2011D13614

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 maart 2011

De vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie heeft mij per brief van 15 februari 2011 met kenmerk 2011Z01902/2011D07690 verzocht om een reactie op twee versies van een essay dat de heer L. aan mij en enkele fracties heeft toegezonden. Al eerder, op 27 januari 2011, is mij door de commissie per brief met kenmerk 2011Z00751/2011D03864 verzocht om een afschrift van mijn antwoord op een brief van mevrouw V. d.d. 17 januari 2011 met betrekking tot het windmolenpark Urk.

De heer L. stelt in het essay enkele zaken aan de orde die sterke overeenkomst vertonen met de twee zienswijzen die de heer L. heeft ingediend op het ontwerpinpassingsplan voor het windturbinepark Noordoostpolder. In de «Antwoordnota Zienswijzen op ontwerpbesluiten Windenergie langs de dijken van de Noordoostpolder», die bij de besluiten over dit windpark ter inzage is gelegd, vindt u mijn reactie op de zienswijzen van de heer L. onder de nummers 38 en 100. De antwoordnota is tevens te vinden via http://www.senternovem.nl/bureau_energieprojecten/.

De heer L. heeft nu zijn onderzoek ook ingebracht in het beroep dat hij bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft ingesteld tegen het inpassingsplan Windenergie langs de dijken van de Noordoostpolder. Zijn beroepsgronden zullen daarom niet afzonderlijk worden behandeld, maar in het kader van de beroepsprocedure bij de Raad van State aan de orde komen.

Het doel van de rijkscoördinatieregeling is een snelle en zorgvuldige afwikkeling van de procedure. Alle projecten onder de rijkscoördinatieregeling doorlopen de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat alle besluiten eerst in ontwerp ter inzage worden gelegd, waarbij iedereen de kans krijgt zijn zienswijze naar voren te brengen. Rekening houdend met deze zienswijzen nemen de bevoegde bestuursorganen de besluiten vervolgens daadwerkelijk. Dit verhoogt de kwaliteit en transparantie van de besluitvorming.

De brief van mevrouw V. is mij enkel bekend als bijlage bij het verzoek van de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Voor zover ik kan nagaan, heb ik de brief niet als zodanig ontvangen. Wel zal ik alsnog een reactie sturen waarin ik aangeef dat ik haar teleurstelling respecteer, maar dat vaststelling van de definitieve besluiten het logische sluitstuk was van een zeer overwogen proces. Ook de uitkomsten van de recente gesprekken met partijen die betrokken zijn bij het windpark Noordoostpolder hebben hier geen verandering in gebracht. Voor de volledigheid verwijs ik naar mijn brief aan de Kamer van 21 februari 2011 over Urk in relatie tot het windpark (31 239, nr. 104).

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

M. J. M. Verhagen

Naar boven