Kamervragen zonder Antwoord

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVraagDatum indiening
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-20212021Z02287

Vragen van de leden Van Beukering-Huijbregts en Van Weyenberg (beiden D66) aan de Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en voor Medische Zorg over instroom in de WIA van mensen met ME/CVS (ingezonden 4 februari 2021).

Vraag 1

Klopt het dat mensen die overduidelijk in het geheel niet kunnen werken door Myalgische Encefalomyelitis/Chronisch Vermoeidheid Syndroom (ME/CVS) op dit moment niet worden aangemerkt als volledig arbeidsongeschikt?

Vraag 2

Klopt het dat een aantal mensen die vanuit de ziektewet op dit moment de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) in stromen, niet opnieuw gezien worden door een verzekeringsarts? Klop het dat op basis van een beoordeling van meer dan een jaar geleden wordt gekeken naar het arbeidsvermogen, wat bepalend is voor de hoogte van de uitkering?

Vraag 3

Wordt er bij deze beoordeling ook informatie uitgevraagd bij de medisch specialist als deze wel de patiënt nog fysiek heeft gezien?

Vraag 4

Deelt u de mening dat het niet juist worden beoordeeld op arbeidsvermogen veel stress kan veroorzaken bij mensen?

Vraag 5

Kunt u aangeven wat er is gebeurd met de motie-Raemakers c.s. die vraagt om ME/CVS-patiënten bij wie de aanvraag van een arbeidsongeschiktheidsuitkering is afgewezen, actief te informeren over hun mogelijkheden om zich opnieuw bij het UWV te laten beoordelen?1

Vraag 6

Kunt u aangeven hoe vaak mensen in bezwaar gaan tegen een beoordeling van een verzekeringsarts bij een WIA-aanvraag?

Vraag 7

Kunt u aangeven hoe vaak dat tot een andere uitkomst leidt en hoe vaak het bezwaar tot een beroepszaak leidt?

Vraag 8

Wat is de gemiddelde doorlooptijd van bezwaar en beroep bij een WIA-beoordeling?

Vraag 9

Wat is het aandeel mensen per regio dat instroomt in de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) en het aandeel mensen dat instroomt in de Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) 80–100 en WGA 35–80?

Vraag 10

Als deze cijfers verschillen laten zien, hoe zou dat kunnen worden verklaard?


X Noot
1

Kamerstuk 34 170, nr. 7