Niet-dossierstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-20212020D52863

2020D52863 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Binnen de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een fractie de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief d.d. 11 december 2020 van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag (Kamerstuk 31 322, nr. 420).

De voorzitter van de commissie, Rog

De adjunct-griffier van de commissie, Verouden

Inhoudsopgave

blz.

     

I

Vragen en opmerkingen uit de fracties

2

 

• Inbreng van de leden van de SP-fractie

2

II

Reactie van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

3

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Inbreng van de leden van de SP-fractie

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag. Ze hebben daarover nog enkele vragen en zorgen.

In antwoord op eerdere vragen van deze leden1 geeft het kabinet aan dat de jaarsystematiek een oplossing kan zijn voor ouders die gedurende deze crisis hun baan kwijtraken en na drie maanden dus ook hun recht op kinderopvangtoeslag.

Deelt het kabinet de opvatting van deze leden dat juist mensen die in deze periode hun baan verliezen daar niks aan hebben, omdat het jaar praktisch ten einde is? Hoe staat het met de toegezegde heroverweging van het kabinet om het recht op kinderopvangtoeslag na het verlies van werk te verlengen van drie tot zes maanden? Die was de leden van de SP-fractie in deze maand toegezegd. Is het kabinet daar alsnog toe bereid, juist nu een grote economische crisis nakende is, zo vragen deze leden.

Tijdelijke verruiming van de koppeling gewerkte uren

Bovengenoemde leden onderschrijven de noodzaak om ouders niet het slachtoffer te laten worden van het feit dat ze door de eerdere lockdown minder uren konden werken. Dit lag immers volkomen buiten hun schuld. De leden kunnen deze stap dan ook steunen, maar zijn de mening toegedaan dat het omgekeerde ook zou moeten gelden.

De leden van de SP-fractie ontvangen namelijk zorgelijke geluiden van mensen die in de problemen komen ondanks de glasheldere oproep van premier Rutte dat de kosten voor kinderopvang uit de eerste lockdown gewoon terugbetaald gaan worden. Naar de mening van deze leden zouden deze groepen ook in deze regeling geholpen moeten worden.

Het gaat hierbij onder meer om ouders die net in de lockdown ofwel fors meer uren zijn gaan werken ofwel vanuit werkloosheid aan het werk zijn gegaan en daardoor ineens meer kinderopvang nodig hadden. Denk hierbij onder meer aan zorgpersoneel waar een zwaarder beroep op werd gedaan. Wanneer zij niet op de peildatum dit gewijzigde aantal uren hadden doorgegeven, krijgen ze deze niet vergoed. Zijn het kabinet deze verhalen ook bekend en is het kabinet bereid om conform de toezegging van de premier ook deze ouders te compenseren? Dit kan in individuele gevallen om duizenden euro’s gaan. Voornoemde leden gaan ervan uit dat zij het kabinet niet hoeven te herinneren aan de ernstige gevolgen die deze bedragen kunnen hebben.

Speciale zorgen hebben de leden van de SP-fractie over de positie van flexwerkers. Al in normale tijden is het voor hen zeer complex om in te schatten hoeveel ze zullen werken. De lockdown en de coronacrisis versterken dit alleen maar en kunnen leiden tot forse uitschieters, zowel naar boven als naar beneden. Deze leden vragen of de voorgenomen aanpassing van het besluit voldoende een oplossing biedt voor deze ouders, waardoor zij enerzijds niet geconfronteerd zullen worden met forse terugbetalingen en anderzijds niet onnodig thuis komen te zitten uit angst voor deze terugbetalingen.

II Reactie van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid


X Noot
1

Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2019–2020, nr. 3024