het land waar de werknemer effectief werkt, blijft gelden om zo te voorkomen dat het 28ste regime een nieuwe route wordt voor sociale dumping?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie delen de zorgen van dit kabinet over de toekomst van de chemie en zien tevens de urgentie van actie op Europees niveau om strategische chemische ketens te versterken en te verduurzamen. Daarmee delen deze leden ook de noodzaak tot urgentie om snel tot meer vraagcreatie te komen op Europees niveau. Welke plannen heeft het kabinet hierin concreet? Welke kansen ziet het kabinet voor de versterking van de IAA, maar bijvoorbeeld ook de Circulair Economy Act (CEA) en het Post 2030 Renewable energy framework voor duurzame energie? Bereid het kabinet concrete inzet voor om in al deze wetten vraagcreatie een stevige wettelijke basis te geven, bijvoorbeeld via productmandaten? Ziet het kabinet in dit kader ook kans om Europese voorkeursprincipes voor duurzame producten te verankeren in deze wetgeving? Iets waar de chemische industrie in toenemende mate om vraagt.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben tevens enkele vragen over de Critical Chemicals Alliance. Ziet het kabinet de Alliance als plek om prioriteiten te stellen en tot beleid te komen voor het verduurzamen van specifieke strategische ketens? Ziet het kabinet ruimte om op Europees niveau een strategische afweging te maken waar landen – gezien hun industriële opbouw, kennis en ligging – op moeten inzetten? Zodat lidstaten elkaar kunnen versterken en aanvullen, in plaats van beconcurreren in een race naar de bodem van minder belastingen en meer subsidies. Brengt het kabinet hier ook het perspectief in van de nieuwe industriële spelers, die alternatieve ketens en technologie willen opschalen, soms ook ten koste van de bestaande industrie? Hoe wordt de veranderende markvraag naar producten meegewogen (bijvoorbeeld minder raffinage door elektrificatie, kunstmest door biologische landbouw of nieuw plastic door circulariteit)?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Raad voor Concurrentievermogen van 28 en 29 mei. Hierbij hebben zij een aantal vragen.
Non paper skill portability initiative
De leden van de CDA-fractie waarderen de inzet van het kabinet om samen met de Benelux-partners in Europa te pleiten voor het eenvoudiger erkennen van diploma’s, vaardigheden en werkervaring over landsgrenzen heen. Deze leden zijn ervan overtuigd dat juist in grensregio’s grote kansen liggen voor het wegnemen van belemmeringen voor werknemers, studenten en werkgevers door de wederzijdse erkenning te verbeteren van diploma’s en beroepsvaardigheden.
De leden van de CDA-fractie constateren echter dat de Europese Commissie pas in het najaar 2026 met nadere wetsvoorstellen komt. Zij vragen in hoeverre het mogelijk is om binnen Benelux-verband alvast vooruit te lopen op bredere Europese besluitvorming en te fungeren als proeftuin voor verdere samenwerking op het gebied van skillspaspoorten, diplomawaardering en de uitwisseling van beroepskwalificaties. Welke juridische en praktische ruimte ziet het kabinet hiervoor binnen de huidige Europese kaders? Is het kabinet bereid om samen met de Benelux-partners te onderzoeken welke concrete stappen al op korte termijn gezet kunnen worden?
Deze leden van de CDA -fractie vragen daarnaast hoe het Skills Portability Initiative (SPI) van de Europese Commissie meegenomen wordt in de talentstategie zoals aangekondigd in de opdachtbrief Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat (TTWenV).5
28ste regime
De leden van de CDA-fractie zullen het schriftelijk overleg over het BNC-fiche inzake het voorstel voor een 28e regime voor ondernemingen («EU Inc.») benutten om uitgebreider in te gaan op hun appreciatie en weging van dit voorstel.6
De leden van de CDA-fractie wensen voorts alvast nadere informatie over de ervaringen met de rechtsvorm van de Societas Europaea (SE). Hoewel deze Europese rechtsvorm reeds in 2001 is ingevoerd met als doel grensoverschrijdend ondernemen binnen de Europese Unie te vergemakkelijken, is het gebruik ervan in de praktijk relatief beperkt gebleven. Deze leden vragen welke lessen uit de beperkte populariteit en toepassing van de SE zijn getrokken en in hoeverre deze lessen zijn meegenomen bij de uitwerking van de nieuwe voorgestelde rechtsvorm. Daarbij vragen zij in het bijzonder aandacht voor de praktische uitvoerbaarheid, administratieve lasten, rechtszekerheid en aantrekkelijkheid voor ondernemingen om daadwerkelijk van een Europese rechtsvorm gebruik te kunnen maken.
