Vragen van het lid Lahlah (GroenLinks-PvdA) aan de Ministers van Werk en Participatie,
van Justitie en Veiligheid en van Infrastructuur en Waterstaat over het inwisselen
van buitenlandse rijbewijzen in Nederland (ingezonden 13 mei 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de regels rondom het inwisselen van buitenlandse rijbewijzen in
Nederland?
Vraag 2
Klopt het dat personen die gebruikmaken van de 30%-regeling, zoals kennismigranten,
hun buitenlandse rijbewijs uit elk land kunnen omwisselen voor een Nederlands rijbewijs
zonder opnieuw examens hoeven af te leggen?
Vraag 3
Klopt het dat statushouders daarentegen, bijvoorbeeld afkomstig uit Syrië, hun rijbewijs
niet kunnen omwisselen en daardoor opnieuw examens moeten afleggen, kosten moeten
maken en daardoor vertraagd worden?
Vraag 4
Hoe verklaart u het verschil in behandeling tussen kennismigranten die onder de 30%-regeling
vallen en statushouders bij het omwisselen van rijbewijzen?
Vraag 5
In hoeverre is dit verschil tussen de behandeling bij bijvoorbeeld een Syrische arbeidsmigrant
en een Syrische statushouder gebaseerd op verkeersveiligheid of objectieve kwaliteitseisen,
en in hoeverre op andere factoren zoals verblijfsgrond en economische positie?
Vraag 6
Tot hoeverre acht u het wenselijk dat de afweging of iemand zijn rijbewijs kan omwisselen
of niet, gebaseerd is op verblijfsgrond en economische positie?
Vraag 7
Deelt u de opvatting dat het onderscheid tussen groepen migranten op basis van regeling
(zoals de 30%-regeling) moeilijk uitlegbaar is wanneer het niet direct samenhangt
met verkeersveiligheid?
Vraag 8
Bent u bereid te onderzoeken of de regels voor het omwisselen van rijbewijzen eenduidiger
en rechtvaardiger kunnen, bijvoorbeeld door één lijn te trekken voor verschillende
groepen migranten op basis van objectieve verkeerskwaliteiteisen?
Vraag 9
Bent u bekend met de motie van het lid Lahlah over het wegnemen van drempels voor
asielzoekers met een W-document om een rijbewijs aan te vragen1 en uw appreciatie waarin u deze motie ontraadt?2
Vraag 10
Klopt het dat asielzoekers met een W-document wel theorie- en praktijkexamens kunnen
afleggen bij het CBR, maar vervolgens geen Nederlands rijbewijs kunnen aanvragen?
Vraag 11
Klopt het dat er op dit moment tussen en binnen gemeentes verschillen zijn in de mogelijkheden
voor asielzoekers om een rijbewijs te kunnen aanvragen na afgelegde theorie- en praktijkexamens?
Vraag 12
Kunt u nader toelichten hoe het woonlandbeginsel uit de Europese rijbewijsrichtlijn
wordt geïnterpreteerd in relatie tot asielzoekers met een W-document?
Vraag 13
In hoeverre biedt dit woonlandbeginsel ruimte voor nationale interpretatie, en benut
Nederland deze ruimte maximaal?
Vraag 14
Hoe gaan andere EU-lidstaten om met asielzoekers die een rijbewijs willen aanvragen
voordat zij een definitieve verblijfsstatus hebben? Zijn er voorbeelden van landen
waarbij asielzoekers wel een rijbewijs kunnen aanvragen?
Vraag 15
Deelt u de opvatting dat het toestaan van examens zonder de mogelijkheid om een rijbewijs
te verkrijgen kan leiden tot inefficiëntie, kosten en frustratie bij betrokkenen?
Vraag 16
Deelt u de opvatting dat, indien dit juridisch mogelijk is, wie zijn rijexamens heeft
gehaald ook een rijbewijs moet kunnen krijgen?
Vraag 17
In uw appreciatie van de eerder genoemde motie van het lid Lahlah geeft u aan dat
er wordt gewerkt aan een implementatie van de vierde rijbewijsrichtlijn vanuit Brussel;
zal deze implementatie ruimte kunnen bieden voor de wetgever om iets te doen aan onze
invulling van «gewone verblijfplaats» en het woonlandbeginsel?
Vraag 18
Welke mogelijkheden ziet u om, binnen de bestaande Europese kaders, deze belemmeringen
te verminderen of weg te nemen?
Vraag 19
In hoeverre bent u bereid zich in te spannen om bestaande belemmeringen weg te nemen
voor asielzoekers, met name wanneer deze niet direct voortvloeien uit verkeersveiligheidseisen
maar uit administratieve of verblijfsrechtelijke voorwaarden? Op welke manier bent
u van plan om die inspanning invulling te geven en met welk tijdspad?