Vragen van het lid Ellian (VVD) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en voor Rechtsbescherming over de toepassing van de strafbeschikking op delicten waarop een maximumgevangenisstraf van meer dan zes jaar staat (ingezonden 4 mei 2022).

Vraag 1

Bent u bekend met het artikel «Buiten de rechter om deelde het OM straffen uit voor mishandeling en aanranding»?1

Vraag 2

Wat vindt u ervan dat het Openbaar Ministerie (OM) naast haar eigen aanwijzing, ook het Wetboek van Strafvordering niet naleeft, door strafbeschikkingen op te leggen voor ernstige zeden- en geweldsdelicten waarop meer dan zes jaar gevangenisstraf staat? Hoe kan het dat het OM strafbeschikkingen oplegt zonder een wettelijke grondslag?2 3

Vraag 3

Is het voorgekomen dat het OM naast artikel 257a Sv (enkel een strafbeschikking opleggen voor delicten waarop zes jaar of minder gevangenisstraf staat), ook artikel 22b Sr (het taakstrafverbod) niet naleeft?

Vraag 4

Wat vindt u ervan dat het slachtoffer slechter af kan zijn wanneer de zaak niet voor de rechter wordt gebracht, maar met een strafbeschikking van het OM wordt afgedaan? In hoeverre is het slachtoffer betrokken bij de keuze voor afdoening door het OM?

Vraag 5

Hoe kan het dat in uw antwoorden op de vragen van het lid Van der Werf en Sneller (beiden D66) het volgende wordt gesteld: «Ook bij ernstige zedendelicten zal het OM altijd overgaan tot dagvaarden van de verdachte(n).», terwijl uit de cijfers van Trouw blijkt dat ook ernstige zedendelicten af worden gedaan met een strafbeschikking?4

Vraag 6

Deelt de u de mening dat capaciteitsgebreken niet mogen leiden tot beperking en/of inperking van de rechten van het slachtoffer? Zo ja/nee, waarom?

Vraag 7

Hoe wordt in de toekomst voorkomen dat het OM delicten, waarop een gevangenisstraf staat van meer dan zes jaar, afdoet met een strafbeschikking?


X Noot
1

Trouw: Buiten de rechter om deelde het OM straffen uit voor mishandeling en aanranding, 2-5-2022.

X Noot
2

Aanwijzing OM-strafbeschikking.

X Noot
3

In het bijzonder art. 257a Sv, dat bepaalt dat een strafbeschikking kan worden opgelegd voor delicten waarop maximaal zes jaar gevangenisstraf staat.

X Noot
4

Aanhangsel van de Handelingen, vergaderjaar 2021–2022, nr. 1674.

Naar boven