Toerisme
De leden van de CDA-fractie waarderen het dat het kabinet de effecten van de crisis in het Midden-Oosten op het toerisme blijft monitoren. Deze leden achten het van belang dat consumenten duidelijkheid hebben over hun rechten en plichten wanneer luchtvaartmaatschappijen zich door stijgende brandstofprijzen of andere geopolitieke ontwikkelingen genoodzaakt voelen om vluchten te annuleren. In dat kader zijn deze leden positief over de recente toelichting van de Europese Commissie via een commissiemededeling op de toepassing van passagiersrechten. Zij vragen in hoeverre deze Europese mededeling aanleiding geeft tot nadere implementatie, beleidsaanpassing of verduidelijking in Nederland. Indien hiervan sprake is, wat is dan de huidige stand van zaken?
De leden van de CDA-fractie willen los hiervan benadrukken dat recreatie en toerisme van groot belang zijn voor zowel de regionale economie als de leefbaarheid van steden, dorpen en het landelijk gebied binnen Europa. Een sterke en toekomstbestendige toeristische sector kan een belangrijke rol spelen bij het behoud van voorzieningen, de vitaliteit van regio’s, de aantrekkelijkheid van binnensteden en de leefbaarheid van plattelandsgebieden.
Deze leden zijn van mening dat recreatie en toerisme in Europees verband nadrukkelijker verbonden zouden moeten worden met bredere Europese opgaven, zoals regionale ontwikkeling, brede welvaart, demografische krimp, duurzaamheid en strategische economische weerbaarheid. Zij vragen hoe en op welke wijze toerisme wordt meegenomen in de bredere agenda voor concurrentiekracht en cohesie binnen de Europese Unie?
Daarnaast vragen deze leden hoe ervoor gezorgd wordt dat Europees beleid en Europese fondsen beter bijdragen aan een vitale toeristische sector die niet alleen economische waarde creëert, maar ook bijdraagt aan leefbare regio’s en sterke lokale gemeenschappen.
De Europese Chemische industrie
De leden van de CDA-fractie vinden het positief om te vernemen dat er in Europees verband gesproken wordt over de toekomst van de Europese chemische industrie. Een sterke chemische sector is niet alleen belangrijk voor het Nederlandse verdienvermogen, maar is ook van groot strategisch belang voor onder meer onze hightech, defensie, de zorg, de bouw en tal van achterliggende waardeketens. De leden van de CDA-fractie vragen daarom wat de huidige stand van zaken is bij de genoemde adviezen van de Critical Chemical Alliance.
De leden van de CDA-fractie maken zich in het bijzonder zorgen over de toenemende druk van grootschalige, door de staat gesteunde overcapaciteit uit China, waarbij chemische producten tegen zeer lage prijzen op de Europese markt terechtkomen. Zij vragen het kabinet na te gaan in hoeverre de EU voldoende is toegerust om dergelijke vormen van dumping en marktverstoring tijdig te signaleren en daadkrachtig tegen te gaan, zodat strategische industriële capaciteit en hoogwaardige werkgelegenheid in de EU behouden blijven. Zij vragen specifiek in hoeverre in Europees verband wordt gekeken naar effectieve handelsbeschermende instrumenten, zoals vrijwaringsmaatregelen, anti-dumpingonderzoeken en anti-subsidieonderzoeken. Kan het kabinet zich hiervoor hard maken in Europees verband, specifiek voor de chemiesector?
De leden van de CDA-fractie maken zich zorgen over de verslechterende concurrentiepositie van de Europese en Nederlandse plasticrecyclingsector. Zij constateren dat recyclers onder druk staan door hoge energieprijzen, goedkope import van nieuw en gerecycled plastic en een achterblijvende vraag naar recyclaat, waardoor recyclecapaciteit uit Europa dreigt te verdwijnen.
De leden van de CDA-fractie onderschrijven het belang van een sterke Europese recyclingketen, niet alleen vanuit duurzaamheidsperspectief, maar ook met het oog op strategische autonomie, leveringszekerheid van grondstoffen en het behoud van industriële werkgelegenheid. Zij vragen of het kabinet verwacht dat de huidige geopolitieke verstoringen en kwetsbaarheden in mondiale aanvoerketens het strategisch belang van Europese recyclingcapaciteit verder vergroten, en welke kansen dit biedt voor de Nederlandse en Europese plasticrecyclingsector.
Daarnaast vragen deze leden welke aanvullende Europese maatregelen mogelijk zijn om een gelijker speelveld te creëren, bijvoorbeeld via strengere handhaving tegen dumping. Tevens vragen zij hoe Nederland zich opstelt ten aanzien van de aangekondigde voorstellen onder de Circular Economy Act.
Vragen en opmerkingen van de leden van de FvD-fractie
De leden van de Forum voor Democratie-fractie maken zich zorgen over de richting waarin het industriebeleid binnen de Europese Unie zich beweegt. Onder het mom van ambitieus klinkende termen als «strategische autonomie», «transitie» en «concurrentievermogen» gaat uiteindelijk beleid schuil dat alsmaar leidt tot meer centrale sturing, meer regeldruk, hogere kosten en daarmee een verzwakking van de Europese industrie in zijn geheel.
CBS-cijfers laten zien dat steeds meer Nederlandse en Europese bedrijven overwegen (activiteiten) naar het buitenland te verplaatsen of hebben dit al gedaan. Dit vanwege regeldruk, belastingdruk, hoge energieprijzen en onzeker beleid vanuit de overheid.7 Ook de chemische sector waarschuwt voor grootschalige afbouw van productie in Nederland en Europa. 8 Kan het kabinet hierop reflecteren? In hoeverre leidt het huidige Europese beleid, en dan met name het industrie- en klimaatbeleid, juist tot de-industrialisatie van Europa? Hoe wenselijk vindt het kabinet deze ontwikkelingen?
Het kabinet schrijft positief te staan tegenover verdere productnormering en vraagcreatie voor «schone» en «koolstofarme» industrie als gevolg van de IAA-verordening. Kan het kabinet concreet uiteenzetten wat precies onder «koolstofarm» wordt verstaan? Op basis van welke objectieve criteria wordt bepaald of iets als «koolstofarm» geldt? Indien dit onduidelijk is, wat gaat het kabinet doen om deze duidelijkheid toch te creëren?
Daarnaast schrijft het kabinet dat Nederland inzet op gradueel toenemende productnormen per strategische sector, zo lezen de leden van de FvD-fractie. Hoeveel extra regeldruk zullen dergelijke normen naar verwachting veroorzaken voor Nederlandse bedrijven? Hoe beoordeelt het kabinet deze realiteit? Hoe voorkomt het kabinet dat dergelijke maatregelen juist leiden tot verdere verplaatsing van industrie naar landen buiten Europa waar lagere energiekosten, minder regelgeving en minder verplichtingen als gevolg van klimaatbeleid gelden? Hoe voorkomt het kabinet dat Europese bedrijven hierdoor structureel op achterstand worden gezet ten opzichte van concurrenten uit onder meer China en de Verenigde Staten?
De leden van de Forum voor Democratie-fractie begrijpen de wens om grensoverschrijdend ondernemen eenvoudiger te maken, maar constateren tegelijkertijd dat hiermee opnieuw een extra Europese bestuurslaag lijkt te ontstaan naast bestaande nationale rechtsvormen, namelijk EU Inc. (28ste regime). Waarom functioneren bestaande nationale rechtsvormen volgens het kabinet onvoldoende? Welke concrete problemen worden met het 28ste regime EU Inc. opgelost die momenteel niet opgelost kunnen worden binnen bestaande nationale vennootschapsvormen? Het kabinet schrijft daarnaast zelf zorgen te hebben over fraude, witwassen en misbruik. Kan het kabinet concreet uiteenzetten hoe groot deze risico’s zijn en welke waarborgen momenteel precies ontbreken? Wat wordt de concrete inzet van het kabinet in de EU om hier aandacht voor te vragen? Waarom acht het kabinet snelheid in dit dossier wenselijk terwijl tegelijkertijd nog fundamentele vragen bestaan over rechtsgrondslag, toezicht en fraudebestendigheid? Wat gebeurt er als deze rechtsvorm eenmaal geïmplementeerd is, maar problemen met zich meebrengt? Zijn er dan nog mogelijkheden om er onderuit te kunnen? Zo ja, hoe?
