Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 maart 2026
Tijdens het wetgevingsoverleg integratie en maatschappelijke samenhang (beleidsartikel
13 begroting SZW) van 9 maart jl. is door het lid Lahlah een motie ingediend waarin
de regering wordt verzocht de drempels weg te nemen die asielzoekers met een W-document
verhinderen om een rijbewijs aan te vragen, zodat zij sneller kunnen participeren1.
Graag geef ik hierbij mijn appreciatie van de motie.
Het kabinet onderschrijft het belang van tijdige en effectieve participatie van asielzoekers
en statushouders. Onderdeel daarvan kan zijn dat mensen de mogelijkheid hebben een
rijopleiding te volgen en een examen af te leggen. Zoals de indiener van de motie
terecht signaleert, is het zo dat voor toelating tot het examen bij het CBR andere
voorwaarden gelden dan voor het aanvragen van het rijbewijs zelf. Dit zorgt ervoor
dat mensen met een vluchtelingenstatus al kunnen starten met het examentraject in
afwachting van de juiste verblijfsstatus. Gezien de mogelijke doorlooptijden van rijlessen
en examens kan dit voor betrokkenen een voordeel zijn.
Voor de afgifte van een rijbewijs gelden strikte wettelijke eisen. Het woonlandbeginsel
in de Derde Europese Rijbewijsrichtlijn schrijft voor dat lidstaten een rijbewijs
uitsluitend mogen afgeven aan personen die hun «gewone verblijfplaats» in het betreffende
land hebben. Momenteel is ook de vierde rijbewijsrichtlijn vanuit Brussel vastgesteld.
De verwachting is dat hiermee de regels voor deze groep niet wijzigen. Momenteel wordt
gewerkt aan de voorbereiding van de implementatie van deze richtlijn.
De Nederlandse wetgever heeft het Europese woonlandbeginsel vertaald in nationale
regels als voorwaarde voor de afgifte van een rijbewijs. Artikel 111, derde lid, van
de Wegenverkeerswet 1994 bepaalt dat aan een vreemdeling slechts een rijbewijs kan
worden afgegeven indien hij of zij rechtmatig in Nederland verblijft als bedoeld in
artikel 8, onderdelen a tot en met d en l, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze systematiek
waarborgt dat rijbewijzen alleen worden verstrekt aan personen waarvan de verblijfspositie
stabiel en verifieerbaar is.
De Vreemdelingenwet 2000 is in het verleden aangepast door het toenmalige Ministerie
van Veiligheid en Justitie om de koppeling tussen verblijfsrecht en toegang tot bepaalde
voorzieningen en documenten te verduidelijken en te harmoniseren. De aanpassing beoogde
onder meer om administratieve processen te vereenvoudigen, misbruik te voorkomen en
aan te sluiten bij Europese regelgeving, waaronder het hiervoor genoemde woonlandbeginsel.
Het beleid van Nederland is hierop niet gewijzigd.
Ik ontraad dan ook deze motie.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans