Vragen van de leden Dobbe en Van Nispen (beiden SP) aan de Ministers van Buitenlandse Zaken en van Justitie en Veiligheid over de beïnvloeding van de Eritrese diaspora door de Eritrese regering (ingezonden 28 februari 2024).

Vraag 1

Bent u bekend met het artikel «Rellen Den Haag kunnen ook werk regering Eritrea zijn»?1

Vraag 2

Hoe beoordeelt u de mogelijke beïnvloeding van de Eritrese diaspora in Nederland door de Eritrese regering? Kunt u een uitgebreide toelichting geven?

Vraag 3

Welke maatregelen gaat u nemen om onwenselijke beïnvloeding door de Eritrese regering nog verder te voorkomen? Kunt u een uitgebreide toelichting geven?

Vraag 4

Zijn de maatregelen, zoals aangekondigd in de kabinetsreactie (Kamerstuk 22 831, nr. 125) op het rapport naar aanleiding van de motie Karabulut voldoende uitgevoerd en hebben zij het gewenste effect gehad? Kunt u een uitgebreide toelichting geven?

Vraag 5

Blijft u bij het standpunt dat het innen van diasporabelasting niet kan worden verboden binnen de huidige rechtsgronden, zoals u onder andere verwoord heeft in het schriftelijk overleg uit 2019?2 Ziet u noodzaak en/of mogelijkheden om de wet te wijzigen om dit wel mogelijk te maken?

Vraag 6

Zijn er na het incident uit 2020 nog meer incidenten geweest met de Eritrese ambassade met betrekking tot het innen van de diasporabelasting en/of de beïnvloeding van de Eritrese diaspora door de Eritrese regering? Is de Kamer daarover geïnformeerd? Kunt u een uitgebreide toelichting geven?

Vraag 7

Bent u van plan een onderzoek in de stellen naar de beïnvloeding van de Eritrese diaspora door de Eritrese regering? Zo nee, waarom niet?

Vraag 8

Bent u bereid bereid om, bij een eventueel onderzoek, ook de verschillende groeperingen in Nederland in kaart te brengen en de beïnvloeding van deze afzonderlijke groepen in het onderzoek mee te nemen?


X Noot
1

NOS, 18 februari 2024, ««Rellen Den Haag kunnen ook werk regering Eritrea zijn» (https://nos.nl/artikel/2509479-rellen-den-haag-kunnen-ook-werk-regering-eritrea-zijn)

X Noot
2

Aanhangsel van de Handelingen II, vergaderjaar 2018–2019, 22 831, nr. 137

Naar boven