De leden van de Forum voor Democratie-fractie maken zich daarnaast zorgen over de staat van de Nederlandse en Europese chemische industrie. Vanuit de sector zelf wordt gewaarschuwd voor sluitingen en verlies van productiecapaciteit. Volgens vertegenwoordigers uit de chemische industrie verdwijnen inmiddels op grote schaal installaties uit Nederland en Europa vanwege onder meer hoge energieprijzen, oplopende kosten en gebrek aan voorspelbaar beleid. 9 Kan het kabinet aangeven hoeveel chemische productiecapaciteit Nederland de afgelopen vijf jaar heeft verloren? Hoeveel directe en indirecte banen zijn hierdoor geraakt? Hoe beoordeelt het kabinet deze realiteit?
Het kabinet schrijft dat koolstofbeprijzing een factor is die de concurrentiepositie van de Europese chemische industrie verzwakt. Erkent het kabinet dat het ETS-systeem en bredere Europese verplichtingen als gevolg van klimaatbeleid bijdragen aan hogere productiekosten voor Europese bedrijven? Dus ook tot een verslechterende concurrentiepositie? Hoe voorkomt het kabinet dat de Europese industrie steeds verder wordt weggeconcurreerd door bedrijven uit landen waar dergelijk klimaatbeleid niet bestaat? Kan het kabinet tot slot reflecteren op de fundamentele spanning tussen enerzijds de Europese klimaatdoelen en anderzijds het behoud van industrie, strategische autonomie en werkgelegenheid in Nederland, zoals blijkt uit een recent onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)?10
Vragen en opmerkingen van de EU-rapporteur voor het tiende kaderprogramma voor kennis en innovatie (Horizon Europe) van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)
De EU-rapporteur heeft kennisgenomen van het feit dat in de Raad van Concurrentievermogen, Interne Markt, Industrie en Onderzoek van 28 en 29 mei 2026 de Raad waarschijnlijk tot een gedeeltelijke algemene oriëntatie komt voor het tiende kaderprogramma voor kennis en innovatie, Horizon Europe. Op basis van zijn bevindingen als EU-rapporteur heeft deze rapporteur een aantal vragen en opmerkingen.
Nederland is in absolute aantallen momenteel één van de grootste ontvangers van de middelen uit Horizon Europe 2021–2027. De Europese Commissie stelt voor om een budget van € 175 miljard beschikbaar te stellen voor Horizon Europe. Dat is bijna een verdubbeling van het oorspronkelijke budget van het huidige programma van € 95,5 miljard. Wat is de inzet van het kabinet in de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader (MFK) voor het budget van Horizon Europe? Is het kabinet van mening dat dit op het niveau van het Commissievoorstel moet blijven?
Meerdere lidstaten hebben zich in de Raad uitgesproken over onduidelijkheden in het voorstel van de Europese Commissie. In de onderhandelingen lijkt de Europese Commissie onvoldoende transparant te zijn over de vraag hoe het programma er precies uit komt te zien. Dit gebrek aan transparantie zou ook vragen opleveren bij kennisinstellingen. Kan het kabinet aangeven of Nederland kan instemmen met de gedeeltelijke algemene oriëntatie, zolang er op bepaalde onderdelen nog onvoldoende duidelijkheid is vanuit de Europese Commissie?
Samenhang met het ECF is één van de grote vraagstukken in de onderhandelingen. De rapporteur heeft vastgesteld dat er in de Raadsonderhandelingen discussie is over de samenhang tussen Horizon Europe en het ECF, en de governance-structuur hierbij. In welke mate zet het kabinet zich in de onderhandelingen in om de zelfstandigheid van de governance-structuur van Horizon Europe ten opzichte van het ECF te waarborgen? Ziet het kabinet onderdelen die hierop aangepast moeten worden?
Een ander belangrijk discussiepunt betreft de vraag of de focus van het programma moet liggen op excellentie (het beste onderzoek en de beste onderzoekers) of op geografische spreiding (widening) van deelname aan Horizon Europe binnen de Europese Unie. Wat is de balans in de discussie over het onderdeel widening tegenover excellentie op dit moment in de Raad?
De Europese Commissie heeft toegelicht gebruik te willen maken van een observatorium voor opkomende technologieën om nieuwe technologieën in beeld te brengen en aan de hand daarvan te kunnen bepalen welke onderwerpen in de jaarlijkse werkprogramma’s moeten worden opgenomen. Zal het kabinet er in de Raad op aandringen om snel verduidelijking te krijgen hoe de EC dit wil vormgeven?
Het Commissievoorstel zet in op een lump-sumvergoeding. De rapporteur heeft er kennis van genomen dat het kabinet van mening is dat lump-sumbetalingen niet altijd de standaard hoeven te zijn. Hierbij moeten uitzonderingen mogelijk blijven. Kan het kabinet toelichten voor welke onderdelen men uitzonderingen zou willen? Kan het kabinet hier medestanders vinden?
De rapporteur heeft vernomen dat de inzet van Horizon Europe voor dual-use onderzoeken in het Commissievoorstel breed wordt gesteund. Er is wel discussie over de vraag waar en hoe dual-use onderzoek moet worden ingezet. Zo leidt de inzet op dual-use-onderzoek onder kennisinstellingen tot veel discussie en onduidelijkheid over de vraag of dit kan leiden tot andere regels voor export, kennisveiligheid en compliance en het ontbreken van een definitie van dual-use onderzoek. Neemt het kabinet de zorgen van kennisinstellingen met betrekking tot nieuwe regels voor dual-use onderzoek met betrekking tot export, kennisveiligheid en compliance mee in de Raadsonderhandelingen?
De Europese Commissie zet ook in op open science en internationale samenwerking («as open as possible, as closed as necessary»). De gesprekspartners bij de Commissie gaven aan dat de doelstelling voor open science met name zit in het openstellen van resultaten. Voor open science zijn volgens Neth-ER in de huidige tekst onvoldoende specifieke regels opgenomen in het kader van kennisveiligheid. Wat is het standpunt van het kabinet met betrekking tot het opnemen van regels over open science met het oog op kennisveiligheid? Zijn er wijzigingen nodig in het voorstel om waarborgen in te bouwen?
Ziet het kabinet in het kader van Europese samenwerking in onderzoek en innovatie noodzaak voor Europese maatregelen voor kennisveiligheid, zoals in de Europese Onderzoeksruimtewet (EOR/ERA)?
Ecorys, 22 november 2023, «Territoriale Leveringsbeperkingen» https://open.overheid.nl/documenten/8bf2ebbe-c875-4715-9a44-51c06adfd7b3/file
Inbreng schriftelijk overleg BNC-fiche: Voorstel 28ste regime voor ondernemingen – «EU Inc» op 28 mei 2026 (Kamerstuk 22 112, nr. 4320).
RTL.nl, 27 januari 2026, «Hoogleraar: als bedrijven Nederland verlaten, merk jij dat» https://www.rtl.nl/nieuws/economie/artikel/5559483/hoogleraar-als-bedrijven-nederland-verlaten-merk-jij-dat
Telegraaf, 9 februari 2026, «Nederland raakt slaapwandelend zijn hele industrie kwijt: wat weg is, komt nooit meer terug»»
CPB, 19 maart 2026, «Steun energie-intensieve industrie en de interactie met het EU ETS»
https://www.cpb.nl/publicatie/steun-energie-intensieve-industrie-en-de-interactie-met-het-eu-ets
Ecorys, 22 november 2023, «Territoriale Leveringsbeperkingen» https://open.overheid.nl/documenten/8bf2ebbe-c875-4715-9a44-51c06adfd7b3/file
Inbreng schriftelijk overleg BNC-fiche: Voorstel 28ste regime voor ondernemingen – «EU Inc» op 28 mei 2026 (Kamerstuk 22 112, nr. 4320).
RTL.nl, 27 januari 2026, «Hoogleraar: als bedrijven Nederland verlaten, merk jij dat» https://www.rtl.nl/nieuws/economie/artikel/5559483/hoogleraar-als-bedrijven-nederland-verlaten-merk-jij-dat
Telegraaf, 9 februari 2026, «Nederland raakt slaapwandelend zijn hele industrie kwijt: wat weg is, komt nooit meer terug»»
CPB, 19 maart 2026, «Steun energie-intensieve industrie en de interactie met het EU ETS»
https://www.cpb.nl/publicatie/steun-energie-intensieve-industrie-en-de-interactie-met-het-eu-ets
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/nds-tk-2026D23699.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.